Verpleegster VIII
Verpleegster VIII
Hoe zij de doodservaring had beleefd
waren woorden van angst
die uit haar braken,
haar adem nog kort en
zweet op het voorhoofd.
Ze had gestreden,
tot tweemaal toe
ze had gewonnen
en de overwinning was haar gegund.
Nog steeds draagt ze
herinneringen van blauw
op haar lijf,
ze herademt als ze vertelt
hoe kort de poort van de dood
bij haar stond,
hoe zij ontglipte aan
de man in zwart.
Zij prijst haar man
en weet zich gelukkig
nu ze weer haar dagtaak aankan.
Zij lijkt van steen
maar het merg
is van het zachtste zacht.
Edith Oeyen











