Historisch college van prof. Walter Prevenier d.d. 2 april 2026
Historisch college van prof. Walter Prevenier d.d. 2 april 2026:
Historisch college van prof. Walter Prevenier d.d. 2 april 2026Historisch college van prof. Walter Prevenier d.d. 2 april 2026:
Neurodiversiteit - Aflevering 6: 'De uitvinding van de normaliteit'|
Neurodiversiteit Aflevering 6: 'De uitvinding van de normaliteit' Het normaliteitsbegrip belandde via de statistiek en meer bepaald via de Gausscurve in de gezondheidsleer door toedoen van Adolphe Quetelet en in zijn bestseller “L'Homme Moyen” bepaalt deze Gentse wiskundige aan de hand van metingsgegevens van Schotse soldaten onder meer de nog steeds gebruikte BMI ter vaststelling van het ideale lichaamsgewicht maar evenzeer de gemiddelde of de normale en 'derhalve' ideale pols, bloeddruk en longcapaciteit.1 Het normaliteitsbegrip deed ook zijn intrede in het denken, in die zin dat de wijsheid van weleer werd vervangen door kennis gebaseerd op statistische gegevens of consensus. Merken we hierbij op dat op dit punt het volstrekt onpersoonlijke zijn intrede doet in de wereld van onze opvattingen: de consensus is wat 'men' denkt2, en het hoeft geen betoog dat dit niet noodzakelijk en zelfs meestal helemaal niet de waarheid is maar bovendien gaat het om het opduiken van stellingen waarvoor op de keper beschouwd niemand de verantwoordelijkheid opneemt omdat ze aan het collectief ontspringen, wat ze op het niveau brengt van de roddelpraat en van de reputatie. Aanvaardbare opvattingen zijn opvattingen van de meerderheid en zo ook verbergt zich deze onverantwoordelijkheid in de democratie waar beslissingen genomen worden op grond van een meerderheid en waar aldus het kwalitatieve door het kwantitatieve werd overgenomen. Robert Chapman wijst dan ook meteen op de rol van de groepsdruk bij het opleggen van de gangbare opvattingen: afwijkingen worden onverbiddelijk gestigmatiseerd en derhalve zeer gevreesd.3 Waar eertijds de zogenaamde gekken maar tevens de verstandelijk gehandicapten en de armen door de gemeenschap beschermd werden omdat zij het lastig hadden, vielen zij onder het kapitalisme gewoon als 'abnormalen' uit de boot en mede onder druk van overbevolking en werkloosheid werden zij (ingevolge de armenwet van 1834 die vooral kostendrukkend moet zijn) massaal opgesloten en vaak ook nog anderszins gestraft - vaak ter legitimatie van de ontvreemding van hun (erf)rechten en omdat zij het kraam van de Verlichting en van de moderne (kolonialistische en racistische) welvaartsstaat ontsierden.4 Pas enkele decennia later, bij het ontstaan van de psychiatrie, werden zij niet langer opgesloten en gefolterd maar opnieuw onder invloed van het kapitalisme gezien als zieken die genezen kunnen worden, of beter, als te manipuleren menselijk materiaal (“manipulable human material”5) waaruit men economisch profijt kan puren (“(...) to transform its value as an economic resource”6) en uitgerekend daar ligt de basis van het pathologie paradigma van Francis Galton dat nog steeds gangbaar is en dat door de beweging voor de erkenning van neurodiversiteit bevochten wordt.7 (Wordt vervolgd) (J.B., 7 april 2026) 1Robert Chapman, Empire of Normality. Neurodiversity and Capitalism, Pluto Press, London/Las Vegas 2023, pp. 34-38. 2Het gaat hier uiteraard om 'das Mann' waarop in 1927 Martin Heidegger wijst in zijn “Sein und Zeit”. 3R. Chapman, o.c., pp. 38-41. 4Chapman verwijst hiervoor uiteraard naar Michel Foucault met zijn behandeling van de geschiedenis van de waanzin. 5R. Chapman, o.c., pag. 43. 6R. Chapman, o.c., pag. 43. 7R. Chapman, o.c., pp. 41-44, verwijzend naar A. Scull, Madness and segregative Control: The Rise of the Insane Asylum, Social Problems 24, n° 3 (1977), pag 342. |
Neurodiversiteit - Aflevering 5: De machinemens|
Neurodiversiteit Aflevering 5: De machinemens In de elf hoofdstukken van zijn boek, diept Robert Chapman verder uit wat hij in zijn inleiding al ter sprake bracht.1 Teneinde de oorsprong van het pathologie paradigma te kunnen verklaren, legt hij in een eerste hoofdstuk over de opkomst van de machines uit, hoe ons begrip 'gezondheid' evolueerde: in de Oudheid gedefinieerd als een 'evenwichtstoestand' (“a form of harmony”2), gaat men gezondheid in de Verlichting (vanaf Descartes, die de mens als een machine beschouwt) zien als het gesmeerd lopen van de machine (“a mechanistic matter of working properly”3) en de idee dat de mens een machine is, wordt uiteraard hartelijk verwelkomd door het kapitalisme dat hem ook als een machine wil kunnen gebruiken: “the productive body”4). Aanvankelijk beschouwd als een straf, ging Hippocrates5 de ziekten zien als natuurlijke lichamelijke of geestelijke problemen, niet met bezweringen oplosbaar maar met onder meer goede voeding en chirurgische ingrepen; het brein heette de zetel te zijn van waanzin, angsten, delirium en andere toen reeds erkende neurologische condities. Echter, sinds de dominantie van kolonialisme, Verlichting en vooral kapitalisme werd ziekte een zaak van statistische of medische 'normaliteit' (- waarvan in de Oudheid helemaal geen sprake was).6 De opvatting uit de oudheid dat gezondheid een zaak van evenwicht was, veranderde aldus met Descartes' dualisme tussen lichaam en geest en de auteur verklaart Descartes' specifieke wereldbeeld dat immers de hoop biedt dat de geest na de dood verder leeft, met de dood ingevolge roodvonk van diens vijfjarige dochter Francine. Descartes werd eerst genegeerd maar legde met zijn machinemens alsnog de basis voor de moderne geneeskunde; in 1643 beschuldigd van ketterij, moest hij vluchten en stierf in 1650 waarschijnlijk na vergiftigd te zijn met arsenicum door een katholieke priester in Zweden. 7 Uit het Romeinse Rijk dat stoelde op slavernij, kwam na de slavenopstanden vanaf de vierde eeuw het feodalisme op en dat hield aan tot in de vijftiende eeuw eerst het handelskapitalisme en dan ook het industrieel kapitalisme de wereld overspoelde met een exploderende productiecapaciteit alsook een bevolkingsexplosie. Armen werden aan hun lot overgelaten of te werk gesteld in de industrie en de kolonisering ging van start met wereldwijd een nieuwe en meer doortastende vorm van slavernij. Met Descartes zijn idee van de 'machinemens' leek zijn dochter wel verrezen als “'a walking, talking simulacrum'”8 en met de stoommachine, kwam onder meer het spingetouw Jenny, werd de arbeid geautomatiseerd en stegen de productiviteit en de winsten voor de nieuwe geldelite ten koste van de gezondheid van de loonslaven, waarbij vermeld moet worden dat ook de vrouwen en kinderen van de loonslaven werkten: thuis, zonder erkenning, onbetaald en in erbarmelijke omstandigheden die nieuwe ziekten brachten. Het lichaam werd nu beschouwd als een productiemachine en wie niet konden dienen in fabrieken, telden niet meer mee. De productiecapaciteit van de lichamen (van het werkvolk) werd wetenschappelijk bestudeerd met het oog op het opdrijven van het rendement dat nog een extra boost kreeg door een competitief kader en Karl Marx was de eerste die opmerkte hoe aldus de mens in een machine werd veranderd. In die context werd gezondheid niet langer gezien als een kwestie van harmonie maar als een zaak van normaliteit met, andermaal, de machine als norm voor de mens).9 (Wordt vervolgd) (J.B., 6 april 2026) 1Robert Chapman, Empire of Normality. Neurodiversity and Capitalism, Pluto Press, London/Las Vegas 2023. 2R. Chapman, o.c., pp. 20v. Het betreft, bij Hippocrates, de balans tussen de vier 'humores' of lichaamssappen, gerelateerd aan de omgeving, bijvoorbeeld de seizoenen maar ook de maatschappij. 3R. Chapman, o.c., pag. 20 en pp. 23v. 4R. Chapman, o.c., pp. 29v. 5Gelijkaardige opvattingen over gezondheid als evenwicht vindt men eveneens in oude Indische tradities, bij Confucius in China, in het oude Egypte, bij de Inca's en bij Ibn Sina in de islamistische tradities. 6R. Chapman, o.c., pp. 20-23. 7R. Chapman, o.c., pp. 23-26. 8R. Chapman, o.c., pag. 29. 9R. Chapman, o.c., pp. 20-33. |
Neurodiversiteit - Aflevering 4: Marx en de neurodiversiteit|
Neurodiversiteit Aflevering 4: Marx en de neurodiversiteit Het neurodiversiteitsactivisme was oorspronkelijk rechts-liberaal en bleef haken aan het pathologie-paradigma dat het probleem wil oplossen met conversietherapie: men poogt dan de 'abnormalen' terug 'normaal' te maken. Daarentegen bleek de marxistische benadering - het plaatsen van het probleem in een politieke en economische context - vruchtbaarder: het ongeluk is niet te wijten aan de ongelukkige, het slachtoffer, maar aan een systeem dat mensen van zichzelf vervreemdt.1 Vervreemding of aliënatie is een centraal concept in het marxisme dat Chapman beknopt uitlegt. Door de industrialisering met haar machines met massaproductie die de ambachtslui van weleer wegconcurreert en die hen met het oog op overleven verplicht om in de fabrieken van een kapitaalkrachtige elite te gaan werken, vervreemden (werk)mensen van zichzelf omdat zij alleen nog uurtjes mogen kloppen aan andermans te gehoorzame machines zonder dat zij (mogen) weten wat zij maken en wat er met de vruchten van hun arbeid (de producten maar ook de winst) zal gebeuren. De vervreemding volgt uit de middeldoelomkering: het systeem gebruikt de mens in plaats van andersom en dat systeem is dan ook nog eens in handen van een niet werkende, alles opsouperende elite die haar werkvolk beschouwt als uit te buiten vee: de loonslavernij. De slaven weten niet meer wie zij zijn, uitbuiting doet hen vergeten dat zij mensen zijn want uiteraard willen de industrie en de kapitalistische economie - die de voorboden zijn van de oorlog - werkslaven - die de voorbode zijn van de frontsoldaten. Als aanhangsels van de machines worden werklui gerobotiseerd, van hun uniek zijn of dus van hun menselijkheid ontdaan of dus geëgaliseerd, om dan verder alleen nog te dienen als brandstof voor de productie van winst voor hun uitbuiters. En de grootste vijand van de kapitalist is dan uiteraard de diversiteit: mannen, vrouwen en kleine kinderen worden allemaal herleid tot dezelfde werkkrachten, tot louter bedienden van de machines, in leven te houden om de machines draaiende te houden en verder niets meer. Vandaar is kapitalisme de bron bij uitstek van ontmenselijking in alle mogelijke vormen: slavernij, racisme, kolonialisme en zo meer. Wie zich niet willen conformeren aan de machine, renderen niet voor de investeerders en krijgen het stempel van onbekwaamheid of ziekte, wat in feite betekent dat zij onbekwaam zijn tot onmenselijk werk, maar dit wegens een niet weg te werken menselijkheid. Het is nu eenmaal eigen aan totalitaire systemen dat zij hun fictie in de plaats stellen van de genegeerde werkelijkheid. De diversiteit, het kenmerk bij uitstek van de menselijkheid die bestaat door de uniciteit van elk individu, wordt door het kapitalistisch systeem de kop ingedrukt. Tussen haakjes: wat Marx nastreefde, was de bevrijding van de mens en allerminst zijn onderwerping aan de staatskapitalismen die de communistische systemen in wezen zijn - dat is wat kapitalisten ervan gemaakt hebben omdat zij begrepen dat het marxisme hen hun voorrechten zou ontnemen. Via deze weg ontstaat het zogenaamde rijk van de normaliteit, 'The empire of normality', naar Chapsmans laatste paragraaf uit zijn inleiding tot het boek: een heel systeem dat de economie, de bureaucratie, de politiek en de cultuur bestrijkt om het kwaad te handhaven dat wortelt in het kapitalisme, de tot systeem verheven wet van de jungle die de menselijkheid uitholt onder de dreiging van de honger en de kou waaraan al wie het aandurven om daar van af te wijken, blootstaan. Deze aberratie ving reeds aan met Descartes zijn mensbeeld: 'l'homme machine', waardoor het wanbegrip van de normaliteit er bij het volk werd in geramd. De eugenetica van Galton, die massamanipulatie nastreeft, steunt op een darwinisme dat het industrieel kapitalisme met zijn klassenbegrip en dat van ras en gender, moet funderen met de normaliteit als motor. Chapman veroordeelt de antipsychiatrie (vertegenwoordigd door vooral Thomas Szasz) die immers het bestaan van geestesziekten ontkent en hij wil aantonen welk apparaat schuilgaat achter het paradigma van de pathologie om zo te komen tot wat de bevrijding van neurodivergentie vereist. Want reeds aast het kapitalisme erop om zelfs de diversiteit voor haar kar te spannen.2 (Wordt vervolgd) (J.B., 3 april 2026) 1Robert Chapman, Empire of Normality. Neurodiversity and Capitalism, Pluto Press, London/Las Vegas 2023, pp. 7-10. 2Zie ook: R. Chapman, o.c., pp. 10-19.
|
Neurodiversiteit - Aflevering 3: Koppensnellers|
Neurodiversiteit Aflevering 3: Koppensnellers Abnormaliteit, en derhalve ook de navenante ziektebeelden, worden geschapen door de politiek, met name door de hegemonie van een zeker normdenken en die normen en waarden steunen vaker op ficties, meer bepaald op de ficties van een totalitair systeem dat de realiteit (die divergent is) loochent. De bevrijding van de neurodivergentie is daarom vooreerst een aanklacht van zekere wetenschappelijke en culturele paradigma's die mensen totaal weerloos maken door hen een stempel te geven. Chapman schrijft (als ervaringsdeskundige): “I had been disabled by a neuronormative society. This, I came to see, had hindered my learning, my developement, and my prospects right from the beginning of my life. (...)”1 Maken wij hierbij nog de bedenking dat voor wie als medisch zus of zo bestempeld worden, de verleiding groot is om zich die stigmatisering te laten welgevallen. Ziekte immers, in tegenstelling tot zonde, neemt de schuld bij de betrokkene weg. Maar wat over het hoofd gezien wordt, is dat het kwaad zich bij de betrokkene blijft situeren - geheel onterecht, want dit kwaad ontkiemt aan de exclusie, de uitsluiting, welke een daad is die gesteld wordt vanuit het rijk van de normaliteit - en meer bepaald gaat het om een misdaad omdat verbanning zonder geldige reden de sociale dood van de betrokkene meebrengt, wat hem degradeert tot de categorie van de slaven, die immers ook 'sociaal dood' zijn, zoals betoogd door Dick Harrison die aan de geschiedenis van de slavernij een lijvige studie wijdde.2 Stigmatisering geeft, zoals bijvoorbeeld ook (onterechte) verwijten dat doen, een psychische en maatschappelijke druk waaronder men vroeg of laat moet bezwijken omdat de betrokkene gefrustreerd wordt door de discrepantie welke ontstaat tussen het stempel en de realiteit waarop het stempel wordt gedrukt: om de frustratie op te heffen, moet de bestempelde ofwel de maatschappij verwerpen en veranderen, ofwel het stempel aanvaarden, wat wil zeggen: zich gaan gedragen alsof de bestempeling terecht is. Telkens waar zich dat laatste voltrekt, wordt een mens als mens kapotgemaakt. De neuronormatieve maatschappij is zoals het gehele neoliberalisme een koppensneller. Het koppensnellen, een ritueel dat de mannelijkheid moet onderstrepen en waarbij van oudsher de koppen van vijanden worden afgehakt om als trofee te dienen, prijkt heden in een proper medisch kleedje zodat bekomen wordt dat miljoenen slachtoffers van deze waanzin de wereld rond zich gedwee naar de slachtbank laten geleiden. (Wordt vervolgd) (J.B., 2 april 2026) 1Robert Chapman, Empire of Normality. Neurodiversity and Capitalism, Pluto Press, London/Las Vegas 2023, pag. 7. 2Harrison, Dick. (2019). De geschiedenis van de slavernij van Mesopotamië tot moderne mensenhandel, Uitgeverij Omniboek, Utrecht 2019. (Oorspr.: Slaveriets historia, Historiska Media, Zweden 2015), pag. 36: “De slaaf is sociaal gezien dood.”
|
Neurodiversiteit - Aflevering 2: Helaas geen aprilgrap
|
Neurodiversiteit Aflevering 2: Helaas geen aprilgrap
Kris Lippeveld, De toren van leviticus (2026) Met dank aan de kunstenaar De 'neurodiversity movement' kwam op in de jaren 1990 en in 1997 sprak de New York Times in dat verband over 'neurological pluralism': in plaats van te spreken over te behandelen ziekten, (maar fundamenteel anders dan in de anti-psychiatrie), ging men alras inzien dat van de nood aan de erkenning van neurodiversiteit werk moest gemaakt worden zoals dat ook gebeurde met de erkenning van biodiversiteit en naast autisme kwamen in dat verband ook onder meer ADHD, bipolaire stoornis en borderline ter sprake, mede door het inzicht dat de oorzaak van die condities niet ligt bij de 'zieke': zij worden vaker uitgelokt door sociale omstandigheden en meer bepaald door persoonlijk sociaal, psychisch en fysiek leed veroorzaakt door onrecht.1 Ter illustratie hiervan moge hier andermaal verwezen worden naar de 'kast' waarin homo's werden/worden opgesloten (in feite gaat het om een 'kist' waarin zij 'levend begraven' worden) op het ogenblik dat zij - meestal in de puberteit - hun 'probleem' kenbaar maken aan hun ouders of opvoeders die tot voor kort (en in bepaalde gevallen nog steeds) te rade gingen bij de huisarts en/of bij de pastoor. In opdracht van de katholieke macht droegen deze 'vertrouwenspersonen' aan de betrokkene op, zijn of haar 'schande brengende' geaardheid af te zweren, wat het kind in kwestie opzadelde met de overtuiging dat het van nature niet deugde. Het hoeft geen betoog dat de garantie van het eigen 'levensunwerten Leben' (uit Hitlers eugenetica, waar men niet alleen sprak over de 'Vernichtung lebensunwerten Lebens' maar waar die ook voltrokken werd)2 geleverd door geliefde vertrouwelingen, de ziel van het betrokken kind meestal voor immer vernielt, waarbij het wordt opgezadeld met dan aan het kind zelf toegeschreven 'psychische aandoeningen'. Waar in het latere leven alsnog verzet hiertegen rijst, zal de betrokkene uiteraard niemand meer kunnen vertrouwen. Omdat politici opportunistische machtswellustelingen zijn, laat het hen koud wat zij moeten doen om die macht te verwerven en de hoger genoemde katholieke macht, resulterend uit de samenzwering van politiek en even corrupt geloof, reeds in de eerste eeuwen na Christus, maakt zich sterk met uitgelezen teksten waarvan zij het volk voorliegt dat zij de verzekering bezit dat die van goddelijke oorsprong zijn. Die opvattingen mogen dan al volledig achterhaald zijn: nog steeds leest men de levieten aan wie het aandurven om te rebelleren tegen deze vormen van repressie en oppressie welke leiden tot de legitimatie van onder meer discriminatie, racisme en slavernij. In die gevallen worden de slachtoffers van deze niet geringe misdaden die vaak leiden tot moord en tot genocide, supplementair gestraft waar zij op de koop toe voor hun 'afwijking' de schuld in de schoenen geschoven krijgen, zodat zij naast 'abnormaal' ook nog eens tegelijk als ziek en als zondig worden bestempeld: als zondig door de religie en als ziek door de verlichte religie of de wetenschap, in casu de medische wetenschap, aan wie helaas de hoger beschreven arrogantie van alwetendheidswaanzin moet toegeschreven worden.3 In de marge van die afschuwelijke praktijken (die wij naar een voltooid verleden tijd wensen) die bekrachtigd worden middels religieuze teksten waarvan leiders van de betrokkenen religie garanderen dat hun auteur God zelf is, ontstaat geëngageerde kunst, getuige bijvoorbeeld De toren van leviticus (sic! 'leviticus' zonder kapitaal) van andermaal de kunstschilder Kris Lippeveld: de 'ivoren' toren van de farizeeën die een wet dicteren met beneden in de greppel de slachtoffers die zij aldus maken en die alsnog proberen om de onrechtplegers ter verantwoording te roepen. Echter, zoals inmiddels mocht blijken uit hun 'reacties' inzake kindermisbruik in de kerk, verkiezen de verantwoordelijken het om in hun toren te blijven totdat de storm over is om daarna prompt terug te keren en hun aloude posities in te nemen, alsof er geen vuiltje aan de lucht is. (Wordt vervolgd) (J.B., 1 april 2026) 1Robert Chapman, Empire of Normality. Neurodiversity and Capitalism, Pluto Press, London/Las Vegas 2023, pp. 4-5. 2Het begrip stamt al uit de Weimar Republiek met de publicatie van een tekst uit 1920, getiteld Die Freigabe der Vernichtung lebensunwerten Lebens van psychiater Alfred Hoche en strafrechter Karl Binding. Cf.: http://www.akj.rewi.hu-berlin.de/zeitung/08-16/material/fs16-16-unheilsvolleschrift.pdf . Veertien jaar later voltrokken de Duitse nationaalsocialisten in het kader van hun zogenaamde 'Rassenhygiene' de praktijk van de dwangsterilisatie voor ongewenste burgers ('Ballastexistenzen' genaamd) en vanaf 1939 tot het einde van W.O.II werden de betrokken 'zieken' massaal omgebracht, werd 'Kinder-Euthanase' gepleegd en vonden de beruchte massamoorden met gifgas plaats, achtereenvolgens: 'Aktion T4' 'Aktion 14f13' en 'Aktion Brandt'. 3Cf.: Neurodiversiteit, aflevering 1: Normaliteit en arrogantie: https://blog.seniorennet.be/tisallemaiet/archief.php?ID=2699233 |
Neurodiversiteit - Aflevering 1: Normaliteit en arrogantie|
Neurodiversiteit Aflevering 1: Normaliteit en arrogantie Tot nog niet zo heel lang geleden werd ter gelegenheid van buikoperaties de (intacte) appendix die men daar aantrof maar meteen weggehaald omdat men dacht dat hij geen functie had. En men dacht dat omdat men zijn functie niet kende. De foute conclusie, nota bene gemaakt in medische kringen, berustte op de verkapte overtuiging dat niets kan bestaan wat buiten onze kennis ligt en derhalve is het uitgangspunt van die flater de overtuiging van de eigen alwetendheid. Bizar genoeg heeft aldus de appendix moeten wachten op erkenning. Die kwam er toen men inzicht kreeg in zijn functie. Als infecties de darmflora bedreigen, sluit de appendix een deel daarvan af van de besmette darm om die dan na het verdwijnen van de infectie weer in de darm los te laten. Uiteraard beperkt het kort-door-de-bocht-geredeneer van het beschreven kaliber zich niet tot de eventuele functie van darmaanhangsels; zij betreft alle mogelijke levenssferen zonder onderscheid, onder meer die van de psychiatrie, met haar zogenaamde 'geestesziekten'. Een daarvan heet 'autisme' en deze 'abnormaliteit' werd tot voor kort gezien als sowieso problematisch, wat wil zeggen dat men nog geen weet had van deze 'afwijking' als opportuniteit voor een zich steeds meer divergerende en specialiserende menselijke samenleving. Want met de opkomst van de computer als bewustzijnsexplosief, blijken mensen met aanleg voor autisme zich vaker wonderwel thuis te voelen in de wereld van het internet. Uiteraard waren zij er vroeger ook, vooral dan - tenminste als zij geluk hadden - relatief verborgen en onzichtbaar in kloosters en in universiteiten maar sinds de gigantische communicatie- en bewustzijnsuitbreiding door het bestaan van het internet, smeekt men als het ware om uitgerekend die mensen die eertijds makkelijk gebrandmerkt werden als communicatief 'gestoord'. De aangestipte arrogantie brengt een wereld in het vizier waarin men bij een buikoperatie de gehele darm verwijdert omdat men zijn functie niet kent en daar is in de eerste plaats bescheidenheid geboden, in de zin van respect voor de werkelijkheid zoals die is en inzicht in de beperktheid en in de voorlopigheid van het menselijke kennen, zo niet volgt niets minder dan de algehele zelfvernietiging. Want met dit probleem is men helemaal niet aan zijn proefstuk toe: Hitler rekende met de vermeende onvolkomenheden van 'zijn' volk af door degenen in wie hij ze meende te herkennen, gewoon af te slachten in speciaal daartoe opgerichte fabrieken: in enkele jaren tijd, zes miljoen mensen. De V.S. blijken momenteel dezelfde richting uit te gaan. Andermaal: dit alles kan gebeuren met dank aan ordinaire arrogantie. Op zoek naar wie zich inlaten met de problematiek van 'biodiversiteit' en 'neurodiversiteit', een begrip dat momenteel emergeert vanuit een zich door crisis genoopt heroriënterende wereld, botst men op de gestudeerde auteur, tevens ervaringsdeskundige, Robert Chapman, die met zijn boek uit 2023, getiteld: Empire of Normality. Neurodiversity and Capitalism, het normale een kind noemt van het kapitalistisch systeem dat immers makkelijk manipuleerbare uniformiteit nastreeft en diversiteit bant. Maar het kapitalisme maakt van de wereld een vuilnisbelt en een plek vol ongeluk: het geloof in en de aanmoediging van diversiteit lijkt dan wel de weg bij uitstek om alvast de aberraties van de geldgod een halt toe te roepen. Omdat er geen twee dezelfde mensen zijn, is de enig mogelijke norm de afwijking ervan. De wereld van de mens heeft niets te maken met die van de statistieken die door zekere potentaten aangewend wordt om ons te overmeesteren: hij zorgt voor de massaproductie van schoeisel met de gemiddelde schoenmaat die echter niemand past. Bij klachten antwoordt de dictator: onze schoenen zijn de perfectie zelf, het zijn uw voeten die ziek zijn, ze zijn abnormaal lang of kort; u bent degene die een ingreep moet ondergaan. Het ergste is uiteraard dat wij dit ook nog slikken, wij wringen onze voeten in het opgedrongen schoeisel en gaan mankend door het leven, als we niet al instemmen met bijvoorbeeld amputatie. Ver gezocht? Traditionele Chinese praktijken van vrouwenvoeteninbinding maar ook de westerse naaldhakkenmode spreken dat letterlijk tegen. En het gaat niet alleen over het schoeisel, het gaat over alles, ook over de manier waarop onze hersenen werken. (Wordt vervolgd) (J.B., 31 maart 2026) |
Over geloof en ongeloof|
Over geloof en ongeloof Religie en materialisme, het zijn de twee systemen die de wereld verdelen, vooral dan sinds de zeventiende eeuw, de zogenaamde Verlichting, met het grote vertrouwen in de zogenaamde Rede, die heden ten dage echter noodgedwongen afzwakt naar de zogenaamde 'consensus', vaak resulterend uit beslissingen op grond van een meerderheid, wat de vaste redelijkheid van weleer bijzonder problematisch maakt - denk maar aan wat Spinoza hier omtrent zegt in het spoor van Plato: de waarheid is in handen van de meest bekwamen, die een minderheid vormen. Het materialisme dat alleen het bestaan van materie en energie erkent, ziet alles wat is door een micro-reductionistische bril, wat betekent: als samengesteld uit meer elementaire onderdelen en men stelt daar dat het samengestelde dan ook te begrijpen is vanuit het begrip van de onderdelen, met als bijzonderheid het geloof dat het samengestelde derhalve samenstelbaar moet zijn of dus namaakbaar. Het gaat in het materialisme dus om een louter geloof, evenmin 'positief wetenschappelijk' gefundeerd als het godsgeloof. Wat dus betekent dat het zogenaamde 'ongeloof' geen resultaat is van het verwerpen van 'het' geloof doch in wezen eveneens berust op een geloof, zij het een heel ander geloof. Uiteraard is de keuze voor dit andere geloof makkelijk te verklaren vanuit de veronderstelling dat de betrokken 'believers' streven naar de kunde om zelf alles te maken, met andere woorden streven zij de (goddelijke) almacht na. Reductionisten geloven in het zelf kunnen samenstellen van eenvoudige stoffen tot meer complexe en dat zijn dan uiteindelijk ook levende cellen, levende organismen, wezens met uiteraard hersenen die (in de materialistische visie op de zaak) bewustzijn produceren zoals de maag maagzuur produceert. Edoch, hoe dat dan in zijn werk zou moeten gaan, wordt nog steeds niet begrepen en pogingen om bijvoorbeeld een tarwekiem te maken door deze samen te stellen uit wat men bij analyse als zijn onderdelen aantreft, blijkt helemaal niet te willen lukken: het product ziet er misschien uit zoals een kiem maar de door mensen gemaakte 'kiem' mist de kiemkracht die hem moet maken tot wat hij is. Ook het begrip van de emergentie schiet tekort om hier verklaringen te kunnen brengen omdat het daar tenslotte gaat om een complementaire verklaringspoging naast de reductionistische. Het nieuwe, meer complexe, dat onvoorzien voortkomt uit het voorgaande, eenvoudigere, was niet voorspelbaar maar eenmaal het er is, wil men het alsnog reductionistisch kunnen 'verklaren'. Maar wat men dan doet, is nimmer verklaren doch louter beschrijven. Anderzijds heeft Aristoteles er op gewezen dat iets bewijzen eigenlijk niet meer om het lijf heeft dan het aanvaardbaar te maken, meer bepaald door het te situeren in een context van (reeds) aanvaarde dingen waaruit het dan lijkt voort te komen. Emergentie verwijst ernaar dat de eigenschappen van het geheel wezenlijk anders zijn dan die van de onderdelen maar bestaande wiskundige 'raadsels' getuigen ervan dat het begrip hiervan quasi nihil is. Neem als voorbeeld het bollenprobleem uit de waarschijnlijkheidsrekening, de ton met zwarte en witte bollen waaruit men bollen opvist en waarbij blijkt dat naarmate men meer bollen heeft opgevist, ook de kans toeneemt op een gelijke verdeling van zwart en wit in het geheel. Het lijkt iets raadselachtigs maar dat komt omdat men over het hoofd ziet dat de eigenschap van zwart of wit zijn weliswaar toepasselijk is op elke bol apart maar uiteraard nimmer een eigenschap kan zijn van het geheel, dat immers een aantal (bollen) is: aantallen kunnen niet zwart of wit zijn - zo simpel als dat. Het misverstand wordt duidelijker waar men meent het waarschijnlijkheidsrekenen relevant te kunnen toepassen op mensen, waardoor gebeurlijk middel en doel worden omgekeerd en waar bijvoorbeeld een florerende economie, de verarming van de mensen tot voorwaarde heeft, of waar men gelooft een goede gezondheidszorg te hebben als er maar weinig zieken zijn. Om bij dit laatste voorbeeld te blijven: uiteraard is het omgekeerde het geval om de eenvoudige reden dat goede geneeskundige zorg, de zieken in leven houdt. De waanzinnige Hitler geloofde dan ook dat hij het volk gezonder kon maken door de (nota bene: dure) artsen te vervangen door (goedkope) beulen, die de zieken gewoon ombrachten. Het na te streven resultaat van een volk zonder zieken heeft dan uiteraard geen enkel individu gezonder gemaakt, zoals ook een gesaneerde economie niemand verrijkt maar integendeel een heel leger werklozen voortbrengt. De economie en de volksgezondheid bestaan in een andere wereld (die van de statistieken) dan de wereld waarin rijkdom en gezondheid bestaan, die immers eigenschappen zijn van mensen. Het uiteindelijke falen van het materialisme betekent echter niet dat het geloof in God het pleit wint: in beide gevallen wordt een vrije keuze gemaakt, absurd maar onontkoombaar en enkel gegrond in verwachtingen of in hoop. Wat het belang van die laatst genoemde en vaak onbegrepen begrippen in het licht plaatst. Aurelius Augustinus deed dat wél al in de vierde eeuw door verwachting (en herinnering) te relateren aan wat wij beschouwen aan iets louter fysisch, namelijk de tijd. De tijd krijgt door die begrippen namelijk een onmisbare subjectieve component, namelijk als het 'geheugen': alleen het 'nu' bestaat, het verleden bestaat in het 'nu' als herinnering en de toekomst als verwachting. De tijd bestaat met andere woorden helemaal niet zonder de 'ziel'. En zo gaat het er op lijken dat het fysische universum en de ziel onderling verschillende en onverenigbare doch diep verstrengelde aspecten van onze werkelijkheid zijn. (J.B., 30 maart 2026) |
Verschijnt binnenkort: "Orpheus en Eurydike"
Verschijnt binnenkort: "Orpheus en Eurydike"

Trump achterna: “Minister Jambon (N-VA) keldert 40.000 euro steun voor Apache (Tom Cochez)”|
Trump achterna: “Minister Jambon (N-VA) keldert 40.000 euro steun voor Apache (Tom Cochez)” Die 'ons' niet naar de mond praten, hun mond worde gesnoerd, of: het einde van de onafhankelijke journalistiek, nu ook in Europa. Om te lezen, klik: https://apache.be/2026/03/18/minister-ja mbon-n-va-keldert-40000-euro-steun-voor -apache?cdlnk=UEVCOHBlcG1GZDNiRD zNvNzFjRCt0U2VGbCtzYzgvVElJTE00WjkvZ2 JIU3JlalFoUmg1MU45SkNxdE5yMVcvdTVQY1p jZHVWQT09OjowZGM1YTU4YTVkZmNhNzM1 Lees ook: |
De plundering van de Congo en de genocide van 1890 tot 1910
De plundering van de
Congo en de genocide
van 1890 tot 1910
https://blogimages.bloggen.be/tisallemaiet/attach/93208122348.pdf
Adam Hochschild | The Congo Under The Horror Of King Leopold II...
'Trauma en levenslust' Nog enkele bedenkingen n.a.v. het gelijknamige kunstwerk van Kris Lippeveld, uit 20161 - Aflevering 4
|
Nog enkele bedenkingen n.a.v. het gelijknamige kunstwerk van Kris Lippeveld, uit 20161 Aflevering 4 De aanvaarding van wat is, betekent geen apathie en de zingeving aan het leed wil niet zeggen dat het wel ergens deugd zou kunnen doen: “Eeuwenlang is de cultus van het lijden als werktuig ter rechtvaardiging van het onrecht en tot onderdrukking schaamteloos uitgebuit”2, aldus Sölle, maar tegelijk wijst zij er op dat de verbanning van leed (en van de dood) “tot bijna elke prijs” oneigenlijk is, alsook het marchanderen met leed, het relativeren en het bagatelliseren ervan omwille van de omvang. De aanvaarding van wat is, betreft eveneens “degenen, die overal ontkend werden en die gedwongen werden zichzelf te ontkennen. [Ook tegenover] het zieke, beschadigde incapabele leven, moet men de opvatting der acceptatie van het lijden zien (...)”3 In het boek Job is de (door Sölle aan God toegeschreven4) beproeving tiranniek, maar tegenover de tiran wordt de kleine geholpen: “De gehele schepping, vaak ook de zon, de maan en de sterren worden opgeroepen de zwakke tegenover de overmachtige te helpen. Is de beproeving doorstaan, dan gaat het recht van de machtige zulke beproevingen op touw te zetten te niet. [De beproevers] worden machteloos gemaakt, doordat de beproeving tegen de verwachting en tegen de wil van de tiran in doorstaan wordt. Dat is echter alleen mogelijk bij een absoluut 'rein' ongespleten wezen, dat de dood niet schuwt. Alleen hij, die bereid is zich te offeren (…) zal de beproevende God machteloos kunnen maken.”5 In de interpretatie van Sölle “is Job juist vroom omdat hij niet gelooft”6; hij is sterker dan God daar hij met zijn onbeantwoorde schreeuw op een andere God - Christus - blijft wachten.7 Deze waarheid verwijst onwillekeurig naar de Orpheusmythe (waarover Sölle niet spreekt) in een cultuur die wellicht helemaal losstaat van de joodse (en uiteraard van de christelijke, gezien de datering), waarin de liefde en de kunst een heilig huwelijk aangaan. De liefde van Orpheus voor zijn door een adder doodgebeten Eurydikè krijgt gestalte in een aanklacht van het onrecht in de artistieke vorm van de elegie waarvan de oprechtheid maakt dat zij in staat is de ganse natuur te ontroeren en de macht van de dood over het leven (tijdelijk) ongedaan te maken. Het kunstwerk is daar de drager van de kracht van de waarheid waartegen niets of niemand, ook niet een vermeende godheid, opgewassen kan zijn, en het ontleent aan die waarheid het wonder dat wij benoemen als schoonheid. (J.B., 18 maart 2026)
Met dank aan de kunstenaar
1Cf.: https://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3363632 alsook: https://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3363668 2Dorothee Sölle, o.c., pag. 82. 3Dorothee Sölle, o.c., pag. 85. 4Men kon opmerken dat de beproever Satan is en Jahweh staat dit toe omdat Hij het uiteraard niet kan weigeren. Tegelijk valt voor de interpretatie van Sölle wel iets te zeggen want Satan is een schepsel Gods gedoemd om hem te gehoorzamen - waar hij dat niet doet, verliest het verhaal zijn consistentie. 5Dorothee Sölle, o.c., pp. 87-88. 6Dorothee Sölle, o.c., pag. 93. 7Dorothee Sölle, o.c., pag. 93. |
'Trauma en levenslust' Nog enkele bedenkingen n.a.v. het gelijknamige kunstwerk van Kris Lippeveld, uit 20161 - Aflevering 3
|
'Trauma en levenslust' Nog enkele bedenkingen n.a.v. het gelijknamige kunstwerk van Kris Lippeveld, uit 20161 Aflevering 3 Trauma en levenslust: de twee in juxtapositie scheppen een koan, een geleide tot nadenken, tot het geven van zin aan iets dat op het eerste gezicht alleen maar tegenstrijdigheden in zich heeft, want dat is de indruk die men krijgt waar in de getraumatiseerde ziel alsnog de levenslust leeft omdat men geneigd kan zijn te denken dat levensleed en levenslust elkander tegenspreken. Het kunstwerk etaleert met het bloedrode lichaam de alsnog aanwezige, niet te stoppen levensdrang die zich zoekt te bevrijden van het aszwart dat aan de gedachten kleeft en dat ze ook overheersen wil zoals in het sterven, de dood het leven. Maar het lijf verzet zich en bindt de strijd aan zoals ook de kleuren dat doen op het schilderij. Er is een kracht in ons die ervoor zorgt dat wij in die strijd nimmer ten onder gaan en die daarin schuilt dat wij ons niet verzetten tegen wat is. Die houding van aanvaarding wordt mogelijk als wij de werkelijkheid beminnen, als wij ermee op houden eisen te stellen aan wat het lot ons toebedeelt. Zoals wij pas echt van iemand houden als wij de persoon aanvaarden zoals die is, onvoorwaardelijk, zonder die te willen veranderen of zogezegd 'verbeteren', wat echter totaal anders is dan onverschilligheid, waarin immers geen spoor van liefde te bekennen valt. Dat is wat Dorothee Sölle lijkt te suggereren.2 “(...) De 'geest van koopmanschap', zoals [de door de kerk verbannen] Meister Eckart het noemt, is hier uitgesloten.”3 Het gaat om “een leer van handelen 'zonder waarom'”4 en “een ik-sterkte die in het lijden niet vernietigd wordt.”5 En hier herinnert men zich de in onze inleiding geciteerde uitspraak van Albert Camus: “Au milieu de l’hiver, j’apprenais enfin qu’il y avait en moi un été invincible.”6 De liefde blijkt sterker dan het ongeluk. En “de mystieke liefde (…) transcendeert iedere God die minder is dan liefde.”7 Het lijden maakt het pijnlijke proces van het zich losmaken van de dingen mogelijk. “Bedoeld is niet alleen, dat het beter is, onrecht te lijden dan onrecht te doen (…) [maar wel] te weten, dat degene, die onrecht lijdt, ook sterker (niet alleen moreel beter) is dan degene, die onrecht doet.”8 En het is wellicht die waarheid welke aan 'Trauma en levenslust' zijn onmiskenbare authenticiteit verleent. (J.B., 17 maart 2026)
Kris Lippeveld, Trauma en levenslust (2016) Met dank aan de kunstenaar 1Cf.: https://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3363632 alsook: https://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3363668 2Dorothee Sölle, o.c., pp. 70-93. 3Dorothee Sölle, o.c., pag. 74. 4Dorothee Sölle, o.c., pag. 77. 5Dorothee Sölle, o.c., pag. 74. 6Albert Camus, « Retour à Tipasa », L’Été (1953), de slotzin. Cf.: https://edder.org/literatura/tipasa2.pdf 7Dorothee Sölle, o.c., pag. 75. 8Dorothee Sölle, o.c., pag. 81. |
'Trauma en levenslust' - Nog enkele bedenkingen n.a.v. het gelijknamige kunstwerk van Kris Lippeveld, uit 2016 - Aflevering 2
|
'Trauma en levenslust' Nog enkele bedenkingen n.a.v. het gelijknamige kunstwerk van Kris Lippeveld, uit 20161 Aflevering 2 Dorothee Sölle betoogt dat nieuwe pijnen de kop opsteken in deze tijd en dat wij ertoe neigen ze te verdringen2 terwijl zij de Japanse theoloog Kazoh Kitamori laat opmerken dat pijn inherent is aan de liefde.3 Sölle stelt het ontvluchten van pijn gelijk aan de apathie: pijn maakt ons sterk, zegt Sölle, en ze verwijst naar het volk van Vietnam4 - een voorbeeld van een hedendaags equivalent zijn wellicht de Palestijnen. Maar ook de dagelijkse (fabrieks)arbeid in het geïndustrialiseerde westen wordt door leed getekend. Aanvankelijk verstomt het lijden, vervolgens komt het klagen, tenslotte gaat men over tot rationele taal en actie in een poging om de situatie veranderen.5 “Een van de traditionele mogelijkheden om je zelf uit te drukken is vandaag de dag zoek geraakt: het gebed. Het vermogen, met zichzelf in dialoog te treden, lijkt steeds meer mensen zinloos én overbodig.”6 “De vraag welk wereldbeeld iemand heeft (…) is onwezenlijk; beslissend is, wie de partner in de dialoog van de mens is, Christus of de Mammon of de eigen vitaliteit.”7 Bidden is een verzetsdaad: men wenst iets anders dan wat de maatschappij aanbeveelt.8 Voor Dorothee Sölle is de (artistieke en intellectuele) arbeid derhalve gebed, zoals ook in de islam wordt gesuggereerd en het verzet zit hem in het engagement zonder hetwelk de hedendaagse kunst haar naam niet meer verdient. Edoch, de kwestie waarvoor men zich dan moet engageren wordt een wespennest door de macht van (religieus en politiek gestuurde) ideologieën en zo moet kunst zichzelf verheffen boven politieke kleuren en zal waar kunstenaarschap vertrouwd zijn met de bedelaarsstaf. Aan schatrijke artiesten is meestal een reukje, alsook aan religieuzen die hun optrekje hebben in kastelen en die een vette wedde trekken van de staat: hun gesprekspartner kan in geen geval de man zijn van Gethsemane. Kunst verwijst naar de pathos van het leven die zonder de lijdenservaring oneigenlijk blijft met als wezenlijke component Gethsemane, de verlatenheid, ook door God, wat leidt tot een uiterste opmerkzaamheid.9 En zo beeldt Trauma en levenslust niet de heldhaftigheid van frontsoldaten af zoals de staatse monumenten op bestelling dat doen, die worden opgericht met wat nog rest van het geld van de slachtoffers van de politieke leugens nadat die begraven werden en om de troosteloosheid te verhullen van een leed dat niet te peilen is: wars van alle leugens wijst het kunstwerk naar de waarheid van het leed dat zich verankerd heeft in trauma's waarmee de levenslust een strijd aangaat die van een andere orde is en die niet zoals de oorlog naar de eeuwige dood leidt doch naar oorden waar iets dat schoonheid wordt genoemd misschien ontkiemen kan. (J.B., 16 maart 2026) 1Cf.: https://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3363632 alsook: https://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3363668 2Dorothee Sölle, o.c., pag. 35. 3Dorothee Sölle, o.c., pag. 37. 4Dorothee Sölle, o.c., pp. 37-49. 5Dorothee Sölle, o.c., pp. 50-60. 6Dorothee Sölle, o.c., pag. 61. 7Dorothee Sölle, o.c., pag. 62. 8Dorothee Sölle, o.c., pag. 63. 9Dorothee Sölle, o.c., pp. 63-69.
Kris Lippeveld, Trauma en levenslust (2016) Met dank aan de kunstenaar |
'Trauma en levenslust' - Nog enkele bedenkingen n.a.v. het gelijknamige kunstwerk van Kris Lippeveld, uit 2016
|
'Trauma en levenslust' Nog enkele bedenkingen n.a.v. het gelijknamige kunstwerk van Kris Lippeveld, uit 20161
Kris Lippeveld, Trauma en levenslust (2016) Met dank aan de kunstenaar Met de massamoordenaars aan de macht, beleven wij heden de barre winter van de tijd, maar herinneren wij ons wat in 1953 de Franse auteur Albert Camus neerpende: “Au milieu de l’hiver, j’apprenais enfin qu’il y avait en moi un été invincible.”2 Deze mysterieuze zin getuigt van een verborgen kracht in het binnenste van de mens, de kracht die het hem mogelijk heeft gemaakt om de tijden te overleven en er ondanks alles vandaag nog te zijn. Zij is moeilijk te definiëren maar zij keert menigmaal terug in de geschiedenis, in allerlei vormen, en in de westerse cultuur bestaat zij zowel in haar Helleense als in haar christelijke pijler. In de Helleense verschijnt zij bijvoorbeeld in de uiteindelijke thuiskomst van Odysseus na zijn omzwervingen in de vele werelden die in normale omstandigheden aan het oog van de stervelingen onttrokken blijven en die zich pas tonen waar een strijd zich aandient op leven of dood en in de weliswaar multi-interpretabele zogenaamde christelijke pijler komt het heil pas via de weg van het kruis in het verschiet. Paradoxaal maar helemaal niet tegenstrijdig en bijna als een koan dient zich zoals in Augustinus' symbolisme een werkelijkheid achter het louter stoffelijke aan, echter onbereikbaar voor wie niet het vereiste offer brengen, zoals ook het geval is waar de betekenis van een tekst pas kan veroverd worden waar men zich (van kindsbeen af) gewijd heeft aan het zich eigen maken van de taal, waarbij het bereikte resultaat mede afhangt van de geleverde inspanningen: geen gratie zonder offer, al is er ook nog het mysterie van de genade. “Het zich bewust zijn van de onmacht is iets dat het lijden fundamenteel bepaalt”3, zo schrijft de protestants-marxistische 'god-is-dood-theologe' Dorothee Sölle. Het ongeluk is fysiek en psychisch, in de pijn, maar ook sociaal, in het isolement, zegt Sölle, en zij citeert Simone Weil: “'Het ongeluk maakt belachelijk'”4 - waar vandaan de afwezigheid van solidariteit (het “verloochend, verraden en verlaten worden”5) met de lijdenden en alleen een eigen lijdenservaring kan de neerbuigende caritas tot echt medelijden maken.6 Maar dat kan evenmin een reden zijn om een oorlog goed te praten als een vermeende schuld. “Er zijn vormen van smart [zie bijvoorbeeld het leed van onschuldigen], die iedere vorm van schuld oneindig ver te boven gaan”7, aldus Sölle. “Edith Stein is met andere joden naar de gaskamers gegaan, hoewel zij gered kon worden en haar dood niemand hielp”8 en daarvoor bestaat geen uitleg. Sölle haalt ook het tragisch conflict van Agamemnon aan die zijn dochter in een zoenoffer met de goden betrekt.9 Het te allen prijze uit de weg gaan van leed (heden bekend als het in het materialisme algemeen verbreid sentiëntisme van Peter Singer) brengt geen heil: “Als de ervaringen van het lijden, de 'pathai' van het leven verdrongen worden, verdwijnt ook het pathos van het leven en de kracht en intensiteit van de genoegens ervan.”10 “In deze betekenis kan men de apathie van de maatschappij als een deel van haar nekrofiele oriëntering in de zin van Erich Fromm begrijpen. Nekrofilie is liefde tot het dode, het verstarde, het onbeweeglijke, 'de wens van het organische door 'ordening' in het anorganische te veranderen' (E. Fromm, Das Menschliche in uns, Zürich 1968, 49)”11 - “het ideaal van de middenklasse”12 - “een banaal optimisme”13 - “een verstarring van het leven”14 - wat uitmondt in blindheid voor het lijden en in stompzinnigheid.15 (Wordt vervolgd) (J.B., 15 maart 2026) 1Cf.: https://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3363632 alsook: https://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3363668 2Albert Camus, « Retour à Tipasa », L’Été (1953), de slotzin.Cf.: https://edder.org/literatura/tipasa2.pdf 3Dorothee Sölle, Lijden, Ten Have, Baarn 1987 (1973) (Oorspronkelijk: Leiden, Kreuz-Verlag, Stuttgart 1973), pag. 12. 4Dorothee Sölle, o.c., pag. 14. 5Dorothee Sölle, o.c., pag. 16. 6Dorothee Sölle, o.c., pag. 15. 7Dorothee Sölle, o.c., pag. 22. 8Dorothee Sölle, o.c., pag. 26. 9Dorothee Sölle, o.c., pag. 27. 10Dorothee Sölle, o.c., pag. 31. 11Dorothee Sölle, o.c., pag. 32. 12Dorothee Sölle, o.c., pag. 33. 13Dorothee Sölle, o.c., pag. 33. 14Dorothee Sölle, o.c., pag. 33. 15Dorothee Sölle, o.c., pp. 34-35.
|
for ever fortunefor ever fortune
'Complotdenkers'!? - Aflevering 2a: Een voorgeschiedenis van de huidige neonazi's (naar Gie van den Berghe, De mens voorbij)|
'Complotdenkers'!?Aflevering 2a: Een voorgeschiedenis van de huidige neonazi's1 (naar Gie van den Berghe, De mens voorbij2) "Velen, ook Charles Darwin zelf, vreesden dat de beschaving de natuurlijke selectie grotendeels tenietgedaan had en de evolutie van de soort mens tot stilstand was gekomen. Dringende en dwingende maatregelen waren noodzakelijk. De niet-fitten, de zich ongebreideld voortplantende minderwaardigen, moeten aan banden gelegd worden. Geesteszieken en criminelen moeten afgezonderd worden, van voortplanting uitgezonderd."3 Aldus hebben de 'heersers der aarde' beslist4 die met de Verlichting hun intrede deden: zij die zich laten leiden door het licht van de rede; de Bijbel wordt vervangen door de Encyclopédie; kennis zal het mensras perfectioneren. "Wil men bevolking en voedselvoorraad beter op elkaar afstemmen, dan moet ofwel de bevolkingstoename worden afgeremd ofwel moeten de zwakke leden worden geëlimineerd", zo zegt Malthus5: "'De armenwetten creëren de armen die ze bijstaan."6 van den Berghe schrijft: "Anderhalve eeuw lang zullen Malthus' populatieprincipe en de politieke consequenties die hij eraan vastknoopte worden overgenomen door sociaaldarwinisten, eugenetici, geleerden, politici en racisten. Met telkens weer de boodschap dat de in sociaal, economisch, intellectueel, biologisch of genetisch opzicht minderwaardigen zich veel sneller voortplanten dan de meerwaardigen. Proletariër versus bourgeois, unfit versus fit, abnormaal versus normaal, jood versus ariër."7 Er is degeneratie maar wie de maatschappij verontreinigen, moeten weggezuiverd worden en in dat proces zullen artsen een hoofdrol spelen.8 "De gezondheidszorg werd steeds centraler georganiseerd, en stukje bij beetje werd de hele westerse maatschappij gemedicaliseerd."9 "De inenting tegen pokken was de eerste grootschalige, door de staat georganiseerde, succesrijke gezondheidscampagne. Maar de strijd was nog lang niet gestreden. De uit Azië overgekomen cholera richtte vanaf 1830 ware slachtingen aan. Epidemieën golfden over Europa (...) Er kwamen quarantainemaatregelen, militaire versperringen en medische controles voor wie uit besmet gebied kwam. Eind 18de eeuw voerden enkele Duitse staten een soort medische politie in om epidemieën te bestrijden."10 "Gezondheid werd stilaan een obsessie."11 "Medici werden steeds vaker betrokken bij het bevolkings- en gezondheidsbeleid (dalend geboortecijfer, epidemieën)."12 "De grote massa werd gemedicaliseerd. In 1883 voerde Bismarck als eerste de verplichte ziekteverzekering in, met artsen in overheidsdienst en gratis behandeling."13 Eind 19de eeuw werd in Duitsland een medische identiteitskaart ingevoerd en een ministerie van volksgezondheid opgericht. G. Hoffman schrijft over een medisch Utopia in zijn Moraal van de macht: "De bevolking in Hofmanns denkbeeldige staat wordt jaarlijks aan een grondig medisch onderzoek onderworpen. Zieken en gehandicapten worden doorverwezen naar de medische politie; kanker en tbc worden behandeld door middel van 'euthanasie'. Geesteszieken en gehandicapten vormen een te zware economische last en worden van bij de geboorte uitgeschakeld. De mensheid van ellende bevrijd, luidde een aantal jaren later de titel van een ander geschrift van dezelfde auteur."14 "In De Toverberg (1924) belicht Thomas Mann het medisch Utopia heel wat kritischer. In het sanatorium waar de roman zich afspeelt, een wereld van medische afzondering waarin men in plaats van een foto een röntgenopname van de geliefde koestert, bepalen artsen of iemand ziek is, kan men alleen in naam gezond zijn. Patiënten moeten voortdurend 'temperaturen', krijgen ziekte aangepraat, worden geneeskundig betoverd. Alles is onder medische controle. De zich beaat overleverende patiënten worden in fysieke en psychische kabinetten doorgelicht met röntgenstralen en psychoanalyse."15 Darwin treedt Malthus bij met zijn strijd om het bestaan en de natuurlijke selectie en hij inspireert Samuel Butler die in 1863 schrijft over de nakende machtsgreep van de machines en in 1872 volgt de utopische roman Erewhon; or, Over the Range, "een bijna profetische visie waarin zaken als organicisme (de maatschappij als menselijk lichaam), sociaaldarwinisme, artificiële intelligentie, DNAonderzoek en transhumanisme verwerkt zijn of aangekondigd worden."16 Men wil liefdadigheid afschaffen die immers de natuurlijke selectie tegenwerkt en "de Franse antropoloog, filosoof en socialist Georges Vacher de Lapouge (1854-1936) stelde voor een grootstad in te richten met gratis alcohol en voorbehoedsmiddelen, een oord waar alle menselijke wrakhout zou aanspoelen en zichzelf in geen tijd te gronde zou richten. In een in 1913 verschenen essay over eugenetica in de oudheid omschrijft Allen G. Roper, een Engels classicus, urbanisering als een nieuw en efficiënt wapen van de natuur om de unfit door snelle verspreiding van ziekte te elimineren. Anderen wilden niet aan de maatschappij, maar aan de mens zelf sleutelen. Eigen volk of de soort mens verbeteren door goede geboorten te bevorderen en slechte te beperken: eugenetica."17 ""Het angstbeeld van een op sterven na dood volkslichaam hield in dat de beroepsexpert, de arts, de patriottische plicht had tussenbeide te komen. Slecht functionerende cellen, schadelijke individuen die het staatslichaam verzwakken en uitputten, moeten verwijderd, geëlimineerd, en waar mogelijk voorkomen worden. (...) alle sociaal onaangepasten en ongeneeslijken chirurgisch weggesneden worden, als de zieke appendix uit een gezond lichaam. Wie helen wil, moet soms vernietigen. De bereidheid van staat en arts om tussen te komen groeide. De paradox tussen genezen en doden vervalt als al wie van de norm afwijkt, al wie abnormaal is, als ziektekiem wordt gezien. Het rotte deel wegsnijden wordt een therapeutische noodzaak, een goede daad, een verdienste."18 En dit was reeds lang voor de nazi's in de USA aan de gang: "Medici (...) zullen een vooraanstaande rol spelen in de eugenetische beweging (...). Begin 20ste eeuw zullen artsen de zuiverheid en gezondheid van de jonge Amerikaanse natie bewaken door alle fysiek en mentaal minderwaardig lijkende immigranten de toegang tot de nieuwe wereld te ontzeggen. Al even vanzelfsprekend zullen ze als selectieheren van de volksgezondheid ijveren voor massale sterilisatie van zwakzinnigen, geesteszieken en criminelen. Zoals ze enkele decennia later, in nazi-Duitsland, mensen zullen selecteren voor sterilisatie, 'genadedood' en gaskamer."19 "Eind 19de eeuw al voerden artsen in Duitse kolonies medische experimenten uit op in kampen opgesloten inboorlingen. Ze transplanteerden kankerweefsel, brachten wormen in bij kinderen, infecteerden gezonde mensen. In Duitsland zelf werd toen ook op prostituees geëxperimenteerd, onder meer door Emil Adolf von Behring, de man die de serumtherapie tegen difterie bedacht. Behring spoot mensen in met syfilis in de hoop dat er immuniteit zou ontstaan."20 De Schotse industrieel en filosoof William Rathbone Greg (1809-1881) schrijft: "Een samenleving die toelaat en mogelijk maakt dat erfelijk minderwaardigen huwen en zich voortplanten, is ziek. De staat (...) moet drastisch optreden, zoals een tuinier onkruid wiedt om rozen ruimte te geven."21 Thomas Henry Huxley (...) stelt in 1893: "dat de overheid de natuurlijke groei moet leiden en cultiveren, levensomstandigheden verbeteren en 'zwakken en misvormden verwijderen zoals een tuinman de minder goede planten uittrekt'."22 "Eind 19de eeuw al pleitten sommige artsen en politici voor de „genadedood‟ voor ongeneeslijk zieken. Gedaan met leed en pijn, verzorging en kosten. (...) stelde Alfred Jost in 1895. (...) Controle over leven en dood komt aan het sociaal organisme toe. Jost bedacht ook het begrip negativen Lebenswert, dat de rechtvaardiging van medisch gedirigeerde „genadedood‟ in zich draagt. Aanvankelijk (...) mochten ongeneeslijken zelf kiezen of ze eruit wilden stappen. Maar geleidelijk verschoof de klemtoon naar abnormaliteit, waardeloosheid, kostprijs en gevaar voor de maatschappij."23 Reeds Plato (in De Staat) bepleit dat paarvorming en voortplanting niet aan het toeval mogen overgelaten worden24 en in zijn Utopia neemt de grote humanist Thomas Morus (1478-1535) die ideeën over: "Euthanasie voor terminaal zieken mag, huwelijk en voortplanting zijn rationeel geregeld."25 Dit en nog veel meer is voorafgegaan aan het nazisme en pas "midden jaren 1920 tekent Adolf Hitler in Mein Kampf op dat 'indien men kans zag om slechts zeshonderd jaar lang alle lichamelijk gedegenereerde en geestelijk zieke individuen buiten staat te stellen en de kracht te ontnemen om kinderen te verwekken, men de mensheid niet alleen van een geweldige last zou bevrijden, maar daarmee ook een herstel mogelijk maken zoals men zich heden ten dage bijna niet kan voorstellen'."26 Maar Eugenetica bestond dus ook in de VS: onder leiding van de natavists werden kruistochten georganiseerd tegen sociale en hygiënische wantoestanden. De mormonen ontrieden het ouderschap aan ongezonde individuen. De profeet Noyes stichtte een commune (Oneida) waar mensen wetenschappelijk 'gekweekt' werden door selectie. Op de Indianen, de autochtone Amerikaanse bevolking, werd een genocide gepleegd. Racistische wetten werden gestemd. Chinese immigranten werden ervan beschuldigd de builenpest te hebben veroorzaakt die in 1900 uitbrak op Honolulu. In die tijd ontstonden bewegingen zoals 'Clean up America' die aan geboortebeperking deden en inentingen verplichtten en de 'Race Betterment Foundation' (gesticht in 1906). In 1905 introduceerde de Amerikaanse psycholoog Goddart een IQ-test om ongeschikte individuen te detecteren: idioten, imbecielen en debielen over wie hij schrijft: "Al deze waardeloze zielen kosten pakken geld aan de gemeenschap. Ze moeten geïdentificeerd worden en morons moeten gesteriliseerd worden."27 28
Zie het vervolg in de aansluitende kader!
1Dit is het hoofdstuk 27 uit Panopticum Corona (Jan Bauwens, Serskamp 2021), pp. 450-458, getiteld: 'Wij zijn de heersers der aarde'. 2Berghe, van den, Gie. (2009). De mens voorbij. Over vooruitgang en maakbaarheid. 1650-2050, Meulenhof/Manteau. Een PDF van het boek is voorhanden op het internet – zie: http://www.serendib.be/boeken/De-mens-voorbij.htm 3 Berghe, van den, Gie. (2009), pag. 16. 4 "Wij zijn de heersers der aarde, de koningen van de zee", aldus vangt het refrein aan van een strijdlied uit de nazitijd waarvan het auteurschap verborgen wordt gehouden - in het Duits getiteld: Der mächtigste König im Luftrevier. (Zie ook: https://www.neues-deutschland.de/artikel/8297.wir-sind-die-herren-der-welt.html ) 5 van den Berghe, Gie.(2009), p. 122. 6 van den Berghe, Gie.(2009), p. 123. 7 van den Berghe, Gie.(2009), p. 125. 8 van den Berghe, Gie.(2009), p. 138. 9 van den Berghe, Gie.(2009), p. 138. 10 van den Berghe, Gie.(2009), p. 140. 11 van den Berghe, Gie.(2009), o.c., p. 141. 12 van den Berghe, Gie.(2009), p. 142. 13 van den Berghe, Gie.(2009), p. 142. 14 van den Berghe, Gie.(2009), p. 143. 15 van den Berghe, Gie.(2009), p. 143-144. 16 van den Berghe, Gie.(2009), p. 145-146. 17 van den Berghe, Gie.(2009), p. 153. 18 van den Berghe, Gie.(2009), p. 156. 19 van den Berghe, Gie.(2009), p. 156. 20 van den Berghe, Gie.(2009), p. 157. 21 van den Berghe, Gie.(2009), p. 157-158. 22 van den Berghe, Gie.(2009), p. 158. 23 van den Berghe, Gie.(2009)., p. 158. 24 van den Berghe, Gie.(2009), p. 160. 25 van den Berghe, Gie.(2009), p. 161. 26 van den Berghe, Gie.(2009), p. 177. 27 van den Berghe, Gie.(2009), p. 231. 28 Tekst d.d. 6 april 2020.
Zie het vervolg in de aansluitende kader!
|
'Complotdenkers'!? - Aflevering 2b: Een voorgeschiedenis van de huidige neonazi's (naar Gie van den Berghe, De mens voorbij)|
'Complotdenkers'!?Aflevering 2b: Een voorgeschiedenis van de huidige neonazi's1 (naar Gie van den Berghe, De mens voorbij2) De wetenschap werd gebruikt als legitimatie voor de uitsluiting en de verminking van de armen. De voortplanting van mensen met slechte genen werd gecriminaliseerd en moest sterilisatie onder dwang verantwoorden. De dwangwet van Harry Laughlin uit 1922 stond model voor de nazisterilisatiewet.3 Guy van den Berghe schrijft: "De Amerikaanse natie moest op wetenschappelijke en legale wijze behoed en gezuiverd worden van mensen van het verkeerde slag. Weinigen vroeger zich af of dat zomaar kon in een democratie, integendeel, velen vonden dat absoluut noodzakelijk. Geen wonder dus dat er onder de dictatuur zoveel meer zal kunnen."4 Sterilisatie onder dwang werd ingevoerd in Vaud (Zwitserland) in 1928, in Denemarken (1929), in Alberta (Canada) (1928), in British Columbia (Canada) (1933), in Zweden en Noorwegen (1934), in Finland en Danzig (1935), in Estland (1936). "In Zweden werden in de periode 1935-1976 minstens zestigduizend jonge vrouwen tegen hun wil gesteriliseerd. Mentaal en fysiek gehandicapte vrouwen die niet in staat waren om voor hun kinderen te zorgen, maar ook mensen met een zeer slecht zicht of een 'ongezonde seksuele appetijt."5 Eugenetica betekent dat een land zich van zijn unfits moet ontdoen en ter verantwoording wordt zelfs de Bijbel erbij gehaald (Exodus 20:5).6 In de jaren 1920-1930 werd op Amerikaanse handelsbeurzen reclame gemaakt voor eugenetica met waarschuwingen tegen rassenvermenging en degeneratie.7 van den Berghe citeert een redenering die reeds bij Darwin gangbaar was: "Hoe lang zullen wij Amerikanen, die zo zorgvuldig omspringen met de stamboom van onze varkens, kippen en vee, het ouderschap van onze kinderen aan toeval en 'blind' sentiment overlaten?"8 Op het door o.m. Winston Churchill bijgewoonde eerste internationaal congres over eugenetica o.l.v. Leonard Darwin op 24 juli 1912 in Londen, uit politicus Arthur Balfour de volgende kritiek: "We zeggen dat de fitten overleven. Maar het enige wat dat betekent is dat zij die overleven fit zijn."9 van den Berghe: "De blijvende eugenetische bezorgdheid dat 'de biologisch fitten in aantal afnemen door daling van het geboortecijfer' moet volgens de doctrine van natuurlijke selectie verkeerd zijn. Want als families van hoger opgeleiden hun aantal niet op peil kunnen houden, betekent dat natuurlijk niets anders dan dat ze niet fit zijn."10 Maar de eugenetica radicaliseert: zwakzinnigen worden afgezonderd en gesteriliseerd en huwelijkskandidaten moeten een gezondsheidsattest voorleggen.11 En men wil ook de armen weg: "Een oppervlakkig meevoelend mens geeft de bedelaar een aalmoes; wie dieper meevoelt, bouwt een armenhuis; wie radicaal meevoelt zorgt ervoor dat de bedelaar niet geboren wordt."12 De Franse eugeneticus Charles Richet die deze sociale selectie bepleit en die zelfs aan pasgeborenen het recht op leven ontzegt, krijgt er in 1917 zelfs de Nobelprijs voor de Geneeskunde voor!13 De Mental Deficiency Act uit 1913 ontzegt zelfs aan mensen die niet in staat zijn hun zaken fatsoenlijk te regelen het recht op vrijheid.14 "Tien jaar later [in 1926] zal politieke agitator Adolf Hitler in het korte nawoord bij Mein Kampf schrijven dat 'een staat die zich in het tijdperk van de rassenvergiftiging aan de verzorging van de beste elementen van zijn ras wijdt op een goede dag meester moet worden over de aarde'".15 En daar weerklinkt het Nazi-strijdlied: "De machtigste koning van storm en van wind/is de arend geweldig en groot./De vogels zij sidderen en beven van angst/voor zijn snavel en klauwende poot./Als de leeuw verheft zijn gebrul des nachts/dan verschrikt hij de dieren ter wereld./Ja, we zijn de heersers der aarde, de koningen van de zee./Tiralala, tiralala, tiralala, tiralala, hoi hoi./Ja, we zijn de heersers der aarde, de koningen van de zee."16 Er is kritiek op de verregaande manipulatie van het volk, onder meer in Brave New World van Aldous Huxley (1894-1963) maar men blijft pleiten voor eugenetica, rassenhygiëne, sterilisatie en vandaag is dat consumptie-eugenetica geworden, een 'kind op maat', genen tegen woekerprijzen, 'egg freezing service', 'create your own genetically healthy child online' of de stunt van de eerste mannelijke zwangerschap.17 Maar het gaat gestaag richting staatsinmenging: "Op termijn kunnen trends in de gezondheidszorg, zoals de uitbreiding van genetische testen tot de hele bevolking en de alarmerende kosten-batenanalyses, tot meer centraal gestuurde eugenetica leiden. Biomedisch onderzoek en supervisie worden almaar grootschaliger, met steeds meer staatsinmenging."18 Met alle gevolgen van dien: "De Franse bioloog en geneticus Jacques Testart (...) verzette zich tegen bepaalde vormen van onderzoek omdat hij ervan overtuigd was dat ze tot nieuwe eugenetica zouden leiden. Hij (...) wijst erop dat eugenetica steeds meer in dienst komt te staan van het liberalisme en dat de tijd niet ver meer af is dat mensen geselecteerd zullen worden op concurrentievermogen."19 Uit deze uitweiding moge blijken dat in de menselijke zoektocht naar het goede beheer van de aarde, aberraties altijd al van de partij zijn geweest en dat de hypothese dat de huidige pandemie hier op de een of andere manier mee te maken heeft, allerminst moet beschouwd worden als een complottheorie maar veeleer als een reële mogelijkheid.20 (J.B.) 1Dit is het hoofdstuk 27 uit Panopticum Corona (Jan Bauwens, Serskamp 2021), pp. 450-458, getiteld: 'Wij zijn de heersers der aarde'. 2Berghe, van den, Gie. (2009). De mens voorbij. Over vooruitgang en maakbaarheid. 1650-2050, Meulenhof/Manteau. Een PDF van het boek is voorhanden op het internet – zie: http://www.serendib.be/boeken/De-mens-voorbij.htm 3 van den Berghe, Gie.(2009), p. 238. 4 van den Berghe, Gie.(2009), p. 241. 5 van den Berghe, Gie.(2009)., p. 241 6 van den Berghe, Gie.(2009), p. 243 7 van den Berghe, Gie.(2009), p. 244 8 van den Berghe, Gie.(2009), p. 244-245 9 van den Berghe, Gie.(2009), p. 245 10 van den Berghe, Gie.(2009), p. 245 11 van den Berghe, Gie.(2009), p. 246 12 van den Berghe, Gie.(2009), p. 248 13 van den Berghe, Gie.(2009), p. 249-250 14 van den Berghe, Gie.(2009), p. 253 15 van den Berghe, Gie.(2009), p. 254 16 https://www.neues-deutschland.de/artikel/8297.wir-sind-die-herren-der-welt.html 17 van den Berghe, Gie.(2009), p. 339-340 18 van den Berghe, Gie.(2009), p. 341. 19 van den Berghe, Gie.(2009), p. 342. 20 Tekst d.d. 7 april 2020.
|
'Complotdenkers'!?|
'Complotdenkers'!? In de coronacrisis die bij ieder van ons nog vers in het geheugen ligt, deed zich een fenomeen voor dat bestempeld werd als 'complotdenken' en waarover nu nog steeds aldus geoordeeld wordt, al willen sommigen het liever allemaal verzwijgen omdat zij vrezen dat wij alsnog mogen hopen dat mettertijd de waarheid sowieso aan het licht zal komen. Waar zich malafide politiek in het debat heeft gemengd, was het genoemde fenomeen ongetwijfeld van de partij maar als het adjectief 'malafide' verwijst naar opportunisme, belandt men met het hele thema in een wespennest omdat berekening met het oog op eigenbelang sowieso aan politieke activiteiten van ongeacht welk pluimage inherent is. Een gezond wantrouwen in het 'systeem' dat onze zaakjes moet bedisselen is terecht omdat machtsmisbruik een kwaad is dat altijd om de hoek loert en men kan zelfs zeggen dat in een vrije marktsysteem waar de middeldoelomkering regeert, dit kwaad het goede overheerst: dienstbaarheid aan het volk als voorwendsel voor plundering. En hier volgt nu niet een 'maar' zoals in het leugenachtige maar courante antwoord: “U hebt volledig gelijk, maar...” en waarvan de vertaling kort en bondig luidt: “U hebt volstrekt ongelijk!” - integendeel. Dat de actuele extreemrechtse wereldpolitiek alsnog blijkt weg te komen met de 'rechtvaardiging' dat onderhandelen enkel in een ideale en derhalve onbestaande wereld thuishoort en dat in de realpolitik waarbij zij zegt te zweren, alleen het recht van de sterkste mag gelden (“Diplomatie is voor Utopia, dus pakken wij gewoon wat wij hebben willen!”) illustreert niet alleen dat wantrouwigheid jegens het 'systeem' gezond kan zijn maar bewijst bovendien dat het een plicht is voor wie hun vrijheid en de menselijke vrijheid of de menselijkheid tout court willen gehandhaafd zien. De verwisseling van het doel met het middel is dermate ingeburgerd dat dit het nieuwe normaal werd, wat betekent dat kritiek daarop bestraft wordt met excommunicatie, en dit zonder verantwoording of rechtvaardiging omdat de afwijking van de norm sowieso als misdadig opgevat wordt. Opportunistisch als het is, gebruikt het 'systeem' nu deze dwang uitgaande van het groepsinstinct om te kunnen ontkomen aan het principe van de verantwoording en derhalve om à volonté onrecht te kunnen plegen. En het gaat hier nota bene niet om een terugkeer naar de natuur met haar recht van de sterkste: deze misdaad heeft een absoluut karakter daar zij bewust en berekenend het recht van de sterkste door het rechtssysteem wil verdedigd zien, dus in principe ook door wie daardoor onrecht ondergaan: deze gruwel transformeert aldus voorrechten tot rechten. Dat wantrouwen jegens het 'systeem' terecht is, en dus een recht, maar bovendien een plicht, laat zich ook anderszins zien, met name in de door het systeem hardnekkig gehandhaafde maar zich even hardnekkig verbergende praktijk van de beschuldiging van haar slachtoffers. Met betrekking tot de al dan niet vermeend complotterenden inzake de coronacrisis is dat duidelijk en wel omwille van verschillende redenen: het machtssysteem dat zich sowieso wil handhaven, acht zichzelf volmaakt, het pleit zich vrij van elke mogelijke onvolkomenheid en verdedigt met hand en tand haar uitschuivers ten koste van de waarheid, zoals elke leugenaar dat doet. Het heeft een totalitair karakter en het verwisselt derhalve haar eigen fictie met de werkelijkheid, waarbij bij uitstek het kwaad dat zij verricht, in de schoenen van haar slachtoffers wordt geschoven. We herhalen hier ons voorbeeld van intussen enkele jaren geleden omdat het exemplarisch is voor de gang van zaken op zowat elk terrein waarop dit zwartepietenspel door het systeem bedreven wordt, precies omdat het zodanig onzichtbaar wordt gemaakt dat haar slachtoffers gaan meehelpen aan de handhaving ervan. We bespraken hoe de maatschappelijke veroordeling van homoseksualiteit in wezen neerkomt op de veroordeling van mensen , meer bepaald bij de verklaring van de oorsprong van de uitdrukking “uit de kast komen”. Wie uit de kast komen, zijn daar op een keer ook in opgesloten en in feite gaat het veeleer om een kist want de slachtoffers van die gemene handelwijze uit de tijd kregen de opdracht zichzelf te verloochenen en hun leven te ruilen voor een toneel. Dat gebeurde doorgaans in de puberteit van de betrokkenen met de medewerking van de notabelen, zijnde de pastoor en de huisarts, die immers aan de betrokkene diets maakten dat deze zijn familie tot schande zou brengen als hij of zij zich niet levenslang verborg, wat in feite neerkomt op het lot van levend begraven te worden nadat men werd veroordeeld en gekist.1 Tot niet zo heel lang geleden gold homoseksualiteit hier als een ziekte en in meer religies geldt ze nog altijd als een zonde, waarmee de politiek middels het (religieuze en naderhand medische) systeem haar eigen falen op de rug schuift van de slachtoffers die ze ermee maakt.2 Het systeem doet hetzelfde met alle andere ongewensten, waaronder bovenal moet verstaan worden: allen die al dan niet terecht economisch onrendabel worden geacht, onder wie vrouwen, kinderen, gehandicapten, zwakkeren, ouderen, zieken,vreemdelingen, vluchtelingen, mensen zonder papieren of zonder rechten en zo meer. Mensen zijn beïnvloedbaar en als kuddedieren extreem beïnvloedbaar door gezagsargumenten, wat de detectie bemoeilijkt van het mechanisme achter hun onterechte veroordeling (die zoals gezegd het falen van wie de veroordeling uitvaardigen, moet verkappen), vooral als dit een instrument is van een heersende religie of van een wetenschap, bij uitstek de geneeskunde, die hier vandaag de religieuze taken stelselmatig overneemt, vooral inzake de verschuiving van zonde naar ziekte. In de twee gevallen wordt de schuld bij het slachtoffer gelegd en wast het systeem zelf zich schoon van elke blaam. Vaak leidt het er zelfs toe dat de veroordeling die schuilt achter de diagnose, die immers een taxering of een vorm van demonisering inhoudt, ziekmakend is vanwege enerzijds het voor slachtoffers verleidelijke ziektegewin en anderzijds de neiging tot het wegwerken van de cognitieve dissonantie waarvan zij te lijden hebben.3 De diagnose geeft de patiënt een verleidelijke, valse geruststelling en hij weet dan ook zijn eigen malaise te plaatsen, zij het tegen de prijs van zijn autonomie of vrijheid. Het 'systeem' dat kapitalistisch en derhalve leugenachtig is, doet dat echter niet en volgt de slinkse weg van de zogenaamde 'compartimentering', een begrip van de Nederlandse socioloog Abram de Swaan, waarmee onder meer het gemak waarmee misdaden worden begaan, verklaard kan worden.4 Een bedrieglijk systeem heeft ook geen nood aan een eigen consonantie omdat het geen psychè heeft en dus niet psychisch kan lijden; het wil die alleen kunnen voorwenden zoals een bedrieger een dubbele boekhouding behoeft om zijn bedrog te kunnen maskeren. Systemen zijn geen personen en derhalve kan van hen niet worden geëist dat zij verantwoording afleggen; het is een dwaling om te denken dat zij ook maar het geringste menselijke vertrouwen waard zouden kunnen zijn. Vandaar neigt het neoliberalistische totalitarisme ertoe om onze vrijheid die het valselijk als haar streefdoel voorwendt, aan de ketenen te leggen en wel op een bijzonder verborgen en dus moeilijk te bestrijden manier: het tracht de rechten van LGBTQ+-personen terug te schroeven, voert het racisme opnieuw in alsook de slavernij, met name in de vorm van een schaamteloos gepropageerde herkolonisering. En het moet dan ook geen verwondering wekken wanneer na de abortus- en de euthanasiewetten, ook werk gemaakt wordt van algemene massamoordpartijen waarbij, zoals in een Europees totalitarisme van welhaast een eeuw geleden, in den duik alle economisch onrendabele mensen van het leven worden benomen. Als die niet al aan de gang zijn! (J.B., 13 maart 2026) 1Cf.: https://blogimages.bloggen.be/tisallemaiet/attach/93208129870.pdf , pag. 130. 2Cf.: https://blog.seniorennet.be/tisallemaiet/archief.php?ID=2602169 Meer volledig: “De veroordeling van de 'verkeerde' mensen door de nieuwe financiële en politieke elite die zoals voorheen onveranderd bestaat uit dezelfde dienaren van Mammon, krijgt voortaan gestalte in onaantastbare, heilige, want wetenschappelijke vormen: het in het leven roepen van een research naar de oorzaken van homoseksualiteit verkapt a priori de stelling dat mensen die met betrekking tot dit thema niet beantwoorden aan het traditionele concept, ongewenst zijn - indien zij niet meteen fysiek worden uitgeschakeld, dan dienen zij toch verbannen of 'verbeterd' te worden, 'bijgewerkt', zoals dat gebeurt met zaken die het aandurven om weerstand te bieden aan de gekende vormen van manipulatie die erop gericht zijn om nog uitsluitend bestuurbare en vervangbare massaproducten te fabriceren welke passen in het kraam van Mammon. Zo kan naast misdadige wil alleen nog onverstand verantwoordelijk zijn voor het koortsachtig zoeken naar de oorzaken van homoseksualiteit. Immers, wie zich er terdege rekenschap van geven dat homo's zich door de band niet voortplanten, krijgen meteen de verklaring in de schoot geworpen voor het feit dat actueel de overgrote meerderheid van de mensen (en van de dieren?) heteroseksueel gericht zijn en dat 'slechts' vijf percent van de bevolking zich tot de homopopulatie kan bekennen. Want dit is het geval gesteld dat er een 'homo-gen' zou bestaan: het gen plant zich dan bijna niet voort. Inderdaad, er bestaat niet zoiets als een 'homo-gen', het gaat veeleer om een wellicht bijzonder moeilijk na te speuren complex conglomeraat van fysieke constituties welke resulteren in de seksuele geaardheid in kwestie die dan ook kan beschouwd worden als slechts een 'bijwerking' van die fysieke condities. Maar de zaak is dat dit helemaal geen verschil uitmaakt met betrekking tot de conclusie van hier boven: het bestaan van een 'homo-gen' wordt overbodig om uit te kunnen leggen waarom een meerderheid van de bevolking heteroseksueel geaard is, de uitleg dat homo's zich niet voortplanten, volstaat. Ook vermeende 'foute' identificatieprocessen tijdens de opvoeding en ongeacht welke andere mogelijke invloeden worden overbodig als verklaring omdat de natuur geen enkel wezen in een welbepaalde richting stuurt zodat de seksuele geaardheid van een mens wordt bepaald zoals van een opgegooid geldstuk bepaald wordt of het op kruis valt of op munt: de verdeling is fifty-fifty; mannen vallen niet op mannen of op vrouwen en ook vrouwen vallen niet op vrouwen of op mannen maar mensen vallen op mensen en over de kwestie of dat dan mannen zijn of vrouwen hebben de betrokken personen helemaal niets in de pap te brokken omdat die zaak uitsluitend door (natuurlijk) toeval wordt beslecht. Maar als het feit dat homo's een minderheid vormen het gevolg is van het feit dat zij zich (door de band genomen) niet voortplanten, dan kan de homoseksuele geaardheid bezwaarlijk nog als een afwijking worden beschouwd omdat het in de minderheid zijn van de homo's het gevolg is van een gedrag (namelijk het voortplantingsgedrag en meer bepaald het feit dat hun seksualiteit niet tot voortplanting kan leiden). Bovendien is ook het teleologisch argument dat homoseksualiteit veroordeelt, achterhaald: dit argument betreft de 'afwijking' waarbij koppelvorming onder mensen van hetzelfde geslacht de voortplantingsfunctie zou missen. Maar de voortplanting is slechts één van de vele mogelijke functies van de seksualiteit en het verengen van de seksualiteit tot haar voortplantingsfunctie volgt uit helemaal niets anders dan uit de zingevingsdrang die ons in feite helemaal niet toekomt en die slechts eigenbelang verkapt omdat het daar in wezen gaat om het opdringen van ons eigenste willetje aan de dingen - zoals elders aangetoond. Edoch, van zodra men het inzicht eigen is dat bij koppelvorming door de betrokkenen van nature helemaal geen rekening wordt gehouden met hun geslacht, vervalt eveneens de inhoud van het concept van de seksuele geaardheid. Omdat koppelvorming zich wars van de geslachtelijkheid van de betrokkenen voltrekt, is er ook helemaal geen 'geaarheid' nodig om die te verklaren, wat in feite betekent dat dit concept een spook is, een soort zinsbegoocheling, iets dat slechts een schijn van betekenis heeft. Uit deze eenvoudige vaststellingen volgt dan uiteraard dat het moreel problematiseren van de 'seksuele geaardheid' - precies omdat zij niet eens bestaat - een misdaad is jegens alle betrokkenen die daar hinder van ondervinden. En over die hinder moet men het hebben omdat zij in de plaats getreden is van de gaskamers van weleer. De gaskamers waren, weliswaar een tijdlang nadat de gruwel zich had voltrokken, fysiek aantoonbaar. De 'hinder' daarentegen welke resulteert uit de allernieuwste vormen van vervolging, is nog minder zichtbaar dan het gifgas waarmee Hitler de mensen die hij haatte om het leven bracht maar zij is niet minder dodelijk. Die hinder is er, zoals algemeen geweten, in de vorm van discriminatie maar eigenlijk is het gebruik van deze termen oneigenlijk omdat de betrokkenen in de eerste plaats door hun veroordeling het slachtoffer worden van ontmenselijking en ontmenselijking is een misdaad van een heel ander type dan discriminatie. Discriminatie heeft te maken met rechten en met voorrechten, terwijl de misdaad van de ontmenselijking veel dieper ingrijpt in het leven van het slachtoffer. Het bewuste proces van ontmenselijking ontsnapt nog steeds aan het begrip van zelfs geschoolde hulpverleners omdat dit begrip een empathisch vermogen vereist dat niet vanzelfsprekend is en die kwestie kan ook zeer concreet worden gemaakt. De uitdrukking “uit de kast komen” werd inmiddels gemeengoed maar het is allerminst overbodig haar betekenis te verklaren: van mensen over wie gezegd wordt dat zij met betrekking tot hun seksuele geaardheid uit de kast gekomen zijn, moet uiteraard worden aangenomen dat zij ooit in een kast terecht kwamen. Meer bepaald zijn zij daar in gestopt en dat is het werk van meerdere personen die al dan niet bewust in dienst staan van een homofobe cultuur, zoals die gangbaar was in de katholieke middens tot zowat twee generaties geleden. Een puber vertelt aan zijn ouders dat hij homo is, wat angst, hysterie en schaamte teweeg brengt omdat die geaardheid door de homofobe cultuur in kwestie niet alleen als afwijkend wordt beschouwd, zoals het hebben van te korte benen, maar meteen ook als immoreel. De ouders van de puber stappen naar een vertrouwenspersoon en raadgever die vaak de huisarts is - tot voor kort meestal een man. De huisarts laat het kind bij zich ontbieden en die vertelt hem met een geveinsde vertrouwelijkheid dat homoseksualiteit weliswaar niet langer verboden is maar desalniettemin zondig en vooral: dat het blijk geven van die geaardheid door een navenant gedrag, schande brengt over de betrokkenen. Er is een zeker begrip voor die geaardheid, zo vertrouwt de arts aan het kind toe; je kan het dus wel doen, maar breng dan ook begrip op voor je ouders: beloof mij dat zij het niet aan de weet komen, zij zouden daar immers eeuwig onder lijden want het is hoe dan ook een schande om een homokind te hebben, dat kun je toch begrijpen? En wat kan een puber met blind vertrouwen in zijn opvoeders anders nog doen dan een lot alsnog te aanvaarden dat echter door geen mens kan gedragen worden omdat de inhoud daarvan, die pas na het verdict en met mondjesmaat zal doorsijpelen, niets anders inhoudt dan het levend begraven worden van een nog springlevend kind in een kast? En men spreekt wel over een kast omdat er geen lijk in ligt maar in feite gaat het om een kist met daarin een mens die weliswaar dood lijkt omdat hij zwijgt maar dat zwijgen werd hem opgelegd 'voor zijn eigen goed' omdat hij door te spreken alleen zichzelf nog kon ter dood veroordelen. Ik heb je ouders gerustgesteld, zo werkt de arts dan verder het voorgeschreven programma af: ik heb hen verteld dat het gaat om een neiging eigen aan de puberteit, een tijdelijke neiging. En je bent verstandig, je ziet al waar ik heen wil want er is een oplossing voor jouw probleem. Je ouders zullen je binnenkort vragen hoe het met je gaat op dat gebied. Je begrijpt toch wel wat je hen dan moet antwoorden? Inderdaad, vertel hen dat ze op twee oren mogen slapen, vertel hen dat het over is. Dit kind daarentegen zal alleen nog slapeloze nachten kennen. Dit kind slikt omdat het zijn ouders moet beliegen maar omdat het gelooft wat de dokter zegt, begrijpt het ook de noodzaak van wat in zijn verdere explicatie door de geleerde man wordt voorgesteld als een 'leugentje om bestwil'. Nu is het op het ogenblik dat het kind aan de arts belooft die instructies te zullen volgen, dat het eigenhandig in die kast stapt. Vroeger was het echt een kist, vandaag is het althans in onze contreien en in het merendeel van de gevallen gelukkig een kast omdat daarvan gezegd kan worden dat men er weer uit kan komen. Vroeger kon dat niet en in zekere conservatieve culturen kan dat nog steeds niet. Het kind doet een belofte, zij het op grond van leugenachtige informatie, en het komt die ook na omdat kinderen, in schril contrast met de meeste volwassenen, trouw zijn: het kind leeft aanvankelijk aseksueel maar van zodra het enige zelfstandigheid heeft verworven, gaat het ofwel levenslang een rol acteren (in vele gevallen stapt het in een heterohuwelijk met op de koop toe kinderen en al hoeft dit op zich geen ramp te worden: vaak leidt het tot een immens lijden of een drama) ofwel gaat het deelnemen aan het sociale leven van gelijkgestemden, wat dient te gebeuren in een subcultuur want niet-homofiele verwanten moeten zoals door het kind beloofd voor schande worden behoed. Het vergt een portie empathie om zich de miserie voor de geest te kunnen halen waarmee een mens van voor de tijd dat hij volwassen is, bedeeld wordt en dan nog door degenen die hem het naast aan het hart gelegen zijn maar het hoeft geen betoog wat dit zal betekenen voor wie dat te verwerken krijgen omdat dit gewoon niet te verwerken is. Dat ondanks de vermeende welstand, de economische en de technologische vooruitgang, de talloze mogelijkheden om met allerhande wantoestanden komaf te maken, de toegang tot informatie voor principieel iedereen en het bestaan van instituties die beloven te waken over rechten en over mensenrechten, het vandaag alhier nog mogelijk is om partijen te stichten die geheel openlijk een homofobe of een anderszins discriminerende politiek voeren, is bijna onbegrijpelijk als men niet aanneemt dat die partijen in feite de wil vertolken van de mensen zelf, die onmiskenbaar wolven voor hun medemensen zijn. En zoals iedereen dat kan vaststellen, zelfs met gesloten ogen, verslinden zij, exact zoals wolven dat doen, vooreerst de zwaksten: de ongeborenen, die immers nog geen burgers zijn, geen burgerrechten hebben en openlijk ten prooi zijn aan de massamoord van abortus provocatus; de ouderen die in de modieuze maar waanzinnige media als lastpakken worden afgeschilderd, lastpakken voor de anderen wegens hun economisch negatief nut maar ook lastpakken voor zichzelf die, als ze het maar willen inzien, maar beter voor euthanasie kunnen opteren zodat zij zelf de kist in stappen, geheel vrijwillig en alleen door inzicht gedreven, zoals ook homo's dat doen, in blind vertrouwen op hen die zich hun leiders noemen en die misschien niet geheel verantwoordelijk zijn voor hun geluk maar wel voor het ongeluk dat ze hen toestoppen met een gemene list, uitgebroed door een maatschappij die derhalve alleen de naam van 'samenzwering' verdient. Op 9 juni trekken wij naar de stembus, de stemming is geheim, zij eist van ons geen enkele verantwoording voor wat wij doen onttrokken aan het oog van allen en hierin schuilt het kwaad: het wordt beschermd door de krachten van de duisternis, men kent aan de moord het recht toe om zich te onttrekken aan het licht. En dit zijn allemaal vruchten van de criminele samenzwering die wil doorgaan voor een samenleving. Toen ik onlangs een bezoek bracht aan een bejaarde en die vroeg om raad inzake de stembusgang, kreeg ik het volgende devies: “Stem alsof je het in het openbaar moet doen, op een podium waar iedereen je kan vragen wat je motieven zijn.” (Cf.: Tisallemaiet, onze tekst d.d. 29 mei 2024: https://blog.seniorennet.be/tisallemaiet/archief.php?ID=2602169 ) 3Cognitieve dissonantie is onaangenaam en als handelingen en overtuigingen onderling tegenstrijdig zijn, tracht men die te herinterpreteren met het oog op consistentie. 4Cf. onze synthese van de theorie van de Swaan in: Verborgen massamoord (J.B., Serskamp, 29 november tot 11 december 2017): https://blogimages.bloggen.be/tisallemaiet/attach/330786.pdf |