Naar de inhoud

Terugblikken

akke.beakke.be

Archief

Oude jaar



Oude jaar

Oude jaar! o, laat ons rusten,
Omzien eer wij verder gaan;
't Nieuwe jaar word' niet begonnen
Eer we hebben stilgestaan.
Eer we in ernst ons zelven vroegen:
Deed ik waarlijk, wat ik kon?
Ben ik wijzer, beter, vromer,
Dan toen 't jaar zijn loop begon?

God gaf ons Zijn zon en regen,
Gaf ons vreugde, gaf ons smart;
Maakten wij genot en lijden
Tot een zegen voor ons hart?
Oude jaar! de jaren vlieden,
En zij keerden nimmer weer:
Ieder jaar dan vind' ons verder,
Vind' ons beter, meer en meer!

Oud moedertje



Oud moedertje

Oud moedertje strompelt naar buiten
en sprokkelt wat spaandertjes hout
de wind blaast zo vinnig uit 't oosten
het is in haar hutje zo koud
de wind blaast zo vinnig uit 't oosten
het is in haar hutje zo koud

De buurjongens zijn aan het spelen
Koen, Willem, Johannes en Piet
ze rijden elkaar in de sleden
en weten van kou noch verdriet
ze rijden elkaar in de sleden
en weten van kou noch verdriet

Daar zien z'in de verte het oudje
kom vlug op een drafje er heen
dan helpen wij buurvrouw een handje
zij is zo gebrekkig ter been
dan helpen wij buurvrouw een handje
zij is zo gebrekkig ter been

Gezegd en gedaan en zij zoeken
en sjouwen en draven maar aan
en brengen een mutsaert tezamen
die het oudje niet wegdragen kan
en brengen een mutsaert tezamen
die het oudje niet wegdragen kan

Het dragen alleen dat behoeft niet
de slede staat immers al klaar
kom jongens nou ieder een handje
voor één is dat vrachtje te zwaar
kom jongens nou ieder een handje
voor één is dat vrachtje te zwaar

Daar gaan ze al trekkend en schuivend
't oude vrouwtje volgt al hijgend de stoet
bij 't hutje klinkt vriendelijk "Dank je"
o jongens wat was je toch goed
bij 't hutje klinkt vriendelijk "Dank je"
o jongens wat was je toch goed

Ze mompelen wat aan en gaan verder
"Wat dom van ons jongens", zegt Koen
"Ze had op het hout kunnen zitten
Wij hadden dat best kunnen doen"
"Ze had op het hout kunnen zitten
Wij hadden dat best kunnen doen"

De winter begint



De winter begint

De tak die schudt haar blaadjes af
Het egeltje gaat slapen
De eekhoorn rent maar in het rond
Om nootjes op te rapen

De ganzen vliegen samen weg
De vlinders zijn verdwenen
Een dikke grijze pissebed
Kruipt weg onder de stenen

De mieren lopen naar hun hoop
En blijven lekker binnen
De eerste sneeuwvlok dwarrelt neer
De winter kan beginnen

Limburg



Limburg, mijn vaderland

Waar in 't bronsgroen eikenhout
't Nachtegaaltje zingt;
Over 't malsche korenveld
't Lied des leeuwriks klinkt;
Waar de hoorn des herders schalt
Langs der beekjes boord:
Daar is mijn Vaderland,
Limburgs dierbaar oord!
Daar is mijn Vaderland,
Limburgs dierbaar oord!

Waar de breede stroom der Maas
Statig zeewaarts vloeit;
Weeld'rig, sappig veldgewas
Kost'lijk groeit en bloeit;
Bloemengaard en beemd en bosch
Overheerlijk gloort:
Daar is mijn Vaderland,
Limburgs dierbaar oord!
Daar is mijn Vaderland,
Limburgs dierbaar oord!

Waar der Vaad'ren schoone taal
Klinkt met held're kracht;
Waar men kloek en flink van aard
Vreemde praal veracht;
Eigen zeden, eigen schoon
't Hart des volks bekoort:
Daar is mijn Vaderland,
Limburgs dierbaar oord!
Daar is mijn Vaderland,
Limburgs dierbaar oord!

Waar aan 't oud Oranjehuis
't Volk blijft hou en trouw,
Met ons roemrijk Nederland
Eén in vreugd en rouw;
Trouw aan plicht en trouw aan God
Heerscht van Zuid tot Noord:
Daar is mijn Vaderland,
Limburgs dierbaar oord!
Daar is mijn Vaderland,
Limburgs dierbaar oord!

Klompertje



Klompertje

Klompertje en zijn wijfje
Die gingen vroeg opstaan,
Om met hun boter en eiertjes
Al naar de markt te gaan.

Ze waren halverwege,
Halverwege den dijk,
Toen braken al de eiertjes
En 't botertje viel in 't slijk.

Het speet 'r niet om d'r eiertjes,
Maar om d'r mooien doek,
Dien ze gister pas gemaakt had
Van Klompertje's beste broek.

Leugenliedje



Leugenliedje

Toen 'k lest in Lombardije kwam,
Hoor eens, wat ik daar vernam:
't Koetje zat bij 't vuur en spon,
't Kalfje lag in de wieg en zong,
't Katje karnde boter,
't Hondje waschte de schotels,
De zwarte muis, die veegde 't huis,
De zwaluw droeg de mot er uit
Op zijn vergulde vleugeltjes;
Zijn dat geen dikke leugentjes?

Meer van Terugblikken

↑ Terug naar de berichten