Naar de inhoud

FAMILIE IDING TEN BOSCH

Familie Iding ten Bosch - Varsseveld - Heurne - Huissen - Westervoort - Lichtenvoorde
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 18 juli 2008

Familie historie en cultuur 8

 

Overlijden.

 

Onder burenplichten (naoberschap) werd verstaan dat de praktische zaken rondom de dood tot in de twintigste eeuw aan toe werden geregeld door de naaste buren. Deze burenplichten waren vastgelegd in gemeentelijke verordeningen. De buren waren verantwoordelijk voor het wassen en kleden van het lijk en ook voor het bekendmaken van het sterfgeval.

 

Is er iemand gestorven dan wordt de dodenboer gewaarschuwd. Hij gaat de buurt op de hoogte brengen en naar het gemeentehuis. Vaak echter wordt de dood door één of twee van de naaste buren aangezegd in de buurt en zijn de buren ook verantwoordelijk voor het vervoer naar kerk en kerkhof of begraafplaats en voor het bereiden van het begrafenismaal. Thuis wordt de overledene door buren gewassen en het het doodshemd aangetrokken, dat al sinds jaar en dag gereed ligt in de linnenkast, waarna er een borreltje en koffie wordt gedronken.

 

De kist wordt besteld bij de timmerman. De grote boeren hebben meestal het hout voor de kist al klaarliggen. De overledene wordt opgebaard op de deel waar de gasten zich verzamelen. Volgens het volksgeloof moet de kist   met het voeteneinde naar de achterdeur en met het hoofdeind onder de balk van het slob staan, zodat de ziel vrijuit door het balkengat kan verdwijnen.

 

De kist wordt uitgedragen door buurtgenoten en op de kar gezet. Na de begrafenis en de kerkdienst is er koffie en een borreltje in het cafe. Er zal nog lang gerouwd worden. De rouw na sterfgevallen was vroeger voor de familie precies vastgesteld: de kinderen, echtgenoten en ouders rouwden een jaar en zes weken, broers en zussen een half jaar, ooms en tantes drie maanden en neven en nichten zes weken.

 

‘Op de dood zitten’ was een begrafenisgebruik dat bestond tot in de negentiende eeuw. Het vond plaats wanneer de dode op een kar werd overgebracht naar de begraafplaats. De rouwende vrouwen namen dan plaats op bankjes die op de lijkkist waren geplaatst; ze zaten dus ‘op de dood’. De mannen volgden te voet. Zij liepen achter de dood aan.

 

In de negentiende en begin twintigste eeuw was het heel populair om een haarwerkje te maken ter herinnering aan een overledene. In de deftige damestijdschriften verschenen praktische handleidingen over hoe je haar van de overledene in een herinneringsschilderijtje kon verwerken. De schilderijtjes kregen vervolgens een prominente plek in de huiskamer. In de beginperiode waren vooral kerkhofvoorstellingen in de mode. Rond 1900 zou het haarwerkje verdrongen worden door een foto van de overledene in de huiskamer op te hangen. Aanvankelijk kwam het voor dat ook op deze portretfoto’s haar van de overledene werd geplakt.

 

In “De geschiedenis van de laatste eer in Nederland” wordt vermeld dat de maire van Winterswijk in 1811 in een rapport aan de sous-prefect van het arrondissement Zutphen klaagt “over het schandelijk gebruik hier onheugelijk vigeerende bij de begraffenissen der gestorvenen”

 

Op het groevemaal werden 20 tot 30 tonnen bier gedronken. Maar het kon ook anders  in het “Oud Achterhoeksch Boerenleven”, waar de mensen onder kalme gesprekken wittebrood en koffie gebruikten.

 

De meeste mensen gingen te voet naar de kerk. In en om de dorpen lag een wirwar aan kerkenpaden om binnendoor te gaan.

 



 

Begrafenis

 



 

De Deel

 

1833 Februari 28. Huize Iding Jorissen Rheden gemeente Velp

In Velp gemeente Rheden wordt aangifte gedaan van de geboorte van zoon Hendrikus door de boerenknecht en daghuurder Hendrik Iding en zijn vrouw Petronella Jorissen aan de burgerlijke stand te Rheden. Zoon Hendrikus groeit op in een katholiek milieu. Later zal Hendrikus in het huwelijk treden met Aleida van Uum en vader worden van Opa Iding.

 

No. 22. Op heden den agtentwintigste february des jaars achttien honderd drie en dertig, des voor de middags ten elf ure, is voor Ons M Diderich? Gerhard Adriaan van Hasfelt Burgemeester der Gemeente Rheden Provincie Gelderland, Ambtenaar van den Burgerlijken Staat verschenen Hendrik Iding oud Agtendertig jaren van beroep dagloner wonende te Velp...(huisnr. niet ingevuld) binnen deze gemeente, welke ons een kind heeft voorgesteld van het mannelijk geslacht, van het welk Petronella Jorissen oud vierendertig jaren huisvrouw van hem Comparant op woensdag den zevenentwintigsten february dezes jaars des middags ten half een ure ten zijne huize te Velp binnen deze Gemeente is bevallen, en aan  het welk hij Comparant verklaard heeft de voornaam van Hendrikus te willen geven. Deze verklaring en voorstelling is geschied in tegenwoordigheid van Antonie Abbenhuis oud drieenveertig jaren daghuurder en Hendrik Abbenhuis metselaar oud zevenendertig jaren beide wonende te Velp binnen deze gemeente opzettelijk daartoe medegebrachte getuigen: en daarvan is opgemaakt deze Acte die na voorlezing Door Ons is getekent hebbende de comparant en de getuigen verklaard niet te kunnen schrijven. Van Hasfelt.

 

1835* Velp Fam. Iding Jorissen

 

Derk (Dirk) Iding, later oom van Opa Iding, wordt geboren te Velp (Rheden) uit het huwelijk van Hendrik Iding en Petronella Jorissen.

 



 



 

Rheden Velp

 

De gemeente Rheden is ontstaan doordat in het jaar 1573 de schoutambten Velp en Rheden werden samengevoegd tot het schoutambt Rheden.

 

Het gebied dat viel onder dit schoutambt komt overeen met het huidige gebied van de gemeente Rheden. De naam ‘Rheden’ komt van het woord ‘Rheton’ en dat betekent ‘plaats waar riet groeit’.

 

De naam werd ontleend aan die van het schoutambt Rheden dat toen meer inwoners had dan Velp. Er werd in die tijd, de 80-jarige oorlog was net begonnen, veel geplunderd en brand gesticht.

 

De aktiviteiten van een schoutambt bestonden voornamelijk uit rechtspraak. In tijd van oorlog, als de plaatselijke bevolking zich bedreigd voelde, zocht ze vaak bescherming binnen de muren van de kastelen.

 

Als verdedigingsfort aan de IJssel gebouwde kastelen zijn: Biljoen in Velp. Dit is in de 16e eeuw gebouwd en eens logeerde hier zelfs de beroemde Franse ‘Zonnekoning’ Lodewijk de veertiende.Kasteel Middachten in de Steeg.

 


 


 



 



Hut op de Veluwe

 

De Veluwezoom heeft altijd veel landgoederen gehad. Dat is de reden waardoor veel van het oorspronkelijke landschap bewaard is gebleven. Ook in financieel opzicht had de aanwezigheid van een landheer een gunstige invloed. Hij bekleedde allerlei functies op kerkelijk, sociaal en cultureel gebied.

 

Het landgoed en kasteel verschaften de plaatselijke bevolking werk en ze konden er een veilig heenkomen vinden in tijden van oorlog. Diverse landgoederen zijn niet in hun oorspronkelijke staat behouden gebleven.

 

In de 19e eeuw vestigden zich in de gemeente vele gepensioneerden en renteniers.

 

Vooral in de dorpen Velp en De Steeg. De verkaveling van buitenplaatsen in de buurt van Velp en de aanleg van wegen naar de natuurgebieden, de overname van deze gebieden door ‘Natuurmonumenten’ en de aanwezigheid van een stad als Arnhem in de omgeving waren stimulansen voor mensen om zich in de gemeente Rheden te vestigen.

 

Het inwonertal steeg van nog geen 5.000 in het jaar 1824 tot 23.000 in 1928. Een bloeiend pension- en hotelwezen ontstond en winkeliers en ambachtslieden profiteerden van het stijgend aantal inwoners.

 

Laag Soeren was in de vorige eeuw een bekende badplaats en kuuroord. Het geneeskrachtige water kwam uit de vele beken die de Laag Soerense bossen rijk zijn. Het huis ‘Soeria’ dat nu een trainingscentrum van de Transcedente Meditatie is, stamt uit die tijd en was toen een badhuis, genaamd ‘Bethesda’. In de tweede helft van de 18e eeuw was er papierindustrie in Velp en Laag Soeren.

 

De hiervoor gebruikte waterradmolens (zeven in Velp) verdwenen op één na met het uitvinden van de stoomkracht. In Velp is nu nog de gerestaureerde Van Lennepsmolen te zien (nu een horecabedrijf).

 

Rheden is altijd het steenbakkersdorp geweest. De mensen werkten in de steenfabrieken aan de IJssel. In de winter wanneer er niet gebakken werd, leed men vaak armoede. In deze situatie kwam verbetering door de vestiging van industrieën.

 

In Dieren werd in het begin van deze eeuw de Gazelle-rijwielfabriek gebouwd. Andere industrieën in die tijd waren: sigarenfabrieken, een jeneverstokerij, een leerlooierij, een zadelfabriek, een houthandel en een emailleerfabriek

1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van FAMILIE IDING TEN BOSCH

↑ Terug naar de berichten