Naar de inhoud

Terugblikken

akke.beakke.be

Archief

Jokkebrok



Jokkebrok

Anneliesje heeft gejokt
om een tweede koekje
Anneliesje zit beschaamd
in een donker hoekje.

O, wat tikt die nare klok :
‘jokkebrok, jok-ke-brok!’
Kom, ga spelen in de zon
zei daareven moesje
Zus en Jan zijn in den tuin
heb je iets mijn poesje?

O, wat tikt die klok nu raar :
‘zeg het maar, zeg-het-maar!’

Anneliesje heeft zoo'n spijt
schreit stil in haar hoekje
heel gauw zegt ze aan moeders oor
alles van dat koekje.

Hoor je, hoe de klok nu doet?
‘zóó is 't goed - zóó-is-'t goed!’

Koppig



Koppig

Hannes loopt op klompen
Zimpe zampe zompe
Door de plassen dat het spat
Broek en kousen worden nat
Moeder roept: Hannes laat het hoor
Hannes trapt maar dapper door
Hij laat zich niet lompen

Hanneske zit buiten
Ritte ratte ruite
Op de ruiten krast hij daar
Vader vindt het schriklijk naar
Roept: zeg, Hannes wees wat stil
Denk je dat hij 't laten wil
Hij laat vader fluiten.

Hannes zit te morren
Lirre larre lorre
In de school als meester zegt:
Hannes zit wat beter recht
Kijk naar 't bord, kijk in je boek
Brommig roept hij: wel dat doe 'k
Wat geeft hij om knorren

Hannes zit te brommen
Rimme ramme romme
Op zijn vader op zijn moe
Snauwt zijn broers en zusjes toe
Heeft met niemand ooit geduld
Zeg hem: jij hebt zelf de schuld
Nou daar mot je om komme

Wil je 't eens probeeren
Lirre larre leere
Iets te maken van het kind
't Is verloren moeite vrind
Jongetjes zo vol venijn
Kind'ren die zo koppig zijn
Kun je niet bekeren

Vroeg vogeltje



Vroeg vogeltje

Vogeltje wat zingt gij vroeg
wat zingt gij vroeg
pas ontwaak ik uit mijn dromen
of ik hoor u in de bomen
is de dag niet lang genoeg
is de dag niet lang genoeg?

Knaap, als ik mijn morgenzang
mijn morgenzang, mijn morgenzang
reeds een tijd lang heb gezongen
komt gij uit uw bed gesprongen
schijnt de dag u dan te lang
schijnt de dag u dan te lang?

Avondgebedje



Avondgebedje

ik ga slapen ik ben moe
Sluit mijn beide oogjes toe
Here houd ook deze nacht
Over mij getrouw de wacht

Het boze dat ik heb gedaan
zie dat Here toch niet aan
schoon mijn zonden velen zijn
maak om Jezus wil mij rein.

Zorg voor de arme kindren Heer
en herstel de zieken weer
ja voor alle kindren saam
bid ik U in Jezus naam.

Sta mijn ouders trouw te zij
wees mijn vrienden ook nabij
geef ons allen nieuwe kracht
door de rust van deze nacht.

Doe mij dankbaar en gezond
opstaan in de morgenstond
als ik mijn oogjes open doe
lacht Uw zon mij vriendlijk toe.

Amen

Ons poesje



Ons poesje

Op een keer vloog er een vliegje
nog zo jong en nog zo klein
vrolijk rond bij ons in het tuintje
in de warme zonneschijn.

Maar een spin had daar haar webje
en ons vliegje vloog erin
raakte vast in al die draadjes
wat een pretje voor de spin.

Net was onze spin aan het smullen
of daar kwam een mus daarbij
die zei hap en spin en vliegje
waren binnen allebei.

Plots verscheen ons poesje
in de heg en pakte haar
en zo kwamen al die diertjes
in een buikje bij elkaar.

De kleinste



De kleinste

In 't groene dal, in 't stille dal
Waar kleine bloempjes groeien
Daar ruist een blanke waterval
En druppels spatten overal
Om ieder bloempje te besproeien
Om ieder bloempje te besproeien
Ook het kleinste

En boven op de heuveltop
Waar hoge bomen groeien
Daar zweept de stormvlaag fel en bits
Daar treft de rose bliksemflits
En splijt,bij 't daav'rend onweer loeien
En splijt,bij 't daav'rend onweer loeien
De grootste

Omhoog, omlaag, op berg en dal
Ben 'k in de hand des Heerens!
Toch kies ik, als ik kiezen zal
Mijn stille plek, mijn waterval
Toch blijf ik steeds, naar mijn begeren
Toch blijf ik steeds, naar mijn begeren
De kleinste

Een huisje



Een huisje

Ik ken een aardig huisje,
't Is niet van steen of hout.
Het heeft geen deur of venster,
En toch is 't net gebouwd.

Dat aardig, snoeprig huisje
Is één vertrek maar rijk,
Slaapkamer is 't en keuken,
Ja, alles tegelijk.

Eenvoudig is 't van binnen,
Geen spiegel aan den wand,
Geen tafel en geen stoelen,
Geen bed of ledikant.

En die er woont in 't huisje,
Krijgt niemand ooit te gast,
Omdat zijn kleine woning
Voor één persoon maar past.

"O, wil ons eens vertellen,
Waar toch dat huisje staat."
Ja, 't vreemdst is, dat dit huisje
Meest heen en weder gaat.

Want de eig'naar en bewoner
Is daarmeê zoo tevreê:
Op wandeling en reizen
Altijd sleept hij het meê.

Meer wil ik nu niet zeggen,
Nu raadt gij 't met gemak.
Dat aardig, snoeprig huisje
Is 't huisje van een ....

Een middagslaapje



Een middagslaapje

Wie rusten wil in 't groene woud
Wie rusten wil met lusten
Hij kieze een plekje dicht in 't hout
En vlije zich tot rusten
Een peluwtje van mollig mos
Een kussentje van varen
En een gordijn van bláren
Geeft zoete middagslaap in 't bos

De hemel van het ledikant
Blinkt prachtig blauw door 't lover
De heesters sling'ren om de rand
De bloesem hangt er over
Het koeltje fluistert met de vliet
De dart'le vlinders spelen
De nachtegalen kwelen...
Is 't niet een lieflijk wiegelied?

En 't best is, dat het groene woud
Met koelte en rust u lavend
Van u geen zilver vraagt of goud
Al slaapt gij tot de avond
't Vraagt enkel: Zijt ge mat of moé...
De slaapsteé is voor allen:
En is ze u goed bevallen
Dan krijg gij 't avondgoud nog toe!

J.P. Heije

Meer van Terugblikken

↑ Terug naar de berichten