Naar de inhoud

'VOLKSVERHALEN'

akke.beakke.be
Problemen
Er zijn nogal wat problemen met het lezen van de teksten, daarom volgende tip :
Met de muis links klikken en over de tekst schuiven.
De tekst verschijnt duidelijk leesbaar.

Categorie: historisch verhaal

Aletta Jacobs

Aletta Jacobs
- Een levensbeschrijving van de Sappemeerse feministe -
Stel je voor dat je opgroeit in een land waar vrouwen zichzelf dom vinden. In ieder geval vinden ze het heel gewoon dat ze niet verder mogen leren dan de basisschool. Onderwijs is niet voor vrouwen bedoeld, menen ze. Maar er is één meisje dat daar anders over denkt. Zij wil dokter worden.

In dit land, waar vrouwen zichzelf dom vinden, mogen alleen mannen met een inkomen stemmen; zij zijn blijkbaar niet dom, integendeel: zij bepalen welke mannen er in de regering komen. De vrouwen vinden dat doodgewoon. Maar er is één meisje dat zich afvraagt waarom dat eigenlijk zo is. Waarom zouden vrouwen niet kunnen stemmen?

Nederland heeft ongelooflijk veel te danken aan dat koppige meisje dat opgroeide in het Groningse Sappemeer, maar uiteindelijk de halve wereld rondreisde om haar idealen te verwezenlijken. Aletta Jacobs was, zoals ze zelf zei, een wereldburgeres.

Voordat het zover was had ze al haar strijdlust, doorzettingsvermogen, intelligentie, en geloof in de toekomst nodig gehad. Aletta Jacobs was een breekijzer.

Stel je voor dat je alles wat nu vanzelfsprekend is, nog moet bevechten. Iedereen vindt het idioot wat jij wilt, ook je vriendinnen. Met moeite krijg je privé-les in Latijn en Grieks, en je haalt het enig mogelijke diploma, dat van leerling-apotheker, ook maar vast. Je bent nog maar vijftien, dus sta je op een voetenbankje achter de toonbank om recepten uit te schrijven. Stel dat je alleen naar de middelbare school mag als toehoorster, en dat je daarna een brief aan Balkenende moet schrijven om als meisje te mogen studeren! Zo bepleitte Aletta Jacobs haar streven om huisarts te worden bij de toenmalige minister-president Thorbecke.

Stel dat je na uitgebreide correspondentie tussen Thorbecke en je vader naar de universiteit mag: voor de proeftijd van een jaar, de moeilijke vakken mag je niet bijwonen en de pauze moet je doorbrengen in een apart lokaal. Je houdt vol, dagelijks gehinderd door arrogante medestudenten en professoren. Jaar in jaar uit nederig toestemming vragen, je voor tweehonderd procent bewijzen en alsmaar negatieve reacties. Maar je zet door. In Nederland ben jij de eerste die deze dingen voor elkaar krijgt, zonder enig voorbeeld, daar ben je ook wel trots op.

Je opleiding tot huisarts wordt in 1879 voltooid. Weliswaar word je gesteund door je vader en je broer die ook allebei arts zijn, maar als je in Amsterdam je eigen praktijk durft te openen, word je uitgemaakt voor rotte vis. Je collega's verwachten dat je voor lagere tarieven werkt en je werkzaamheden beperkt tot 'vrouwenzaken'.

Stel dat je promoveert, terwijl de kranten schrijven dat je alleen maar op publiciteit uit bent. Stel dat je vijftien jaar lang gratis medische hulp biedt aan volksvrouwen en voorlichting geeft over hygiëne, zuigelingenzorg en geboortebeperking. Dat je begint te begrijpen hoe de maatschappij in elkaar steekt. De vrouw als tweederangs burger die geen zeggenschap over haar eigen lichaam heeft; het uitbuiten van hoertjes; de beroepsziekten van arbeidsters, zoals winkelmeisjes die de hele dag moeten staan, en naaisters die vijftien uur in benauwde ruimtes moeten werken. Steeds meer misstanden zie je om je heen.

Je introduceert een nieuw voorbehoedsmiddel, het pessarium, wat je uiterst kwalijk wordt genomen. Heren medici komen graag inlichtingen vragen en predikanten sturen hun vrouw naar je toe, maar in het openbaar word je door diezelfde mensen belachelijk gemaakt. Er is iemand die jouw vriend is en je altijd heeft bewonderd; maar wanneer je bij je huwelijk in 1892 geen eenzijdige belofte van gehoorzaamheid wilt afleggen, je eigen naam wilt blijven voeren en je eigen werkkamer behoudt, spreekt iedereen er schande van. En dan komt dat vreselijke verlies. Na al die inspanningen om vrouwen zorgvuldig te helpen, verandert je leven door de medische fout van een ander; je baby leeft maar één dag en je zult nooit meer kinderen kunnen krijgen. Veel mensen menen dat je dit met het geven van seksuele voorlichting over jezelf hebt afgeroepen...

Als je vijfentwintig jaar lang huisarts bent geweest, begin je in het openbaar te spreken over vrouwenkiesrecht. En weer zet je door, hoewel je op straat niet alleen door mannen maar ook door vrouwen wordt genegeerd. Als zelfstandig belastingbetaler doe je een officieel verzoek om te mogen stemmen, maar eerst word je afgewezen door de Amsterdamse Gemeenteraad, vervolgens door de Arrondissementsrechtbank en ten slotte, met een onzinnige argumentatie, door de Hoge Raad. Toch blijf je in je streven geloven en ga je door, tegen de stroom in. Je hebt vrienden, maar je echtgenoot is in 1905 overleden en je bent vaak ontzettend alleen. Met lang en hard werken slaag je in je opzet. Met een rotsvast vertrouwen in de redelijkheid van de mens ben je als eerste door de barrières gebroken. In 1919 komt er eindelijk actief vrouwenkiesrecht. Je viert feest in het Concertgebouw, want Nederland is ingrijpend veranderd en sommige dingen, zoals de zaak van de vrede, worden op wereldniveau door anderen verder gedragen. Gelukkig maar, want je bent moe.

In 1922, als je achtenzestig bent, mag je voor het eerst naar de stembus. Op je zeventigste verjaardag neem je vele blijken van respect in ontvangst. Je hebt het allemaal niet voor niets gedaan, het was de moeite waard. Voor volgende generaties is de deur op een kier gezet. En je denkt: er is nog zoveel te doen in de wereld; in andere landen en culturen zullen ook weer meisjes moeten vechten voor hun deelname aan onderwijs en maatschappij. Totdat het voor iedereen vanzelfsprekend is...

                                      * * * EINDE * * *
Bron : "Grote Nederlanders voor de jeugd (van 9 tot 99 jaar)" door De Schrijvers van de Ronde Tafel.
            Arend van Dam & Martine Letterie.
            Veen Magazines, Diemen, 2004. ISBN: 90-769-886-33
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door saagje om 00:00 9 reacties Reageer op dit bericht

Kasteel Batestein en de Grote Geus

Kasteel Batestein en de Grote Geus
- historisch verhaal -
Van kasteel Batestein, aan de rand van de binnenstad van Vianen, bestaan nu nog maar een paar resten. Niets herinnert er meer aan dat op dit kasteel rond 1565 wereldgeschiedenis werd geschreven. Het was de plek waar de edelen uit Nederland samenkwamen om te bespreken hoe ze iets konden doen tegen de keiharde maatregelen van de Spaanse bezetter, en dan vooral de kerkelijke inquisitie.

Kasteel Batestein was het domein van Hendrik van Brederode, de leider van het Verbond der Edelen dat - heel voorzichtig, heel strategisch - in actie kwam tegen de Spanjaarden. Op het kasteel werd het eerste concept geschreven van het beroemde Smeekschrift der Edelen.

Eind maart 1565 vertrokken de edelen naar Brussel, waar zij hun smeekschrift aan de landvoogdes Margaretha van Parma wilden aanbieden. Als laatsten verscheen, op 5 april 1565 's middags tussen twaalf en een, ook Hendrik van Brederode - hij trotseerde eventuele preventieve acties van het Spaans gezag. Hij vormde de staart van een lange stoet van wel 400 edelen. Van Brederode voerde het woord. Hij legde er de nadruk op dat de edelen geen oproer kraaiden, en dat hun geschrift ook niet tegen het Spaanse gezag was gericht: ze wilden slechts verzachting van maatregelen tegen de aanhangers van de nieuwe godsdienst, het protestantisme, en opschorting van de inquisitie. Het optreden van de edelen was waardig en hun smeekschrift uitgesproken beheerst.

Margaretha zegde Hendrik van Brederode toe dat zij de boodschap aan Madrid zou overbrengen en kondigde alvast enige matiging af in de maatregelen tegen ketters. Hendrik bood na afloop van de geweldloze demonstratie zijn honderden vrienden een feestmaal aan. Daar sprak hij ze toe en hij vermeldde dat Graaf de Barlaymont, een van Margaretha's naaste adviseurs, haar bij de aanbieding had toegesfluisterd: "Ce ne sont que des gueux." (Het is maar een stelletje bedelaars). Hendrik stelde voor dat de protestbeweging vanaf dat moment "Geuzen" als erenaam zou gaan gebruiken. Dat voorstel werd met een luid "Vive les Gueux!" beantwoord.

Maar het smeekschrift had weinig effect. De Spaanse koning Filips II had geen enkel mededogen met de ketters in Holland. Ook nieuwe smeekschriften hielpen niet. Het gevolg was hooguit dat Hendrik van Brederode steeds meer als de vijand van Spanje werd gezien.

Margaretha van Parma, die in Vianen een spion had zitten, werd op de hoogte gehouden van alle subversieve activiteiten daar, zoals het feit dat in Vianen "livres mauvais" werden gedrukt: slechte boeken, boeken dus waarin de nieuwe godsdienst werd aangeprezen. Vanaf 1563 werden namelijk - met goedkeuring van Hendrik van Brederode - boeken en pamfletten gedrukt die elders verboden waren. Als vrijheer van Vianen trok Hendrik van Brederode zich niets aan van de censuurregels die door koning Filips II werden uitgevaardigd.

In Vianen heerste ook vrijheid van godsdienst. Van de Beeldenstorm, die inmiddels vanuit de zuidelijke contreien over de Nederlanden raasde, moest Hendrik weinig hebben. Dat de heiligenbeelden uit de kerken werden weggehaald, kon hij billijken, dat ze werden kapotgeslagen, vond hij te ver gaan.

Het vreedzame verzet van de edelen werd langzaam grimmiger en gewelddadiger. Kasteel Batestein werd een van de haarden van de gewapende actie. Vianen begon versterkingen rond de stad te bouwen. Dat Hendrik kanonnen had gekregen van Willen van Oranje viel bij de Spanjaarden niet in goede aarde. Van Brederode vond dat onzin, hij liet hen weten dat hij zijn kleine stadje slecht wilde verdedigen tegen "geboefte, rovers en snaphanen."

Maar wanneer koning van Spanje Filips II de hertog Alva naar de Nederlanden stuurt om de oproer de kop in te drukken wordt Vianen ingenomen. Van Brederode was al weg om Amsterdam te verdedigen en Hendriks bezittingen vervallen aan de Spaanse koning. Grote delen van de muren om de stad worden geslecht, de poorten onklaar gemaakt, passages door de grachten gelegd; Vianen wordt een ontmantelde vesting en zou dat altijd blijven.

                                      * * * EINDE * * *
Bron : "De Brug. Een theatrale reis door de geschiedenis van Vianen en Vreeswijk in acht episoden en twaalf            gedichten"
           uitgegeven ter gelegenheid van locatieproject 'De Brug', gespeeld op 5, 6 en 7 juli 2007 in Vianen en            Vreeswijk. Uitg. J. Olivierse, Vianen, 2007.
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door saagje om 00:00 6 reacties Reageer op dit bericht

De Arnhemse zwaardveger

De Arnhemse zwaardveger
- historisch verhaal -
Toen Prins Willem van Oranje in 1568 het veld had moeten ruimen, hadden de Spanjaarden daarover niet weinig praats. Alva zelf ging hun daarin voor. Hij toonde zich overmoediger dan ooit te voren. Hij schreef brieven vol grootspraak over de gelukkige afloop van zijn veldtocht, en zijn hovelingen, officieren en soldaten volgden hem - elk op zijn eigen wijze - in het bluften na.

In het veerschip van Antwerpen naar Brussel zat een zwaardveger uit Arnhem, Wolfert geheten, in gezelschap van enige Spanjaarden, die wedijverden in schelden en smalen op de Prins van Oranje, en snorkten en pochten, dat één Spaans lansier tien van die dronken Hoog-Duitsers en vertwijfelde Geuzen aan zijn lans reeg.

"Wat!" riep Wolfert, van wie het bloed begon te koken, "van die Spaanse lansiers werp ik er honderd op een rij uit het zadel." - "Dat zal je waar maken!" zeiden de Spanjaarden, en voerden, te Brussel gekomen, de zwaardveger mee naar hun overste, die hem bij Alva ging beschuldigen.

De hertog had juist, maar op zijn manier, een vrolijke bui, en zei tot de zwaardveger, die bevend voor hem stond: "Je zult doen, wat je gezegd hebt, of hangen." Wolfert bad en smeekte, gaf nu de schuld aan de losheid van zijn tong, dan aan het bier dat hij gedronken had, maar al te vergeefs. Alva wilde daad of straf. Echter - 't was iets zeldzaams, maar hij was nu eenmaal in een goede stemming - hij liet zich tot afslag bewegen: van honderd kwam hij op vijftig, van vijftig op vijfentwintig, en uiteindelijk daalde hij zelfs af tot drie. Maar minder deed hij het niet, en de zwaardveger moest aan de slag. De hertog beval, dat men hem het beste paard uit zijn stal en een goede lans zou geven. "Of ik hem tegen drie of tegen honderd laat vechten," zei Alva tegen Don Fernando, die naast hem stond, "is toch om het even, want de eerste de beste van uw lansiers steekt hem immers overhoop."

In de tegenwoordigheid van de hertog en Don Fernando en het gehele hof had het toernooi plaats, en heel Brussel liep uit om te kijken. Drie moedige Spanjaards reden in het strijdperk; Wolfert tegenover hen. "In Godsnaam!" dacht deze, rende moedig op de eerste af en wierp hem met één loop uit het zadel. "Knap gedaan van zo'n Geus!" dacht Alva, "maar wij zullen zien, hoe hij het met de tweede doet." Precies als met de eerste. Met ingehouden adem letten nu al de toeschouwers op, hoe het met de derde Spanjaard af zou lopen. Blijkbaar legde deze het er op toe, om met een forse stoot de Geus enige voeten achter zijn paard over de kop te laten duikelen. Doch Wolfert ontweek de stoot, maar trof zijn vijand evenmin en beiden vlogen elkaar in pijlsnelle vaart voorbij. Maar even snel wendden beiden, om met een tweede ren beter hun kans waar te nemen; doch nu was Wolfert de Spanjaard één ogenblik te vlug af, en deze maakte juist dezelfde buiteling, die hij de zwaardveger had willen laten doen.

Een daverend gejuich begroette de overwinnaar. Don Fernando knarste op de tanden en wilde dat de Geus, die zijn ruiters te schande gemaakt had, toch gehangen zou worden. Maar Alva wilde nu niet tegenover heel Brussel zich aan zulk een woordbreuk schuldig maken; integendeel, hij gaf zich graag eens het voorkomen van rechtvaardig te zijn. En niemand was blijer dan Wolfert, toen hij, na een diepe buiging voor de hertog gemaakt te hebben, op vrije voeten heen mocht gaan.

                                      * * * EINDE * * *
Bron : "De oude tijd; geschiedenis, maatschappelijk en huiselijk leven, monumenten, volkseigenaardigheden, overleveringen, kunst, nijverheid, gebruiken, kleding, volksverhalen, spreekwoorden, liedjes uit Noord- en Zuid-Nederland"
           door J. ter Gouw met medewerking van vaderlandsche geschied- en oudheidkundigen. A.C. Kruseman, Haarlem, 1871, p. 29-30.
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door saagje om 07:23 6 reacties Reageer op dit bericht

Meer van 'VOLKSVERHALEN'

↑ Terug naar de berichten