Naar de inhoud

Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 5

seniorennet.beseniorennet.be

1 reactie op dit bericht

Mandysblog11 november 2008 om 16:56

Kom hier even binnenwippen om je de groeten te doen.


noordzeebutton.jpg

Hellevuur

 

 

je schouders
dragen
een winterdeken

daaronder
drijft een gekruisigd lijf
onweerstaanbare tranen uit
om pijnen los te weken

mijn handen
schieten te kort

zo ook
zijn mijn ogen
dichtgeslagen

immers,

ik ben het zelf
die het hellevuur
heeft aangedragen


+
soms ben ik
hongerig en blind
als mijn leegte
een reeds gestorven
toekomst vindt
+


Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 15:09

Mysterie van Kerstmis

 

 

ook al zal ik de
schepper toebehoren
aards kort of
wellicht
hemels lang

en wanneer
de geest mij
als het waren
wil bekoren

is leven
niet gelijk
een hymne als
ongeschonden gezang

ik snap niet echt
diep in mijzelf
of kijkend om me heen

dat uit voortdurende
verwachting
toch hoop
wordt geboren

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 15:08

De vrije wil

 

 

door de poort
achter in het zwart
verlaat ik het licht

*

lang geleden is
een ziel vermoord

thans wordt mijn mond
met pek gedicht
immers ook mijn handen
hebben een lijf doorboord

de satan heeft mij
in de greep
als handlanger
van de man
die ik ben
en allen zijn in mij

ook van hen
die ik niet ken

gedreven door
de drift van de zweep
openen zich als vanzelve,
tegelijkertijd,
de mij zo toegewenste
helle gewelven

*

door de poort
achter in het zwart
verlaat ik het eeuwig licht

eens op voorspraak
aan mij toegedicht





(fictief)

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 15:07

Van zoon tot broer

 

 

moeder,
mijn vader
heette Klaas

welnee,
zijn naam was Jan
maar die is er niet meer,
helaas

hij was een heer
niet de gemakkelijkste,
een echte ouderwetse baas

moeder,
ik ben uw zoon
net als Gijs en Kees

ja, jouw pa
had de hond nog voor de
aardappelenkar
riep zij oprecht
maar o zo in de war

moeder,
mijn vader
heette Klaas

ik blijk opgeschoven
onder haar waas

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 15:07

Ingebeeld

 

 

hoe droog waren mijn lippen
toen ik, ten langen leste, dorstig
van stoffige wijsheid proefde

tandenknarsend viel
mijn wereldbeeld in duigen
toegedekt met droge blaren

zocht wederom,
gelijk de mens is,
een andere schim

die ook in mijn
gespiegelde vitrine
vertoefde

ik was van mijn
schepping getuige
en kon weer de
horizon verklaren

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 15:05

In het stof zult Gij bijten (2)

 

 

O god
wat valt aan de mens te helen
als hij zo is

waar uw schepping
het zicht in dag en nacht deed verdelen
of aan zijn aard, ongevraagd,
mij dus, de zwakte zocht toe te bedelen

ben ik de kroon op uw schepping
als mijn vel verdroogt
onder ooggeklepte mensen

en vrij als ik zie
dat wij door kwetsbaarheid
worden gedoogd
en de levensaderen
ten langen leste
raken uitgedroogd

ik, ontevreden?
met mijn rijkdom
mijn dit en dat,
en grenzeloos aanbeden word
neen, het leven heeft mij
overdadig bezat

groen is de schepping van het licht
zwart van de nacht
ook u leed even aan een depressie
met het rusten heeft u niet tot de zesde
maar tot de zevende dag gewacht

een haast menselijke omissie

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 15:02

In het stof zult gij bijten

 

 

wie is niet bevlekt geraakt
tijdens zijn aardse leven
of kent stof alleen van horen zeggen
aan wie onder u dien ik dat uit te leggen
van de kruidenier die nog aan het kooltje
van zijn schrijfpotlood likt
om uw zonden te noteren
van de baas van de frituur
wiens vette vingers
tussen sticks en frikadellen roteren
of de vroedvrouw die juichend
met bebloede handen
tegen de zwetende moeder roept
"het is een meisje"
dat tegelijkertijd het maagdelijk wit
van haar schort bepoept
of de pastoor die met zegenende bewegingen
sigarenlucht de wereld in wuift
neen, geen mens is onbevlekt
onaangeroerd gebleken
in de aarde hebben we toch allen geploegd
onze zandkastelen op het strand weg zien weken
waar me we met een plakkend waterijsje
de hele hete middag op hebben gezwoegd
of het kwijlen van de oudere mens
dat druipt over een ongeschoren gezicht,
man of vrouw maakt niet uit,
bij het nuttigen van het toetje
morsend door trillende gewrichten
en de mond de echo verspreidt van
het klapperend gebit

ja, ik ben bevlekt

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 15:01

De wezenlijke schijn

 

 

mijn spiegel
is aangetast
door de jaren

waar ik nu in kijk
is verworden tot
doorzichtig glas,
aan een loep gelijk,
doch zonder dat hij
de afstand naar mijzelf
kan verklaren

een schild dat
niet meer weerkaatst
en het innerlijke naar
uiterlijkheden verplaatst

door een filter die steeds
grotere gaten vertoont
opdat de werkelijkheid,
haast ongehinderd,
weg kan spoelen
in een rechtlijnige goot

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 15:00

Welvaart

 

 

mijn geleide dag zweeft
door de verstarde geest
en weet dan ook doorgaans niet
waar hij is of is geweest

misloopt tevens het gevoel
van een dragende aarde
doch wees niet bevreesd
sist mijn streber stoer en koel
ik ben als de doorsnee mens:
een alom verspillende beest
met een slijtende waarde

mijn hart en hoofd steunen
immer meer op stijve stelten
en inmiddels tot vurenhout vervaagd
maar door de tijd hebben de longen,
opdat mijn ziel wordt weggejaagd,
steeds vaker zuurstof bedongen

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 14:59

Een heremiet

 

 

ben ik tot
heremiet verworden
als ik zwijgend spreek
over mijn gedachten

die soms,
zo de mens eigen,
een geheim lijken
te betrachten

het zijn vaak
volkomen woorden
die reeds verdampen
eer ze mijn tong
beroeren

maar binnen
het heelal van stilte
kan ik onbeperkt
de gehele schepping
vervoeren

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 14:56

Meer van Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 5

↑ Terug naar de berichten