Neurodiversiteit - Aflevering 6: 'De uitvinding van de normaliteit'
|
Neurodiversiteit Aflevering 6: 'De uitvinding van de normaliteit' Het normaliteitsbegrip belandde via de statistiek en meer bepaald via de Gausscurve in de gezondheidsleer door toedoen van Adolphe Quetelet en in zijn bestseller “L'Homme Moyen” bepaalt deze Gentse wiskundige aan de hand van metingsgegevens van Schotse soldaten onder meer de nog steeds gebruikte BMI ter vaststelling van het ideale lichaamsgewicht maar evenzeer de gemiddelde of de normale en 'derhalve' ideale pols, bloeddruk en longcapaciteit.1 Het normaliteitsbegrip deed ook zijn intrede in het denken, in die zin dat de wijsheid van weleer werd vervangen door kennis gebaseerd op statistische gegevens of consensus. Merken we hierbij op dat op dit punt het volstrekt onpersoonlijke zijn intrede doet in de wereld van onze opvattingen: de consensus is wat 'men' denkt2, en het hoeft geen betoog dat dit niet noodzakelijk en zelfs meestal helemaal niet de waarheid is maar bovendien gaat het om het opduiken van stellingen waarvoor op de keper beschouwd niemand de verantwoordelijkheid opneemt omdat ze aan het collectief ontspringen, wat ze op het niveau brengt van de roddelpraat en van de reputatie. Aanvaardbare opvattingen zijn opvattingen van de meerderheid en zo ook verbergt zich deze onverantwoordelijkheid in de democratie waar beslissingen genomen worden op grond van een meerderheid en waar aldus het kwalitatieve door het kwantitatieve werd overgenomen. Robert Chapman wijst dan ook meteen op de rol van de groepsdruk bij het opleggen van de gangbare opvattingen: afwijkingen worden onverbiddelijk gestigmatiseerd en derhalve zeer gevreesd.3 Waar eertijds de zogenaamde gekken maar tevens de verstandelijk gehandicapten en de armen door de gemeenschap beschermd werden omdat zij het lastig hadden, vielen zij onder het kapitalisme gewoon als 'abnormalen' uit de boot en mede onder druk van overbevolking en werkloosheid werden zij (ingevolge de armenwet van 1834 die vooral kostendrukkend moet zijn) massaal opgesloten en vaak ook nog anderszins gestraft - vaak ter legitimatie van de ontvreemding van hun (erf)rechten en omdat zij het kraam van de Verlichting en van de moderne (kolonialistische en racistische) welvaartsstaat ontsierden.4 Pas enkele decennia later, bij het ontstaan van de psychiatrie, werden zij niet langer opgesloten en gefolterd maar opnieuw onder invloed van het kapitalisme gezien als zieken die genezen kunnen worden, of beter, als te manipuleren menselijk materiaal (“manipulable human material”5) waaruit men economisch profijt kan puren (“(...) to transform its value as an economic resource”6) en uitgerekend daar ligt de basis van het pathologie paradigma van Francis Galton dat nog steeds gangbaar is en dat door de beweging voor de erkenning van neurodiversiteit bevochten wordt.7 (Wordt vervolgd) (J.B., 7 april 2026) 1Robert Chapman, Empire of Normality. Neurodiversity and Capitalism, Pluto Press, London/Las Vegas 2023, pp. 34-38. 2Het gaat hier uiteraard om 'das Mann' waarop in 1927 Martin Heidegger wijst in zijn “Sein und Zeit”. 3R. Chapman, o.c., pp. 38-41. 4Chapman verwijst hiervoor uiteraard naar Michel Foucault met zijn behandeling van de geschiedenis van de waanzin. 5R. Chapman, o.c., pag. 43. 6R. Chapman, o.c., pag. 43. 7R. Chapman, o.c., pp. 41-44, verwijzend naar A. Scull, Madness and segregative Control: The Rise of the Insane Asylum, Social Problems 24, n° 3 (1977), pag 342. |










