Naar de inhoud

Tisallemaiet

Deze blog beoogt een duplicaat en/of een voortzetting van de blog Tisallemaiet (https://www.bloggen.be/tisallemaiet) - © J. Bauwens, Serskamp
akke.beakke.be
Deze blog beoogt een duplicaat en/of een voortzetting van de blog Tisallemaiet (https://www.bloggen.be/tisallemaiet ) - © J. Bauwens, Serskamp

Pas verschenen: Orpheus en Eurydike. Artikels d.d. 28 november 2025 t/m 18 maart 2026. (JB Serskamp 2026)

Pas verschenen: Orpheus en Eurydike. Artikels d.d. 28 november 2025 t/m 18 maart 2026. (JB Serskamp 2026):

https://www.boekenbestellen.nl/boek/orpheus-en-eurydike



3364622-78fabd12f2b071b277772b4026ac6daf.jpg


Neurodiversiteit - Aflevering 8: Eugenetica en de nazi's

 

Neurodiversiteit

Aflevering 8: Eugenetica en de nazi's

Sinds 1989 heet de Eugenetic (Education) Society uit 1906 het Galton Institute wiens voorstellen tot gedwongen euthanasie alsook sterilisatie voor geesteszieken echter door de Britse regering verworpen werden ofschoon sinds 1913 de Mental Deficiency Act de opsluiting van mentaal abnormalen goedkeurde met (na W.O.I in de V.S.) als argument: waarom geen mensen verbeteren als we dat ook met planten en dieren doen? In de V.S. werden mentaal gehandicapten gesteriliseerd en uit het land gehouden waarbij vooral zwarte vrouwen een bedreiging voor de zuiverheid van het blanke ras werden genoemd.1 De eugenetica had ook aanhangers onder marxisten en in de Sovjet-Unie en de (nog steeds bestaande) onderverdeling van het middelbaar onderwijs in drie typen is gebaseerd op de overtuiging van ene Cyril Burt dat intelligentie een erfelijke kwestie is. Ook in de kolonies vond de eugenetica ingang.2

Bezorgd dat zijn eugenetica in de vergeethoek zou geraken, schreef Galton in zijn laatste jaren een novelle over de utopische maatschappij 'Kantsaywhere'3 waar middels eugenetica het menselijk ras verbeterd werd maar zijn denkbeelden kregen pas gestalte door Hitler. Hitler zag de maatschappij als een organisme dat gezuiverd moest worden van parasitaire cellen, wat niet alleen leidde tot systematische sterilisaties maar ook tot massamoord in de jaren 1939 tot 1945, onder meer op 269.500 schizofrenen. Gehandicapte kinderen ('nutteloze eters' genoemd) werden gedwongen in instellingen geplaatst waar ze in het kader van de 'rassenhygiëne' massaal werden vergiftigd of op nog andere manieren omgebracht. Bleuler gebruikte de term 'autisme' al in 1911 maar in een andere betekenis; de huidige is van nazidokter Hans Asperger en hij noemde 'autist' alle oorlogsrekruten die zich geen soldatenmentaliteit konden aanmeten en behalve de bruikbare slimmeriken, werden zij allen omgebracht, naast onder meer zes miljoen joden. De door de horror van die ideologie geïnfecteerde psychiatrie volgens Kraepelin viel in ongenade en zo regeerden (in de jaren 1950) de andere psychologieën: Freuds psychoanalyse en het behaviorisme. Maar door het kapitalisme bleef het pathologie paradigma bestaan.4

(Wordt vervolgd)

(J.B., 9 april 2026)

1Robert Chapman, Empire of Normality. Neurodiversity and Capitalism, Pluto Press, London/Las Vegas 2023, pp. 57-58.

2R. Chapman, o.c., pp. 58-59.

4R. Chapman, o.c., pp. 59-64.


 

 

Neurodiversiteit - Aflevering 7: Zo verbant men de 'onproductieven'

 

Neurodiversiteit

Aflevering 7: Zo verbant men de 'onproductieven'

Verwant met Darwin was Francis Galton (°1822) beïnvloed door de pseudowetenschap van de frenologie en door de erfelijkheidsleer, wat sommeerde in zijn racistische opvattingen over blanke superioriteit. Van hem is het pathologie paradigma (overgenomen door de vader van de psychiatrie, Emil Kraepelin): dat de neuronormatieve dominantie van het kapitalisme legitimeert: wat niet voldoet aan de door het kapitalisme opgelegde neuronormativiteit, wordt beschouwd als ziek.

In zijn Hereditary Genius paste Galton Darwins idee van natuurlijke selectie toe op mentale eigenschappen door ze te combineren met Quetelets statistische bevolkingsanalyse en verwierp daardoor Descartes dualisme dat de geest afgesplitst had van het natuurlijke. Zijn doel: mensen rangschikken volgens hun natuurlijke capaciteiten door hen onder te brengen in klassen volgens hun verdiensten, en dit door de toepassing van de 'curieuze' wet over de 'afwijking van het gemiddelde'1, wat resulteerde in klassendenken - de opvatting dat sociale positie resulteerde uit individuele mentale capaciteit - maar ook in ideeën van racisme en blanke mannelijke superioriteit die hij met psychometrische testen probeerde te bevestigen en in zijn (misogyne) statistische ijver ging hij zelfs de vrouwelijke aantrekkelijkheid meten.2

In tegenstelling tot Quetelet beoordeelde Galtons 'eugenetica' statistische extremen in de positieve zin (bvb. een hoog IQ) als positief. Galtons paradigma verdrong de introspectieve benadering van Wilhelm Wundt en duwde de psychiatrie (van 'de vader van de psychiatrie' Kraepelin) in de richting van een 'massapsychiatrie', zeer bruikbaar voor het kapitalistisch systeem in de strijd tegen 'mentale degeneratie', beschreven in een brede waaier aan abnormaliteiten zoals (bij Bleuler) schizofrenie en autisme, in een populair eugenetisch gedachtegoed en zo schrijft Bleuler “(...) that the 'more severely burdened should not propagate themselves.'”3

(Wordt vervolgd)

(J.B., 8 april 2026)

1Robert Chapman, Empire of Normality. Neurodiversity and Capitalism, Pluto Press, London/Las Vegas 2023, pag. 48, verwijzend naar: Francis Galton, Hereditary Genius: An Inquiry into its Laws and Consequences, London, Macmillan, 1869, pag. 66, waar hij zelf zijn opzet als volgt omschrijft: “(...) to range men according to their natural abilities, putting them into classes separated by equal degrees of merit. […] The method I shall employ for discovering this is an application of the very curious theoretical law of 'deviation from the average.'”

2 Van Galton is evenwel ook de ontdekking van de uniciteit van vingerafdrukken het ontwerp van de eerste IQ-tests.

3R. Chapman, o.c., pag. 55.

 

 

Neurodiversiteit - Aflevering 6: 'De uitvinding van de normaliteit'

 

Neurodiversiteit

Aflevering 6: 'De uitvinding van de normaliteit'

Het normaliteitsbegrip belandde via de statistiek en meer bepaald via de Gausscurve in de gezondheidsleer door toedoen van Adolphe Quetelet en in zijn bestseller “L'Homme Moyen” bepaalt deze Gentse wiskundige aan de hand van metingsgegevens van Schotse soldaten onder meer de nog steeds gebruikte BMI ter vaststelling van het ideale lichaamsgewicht maar evenzeer de gemiddelde of de normale en 'derhalve' ideale pols, bloeddruk en longcapaciteit.1

Het normaliteitsbegrip deed ook zijn intrede in het denken, in die zin dat de wijsheid van weleer werd vervangen door kennis gebaseerd op statistische gegevens of consensus.

Merken we hierbij op dat op dit punt het volstrekt onpersoonlijke zijn intrede doet in de wereld van onze opvattingen: de consensus is wat 'men' denkt2, en het hoeft geen betoog dat dit niet noodzakelijk en zelfs meestal helemaal niet de waarheid is maar bovendien gaat het om het opduiken van stellingen waarvoor op de keper beschouwd niemand de verantwoordelijkheid opneemt omdat ze aan het collectief ontspringen, wat ze op het niveau brengt van de roddelpraat en van de reputatie. Aanvaardbare opvattingen zijn opvattingen van de meerderheid en zo ook verbergt zich deze onverantwoordelijkheid in de democratie waar beslissingen genomen worden op grond van een meerderheid en waar aldus het kwalitatieve door het kwantitatieve werd overgenomen.

Robert Chapman wijst dan ook meteen op de rol van de groepsdruk bij het opleggen van de gangbare opvattingen: afwijkingen worden onverbiddelijk gestigmatiseerd en derhalve zeer gevreesd.3

Waar eertijds de zogenaamde gekken maar tevens de verstandelijk gehandicapten en de armen door de gemeenschap beschermd werden omdat zij het lastig hadden, vielen zij onder het kapitalisme gewoon als 'abnormalen' uit de boot en mede onder druk van overbevolking en werkloosheid werden zij (ingevolge de armenwet van 1834 die vooral kostendrukkend moet zijn) massaal opgesloten en vaak ook nog anderszins gestraft - vaak ter legitimatie van de ontvreemding van hun (erf)rechten en omdat zij het kraam van de Verlichting en van de moderne (kolonialistische en racistische) welvaartsstaat ontsierden.4

Pas enkele decennia later, bij het ontstaan van de psychiatrie, werden zij niet langer opgesloten en gefolterd maar opnieuw onder invloed van het kapitalisme gezien als zieken die genezen kunnen worden, of beter, als te manipuleren menselijk materiaal (“manipulable human material”5) waaruit men economisch profijt kan puren (“(...) to transform its value as an economic resource”6) en uitgerekend daar ligt de basis van het pathologie paradigma van Francis Galton dat nog steeds gangbaar is en dat door de beweging voor de erkenning van neurodiversiteit bevochten wordt.7

(Wordt vervolgd)

(J.B., 7 april 2026)

1Robert Chapman, Empire of Normality. Neurodiversity and Capitalism, Pluto Press, London/Las Vegas 2023, pp. 34-38.

2Het gaat hier uiteraard om 'das Mann' waarop in 1927 Martin Heidegger wijst in zijn “Sein und Zeit”.

3R. Chapman, o.c., pp. 38-41.

4Chapman verwijst hiervoor uiteraard naar Michel Foucault met zijn behandeling van de geschiedenis van de waanzin.

5R. Chapman, o.c., pag. 43.

6R. Chapman, o.c., pag. 43.

7R. Chapman, o.c., pp. 41-44, verwijzend naar A. Scull, Madness and segregative Control: The Rise of the Insane Asylum, Social Problems 24, n° 3 (1977), pag 342.

 

Neurodiversiteit - Aflevering 5: De machinemens

 

Neurodiversiteit

Aflevering 5: De machinemens

In de elf hoofdstukken van zijn boek, diept Robert Chapman verder uit wat hij in zijn inleiding al ter sprake bracht.1 Teneinde de oorsprong van het pathologie paradigma te kunnen verklaren, legt hij in een eerste hoofdstuk over de opkomst van de machines uit, hoe ons begrip 'gezondheid' evolueerde: in de Oudheid gedefinieerd als een 'evenwichtstoestand' (“a form of harmony”2), gaat men gezondheid in de Verlichting (vanaf Descartes, die de mens als een machine beschouwt) zien als het gesmeerd lopen van de machine (“a mechanistic matter of working properly”3) en de idee dat de mens een machine is, wordt uiteraard hartelijk verwelkomd door het kapitalisme dat hem ook als een machine wil kunnen gebruiken: “the productive body”4).

Aanvankelijk beschouwd als een straf, ging Hippocrates5 de ziekten zien als natuurlijke lichamelijke of geestelijke problemen, niet met bezweringen oplosbaar maar met onder meer goede voeding en chirurgische ingrepen; het brein heette de zetel te zijn van waanzin, angsten, delirium en andere toen reeds erkende neurologische condities. Echter, sinds de dominantie van kolonialisme, Verlichting en vooral kapitalisme werd ziekte een zaak van statistische of medische 'normaliteit' (- waarvan in de Oudheid helemaal geen sprake was).6

De opvatting uit de oudheid dat gezondheid een zaak van evenwicht was, veranderde aldus met Descartes' dualisme tussen lichaam en geest en de auteur verklaart Descartes' specifieke wereldbeeld dat immers de hoop biedt dat de geest na de dood verder leeft, met de dood ingevolge roodvonk van diens vijfjarige dochter Francine. Descartes werd eerst genegeerd maar legde met zijn machinemens alsnog de basis voor de moderne geneeskunde; in 1643 beschuldigd van ketterij, moest hij vluchten en stierf in 1650 waarschijnlijk na vergiftigd te zijn met arsenicum door een katholieke priester in Zweden. 7

Uit het Romeinse Rijk dat stoelde op slavernij, kwam na de slavenopstanden vanaf de vierde eeuw het feodalisme op en dat hield aan tot in de vijftiende eeuw eerst het handelskapitalisme en dan ook het industrieel kapitalisme de wereld overspoelde met een exploderende productiecapaciteit alsook een bevolkingsexplosie. Armen werden aan hun lot overgelaten of te werk gesteld in de industrie en de kolonisering ging van start met wereldwijd een nieuwe en meer doortastende vorm van slavernij. Met Descartes zijn idee van de 'machinemens' leek zijn dochter wel verrezen als “'a walking, talking simulacrum'”8 en met de stoommachine, kwam onder meer het spingetouw Jenny, werd de arbeid geautomatiseerd en stegen de productiviteit en de winsten voor de nieuwe geldelite ten koste van de gezondheid van de loonslaven, waarbij vermeld moet worden dat ook de vrouwen en kinderen van de loonslaven werkten: thuis, zonder erkenning, onbetaald en in erbarmelijke omstandigheden die nieuwe ziekten brachten. Het lichaam werd nu beschouwd als een productiemachine en wie niet konden dienen in fabrieken, telden niet meer mee. De productiecapaciteit van de lichamen (van het werkvolk) werd wetenschappelijk bestudeerd met het oog op het opdrijven van het rendement dat nog een extra boost kreeg door een competitief kader en Karl Marx was de eerste die opmerkte hoe aldus de mens in een machine werd veranderd. In die context werd gezondheid niet langer gezien als een kwestie van harmonie maar als een zaak van normaliteit met, andermaal, de machine als norm voor de mens).9

(Wordt vervolgd)

(J.B., 6 april 2026)

1Robert Chapman, Empire of Normality. Neurodiversity and Capitalism, Pluto Press, London/Las Vegas 2023.

2R. Chapman, o.c., pp. 20v. Het betreft, bij Hippocrates, de balans tussen de vier 'humores' of lichaamssappen, gerelateerd aan de omgeving, bijvoorbeeld de seizoenen maar ook de maatschappij.

3R. Chapman, o.c., pag. 20 en pp. 23v.

4R. Chapman, o.c., pp. 29v.

5Gelijkaardige opvattingen over gezondheid als evenwicht vindt men eveneens in oude Indische tradities, bij Confucius in China, in het oude Egypte, bij de Inca's en bij Ibn Sina in de islamistische tradities.

6R. Chapman, o.c., pp. 20-23.

7R. Chapman, o.c., pp. 23-26.

8R. Chapman, o.c., pag. 29.

9R. Chapman, o.c., pp. 20-33.

 

Neurodiversiteit - Aflevering 4: Marx en de neurodiversiteit

 

Neurodiversiteit

Aflevering 4: Marx en de neurodiversiteit

Het neurodiversiteitsactivisme was oorspronkelijk rechts-liberaal en bleef haken aan het pathologie-paradigma dat het probleem wil oplossen met conversietherapie: men poogt dan de 'abnormalen' terug 'normaal' te maken. Daarentegen bleek de marxistische benadering - het plaatsen van het probleem in een politieke en economische context - vruchtbaarder: het ongeluk is niet te wijten aan de ongelukkige, het slachtoffer, maar aan een systeem dat mensen van zichzelf vervreemdt.1

Vervreemding of aliënatie is een centraal concept in het marxisme dat Chapman beknopt uitlegt. Door de industrialisering met haar machines met massaproductie die de ambachtslui van weleer wegconcurreert en die hen met het oog op overleven verplicht om in de fabrieken van een kapitaalkrachtige elite te gaan werken, vervreemden (werk)mensen van zichzelf omdat zij alleen nog uurtjes mogen kloppen aan andermans te gehoorzame machines zonder dat zij (mogen) weten wat zij maken en wat er met de vruchten van hun arbeid (de producten maar ook de winst) zal gebeuren. De vervreemding volgt uit de middeldoelomkering: het systeem gebruikt de mens in plaats van andersom en dat systeem is dan ook nog eens in handen van een niet werkende, alles opsouperende elite die haar werkvolk beschouwt als uit te buiten vee: de loonslavernij. De slaven weten niet meer wie zij zijn, uitbuiting doet hen vergeten dat zij mensen zijn want uiteraard willen de industrie en de kapitalistische economie - die de voorboden zijn van de oorlog - werkslaven - die de voorbode zijn van de frontsoldaten.

Als aanhangsels van de machines worden werklui gerobotiseerd, van hun uniek zijn of dus van hun menselijkheid ontdaan of dus geëgaliseerd, om dan verder alleen nog te dienen als brandstof voor de productie van winst voor hun uitbuiters. En de grootste vijand van de kapitalist is dan uiteraard de diversiteit: mannen, vrouwen en kleine kinderen worden allemaal herleid tot dezelfde werkkrachten, tot louter bedienden van de machines, in leven te houden om de machines draaiende te houden en verder niets meer. Vandaar is kapitalisme de bron bij uitstek van ontmenselijking in alle mogelijke vormen: slavernij, racisme, kolonialisme en zo meer.

Wie zich niet willen conformeren aan de machine, renderen niet voor de investeerders en krijgen het stempel van onbekwaamheid of ziekte, wat in feite betekent dat zij onbekwaam zijn tot onmenselijk werk, maar dit wegens een niet weg te werken menselijkheid. Het is nu eenmaal eigen aan totalitaire systemen dat zij hun fictie in de plaats stellen van de genegeerde werkelijkheid. De diversiteit, het kenmerk bij uitstek van de menselijkheid die bestaat door de uniciteit van elk individu, wordt door het kapitalistisch systeem de kop ingedrukt. Tussen haakjes: wat Marx nastreefde, was de bevrijding van de mens en allerminst zijn onderwerping aan de staatskapitalismen die de communistische systemen in wezen zijn - dat is wat kapitalisten ervan gemaakt hebben omdat zij begrepen dat het marxisme hen hun voorrechten zou ontnemen.

Via deze weg ontstaat het zogenaamde rijk van de normaliteit, 'The empire of normality', naar Chapsmans laatste paragraaf uit zijn inleiding tot het boek: een heel systeem dat de economie, de bureaucratie, de politiek en de cultuur bestrijkt om het kwaad te handhaven dat wortelt in het kapitalisme, de tot systeem verheven wet van de jungle die de menselijkheid uitholt onder de dreiging van de honger en de kou waaraan al wie het aandurven om daar van af te wijken, blootstaan. Deze aberratie ving reeds aan met Descartes zijn mensbeeld: 'l'homme machine', waardoor het wanbegrip van de normaliteit er bij het volk werd in geramd. De eugenetica van Galton, die massamanipulatie nastreeft, steunt op een darwinisme dat het industrieel kapitalisme met zijn klassenbegrip en dat van ras en gender, moet funderen met de normaliteit als motor. Chapman veroordeelt de antipsychiatrie (vertegenwoordigd door vooral Thomas Szasz) die immers het bestaan van geestesziekten ontkent en hij wil aantonen welk apparaat schuilgaat achter het paradigma van de pathologie om zo te komen tot wat de bevrijding van neurodivergentie vereist. Want reeds aast het kapitalisme erop om zelfs de diversiteit voor haar kar te spannen.2

(Wordt vervolgd)

(J.B., 3 april 2026)

1Robert Chapman, Empire of Normality. Neurodiversity and Capitalism, Pluto Press, London/Las Vegas 2023, pp. 7-10.

2Zie ook: R. Chapman, o.c., pp. 10-19.


 

 

Neurodiversiteit - Aflevering 3: Koppensnellers

 

Neurodiversiteit

Aflevering 3: Koppensnellers

Abnormaliteit, en derhalve ook de navenante ziektebeelden, worden geschapen door de politiek, met name door de hegemonie van een zeker normdenken en die normen en waarden steunen vaker op ficties, meer bepaald op de ficties van een totalitair systeem dat de realiteit (die divergent is) loochent. De bevrijding van de neurodivergentie is daarom vooreerst een aanklacht van zekere wetenschappelijke en culturele paradigma's die mensen totaal weerloos maken door hen een stempel te geven. Chapman schrijft (als ervaringsdeskundige): “I had been disabled by a neuronormative society. This, I came to see, had hindered my learning, my developement, and my prospects right from the beginning of my life. (...)”1

Maken wij hierbij nog de bedenking dat voor wie als medisch zus of zo bestempeld worden, de verleiding groot is om zich die stigmatisering te laten welgevallen. Ziekte immers, in tegenstelling tot zonde, neemt de schuld bij de betrokkene weg. Maar wat over het hoofd gezien wordt, is dat het kwaad zich bij de betrokkene blijft situeren - geheel onterecht, want dit kwaad ontkiemt aan de exclusie, de uitsluiting, welke een daad is die gesteld wordt vanuit het rijk van de normaliteit - en meer bepaald gaat het om een misdaad omdat verbanning zonder geldige reden de sociale dood van de betrokkene meebrengt, wat hem degradeert tot de categorie van de slaven, die immers ook 'sociaal dood' zijn, zoals betoogd door Dick Harrison die aan de geschiedenis van de slavernij een lijvige studie wijdde.2 Stigmatisering geeft, zoals bijvoorbeeld ook (onterechte) verwijten dat doen, een psychische en maatschappelijke druk waaronder men vroeg of laat moet bezwijken omdat de betrokkene gefrustreerd wordt door de discrepantie welke ontstaat tussen het stempel en de realiteit waarop het stempel wordt gedrukt: om de frustratie op te heffen, moet de bestempelde ofwel de maatschappij verwerpen en veranderen, ofwel het stempel aanvaarden, wat wil zeggen: zich gaan gedragen alsof de bestempeling terecht is. Telkens waar zich dat laatste voltrekt, wordt een mens als mens kapotgemaakt. De neuronormatieve maatschappij is zoals het gehele neoliberalisme een koppensneller. Het koppensnellen, een ritueel dat de mannelijkheid moet onderstrepen en waarbij van oudsher de koppen van vijanden worden afgehakt om als trofee te dienen, prijkt heden in een proper medisch kleedje zodat bekomen wordt dat miljoenen slachtoffers van deze waanzin de wereld rond zich gedwee naar de slachtbank laten geleiden.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 2 april 2026)

1Robert Chapman, Empire of Normality. Neurodiversity and Capitalism, Pluto Press, London/Las Vegas 2023, pag. 7.

2Harrison, Dick. (2019). De geschiedenis van de slavernij van Mesopotamië tot moderne mensenhandel, Uitgeverij Omniboek, Utrecht 2019. (Oorspr.: Slaveriets historia, Historiska Media,

Zweden 2015), pag. 36: “De slaaf is sociaal gezien dood.”

 






Neurodiversiteit - Aflevering 2: Helaas geen aprilgrap

Neurodiversiteit

Aflevering 2: Helaas geen aprilgrap

3364450-0dc6583d527b88537de7b1140adbb3ce.jpg

Kris Lippeveld, De toren van leviticus (2026)

Met dank aan de kunstenaar 

De 'neurodiversity movement' kwam op in de jaren 1990 en in 1997 sprak de New York Times in dat verband over 'neurological pluralism': in plaats van te spreken over te behandelen ziekten, (maar fundamenteel anders dan in de anti-psychiatrie), ging men alras inzien dat van de nood aan de erkenning van neurodiversiteit werk moest gemaakt worden zoals dat ook gebeurde met de erkenning van biodiversiteit en naast autisme kwamen in dat verband ook onder meer ADHD, bipolaire stoornis en borderline ter sprake, mede door het inzicht dat de oorzaak van die condities niet ligt bij de 'zieke': zij worden vaker uitgelokt door sociale omstandigheden en meer bepaald door persoonlijk sociaal, psychisch en fysiek leed veroorzaakt door onrecht.1

Ter illustratie hiervan moge hier andermaal verwezen worden naar de 'kast' waarin homo's werden/worden opgesloten (in feite gaat het om een 'kist' waarin zij 'levend begraven' worden) op het ogenblik dat zij - meestal in de puberteit - hun 'probleem' kenbaar maken aan hun ouders of opvoeders die tot voor kort (en in bepaalde gevallen nog steeds) te rade gingen bij de huisarts en/of bij de pastoor. In opdracht van de katholieke macht droegen deze 'vertrouwenspersonen' aan de betrokkene op, zijn of haar 'schande brengende' geaardheid af te zweren, wat het kind in kwestie opzadelde met de overtuiging dat het van nature niet deugde. Het hoeft geen betoog dat de garantie van het eigen 'levensunwerten Leben' (uit Hitlers eugenetica, waar men niet alleen sprak over de 'Vernichtung lebensunwerten Lebens' maar waar die ook voltrokken werd)2 geleverd door geliefde vertrouwelingen, de ziel van het betrokken kind meestal voor immer vernielt, waarbij het wordt opgezadeld met dan aan het kind zelf toegeschreven 'psychische aandoeningen'. Waar in het latere leven alsnog verzet hiertegen rijst, zal de betrokkene uiteraard niemand meer kunnen vertrouwen.

Omdat politici opportunistische machtswellustelingen zijn, laat het hen koud wat zij moeten doen om die macht te verwerven en de hoger genoemde katholieke macht, resulterend uit de samenzwering van politiek en even corrupt geloof, reeds in de eerste eeuwen na Christus, maakt zich sterk met uitgelezen teksten waarvan zij het volk voorliegt dat zij de verzekering bezit dat die van goddelijke oorsprong zijn. Die opvattingen mogen dan al volledig achterhaald zijn: nog steeds leest men de levieten aan wie het aandurven om te rebelleren tegen deze vormen van repressie en oppressie welke leiden tot de legitimatie van onder meer discriminatie, racisme en slavernij. In die gevallen worden de slachtoffers van deze niet geringe misdaden die vaak leiden tot moord en tot genocide, supplementair gestraft waar zij op de koop toe voor hun 'afwijking' de schuld in de schoenen geschoven krijgen, zodat zij naast 'abnormaal' ook nog eens tegelijk als ziek en als zondig worden bestempeld: als zondig door de religie en als ziek door de verlichte religie of de wetenschap, in casu de medische wetenschap, aan wie helaas de hoger beschreven arrogantie van alwetendheidswaanzin moet toegeschreven worden.3

In de marge van die afschuwelijke praktijken (die wij naar een voltooid verleden tijd wensen) die bekrachtigd worden middels religieuze teksten waarvan leiders van de betrokkenen religie garanderen dat hun auteur God zelf is, ontstaat geëngageerde kunst, getuige bijvoorbeeld De toren van leviticus (sic! 'leviticus' zonder kapitaal) van andermaal de kunstschilder Kris Lippeveld: de 'ivoren' toren van de farizeeën die een wet dicteren met beneden in de greppel de slachtoffers die zij aldus maken en die alsnog proberen om de onrechtplegers ter verantwoording te roepen. Echter, zoals inmiddels mocht blijken uit hun 'reacties' inzake kindermisbruik in de kerk, verkiezen de verantwoordelijken het om in hun toren te blijven totdat de storm over is om daarna prompt terug te keren en hun aloude posities in te nemen, alsof er geen vuiltje aan de lucht is.



(Wordt vervolgd)

(J.B., 1 april 2026)

1Robert Chapman, Empire of Normality. Neurodiversity and Capitalism, Pluto Press, London/Las Vegas 2023, pp. 4-5.

2Het begrip stamt al uit de Weimar Republiek met de publicatie van een tekst uit 1920, getiteld Die Freigabe der Vernichtung lebensunwerten Lebens van psychiater Alfred Hoche en strafrechter Karl Binding. Cf.: http://www.akj.rewi.hu-berlin.de/zeitung/08-16/material/fs16-16-unheilsvolleschrift.pdf . Veertien jaar later voltrokken de Duitse nationaalsocialisten in het kader van hun zogenaamde 'Rassenhygiene' de praktijk van de dwangsterilisatie voor ongewenste burgers ('Ballastexistenzen' genaamd) en vanaf 1939 tot het einde van W.O.II werden de betrokken 'zieken' massaal omgebracht, werd 'Kinder-Euthanase' gepleegd en vonden de beruchte massamoorden met gifgas plaats, achtereenvolgens: 'Aktion T4' 'Aktion 14f13' en 'Aktion Brandt'.

3Cf.: Neurodiversiteit, aflevering 1: Normaliteit en arrogantie: https://blog.seniorennet.be/tisallemaiet/archief.php?ID=2699233






Neurodiversiteit - Aflevering 1: Normaliteit en arrogantie

 

Neurodiversiteit

Aflevering 1: Normaliteit en arrogantie

Tot nog niet zo heel lang geleden werd ter gelegenheid van buikoperaties de (intacte) appendix die men daar aantrof maar meteen weggehaald omdat men dacht dat hij geen functie had. En men dacht dat omdat men zijn functie niet kende. De foute conclusie, nota bene gemaakt in medische kringen, berustte op de verkapte overtuiging dat niets kan bestaan wat buiten onze kennis ligt en derhalve is het uitgangspunt van die flater de overtuiging van de eigen alwetendheid. Bizar genoeg heeft aldus de appendix moeten wachten op erkenning. Die kwam er toen men inzicht kreeg in zijn functie. Als infecties de darmflora bedreigen, sluit de appendix een deel daarvan af van de besmette darm om die dan na het verdwijnen van de infectie weer in de darm los te laten.

Uiteraard beperkt het kort-door-de-bocht-geredeneer van het beschreven kaliber zich niet tot de eventuele functie van darmaanhangsels; zij betreft alle mogelijke levenssferen zonder onderscheid, onder meer die van de psychiatrie, met haar zogenaamde 'geestesziekten'. Een daarvan heet 'autisme' en deze 'abnormaliteit' werd tot voor kort gezien als sowieso problematisch, wat wil zeggen dat men nog geen weet had van deze 'afwijking' als opportuniteit voor een zich steeds meer divergerende en specialiserende menselijke samenleving. Want met de opkomst van de computer als bewustzijnsexplosief, blijken mensen met aanleg voor autisme zich vaker wonderwel thuis te voelen in de wereld van het internet. Uiteraard waren zij er vroeger ook, vooral dan - tenminste als zij geluk hadden - relatief verborgen en onzichtbaar in kloosters en in universiteiten maar sinds de gigantische communicatie- en bewustzijnsuitbreiding door het bestaan van het internet, smeekt men als het ware om uitgerekend die mensen die eertijds makkelijk gebrandmerkt werden als communicatief 'gestoord'.

De aangestipte arrogantie brengt een wereld in het vizier waarin men bij een buikoperatie de gehele darm verwijdert omdat men zijn functie niet kent en daar is in de eerste plaats bescheidenheid geboden, in de zin van respect voor de werkelijkheid zoals die is en inzicht in de beperktheid en in de voorlopigheid van het menselijke kennen, zo niet volgt niets minder dan de algehele zelfvernietiging. Want met dit probleem is men helemaal niet aan zijn proefstuk toe: Hitler rekende met de vermeende onvolkomenheden van 'zijn' volk af door degenen in wie hij ze meende te herkennen, gewoon af te slachten in speciaal daartoe opgerichte fabrieken: in enkele jaren tijd, zes miljoen mensen. De V.S. blijken momenteel dezelfde richting uit te gaan. Andermaal: dit alles kan gebeuren met dank aan ordinaire arrogantie.

Op zoek naar wie zich inlaten met de problematiek van 'biodiversiteit' en 'neurodiversiteit', een begrip dat momenteel emergeert vanuit een zich door crisis genoopt heroriënterende wereld, botst men op de gestudeerde auteur, tevens ervaringsdeskundige, Robert Chapman, die met zijn boek uit 2023, getiteld: Empire of Normality. Neurodiversity and Capitalism, het normale een kind noemt van het kapitalistisch systeem dat immers makkelijk manipuleerbare uniformiteit nastreeft en diversiteit bant. Maar het kapitalisme maakt van de wereld een vuilnisbelt en een plek vol ongeluk: het geloof in en de aanmoediging van diversiteit lijkt dan wel de weg bij uitstek om alvast de aberraties van de geldgod een halt toe te roepen. Omdat er geen twee dezelfde mensen zijn, is de enig mogelijke norm de afwijking ervan.

De wereld van de mens heeft niets te maken met die van de statistieken die door zekere potentaten aangewend wordt om ons te overmeesteren: hij zorgt voor de massaproductie van schoeisel met de gemiddelde schoenmaat die echter niemand past. Bij klachten antwoordt de dictator: onze schoenen zijn de perfectie zelf, het zijn uw voeten die ziek zijn, ze zijn abnormaal lang of kort; u bent degene die een ingreep moet ondergaan. Het ergste is uiteraard dat wij dit ook nog slikken, wij wringen onze voeten in het opgedrongen schoeisel en gaan mankend door het leven, als we niet al instemmen met bijvoorbeeld amputatie. Ver gezocht? Traditionele Chinese praktijken van vrouwenvoeteninbinding maar ook de westerse naaldhakkenmode spreken dat letterlijk tegen. En het gaat niet alleen over het schoeisel, het gaat over alles, ook over de manier waarop onze hersenen werken.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 31 maart 2026)






Over geloof en ongeloof

 

Over geloof en ongeloof

Religie en materialisme, het zijn de twee systemen die de wereld verdelen, vooral dan sinds de zeventiende eeuw, de zogenaamde Verlichting, met het grote vertrouwen in de zogenaamde Rede, die heden ten dage echter noodgedwongen afzwakt naar de zogenaamde 'consensus', vaak resulterend uit beslissingen op grond van een meerderheid, wat de vaste redelijkheid van weleer bijzonder problematisch maakt - denk maar aan wat Spinoza hier omtrent zegt in het spoor van Plato: de waarheid is in handen van de meest bekwamen, die een minderheid vormen.

Het materialisme dat alleen het bestaan van materie en energie erkent, ziet alles wat is door een micro-reductionistische bril, wat betekent: als samengesteld uit meer elementaire onderdelen en men stelt daar dat het samengestelde dan ook te begrijpen is vanuit het begrip van de onderdelen, met als bijzonderheid het geloof dat het samengestelde derhalve samenstelbaar moet zijn of dus namaakbaar.

Het gaat in het materialisme dus om een louter geloof, evenmin 'positief wetenschappelijk' gefundeerd als het godsgeloof. Wat dus betekent dat het zogenaamde 'ongeloof' geen resultaat is van het verwerpen van 'het' geloof doch in wezen eveneens berust op een geloof, zij het een heel ander geloof. Uiteraard is de keuze voor dit andere geloof makkelijk te verklaren vanuit de veronderstelling dat de betrokken 'believers' streven naar de kunde om zelf alles te maken, met andere woorden streven zij de (goddelijke) almacht na.

Reductionisten geloven in het zelf kunnen samenstellen van eenvoudige stoffen tot meer complexe en dat zijn dan uiteindelijk ook levende cellen, levende organismen, wezens met uiteraard hersenen die (in de materialistische visie op de zaak) bewustzijn produceren zoals de maag maagzuur produceert.

Edoch, hoe dat dan in zijn werk zou moeten gaan, wordt nog steeds niet begrepen en pogingen om bijvoorbeeld een tarwekiem te maken door deze samen te stellen uit wat men bij analyse als zijn onderdelen aantreft, blijkt helemaal niet te willen lukken: het product ziet er misschien uit zoals een kiem maar de door mensen gemaakte 'kiem' mist de kiemkracht die hem moet maken tot wat hij is.

Ook het begrip van de emergentie schiet tekort om hier verklaringen te kunnen brengen omdat het daar tenslotte gaat om een complementaire verklaringspoging naast de reductionistische. Het nieuwe, meer complexe, dat onvoorzien voortkomt uit het voorgaande, eenvoudigere, was niet voorspelbaar maar eenmaal het er is, wil men het alsnog reductionistisch kunnen 'verklaren'. Maar wat men dan doet, is nimmer verklaren doch louter beschrijven. Anderzijds heeft Aristoteles er op gewezen dat iets bewijzen eigenlijk niet meer om het lijf heeft dan het aanvaardbaar te maken, meer bepaald door het te situeren in een context van (reeds) aanvaarde dingen waaruit het dan lijkt voort te komen.

Emergentie verwijst ernaar dat de eigenschappen van het geheel wezenlijk anders zijn dan die van de onderdelen maar bestaande wiskundige 'raadsels' getuigen ervan dat het begrip hiervan quasi nihil is. Neem als voorbeeld het bollenprobleem uit de waarschijnlijkheidsrekening, de ton met zwarte en witte bollen waaruit men bollen opvist en waarbij blijkt dat naarmate men meer bollen heeft opgevist, ook de kans toeneemt op een gelijke verdeling van zwart en wit in het geheel. Het lijkt iets raadselachtigs maar dat komt omdat men over het hoofd ziet dat de eigenschap van zwart of wit zijn weliswaar toepasselijk is op elke bol apart maar uiteraard nimmer een eigenschap kan zijn van het geheel, dat immers een aantal (bollen) is: aantallen kunnen niet zwart of wit zijn - zo simpel als dat. Het misverstand wordt duidelijker waar men meent het waarschijnlijkheidsrekenen relevant te kunnen toepassen op mensen, waardoor gebeurlijk middel en doel worden omgekeerd en waar bijvoorbeeld een florerende economie, de verarming van de mensen tot voorwaarde heeft, of waar men gelooft een goede gezondheidszorg te hebben als er maar weinig zieken zijn. Om bij dit laatste voorbeeld te blijven: uiteraard is het omgekeerde het geval om de eenvoudige reden dat goede geneeskundige zorg, de zieken in leven houdt. De waanzinnige Hitler geloofde dan ook dat hij het volk gezonder kon maken door de (nota bene: dure) artsen te vervangen door (goedkope) beulen, die de zieken gewoon ombrachten. Het na te streven resultaat van een volk zonder zieken heeft dan uiteraard geen enkel individu gezonder gemaakt, zoals ook een gesaneerde economie niemand verrijkt maar integendeel een heel leger werklozen voortbrengt. De economie en de volksgezondheid bestaan in een andere wereld (die van de statistieken) dan de wereld waarin rijkdom en gezondheid bestaan, die immers eigenschappen zijn van mensen.

Het uiteindelijke falen van het materialisme betekent echter niet dat het geloof in God het pleit wint: in beide gevallen wordt een vrije keuze gemaakt, absurd maar onontkoombaar en enkel gegrond in verwachtingen of in hoop. Wat het belang van die laatst genoemde en vaak onbegrepen begrippen in het licht plaatst. Aurelius Augustinus deed dat wél al in de vierde eeuw door verwachting (en herinnering) te relateren aan wat wij beschouwen aan iets louter fysisch, namelijk de tijd. De tijd krijgt door die begrippen namelijk een onmisbare subjectieve component, namelijk als het 'geheugen': alleen het 'nu' bestaat, het verleden bestaat in het 'nu' als herinnering en de toekomst als verwachting. De tijd bestaat met andere woorden helemaal niet zonder de 'ziel'. En zo gaat het er op lijken dat het fysische universum en de ziel onderling verschillende en onverenigbare doch diep verstrengelde aspecten van onze werkelijkheid zijn.

(J.B., 30 maart 2026)






Trump achterna: “Minister Jambon (N-VA) keldert 40.000 euro steun voor Apache (Tom Cochez)”

Trump achterna: “Minister Jambon (N-VA) keldert 40.000 euro steun voor Apache (Tom Cochez)”

Die 'ons' niet naar de mond praten, hun mond worde gesnoerd, of: het einde van de onafhankelijke journalistiek, nu ook in Europa.

Om te lezen, klik:

https://apache.be/2026/03/18/minister-ja

mbon-n-va-keldert-40000-euro-steun-voor

-apache?cdlnk=UEVCOHBlcG1GZDNiRD

N2cTVpdjBLd

zNvNzFjRCt0U2VGbCtzYzgvVElJTE00WjkvZ2

JIU3JlalFoUmg1MU45SkNxdE5yMVcvdTVQY1p

jZHVWQT09OjowZGM1YTU4YTVkZmNhNzM1

NzdjODI2YWU5MWIzNTdjNA%3D%3D



Lees ook:

https://apache.be/prijzen



'Trauma en levenslust' Nog enkele bedenkingen n.a.v. het gelijknamige kunstwerk van Kris Lippeveld, uit 20161 - Aflevering 4

 

Nog enkele bedenkingen n.a.v. het gelijknamige kunstwerk van Kris Lippeveld, uit 20161

Aflevering 4

De aanvaarding van wat is, betekent geen apathie en de zingeving aan het leed wil niet zeggen dat het wel ergens deugd zou kunnen doen: “Eeuwenlang is de cultus van het lijden als werktuig ter rechtvaardiging van het onrecht en tot onderdrukking schaamteloos uitgebuit”2, aldus Sölle, maar tegelijk wijst zij er op dat de verbanning van leed (en van de dood) “tot bijna elke prijs” oneigenlijk is, alsook het marchanderen met leed, het relativeren en het bagatelliseren ervan omwille van de omvang. De aanvaarding van wat is, betreft eveneens “degenen, die overal ontkend werden en die gedwongen werden zichzelf te ontkennen. [Ook tegenover] het zieke, beschadigde incapabele leven, moet men de opvatting der acceptatie van het lijden zien (...)”3

In het boek Job is de (door Sölle aan God toegeschreven4) beproeving tiranniek, maar tegenover de tiran wordt de kleine geholpen: “De gehele schepping, vaak ook de zon, de maan en de sterren worden opgeroepen de zwakke tegenover de overmachtige te helpen. Is de beproeving doorstaan, dan gaat het recht van de machtige zulke beproevingen op touw te zetten te niet. [De beproevers] worden machteloos gemaakt, doordat de beproeving tegen de verwachting en tegen de wil van de tiran in doorstaan wordt. Dat is echter alleen mogelijk bij een absoluut 'rein' ongespleten wezen, dat de dood niet schuwt. Alleen hij, die bereid is zich te offeren (…) zal de beproevende God machteloos kunnen maken.”5 In de interpretatie van Sölle “is Job juist vroom omdat hij niet gelooft”6; hij is sterker dan God daar hij met zijn onbeantwoorde schreeuw op een andere God - Christus - blijft wachten.7

Deze waarheid verwijst onwillekeurig naar de Orpheusmythe (waarover Sölle niet spreekt) in een cultuur die wellicht helemaal losstaat van de joodse (en uiteraard van de christelijke, gezien de datering), waarin de liefde en de kunst een heilig huwelijk aangaan. De liefde van Orpheus voor zijn door een adder doodgebeten Eurydikè krijgt gestalte in een aanklacht van het onrecht in de artistieke vorm van de elegie waarvan de oprechtheid maakt dat zij in staat is de ganse natuur te ontroeren en de macht van de dood over het leven (tijdelijk) ongedaan te maken. Het kunstwerk is daar de drager van de kracht van de waarheid waartegen niets of niemand, ook niet een vermeende godheid, opgewassen kan zijn, en het ontleent aan die waarheid het wonder dat wij benoemen als schoonheid.

(J.B., 18 maart 2026)

 

3364134-5cc065e5b644f6848c1ff12994bb2684.jpg
Kris Lippeveld, Trauma en levenslust (2016)

Met dank aan de kunstenaar

 

2Dorothee Sölle, o.c., pag. 82.

3Dorothee Sölle, o.c., pag. 85.

4Men kon opmerken dat de beproever Satan is en Jahweh staat dit toe omdat Hij het uiteraard niet kan weigeren. Tegelijk valt voor de interpretatie van Sölle wel iets te zeggen want Satan is een schepsel Gods gedoemd om hem te gehoorzamen - waar hij dat niet doet, verliest het verhaal zijn consistentie.

5Dorothee Sölle, o.c., pp. 87-88.

6Dorothee Sölle, o.c., pag. 93.

7Dorothee Sölle, o.c., pag. 93.






'Trauma en levenslust' Nog enkele bedenkingen n.a.v. het gelijknamige kunstwerk van Kris Lippeveld, uit 20161 - Aflevering 3

 

'Trauma en levenslust'

Nog enkele bedenkingen n.a.v. het gelijknamige kunstwerk van Kris Lippeveld, uit 20161

Aflevering 3

Trauma en levenslust: de twee in juxtapositie scheppen een koan, een geleide tot nadenken, tot het geven van zin aan iets dat op het eerste gezicht alleen maar tegenstrijdigheden in zich heeft, want dat is de indruk die men krijgt waar in de getraumatiseerde ziel alsnog de levenslust leeft omdat men geneigd kan zijn te denken dat levensleed en levenslust elkander tegenspreken.

Het kunstwerk etaleert met het bloedrode lichaam de alsnog aanwezige, niet te stoppen levensdrang die zich zoekt te bevrijden van het aszwart dat aan de gedachten kleeft en dat ze ook overheersen wil zoals in het sterven, de dood het leven. Maar het lijf verzet zich en bindt de strijd aan zoals ook de kleuren dat doen op het schilderij. Er is een kracht in ons die ervoor zorgt dat wij in die strijd nimmer ten onder gaan en die daarin schuilt dat wij ons niet verzetten tegen wat is.

Die houding van aanvaarding wordt mogelijk als wij de werkelijkheid beminnen, als wij ermee op houden eisen te stellen aan wat het lot ons toebedeelt. Zoals wij pas echt van iemand houden als wij de persoon aanvaarden zoals die is, onvoorwaardelijk, zonder die te willen veranderen of zogezegd 'verbeteren', wat echter totaal anders is dan onverschilligheid, waarin immers geen spoor van liefde te bekennen valt.

Dat is wat Dorothee Sölle lijkt te suggereren.2 “(...) De 'geest van koopmanschap', zoals [de door de kerk verbannen] Meister Eckart het noemt, is hier uitgesloten.”3 Het gaat om “een leer van handelen 'zonder waarom'”4 en “een ik-sterkte die in het lijden niet vernietigd wordt.”5

En hier herinnert men zich de in onze inleiding geciteerde uitspraak van Albert Camus: “Au milieu de l’hiver, j’apprenais enfin qu’il y avait en moi un été invincible.”6 De liefde blijkt sterker dan het ongeluk. En “de mystieke liefde (…) transcendeert iedere God die minder is dan liefde.”7 Het lijden maakt het pijnlijke proces van het zich losmaken van de dingen mogelijk. “Bedoeld is niet alleen, dat het beter is, onrecht te lijden dan onrecht te doen (…) [maar wel] te weten, dat degene, die onrecht lijdt, ook sterker (niet alleen moreel beter) is dan degene, die onrecht doet.”8 En het is wellicht die waarheid welke aan 'Trauma en levenslust' zijn onmiskenbare authenticiteit verleent.

(J.B., 17 maart 2026)


3364107-5cc065e5b644f6848c1ff12994bb2684.jpg

Kris Lippeveld, Trauma en levenslust (2016)

Met dank aan de kunstenaar

2Dorothee Sölle, o.c., pp. 70-93.

3Dorothee Sölle, o.c., pag. 74.

4Dorothee Sölle, o.c., pag. 77.

5Dorothee Sölle, o.c., pag. 74.

6Albert Camus, « Retour à Tipasa », L’Été (1953), de slotzin. Cf.: https://edder.org/literatura/tipasa2.pdf

7Dorothee Sölle, o.c., pag. 75.

8Dorothee Sölle, o.c., pag. 81.



'Trauma en levenslust' - Nog enkele bedenkingen n.a.v. het gelijknamige kunstwerk van Kris Lippeveld, uit 2016 - Aflevering 2

 

'Trauma en levenslust'

Nog enkele bedenkingen n.a.v. het gelijknamige kunstwerk van Kris Lippeveld, uit 20161

Aflevering 2

Dorothee Sölle betoogt dat nieuwe pijnen de kop opsteken in deze tijd en dat wij ertoe neigen ze te verdringen2 terwijl zij de Japanse theoloog Kazoh Kitamori laat opmerken dat pijn inherent is aan de liefde.3 Sölle stelt het ontvluchten van pijn gelijk aan de apathie: pijn maakt ons sterk, zegt Sölle, en ze verwijst naar het volk van Vietnam4 - een voorbeeld van een hedendaags equivalent zijn wellicht de Palestijnen.

Maar ook de dagelijkse (fabrieks)arbeid in het geïndustrialiseerde westen wordt door leed getekend. Aanvankelijk verstomt het lijden, vervolgens komt het klagen, tenslotte gaat men over tot rationele taal en actie in een poging om de situatie veranderen.5 “Een van de traditionele mogelijkheden om je zelf uit te drukken is vandaag de dag zoek geraakt: het gebed. Het vermogen, met zichzelf in dialoog te treden, lijkt steeds meer mensen zinloos én overbodig.”6 “De vraag welk wereldbeeld iemand heeft (…) is onwezenlijk; beslissend is, wie de partner in de dialoog van de mens is, Christus of de Mammon of de eigen vitaliteit.”7 Bidden is een verzetsdaad: men wenst iets anders dan wat de maatschappij aanbeveelt.8

Voor Dorothee Sölle is de (artistieke en intellectuele) arbeid derhalve gebed, zoals ook in de islam wordt gesuggereerd en het verzet zit hem in het engagement zonder hetwelk de hedendaagse kunst haar naam niet meer verdient. Edoch, de kwestie waarvoor men zich dan moet engageren wordt een wespennest door de macht van (religieus en politiek gestuurde) ideologieën en zo moet kunst zichzelf verheffen boven politieke kleuren en zal waar kunstenaarschap vertrouwd zijn met de bedelaarsstaf. Aan schatrijke artiesten is meestal een reukje, alsook aan religieuzen die hun optrekje hebben in kastelen en die een vette wedde trekken van de staat: hun gesprekspartner kan in geen geval de man zijn van Gethsemane.

Kunst verwijst naar de pathos van het leven die zonder de lijdenservaring oneigenlijk blijft met als wezenlijke component Gethsemane, de verlatenheid, ook door God, wat leidt tot een uiterste opmerkzaamheid.9 En zo beeldt Trauma en levenslust niet de heldhaftigheid van frontsoldaten af zoals de staatse monumenten op bestelling dat doen, die worden opgericht met wat nog rest van het geld van de slachtoffers van de politieke leugens nadat die begraven werden en om de troosteloosheid te verhullen van een leed dat niet te peilen is: wars van alle leugens wijst het kunstwerk naar de waarheid van het leed dat zich verankerd heeft in trauma's waarmee de levenslust een strijd aangaat die van een andere orde is en die niet zoals de oorlog naar de eeuwige dood leidt doch naar oorden waar iets dat schoonheid wordt genoemd misschien ontkiemen kan.

(J.B., 16 maart 2026)

2Dorothee Sölle, o.c., pag. 35.

3Dorothee Sölle, o.c., pag. 37.

4Dorothee Sölle, o.c., pp. 37-49.

5Dorothee Sölle, o.c., pp. 50-60.

6Dorothee Sölle, o.c., pag. 61.

7Dorothee Sölle, o.c., pag. 62.

8Dorothee Sölle, o.c., pag. 63.

9Dorothee Sölle, o.c., pp. 63-69.

3364077-5cc065e5b644f6848c1ff12994bb2684.jpg

Kris Lippeveld, Trauma en levenslust (2016)

Met dank aan de kunstenaar











'Trauma en levenslust' - Nog enkele bedenkingen n.a.v. het gelijknamige kunstwerk van Kris Lippeveld, uit 2016

 

'Trauma en levenslust'

Nog enkele bedenkingen n.a.v. het gelijknamige kunstwerk van Kris Lippeveld, uit 20161


3364069-5cc065e5b644f6848c1ff12994bb2684.jpg

Kris Lippeveld, Trauma en levenslust (2016)

Met dank aan de kunstenaar

Met de massamoordenaars aan de macht, beleven wij heden de barre winter van de tijd, maar herinneren wij ons wat in 1953 de Franse auteur Albert Camus neerpende: “Au milieu de l’hiver, j’apprenais enfin qu’il y avait en moi un été invincible.”2 Deze mysterieuze zin getuigt van een verborgen kracht in het binnenste van de mens, de kracht die het hem mogelijk heeft gemaakt om de tijden te overleven en er ondanks alles vandaag nog te zijn. Zij is moeilijk te definiëren maar zij keert menigmaal terug in de geschiedenis, in allerlei vormen, en in de westerse cultuur bestaat zij zowel in haar Helleense als in haar christelijke pijler. In de Helleense verschijnt zij bijvoorbeeld in de uiteindelijke thuiskomst van Odysseus na zijn omzwervingen in de vele werelden die in normale omstandigheden aan het oog van de stervelingen onttrokken blijven en die zich pas tonen waar een strijd zich aandient op leven of dood en in de weliswaar multi-interpretabele zogenaamde christelijke pijler komt het heil pas via de weg van het kruis in het verschiet.

Paradoxaal maar helemaal niet tegenstrijdig en bijna als een koan dient zich zoals in Augustinus' symbolisme een werkelijkheid achter het louter stoffelijke aan, echter onbereikbaar voor wie niet het vereiste offer brengen, zoals ook het geval is waar de betekenis van een tekst pas kan veroverd worden waar men zich (van kindsbeen af) gewijd heeft aan het zich eigen maken van de taal, waarbij het bereikte resultaat mede afhangt van de geleverde inspanningen: geen gratie zonder offer, al is er ook nog het mysterie van de genade.

“Het zich bewust zijn van de onmacht is iets dat het lijden fundamenteel bepaalt”3, zo schrijft de protestants-marxistische 'god-is-dood-theologe' Dorothee Sölle. Het ongeluk is fysiek en psychisch, in de pijn, maar ook sociaal, in het isolement, zegt Sölle, en zij citeert Simone Weil: “'Het ongeluk maakt belachelijk'”4 - waar vandaan de afwezigheid van solidariteit (het “verloochend, verraden en verlaten worden”5) met de lijdenden en alleen een eigen lijdenservaring kan de neerbuigende caritas tot echt medelijden maken.6 Maar dat kan evenmin een reden zijn om een oorlog goed te praten als een vermeende schuld. “Er zijn vormen van smart [zie bijvoorbeeld het leed van onschuldigen], die iedere vorm van schuld oneindig ver te boven gaan”7, aldus Sölle. “Edith Stein is met andere joden naar de gaskamers gegaan, hoewel zij gered kon worden en haar dood niemand hielp”8 en daarvoor bestaat geen uitleg. Sölle haalt ook het tragisch conflict van Agamemnon aan die zijn dochter in een zoenoffer met de goden betrekt.9

Het te allen prijze uit de weg gaan van leed (heden bekend als het in het materialisme algemeen verbreid sentiëntisme van Peter Singer) brengt geen heil: “Als de ervaringen van het lijden, de 'pathai' van het leven verdrongen worden, verdwijnt ook het pathos van het leven en de kracht en intensiteit van de genoegens ervan.”10 “In deze betekenis kan men de apathie van de maatschappij als een deel van haar nekrofiele oriëntering in de zin van Erich Fromm begrijpen. Nekrofilie is liefde tot het dode, het verstarde, het onbeweeglijke, 'de wens van het organische door 'ordening' in het anorganische te veranderen' (E. Fromm, Das Menschliche in uns, Zürich 1968, 49)”11 - “het ideaal van de middenklasse”12 - “een banaal optimisme”13 - “een verstarring van het leven”14 - wat uitmondt in blindheid voor het lijden en in stompzinnigheid.15

(Wordt vervolgd)

(J.B., 15 maart 2026)

2Albert Camus, « Retour à Tipasa », L’Été (1953), de slotzin.Cf.: https://edder.org/literatura/tipasa2.pdf 

3Dorothee Sölle, Lijden, Ten Have, Baarn 1987 (1973) (Oorspronkelijk: Leiden, Kreuz-Verlag, Stuttgart 1973), pag. 12.

4Dorothee Sölle, o.c., pag. 14.

5Dorothee Sölle, o.c., pag. 16.

6Dorothee Sölle, o.c., pag. 15.

7Dorothee Sölle, o.c., pag. 22.

8Dorothee Sölle, o.c., pag. 26.

9Dorothee Sölle, o.c., pag. 27.

10Dorothee Sölle, o.c., pag. 31.

11Dorothee Sölle, o.c., pag. 32.

12Dorothee Sölle, o.c., pag. 33.

13Dorothee Sölle, o.c., pag. 33.

14Dorothee Sölle, o.c., pag. 33.

15Dorothee Sölle, o.c., pp. 34-35.

 






Meer van Tisallemaiet

↑ Terug naar de berichten