Naar de inhoud

FAMILIE IDING TEN BOSCH

Familie Iding ten Bosch - Varsseveld - Heurne - Huissen - Westervoort - Lichtenvoorde
akke.beakke.be

Varsseveld Transcriptie 3 (onvolledig)


3. Transcriptie

76 Idink, Boesveld, Honlo (1245)

…komt: "Item Egkynck I waer. Pastor in Versevelt" I) 2), terwijl ook op de Lijst van kerkegoederen van pastoor Johannes van Wytenhorst uit 1439 vermeld wordt: "Item in parochia Zilvolden bona Egginc" 3). Wij kunnen overigens niet beoordeelen, of de naams-overgang van Eg-lo in Egg-ink al dan niet aanvaardbaar is.

De Eggink is een nog altijd bestaande hoeve; het tegenwoordige adres is: Egginkstraat I, Silvolde.

Dan, de vijfde mansus uit de oorkonde van 1245 is de domus Busvelde, een naam, die in een oorkonde van 1292 (zie hierna) als Buysvelde gespeld wordt. De beteekenis van het eerste lid van dit compositum is onduidelijk; misschien van buse, buysse, = vaas, beker 4): bekervormig veld. Ook de hoeve Busvelde bestaat nog; de naam wordt nu geschreven: Boesveld, en het tegenwoordig adres is: Boesvelderdijk 4, Westendorp.

Van deze hoeve Busvelde weten we, gelijk we hiervóor op blz. 73 reeds terloops opmerkten, met zekerheid, dat ze niet aan de kerk van Varsseveld toebehoorde. Immers, uit een drie-tal andere oorkonden, eveneens uit het jaar 1245 s), blijkt, dat de nobilis Konrad van Velen, samen met z’n vrouw Bia van Metelen en z’n zoon Herman, in dat jaar zijn aangeërfde goederen Idink, Busvelde en Honlo te Varsseveld, waarvan hij de grondheer was, aan het klooster Bethlehem verkocht, en dat het klooster daarop Bernard Idink, ridder, en ministeriaal of dienstman van den genoemden Konrad van Velen, welke Bernard Idink mede door hem aan het klooster Bethlehem was overgedragen, met deze goederen beleende. Deze drie Varsseveldsche goederen Idink, Busvelde en Honlo waren dus vóór dezen verkoop in 1245 goederen van de familie Van Velen, en nadien goederen van het klooster Bethlehem.

Naar de door ons gegeven voorstelling moet er dus op Busvelde een uitgang gerust hebben ten behoeve van de kerk van Varsseveld of van een daarin gevestigde stichting, hetzij een Van Velen, als leenheer van dit dienstmansgoed, hetzij een Idink, die dit goed in dienstleen hield, hetzij een boer, die dit goed Busvelde van Idink in erfelijk gebruiksrecht had, deze verplichting had aangegaan. Het behoeft ons, (zie voor vervolg Transcriptie 4)

Stuur door Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Varsseveld Transcriptie 2 (onvolledig)


2. Transcriptie

88 Hiddink (1250)

…het optreden van een nieuwen gebruiker één pond zou moeten worden betaald; als tyns zouden ze op Maria Hemelvaart twee denariën hebben te betalen.

Ook de hoeve Hiddink onder Varsseveld behoorde met zekerheid eens tot het Lohnsche goederenbezit aldaar. De naam Hiddink is weer een compositum van een persoonsnaam, Hiddo, en den uitgang -inc. De hoeve Hiddink heeft tot in de 19de eeuw voortbestaan. Bouwmeester is er, wat dat betreft, beslist náast, als hij (in 1903) schrijft: "De Hiddink ligt nog heden ten dage aan den Romeinendijkt, want de Hiddink was er ook in 1903 al niet meer, en ze had ook niet gelegen aan den Romeinendijk.

Ze staat op een kaart uit het jaar 1828 3) nog duidelijk aangegeven, maar op een andere, enkele tientallen jaren jongere kaart (van uiterlijk 1853) zijn nog slechts de perceelen aangegeven, waarop de gebouwen van den Hiddink gestaan hadden; deze gebouwen waren er toen zelf blijkbaar niet meer. Wel herinneren ook thans nog enkele locale namen aan de vroegere hoeve: aan den noordkant van het dorp, nauwelijks buiten de bebouwde kom, t. w. bij het begin van den Lichtenvoordsche weg, buigt zich de Hiddinkdijk links af, die zich met een oostwaartsche ronding in noordelijke richting uitstrekt, weldra links en rechts eenige kleinere beboschte gronden, die tesamen het Hiddinkbosch heeten, passeert, daarna via de Hiddinkbrug over de Slingebeek en verder recht toe recht aan op de grens van Varsseveld en Lichtenvoorde aangaat, in de nabijheid van welke grens hij op de Landstraat, ook wel Romeinendijk geheeten, uitkomt.

Het lijkt ons toe, dat het laatstgenoemde, ten noorden van de Slingebeek gelegen gedeelte van den Hiddinkdijk eerst later, en wel als verlengde van het eerstgenoemde oudere gedeelte, dezen naam heeft verkregen, en dat de Hiddinkdijk voorheen z’n ronde tracé bezuiden de Slingebeek, eerst in westelijke, dan in zuidelijke en tenslotte weer in oostelijke richting vervolgde (deze cirkel-vormige weg is er nog!), om Zoo een esch-achtigaandoend gebied van ongeveer één km doorsnede af te bakenen, welk gebied thans in den volksmond nog in z’n geheel "Het Hiddink" heet. De Hiddink nu lag, blijkens de genoemde kaart uit 1828 in het meest-zuidelijke gedeelte van dit cirkel-vormige gebied,…

Reageer op dit bericht Stuur door

Varsseveld Transcriptie 1 (onvolledig)


1. Transcriptie

…een Winricus van Wesenthorst in de mark Notlo, kerspel Silvolde, gewaard te zijn geweest.

En vooral wijzen we op een, in dit verband wel zeer merkwaardige oorkonde van 22 Febr. 1335 1), waarin de hiervóor het laatst genoemde Winrich van Wesenthorst aan zijn neef, heer Adam van den Berg, het Sibertsgoed te Mechelen (gem. Gendringen) overdroeg, waarbij hij tevens aan denzelfden heer Adam van den Berg een groot aantal dienstlude en eygenlude verkocht. Uit de betreffende, in deze oorkonde voorkomende opgaaf blijkt duidelijk, dat deze Winrich van Wesenthorst en zijn voorvaderen (!) heer waren over een aanmerkelijk aantal aanzienlijke dienstlieden, m.a.w. dat zij bepaald een hoogen staat voerden, zooals men dat van afstammelingen van een geslacht als van de Lohns kon verwachten.

En bovendien: in de lange lijst van eygenlude oftewel hoorigen, die in denzelfden overdracht begrepen waren, treffen we, onder vele anderen, ook... "Henric jonghe Varsevelt, Wendele sijn wijf, Wolter sijn soin, Henric d’alde Versevelt,... jonghe Versevelts susteren twe ind dry oir kinder to Silvolden,... Ludeken, Gese Ydinx sone, to Bellehem,... die Vossynne, Aleyt, oir dochter, Jan van Eglo, Gese ind Alleit, sien susteren, Stine, Nese ind Alleit, der voirgenoimder Gesen ind her (= pastoor) Diderix kinder van Varsevelt, ind Mette, der voirgenoimder Aleit dochter..." ; allen personen, die blijkens hun namen óf in Varsseveld woondent of uit Varsseveld afkomstig waren: de Ydinc, de Voss en de Eg(e)lo zijn Varsseveldsche hoeven; ook her Dideric is ons uit anderen hoofde als de toenmalige Varsseveldsche pastoor bekend 2). Onze conclusie uit het vorenstaandeis, dat ook de sterke geïnteresseerdheid van de Wesenhorsten in Varsseveld een uitvloeisel, en daarom tevens een bewijs is van de machtige vermogenspositie van de Lohns in Varsseveld.

Nog een tweede, kennelijk in Varsseveld zetelend lid van het geslacht van Varsseveld verschijnt er één generatie na Godescalcus de Versnevelde ten tooneele in Gerardus de Virsenelelde, die ons bekend is als getuige onder een tweetal oorkonden van aartsbisschop Philips van Keulen uit het jaar 1177 3) 4) 5). De oorkonden zelf kunnen hier als niet ter zake doende buiten beschouwing worden gelaten;… (einde)

Reageer op dit bericht Stuur door

Iding en de uitgang Ing


Iding en de uitgang ing

Aanvankelijk had het achtervoegsel -ing/-ink een patronymische functie: (patroniem = persoonsnaam afgeleid van de naam van de vader) Aalderink, voorheen Alardink = behorend tot de familie van Alard. In de middeleeuwen verloor het achtervoegsel deze functie; patroniemen werden voortaan gevormd met het achtervoegsel zoon of dochter, waarvan in familienamen de buiging -s of -en en/of de versleten vorm - se(n) resteert: Aalders, Alards, Aartsen.

Namen met -ing/-ink waren vooral in het oosten van het land overgegaan op de woonplaatsen, op de erven of boerderijen van de betreffende families. Latere bewoners ontleenden hun achternaam aan deze woonplaatsen. Hoewel de meeste van deze namen oorspronkelijk een roepnaam bevatten, wordt dit type naam om de latere lokaliserende functie tot de adresnamen gerekend.

Omdat -ing/-ink als achtervoegsel productief werd bij de vorming van boerderijnamen, werden ook namen gevormd die niet van roepnamen waren afgeleid, bijvoorbeeld Veldink bij ‘veld’, Westerink naar aanleiding van westelijke ligging, Meijering van de meier (beheerder), Smeenk uit Smedink van de smid.

Het verschil tussen inga (fries) en ink (saksisch) bestaat (niet doordat het Saksies ‘inge’ heeft verkort naar ing/ink) maar doordat het niet een patronymica was van het vaak opgetekende -inga maar van -ing, dus: met verscherping -ink, verbogen -inges enz.; daardoor vervolgens ook aan ‘t eind -ing. (…) Dat het suffix (achtervoegsel) in de 14de eeuw nog leefde en tot vorming van nieuwe namen kon worden gebruikt, bewijst het voorkomen van Johan Leppens naast J. Leppinc, Wolter Werren naast W. Werninc. Het werd ook gevoegd achter beroepsnamen, b.v. Gerardus Borchgreving (…) We vinden het zelfs achter toenamen, die aan bnw. en znw. zijn ontleend: Nicolaus Dullinc, Herman Groening Vrederic Zuerpering (naast V. Zuerpeer), Johan Dyking (naast J. ton Dyke). Deze laatste naam geeft ons aanleiding om meteen te wijzen op de overgang der -ing-namen tot hoevenamen (…) Hiermee is, meen ik, Carsten’s typisch Saksische overgang op -inge tot -ing, -ink van de baan."

[W. de Vries, ‘Namen op -ingi, -inga enz.’, in: Saxo-Frisia. Tweemaandelijks tijdschrift ter bevordering van de kennis der landschappen, geschiedenis, taal en letteren, volkskunde en samenleving 2 (1940), p 7]. Lijst van de -ink-ing namen in Drente die aan boerderijnamen zijn ontleend [NRF-Dr, p 8-10]. (Meertens instituut)

Reageer op dit bericht Stuur door

Over Namen


 

Adresnaam

 

Zeer veel familienamen zijn van toponiemen (aardrijkskundige namen) afgeleid.

 

Deze namen geven aan waar men vandaan kwam (herkomstnamen), welk gebied of landgoed men bezat of beheerde, of welke huizen men al dan niet met bijhorend land in eigendom of huur had.

 

Bij deze laatste groep duiden de namen tevens aan waar men woonde. (Straatnummers waren immers nog niet ingevoerd!) Dit type naam wordt dan ook wel met de term ‘adresnaam’ van de herkomstnamen onderscheiden. Herkomstnamen gaan voornamelijk terug op namen van steden, dorpen en landen; adresnamen op microtoponiemen: namen van huizen, velden, waterlopen, straten. Voorbeelden van adresnamen zijn boerderijnamen in het (noord)oosten van het land eindigend op -ing of -ink: Aalderink, Bruggink, Joling, Lanting, Lieftink, Oonk.

 

Zonder (genealogische) achtergrondinformatie kan men familienamen niet zomaar volgens de simpele verdeling van toponiemen hierboven indelen. Men zou bijvoorbeeld kunnen veronderstellen dat de familienaam Hinlopen op de Friese plaatsnaam Hindelopen teruggaat. Het blijkt echter geen herkomstnaam te zijn. Deze naam is immers ontleend aan een huis ‘daer Hindelopen uythangt’, dus een huis genaamd Hin(de)lopen met de plaatsnaam afgebeeld op een uithangbord.

 

Verwant met de herkomstnamen zijn de woonplaatsnamen of adresnamen. Maar in deze categorie wordt niet de voormalige, maar de actuele woonplaats van de naamdrager genoemd, zijn domicilie als het ware. Net zoals de herkomstnamen bevatten ze een topografische aanduiding, die verwijst naar een vast punt in het ruimtelijke referentiekader van een kleinschalige gemeenschap. Dat kan bijvoorbeeld de woning zijn van de naamdrager (zijn huis, kasteel, hoeve, herberg), de landschappelijke sector waarop of waarbij hij woont (een bos, een heideveld, een moeras, een cultuurlandcomplex), of een ander verschijnsel dat dienst doet als ruimtelijk richtpunt (waterlopen, waterovergangen, grenspalen, veldkruisen, stadspoorten, alleenstaande bomen, galgen, uitkijkposten, enzovoort).

 

Zowel herkomstnamen als woonplaatsnamen bevatten dus een aardrijkskundige benaming. Bij de eerste categorie gaat het om namen die al tot vaste plaatsnaam of toponiem waren versteend op het ogenblik dat er bijnamen mee werden gevormd. Het topografische woord aan de oorsprong van woonplaatsnamen kan evengoed al toponymische status hebben gehad, maar de beschrijving van iemands adres kon ook gebeuren aan de hand van uitdrukkingen met de soortnaam voor het werkelijkheidsgegeven waar de persoon gelokaliseerd werd. Zo kan de stamvader van een familie Van der Heijden(n), Van den Heede of Van Hee inderdaad aan of op een heideveld hebben gewoond, maar ook in een gehucht waar alle heide al eerder in cultuurland was omgezet, en dat naar zijn voormalige status de eigennaam Heide of ter Heide(n) droeg. Het enige waar we met zekerheid van uit mogen gaan, is dat de bakermat van de familie gezocht moet worden op een plek die ooit een heide was. (...)

 

De classificatie van terreinwoorden binnen een bepaalde rubriek [natuurland, cultuurland, bos] is meermaals voor discussie vatbaar. Immers, zoals alle soortnamen staan ook landschappelijke benamingen bloot aan betekenisevoluties, en een woord kan vanuit verschillende betekenisstadia tot plaatsnaam zijn geworden, en vervolgens tot bestanddeel van woonplaatsnamen.

 

Zo heeft de oorspronkelijke natuurlandbenaming veld in tal van dialecten al vroeg de betekenis ‘bouwland (complex)’ aangenomen, en ging de verkleinvorm veldeke plaatselijk (in Zuid-Oost-Vlaanderen) zelfs een heel specifiek perceelstype aanduiden, nl. een omsloten bouwlandperceel in privé-exploitatie, bestemd voor de teelt van gewassen die niet onderworpen waren aan de verplichte driejaarlijkse wisselbouw die gold voor de productie van broodgraan. Elders in Vlaanderen heette zo’n perceel bilk, in Brabant blok. Bovendien, als een terreinnaam vanuit de een of andere betekenis tot vaste plaatsnaam is geworden, blijft die in de regel met die plaats verbonden, ook al verandert het benoemde terrein van uitzicht en bestemming.

 

Dat principe van naamsbehoud bij veranderende werkelijkheid verklaart waarom in gebieden waar veld als soortnaam nooit een ‘bouwland’-betekenis heeft aangenomen, toch vele cultuurlandcomplexen een ‘veld’-naam dragen.

 

We hebben dus vaak geen zekerheid over de aard en het uitzicht van het terrein op het ogenblik dat de naam ervan aanleiding gaf tot bijnamen en familienamen. De stamvader van een familie Van de Velde kan dus zowel in een woeste omgeving hebben gewoond, als bij een uit ‘veld’ ontgonnen cultuurcomplex, dat toponymisch als veld werd aangeduid. Het is dus beslist onjuist om in elke ‘topografische’ familienaam de etymologische betekenis van het achterliggende terreinwoord te projecteren.

 

Familienamen uit hetzelfde topografische grondwoord vertonen heel wat klank-, vorm- en spellingvariatie. Vele ervan zijn immers gefixeerd in hun dialectische gedaante, met regionaal bepaalde klankvarianten als heide/hee, broek/breuk, moes/moos, enz.

 

Bron Meertens instituut.

Reageer op dit bericht Stuur door

Diversen + downloads + links


Gratis voor familie en verwanten

Fam. Iding ten Bosch Digitaal Op aanvraag voor familie en verwanten
PDF files Boek 1 Diversen oud archief
Binder 1 INLEIDING VOLLEDIG 1.91MB
PDF files Boek 2 Familiegeschiedenis
Binder 2 BOEKDEEL VOLLEDIG 2.67MB
PDF files Boek 3 Familiegeschiedenis
Binder 3 BOEKDEEL VOLLEDIG 2.42MB
PDF files Boek 4 Familiegeschiedenis
Binder 4 BOEKDEEL VOLLEDIG 3.27MB

Bewerkbare Word Bestanden VERSIE 2003
INLEIDING FAM IDING TEN BOSCH BOEK1    19,1 MB
FAM IDING TEN BOSCH BOEK 2 34.0 MB
FAM IDING TEN BOSCH BOEK 3 26.8 MB
FAM IDING TEN BOSCH BOEK 4 18.4 MB

**********

Startpagina's

 

Startpagina's

http://www.ngv.nl/
http://www.genealogie.2link.be/
http://genealogie.startkabel.nl/
http://www.stamboomgids.nl/
http://genealogie.pagina.nl/
http://homepages.dochters.nl/?pagina=genealogie
http://www.stamboomsurfpagina.nl/
http://www.stamboomsurfpagina.nl/familienamen.html
http://stambomen-nederland.startpagina.be/

********** **********

 Gelderland

De tak van Arend Navis onder Varssefelt.

http://www.xs4all.nl/~sivani/06%20Arent%20Navis.htm

GELDERLAND PAGE http://www.gelderland-page.nl/
Twente Bestand

http://www.zornsoftware.com/twentebestand/

********** **********

********** Varia

AK Synagogenlandschaften

http://mizrach.fsmail.postinbox.com/

Geldmuseum

http://www.geldmuseum.nl/web/show

Cultuurwijs

http://www.cultuurwijs.nl/

Reclame-museum http://www.reclamearsenaal.nl/index.php?id=3
Smederijmuseum http://www.smederijmuseum.nl/
Oude kinderboeken http://www.oudekinderboeken.nl/
Genealogie woordenboek http://home.planet.nl/~dumon002/woordenboek/alfa.html
Nederlands muziekinstituut http://www.nederlandsmuziekinstituut.nl/index.htm
Museum voor oudere technieken http://www.mot.be/w/1/index.php
Het Menselyk Bedryf

http://www.janluyken.com/index-nl.htm

Oudhollands hoekje

http://home.planet.nl/~lind0399/oudhollands/oudhollands.html

Het spoor http://www.spoorzoeker.nu/index.html
Telefoonmuseum http://www.telefoonmuseum.com/
Miniatuurfietsen

http://www.miniatuurfietsen.nl/

Meertens instituut.

http://www.meertens.knaw.nl/cms/

De Boedelbank van het Meertens Instituut

http://www.meertens.knaw.nl/boedelbank/

De Ridder

http://www.graafschap-middeleeuwen.nl/adel/ridder.html

Stadtmuseum, Osterstraße 66 in Bocholt

http://www.deutsche-museen.de/show.php?id=6181&show_ref=yes&bundesland_id=11

Website Gemeente Westervoort

http://www.westervoort.nl/

Oud Arnhem

http://www.oudarnhem.info/

Oude Ambachten Theo de Klompenmaker

http://home.hetnet.nl/~jthterhorst/

Licht in de duisternis

http://www.luikerwaal.com/newframe_nl.htm?/licht_nl.htm

Welkom in het Openluchtmuseum!

http://www.openluchtmuseum.nl/Educatie/kinderen_02_01.html

De museumboerderij

http://www.delocht.nl/tour1.htm

De dorpspomp van Kruisland

http://deholleroffel.homeip.net/pomp.htm

Bodemvondsten

http://www.thecoinhunter.com/Pages/rubrieken/bodemvondsten.htm

Liemers verleden

http://www.liemersverleden.nl/has/

Rijwielbelasting

http://www.rijwielbelasting.nl/

Wat was waar

http://watwaswaar.nl/

Oude schoolplaten en beroepen

http://www.de-kantlijn.com/schoolplaten_ambachten.htm

Het verleden in beeld oude beroepen - schepen - diversen

http://geneaknowhow.net/in/beeld.htm

********** **********

********** 100% Gratis downloads   

Windows Live OneCare scanner - beschermen opschonen optimaliseren

http://onecare.live.com/site/nl-BE/default.htm

CCleaner http://www.filehippo.com/download_ccleaner/

Gids voor lokaal historisch onderzoek

naar immigratie in Nederland

http://www.volkscultuur.nl/file.php?module=file&id=20
Hitman Pro http://www.hitmanpro.nl/
Genealogiewerkbalk http://www.genealogiewerkbalk.nl/
Aldfaer genealogieprogramma http://www.aldfaer.nl/nieuwesite/postnuke/index.php
Picasa http://picasa.google.nl/
Google Eart http://earth.google.com/download-earth.html
Adobe Reader http://www.adobe.nl/products/acrobat/readstep2.html
Cecurity check http://security.symantec.com/sscv6/default.asp?langid=ie&venid=sym
AVGvirusscanner http://free.grisoft.com/doc/2/lng/us/tpl/v5
Zonealarm http://ludit.kuleuven.be/software/beveiliging/zonealarm.html
Regseeker http://www.hoverdesk.net/freeware.htm
********** **********






Reageer op dit bericht Stuur door

Gratis download Trefwoordenlijst Genealogie,

Trefwoordenlijst Genealogie, "3e editie"

abandoreren                             overgeven, verlaten

abassieren                               omslaan, naar beneden slaan

abatement                                toneelvoorstelling

abattage                                  het houwen, het ontginnen van erts

abattial                                    van een abdij

abattoir                                    slachthuis

abavia                                      betovergrootmoeder, voormoeder

abavunculus                             broer van (bet)(over)grootmoeder

abavus                                     betovergrootvader, voorvader

abba(s), -tis                              abt, van de abt

abbatiael cachet                       ambtszegel

abbatissa, abatia                      abdis, overste nonnenklooster

zark                                         wollenstof benaming

zatblauw                                  donkerblauw

zatertag                                   zaterdag

zauer                                       doekenmaker

zayland                                    akkerland, te bewerken grond

zeedland                                  zaailand

zeemtouwersknecht                  vermoedelijk knecht van de zeemleerbereider

zegelaar                                   merkmeester

http://home.planet.nl/~dumon002/index.html

Reageer op dit bericht Stuur door

Overzicht Familie ten Bosch



Ouder: Johanna Hulshof

Groot-ouders: Joannis Bernardus Hulshof - Hendrica Rosa Krabbenborg - Hendrika Wieggers

Overgrootouders: - Harmanus Hulshof - Aleijda Aaltje Kolkman - Tone (Antonij) Wieggers -Aaltjen Spexgoor Betovergrootouders: Jan Hulshof – Leide Holkenborg - Derk Kolkman – Tönne Storkhorst - Jan Hendrik Wieggers - Johanna Klein Tiller - Derk Jan Spekschoor - Hendrina Storkhost

 

Ouder: Antonius Aloysius ten Bosch

Groot-ouders: Mozes Symon ten Bosch – Rachel Samuels - Schoengen Sandman

Overgrootouders: Symon Isaäks (Izak Isaac Isèaac later ten Bosch) – Rachel Mozes (Moijses) – Michiel Samuels – Rachel Josephs

Betovergrootouders: Isaäk Mijer – Ruesken Jacops – Moses Zelig – Adel benjamins - ????? - ????? - ????? - ?????

 

Johanna Geertruide ten Bosch. (probant, persoon vanwaaruit onderzocht wordt) Geboren, 1872 Juni 23 Lichtenvoorde uit het huwelijk van Antonius ten Bosch en Johanna Hulshof

No. 31. Heden den vijf en twintigsten der maand  Juni één duizend acht honderd twee en zeventig  is voor ons Johan Hendrikus Antony van Barten Batenburg, Burgemeester en Ambtenaar van den Burgerlijken Stand der Gemeente Lichtenvoorde, in het huis der Gemeente verschenen: Antonius Aloysius ten Bosch oud drie en veertig jaren, van beroep Koopman wonende binnen deze gemeente, Wijk B 1722 No 178 welke ons heeft verklaard, dat op Zondag den drie en twintigsten der maand Juni dezes jaars des avonds ten negen ure, ten zijnen woonhuis is geboren, een kind van het vrouwelijk geslacht, uit zijnen huisvrouw Johanna Hulshof zonder beroep en bij hem wonende, welk kind zal genaamd worden Johanna Geertruide Maria. Waarvan wij deze acte hebben opgemaakt in tegenwoordigheid van  Jan Willem Klein Nibbelink oud zes en dertig jaren, van beroep smid en van Antonie van Baat(?k) oud zes en twintig jaren, van beroep -zonder- beide wonende binnen deze Gemeente, door den Comparant als getuigen medegebragt, welke acte wij, na in de twee daartoe bestemde Registers ingeschreven en voorgelezen te zijn, hebben getekend met den Comparant en de getuigen.

Johanna Geertruide overleed op 01-10-1951 te Meerveldhoven
Tekst bidprentje In Uwen godvruchtige gebeden en H. Sacrificiën wordt door de kinderen aanbevolen hun onvergetelijke moeder, JOHANNA G. M. TEN BOSCH Weduwe van Stephanus Henricus Iding. geboren te Lichtenvoorde 23 juni 1872, tijdig voor- zien van de laatste H.H. Sacramenten, zacht en kalm in den Heer overleden te Meerveldhoven 1 October 1951 en aldaar begraven 4 October '51. Lid der  Derde Orde van den H. Franciscus.

Een kostbare nalatenschap is de pieuze herin- nering aan het godvruchtige leven en zalige afster- ven van een dierbare moeder, die door woord en voorbeeld haar kinderen is voorgegaan. Bij het begin der Rozenkransmaand heeft O.L. Heer haar leven terugevraagd, waarin zij haar vroom gebed en haar gestage arbeid en langdurig, geduldig ge- dragen lijden zoo dikwijls aan God heeft aange- boden voor het welzijn harer dierbaren en voor de groote belangen van de H. Kerk. Op St. Franciscusdag begeleiden hare kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen haar volgens haar laatsten wensch in het kleed van St. Franciscus naar haar laatsten rustplaats. Maar niet slechts na haar dood doch vooral tijdens haar leven heeft zij den eenvoud van St. Franciscus beleefd en getoond in haar handel en wandel. Mijne dierbaren blijft elkander beminnen en vergeet mij niet in Uwe gebeden. Dierbare Heer- broer gedenk mij en vader en degenen, die ons reeds zijn voorgegaan met het teken des geloofs en in den slaap des vredes rusten, in Uw H. Sacrificie. H. Hart van Jezus ik vertrouw op U. O.L.Vrouw ter Eik en H. Franciscus, bidt voor ons. Dat zij ruste in vrede! ________________________________________ W. Bazelmans. Koster, Meerveldhoven Johanna Geertruide kreeg 12 kinderen





 

 

Reageer op dit bericht Stuur door

Overzicht Familie Iding



Ouder: Hendrikus Iding

Grootouders: Hendrik Iding  Petronella Jorissen

Overgrootouders: Joannes Iding   Joanna Weetings   Joannes Jorissen  Elisabeth Derkzen

 

Ouder: Aleida van Uum

Grootouders: Stephan van Uum – Ida Huisman - Geertruida Willemsen

Overgrootouders: Adam van Uum – Joanna Janssen – Joannes Huisman – Alijdis Franssen

Probant Stephanus Henricus Iding, (probant =  de persoon vanwaaruit onderzocht wordt) wordt geboren uit het huwelijk van Hendrikus Iding en Aleida van Uum.

Archief Dinxperlo. Geboorteregister 1853-1862. Heden den veertienden december achtienhonderdachtenvijftig, is voor ons, Dinisius Pieter Busman, Burgemeester en ambtenaar van den burgelijken stand der Gemeente Dinxperlo, provincie Gelderland, verschenen Hendrikus Iding, molenaar, oud 25 jaar, woonachtig in deze gemeente, in de Heurne, de welke ons verzocht heeft op te maken, acte van geboorte van een zoon, welke zijn huisvrouw, aleida van Uum, zonder beroep, met hem alhier wonende op maandag den dertiende der maand december dezes jaars des avonds ten acht uren ten zijnen huize ter wereld heeft gebracht en aan welke hij verklaard, dat zullen worden gegeven de voornamen Stephanus Hendrikus. Waarvan wij deze acte hebben opgemaakt, in tegenwoordigheid van Gerrit Jan Somsen, arbeider, oud vijftig jaren en van Teunis Arnoldus van Hengel, vroedmeester. Oud 54 jaar, beide woonachtig in deze gemeente, door den comparant als getuigen ten deze gekozen, welke acte zijnd in twee daartoe bestemde registers overgeschreven en voorgelezen te zijn, hebben ondertekend met den comparant en den tweede getuige; verklaard de eerste getuige niet te kunnen tekenen als zijnde in het schrijven onervaren. H. Iding, T.A.v. Hengel,  D.P. Busman.

1858 December 13. In de Heurne gemeente Dinxperloo ten huize 509, het Molenhuis aan de Teunismolenweg no 1 wordt Stephanus Henricus Iding (Opa Iding) geboren uit het huwelijk van Hendrikus Iding en Aleida van Uum.

Ongetwijfeld zijn bij deze feestelijke gelegenheid de wederzijdse ouders van het echtpaar; Hendrik Iding en Petronella Jorissen en Steven van Uum en Ida Huisman aanwezig. Wellicht maken in deze dagen ook de zus van de jonge vader, Coba en zijn broers Jan, Derk en Gerrit hun opwachting. Ook de broers en zusters van de van de bruid zullen zich niet onbetuigd hebben gelaten. Momenten als een geboorte, worden in de achterhoek sterk beleefd in de opeenvolging der generaties. Er zijn vaste gebruiken aan verbonden waarvan niet gemakkelijk wordt afgeweken. Dat begint al voor de geboorte met de zorg voor de vrouw die in verwachting is, vooral als het een eersteling betreft.

Bij de zevende maand wordt gewoonlijk de buurt ervan op de hoogste gesteld dat de vrouw in verwachting is. De buurvrouwen komen op visite om de "Korf nao te kommen zeen", om te zien of de aanstaande moeder alles voor de bevalling op orde heeft. Tijdens de visite, met koffie en een glaasje, wordt de babyuitzet voor de dag gehaald en bewonderd. De man staat helemaal op de achtergrond. Een bevalling is een buurtgebeuren, waarin burenplicht een grote rol speelt. Het is de gewone gang van zaken dat buurvrouwen de zorg voor moeder en kind op zich nemen. Dat is een eer en vaak komt er geen familielid aan te pas. Daarbij natuurlijk een heleboel goede raadgevingen aan de jonge moeder, over wat ze moet nalaten of juist doen.

De dag na de geboorte is het de taak van vader met enkele buurtgenoten aangifte doen en het kind in te schrijven in de registers van de burgerlijke stand.

Hendrik doet dat samen met buurtgenoot Gerrit Jan Somsen en de vroedmeester Hengel. In katholieke gezinnen gebeurd de doop direct na de geboorte. De buurvrouwen spelen hierin een belangrijke rol. Bij aanvang van de doopplechtigheid draagt een van hen het kind de kerk binnen. De feestelijke gebeurtenis wordt voortgezet met koffie, een glaasje en een middagmaal.

Stephanus Henricus Iding  is overleden op 03-10-1930 te Bladel.





Reageer op dit bericht Stuur door

Aalten, De joden in de oorlog.

 

Aalten, De joden in de oorlog.

 

In de periode 1935-1940 stonden ongeveer 25 Duitse joodse vluchtelingen ingeschreven. Zij vormden slechts een klein groepje vergeleken met het grote aantal ongelukkigen dat de grens wilde passeren. Twee Aaltense predikanten, Roobol en Schoonheven, stuurden twee weken na de Kristalnacht, op 22 november 1938 namens negen Achterhoekse kerkraden een adres aan de ministerraad. Zij verzochten “tijdelijke verlening van asielrecht aan Joodse vluchtelingen, (…) nakomelingen van Abraham en het oude Bondsvolk, waaruit onze Zaligmaker is voortgekomen (…) als wanhopige slachtoffers der Jodenvervolging in Duitsland”. Minister Goseling van justitie gaf als richtlijn dat alleen bij ‘onmiddellijk levensgevaar’ asiel verleend zou worden.

Veel kamerleden stelden hierop weer vragen en vroegen nadere uitleg omtrent de gebezigde termen. Minister Goseling sloot medio december 1938 de grenzen hermetisch af en kondigde aan dat vluchtelingen naar het land van herkomst zouden worden teruggeleid. Voor vluchtelingen die naar Nederland wilden begon een onzeker bestaan. Zij werden in ons land Als ongewenste vreemdelingen beschouwd. Toch kwamen veel vluchtelingen in Aalten terecht; officieel werden 30 Duitse joden bij de gemeente ingeschreven, slechts een klein gedeelte van wat zich aan de grens had gemeld. Hoeveel illegalen in die tijd de grens bij Hemden/Aalten passeerden, is onbekend. In mei 1940, toen de Duitsers ons land binnentrokken, woonden 80 joden ter plaatse, inclusief een aantal vluchtelingen. De bezetters waren in oktober 1941, aan de hand van geregistreerde persoonsgegevens, precies in staat om de meeste joden in Nederlandse steden en dorpen te traceren. Voor Aalten geeft dit het volgende beeld: in totaal (op een inwonertal van 12.275) verbleven of woonden 87 joden ter plaatse, waarvan er 66 de Nederlandse, 17 de Duitse en 4 een andere nationaliteit bezaten. Van die 87 joodse inwoners hadden er 83 minstens drie joodse grootouders. (Kooger)

Reageer op dit bericht Stuur door

Izak en Jödde Ten Bosch

Izak (Isaac) en Jödde Ten Bosch

 

Solemnisatie (plechtige herdenking) van het huwelijk van de Lichtenvoordse Geertruid Hansels (Anschel), geboren in 1754, met Jacob Moses, geschiedde in 1774 door rebbe Aaron Gomperts.

 

De zoon van Isaac en Roosken, Symon Izak (Isaac), geboren in 1774, trouwde in 1797 met Rachel Moses, afkomstig uit Bretsenheim/Hannover. Zij was de stammoeder van de Lichtenvoordse familie die de achternaam Ten Bosch aannam. In het dorp werden zij ‘jödde Bosch’ genoemd. "Hee kof ulkevellen en kenienevellen op" (hij koopt bunzing en konijnenhuiden op) en "Hee hef ziene beste vellen an den jödde edaone" (hij heeft zijn beste huiden aan de jood verkocht) waren gebruikelijke gezegden.

Levi Herts had in november 1803 een geschil met de Winterswijker Berend Grevink betreffende de leverantie van 30 stuks ‘rauwe vellen’

 

Naamsverandering

Op 24 december 1812 legden twee joodse familiehoofden en één vrijgezel op het Lichtenvoordse gemeentehuis verklaringen af over het aannemen of behouden van hun familie- en voornamen.

Koopman Symon Izak (Isaäks Isaac) nam de achternaam Ten Bosch aan en dat gold ook voor zijn 12-jarige zoon Mozes Symon.

Slager Saloman Philip koos Vink als achternaam evenals zijn 28-jarige zoon Philip Salomon.

Philip Hertz wilde als familienaam De Haas; zijn voornamen wilde hij behouden. Zij verklaarden allen niet te kunnen schrijven.

Op een lijst van 977 gezinshoofden uit 1811-1812 komen tevens de namen voor van koopman Manuel Levy, geboren in 1785, de eerder genoemde Levy Hertz (die capitaliste werd genoemd; geboren in 1755) en kleermaker Jackes wolf (wellicht joods).

Levy Hertz ging in mei 1812 naar Groenlo, waar hij op 30 september 1812 de achternaam Kok aannam.

 

In Bredevoort werd rond 1801 een gebouw tot sjoel ingericht (er werd waarschijnlijk al eerder een gebouw van de Winterswijkse Janner Rattemer voor f 20 per jaar gehuurd) Het gebouwtje was 30x 15 voet groot en had aan de achterzijde een kleine woning voor de voorganger annex lesruimte. Omstreeks 1828 kregen de Bredevoortse joden het gebouw in eigendom. Het complex was 268 vierkante meter groot. De familie’s de Haas, Vink  en ten Bosch kwamen al voor 1810 naar de Bredevoortse sjoel. (Inv.nrs. 188 en 1200)

 

Van de joodse familie Ten Bosch zou Mozes Symon, de zoon van Symon Izak, in maart 1836 trouwen met de in Ruurlo geboren Rachel Samuels. Achtereenvolgens werden de volgende kinderen geboren; Izaak (1837), Catharina (Kaatje; in 1838), Salomon (1839) en Jacob (1842).

Salomon zou 27 jaar later, in 1866, zijn voornamen vanwege overgang tot het roomskatholieke geloof veranderen in Antonius Aloysius Maria en vervolgens in het huwelijk treden met de boerin Johanna Hulshof. Zij kregen tien kinderen.

De broers van Salomon (Jacob en Izaak) en zijn zusje Catharina bleven het joodse geloof behouden. Jacob ten Bosch was een tijdje in huis bij de in Bredevoort wonende gepensioneerde soldaat Jozef Hartog Vogelzang. Hij ging in 1866 naar Doesburg waar hij in 1868 trouwde met Lena de Groote. Haar vader Izak Levi de Groote was bijna 40 jaar voorganger in Doesburg (1828-1868)

 

Auschwitz

Jacob en Lena Ten Bosch vertrokken later naar Aalten. Hun kleindochter Sara Lena Ten Bosch kwam in 1942 om in Auschwitz. Hun kleinzoon Jacob Ten Bosch zou in 1944 eveneens in Auschwitz sterven, na in Halle te zijn verraden. Met hen kwam meerdere ten Bosschen in de concentratiekampen om het leven.

Overwegend Ten Bosch

Een andere roomskatholieke familie Ten Bosch was die van Casparus Antonius (medicinae doctor) die was gehuwd met de Aaltense Modesta Juliana Gertruda Maria Driessen. De Ten Bosch-families kregen vele kinderen. Ter plaatse is de Ten Boschstraat op initiatief van de plaatselijke ULO genoemd naar Frans Ten Bosch, missionaris in Congo. Slager Philip Vink was getrouwd met Hendrika de Vries.

 

In de negentiende eeuw hebben nooit meer dan enkele joodse families in Lichtenvoorde gewoond. In 1809 waren het er 11 en in 1830 zes; in 1849 woonden er slechts drie joden. Omstreeks 1850 woonde behalve de familie Ten Bosch, ook ter plaatse; Derschen, Harmina Rebecca, Dela Hendrika en Philip Vink. Na 1860 waren er geen Vinken meer in Lichtenvoorde te bekennen. Uit een volkstelling uit 1860 komen de volgende namen naar voren. Elisabeth (tijdens de telling 51 jaar) en Symon Izak Ten Bosch (69 jaar) beide wonende in de Rentenierstraat. In de wijk Bosch woonden Kaatje (2 jaar), Mozes Symon (39 jaar) en Salomon Ten Bosch (10 mnd.). Ook Philip Vink (58 jaar en wellicht de laatste) woonde er.

 

In 1880 woonden er nog korte tijd de volgende joodse families in Lichtenvoorde: Rosendal, Zeehandelaar (afkomstig uit Joure) en Spier uit Eibergen. Een synagoge hebben de Lichtenvoordse joden nooit gehad.

 

Wellicht zijn wel godsdienstlessen ergens bij een joodse familie thuis gegeven, maar het ligt meer voor de hand te veronderstellen dat de joodse kinderen les kregen in het joodse schooltje dat in 1865 in Groenlo werd gebouwd. Voor de joodse feestdagen gingen de joden naar de sjoel in de schoolstraat in Groenlo. De vee, boter en warenmarkt in Lichtenvoorde, die al dateert van voor 1900, werd elke veertien dagen gehouden. Bekende kooplieden waren de Arnhemse IJzerketel met hamers, nijptangen, enzovoort en de "dinsdagsjood" Heijmans uit Groenlo die lappen verkocht. Bestellingen konden destijds in de loop van de week bij café Kruip worden afgehaald.

 

Hans Kooger "Het Oude Volk"

Reageer op dit bericht Stuur door

Historie - Ontwikkelingen binnen joods Nederland


 

Ontwikkelingen binnen joods Nederland

 

In de praktijk bleef Amsterdam gedurende vrijwel de gehele achttiende eeuw het zwaartepunt van joods Nederland. Grote veranderingen traden op na 1796. Met het verlenen van gelijke burgerrechten aan alle inwoners van de Republiek der Verenigde Nederlanden werd de politieke emancipatie een feit. Eén van de gevolgen was dat joden zich overal vrij konden vestigen. Daardoor ontstond in de eerste helft van de negentiende eeuw verspreid over Nederland een groot aantal joodse gemeenten.

 

Joods Nederland werd ingedeeld in twaalf hoofdsynagogen, die op hun beurt weer in ringsynagogen en bijkerken verdeeld werden. Aanvankelijk stonden deze gemeenten onder een sterk centraal gezag, maar gedurende de tweede helft van de negentiende eeuw ontwikkelde zich de scheiding tussen kerk en staat. Dit had tot gevolg dat de autonomie van de gemeenten wederom toenam.

 

 

Rond 1885 bereikte het joodse leven in de mediene zijn hoogtepunt, daarna begon de neergang. Behalve in de plaatsen die een duidelijke industriële ontwikkeling doormaakten nam het aantal leden van de killes vrijwel overal af. Emancipatie en integratie speelden ook een rol in de organisatievorm van de diverse joodse gemeenten; naast de bestaande liefdadigheidsinstellingen ontstond een ander joods verenigingsleven, gebaseerd op politieke of culturele gronden.

 

 

In de eerste decennia van de twintigste eeuw verliest een groot aantal van de kleinere joodse gemeenten zijn zelfstandigheid of wordt opgeheven. Amsterdam wordt nog meer dan tevoren het centrum en zwaartepunt van joods Nederland. De nazi-terreur in de bezettingsjaren heeft ook het joodse leven in de provincie vrijwel vernietigd. Ook in de naoorlogse jaren maakte het joodse leven in de mediene een verdere neergang door.

Reageer op dit bericht Stuur door

Historie - De joden te Groenlo 2


 

De joden te Groenlo

 

In de tweede helft van de zeventiende eeuw vestigden de eerste joden zich blijvend in Groenlo. Tussen 1674 en 1895 pachtten zij de Stedelijke Bank van Lening. Hans Kooger die 25 jaar lang onderzoek verrichtte naar de joden in de Achterhoek en Liemers geeft voor de vroegste vestigingen het jaartal 1285 voor Groenlo en overigens voor Bergh 1296, Lochem 1332, Zutphen 1340 en Wish 1342. In Doesburg vestigde zich de familie Godschalck al in 1185.

 

 

Van een georganiseerde joodse gemeente was pas vanaf het einde van de 18de eeuw sprake. Aanvankelijk werden de synagogediensten in een gehuurd huis gehouden. Mede door een ruime donatie van koning Lodewijk Napoleon was het mogelijk een synagoge te bouwen aan de Noteboomstraat.

 

 

Bij de ressortale herindeling van 1814 kreeg Groenlo, met inbegrip van Lichtenvoorde, de status van Ringsynagoge. Ook Winterswijk en Aalten ressorteerden tot 1862 als bijkerk onder Groenlo. In 1822 werd een nieuwe synagoge aan de Schoolstraat ingewijd. Dit gebouw werd in 1878 in oriëntaalse stijl gerenoveerd.

 

 

De joodse gemeente van Groenlo had de beschikking over twee begraafplaatsen; de ene lag buiten het dorp Lichtenvoorde en was tot 1909 in gebruik, de ander lag in een park aan de Kanonswal. Naast het kerkbestuur en de kerkenraad was er een penningmeester voor het Heilige Land en was er zowel voor vrouwen als voor mannen een begrafenis- en studiegenootschap.

Reageer op dit bericht Stuur door

Historie - De vestiging van joden in Nederland


 

De vestiging van joden in Nederland

 

De eerste joden die zich blijvend in Nederland vestigden waren afstammelingen van Spaanse en Portugese joden. Hun komst werd voorafgegaan door een reeks ingrijpende veranderingen op het Iberisch schiereiland. In 1492 werden de Spaanse joden onder druk van de inquisitie voor de keus gesteld zich tot het katholicisme te bekeren of het land te verlaten. Veel joden vluchtten naar Portugal, waar ze in 1497 en masse gedoopt werden. Zowel in Spanje als in Portugal bleven sommige van deze bekeerden in het geheim thuis het jodendom belijden, terwijl ze voor de buitenwereld als katholieken leefden.

 

 

In 1536 werd ook in Portugal de Inquisitie ingesteld die de onder dwang gedoopte joden scherp in de gaten hield. Dit was voor velen een reden het land te ontvluchten, ondermeer naar Brazilië en Frankrijk. Een halve eeuw later kwamen sommige afstammelingen als kooplieden naar de Republiek der Verenigde Nederlanden. Zij vestigden zich in Amsterdam, van waaruit zij via Lissabon handel dreven in suiker en tabak uit Brazilië en diamant en katoen uit India.

 

Eenmaal in Amsterdam gevestigd keerden ze vaak terug tot hun oorspronkelijke joodse geloof. Gezien hun gemengde Spaans-Portugese afkomst noemen wij hen sefardische joden. Ook wordt de term Portugese joden gebruikt, omdat Portugees hun voertaal was.

 

 

Omstreeks 1630 bereikten joden uit Midden- en Oost-Europa, Hoogduitse of asjkenazische joden genoemd, de Republiek. Ze spraken Jiddisj, een vroege vorm van Duits gemengd met Hebreeuwse, Slavische en Romaanse woorden en in Hebreeuwse letters geschreven. De Asjkenazische joden waren gevlucht voor het geweld van de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) en voor de vervolgingen van de kozakkenhoofdman Chmielniki in Polen in 1648.

 

Berooid kwamen zij in Amsterdam aan; ze konden blijven omdat joden zich hier vrij konden vestigen en omdat zij op ondersteuning mochten rekenen van hun sefardische broeders.

 

 

De Portugese en Hoogduitse joden brachten zeer verschillende culturele achtergronden mee. Zij spraken een verschillende taal en vormden ook in sociaal opzicht verschillende groepen. Voor de buitenwacht telde echter voornamelijk hun gemeenschappelijke religie en werden ze als één (geloofs)gemeenschap gezien.

 

 

Aan het begin van de zeventiende eeuw had de vestiging van joden in Amsterdam aanvankelijk niet tot problemen geleid. Oogluikend werd hun toegestaan hun afwijkende religie in privé-woningen te belijden, maar van volledige burgerrechten was geen sprake. Vooral op economisch gebied werden hen vele beperkingen opgelegd. Rond 1615 ontstonden er wrijvingen op sociaal en religieus gebied, wat leidde tot overleg in de Staten van Holland en een poging om een jodenreglement vast te leggen. Zover is het nooit gekomen, maar wel werd in 1619 besloten dat het iedere stad vrijstond zelf te bepalen of zij joden wilde toelaten of niet en onder welke voorwaarden.

 

Wanneer de plaatselijke autoriteiten de joden toestemming hadden gegeven zich in de stad te vestigen, was het verboden hen een uiterlijk kenteken te laten dragen. Wel werd het de Hollandse steden toegestaan een afzonderlijk stadsdeel als woongebied voor de joden verplicht te stellen, maar in de praktijk is dit nooit gebeurd.

Reageer op dit bericht Stuur door

Historie - Het ontstaan van de mediene


 

Het ontstaan van de mediene

 

In de 18de eeuw vestigden zich joden in verschillende plaatsen buiten Amsterdam. Zo ontstond er naast Mokum (=Amsterdam) een mediene, waartoe alle joodse gemeenschappen buiten de hoofdstad gerekend werden. De sefardische gemeenten, die onder andere in Den Haag, Rotterdam en Middelburg ontstonden, ontwikkelden zich volgens het voorbeeld van de Amsterdamse ‘moedergemeente’. Heel anders verliep de vestiging van de eerste Hoogduitse joden in de mediene. Ze kwamen vaak rechtstreeks uit het Duitse grensgebied naar Groningen, Gelderland en Overijssel en kozen een woonplaats op economische gronden. Ook in de westelijke handelssteden en in de plaatsen langs de Zuiderzee ontstonden asjkenazische gemeenten, die een hoge mate van zelfstandigheid kenden. Voordat een dergelijke gemeente (kehilla of kille) daadwerkelijk opgericht kon worden moest er aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Zo moet er een quorum van tien mannen van dertien jaar of ouder zijn, een zogenaamde minjan, voordat er een volledige gebedsdienst gehouden kan worden.

 

 

Vaak diende eerst een kamer in een woonhuis of boerderij als plaats van samenkomst, voordat er een synagoge gebouwd mocht of kon gebouwd worden. Naast een synagoge behoorde ook een ritueel bad ofwel mikwe tot de noodzakelijkheden, terwijl ook een schoollokaal wenselijk was. Een van de eerste vereisten was tevens een begraafplaats, omdat joodse overledenen apart te rusten gelegd moeten worden, met de zekerheid dat deze rust voor eeuwig geldt.

 

 

Iedere joodse gemeente werd geacht om als autonome organisatie met behulp van een intern stelsel van belastingen, offergelden en boetes haar voorzieningen als synagoge, leerhuis, mikwe en begraafplaats aan te kopen en te beheren. Gekozen bestuurders (parnassiem) stelden de reglementen (takkanot) op, die door de plaatselijke overheid goedgekeurd moesten worden. Ook waren de parnassiem verantwoordelijk voor het handhaven van de orde en voor het sociale en economische reilen en zeilen van het onder hun gezag staande deel van de zogenoemde ‘Joodsche Natie’. Tevens droegen zij de plaatselijke belasting af.

 

 

Afhankelijk van de financiële middelen beschikte de joodse gemeente over een rabbijn, een voorzanger, een onderwijzer en een schrijver. In verband met de voedselvoorschriften was de aanwezigheid van een ritueel slachter en een toezichthouder noodzakelijk. In de meeste kleinere gemeenten werden deze functies gecombineerd. Diverse liefdadigheidsinstellingen vervulden een belangrijke sociale en religieuze rol. De zorg voor armen, zieken, stervenden, doden, aanstaande bruiden, zwangere vrouwen, weduwen, wezen, behoeftige studenten en leraren ging steeds gepaard met religieuze studie. Het merendeel van de joden in de mediene was werkzaam in de handel, als slager of als kleine neringdoende.

Reageer op dit bericht Stuur door

De Joden te Lichtenvoorde

De Joden te Lichtenvoorde

 

In 1713 woonde Moijses Walg te Lichtenvoorde. Zijn naam komt voor in een gerechtelijk protocol waarin wordt geschreven dat hij in maart 1713 in arrest was genomen door Hendrik Kalf en in bewaring gesteld "sonder eenige redenen en oirsaken".

 

De Winterswijkse jood Isaac Jacobs betaalde een borgtocht om Moijses weer vrij te krijgen.

 

Glazenmaker Ansel Sijmon zette in 1740 en 1741 glazen in loden roeden onder meer in de poort, de kerk en in het huis van de heer van Harreveld. In 1740 diende Ansel een rekening van 8 gulden en 1 stuiver in. In het jaar erop kreeg hij 7 gulden en 19 stuivers voor zijn werk betaald.

 

Een andere Lichtenvoordse jood was Selig Salomon, die in maart 1743 met Hester Jacobs te Ringenberg was getrouwd.

 

Herts Levi bezat een uit 1553 daterend octrooi, dat hem was verleend door Frederik Otto van Dornburg, genaamd Heijden, die tussen 1738 en 1768 op het hof in Lichtenvoorde woonde. Herts levi was in 1947 te Kleef met Mindele Emanuel getrouwd. De broers Levi Meijer (een slachter die ook een schutsbrief had van van Dornberg) en Isaac Meijer STAM (een lompen koopman) trouwden respectievelijk in 1769 en 1768 te Kamen en te Enschede. Isaac Meijer huwde Roosken Jacobs. Deze voormelde huwlijken zijn in maart 1777 bevestigd te Lichtenvoorde. De weduwe van Levi Meijer trouwde later met salomon Philip Vink.

 

Uit - Hans Kooger's "Het Oude Volk"

Reageer op dit bericht Stuur door

De joden in de oorlogsjaren


 

De Oorlogsjaren.

 

Op 1 oktober 1941 verbleven nog vier joden te Lichtenvoorde, waarvan één met drie joodse voorouders. Vóór 1937 was het aantal groter: 7 askenazische en 2 sefardische joden woonden ter plaatse op een totaal van 3422 zielen.

 

In 1942 was te Lievelde één van de 42 werkkampen voor joden gevestigd met Nederlandse leiding en toezicht op het werk door employés van de Nederlandse Heidemaatschappij. Op 12 augustus 1942 arriveerden ca. 50 joden uit Dinxperlo, Lochem, Zutphen, Silvolde, Raalte, Deventer en Amsterdam in het Rijkswerkkamp Lievelde nabij de Schansdijk en de oude Lievelderweg. Houten barakken dienden als huisvesting. Voorts was er een toiletgebouw en een kleine waterinstallatie aanwezig. Het kamp was omgeven door prikkeldraad. De joden moesten de bovenlaag van een zandweg afgraven om een betere afwatering te krijgen. De joodse dwangarbeiders bleven kort in Lievelde; op 2 oktober 1942 werden zij naar het station in Lievelde gebracht. Een man probeerde tevergeefs te ontsnappen. Van de groep uit Lievelde zijn er ongetwijfeld velen in de vernietigingskampen in Polen omgekomen.

 

In het voorjaar van 1943 maakten de toenmalige burgemeester van Lichtenvoorde, Lamers, en enige politiemannen jacht op joden in de buurtschap De Wolboom. Zij hadden een tip van de Nederlandse nationaal-socialist Heuthorst gekregen. De 56-jarige Abraham Jessurun (geboren Amsterdammer) werd aangetroffen bij Hofijzer van de ‘Venneschuur’ en niet bij zijn oorspronkelijke onderduikadres bij Wikkerink van de ‘Mossel’. Hij werd gearresteerd maar zijn vrouw kon ontvluchten. De in de illegaliteit bekende ‘Zwarte Kees’ (marechaussee Ruizendaal) zorgde er later voor dat de verrader Heuthorst werd neergeschoten. Behalve Bram Jessurun werden nog acht andere joden opgepakt: het echtpaar Isaac en Henriette Aleng-Salomon uit Amsterdam, de Aaltense veekoopman Moritz Israel Cohen en zijn zoon Bernhard Cohen en de familie Menko (afkomstig uit Twente, wonende te Apeldoorn): Jacob, Rozetta en hun twee kinderen Truitje Louise en Siegfried Bernard.

 

Alle gearresteerde joden werden naar Westerbork overgebracht en vandaar naar de concentratiekampen. Helena, Maurits en Leonardus Menco, allen geboren in Lichtenvoorde, werden toen zij respectievelijk 51, 47, en 50 jaar oud waren uit Amsterdam, Eibergen en Winterswijk (hun laatste woonplaatsen) gedeporteerd.

 

Helena en Leonardus kwamen in 1943 in Sobibor om. Maurits stierf in 1944 ergens in Midden-Europa. De complete familie Menko werd op 23 juli 1943 in Sobibor vermoord. In Auschwitz stierven, zoals al is gemeld, Jacob en zijn zus Sara Lene ten Bosch, respectievelijk op 31 maart 1944 en december 1942.

 

(Bron: Het oude volk, Kroniek van joods leven in de Achterhoek, Liemers en het grensgebied. (auteur Hans Kooger) Staringinstituut.

Reageer op dit bericht Stuur door

Historie - de joden in Groenlo

Aanvankelijk kregen de kinderen les van een godsdienstonderwijzer, in de loop van de 19de eeuw werd een joodse school opgezet. De school was in de zestiger jaren op zijn grootst en werd toen in een nieuw gebouw gehuisvest. Door de slechte financiële situatie en interne conflicten nam de belangstelling voor de school na die tijd zienderogen af.

 

In de tweede helft van de 19de eeuw verbeterde de economische en maatschappelijke omstandigheden, waardoor Groenlo uitgroeide tot een betrekkelijk welvarende joodse gemeente. In het begin van de 20ste eeuw was het merendeel van de gemeenteleden werkzaam in boekverkoop en textiel- en veehandel. De joden van Groenlo waren tevens actief in het openbare leven en een aantal van hen was lid van algemene verenigingen.

 

Toch liep de joodse gemeenschap van Groenlo in die periode enigszins terug. Tijdens de Duitse bezetting wist ruim een kwart van de joodse inwoners onder te duiken, de anderen zijn gedeporteerd naar Polen en daar vermoord. De synagoge diende tijdens de bezetting als opslagplaats voor de bezittingen van de gedeporteerde joden. Na de oorlog is het gebouw verkocht en uiteindelijk als woonhuis in gebruik genomen. Het interieur van de synagoge, de Tora-rollen en de rituele voorwerpen zijn bewaard gebleven.

 

In 1950 werd de joodse gemeente van Groenlo officieel opgeheven en bij die van Borculo gevoegd. Na de opheffing van Borculo kwam Groenlo bij Winterswijk.

 

Ter nagedachtenis aan de verdwenen joodse gemeenschap is in 1986 een monument onthuld. De joodse begraafplaats van Groenlo staat op de monumentenlijst en wordt door de plaatselijke gemeente onderhouden.

 

De joodse gemeenschap van Lichtenvoorde, waarvan al in 1740 melding wordt gemaakt, was te klein om synagogediensten en onderwijs te organiseren. Men was voor deze voorzieningen afhankelijk van Groenlo. Wel was er een joodse begraafplaats aan de Kerkdijk in het gehucht Vragende, die aanvankelijk ook in gebruik was bij de joodse inwoners van Groenlo. De laatste joden van Lichtenvoorde zijn in de oorlog weggevoerd en omgebracht. Ook een tiental onderduikers van elders, die verraden werden, deelden hun lot. De plaatselijke gemeente onderhoudt de begraafplaats.

 

Het “Joodse bloed” in de familie heeft in de tweede wereldoorlog voor de Idings geen consequenties gehad, maar het was de Duitsers niet ontgaan. Johanna Geertruide en haar dochters  moesten een ster dragen.





 

Reageer op dit bericht Stuur door

De joden in Winterswijk

De joodse gemeenschap van Winterswijk was voor 1940 aanzienlijk van omvang.

 

Rabbi Schielaar was een bekend persoon in Winterswijk. Helaas is hij, zoals zovelen van zijn geloofsgenoten, door de nazi's vermoord.

De Winterswijkse synagoge werd tijdens de Tweede Wereldoorlog vernield.

 

Op 28 april 2002 werd in Winterswijk een monument onthuld ter herinnering aan de Winterswijkse en joodse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Het monument is tot stand gekomen op initiatief van een breed samengestelde werkgroep uit de Winterswijkse samenleving. Het staat aan het Mevr. Kuipers-Rietbergplein tegenover het gemeentehuis.

 

Vermoord

 

Lena Baer (75)
Mina Baer (83)
Helena Bamberg (54)
Eva Baum (69)
Eva Dina Berg (42)
Erna van Bingen (41)
Willem Blom (56)
Abraham Bouwman (24)
Abraham Braunhut (4)
Matisjahu Ben Artzi Braunhut (6)
Augusta Bruch (41)
Bertha Sara Cahn (71)
Dina Cohen (70)
Theodora Cohen (56)
Emma Drievoet (77)
Albert Emmering (23)
Johanna Sara Eppenheim (63)
Aaltje Franken (33)
Cato Bertha Franken (31)
Lore Gerta Sara Frankenberg (28)
Adolf Fuldauer (64)
Alfred Philip Fuldauer (20)
David Fuldauer (56)
Karel Fuldauer (16)
Sara Fuldauer (67)
Abraham Gans (78)
Abraham Karel Gans (12)
Abraham Nathan Gans (9)
Alexander Gans (25)
Alexander Emanuel Gans (45)Betje Gans (73)
Debora Gans (51)
Emma Antje Gans (5)
Harrij Gans (34)
Harrij Alexander Gans (6 maanden)
Jacob Gans (62)
Josef Gans (40)
Judith Emma Gans (16)
Louise Emma Gans (7)
Maurits Gans (58)
Amalia van Gelder (57)
Aron Alexander van Gelder (42)
Henriette van Gelder (46)
Joseph Goedhart (21)
Louis Goedhart (73)
Leo Goldschmidt (40)
Margot Goldschmidt (10)
Max Goldschmidt (69)
Bella Goldstein (52)
Jetta Groenheim(* 1888)
Elieser Leo Gumpert (67)
Ernst Otto Israel Gumpert (25)
Lena Hakker (53)
Benedictus Hamburger (43)
Elisabeth Hamburger (28)
Ernst Hamburger (10)
Nelly Sophia Hamburger (7)
Samuel Hamburger (74)
Siegfried Hamburger (38)
Johanna Hamme (13)
Samuel Hamme (47)
Kurt Handgriff (21)
Dina Dorothea Heide (33)
Hugo Israel Heide (62)
Sophie Heilbronn (49)
Hijman Hemelrijk (21)
Isidor Hemelrijk (53)
Lodewijk Hemelrijk (20)
Mina Hemelrijk (59)
Karolina Sara Honi (84)
Frieda Honij (63)
Selma Hony (56)
Jacob Abraham Humberg (8)
Margot Humberg (14)
Vera Rosalia Amalia Humberg(10)
Wilhelm Humberg (48)
Herbert de Jong (20)
Marianne Sara Joseph (* 1912)
Mozes Simon Kan (66)
Sientje Kaufman (49)
Sidonia Sara Kirschner (43)
Jozeph Adolf van Klaveren (3)
Magdalena Johanna van Klaveren (12)
Mozes Jozeph van Klaveren (41)
Jakobine Klejnman (20)
Louis Landau (* 1936)
Isabelle Laufer (64)
Abraham de Leeuw (56)
Arend de Leeuw(* 1916)
Arie de Leeuw (26)
Belia de Leeuw (4 maanden)
Hartog Israel de Leeuw (28)
Jacob de Leeuw (61)
Karel de Leeuw (15)
Marcus Joseph de Leeuw (60)
Marianne de Leeuw (58)
Rosetta de Leeuw (62)
Rudolf Maurits de Leeuw (26)
Sallie de Leeuw (18)
Sara de Leeuw (22)
Rika Levie (63)
Simon Maas (47)
Wolfgang Wilhelm Maas (24)
Jacob Magnus (57)
Martha Antje Magnus (35)
Clara Sara Marx (71)
Abraham Menco (69)
Bertha Menco (15)
Harri Menco (48)
Herman Samuel Menco(* 1925)
Ida Menco (20)
Mourits Menco (49)
Bernard Nathan Jacob Menko(34)
Jacob Menko (63)
Jacob Menko (3)
Rose Amalia Menko (3)
Rosette Helene Menko (35)
Estella Gesina J.F. Metz (22)
David Meijer (35)
Emilie Philippine Meijer (3)
Hester Granade Meijer (55)
Rositta Beatrix Meijer (4)
Ida Jeanette Meijers (28)
Joseph Max Meijers (21)
Madelene Henriette Meijers (37)
Ruben Meijers (66)
Elisabeth Mesritz (55)
Adolf Meijler (63)
Harriette Johanna Meijler(34)
Rosa Sophia Meijler (8 maanden)
Salli Meijler (34)
Heiman Mogendorff (48)
Henry Donald Mogendorff (14)
Johanna Mok (33)
Hermann Moses (65)
Grete Nathan (41)
Dani Nihom (6)
Elisabeth Nihom (44)
Gretha Nihom (* 1925) Volgens een bezoeker op 16-09-2012 heeft Gretha Nihom als enige van het gezin de oorlog overleefd, woont in Israël en is 87 jaar.
Joseph Nihom (20)
Karel Nihom (10)
Michael Nihom (19)
Bertha Northeimer (51)
Belia Philip (57)
Henri Philip (27)
Levie Israel Philip (62)
Abraham Philips (49)
Benjamin Philips (49)
Ehazar Philips (23)
Heiman Philips (56)
Jacob Philips (21)
Johanna Philips (19)
Karla Philips (15)
Kitty Philips (23)
Pauline Amalia Philips (20)
Simon Philips (56)
Helena Martina Polak (* 1919)
Adelheid Rosette Poppers (1)
Anna Poppers (55)
Betje Poppers (62)
Betti Poppers (42)
Meijer Poppers (72)
Samuel Poppers (70)
Anna Prins (65)
Frieda Romann (33)
Paul Romann (31)
Rosi Romann (* 1907)
Amalia Rosenbaum (76)
Mathilde Rosenbaum (74)
Berta Sara Rosenthal (* 1882)
Gerda Rosenthal (20)
Helmut Rosenthal (6)
Hildegard Rosenthal (16)
Netta Salomons (70)
Hars Schaap (57)
Aron Schielaar (31)
David Schielaar (59)
Izaäk Abraham Schielaar (27)
Louis Schielaar (26)
Berta Sara Schlachter (69)
Gertrud Schreiber (42)
Malka Schupper (22)
Hanna Schwab (* 1923)
David Abraham Schwarz (42)
Mathilde Rosette Schwarz (8)
Nathan Schwarz (38)
Philip Schwarz (42)
Robert Louis Schwarz (4)
Izaak Leo Slager (14)
Jacob Izaak Slager (21)
Philip Slager (47)
Sophie Spanjar (47)
Sophia Spier (45)
Georg Stein (39)
Herz I. Stern (84)
Irene Johanna Recha Stern (2)
Pauline Stern (78)
Sally Stern (35)
Clara Margaretha
Vischschraper (32)
Getta Voos (57)
Sibilla Sara Voos (61)
Albert Weber (42)
Rosa Weber (39)
Johanna Sara Weil (61)
Klara Weil (62)
Marga Wertheim (14)
Jozeph Windmuller (65)
Lieze Windmuller (35)
Albert Wolf (49)

Reageer op dit bericht Stuur door

De joden te Aalten

 

Omstreeks 1600 vestigden zich joodse kooplieden uit het West-Münsterland in Aalten en Bredevoort. Tussen 1737 en 1776 richtten de Aaltense joden een gebedsruimte in.

 

Al in 1775 beschikten de joden in Bredevoort over een dergelijke ruimte. In 1863 werd hier aan de Vismarkt 9 een synagoge ingewijd. Deze werd omstreeks 1914 tot woonhuis verbouwd. 

 

In een overzicht van 1808 wordt een joodse begraafplaats in Aalten genoemd. In 1852 ging dit grondstuk aan de Haartsestraat, waar ook nu nog de begraafplaats is, over in het bezit van de Joodse Gemeente. De oudste grafsteen stamt uit het jaar 1827.

 

Omstreeks 1830 werd  in Bredevoort een joodse begraafplaats aan de tegenwoordige Prins Mauritsstraat ingericht. De begraafplaats in Bredevoort is samen met de voormalige synagoge aan de Vismarkt 9 de enige herinnering aan de vroegere joodse gemeenschap.

 

De joodse bevolking was bij de overgang naar de 20e eeuw een vast geïntegreerd deel van de Aaltense dorpsbevolking.

 

Verschillende winkels, vooral slagerijen en Krämerläden, hadden joodse eigenaren.

 

Marcus Gans leidde een pijpenfabriek en was daarmee een van de weinige werkgevers in het destijds landelijk gestructureerde Aalten.

 

Na de benoeming van Hitler tot rijkskanselier op 30 januari 1933 vluchtten veel Duitse joden naar Nederland.

 

Na de zogeheten Reichspogromnacht in November 1938 vluchtten alleen al 43 joden uit het West-Münsterland voornamelijk naar de Achterhoek. Nederland liet dit ongraag toe.

 

Met de bezetting van Nederland door Duitse troepen op 10 mei 1940 werd het land aan anti-joodse wetgeving onderworpen.

 

In oktober 1941 werd de eerste razzia op joden in de Achterhoek uitgevoerd. Daarbij werd voor het eerst een Aaltense jood, Arnold van Gelder, gedeporteerd. Hij werd op 13 november 1941 in het concentratiekamp Mauthausen vermoord. 

 

In oktober 1942 werden 12 joden uit Aalten weggehaald en via het doorgangskamp Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd. In april 1943 deporteerde men in totaal 13 joden naar Sobibor. Alle 25 werden vermoord. Bij elkaar zijn 52 joden uit Aalten slachtoffer van de sjoah geworden.

 

Van de 52 mensen die zijn ondergedoken, overleefden er 26. Het bekendst zijn hier wel de lotgevallen van Aron Jedwab. Na de bevrijding van de Duitse bezetting keerden 46 joden naar Aalten terug. Door emigratie naar Israel en de USA daalde het aantal joden in Aalten sterk.

 

Vermoord

 

Arn. van Gelder (19)

J. Backs (23)

R. Fuldauer (59)

R. Fuldauer-van Gelder (50)

L.S. Fuldauer (15)

S. Fuldauer (11)

M.D. Fuldauer (7)

S. Fuldauer (61)

R. Fuldauer-de Jong (59)

E.H. Schaap (22)

A. Lewy (48)

K.S. Japhet-Eppstein (90)

Ph. van Gelder (77)

E. van Gelder-Cohen (67)

S. Goedhart (82)

P.L. Goedhart-Rosenburg (80)

L.S. Schaap (55)

E. Schaap-Philips (57)

L. van Gelder (69)

J. van Gelder-Landau (60)

F. Lewy-ten Bosch (44)

B.M. Lewy (13)

M.I. Cohen (53)

B.M. Cohen (27)

J. ten Bosch-Bouwman (36)

E. van Gelder (34)

Jac. ten Bosch (40)

Abr. van Gelder (65)

R. van Gelder-de Jong (63)

S. Schaap (27)

J. van Gelder (* 1912)

R.S. Löwenstein (* 1923)

F. Landau (* 1905)

A.S. Landau-Lorch (* 1902)

H. Bouwman-Sanders (* 1870)

W. Andriesse (26)

J. Juchenheim (85)

C. Konijn (49)

 

Sinds 2000 herinnert een gedenkplaat aan de vermoorde leden van de Joodse Gemeente.

 

In de nacht van 20 op 21 september 1943 legde de arts Joop der Weduwen voor het huis Patrimoniumstraat 12 in Aalten een pakket neer. Het echtpaar Wikkerink dat daar woonde,  vond daarin een pasgeboren kind. Het was de zoon van de cantor (voorganger) van de joodse gemeente van Aalten, John Jedwab en Lena Jedwab-Kropveld. Deze moesten medio 1942 onderduiken en hadden op een boerderij in Lintelo een schuilplaats gevonden. 

 

Het kind werd onder de naam "Willem Herfstink" in het geboorteregister van de gemeente Aalten ingeschreven. De naam was symbolisch gekozen. De gemeentearts, die "Willem Herfstink" onderzocht, verklaarde hem voor arisch. Na afloop van de oorlog keerde Aron Jedwab terug bij zijn ouders. 

 

Jan Wikkerink (verzetsnaam "Ome Jan") was de leider van de verzetsorganisatie tegen de Duitse bezetting in Aalten. Hij kende de ware identiteit van "Willem Herfstink", die hij op 21 september 1943 in het geboorteregister in Aalten liet inschrijven.

 

Op 15 oktober 1944 werd Jan Wikkerink door de SS gearresteerd en meegevoerd van de Patrimoniumstraat naar de Bredevoortsestraat. Ter hoogte van de Slicher van Bathstraat bad en hoopte Jan Wikkerink naar de marechausseekazerne te worden gebracht in plaats van naar het politiebureau. Dat gaf hem een kans te kunnen ontsnappen. Alsof zijn gebed verhoord werd gingen ze de Slicher van Bathstraat in naar het Noorden. Daar wist hij, zaten 'goede' Nederlanders. Hij is bevrijd door de Aaltense KP en gevlucht naar een boerderij in Vragender tegen het Korenburgerveen.

 

Zijn huis werd daarop in brand gestoken en brandde gedeeltelijk uit. Jan Wikkerink moest tot de bevrijding eind maart 1945 onderduiken.

 

(J G ter Horst  “Aalten in oorlogstijd ISBN 909008802”)

 

JOOP DER WEDUWEN, een Aaltense arts, was actief in het verzet. Door onderhandelingen met de Duitse bezettingsmacht lukte het hem vele Nederlandse mannen voor dwangarbeid en enkele joden voor deportatie te behoeden. Hij bedacht het verhaal van "Willem Herfstink" en legde de joodse zuigeling John Jedwab in de nacht van 20 op 21 september 1943 in een doos voor het huis van Jan Wikkerink. Joop der Weduwen kwam om bij een vliegtuigbeschieting op 23 januari 1945 op weg naar Den Haag. Hier wilde hij over een betere verzorging van de Aaltense bevolking met levensmiddelen onderhandelen.

 

MUSEUM 'Markt 12': Onderduiken, verzet, vrijheid Het nieuwe museum 'Markt 12' in Aalten geeft weer hoe mensen in Nederland en Duitsland de oorlogsjaren meemaakten en hoe zij in hun persoonlijke leven op de bezetting reageerden

 

DE JOODSE  BEGRAAFPLAATS In 1972 liet de Joodse Gemeente Aalten op de begraafplaats aan de Haartsestraat een gedenkplaat aanbrengen. De tekst luidt: "Over deze allen ween ik bitt're tranen. Ter herinnering en tot getuigenis. Wij gedenken de vele gedurende de jaren 5701 - 5705 gewelddadig uit ons midden wegrukte en nimmer teruggekeerde kinderen dezer gemeente. Mogen zij rusten onder de vleugelen van Gods Majesteit!"

 

In 1855 werd begonnen met de bouw van een synagoge in de Koelmanstegge (nu Stationsstraat), die in 1857 werd ingewijd. De synagoge in Aalten ist een van de weinige synagoges in de Achterhoek, die de jaren van de Duitse bezetting weliswaar als munitiedepot ontwijd, maar onbeschadigd doorstond. De Thorarollen, lampen en zilver  werden verborgen en overleefden zo de oorlog. Het gebouw is sinds 1945 weer als synagoge ingericht.

 

Na de bevrijding van de Duitse bezetting keerden 46 joden naar Aalten terug. Door emigratie naar Israel en naar de USA zakte het aantal joden in Aalten sterk. Er komt nog maar op enkele dagen per jaar het voor een dienst noodzakelijke aantal van tien joodse mannen ('minjan' of 'minje' ) bij elkaar.

 

In 1983 is de stichting "Vrienden van de Aaltense synagoge" opgericht. De Joodse Gemeente droeg de synagoge aan de stichting over. De synagoge werd met giften van de bevolking en middelen van de gemeente en de provincie gerestaureerd. Op 29 december 1986 vond de herinwijding van de synagoge plaats.    

 

Een belangrijke rol bij het levend houden van de herinnering aan de joodse kille van Aalten na de oorlog speelde Sallo van Gelder uit Aalten. Hij had een groot aandeel in de restauratie van de synagoge en in het weer op orde brengen van de joodse begraafplaats in Aalten. Sallo van Gelder verzorgde onder meer de jaarlijkse chanoekadienst ter plaatse. Hij is nog steeds actief voor het zo goed mogelijk bewaren van de joodse traditie in Aalten. 

 

Bezichtiging van de synagoge

 

De synagoge, waarin elk jaar ten minste één dienst en sinds enkele jaren weer godsdienstonderwijs plaatsheeft, is een goede plaats om meer over het jodendom te leren. Zij is tijdens de zomermaanden te bezichtigen.

 

De synagoge staat aan de Stationsstraat 7, 7121 Aalten. 

 

Velen hebben de synagoge al bezocht.

 

Ook u bent welkom!

 

De Aaltense synagoge (1857) is een van de weinige in Oost-Nederland, die nog geheel zijn ingericht voor de joodse eredienst. De synagoge aan de Stationsstraat 7 is te bezichtigen.

 

AK Synagogenlandschaften zie linken

2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van FAMILIE IDING TEN BOSCH

↑ Terug naar de berichten