Naar de inhoud

Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 5

seniorennet.beseniorennet.be

Hora est

 

 

de tijd staat stil
zo merk ik ter zijde op

doch mijn stemklank
verraadt enige ergernis,
vertaalt derhalve de onrust
van een aanzwellend
innerlijk ongemak

overeenkomstig
het drammerig gedreun
van een horde aanstormende
paarden in galop

mijn eigene ongeduld
staat voor kenners
merkbaar in brand

zeker als wachten
mij tenteert
gelijk de trage gang
van een nog in
leven zijnde slak

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

Geborgen goud

 

 

niet dat ik je misken
of wil ruilen
dat zou zoeken zijn,
geblinddoekt,
tegen beter weten in

of lijken op wisselen
van spiegelende bomen
wederom zoeken naar
broze luchtgevulde zuilen
om ze weer met tranen te vullen
uit opgeblazen dromen

noch is het zo
dat ik mijn hart snijd
uit geborgen goud
dan wel mezelf bevrijd
uit vermeende boeien

neen, enkel afdrijven
naar een leegte
waar spanen ontbreken
is verraad aan het licht

hoe zou ik dan ooit
verder moeten roeien


Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

Oude liefde

 

 

vertel niet de woorden verder die ik zwijg
het zijn vermiste gedachten van toen
zij zwerven alsmaar van voelen naar doen

wil ze in gezouten vocht openbaren
waartoe ik zo nu en dan
of eigenlijk
toch wel dikwijls naar neig
om een verlichte schaduw
alsnog met speeksel te verklaren

ik zou van de berk met gewillige ranken
de geaarde wortels teder kussen
alsof hartstocht het smeulend vuur
met droge lippen kan sussen

en de bast niet de partituur zal nerven
van geblakerde holle klanken


luister niet naar de ogenblikken die ik zwijg
ze dragen de flanken die een oude liefde erven


Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

Genadeloos

 

 

de mug
zoemt
over
mijn blote
rug

pest
mij
als ik tracht
te slapen

zal ik uit bed
stappen,
op jacht
gaan

om haar bloed
op de witte muur
uiteen te slaan

dan wel
mogelijkerwijs
haar restanten
op te rapen

of trotseer ik
haar macht
en denk

morgen heb ik
wel een zalfje
dat de ergerlijke jeuk
verzacht

verdomme,
daar is zij weer
zij blijft nu nóg
langer zweven

zoeeeeeeeeeeeeeeeem
zingt zij eentonig
"gij zult mij niet krijgen"



pets,
zij sterft
ik heb haar genadeloos
afgeslacht

het duurde maar even


Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

De zwangere schaduw

 

 

schuil je even mee,
wil je?
hier, onder mijn vlinderstruik
die roze is gesierd

de takken hangen
wat zwaar getopt,
met hemels vocht bedekt

zij schenken ons
de zwangere schaduw
waar een lichte geur
zijn hoogtij viert

en zowaar,
een rijzende passie
wordt verwekt

ik lik de rood
gezoete smaak
van je lippen

als langs je mond
het groen wat druppels
omlaag doet glijden

aan dit sap
willen onze tongen
ritmisch nippen

zal het ons,
naar vluchtige
hoogten leiden?

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

De zoete wind

 

 

de zoete wind strijkt
van genot de wangen
in een tastend verlangen

hij aait de huid met zachte hand
en ik, wuivend naar meeuwen,
word badend gedragen
in het warme zand

boven mij spant zich in azuur
de hemelse weide uit,
weids en sprakeloos puur

in mij drijven,
weliswaar bij vlagen,
nog losse wolken

totdat ook zij vergeten
het aardse denken
te vertolken

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

Ik teken jouw figuur

 

 

ik teken jouw figuur
met een gouden pen
je huid verzorg ik met
een verjongende crème

neen, je hele lijf
boetseer ik zo
dat je volledig aan
mijn mannelijke
verwachtingen voldoet

meer is er toch niet
achter jouw façade
ja, de duivelse macht
die je eeuwig beboet

hij is heerser over
een onveilige haven
hij heeft het vertrouwen,
lang geleden,
besmeurd met onuitwisbare pek
opdat de dorst nimmer is te laven

jouw zoute en zure vocht
zal nooit weg kunnen stromen
omdat het bevroren is geraakt

de liefdevolle groei naar eigenwaarde
is daardoor voortijdig gestaakt;
het daglicht draagt boze dromen

ach, het maakt niet uit wat ik vind
als je, uit onmacht,
jezelf niet bemint

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

de Mythe van Fatuma

 

 

zij, Fatuma, daagt de goden uit
van achter haar gazen voile
om gelijk een dolende pagode
steunend op haar houten fluit
als bevallige dienende bruid
over haar duistere ultieme
verlangens te verhalen

teneinde de hemelse heerscharen
in een aardse verleiding te noden
zodat zij, Fatuma, hun zaad
in sprekend stof zou baren
waar elke willekeurige macht
kan worden omgezet in haar geboden
en de uitgeblusten haar tot
enige opperwezen zouden verklaren

zo geschiedde...
met vrouwelijk geduld
dat niet alleen de baarden
maar zelfs hen met zalige borsten,
onbelast met bevruchtende sappen,
werden omhuld met eeuwige schuld;
haar superbe grootsheid te aanvaarden

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

Annabel

 

 

het is de nacht
die al voor de avond
het licht heeft besmeurd
en in zwijgen is vermomd

als ik plots,
uit de verte
een stem hoor roepen
"kom op, Julius, geen zelfbeklag,
blijven praten.
ik mis de bevrijdende opening".
de humor, jouw onweerstaanbare lach
dat zijn toch ook vaste gewaden

vandaag, Annabel
is weer zo'n dag
het ene been schuift dan uit bed
terwijl de ander weerstand biedt
en zegt, ik volg later,
het kan nu even niet

al heb ik weet
van mijn edele dagelijkse plicht
blijf ik desondanks dromen
mijn blik blijft als vanzelf
naar binnen gericht

het is deze ochtend,
Annabel,
die de nacht verder draagt
en de scheiding tussen
slapen en ontwaken
haast onweerstaanbaar
langdurig vertraagt

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

Zwijgen

 

 

hoe draai ik,
blind gevlekt,
een zandloper
van steen

als ook jouw handen
niet verder kunnen reiken
door bevroren gedachten
die gevangen lijken
in glimlachend geween

en waar het zwart
over en weer
blijft ingekleurd

het is de nacht
die al voor de avond
het licht heeft besmeurd
en in zwijgen is vermomd

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

Crème de la crème

 

ach, was ik maar een poweet
die zich mocht scharen
onder de crème de la crème

zeg maar de haut culture
der edele dichters
begiftigd met elitaire snaren
die het aangezicht van taal
verstillen als het zazen in zen

maar de Schepper heeft
anders besloten:
"Gij, Julius, zijt niet slecht
maar een liefhebber
gelijk een zondagschilder,
wees niet onverdroten"

maar mijn ego
snakt zo naar roem,
laat ik hem weten

"ja", zegt de Meester
"door die menselijke trek
is een ieder bezeten"

 

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 22:03

ik, als zuigende minnaar

 

 

ik zuig immer
zacht en traag
van het zoete bloed

zeg maar gerust,
óók liefdevol
zoals dat slechts
een echte minnaar doet

het is echter zo,
zucht de
stervende vlo

dat mijn tijd van
heengaan
is gekomen

steeds meer
tref ik de verzuurde mens

toen ik aan jou
was begonnen
wist ik het zeker

het chagrijn
is niet meer
in te tomen


Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 15:36

spiegelende realiteit

 

 

ik zie jou staan
in de piste
van een lingerieboetiek
als kwetsbare figurante
op het wedijverend glas

de verbeelding zoekend
die een weg naar jezelf baant
of iemand die je ooit was

je draait je half om
of kijkt over de schouder
naar elke starende blik
die je ego tracht te vangen

aldoor wisselend van pose
om de bevestiging te vinden
in een onvertaalbaar verlangen

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 15:36

De glazen tijd

 

 

alhoewel overkapt en gedragen
door hemel en aarde
en beschut door
vier sierlijke pilaren

is de loper des tijds,
uiterlijk gehuld
in het goud der armen,

op een voor mij ongekende dag
opgehouden
de voortschrijdende minuten
langzaam opbouwend te vergaren

ik zie hem zielloos staan
tussen verleden van allerlei aard
onderwijl denkend
waarom nu afgedankt,
hoe kan zijn aanwezigheid
hier worden verklaard.

zeker, het glazen lichaam
is aan het oog onttrokken,
verbrijzeld op enig moment

maar waar de geijkte
eeuwenlang door bewegende polsen
in de schoonheid lijkt verheven

is hem nu
tussen willekeurige overlevenden
een voorlaatste rustplaats toegekend


Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 15:35

Heet de dood God

 

 

als ik mijn tred steeds meer
in tijd en ruimte vertraag
en mijn gang langs rododendrons
ten einde beperk tot een van hen

dan denk ik steeds minder meer
is mijn omgeving nog maar
een haast gedachteloze haag
benader ik nu een goddelijke sfeer?

als mijn adem wenst te stoppen
overeenkomstig het aardse lot
word ik dan opgenomen
in zulke fleurige knoppen

ben ik dan in de eindeloze grootsheid
van de dood,
is dat dan de heelheid
gekend onder de naam God

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 15:34

Meer van Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 5

↑ Terug naar de berichten