Verpleegster II


Alsof ze de macht
in de hand had
werpt ze een blik op mij
als onderdaan,
ik ben ondergeschikt
lig machteloos op mijn bed.
Met één zwaai
zet ze het dienblad neer,
stoot een glas water om in mijn bed,
ik schrik als ze zegt
‘Het is maar water,
straks ververzen we het laken’.
Een uur voorbij
en op mijn vraag
keert ze in gezelschap weer
een arrogante stem zegt tot mij
‘Hier is zij uit de keuken’
ze triomfeert even,
toch weet ik dat zij
nooit een tafelgast van mij zal zijn.
Edith Oeyen









