Verlichting
als mijn ziel steeds minder zoekt
naar gebaren die woorden uit stof dragen
en licht mijn schaduw niet meer vervloekt
geraakt de geest allengs bevrijd van vragen
Verlichtingals mijn ziel steeds minder zoekt
naar gebaren die woorden uit stof dragen
en licht mijn schaduw niet meer vervloekt
geraakt de geest allengs bevrijd van vragen
Een heremietben ik tot
heremiet verworden
als ik zwijgend spreek
over mijn gedachten
die soms,
zo de mens eigen,
een geheim lijken
te betrachten
het zijn vaak
volkomen woorden
die reeds verdampen
eer ze mijn tong
beroeren
maar binnen
het heelal van stilte
kan ik onbeperkt
de gehele schepping
vervoeren
Hoe ik mijzelf ontnamhoe ik mijzelf ontnam
daarvan droomde ik vannacht
niet dat bij geopende ogen
het bewustzijn daar aan dacht
het was meer een schok
dat ik de eigen weg afsneed
mijn handen bleken vrij
voor een laatse ademslok
de dwingende slaap
schiep dat beeld in het vizier
en toonde zich genadeloos wreed
het ontbrak mij aan gevoel
waarom de overgave dat deed
(fictief)
In beelden
ervaar de beelden
die ik houw
uit diepe lagen
voel je ook
de zwaarte van
gerimpelde gelaten?
vooral die uit
doodsangst praten
en geen speeksel voor
de tong kunnen vragen
Vaker dan voorheenzo af en toe
wat vaker dan voorheen
overschrijd ik mijn jaren
welke gedachten
of gevoelens heb ik
nog gemeen
als grijs nijgt naar zwart
en het ademen
mij slechts mee
laat varen
achter een masker,
zo lijkt,
verstilt de geest
van schoonheid en
toekomst het meest
af en toe
nog vaker dan voorheen
verlaat ik mijn jaren
heb ik minder weet
omdat wat komt
mij niet schijnt te raken
alsof het heden al in
vergetelheid verstomt
zonder de zin te verklaren
In lacrimoso(Proeve van een onverstaanbaar gedicht)
In lacrimoso
de lafenis van een flauwhartige
is veelal in lacrimoso gekleurd
vaak tracht hij het tij toch nog
met spraakwater te keren
terwijl deze mens mijn vertrouwen
onvoorwaardelijk heeft verbeurd
met de modus in rebus
slobbert hij allengs bij leven
immer uitmondend
in een incrusterende roes
opdat de rede maar
buitenzintuiglijk wordt bedreven
zo kan hij in tranen geraken,
wordend tot slippendrager
van zijn smachtende ego :
de slempende slemiel
als geblinddoekte jager
van een vetgemeste vlo
Lekker luchtenspeel even mee
langs snaren
van onze blauwe wind
we dansen dan
totdat jij je in het ronde
tollen bevindt en ik
touw laat vieren
of laten wij dollen in
een genoeglijk rijmende
ritmiek die jij
van nature zo bemint
draai, draai toch
terwijl je haar,
in vlechten geknoopt,
zwiert langs de duinen
van mijn verlangen
waar mijn handen
zich strekken tot
regenboogkleurige
vingertoppen
in fluitende gezangen
ik heb geen idee
oh, jij zeker wel dan
wanneer jij of ik,
kan ook beiden,
weer op het koudevoeten
marmer zullen landen
we kunnen er wat van!
toch?
Jij die komtik wacht op je
terwijl jij reist
onderweg naar
jouw naam
en een wijle
drijft onder
een bonzend en
veroverd
vrouwenhart
waar je
als vederlicht gewicht,
na erkenning
in een veilige duisternis,
te samen in
enkelvoud start
zo tel ik mijn uren af
terug naar de aarde
en jouw dagen
die spoedig worden
geboren
als je dan de zon
ontmoet
zal je tot een
eeuwige waarde
behoren
Als de dood passeertwaarom is een
doodgeboren woord
geschreven in een zucht
naar onhaalbaar verlangen
indien het bestaan
ongevraagd
mijn hart doorboort
en denken
in dwang lijkt gevangen
oh natuurlijk
zijn er gedachten
welke de rede
van nature achten
en spreekt een woord
over wederopstanding
en verwachten
*
we vullen echter
leegte met
zwijgend turen
Schone schijner zijn zo van die mensen
die mij niet mogen
het aantal neemt
door de jaren heen
alleen maar toe
heb ze mogelijk in hun
verwachtingen bedrogen
worden van mijn aanwezigheid
ondraaglijk moe
of zal het zo zijn
dat ik nu pas,
door de jaren gelouterd,
de schone schijn doorbreek
van zelfgenoegzaamheid
waar de ziel
schellen verdrijft
uit het land van blinden
dat ook in mijn handen
zwart wit wordt bereid
uit juichende kleuren
ja, ik lijk toch veel op wat
anderen van mij vinden
De verte nabijin de tiende maand
schuift mijn bodem
onder de voeten
het kan ook zijn dat
de geest kiest
bij het vallen der bladeren
voor een andere route
het lijkt of hakken
plakken aan de aarde
en schoonheid
het laat afweten in haar
oorspronkelijke waarde
het is een brug overgaan
zo zwaar als het beklimmen
van het rulle duinzand
om aan de blanke top te zien
dat de horizon lijkt verpakt
in een donkere verte.
Voix célestehet kloppend hart
drijft lucht
door buizen
die wind omzetten
in klinkende lagen
opdat in gewelven
het met wierook
opgestegen lief en leed
aan het hemelse
wordt opgedragen
eikenhouten pilaren
dragen het bejaarde lijf
door eeuwen heen
waar de mens zelve
zomaar even in de tijd
met handen en voeten
zijn toetsen mag raken
en antieke fluiten
in hoofd en hart
verbinding met
het ongekende
kunnen maken
Op het veld van eerheden,
kortom in de loop van de dag
heb ik mijzelf weer rechtgezet
in het lijstje met mijn zelfportret
mijn gezicht was
ietwat gaan schuiven;
neerwaarts het meest
ik raakte reeds
de onderste richel
en mijn fiere kop
hing achterwaarts
niet meer in de houding
zo ik word gekend
met mijn blik;
ingetogen en bedeesd
borst en buik bleken,
hovaardig,
hemelwaarts gericht
en hoewel in de tijd gezien
zij zeker opgezwollen zijn geraakt
is dit toch een pose
die men niet ter aandenken
in een vierhoek bewaart
en waar ik eerst nog
duidelijk vooraan stond
geraak ik steeds verder
in het bos der vergankelijkheid
het enige wat mij nog
van de overigen onderscheidt
is de vaststelling:
"ik ben er nog"
alhoewel ook mijn lijstje slijt
Ik heb de stilte liefals ik mijn adem
ingetogen verdeel
heb ik de stilte lief,
zo lief
doch ben aan tijd gebonden
waar voortschrijdende wijzers,
onophoudelijk,
verleden verwachtingen
verwonden
en zie in jonge maagden
dat ik steeds vaker
oudere vruchten teel
in afwachting van de nacht
die onherroepelijk op mij wacht
toch rust ik in mijn avond,
en voel me bemind
door de glimlach
van jouw kind
en als ik mijn adem
ingetogen verdeel
heb ik de stilte lief,
zo lief
Tijdverdrijfwat ga jij
nog doen,
vraagt vandaag
aan toekomst
voel me oud
ik wacht niet meer
op later
fluistert ze tegen
de ongeboren dag
van morgen
en gisteren
is doodmoe
die wil niet meer
voor mij zorgen
Mens, wie zijt gij eigenlijkkoude kan er zijn
ook al bloeien kleuren
het hele jaar door
liefde sluit geen deuren
overeenkomstig het
ritme der seizoenen
of smelt in hemelsvocht
indien sneeuw of hagelsteen
rechtspreken zonder verhoor
evenmin bevochtigen
tranen een dood tapijt
uitsluitend en alleen
als de herfst daalt
over lanen
kilte kent geen tijd
het overkomt de mens
als het leven
in het innerlijke snijdt
of de ziel het machteloze
wilt verjagen
zodra onze natuurlijke
eenzaamheid in overmaat gedijt
Schaduwgeurenals de dag allengs
eerder verduistert
lijkt licht in mij
anders te kleuren
en waar zomerpracht
van nature ontluistert
ruik ik ook weer
schaduwgeuren
Nachtroep (duogedicht)wieg mij
in één zachte adem, verbind
waarheid met wonden
klevend aan het nachtlicht
van stilte
verschuif mijn verlangen naar
het schitterend oog, in pauwenveren
gestileerd
het zal mijn traan dragen, teder
door de wuivende wind
opgerekt
tot een zoet vlies van troost
duogedicht met: kerima ellouise
Vaarwel zomeroogstals het verkleuren
van de blaren
nog voor de val
een aanvang neemt
en het najaarsgrijs
de rust inluidt
om aan dood
en opstanding
te wennen
geraakt de mens
vaak snel ontheemd
van zomeroogst
en zal wellicht verval
schielijk herkennen
morgen bestaat
alleen nog in hoop,
woord en dromen
wordt hij enkel zo door
de verstilling geloodst?
Ledematenmijn korte
dikke duimen
en de verder
afgelegen pinken
tikken als toetsen
op een trommel
waar kinderen
op stoeptegels hinken
met maar één been
hoor ik op
de verdieping boven mij
gestommel
daar gaat de buurvrouw
met het andere
langzaam heen
zo bezigt ieder
in eigen ritmiek
de nog actieve ledematen
het bedrijven van de liefde
heb ik,
omwille van de eenvoud,
er maar even
buiten gelaten