Naar de inhoud

FAMILIE IDING TEN BOSCH

Familie Iding ten Bosch - Varsseveld - Heurne - Huissen - Westervoort - Lichtenvoorde
akke.beakke.be
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Studie: Medische Ethiek


 

Studie:  Medische Ethiek

Elementaire genetica
http://www.medische-ethiek.nl/modules/news/article.php?storyid=136

Darwin verplicht? Darwin verboden!
http://www.medische-ethiek.nl/modules/news/article.php?storyid=105

Genetica: Respect voor de biologische structuur van de mens
http://www.medische-ethiek.nl/modules/news/article.php?storyid=132

Genomics en het humaan genoomproject
http://www.medische-ethiek.nl/modules/news/article.php?storyid=133

Hoe humaan is het Humaan Genoom Project? Een analyse van
ethische vragen. Deel I
http://www.medische-ethiek.nl/modules/news/article.php?storyid=137

De morele grenzen van DNA-manipulatie
http://www.medische-ethiek.nl/modules/news/article.php?storyid=22

Stamcellen: wat kunnen en mogen we ermee doen ?
http://www.medische-ethiek.nl/modules/news/article.php?storyid=21

 

Reageer op dit bericht Stuur door

Ernst Klee

 

Ernst Klee, geboren 1942, studierte Theologie und Sozialpädagogik. Lehrauftrag für Behindertenpädagogik an der VHS in Frankfurt/Main (1973 bis 1982) und an der FHS in Wiesbaden (1978-1979). Er publiziert bei der Wochenzeitung DIE ZEIT und arbeitet als Dokumentarfilmer für den Hessischen Rundfunk. 1996 wurde sein Fernsehfeature »Ärzte ohne Gewissen« von der ARD ausgestrahlt: Ernst Klee wurde dafür von der Münchener Abendzeitung mit dem »Stern des Jahres 1996« ausgezeichnet (sein Fernsehfilm »Verspottet« über das Leben einer Kleinwüchsigen wurde 1981 mit dem »Adolf-Grimme-Preis« sowie von der Deutschen Akademie der darstellenden Künste in Frankfurt am Main ausgezeichnet). 1997 erhielt Ernst Klee den Geschwister-Scholl-Preis.

 

http://www.antipsychiatrieverlag.de/versand/titel/klee.htm

 

http://www.shoa.de/content/view/240/46/

Reageer op dit bericht Stuur door

1939 Duitsland. Augustus 18


 

   1939 Duitsland. Augustus 18 Uittreksel uit een rondschrijven betreffende meldplicht van mismaakte nieuwgeborenen.

1. Ter opheldering van wetenschappelijke vragen op het terrein van ongeboren mismaakten en verstandelijke onderontwikkeling is een zo vroegtijdig mogelijke aanpak van voorkomende gevallen noodzakelijk.

2. Daartoe beschik ik, dat de vroedvrouw, die bij de geboorte bijstand heeft verleend, ook in het geval dat uit de bevalling de betrokkenheid van een arts voortvloeide een aangifte doet bij de voor de geboorteplaats van het kind bevoegde geneeskundige dienst, met een zoals bijgaand, bij de geneeskundige diensten voorradig gehouden formulier, indien het nieuwgeboren kind verdacht is behept te zijn met het volgende ernstig lijden:

   1. Idioten zoals mongolisme (in het bijzonder gevallen die met blindheid en doofheid gepaard gaan)

   2. Microcefalie (abnormale kleinheid van de kop, in het bijzonder de hersenschedels)

   3. Hydrocephalus (waterkop) zware, bijz. in voortschrijdende graad.

   4. Misvormingen van elke aard, bijzonder het ontbreken van hele ledematen, ernstige splijtvormen van de kop en de wervelkom.

   5. Verlammingen en andere ziektegevallen.

  Voor verlossingsklinieken en kraamafdelingen van ziekenhuizen ligt de meldplicht aan vroedvrouwen alleen dan op, als een leidende arts niet voorhanden of voor de melding verhinderd is.

   3. Voorts zijn de door alle artsen aan te geven kinderen, in geval de artsen die kinderen, die met een van de onder art.2 punt 1-5 genoemd lijden behept zijn en het 3e levensjaar nog niet hebben bereikt, aantreffen tijdens de uitoefening van hun beroep.

4. De vroedvrouw verkrijgt voor haar plichtsinspanning een vergoeding van 2 R.M. De uitbetaling van dit bedrag moet door het geneeskundig bureau worden gedaan. Daarnaast worden door haar voorgeschoten onkosten vergoed.

5. De Rijksgezondheid leider heeft op grond van §46. Art.2. punt 3 en 4 van de Rijksartsen verordening van 13.12.35 (RCBl. l. 1433) bij beschikking per 23 Maart 1940 (Duits artsenblad hfst.12) de leidende artsen van verlossingsklinieken en kraamafdelingen verplicht de vereiste meldingen, van de in de door hen geleide instelling of afdeling geboren kinderen, bij het voor de geboorteplaats van het kind bevoegde gezondheidsbureau aan te brengen.

Door deze algemene beschikking vanwege de Rijksgezondheid leider zijn vanaf heden alle artsen verplicht geworden aangifte te doen aan het in de woonplaats van het kind bevoegd geneeskundig bureau indien in hun beroepsuitoefening kinderen bekend worden, die onder art. 2 van dit rondschrijven vallen en die het 3e levensjaar nog niet hebben overschreden.

6. Voor de Aangevers (Arts Vroedvrouw) is de verplichting tot aangifte m.b.t. art.3. de primaire verordening tot uitvoering van het bevel, de zieken ervoor te behoeden dat zij door deze melding vervuld worden van wraakwoekering. Verdere aangifteverplichtingen […] blijven als voorheen van kracht. [Dokumente zur Euthanasie Ernst Klee]

Vertaling Toekan

Reageer op dit bericht Stuur door

1939 Duitsland


 

1939 Duitsland. Professor Nitsche over de pogingen tot onopvallende liquidatie van zieken.

“Medio 1939, toen de oorlog aanstaande was, heb ik voor de aanvang van mijn vakantie de leiders van de geneeskundige instellingen in Sachsen in het ministerie samen laten roepen om hen voor het uitbreken van de oorlog, gedragsvoorschriften te geven. Deze bespreking heeft Ob. Med. Rat Dr. Plange destijds voorgezeten. Ik heb uitgevaardigd dat bij gebrek aan geschikt en toerijkend personeel, krachtiger narcotica moest worden aangewend.[…] Voor 7 november 1939 ben ik uit de  Führerkanzlei in Pirna naar Berlijn ontboden. Daar had ik een onderhoud met de leider van het domein, Brack, een SS-Oberführer die in de euthanasie aangelegenheid van rijksleider Bouhler, benevens prof. Brandt met deze kwestie belast was. Bij gelegenheid van die bewuste bespreking werd ik door Brack mondeling belast, in mijn inrichting te trachten, zoveel mogelijk met de geschikte narcotica te werken. Daarna heb ik in het eerste kwartaal van 1940 voor ongeveer 60 ernstig, hoofdzakelijk aan Seniele en zwaar geestelijk en lichamelijk afgezakte chronisch schizofrene geesteszieken, de stervenshulp met Luminal in de rails gezet. Giften van dagelijks drie keer 0,3 gram gedurende drie dagen volstonden meestal.” […]

[Dokumente zur Euthanasie Ernst Klee]

Vertaling Toekan

Reageer op dit bericht Stuur door

1938 Duitsland


  

1938 Duitsland…in de Berliner >Kanzlei des Führers der NDSAP< (KdF) komen enkele verzoeken van ernstig zieken binnen, die om stervenshulp vragen. Deze verzoeken worden behandeld in bureau II b, dat door de in 1931 in de partij ingetreden gediplomeerde boer Dr. Hans Hefelmans […] geleid wordt. De KdF staat onder bevel van rijksleider Phillipp Bouhler, een voormalige beroepsofficier en zogenaamd oud strijder van de partij.  […] Bouler, tot dat tijdstip SS-Obergruppenführer, draagt het hoogmoedig ledennummer 12 alsook de bloedorde. Van de vijf hoofdbureau’s van de Partei-Kanzlei wordt Hoofdbureau 2 (Aangelegenheden betr. staat en partij) bevoegd tot het uitvoeren van het doden van zieken. De leiding is in handen van de Oberdienstleiter Viktor Brack. De […] bedrijfsingenieur is tot dit tijdstip SS-Standartenführer (uitvaardiging van richtlijnen). Zijn waarnemer aan hoofdbureau 2 der Kdf […] is Werner Blankenburg die zich tevoren reeds als vervanger omhoog gewerkt heeft. Tot dat tijdstip is Blankenburg SA-Obersturmführer […] Uit de persoonlijke gegevens van de drie leiders van de “Actie” (Bouler, Brack, Blankenburg) blijkt dat het om oudgediende partijgenoten gaat. Eind 1938 komt een verzoek om stervenshulp binnen voor een kind namens ene Knauwer. Het kind dat in de universiteitskliniek bij Prof. Werner Catel ligt wordt gedood, nadat Hitlers lijfarts Dr. Karl Brandt daarvoor toestemming heeft gegeven. Hitler machtigt Brandt en Bouler in gelijksoortige gevallen overeenkomstig te handelen.

[Dokumente zur Euthanasie Ernst Klee]

Vertaling Toekan

Reageer op dit bericht Stuur door

1937 Duitsland


 

1937 Duitsland. “Tot heden is duidelijk gebleken dat Joden, Negers en Zigeuners niet aan de natuur van het Duitse bloed verwant zijn. Hun bloed verdraagt zich niet met het Duitse en een vermenging van het bloed brengt lichamelijke en psychische verscheurdheid en ongezondheid.” (Werner Wallner, Duitse beschermingsvoorschriften inzake de huwelijken en onze meisjes.) [Dokumente zur Euthanasie Ernst Klee]

Vertaling Toekan

Reageer op dit bericht Stuur door

1933 Duitsland


 

1933 Duitsland “Door de gewestarts Wagner, hoofd van het ministerie van gezondheid in Sachsen in de jaren 1933 tot 1937, ben ik echter met toenemende duidelijkheid tot het aanwenden van stervenshulp gedrongen, waarbij hij mij met aanvang van 1937 verklaarde dat elke psychiater die in gemotiveerde gevallen stervenshulp biedt tegen bestraffing beschermd wordt.” (Professor Paul Nitsche 1946 voor het volksgerecht te Sachsen) [Dokumente zur Euthanasie Ernst Klee]

Vertaling Toekan

Reageer op dit bericht Stuur door

Een voorbode van donkere tijden


Een voorbode van donkere tijden

1922 Leipzig S.54f. (2.Aufl.) De vrijgave der vernietiging van levensonwaardige levens. Uw maat en uw vorm, van de Professoren Dr. Jur. et phil. Karl Binding und DR. Med. Alfred Hoche.

Als wij het getal van thans in Duitsland gelijktijdig aanwezige, in verpleeginrichtingen verblijvende idioten optellen, dan schatten wij het totaal op ongeveer 20-30 000. Nemen wij voor elk geval een doorsnee levensduur van 50 jaren aan, dan is het eenvoudig te begrijpen welk een ongehoord kapitaal aan voedingsmiddelen, kleding en verwarming voor een onproductief doel aan het nationaal vermogen onttrokken wordt. Daarmee is de werkelijke belasting nog geenszins uitgedrukt. De inrichtingen die ten dienste staan aan de idiotenverpleging worden aan andere doeleinden onttrokken; voor zover het privé instellingen betreft moet het rendement worden berekend; verpleegpersoneel dat vele duizenden koppen telt wordt voor deze totaal onvruchtbare taak vastgehouden en aan belangrijker arbeid onttrokken; het is een pijnlijke gedachte, dat hele generaties van verpleegkundigen naast deze lege mensenhulzen, waarvan niet weinigen 70 jaar of ouder worden, hun leven slijten. De vraag of de voor deze categorie van bestaande ballast benodigde inspanning naar alle richtingen gerechtvaardigd is, was in de achterliggende tijden van welstand niet dringend; nu ligt het anders, en we moeten ons ernstig op hen bezinnen. Onze houding is als die van een deelnemer aan een zware expeditie die met zijn grootst mogelijke inzet de beste en onvermijdelijke voorwaarde is voor het welslagen van die onderneming en waarbij geen plaats is voor half werk. Onze Duitse opgave zal voor lange tijd gelden: een maximale opvoering van alle mogelijkheden, een vrijmaken van elk beschikbaar bekwaam vermogen voor belangrijker doelen. Het verwezenlijken van deze opgave is in tegenspraak met het moderne streven, zo mogelijk alle soorten zwakkelingen te behouden, alle, ook de zware mentaal nog levende gevallen, om toch uw organisatie voor verpleging en bescherming van minderwaardige elementen te laten gedijen- inspanningen waardoor uw bijzondere draagwijdte behouden blijft zodat het tot heden niet mogelijk is, ook niet na ernstig verzoek, deze defecte mensen van de voortplanting uit te sluiten. [Dokumente zur Euthanasie Ernst Klee]

Vertaling Toekan

Reageer op dit bericht Stuur door

Foto Julia Hendrika Maria Margaretha Iding vliegt

 

134782-d391009ac87126c8e1de2416a2df885d.jpg


Foto: Julia Iding aan de stuurknuppel.

 

Julia Hendrika Maria Margaretha Iding is geboren op 18-06-1916 in Aalten, dochter van Stephanus Henricus Iding en Johanna Geertruide ten Bosch. Julia is overleden op 12-11-2000 in Eindhoven, 84 jaar oud.


134782-a9ed0c63bbbe42810c058e82595fd1e4.jpg

Aanmeldingsformulier EAC

Paul van der Wegen


Julia Maria Iding meldde zich op 21-4-1938 aan als lid van de Eindhovense Aero Club. Haar adres was toen: Binnenwiertzstraat 21 te Eindhoven.

Ook Frederik Willem van Gelder, wonende op hetzelfde adres, meldde zich aan bij de vliegclub.


134782-58e2b16f07c6e5ba54dc1e01cdb09308.jpg


Aanmeldingsformulier EAC


Naar alle waarschijnlijkheid heeft Julia reeds op 1 januari 1939 onze club weer verlaten.

Op Eindhoven werd in die tijd met passagiersvliegtuigen gevlogen. Eindhoven was toen nog een burger vliegveld. Het is jammer dat het registratienummer op het zweefvliegtuig niet leesbaar is.

De foto van Julia is waarschijnlijk genomen ter gelegenheid van een vliegfeest op Welschap in 1938 (een burgervliegtuig met vlag op de achtergrond).

Het vliegtuig is een ESG. Dat was in die tijd zelfbouw. Dit type werd gebruikt voor de elementaire opleiding. Ik heb zelf nog in de jaren vijftig een aantal vluchten op dit zweefvliegtuig gemaakt.

De allereerste opleiding bestond er uit om het vliegtuigje recht te houden terwijl het met een auto over het veld werd getrokken.

Als je dit onder de knie had werd de snelheid opgevoerd en begon het vliegtuigje te vliegen. Na heel veel startjes werd je dan uiteindelijk de hoogte in getrokken en moest je rechtuit landen. De volgende opdracht was om tijdens dat rechtuit vliegen heel voorzichtig wat bochtenwerk aan te leren. Als je dat dan uiteindelijk onder de knie had mocht je een hele bocht maken, en daarmee was de eerste opleiding achter de rug en had je je A en B brevet behaald. Op de dag van vandaag durft menig ervaren zweefvlieger niet in een ESG te stappen en een vliegpoging te wagen.

 

Commentaar: Paul van der Wegen, archivaris Eindhovense Aero Club

 

http://www.eaczc.nl/index.php?id=Home

Reageer op dit bericht Stuur door

Foto Aleida Iding








Foto 1. Aleida 12 jr.
Foto 2. Aleida 20 jr.

Afgegeven te Bocholt op 12. September 1979 tijdens een familiereis naar de Achterhoek

Geburtsurkunde

Slandesambt Liedern-Werth in Bocholt, jetzt -
Bocholt ./. nr 157 ./
Aleida Maria Johanna Iding ./.
ist am 25. August 1905 ./.
in Hemden, jetzt Bocholt ./.
geboren

eltern: Stephan Heinrich Iidng, katholisch, und
Johanna Gertrud Maria Iding geb. ten--
Bosch, katholisch, beide wohnhaft in
Hemden, jetzt Bocholt. ./.
vermerke: Entsprecht der Abstammungerkunde. ./.


Bocholt den 12. September 1979

Der Standesbeambte Latsel


Omstreeks 1913 gaat Aleida Iding, naar het st. Anna pensionaat te Groot Zundert.

1914. De eerste wereldoorlog breekt uit.
Aleida Maria Johanna Iding ziet vanuit het zolderraam van het st. Anna internaat te Groot Zundert, België in brand staan. Nederland is in de oorlog 1914 – 1918 neutraal.

1921. Huize ten Bosch Wijk A No 803 van de weduwnaar Antonius Aloysius Maria ten Bosch. De eenzame 82 jarige weduwnaar Antonius Aloysius vraagt zijn dochter, Johanna Geertruide Iding ten Bosch, (probante) om huishoudelijke hulp. Als hem gevraagd wordt wie van de kinderen hij hebben wil vraagt hij de 16 jarige Aleida Maria Johanna. De oude man begrijpt dat het voor zo’n jong meisje geen kleinigheid is en wil dat Leida het naar haar zin heeft. Naar de overlevering verhaalt, maakt hij met haar regelmatig ritten in een rijtuigje dat hij speciaal daarvoor aanschaft. Het is een eenzame tijd voor het meisje, maar ze zal er ook veel lachen. Antonius Aloysius beschikt over een flinke dosis humor.

Vanaf haar 16e jaar woont Aleida Maria Johanna Iding bij haar grootvader, de weduwnaar
Antonius Aloysius ten Bosch.
Op 10-03-1926 zal zij haar grootvader voor een half jaar verlaten. Waarschijnlijk is zij dan nodig bij de zakelijke activiteiten in Bladel en Hapert.
Nadat zij op 20-09-1926 is teruggekeerd zal zij tot zijn dood († 26-05-1930) bij de oude Antonius blijven en later naar het ouderlijk huis in Bladel vertrekken.

Bevolkingsregister Lichtenvoorde wijk A 1925-1940 Huis A 308
Hoofdbewoner Antonius Aloyisius Maria ten Bosch
Inwonend Aleida Maria Johanna Iding ingeschreven als dienstbode.
Uitgaand 10-03-1926 naar Hapert
Inkomend 20-09-1926 vanuit Eindhoven
Uitgeschreven 01-09-1930
naar Bladel

Reageer op dit bericht Stuur door

Versjes uit de kindertijd

 

 

 

Maria Modesta Gerharda (Marie) Iding
Eenmaal bejaard haalt zij met enige twijfel aan het geheugen versjes uit haar kindertijd op.

De paardebloem

Een kleine gele paardebloem die stond eens in de wei
Het was een héél héél ijdel ding, dat bloempje van de Mei
"Ik draag een kleed van zuiver goud", zo sprak het trotse ding
"Jij kleine meizoen zou wel graag, dat jij ook zo deftig ging"
Het madeliefje wit als sneeuw, boog schuchter blozend neer
En alle bloempjes in het rond die schudden heen en weer
Daar kwam al grazend langzaam aan een koe heel log en groot
Het jonge gras boog diep ter aard bij elke zware poot
En telkens ging bij elke stap, omlaag de dikke kop
De bloempjes zuchtten diep benauwd, och eet ons toch niet op
Zij bogen angstig naar de grond maar paardebloem riep fier "
Ik ben van goud, ik ben te mooi, ik ben niet voor zo'n dier
En nader komend dacht de koe, "wel, dat is prachtig geel"
De grote kop kwam traag omlaag, hap, weg was bloem en steel.

Het vlinderke

Vlinderke wat hindert je  om hier nog wat te toeven
Kom blijf nog wat mijn lieve schat ik zal je niet bedroeven
Ik heb een mooi huisje voor je klaar
waarin je wonen kunt, het ganse jaar
Nee jongetje, één sprongetje
en je hebt mij in je handje
Maar ik verblijf toch, lieve schat
het liefste vrij mijn kwantje

 

Reageer op dit bericht Stuur door

Lichtenvoorde 5 Oktober 1944 - Een bezorgde moeder.

Een bezorgde moeder

1944 Oktober 5. Oma Iding (Johanna Geertruide ten Bosch) schrijft aan dochter Marie.

Oma denkt dag en nacht aan haar kinderen, ze wil dan ook alles weten. Over Leida met de kinderen, over de Kuil, Johan, Leo, Adele, Frans, de ouders van Riek, Hedwig, en Sjul. “Toe Marie schrijf me, leg mijn brief maar bij je als je mij terugschrijft.”

Intussen zit Oma er warmpjes bij in een gebreide rok, vest en pantoffels van Hedwig ten Bosch. In de verte hoort ze vliegtuigen geschut en bombardementen. Vooral zondag een hevige slag. Drie boerderijen in puin. Gelukkig geen doden. En ja, moeder wil bij haar kinderen zijn, door dik en dun, dus vooral niet laten merken dat ik zo naar huis verlang, dat is niet aardig voor hen. Waar Oma schrijft; “Hedwig, ja die zal ook wel wat beleven”, heeft ze het ongetwijfeld over de bevrijding van Uden.


5 Oktober 1944 Lichtenvoorde.

Beste Kinderen,

Eindelijk dan kreeg ik jullie brief, hoe blij ik er mee was kun je wel begrijpen. Van Lies heb ik er de vorige week ook een gehad. Daarin schreef zij mij dat Leida met de kinderen uit Eindhoven vertrokken was. Zijn ze soms bij Adele geweest en zijn ze al terug? Er is toch niets ernstigs gebeurd hoop ik. Dag en nacht denk ik aan jullie allen en ga heel veel naar de kerk want die is hier heelen dagen open. Marie wat zult gij een angst uitgestaan hebben, hoe is het met je, alles hoop ik, nog goed? Ik hoop toch zoo dat ik tegen dien tijd weer bij je zal zijn. Ik stel mij dikwijls ons lief kleintje in den geert (tuin) al voor, ik ben er nu al zo blij mee en ik verlang zoo naar al mijne kinderen. Toe Marie, schrijf mij toch eens over allen en of ze gezond zijn en hun huizen nog heel zijn, over de Kuil, Johan, Leo en vooral over Adele, Leida en Frans. Zijn de ouders van Riek nog bij Frans? Hedwig, ja die zal ook wel wat beleven, toe Marie schrijf mij toch eens over allen. Ge begrijpt dat ik altijd met mijn gedachten bij jullie allen ben. En Marie, Sjul, ik dacht al toen Eindhoven vrij was, nu zal Sjul wel gauw naar Frans gaan, maar hij kan toch ook zoo die menschen niet in den steck laten. (Jules was ondergedoken bij bakkerij Nico van Casteren in het plaatsje Zeeland bij Uden. Op19 September 1944 werd Uden ontzet red.)

Schrijf mij ook daar vooral eens over. Leg mijn brief maar bij je als je mij terug schrijft, want ik verlang zoo over allen wat te weten, al duurt het lang voor ik je brief krijg, krijgen doe ik hem toch wel. Ik zie mij al weer bij je zitten in het stoeltje in de kamer. Dat de reisgelegenheid zoo vroeg en gauw afgesneden werd, wie kon dat vooruit zien, dan was ik zeker thuisgebleven al had ik het nog zoo slecht en naar gehad. Niet dat ik het hier niet altijd even best heb en bezorgd en hartelijk voor mij. Van Hedwig heb ik een warmen gebreiden rok aan, een warm vest, pantoffels, beste goede ligging, best eten en volop. Maar Moeder wil bij haar kinderen door dik en dun, dus beste goede kind schrijf mij alles en over allen, al is met hun ook iets ernstigs gebeurd laat mij alles weten. Hier is alles rustig, veel vliegen veel schieten en bombarderen, kunnen wij van verre horen. Zondagavond een hevige slag, drie boerderijen in elkaar, geen doden, een beetje gewond. Zelfs een huishuiden met 10 personen had niets gekregen, maar hier word nog eens gebeden, den geheelen dag door is de kerk niet leeg. Hoelang zouden Heerbroer en ik nog hier moeten blijven, dat weet God alleen. Marie, als je schrijft moet je in je brief niet laten merken, dat ik je erover schreef dat ik zoo naar huis verlang, dat is niet aardig voor hen. Ze doen zoo goed allen hun best voor mij. Alle kinderen heb ik een brief geschreven, Adele en Sjul al twee en alleen van jou en Lies iets terug. Jullie moeten van allen hier de hartelijke groeten hebben en hartelijk gekust en gegroet van Uwe, U zeer liefhebbende moeder.

Marie, leg dezen brief nu bij je en schrijf mij wat over allen, niet laten merken dat ik naar huis verlang, kan mij nu goed begrijpen dat alle goeds wat ’t leven bieden kan niet in staat is om het verlangen van eene moeder die naar haar kinderen verlangt tevreden te stellen. Groet ook Frans en Riek van mij en Leida en Huub als ze er zijn.

Is het nu geheel vrij en rustig bij jullie? Groeten aan Waardenburg en vrouw en aan ook allen op nr. 6.

Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van FAMILIE IDING TEN BOSCH

↑ Terug naar de berichten