Veiligheid
|
Veiligheid In tijden waarin de onzekerheid toeneemt, wordt de illusie versterkt dat er zoiets als zekerheid bestaat, met het gevolg dat men ertoe neigt om die hersenschim te gaan najagen en dan beleeft het verzekeringswezen gouden tijden. Iets gelijkaardigs gebeurt in de nostalgie die een onbestaand verleden in het leven roept, samen met de neiging om te pogen het terug te winnen en ook dat verlangen geeft het ontstaan aan een gigantische industrie. De afwezigheid van een verschijnsel versterkt dikwijls zijn aanwezigheid en deze paradox vindt een climax waar wij geconfronteerd worden met de eindigheid van ons bestaan: degenen die er plotseling niet meer zijn, laten een afwezigheid achter die voelbaarder is dan hun aanwezigheid destijds, die immers door gewenning nog nauwelijks werd opgemerkt. De industrie welke voortvloeit uit het eeuwigheidsverlangen is wellicht de meest bloeiende van allemaal. Toenemende onzekerheid gaat gepaard met een valse herinnering aan zekere tijden - vals, omdat het in feite niet gaat om (on)zekerheid maar wel om gevoelens van (on)zekerheid. En zo blijkt dat het niet zozeer de zekerheid is die wij nastreven doch het gevoel dat gepaard zou gaan met een toestand van zekerheid indien die zou bestaan. Om alsnog dat gevoel te krijgen, moeten wij onszelf in de illusie brengen van de mogelijkheid van zekerheid en dat kunnen wij alleen doen door een zekere afbeelding van de werkelijkheid - of dus een fictie - met de werkelijkheid zelf te verwisselen. We maken een model van hoe de wereld er overeenkomstig onze eigenste verlangens hoort uit te zien en dan proberen wij uit alle macht om de wereld in dat model te wringen. Die activiteit dwingt ons uiteraard om het bestaan van alles wat niet in ons model past, te ontkennen en te elimineren en om tegelijk alles wat volgens ons model aan de werkelijkheid ontbreekt, er maar aan toe te voegen alsof het wel degelijk bestond en dat zijn uiteraard de beruchte nieuwe kleren van de keizer die een verboden hilariteit opwekken. Dat een vals werkelijkheidsbeeld ons parten speelt, behoeft geen betoog: wij bezeren het hoofd aan een hindernis die er (naar onze maatstaven) niet mocht zijn en wij belanden in het water op de plek waar (naar onze maatstaven) een brug ontbreekt. Het stoten van ons hoofd aan onvoorziene hindernissen en het in het water belanden op plaatsen waar de brug ontbreekt, zijn 'bijwerkingen' van het kostelijke placebo van de illusie welke het ontbreken van een medicament tegen de realiteit moet verhullen. Het voorgewende verlangen naar zekerheid - dat in feite een verlangen is naar een zekerheidsgevoel - is recht evenredig met de onmogelijkheid om het vervuld te zien: het is een hardnekkige wil die botst op een nog veel koppiger onwil van de feiten en daarom is in tijden van onzekerheidsgevoelens de botsing tussen wat wij verlangen en wat is, zo pijnlijk. Het onmogelijke verlangen laat ons verweesd achter omdat het object van ons verlangen niet of niet langer bestaat. Waarschijnlijk zijn vanuit die nostalgie het sint-maarten- of het sinterklaasfeest de sprookjesachtige vergunning aan kinderen om onmogelijke wensen nog een keer vervuld te weten vooraleer de volwassenheid de harde werkelijkheid zonder mededogen zal ontsluieren en ontketenen. Een sleutelbegrip inzake het hier aan de orde zijnde fenomeen van de zekerheid is 'garantie', verwijzend naar het werkwoord 'garanderen' dat de activiteit van het beveiligen omvat. Zekerheid is met andere woorden een kwestie van verzekeren of zeker maken, en zal derhalve bestaan in gradaties welke evenredig zijn met de inspanningen waaruit het verzekeren of het bewaken bestaat. De bewaker is degene die de aanvaller afweert en die vecht tegen alles en allen die ongewenst zijn en het gevoel van zekerheid is de vrucht van zijn niet aflatende strijd. Het zekerheidsgevoel is dan nog het best uitdrukbaar als een veiligheidsgevoel: wij voelen ons veilig als en in de mate dat wij beschermd worden of als met andere woorden voor onze veiligheid gevochten wordt. Het zekerheidsgevoel berust op het vertrouwen in de strijdvaardigheid van wie zich over ons lot ontfermen. Gevoelens van onzekerheid worden derhalve versterkt waar wij moeten ondervinden dat niemand zich om ons lot (nog langer) zorgen maakt. En hier raken we misschien wel de kern van de zaak: zekerheidsgevoelens zijn de vruchten van een door liefde gedragen solidariteit. Wie zich bemind weten, voelen zich veilig maar opmerkelijk is wel dat zij het degenen die hen liefhebben niet kwalijk nemen waar dezen inzake het verzekeren van hun veiligheid alsnog falen en wel hierom, dat zij doen wat zij kunnen en dat zij uiteindelijk voor hun beminden borg staan met hun leven. Waar de liefhebbenden zich geofferd hebben, leggen wie verstand hebben zich bij de verdere feiten neer omdat zich dan het absolute van de liefde heeft voltrokken: getuigenis werd afgelegd waar het ultieme offer werd gebracht, waar het leven werd gegeven als losprijs voor de manifestatie van de liefde. Die genoegdoening ontbreekt volkomen waar in de illusie van zekerheden handel wordt gedreven: solidariteit kan weliswaar worden georganiseerd maar de motieven die daar spelen zijn heel anders dan in het geval waar liefde de motor uitmaakt van de bescherming van geliefden: de motieven achter de organisatie van solidariteit blijven egoïstisch, ze zijn een uitbreiding van de zelfbescherming welke standhoudt zolang er profijten mee gemoeid zijn en het zijn vooreerst die profijten die verdedigd worden en niet degenen die bescherming nodig hebben omdat liefde een zaak van noden is terwijl de zelfopoffering vreemd is aan de calculus van rechten en plichten. De verzekeringsmakelaar doet er alles aan om verlieslatende posten te elimineren, wat gebeurt middels de oorlogslogica die rechtstreeks volgt uit de logica van de kapitalistische economie en het privaatbezit. Maar dat die logica kortzichtig is, werd allang duidelijk in de ramp die het kortetermijndenken is: de consumptie die moet worden aangezwengeld voor de winst, maakt abstractie van de evenredige productie van milieuschade en afval die haar bijbeent, die haar inhaalt en die haar ten slotte in haar schaduw stelt en wel in die mate dat een catastrofe dreigt. Regeerders maken zich geen zorgen over de wereld die zij achterlaten eenmaal hun legislatuur om is. Het vertrouwen in instellingen wordt uiteindelijk beschaamd terwijl het vertrouwen in wie zich met hun leven borg stellen voor ons, onmogelijk bestraft kan worden. (J.B., 23 april 2026) |



