Familie historie en cultuur 6

|
1810
In 1810 volgt de inlijving van het Koninkrijk Holland bij Frankrijk. Keizer Napoleon Bonaparte geeft opdracht tot invoering van de burgerlijke stand en het kadaster. Deze zijn na het vertrek van de Fransen - met kleine aanpassingen - blijven bestaan. |
|
Strafrecht
Het Burgerlijk Wetboek voor het Koninkrijk Holland is slechts korte tijd van kracht geweest want in 1810 moet koning Lodewijk Napoleon op last van zijn keizerlijke broer het veld ruimen en wordt het land ingelijfd bij het Franse rijk.
Hierdoor wordt automatisch het Franse rechtssysteem van kracht zoals dat ligt vervat in de Code Civil (burgerlijk wetboek) en de Code Pénal (wetboek van strafrecht).
De Code Pénal is veel strenger dan het Burgerlijk Wetboek. Het aantal misdrijven waarop de doodstraf staat, is groter. Het Franse systeem kent straffen als levenslange vrijheidsberoving in de vorm van deportatie en dwangarbeid.
Na het vertrek van de Fransen blijft de Code Pénal nog een tijdlang van kracht. Eerst in 1886 zal het Franse wetboek vervangen worden door een Wetboek van Strafrecht van eigen bodem. |
|
1810
Levij Windmuller was 30 jaar voorzitter van de van de kille Hengelo, namelijk van 1810-1840. Hij was geboren te Frankenberg aan de Eder (RAG, RBS, DTB Hengelo) , een klein stadje in het Keurvorstendom Hessen. In 1808 was hij getrouwd met de Harlingse Betje liefmans.
Levij ondertekende in 1813 een lijst met familie’s die tot de kille behoorden 1 Sander Philips (geb. 26 juni 1760) en zijn vrouw Lena Samuels (38 jr.) en hun kinderen Philip 10, Jacob 2 en Sara 12 jaar.
|
|
De Synagoge
In Hengelo was al omstreeks 1790 een gedeelte van een huis door de joden gehuurd om gebruikt te worden als sjoel. In 1810 betaalde men daarvoor F 14 per jaar.
Die huur werd voor de helft opgebracht door joden uit Zelhem. Als chazzan was Naphtali Herz in dienst voor F 7 per jaar. Na de huiskamersjoel kwamen de joden vanaf 1822 bij elkaar in een klein schuurtje.
Kerkmeester was de 50 jarige Levij Windmuller, die twaalf jaar later subsidie kreeg van Rijksinstandties. In 1837 werd de kleine schuursynagoge in de Hofstraat geheel vernieuwd. De oude slager Levij Windmuller trok in 1844 met zijn vrouw en dochter Esther naar Vorden en begon op 67 jarige leeftijd nog een slagerij.
In 1875 werd een regelement door het kille bestuur opgesteld, ondertekend door Joseph Windmuller. De naam van de kille luidde toen officieel “Nederlands Israëlietische Bijkerk Hengelo in Gelderland”. zolang de kille minder dan 50 contribuerende leden had, zouden de drie bestuurders de bijkerk leiden.
Met Pesach verstrekte het bestuur paasbroden aan armen, zieke militairen en gevangenen. Zitplaatsen werden zoals overal gebruikelijk was, voor één jaar verhuurd. Armlastigen konden gratis onder in de sjoel trouwen. |
|
1811 November 18
Volgens een decreet van Napoleon dat op 18 november 1811 in werking trad, moest iedereen een familie of achternaam laten registreren. In Doetinchem geschiedde dat op 30 oktober 1812 |
|
1812 December 24 Lichtenvoorde.
Op het Lichtenvoortse gemeentehuis leggen twee joodse familiehoofden en een vrijgezel verklaringen af omtrent het aannemen of behouden van hun familie en (of) voornamen. Koopman Symon Izak, grootvader van Oma Iding en haar broer Johannes Bernardus Franciscus ten Bosch, neemt bij deze gelegenheid de achternaam Ten Bosch aan, die ook overgaat op zijn twaalfjarige zoon Mozes Symon.
(RAG,BFA, inv.nr. 4696;1181-1184) |
|
Koninkrijk 1814-1914 |
|
1815 Mei 5 Lichtenvoorde. Fam. Wieggers Spekschoor.
Antonij Wieggers landbouwer 40 jaar en geboren te Lichtenvoorde trouwt met Aaltjen Spekschoor 23 jaar, eveneens geboren te Lichtenvoorde. Zij zijn de overgrootouders van Oma Iding en haar broer Johannes Bernardus Franciscus ten Bosch moeders kant. De ouders van de bruidegom zijn Jan Hendrik Wieggers en Johanna Klein Tiller Die van de bruid, Derk Jan Spekschoor en Hendrina Storkhost.
Genlias Huwelijk Antonij Wieggers Aaltjen Spekschoor Bron Burgerlijke stand - Huwelijk Archieflocatie Gelders Archief Algemeen Toegangnr: 0207 Inventarisnr: 3836 Gemeente: Lichtenvoorde Soort akte: Huwelijksakte Aktenummer: 12 Datum: 05-05-1815 Bruidegom Antonij Wieggers Leeftijd: 40 Geboorteplaats: (Lichtenvoorde) Bruid Aaltjen Spekschoor Leeftijd: 23 Geboorteplaats: (Lichtenvoorde) Vader bruidegom Jan Hendrik Wieggers Moeder bruidegom Johanna Klein Tiller Vader bruid Derk Jan Spekschoor Moeder bruid Hendrina Storkhost Nadere informatie beroep bg.: landbouwer |
|
1816 Juni 1 Huissen. Huissen wordt Nederlands gebied. |
|
1820 Een pluk hondenhaar.
In 1820 speelden twee rechtszaken waarbij de de joden Samuel Hertz de Winter en Levie Joseph Stern waren betrokken.
Koopman de Winter was namelijk op 30 augustus 1820 in zijn been gebeten door een “geelachtige’’ hond van Boer Frederik Groot Nibbelink, die in de buurt van Varsseveld woonde (zie kaart verderop).
De zonen van de boer hadden Samuel een lapje en een pluk hondenhaar gegeven om op de wond te leggen.
Dat nam niet weg dat Samuel zich moest laten behandelen door chirurgijn Johannes Welbrink te Ulft.
Vrederechter Constant Sigismund Willem Jacob van Nagell veroordeelde boer Groot Nibbelink tot een boete van f 2,37 omdat hij zijn hofhond had laten loslopen.
Bovendien moest de boer Samuel nog eens f 25,- smartengeld betalen en f 20,44 voor ongemak en gemaakte onkosten betalen. |
|
1614 Blad uit: Boecxken, genaemt Sinnepoppen van Roemer Visscher. |

|
Lof Meulenaers acker / by Heeren poppegoedt*
Men mach den Diamant prysen om datse van de Heeren panlickers (tafelschuimer bij Yorsten en voorname personen.) hoogh gheacht wordt, als een dingh dat raer is, soo zy quaecken, 'twelck na haer oude gewoonte onwaerachtigh is: want daer gheschiedt qualijck een houwelijck, of de Bruyt moet een Diamant ontfanghen van haren Bruydegom, tot een teecken van bestandighe trouwe, die met ghifte in de plaetse van liefde gheknoopt wordt: soo datter meer Diamanten in 't landt zijn, dan Meulensteenen: Sulcx* dat men sustineren mach, dat een Meulensteen (boven den dienste die de Ghemeente daer af gheschiedt) veel raerder is, als een Diamant. Ende: Gheen dingh en is prijselijck / dan dat nut is.
* (Lof zij de akker (d.i. de molensteen) van de rnolenaar vergeleken bij de edele gesteenten van de heeren.) * (in die mate, zozeer dat.) |
|
"Ik zal wal is zeen"
“Ik zal wal is zeen”, “dat zal ik wal is ne kaere doon”, “Menaer kon wal is geliek hebben”. De achterhoeker heeft een bepaalde opvatting van beleefdheid. Het is niet beleefd en verstandig om iemand tegen te spreken.
Zeker niet als het mensen zijn, die je niet kent. Dat doe je gewoon niet, zegt de boerenvoorzichtigheid.
Een voorzichtigheid die voortvloeit uit het heilig respect voor de “heren” die het voor het zeggen hebben. “Jao jao” kan gewoon “nae”betekenen. Met “wi-j zölt wal zeen” worden zaken op de lange baan geschoven.
En “dat kon wal is waor wezzen” klinkt ook niet erg overtuigend. Maar is het werkelijk ja, dan komt het ook voor elkaar. Men houdt de vuile was het liefst binnenshuis en heeft een afwerende houding ten opzichte van wat als vreemd wordt beschouwd.
Zo ook in de buurtschappen dezelfde houding tegenover alles wat van over de IJssel komt. “Dee bunt zo rap met de mond” of “Hee kump neet van hier”. Bij getrouwden loopt vaak de man drie passen vooruit en is aan de vrouw de tweede partij toegedacht, “waor boksen (broeken) bunt, geldt gin rökke” luidt het spreekwoord.
Er zijn veel gedwongen huwlijken, wat niet wordt toegejuigd maar die zonder al te veel woorden worden afgedaan als een menselijk gebeuren.
Behalve verstandshuwelijken die gesloten worden op het principe geld hoort bij geld en grond bij grond, geldt de ongeschreven wet dat je een meisje in verwachting niet laat zitten.
Dat zal de omgeving niet zo gemakkelijk accepteren. De betreffende jongeman kan het dan erg moeilijk krijgen in zijn buurt. Komt het kind binnen korte tijd na het huwelijk dan heet het een “veurgekienden” zoals voorgekiemde aardappelen ook eerder opkomen.
Niettemin zijn veel huwlijken standvastig in een kalme tevredenheid met elkaar.
Zo gaat er het verhaal van de vrouw die boter karnde terwijl haar man op sterven lag. Toen ze de boter “groot” had, ging ze er mee naar haar man en vroeg: “Jan, wat ducht ow, he’w zo genog veur de grove?”. (begrafenis) |


