Naar de inhoud

Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 5

seniorennet.beseniorennet.be

Tumulus

 

 

zoek niet,
mijn tere lief,
naar mogelijke
zielenkwalen

het is vragen
naar de duivel
die dan op
komt dagen

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 21:21

1 reactie op dit bericht

christine22 september 2008 om 21:39

De dood na de mosterd

Ik vind Uw gedichten speciaal,wel mooi proficiat.
Ik heb er nog maar enkele gelezen en zal nog eens het rijtje afgaan.
wil je ook eens enkele gedichten van mij lezen??
blog.seniorennet.be/christine (ik ben nog nieuw,een bleutje)
groetjes

Mijn spiegelbeeld (eenakter voor twee personen)

 

Mijn spiegelbeeld (eenakter voor twee personen)

Mein Spiegelbild

jouw spiegelbeeld

meine matten Augen
starren durch das Fenster
wo nichts
und alles zu sehen ist
hier schein ich
offensichtlich
im luftleeren Raum
aufgestiegen


je fletse ogen
staren door het raam
waar achter niets
en alles is te zien
hier, lijk je,
ogenschijnlijk,
in het luchtledige
opgegaan


vor mir steht Kaffee,
auf einem Tisch:
eine große braune
quadratische Fläche
in einem verkommenen
Herrenlokal mit
altmodischem Ornament
wo alle Menschen sind
aber einander nicht erkennen

voor je staat koffie,
op een tafel,
een groot bruin
vierkant vlak
in een verlopen
herencafé met
ouderwets ornament
waar iedereen is
maar elkaar niet kent


in diesem Lokal, braungeraucht
sehe ich im Glanz eines Fensters:
ein reflektierendes Selbstbild
es ist das einzige,
das ich, unabsichtlich,
mit dir teil

in dit lokaal, bruin gerookt
kijk jij in de
glans van een ruit:
een weerkaatsend eigenbeeld
het is het enige
dat jij, onbedoeld,
met mij deelt

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 21:21

Een Juliusiaanse verlichtende houding

 

 

voorwaar ik zeg u en het is waar
roep ik de sprakeloze menigte toe
terwijl ik gelukkig nog net op tijd
het juichen onderdruk met een zegenend gebaar

terwijl mijn nieuwe inzicht toch zeker niet
voor blindgeletterden onderdoet
maar daar ik wars ben van naijver of nijd
zeg ik, het is waar, en dat in alle bescheidenheid
(immers voor hoogmoed wordt men beboet)

ik zeg dus met een schorheid in de keel
die echter het gevolg is
van een voortslepende periodieke
onthouding ofwel op het afkicken
ene hemelse nicotine is gericht
(maar dat is niet des luisteraars deel)

kleven oren aan mijn lippen
wachtend op de reddende tong
hier komt spoedig de redding
uit grote menselijke ongemakken;
de diepe sociale kloven

mijn woorden zullen de verlichting
opnieuw gaan aanstippen
en het duivelse vuur der mensheid
in de kiem smoren
dan wel halverwege het kwaad doen doven

NEEM ALLE SCHULD OP UW EIGEN SCHOUDER

roep ik met tranen uit
sluit iedere ontkenning daaromtrent
van buiten af
niets geeft zoveel lucht aan uw gemoed
als u niet meer hoeft te strijden
in een eindeloos voortschrijdend
welles nietes gewroet
niet de ander, maar u bent maf

u kan enige machteloosheid vermijden


het doet u goed



(satire!)

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 21:20

Kleven aan de Top

 

 

het is me weer gelukt,
daar in ruime mate
de genade opnieuw mij
ten deel is gevallen;
een volle aflaat is mij verleend

zeg maar dat mijn ziel
blij is en opgetogen,
zelfs in hoge mate verrukt

een vermeende afgang mijnerzijds
als dichtend kunstenaar,
alsof ik van enige kundigheid
zou zijn gespeend,
blijkt door moderne technieken
ongewenst voorgelogen

ik voel natuurlijk gehijg in mijn nek
van oprukkende eerbare talenten,
al dan niet zichtbaar in de lijn omhoog

maar toch is nog even de beker
van hel en verdoemenis
aan mij voorbij gegaan
ondanks de fundamenten van
vieren en vijven
teer ik een wijle verder in
op inflatoire rente

het maakt maar eens gewaar
hoe kwetsbaar ik ben in mijn bestaan
of hoe snel men zich kan blindstaren
op de eeuwige roemruchte lente



(satire !)

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 21:20

Uitval

 

 

als stilte
is ingenesteld
of ongedwongen blind
blijft ingemetseld

is de voortduwende beweging
op dood spoor gekomen
zijn wissels bevroren
en is stroom alleen nog
gewikkeld in verleden dromen

de stoppen
blijken weer
uit steen gebakken

doch wat mij,
teneinde,
meer zorgen baart

is, dat naar het schijnt
de verbinding
niet meer wordt geaard

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 21:19

Een zottig lot

 

 

ach, het was maar voor even
van korte duur zogezegd
dat ik op eenzame hoogte
aan de top mocht zweven

het koningsschild
gesmeed van honing
uit een sterfelijke bron

heb ik afgelegd
op een aards schavot
daar het smolt in de zon

toch was het zoet
een enkele maal te proeven
van een vergankelijk aards lot

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 21:18

Hora est

 

 

de tijd staat stil
zo merk ik ter zijde op

doch mijn stemklank
verraadt enige ergernis,
vertaalt derhalve de onrust
van een aanzwellend
innerlijk ongemak

overeenkomstig
het drammerig gedreun
van een horde aanstormende
paarden in galop

mijn eigene ongeduld
staat voor kenners
merkbaar in brand

zeker als wachten
mij tenteert
gelijk de trage gang
van een nog in
leven zijnde slak

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

Geborgen goud

 

 

niet dat ik je misken
of wil ruilen
dat zou zoeken zijn,
geblinddoekt,
tegen beter weten in

of lijken op wisselen
van spiegelende bomen
wederom zoeken naar
broze luchtgevulde zuilen
om ze weer met tranen te vullen
uit opgeblazen dromen

noch is het zo
dat ik mijn hart snijd
uit geborgen goud
dan wel mezelf bevrijd
uit vermeende boeien

neen, enkel afdrijven
naar een leegte
waar spanen ontbreken
is verraad aan het licht

hoe zou ik dan ooit
verder moeten roeien


Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

Oude liefde

 

 

vertel niet de woorden verder die ik zwijg
het zijn vermiste gedachten van toen
zij zwerven alsmaar van voelen naar doen

wil ze in gezouten vocht openbaren
waartoe ik zo nu en dan
of eigenlijk
toch wel dikwijls naar neig
om een verlichte schaduw
alsnog met speeksel te verklaren

ik zou van de berk met gewillige ranken
de geaarde wortels teder kussen
alsof hartstocht het smeulend vuur
met droge lippen kan sussen

en de bast niet de partituur zal nerven
van geblakerde holle klanken


luister niet naar de ogenblikken die ik zwijg
ze dragen de flanken die een oude liefde erven


Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

Genadeloos

 

 

de mug
zoemt
over
mijn blote
rug

pest
mij
als ik tracht
te slapen

zal ik uit bed
stappen,
op jacht
gaan

om haar bloed
op de witte muur
uiteen te slaan

dan wel
mogelijkerwijs
haar restanten
op te rapen

of trotseer ik
haar macht
en denk

morgen heb ik
wel een zalfje
dat de ergerlijke jeuk
verzacht

verdomme,
daar is zij weer
zij blijft nu nóg
langer zweven

zoeeeeeeeeeeeeeeeem
zingt zij eentonig
"gij zult mij niet krijgen"



pets,
zij sterft
ik heb haar genadeloos
afgeslacht

het duurde maar even


Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

De zwangere schaduw

 

 

schuil je even mee,
wil je?
hier, onder mijn vlinderstruik
die roze is gesierd

de takken hangen
wat zwaar getopt,
met hemels vocht bedekt

zij schenken ons
de zwangere schaduw
waar een lichte geur
zijn hoogtij viert

en zowaar,
een rijzende passie
wordt verwekt

ik lik de rood
gezoete smaak
van je lippen

als langs je mond
het groen wat druppels
omlaag doet glijden

aan dit sap
willen onze tongen
ritmisch nippen

zal het ons,
naar vluchtige
hoogten leiden?

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

De zoete wind

 

 

de zoete wind strijkt
van genot de wangen
in een tastend verlangen

hij aait de huid met zachte hand
en ik, wuivend naar meeuwen,
word badend gedragen
in het warme zand

boven mij spant zich in azuur
de hemelse weide uit,
weids en sprakeloos puur

in mij drijven,
weliswaar bij vlagen,
nog losse wolken

totdat ook zij vergeten
het aardse denken
te vertolken

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

Ik teken jouw figuur

 

 

ik teken jouw figuur
met een gouden pen
je huid verzorg ik met
een verjongende crème

neen, je hele lijf
boetseer ik zo
dat je volledig aan
mijn mannelijke
verwachtingen voldoet

meer is er toch niet
achter jouw façade
ja, de duivelse macht
die je eeuwig beboet

hij is heerser over
een onveilige haven
hij heeft het vertrouwen,
lang geleden,
besmeurd met onuitwisbare pek
opdat de dorst nimmer is te laven

jouw zoute en zure vocht
zal nooit weg kunnen stromen
omdat het bevroren is geraakt

de liefdevolle groei naar eigenwaarde
is daardoor voortijdig gestaakt;
het daglicht draagt boze dromen

ach, het maakt niet uit wat ik vind
als je, uit onmacht,
jezelf niet bemint

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

de Mythe van Fatuma

 

 

zij, Fatuma, daagt de goden uit
van achter haar gazen voile
om gelijk een dolende pagode
steunend op haar houten fluit
als bevallige dienende bruid
over haar duistere ultieme
verlangens te verhalen

teneinde de hemelse heerscharen
in een aardse verleiding te noden
zodat zij, Fatuma, hun zaad
in sprekend stof zou baren
waar elke willekeurige macht
kan worden omgezet in haar geboden
en de uitgeblusten haar tot
enige opperwezen zouden verklaren

zo geschiedde...
met vrouwelijk geduld
dat niet alleen de baarden
maar zelfs hen met zalige borsten,
onbelast met bevruchtende sappen,
werden omhuld met eeuwige schuld;
haar superbe grootsheid te aanvaarden

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

Annabel

 

 

het is de nacht
die al voor de avond
het licht heeft besmeurd
en in zwijgen is vermomd

als ik plots,
uit de verte
een stem hoor roepen
"kom op, Julius, geen zelfbeklag,
blijven praten.
ik mis de bevrijdende opening".
de humor, jouw onweerstaanbare lach
dat zijn toch ook vaste gewaden

vandaag, Annabel
is weer zo'n dag
het ene been schuift dan uit bed
terwijl de ander weerstand biedt
en zegt, ik volg later,
het kan nu even niet

al heb ik weet
van mijn edele dagelijkse plicht
blijf ik desondanks dromen
mijn blik blijft als vanzelf
naar binnen gericht

het is deze ochtend,
Annabel,
die de nacht verder draagt
en de scheiding tussen
slapen en ontwaken
haast onweerstaanbaar
langdurig vertraagt

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

Zwijgen

 

 

hoe draai ik,
blind gevlekt,
een zandloper
van steen

als ook jouw handen
niet verder kunnen reiken
door bevroren gedachten
die gevangen lijken
in glimlachend geween

en waar het zwart
over en weer
blijft ingekleurd

het is de nacht
die al voor de avond
het licht heeft besmeurd
en in zwijgen is vermomd

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

Meer van Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 5

↑ Terug naar de berichten