Naar de inhoud

'VOLKSVERHALEN'

akke.beakke.be
Problemen
Er zijn nogal wat problemen met het lezen van de teksten, daarom volgende tip :
Met de muis links klikken en over de tekst schuiven.
De tekst verschijnt duidelijk leesbaar.

Categorie: fabels

Hoe Anansi slim werd

Hoe Anansi slim werd
- Een anansi-verhaal uit Jamaica -
Op een eiland, waar de gevleugelde slang overheen vloog, woonde in een palmboom de listige spin Anansi, van wiens streken zoveel te vertellen is, dat een heel jaar niet genoeg is om alles te vertellen.

Slim was Anansi niet altijd; slim werd hij pas op de dag, dat een hongerige jaguar het volgende overdacht: "Een vis, een eend of een varken, zijn niet genoeg voor me. Nauwelijks heb ik ze gevangen en opgegeten of mijn maag is alweer leeg. Als ik me echter dood houdt, zullen alle dieren van het eiland nieuwsgierig bij elkaar komen, en dan kan ik me het laten smaken." Zo gezegd, zo gedaan!

De jaguar liep rond en zijn klagende schreeuw van pijn liet het hele eiland trillen. En toen hij zich onder de palmboom Inaja op de grond liet vallen en nog eens voor de allerlaatste keer schreeuwde, kwamen er werkelijk heel veel dieren aan, die met grote ogen toekeken en stil waren van vreugde. Alleen de apen begonnen te dansen en te zingen:
"Jaguar, jaguar,
niemand krenkt hij meer een haar!
Komt allen hier, kom snel!
dan kloppen we de motten uit zijn vel!"
Al gauw wemelde het onder de palmboom als een bijenkorf. Iedereen wilde de dode rover zien. De papagaaien trokken hem aan zijn snorharen, de apen aan de staart, de mieren klauterden in zijn oren rond en de schildpad knaagde aan een nagel, die hij beslist als herinnering wilde meenemen.

Ook de anders zo voorzichtige spin Anansi liet zich aan een dunne draad van de palm naar beneden zakken, trok zijn fluitje uit zijn zak en speelde een danswijsje.

Maar zoals we weten, hield de jaguar zich alleen maar dood. Hij volgde met half gesloten ogen alles wat er om hem heen gebeurde.

En wat gebeurde er om hem heen?

De herten groeven een groot gat, de eenden smeerden er leem in en toen het graf groot genoeg was, pakten ze met z'n allen de jaguar op om hem er in te gooien.

"Houd vol, ene, twee," spoorde Anansi de spin de andere dieren aan.

Maar plotseling sprong de jaguar op en deelde met zijn sterke klauwen naar alle kanten zulke verschrikkelijke klappen uit, dat zelfs de snelle apen hun leven niet konden redden.

Alleen Anansi lukte het om te ontkomen. Hij liet zijn fluitje vallen en klom bliksemsnel in de palm. Toen hij een beetje van de schrik bekomen was en naar de vretende jaguar keek, dacht hij: "De andere dieren hebben niet beter verdiend. Ze zijn weliswaar net als ik in de list van de jaguar gelopen, maar ik was sneller dan de jaguar - en ik heb van zijn list geleerd. Van mijn slimheid en handigheid zal je heel gauw meer horen."


                                      * * * Einde * * *
Bron : "Sprookjes van de Indio's. Mythen, sprookjes en legenden van de Indianen uit Midden- en Zuid-Amerika"
           door Vladimir Hulpach, vertaald door Anke Eggink.
           Uitgeverij Ankh-Hermes, Deventer, 1979. ISBN: 90-202-0044-5
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door saagje om 00:22 17 reacties Reageer op dit bericht

De muis en de kat

De muis en de kat
- Een fabel over een kat die op bedevaart naar Mekka is geweest -
Op een mooie dag verspreidde zich een bijzonder nieuwtje onder de muizen: de kat vertrok op pelgrimstocht. Dat deed hun harten kloppen vol verwachting, want ze rekenden erop dat de kat bij zijn terugkomst spijt zou hebben en zou ophouden op hen te jagen.

Toen de kat terugkwam, besloten de muizen dan ook unaniem om hem te gaan feliciteren. Ze brachten alle cadeaus mee die gewoonlijk aan een hadji gegeven worden en kwamen in een lange rij achter elkaar bij hem binnen, ontroerd en een beetje bang tegelijk. Ze gingen in een kring om hem heen zitten (maar niet te dichtbij), bekeken hem goed en luisterden naar hem. De kat was aardig en vriendelijk en had zijn lange nagels ingetrokken. Bescheiden sloeg hij de ogen neer terwijl hij hun vragen beantwoordde.

De muizen vertrokken enthousiast en belegden dadelijk een grote vergadering. De jongeren riepen tegen iedereen die het horen wilde, dat het uit was met de oude oorlog, dat een nieuwe tijd zich aankondigde. Eindelijk brak het rijk van de universele liefde aan De kat was erg veranderd en voortaan konden zij als broeders met elkaar leven.

Maar een oude muis bracht hen tot zwijgen: "De kat is hadji geworden, dat is zeker. Hij draagt de tulband van een hadji, hij heeft de vriendelijkheid en de zenuwachtigheid van een hadji. Maar zijn blik is nog dezelfde; het is de scherpe blik van een kat. Als jullie het mij vragen, laten we dan op onze hoede zijn. Eén reis is niet genoeg om te veranderen wat de eeuwen gesmeed hebben."


                                      * * * Einde * * *
Bron : "Volksverhalen uit kleurrijk Nederland. Dieren. Dierenverhalen uit de Chinese, Joodse, Nederlandse,
           Indiase, Turkse, Surinaamse, Marokkaanse en Indonesische verteltraditie"
           uitgegeven door Lemniscaat, Rotterdam, 1990.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:09 13 reacties Reageer op dit bericht

De sluwe jakhals

De sluwe jakhals
- Een Indiase fabel uit de Mahabharata over een ander te slim af zijn -
Er was eens een jakhals, die leefde in gezelschap van vier vrienden: een tijger, een wolf, een muis en een wezel. Op zekere dag zagen ze in het woud een sterk hert, de leider van een kudde. Maar omdat het veel te sterk en te snel was, konden ze het niet buitmaken. Daarom belegden ze een samenkomst om te beslissen hoe ze het zouden aanpakken.

De jakhals opende de vergadering en sprak: "Machtige tijger, je hebt nu al vele pogingen ondernomen om dit hert te vangen, maar tevergeefs. Het is sterk, vlug en heel intelligent. We moeten anders te werk gaan. Ik stel voor dat nu de muis probeert het hert in zijn poot te bijten, terwijl het slaapt. Daarna kan de tijger - schrikwekkend in zijn kracht - het hert zonder moeite overvallen."

Nadat ze dit voorstel gehoord hadden, zetten ze zich aan het werk. Terwijl het hert sliep, knaagde de muis aan zijn achterpoot. En toen de tijger daarna het manke dier achtervolgde, kon hij het gemakkelijk inhalen en doden.

Toen het hert daar bewegingloos lag, zei de jakhals tegen zijn vrienden: "Gaan jullie de rituele reinigingen verrichten; ik pas zolang wel op de buit."

De vier andere dieren gingen naar de rivier om zich te reinigen van bloedschuld. Ondertussen zat de jakhals diep na te denken wat hij zou doen.

De tijger, schrikwekkend door schrikwekkende kracht, was de eerste die terugkeerde. Toen hij de jakhals zag, die verzonken was in diepe meditatie, vroeg hij: "O wijze jakhals, waarom kijk je zo zorgelijk? Jij bent de verstandigste van alle bewoners van het woud. Kom, laten we vandaag feestvieren."

Maar de jakhals antwoordde: "Luister, machtige tijger, wat de muis overal in het woud durft te vertellen. Ze zegt tegen iedereen dat het hert gedood is door haar toedoen, maar dat wij nu gaan profiteren van haar werk. Nu ik dat gehoord heb, wens ik er niet van te eten!"

Daarop zei de tijger: "Als de muis dat rondgestrooid heeft, wil ik er ook niet van eten. Van vandaag af zal ik mijn voedsel geheel alleen zoeken." En gekwetst in zijn fierheid, ging de tijger heen.

Nadat de tijger was heengegaan, kwam de muis terug. Toen de jakhals de muis zag, zei hij: "Gegroet, muis! Luister wat de wezel gezegd heeft. Ze heeft gezegd: 'Dit hertenvlees is vergiftigd, want de tijger heeft er zijn vuile klauwen in geslagen. Ik durf er in ieder geval niet van te eten. Maar als je er niets tegen hebt, mijn beste jakhals, dan zal ik straks de muis doden en opeten.'" De jakhals was nog niet uitgesproken, of de muis was al verdwenen.

Toen kwam de wolf, die ook zijn rituele wassingen beëindigd had. De jakhals zei hem: "De tijger, de koning van het woud, is erg boos op jou. Hij zit hier ergens met zijn vrouw te wachten om je aan te pakken." De wolf, die belust was op het vlees, vond het toch beter te verdwijnen. Hij maakte zich zo klein als hij maar kon en hij vluchtte het diepe bos in.

Toen kwam de wezel. Toen de jakhals hem zag komen, zei hij: "Met mijn krachtig gebit heb ik de anderen overwonnen en ze zijn smadelijk gevlucht. Je mag van het vlees eten, maar dan zul je eerst met mij moeten vechten!"

Daarop antwoordde de wezel: "Als de machtige tijger, de wolf en de slimme muis overwonnen zijn door jou, dan wens ik niet te vechten. Ik neem je uitdaging niet aan!" En na die woorden liep ook de wezel weg.

Toen ze allen verdwenen waren, begon de jakhals zich op zijn eentje tegoed te doen aan het hertenvlees, uiterst tevreden over zijn politiek.


                                      * * * Einde * * *
Bron : "Mahabharata" door Krishna Dvaipayana Vyasa.
           Vertaald en bewerkt door H. Verbruggen.
           Mirananda, Den Haag, 1991. ISBN: 90-6271-815-9
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door saagje om 00:08 6 reacties Reageer op dit bericht

De vos en de kat

De vos en de kat
- Een fabel van de gebroeders Grimm over hoogmoed -
Eens op een keer ontmoette de kat in het bos de heer Vos. En daar ze dacht: "Hij is zo slim, heeft ervaring en heeft wat te zeggen in de wereld," sprak ze hem vriendelijk toe. "Goedendag, lieve heer Vos, en hoe gaat het en hoe staat het? Hoe maakt u het in deze dure tijd?"

De vos, hoogmoedig, bekeek de kat van top tot teen en wist geruime tijd niet of hij eigenlijk wel antwoord zou geven. Eindelijk zei hij: "Jij armzalige snorrenwasser, jij bontgevlekte zot, jij hongerlijder en muizenjager, wat bezielt je? Durf je te vragen hoe ik het maak? Wat heb je eigenlijk geleerd? Hoeveel kunsten ken je?" - "Ik kan er maar één," antwoordde de poes bescheiden. "Wat is dat dan voor een kunst?" vroeg de vos. "Als de honden achter me aanzitten, dan kan ik een boom in en mezelf redden." - "Is dat alles?" zei de vos, "ik ben honderd kunsten meester en ik heb bovendien nog een zak vol listen. Ik heb met je te doen; kom maar mee, ik zal je eens leren, hoe je de honden ontloopt."

Daar kwam een jager aan met vier honden. De kat sprong behendig in een boom, tot in 't topje, waar takken en bladeren haar geheel verborgen. "Doe de zak om, doe de zak om!" riep de kat nog, maar de honden hadden de vos al gegrepen en beten zich vast. "Zeg eens Vos!" riep de kat, "nu blijf je met je honderd kunsten steken. Als je de boom in had gekund zoals ik, dan was het niet om je leven gegaan!"


                                      * * * Einde * * *
Bron : "De sprookjes van Grimm; volledige uitgave" vertaald door M.M. de Vries-Vogel.
           Unieboek BV - Van Holkema & Warendorf, Weesp, 1984.
           Oorspronkelijke titel: Der Fuchs und die Katze
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door saagje om 00:08 18 reacties Reageer op dit bericht

De voetbalwedstrijd 2

De voetbalwedstrijd (2/2)
- Een Anansi-verhaal uit West-Afrika over voetbal -
Hij vroeg alle apen één voor één: "Hoe is het eigenlijk met jouw geweten? Wat is het slechtste dat je ooit gedaan hebt?" Sommige apen wisten bij Nyankopon niet wat ze daarop moesten antwoorden, andere kwamen met hele reeksen wandaden die nergens op sloegen. De meeste zwoeren dat ze nog nooit iets slechts hadden gedaan. Eén dacht datje alleen mee mocht doen als je een echte slechterik was, en die bekende zulke vreselijke moorden, brandstichtingen en overvallen, dat je geen Anansi hoefde te zijn om meteen te weten dat hij alles uit zijn vier duimen had gezogen. Een paar apen vertelden maar wat: "Toen ik zes was heb ik een kauwgumpje gestolen van mijn oma," of: "Ik heb een brief verloren die ik moest posten voor mijn zieke zusje," of: "Ik had een keer in het bad gepiest." Tenslotte was er één die zei: "Ik heb jou zelf een keer gedreigd, Anansi, dat ik satéblokjes zou hakken van je."

Anansi schrok: dat moest hem zijn, die ene aap waarvoor hij geld geleend had van Nyankopon, zodat die aap zijn woede zou vergeten. "Weet je dat zeker?" vroeg hij nog. "Ik zal het nooit vergeten," zei de aap berouwvol, "al weet ik niet meer wat de aanleiding was. Misschien zei ik iets anders zoals 'worstvlees', maar dat ik jou wou hakken weet ik goed. En dat jij toen toch heel erg aardig bent geweest."

Toen glimlachten ze allebei en zuchtten opgelucht. "Dat was een heel moedige bekentenis van jou," zei Kwekoe plechtig. "Daarom krijg jij het prachtigste kostuum van mij!"

Op de dag van de wedstrijd hingen Gods schepselen al vroeg rond bij een grote, ovale grasplek in het bos. Daar zaten hagedissen, antilopen, olifanten in alle lagen van het struikgewas. Daar waren mieren en kameleons en slangen; bij honderden keken ze neer vanuit de bomen. Daar vlogen vlinders rond en paradijsvogels en gieren, die alles meer van bovenaf bezagen. Tot daar tenslotte onder luid gekwetter en gebrul Gods Eigen Elftal op het veld verscheen: wat zagen ze er prachtig uit! Vooral Kwekoe Anansi, die als coach optrad. Hij droeg een helm met gouden balletjes en in zijn hand hield hij een staf, waarop een gouden spinnenweb met middenin - geen spin nee, maar een gouden voetbal. Aan zijn voeten had hij feestsandalen met gouden voetballetjes op de wreef.

Zijn spelers droegen bloezen waarop in diamant NYANKOPON was geborduurd. Hun kousen waren elegant: vol rinkelende schelpjes en kettinkjes, zodat bij elke capriool een vrolijk ritme klonk. Kijk die keeper met zijn pet! Een pet als een volrijpe kalebas met een klep zo lang als een bananenblad! Een buitelende, stuiterende tros bananen leek hij wel. De "Ooh!'s" en "Aah!'s"waren niet van de lucht toen dat elftal verscheen, en Nyankopon, die incognito naast Anansi op de tribune zat, kon werkelijk voldaan zijn over Zijn elftal.

De tegenstanders, een elftal van giraffen dat al heel lang in de competitie zat, hadden meteen een achterstand in populariteit. Ze maakten niet lang na de aftrap een verrassingsdoelpunt; en dat vond het publiek maar half geslaagd. Toen gingen de apen er pas goed op los: ze rolden als een stoomwals naar het vijandelijke doel, ze duikelden als kakkerlakken tussen de spillepoten van de tegenpartij door, zodat de giraffen als onhandige hijskranen in het rond stonden te tollen. Ze schoten het ene doelpunt na het andere...

Eindelijk speelde de tegenpartij het klaar om een superhoge kopbal naar het doel der Kontromfï's te schieten. Maar toen ramde die groene pet naar voren of hij zelf een voetbal was en plukte met één hand de bal uit de lucht als een nootje uit een palmboom. Daarna het hij er minutenlang zo'n staaltje van jongleren mee zien, dat heel het bos zo ongeveer ontbladerde van het gejuich.

Nyankopon, die voor de gelegenheid in de gedaante van een leeuw was, bleef onverstoorbaar. Hij zei alleen: "Neef Kwekoe, wie van deze apen is de wanbetaler?"

"Die staat daar in het doel, Heer Oom," zei Anansi fijntjes. En als je denkt dat God die keeper Kontromfi toen met Zijn Toorn getroffen heeft... welnee! Hij was waarachtig apetrots op zijn Volmaakte Doelman! Vandaar dat sommigen het voetballen nog altijd als een goddelijke sport beschouwen, terwijl anderen er alleen maar pijn in hun nek van krijgen.


                                      * * * Einde * * *
Bron : "Anansi tussen god en duivel" door Noni Lichtveld.
           Lemniscaat/Novib, Rotterdam, 1997. ISBN: 90-637-087-1
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door saagje om 00:15 9 reacties Reageer op dit bericht

De voetbalwedstrijd 1

De voetbalwedstrijd (1/2)
- Een Anansi-verhaal uit West-Afrika over voetbal -
Eens had God geld geleend aan de een of andere aap, dat wil zeggen: Kwekoe Anansi kwam bij Nyankopon om bijstand aan te vragen wegens verplichtingen aan zeker iemand van de familie Kontromfi. "Lieve Heer Oom," sprak hij eerbiedig. "Het gaat om een probleemgeval, een nijver schepsel dat door onheil is getroffen. Hij heeft onverwacht schade aan zijn plantage, hij zou geweldig zijn geholpen als U hem wat geld kon lenen." En God, in Zijn Alwetendheid, zag dat Anansi hoogst oprecht met dat geval zeer in zijn maag zat. Daarom zei Hij: "Nou ja, dat moet dan maar. Hier is het geld, maar vraag wel een kwitantie."

Maar soms wil.Nyankopon Zijn schepselen wel eens beproeven, om zeker te zijn dat zij Hem niet vergeten. Dus riep Hij op een dag Kwekoe Anansi bij zich terug, die floep-floep-floep omhoog kwam hollen langs zijn spinnendraad.

"Mijn waarde neef," zei Hij. "Je weet toch nog dat Ik wat geld geleend heb aan de een of andere apenvriend van jou? Ik vind hier je kwitantie waarin staat: binnen drie maanden terug... en tegen rente... Dat is als Ik de datum zie drie jaar geleden. Hoe staat die zaak? Wat is dat voor cliënt?"

"Een heel betrouwbare Kontromfi," zei Anansi. "Ik weet zijn voornaam niet, maar dat zoek ik zo snel mogelijk uit."

Direct ging hij naar de familie Kontromfi en iedereen was blij om hem te zien.

"Wat breng je nu weer voor weldaad van Nyankopon?" riepen ze vrolijk. Sinds Kwekoe met dat geld gekomen was, kon hij geen kwaad meer doen.

"Iets heel moderns!" zei Anansi. "Mijn Oom heeft besloten dat ik een voetbalclub moet oprichten met jullie!"

"Haaa!" juichten alle apen. "Maar wie zal onze trainer zijn?"

"Ik natuurlijk," zei Anansi. "En als wij vlijtig oefenen, dan zal Nyankopon persoonlijk sponsor zijn."

Binnen de kortste keren hepen de Kontromfi's zich dagelijks de apenbenen uit hun apengatjes. Zulke voetballers had je nog nooit gezien! Wat een passes, dribbels, apencorners, tackles en strafschoppen konden die uitdelen! Als dat zo uitkwam renden ze doodgewoon op beide handen verder. En ze konden zo behendig over elkaar buitelen en apenkoppen, dat je niet wist wie de beste speler was; ze waren allemaal even watervlug. Ze leken ook nog op elkaar als druppels water. Zelfs Kwekoe Spin, die toch heel goede ogen had, kon ze nooit uit elkaar houden.

Dat ging een hele tijd vrolijk verder, tot er alweer een oproep kwam van Nyankopon. "Hoe is het nu?" vroeg God. "Weet je al welke Kontromfi dat geld van me geleend heeft? En heeft hij al terugbetaald?" Anansi boog zijn hoofd eerbiedig. "Bijna, zeer vereerde Oom," zei hij. "Ik heb die apen nu allemaal aardig op een rijtje. Maar zonder Uw Verheven Steun zal het niet gaan." Hij vertelde enthousiast over zijn voetbalclub, wat Nyankopon in Zijn Alwetendheid natuurlijk allang wist - maar ook in Zijn Alwijsheid niet liet blijken, want hij zei: "Het gaat hier niet om spelletjes. Ik geef je nog een week om Mij die wanbetaler aan te wijzen."

"Komt in orde," zei Anansi. "Als U mij helpt aan nette pakken voor mijn spelers, dan nodig ik U uit voor onze eerste wedstrijd." Na de volgende training blies Anansi keihard op zijn fluit en al zijn spelers traden aan in eindeloos gelid.

"Vandaag gaan we een elftal selecteren!" riep Anansi. "Je weet wie onze sponsor is! Dit wordt een elftal van verdienste. Wie mee wil doen moet eerst examen doen in deugdzaamheid!"


                               * * * wordt vervolgd * * *
Bron : "Anansi tussen god en duivel" door Noni Lichtveld.
           Lemniscaat/Novib, Rotterdam, 1997. ISBN: 90-637-087-1
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:13 11 reacties Reageer op dit bericht

De luiaard en de regen

De luiaard en de regen
- Een dierenverhaal van de Indianen uit Panama -
"Ai, de luiaard is zo handig, dat hij zich met de wind kan voeden," zeggen de Indianen als ze hem in de takken van de embauba-boom zien hangen. Maar iedereen die de luiaard kent, weet dat de oorzaak van zijn ongewoon gedrag ligt in zijn strijd met de regen.

Vele dieren houden niet van regen. Als de eerste druppels vallen, zijn bijna allen er op uit, zo vlug mogelijk een schuilplaats te vinden. Het gordeldier graaft zich in, de vos kruipt in zijn hol, de vogels gaan naar hun nesten... Ook de luiaard hield niet van regen maar ondanks dat bleef hij, zelfs toen de dikste druppels uit de hemel vielen, breeduit op zijn plekje.

De regen ergerde zich daarover. "Ik zal je wel eens leren," zei hij toen de luiaard weer als een blok in elkaar gedoken zat, toen de regen met bakken uit de hemel viel.

De hele nacht regende het pijpenstelen. De machtige regen hield maar niet op en lachte in zijn vuistje, toen de luiaard een vreselijke verkoudheid kreeg. Maar pas toen hij al half in het water zat, stond hij langzaam op en keek uit naar een betere plaats.

"Ik heb ook nog honger," zei hij, "als ik me dan tussen de droge bladeren van de embauba-boom verstop, kan ik tegelijkertijd van de bladeren eten."

Langzaam, zoals het zijn aard was, kroop hij in de embauba-boom. "Je denkt zeker dat ik me hier voor je verstop, maar dan vergis je je. Ik wil alleen een paar van deze heerlijke bladeren eten," riep de luiaard naar de regen.

Hij lachte luidkeels, maar dat had hij juist niet moeten doen. De regen werd namelijk heel boos. "Wacht maar," riep hij, "geen blad zal je krijgen!" En hij liet het nu hozen van de regen. De luiaard trok geen enkel blaadje meer af want zelfs op zijn rug was hij tot op zijn huid nat.

Denken jullie dat hij naar beneden zou klimmen en een andere schuilplaats zoeken? Nee hoor, hij bleef in de takken van de embauba-boom hangen, hoewel zijn maag knorde van de honger. Hij wachtte op de wind, die dan ook eindelijk kwam en de regenwolken verdreef.

Sinds die tijd hangt de luiaard meestal in de takken van de embauba-boom uit te kijken naar de wind. En sinds die tijd zeggen vele indianen: "Ai, de luiaard is zo handig dat hij zich met wind kan voeden..."


                                      * * * EINDE * * *
Bron : "Sprookjes van de Indio's. Mythen, sprookjes en legenden van de Indianen uit Midden- en Zuid-Amerika"
           door Vladimir Hulpach, vertaald door Anke Eggink.
           Uitgeverij Ankh-Hermes, Deventer, 1979. ISBN: 90-202-0044-5
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:08 13 reacties Reageer op dit bericht

De leeuw en de muis

De leeuw en de muis
- Aesopus' fabel van de leeuw en de muis -
Heel lang geleden woonde er in een ver land een machtige leeuw. Eens, toen hij uitgeput van het jagen en van de hitte was, ging hij terug naar zijn hol en viel daar in een diepe slaap. Terwijl hij sliep kwam er een muis voorbij, die in gedachten verzonken, niet oplette waar ze naar toeliep en zò in het hol van de leeuw terechtkwam. Haar kleine oogjes raakten langzamerhand gewend aan het donker. Ze werden steeds groter en groter, want daar voor haar lag het meest gevreesde wezen, dat ze ooit had gezien. Een ogenblik stond ze van schrik vastgenageld aan de grond. Toen sprong ze in paniek naar de deur. Daardoor struikelde de muis over de neus van de leeuw, die wakker werd.

De geschrokken muis deed verwoede pogingen weg te komen, maar de grote klauw van de leeuw kwam boven op haar terecht. Ze dacht stellig, dat haar laatste uurtje geslagen had. En het is waar, de leeuw zou haar onmiddellijk verslonden hebben, als de muis haar spraak niet had teruggevonden. "Spaar me, hoogheid," pleitte ze. "Ik heb u per ongeluk beledigd. Uw klauw is tè voornaam om hem te bezoedelen met het bloed van een zò onbeduidende prooi." De grote leeuw keek peinzend naar de muis en overwoog wat hij moest doen. Hij zei niets. Toen, terwijl de muis lag te trillen, beurde de leeuw zijn klauw op en liet hij zijn nietige gevangene vrij. De muis, die bijna niet kon geloven, dat ze zoveel geluk had, rende weg zonder achterom te kijken. Zij vluchtte zo snel ze kon het bos in.

Niet lang daarna was de leeuw weer eens aan het jagen in het bos. Per ongeluk liep hij daarbij in een val, die daar geplaatst was door een paar jagers. Hij worstelde wanhopig om uit het net, dat hem verstrikte, te komen. Maar het was vergeefs. Bang en zonder hoop vrij te komen stiet hij zo'n machtig gebrul uit, dat het overal in het bos te horen was. De muis hoorde het gebrul héél in de verte en begon vlug te rennen om de oorsprong ervan te ontdekken. Eindelijk, op een open plek in het bos, vond ze de gevangen leeuw, die ze herkende als dezelfde, die haar leven had gespaard en die haar vrij had gelaten. Zonder veel omslag en zonder angst begon de muis te knagen aan de touwen, die de leeuw stevig vastgebonden hielden. In een ogenblikje hadden de scherpe tanden van de muis het net verscheurd en het edele dier was bevrijd uit zijn gevangenschap.

Goed zijn voor voornamen of eenvoudigen is zelden verspild.


                                      * * * EINDE * * *
Bron : "De fabels van Aesopus" door Robert Mathias.
           Thieme, Zutphen, 1984. ISBN: 90-03-98320-8
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door saagje om 08:45 10 reacties Reageer op dit bericht

Hoe de beer zijn staart verloor

Hoe de beer zijn staart verloor
- Een fabel van de Iroquois Indianen (Noord-Amerika) -
Lang geleden, had de beer een mooie, lange bontstaart. Hij was fier op zijn staart en liet de mensen tot vervelens toe altijd rond hem lopen om zijn staart te bewonderen. Hij vroeg aan iedereen: "Is mijn staart niet de mooiste staart die u ooit zag?" De mensen vonden hem zeer verwaand, maar ze waren bang van zijn grote klauwen en wilden hem niet boos maken. Dus zeiden ze steeds dat hij de mooiste staart had.

Op een koude winterdag ging de beer naar het meer. De vos zat op het bevroren water, waaronder talrijke vissen rondzwommen. Naast hem lagen al een groot aantal vissen die hij gevangen had. Hij wist dat de beer honger had en besliste een list met hem uit te halen.

"Hallo, broer vos," sprak de beer, terwijl het water uit zijn mond liep, "waar heeft u al die vissen vandaan?" "Ik heb ze gevangen, door dit gat in het ijs," zei de vos. "En waarmee dan?" vroeg de beer verwonderd" "Met mijn staart," antwoordde de vos. "Zal ik u tonen hoe het moet?" vroeg de vos aan de beer. "Ja, graag," antwoordde deze.

Hij ging met de beer naar een plaats op het ijs waar het water ondiep was en zei tegen de beer dat hij met zijn klauwen een gat moest maken in het ijs. Toen dat gedaan was, zei hij: "Ga nu gewoon zitten en laat uw staart in het ijs zakken. Telkens er een vis bijt, zal je dat wel voelen, wacht lang genoeg, dan kan je er alle vissen tegelijk uittrekken." "Ik zal meer vissen aan mijn staart krijgen dan jij," zei de beer, "want mijn staart is langer en mooier dan die van jou."

De beer zette zich neer en wachtte geduldig. Hij telde elke vis die in zijn staart verstrikt raakte, maar omdat hij de meeste vissen wilde vangen, bleef hij maar zitten. Uiteindelijk viel hij in slaap. Het werd zeer koud en het begon te sneeuwen. De vos ging naar huis en nam zijn vissen mee.

Een paar uur later kwam de vos terug naar het meer. De beer sliep nog steeds en zijn zwarte bontlaag was wit van de sneeuw. De vos schoot in een lach en zei bij zichzelf: "Dit was nogal eens een grap." Toen hij uitgelachen was schreeuwde hij: "Hé, beer, er hangen vissen aan uw staart, voel jij dat niet?" De beer schrok wakker en wilde recht springen maar dat ging niet. "Ik kan niet meer recht," zei de beer. "Misschien van het gewicht van al die vissen," zei de vos. "Trek wat harder!" De beer sprong met een ruk omhoog en zijn bevroren staart brak af. Het enige wat overbleef was een kleine stomp.

"Mijn staart, mijn staart," huilde de beer maar de vos liep lachend weg.

En zo komt het dat de beren nu nog slechts een korte staart hebben. Als je ooit een beer hoort kreunen, is dat omdat hij zich zijn grote, zwarte, mooie staart herinnert.


                                      * * * EINDE * * *
Bron : Vertaling uit het boek "Myths & Legends".
           Oorspronkelijk verschenen in het Engels onder de titel "How bear lost his tale"
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:12 9 reacties Reageer op dit bericht

Fabel van de ezel, de stier en de koopman(2/2)

Fabel van de ezel, de stier en de koopman (2/2)
- Een verhaal uit 1001-nacht over de kennis van de taal der dieren -
Dit alles geschiedde, en hun meester hoorde hun woorden. Toen de dag aanbrak, begaf de koopman zich met zijn vrouw naar het verblijf van de stieren en koeien, en beiden gingen er zitten. Vervolgens kwam de drijver en nam de stier en vertrok. Bij het zien van zijn meester begon de stier te zwaaien met zijn staart, luidruchtige winden te laten en waanzinnig te hollen naar alle kanten. Hierdoor schoot de koopman in zulk een lach, dat hij ondersteboven viel op zijn achterste.

Daarop zei zijn vrouw: "Waarom lach je zo?" Hij antwoordde haar: "Om iets wat ik gezien en gehoord heb, en wat ik niet kan mededelen zonder te sterven."

Zij zei hem: "Het is volstrekt noodzakelijk dat je het mij vertelt, en dat je mij de reden van je lachen zegt, zelfs al zou je daarom moeten sterven!" Hij zei haar: "Ik kan het je niet mededelen uit vrees voor de dood." Zij zei hem: "Maar dan lach je alleen om mij!"

Daarna hield zij niet op met kijven en hem hardnekkig met woorden te kwellen, zodat hij zich tenslotte in grote verlegenheid bevond. Daarom liet hij zijn kinderen bij zich komen en liet hij de kadi roepen en zijn getuigen. Vervolgens wilde hij zijn testament maken, alvorens het geheim aan zijn vrouw prijs te geven en te sterven.

Want hij hield van zijn vrouw met een ontzaglijke liefde, aangezien zij de dochter was van zijn oom van vaderszijde en de moeder van zijn kinderen, en hij reeds honderdtwintig jaren van zijn leven met haar geleefd had. Bovendien liet hij alle bloedverwanten van zijn vrouw halen, alsmede de bewoners van de buurt, en hij vertelde hun allen zijn geschiedenis en dat hij op hetzelfde ogenblik, dat hij zijn geheim ging mededelen, zou sterven. Toen zeiden alle lieden die daar waren, tegen zijn vrouw: "Bij Allah over u! Laat deze kwestie rusten, uit vrees dat uw man sterft, de vader van uw kinderen!"

Maar zij antwoordde hun: "Ik zal hem geen vrede gunnen, voordat hij mij zijn geheim gezegd heeft, zelfs al moet hij er aan sterven."

Daarop hielden ze op met haar toe te spreken. En de koopman stond op in hun midden en begaf zich naast de stal, in de tuin, om daar eerst zijn wassingen te doen en vervolgens terug te komen om zijn geheim te vertellen en te sterven.

Welnu, hij bezat een fikse haan, in staat om vijftig kippen naar genoegen te bedienen, en hij bezat ook een hond. En hij hoorde hoe de hond de haan riep en hem uitschold en hem zei: "Schaam je je niet vrolijk te zijn, terwijl onze meester gaat sterven?"

Toen zei de haan tegen de hond: "Hoe dat zo?"

Daarop herhaalde de hond de geschiedenis, en de haan antwoordde hem: "Bij Allah! Onze meester heeft niet al te veel verstand. Ik voor mij heb vijftig vrouwen en weet mij er uit te redden door de ene te bevredigen en op de andere te mopperen. En hij die maar één enkele vrouw heeft, vindt niet eens het goede middel en de manier waarop hij haar moet aanpakken! Nou, dat is eenvoudig genoeg. Hij behoeft maar een paar flinke moerbeitwijgen voor haar af te snijden, plotseling haar eigen vertrek binnen te stappen en haar af te ranselen, totdat zij sterft of tot inkeer komt. En ze zal niet opnieuw beginnen met hem lastig te vallen over kwesties van welke aard ook." Zo sprak hij.

Nauwelijks had de koopman de woorden gehoord, die de haan met de hond wisselde, of het licht keerde terug in zijn rede en hij besloot zijn vrouw af te ranselen. De koopman trad het eigen vertrek van zijn vrouw binnen, na de moerbeitwijgen voor haar te hebben afgesneden en ze verstopt te hebben. Hij riep haar en zei: "Kom in je eigen kamer, opdat ik je mijn geheim vertel en niemand mij kan zien; en daarna zal ik sterven!"

Daarop ging zij met hem naar binnen, en hij sloot de deur van haar eigen vertrek achter hen, en hij overviel haar met verdubbelde slagen, totdat zij in katzwijm ging vallen. Toen riep zij: "Ik heb berouw! Ik heb berouw!" Hierna begon zij beide handen en beide voeten van haar man te zoenen en zij toonde oprecht berouw. En vervolgens ging zij naar buiten met hem. Alle aanwezigen verheugden zich en ook alle bloedverwanten toonden vreugde. En iedereen was in de gelukkigste toestand en allerfortuinlijkst tot aan hun dood.


                                      * * * EINDE * * *
Bron : "De vertellingen van duizend en een nacht" vertaald door J.C. Mardrus.
            Uitgeverij Manteau, 1975, Antwerpen.
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door saagje om 16:36 6 reacties Reageer op dit bericht

Meer van 'VOLKSVERHALEN'

↑ Terug naar de berichten