Naar de inhoud

FAMILIE IDING TEN BOSCH

Familie Iding ten Bosch - Varsseveld - Heurne - Huissen - Westervoort - Lichtenvoorde
akke.beakke.be

Categorie: Fam hist cultuur e

Familie historie en cultuur 10


 

Ruurlo

 

In Ruurlo hebben door de eeuwen heen slechts enkele joodse families gewoond. Het echtpaar Hartog en Sara Levie kreeg in 1766 een zoon, Joseph, die zich omstreeks 1800 in Borculo vestigde.

 

In het begin van de 19e eeuw kwamen Michiel en Rachel Samuels uit Urbach naar Ruurlo. Zij woonden in het “Rommelershuis”, waar het echtpaar de tweeling Samuel en Rachel kreeg.

 

De moeder overleed helaas tijdens de geboorten.

 

Michiel  Samuels hertrouwde met Eva Abrahams. Michiel nam in 1826 als geslachtsnaam Vroom aan. Michiel en Eva kregen zes kinderen:Rachel, Sara, Hanna, Dina, Esther en Abraham.

 

Rachel ging in 1826 naar Dorsten en trad wellicht in dienst bij de in Neede geboren Salomon Mijer en zijn vrouw Brenatte. Sara en Esther gingen naar Hengelo en trouwden daar respectievelijk met Simon Jacobs en Falk Jacobs.

Vader Michiel Vroom stierf in 1866 in Ruurlo.

 

In het midden van de 19e eeuw had zich ook de familie ten Bosch ter plaatse gevestigd. Louis die in 1866 en Bertha die in 1868 was geboren, vertrokken naar Zutphen.

 

Zij kwamen beide in 1943 in Sobibor om. (Kooger blz. 244)

 

1840

Volgens een volkstelling uit 1860 van de in Lichtenvoorde woonachtige joden woonden in de Rentenierstraat Elisabeth ten Bosch 51 jaar en Simon Izak ten Bosch 69 jaar.

 

In de buurtschap Bosch woonden Mozes Simon ten Bosch 39 jaar, Kaatje ten Bosch 2 jaar, Salomon ten Bosch 10 maand en Philip Vink 58 jaar. (Kooger blz. 231)

 

Er is sprake van een foute registratie, Simon Izak was toen geen 69 maar 66 jaar.

 

1841 Februari 5.  “Het Hulshof”, nr E1. Hulshof Wieggers  

(kadaster 1828 Harveld Zieuwent sector E blad 3)

Jan Berend Hulshof en zijn vrouw Hendrika Wieggers doen aangifte van de geboorte van hun dochter Johanna. Jan Berend Hulshof is een welgestelde landbouwer en zijn vrouw wordt te boek gesteld als “landbauwerte”. Johanna groeide op in een Katholiek milieu.

Na dochter Johanna zullen Jan Berend en Hendrika nog vier kinderen krijgen. Harmina die kloosterlinge zal worden, Alouisius Antonius, Johannes Hendrikus en dochter Aleida. (Zie1868 Juni 2 Uit de nalatenschap van Jan Berend Hulshof)

No. 14. Heden den vijfden Februarij één duizend acht honderd een en veertig  is voor ons Johan Hendrikus Antony van Basten Batenburg, Burgemeester en Ambtenaar van den Burgerlijken Stand der Gemeente Lichtenvoorde, Provincie Gelderland, verschenen: Jan Berend Hulshof, landbouwer oud eenenveertig jaren, woonachtig in deze gemeente te Zieuwent E No 3 dewelke ons verzocht heeft op te maken acte van geboorte van eene dochter welke zijne huisvrouw Hendrika Wieggers, landbouwerte bij hare man … inwonende op dinsdag den tweeden der maand Feebruarij dezes jaars des namiddags ten drie uren ter haren woon… ter wereld heeft gebragt en aan welke hij verklaard heeft dat zal worden gegeven de voornaam van Johanna. Waarvan wij deze acte hebben opgemaakt, in tegenwoordigheid van Gerrit Jan holweg Schoenmaker, oud vijfenveertig jaren, en van Jan Hendrik Doeven, Schoenmaker oud vierentwintig jaren, beide woonachtig in deze gemeente, door de comparant als getuigen ten deze gekozen, welke acte wij , na in twee daartoe bestemde Registers overgeschreven en voorgelezen te zijn, hebben onderteekend met den comparant en getuigen J.B. Hulshof, G.J. Holweg, J.H. Doeven, J.H.A. van Basten Batenburg.

 

Van Basten Batenburg is gelijkertijd burgemeester van Lichtenvoorde en Aalten. Hij bezit veel onroerend goed, tientallen percelen weiland, tientallen percelen bos, een laan met eikenbomen, verscheidene huizen en bouwplekken en veel kostbare huisraad.

 

Tegenover zo’n fl. 2500,- aan schulden staat een slordige fl. 20.000,- aan aandelen, obligaties en tegoeden. De burgemeester bezit zelfs twee kerkbanken in eigendom. Iets wat Salomon, alias Antonius ten Bosch niet erg zal waarderen. (zie 1868)

 


 

 Mestvaalten, varkenshokken, beerputten en stallen kwamen in de steden nog overal voor, cholera en tyfus eiste gedurende de jaren 1853-1869 veel slachtoffers.  De grootse epidemie was in 1866-67 en kostte het leven aan ongeveer 20.000

 

Het “ Hulshof “

 

Het leidt geen twijfel. Op Het Hulshof werd flink aangepakt. Bij zijn overlijden (zie 21-01-1867 en voor de nalatenschap 2-6-18680) had Jan Berend een tiental bijenkorven, 2  paarden, 9 koeien, 1 vaars, 5 kalveren, 1 stier,  11 varkens, 1 zoog, 2 ooien en 1 lam.

 

Naast verschillende percelen bezat Berend ook nog het plaatsje Gebbink in Lichtenvoorde.

 

De gewassen op het land waren overwegend; koren, rogge, aardappelen, bonen, boekweit, vlas, spelt en hennep. Alsook hout om te stoken en om houtas te winnen voor het bleken van vlas.

 

De afbeeldingen geven een aardige indruk van het boerenleven in die tijd.






Boekweit


 

Boekweit

 

Boekweit  is een plant uit de duizendknoopfamilie

Het is een eenjarige plant met een holle rechtopgaande, zich meermalen vertakkende, rode stengel. De bladeren zijn driehoekig tot hartvormig. Het wortelstelsel omvat een zich sterk vertakkende penwortel.

 

De bloei begint al in een jong stadium, soms al na zes weken, en gaat dan vijfentwintig tot dertig dagen door. De bloemen zijn in langstelige pluimen gegroepeerd, wit tot roze van kleur, en bevatten veel nectar. Op arme gronden bereikt boekweit een hoogte van 50 cm. Voordat de bloei ten einde is zijn er al rijpe vruchten.

 

Het eetbare zaad zit aan dunne steeltjes die in rijpe toestand makkelijk loslaten. Het heeft een meel en eiwitrijke inhoud, overeenkomend met die van klaver. Er waren vroeger twee rassen bekend: op de veengronden de Staphorster bruinzwarte en op de zandgronden de Brabantse grijze boekweit.

 

De vorm van het boekweitzaad komt sterk overeen met die van beukennootjes, al zijn ze beduidend kleiner, ongeveer 6 mm lang.

 

Het zaad werd tot meel gemalen, hoewel boekweit beslist geen graan is. Boekweit is een 'pseudograan': de zaden, het meel en alle andere afgeleide producten van boekweit bevatten geen gluten.

 

Grutten - gedopte boekweit

 

Boekweitmeel bevat veel magnesium, kalium en fosfor. Het is voedzaam en licht verteerbaar. Tegenwoordig wordt het ook geteeld voor de geneeskunde.

 

Boekweit is een goed ‘bijengewas’, bijen voeden zich er graag mee. Het levert een aromatische honing op die zeer geliefd is.

 

Boekweit was een uitkomst voor "arme boeren" die geen mogelijkheden hadden om te investeren. Zij konden door boekweit te verbouwen boer zijn zonder vee of kapitaal. Het was makkelijk te verbouwen, maar boekweit was zeer gevoelig voor weersinvloeden waardoor oogsten toch vaak tegenvielen en de armoede groot bleef.

 

Er waren lucratieve jaren in de boekweitteelt, maar als er nachtvorst voorkwam kon de hele oogst van dat jaar verloren gaan. Niet voor niets stond boekweit ook bekend als 'jammerkoren'.

 

In sommige vooral arme streken van Nederland, waar "boekweite uut de kuns verbouwd kon worn", vormden de boekweitproducten een belangrijk deel van de dagelijkse gerechten, vooral 's zomers.

 

Gemengd met rogge- of tarwemeel werd boekweitmeel gebruikt om (spek)pannenkoeken van te bakken. Voor het bakken van brood is het minder geschikt, het kan alleen in kleine hoeveelheden toegevoegd worden. Boekweit werd vroeger gemalen op een grutmolen.

 

Dit was een rosmolen met een eest voor het drogen van de boekweit, een gruttensteen, een meelsteen en een waaierij. De waaierij scheidde de grutten van de doppen, stukjes dop en de vliesjes.

 

De eest werd gestookt met de boekweitdoppen. De gruttensteen dopte de boekweit tot grutten en de meelsteen maalde de grutten tot meel. Het malen tot meel moest voorzichtig gebeuren.

 

Bij warm worden treedt bij boekweit gemakkelijk verbranden op waardoor verkleuring ontstaat. Het meel werd ook gebruikt om balkenbrij en andere vleeswaren mee af te maken. Hiervoor werden grote hoeveelheden meel toegevoegd aan goed gekookt en gemalen kwalitatief minder vlees, zoals van de kop of van sommige organen.

 

Boekweitzaad heeft een enigszins nootachtige smaak, die door roosteren versterkt wordt.

 

De grutten (gepelde zaden) werden gebruikt om er pap van te maken. De grutten werden in water geweekt, dan gekookt en tot slot werd er karnemelk bij gedaan, om het schiften tegen te gaan.

 

De doppen die bij de grutter overbleven werden soms gebruikt als vulsel in kinderbedjes. Het zaad werd vroeger veel gebruikt als kuikenvoer.

Alles over boekweit: http://nl.wikipedia.org/wiki/Boekweit

Reageer op dit bericht Stuur door

Familie historie en cultuur 11





 



In de wintertijd als de werkzaamheden zich overwegend beperken tot het voederen van vee maken boeren hun eigen touw of vlechten bijenkorven en manden van wilgenhout rond een frame van steviger hout. Dat gebeurt op de duistere deel of bij het vuur in de keuken.

 

Men gebruikt ook stro om vochtabsorberende korven te vlechten voor het bewaren van graan.

 

Korven voor de bijen die graag huizen in een “warme korf” werden gemaakt van stro, dat na het dorsen overbleef. Er werd gevlochten met lang stro en speciaal behandelde bramenstengels.

 

 

 


Het iemenschoer

 

Als de honing uit de korven wordt gehaald, worden de bijen gedood door zwavel onder de korf te verbranden.

 

Later komen de houten kasten in gebruik waar men de raten uit kan lichten. Honing dient als zoetstof, suiker is te duur.

 

De bijenwas wordt gebruikt voor het maken van kaarsen en meubelwas. Bijenhouden is voor boeren meestal een bijverdienste.

 

Alles over bijen: http://nl.wikipedia.org/wiki/Honingbij

 


Het Hulshof

 

Liefst 12 spinnewielen, vlashekels, bleekpotten, tonnen en houtas uit de nalatenschap van Jan Berend Hulshof, getuigen van deze huisvlijt. Elke boer had wel een “goardenstukske” waarop hij vlas verbouwde, dat hij nodig dacht te hebben voor eigen gebruik. Voordat het vlas geschikt was om gesponnen te worden, moest het heel wat bewerkingen ondergaan

 

 


 

Vlas in bloei

 

 

Vlaswiedsters 1900

 

 

Vlaskapelletjes


 


Als het vlas oogstrijp is, wordt het met wortel en al uit de grond getrokken en te drogen gezet.

 

 

 


Bij het dorsen van deze zaaddozen (knotten) komt het lijnzaad te voorschijn. Dit lijnzaad wordt door de olieslager uitgeperst. Van het afval worden veekoeken gemaakt.

 

 

Ros-oliemolen


 


Een rosmolen is een molen waarbij de aandrijvingkracht wordt geleverd door een paard (ros) of een ezel. In het verleden waren er boerderijen die zelf een rosmolen hadden maar meestal stond er in een dorp een grotere rosmolen, vaak aangedreven door twee paarden.

 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Rosmolen


 

 

Reageer op dit bericht Stuur door

Familie historie en cultuur 12








Vlasoven

 

De vlasstengels worden goed nagedroogd in de vlasoven of rond gestookte vuurtjes en daarna op een houten bok kapot gebroken (gebraakt) en vervolgens weer over de hekel gehaald waardoor de draden te voorschijn komen. De langste vezels vormen het beste linnen, de tweede keus is het zgn. "spiet".

 

 



 

Vlasbraken

 

Verbod om vlas in de oven te braken in Diessen (1739)

 

Is voorgedragen dat verscheyde persoonen alhier haar niet ontsien omme haar vlas in de bakovens te steken en soo te braken en ook des savons in haar huysen by het ligt swongen waar uyt men seer diwils droevige ongelukken van brant siet veroorsaaken, is derhalven goetgevonden en verstaan op drie agtereenvolgende sondaagen alhier aan s heeren gebooden te laaten publiceeren en aan alle en een yder interdiceeren dat geen vlas uyt de ovens sullen hebben te braken, nog savonds by het ligt in haare huyzen sullen mogen swongen op poene van ses gulden by alle en een yder daarover te verbeuren een derden te behoeven van de heeren officieren, een derde ten behoeve van den armen en het resteerende derde part ten behoeve van die geene die de calange doen sal waar toe vorsters, schutters en alle andre wie het ook soude mogen wesen by dezen worden geauthoriseert

 

Bron: SA Tilburg AA Diessen voor 1811 1f 23v 31-10-1739

 

Stadsbrand

 

Doetinchem werd aan het eind van de Middeleeuwen regelmatig getroffen door branden (bijv. in 1414)

 

De grootste brand, veroorzaakt door een bakker die vlas in zijn oven wilde drogen, is nagenoeg de gehele binnenstad, inclusief het stadsarchief, de Catharinakerk en het raadhuis, in vlammen opgegaan.

 

Bij deze brand gingen daarnaast de stedelijke privilegebrieven, en zilveren schenkkannen verloren.



Hekel




De bosjes vlas worden door de hekel gehaald, een plank met lange spijkers waarmee de zaadbollen van het gewas worden verwijderd.
 

 

 

 

Spinnen

 

 

 

Spelt op het veld en speltbrood

 

Spelt

  

Spelt stelt geen speciale eisen aan de bodem en is extreem beschermd tegen milieu-invloeden. Spelt werd gedurende lange tijd door de productievere tarwe als hoofdgraangewas verdrongen.

 

Ook de verwerking van spelt is tijdrovender en duurder als die van de concurrerende granen, omdat de speltgranen zeer vast aan hun omhulsels hangen. Doch juist in dit feit ligt het grote pluspunt van spelt, namelijk de betere verteerbaarheid.

 

Spelt is bescheiden, robuust, winterhard en amper ziektegevoelig.

Door permanente vruchtwisseling op de velden wordt het risico op ziekten in het graan van begin af aan geminimaliseerd.

 

Spelt is een extreem sobere plant, die uitstekend op arme, stenige bodems gedijt en ook een ruw klimaat trotseert. Zijn oogst laat zich door bemesting amper vergroten. Derhalve is spelt ook minder belast met milieugiften als andere graansoorten.

 

Spelt kan aanzien worden als het zuiverste graan, omdat het op basis van zijn uitstekende schimmel-en ongedierteresistentie zo goed als zonder insecticide, herbicide en pesticide verbouwd kan worden.

 

Vanuit het huidige ecologische standpunt is spelt ideaal. Al naargelang de verwerking wordt spelt melkrijp of onrijp, alsook volledig rijp gedorst.

Omdat de speltkorrels ook na het dorsen vast omsloten blijven, moeten ze voor ze worden gemalen in de molen nog een tweede dorsing ondergaan. De korrels worden mechanisch van het kaf ontdaan, pas dan kan het graan in de molen gemalen worden.

 

 

 

 

Hennepvezel

 

Vezelhennep

 

Hennep is een zeer oud gewas waarvan de oorsprong ligt in India en China vele duizenden jaren geleden. De vezelplant werd gebruikt voor kleding, koorden en touwen.

 

De opkomst van de zeevaart in de 17e eeuw heeft het belang van vezelhennep (vooral voor touw en zeildoek) vergroot.

 

De opkomst van alternatieven (katoen, jute, houtpulp) verminderde de belangstelling voor de hennepteelt in het begin van de 20e eeuw.

 

Hennep is een eenjarige plant, die bestaat uit een lange stengel met weinig vertakkingen en handvormige bladeren. Hennep kan bijna overal worden verbouwd, dit in tegenstelling tot de meeste andere gewassen.

 

Hennep heeft een groeicyclus van 120 dagen en is daarom een heel aantrekkelijk gewas voor boeren om  te telen.

 

De hennepvarianten die om hun vezel of zaadkwaliteiten geteeld worden, bevatten een verwaarloosbaar niveau aan hallucinerende stoffen.

 

Strooisel. In zijn ruwe vorm wordt hennepvezel gebruikt als bodembedekking voor dierenhokken. Hoewel de vezel licht is en behoorlijk wat water en geurtjes kan absorberen, is hij ook slijtvast waardoor er in de hokken geen papperige brij ontstaat. Daarnaast is de vezel onschadelijk wanneer hij wordt opgegeten.

 

Vezel. De vezel wordt gebruikt voor het afdichten van de verbindingen van (water)leidingen door om de schroefdraad vezels te wikkelen. Bij het nat worden zetten de vezels uit en zorgen zo voor een goede afdichting. Door de komst van de knelkoppelingen wordt dit nog weinig toegepast.

 

Touw. Henneptouw is erg sterk en wordt zowel in de landbouw als scheepsbouw gebruikt. Het touw wordt als dichting gebruikt tussen de houten delen van schepen, het breeuwen. De productie van het touw is weinig milieubelastend en niet duur.

 

Papier. Hennepvezel wordt gebruikt voor de productie van enkele papiersoorten. Onder andere vloeitjes (in Vlaanderen: sigarettenblaadjes) worden eruit vervaardigd.

 

Textiel. Tot de Tweede Wereldoorlog was hennep een belangrijke vezel voor het vervaardigen van kledij naast of in de plaats van linnen en katoen. Ze werd al in 600 voor Christus in China aangewend en bereikte Europa in de Middeleeuwen. In een groot deel van de wereld wordt tegenwoordig weer kleding, zoals broeken, jassen, sokken en truien, verkocht, gemaakt van hennepvezels.

 

Canvas. Hennep was eeuwenlang het standaard canvas voor zeilen uit de scheepvaart en tenten.

 

 

 

Blekerij

 

Het geweven linnen wordt gebleekt  bij de bleekkolk, als men tenmiste over helder water beschikt want dat is een eerste vereiste.

 

Het word in kuipen overgoten met heet water, nadat het bestrooid is met houtas dat een blekende werking heeft. Hierdoor worden de kuipen gloeiend heet.

 

De volgende morgen word het linnen op de bleek vastgepend zodat het niet kan wegwaaien en vervolgens met water nat gehouden.

 

De zon doet de rest. Tegen de middag wordt het linnen weer in de kuip gestopt en de behandeling herhaald tot het linnen wit genoeg is om te worden verkocht of gebruikt.

 

Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van FAMILIE IDING TEN BOSCH

↑ Terug naar de berichten