Naar de inhoud

FAMILIE IDING TEN BOSCH

Familie Iding ten Bosch - Varsseveld - Heurne - Huissen - Westervoort - Lichtenvoorde
seniorennet.beseniorennet.be
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Versjes uit de kindertijd

 

 

 

Maria Modesta Gerharda (Marie) Iding
Eenmaal bejaard haalt zij met enige twijfel aan het geheugen versjes uit haar kindertijd op.

De paardebloem

Een kleine gele paardebloem die stond eens in de wei
Het was een héél héél ijdel ding, dat bloempje van de Mei
"Ik draag een kleed van zuiver goud", zo sprak het trotse ding
"Jij kleine meizoen zou wel graag, dat jij ook zo deftig ging"
Het madeliefje wit als sneeuw, boog schuchter blozend neer
En alle bloempjes in het rond die schudden heen en weer
Daar kwam al grazend langzaam aan een koe heel log en groot
Het jonge gras boog diep ter aard bij elke zware poot
En telkens ging bij elke stap, omlaag de dikke kop
De bloempjes zuchtten diep benauwd, och eet ons toch niet op
Zij bogen angstig naar de grond maar paardebloem riep fier "
Ik ben van goud, ik ben te mooi, ik ben niet voor zo'n dier
En nader komend dacht de koe, "wel, dat is prachtig geel"
De grote kop kwam traag omlaag, hap, weg was bloem en steel.

Het vlinderke

Vlinderke wat hindert je  om hier nog wat te toeven
Kom blijf nog wat mijn lieve schat ik zal je niet bedroeven
Ik heb een mooi huisje voor je klaar
waarin je wonen kunt, het ganse jaar
Nee jongetje, één sprongetje
en je hebt mij in je handje
Maar ik verblijf toch, lieve schat
het liefste vrij mijn kwantje

 

Reageer op dit bericht Stuur door

Lichtenvoorde 5 Oktober 1944 - Een bezorgde moeder.

Een bezorgde moeder

1944 Oktober 5. Oma Iding (Johanna Geertruide ten Bosch) schrijft aan dochter Marie.

Oma denkt dag en nacht aan haar kinderen, ze wil dan ook alles weten. Over Leida met de kinderen, over de Kuil, Johan, Leo, Adele, Frans, de ouders van Riek, Hedwig, en Sjul. “Toe Marie schrijf me, leg mijn brief maar bij je als je mij terugschrijft.”

Intussen zit Oma er warmpjes bij in een gebreide rok, vest en pantoffels van Hedwig ten Bosch. In de verte hoort ze vliegtuigen geschut en bombardementen. Vooral zondag een hevige slag. Drie boerderijen in puin. Gelukkig geen doden. En ja, moeder wil bij haar kinderen zijn, door dik en dun, dus vooral niet laten merken dat ik zo naar huis verlang, dat is niet aardig voor hen. Waar Oma schrijft; “Hedwig, ja die zal ook wel wat beleven”, heeft ze het ongetwijfeld over de bevrijding van Uden.


5 Oktober 1944 Lichtenvoorde.

Beste Kinderen,

Eindelijk dan kreeg ik jullie brief, hoe blij ik er mee was kun je wel begrijpen. Van Lies heb ik er de vorige week ook een gehad. Daarin schreef zij mij dat Leida met de kinderen uit Eindhoven vertrokken was. Zijn ze soms bij Adele geweest en zijn ze al terug? Er is toch niets ernstigs gebeurd hoop ik. Dag en nacht denk ik aan jullie allen en ga heel veel naar de kerk want die is hier heelen dagen open. Marie wat zult gij een angst uitgestaan hebben, hoe is het met je, alles hoop ik, nog goed? Ik hoop toch zoo dat ik tegen dien tijd weer bij je zal zijn. Ik stel mij dikwijls ons lief kleintje in den geert (tuin) al voor, ik ben er nu al zo blij mee en ik verlang zoo naar al mijne kinderen. Toe Marie, schrijf mij toch eens over allen en of ze gezond zijn en hun huizen nog heel zijn, over de Kuil, Johan, Leo en vooral over Adele, Leida en Frans. Zijn de ouders van Riek nog bij Frans? Hedwig, ja die zal ook wel wat beleven, toe Marie schrijf mij toch eens over allen. Ge begrijpt dat ik altijd met mijn gedachten bij jullie allen ben. En Marie, Sjul, ik dacht al toen Eindhoven vrij was, nu zal Sjul wel gauw naar Frans gaan, maar hij kan toch ook zoo die menschen niet in den steck laten. (Jules was ondergedoken bij bakkerij Nico van Casteren in het plaatsje Zeeland bij Uden. Op19 September 1944 werd Uden ontzet red.)

Schrijf mij ook daar vooral eens over. Leg mijn brief maar bij je als je mij terug schrijft, want ik verlang zoo over allen wat te weten, al duurt het lang voor ik je brief krijg, krijgen doe ik hem toch wel. Ik zie mij al weer bij je zitten in het stoeltje in de kamer. Dat de reisgelegenheid zoo vroeg en gauw afgesneden werd, wie kon dat vooruit zien, dan was ik zeker thuisgebleven al had ik het nog zoo slecht en naar gehad. Niet dat ik het hier niet altijd even best heb en bezorgd en hartelijk voor mij. Van Hedwig heb ik een warmen gebreiden rok aan, een warm vest, pantoffels, beste goede ligging, best eten en volop. Maar Moeder wil bij haar kinderen door dik en dun, dus beste goede kind schrijf mij alles en over allen, al is met hun ook iets ernstigs gebeurd laat mij alles weten. Hier is alles rustig, veel vliegen veel schieten en bombarderen, kunnen wij van verre horen. Zondagavond een hevige slag, drie boerderijen in elkaar, geen doden, een beetje gewond. Zelfs een huishuiden met 10 personen had niets gekregen, maar hier word nog eens gebeden, den geheelen dag door is de kerk niet leeg. Hoelang zouden Heerbroer en ik nog hier moeten blijven, dat weet God alleen. Marie, als je schrijft moet je in je brief niet laten merken, dat ik je erover schreef dat ik zoo naar huis verlang, dat is niet aardig voor hen. Ze doen zoo goed allen hun best voor mij. Alle kinderen heb ik een brief geschreven, Adele en Sjul al twee en alleen van jou en Lies iets terug. Jullie moeten van allen hier de hartelijke groeten hebben en hartelijk gekust en gegroet van Uwe, U zeer liefhebbende moeder.

Marie, leg dezen brief nu bij je en schrijf mij wat over allen, niet laten merken dat ik naar huis verlang, kan mij nu goed begrijpen dat alle goeds wat ’t leven bieden kan niet in staat is om het verlangen van eene moeder die naar haar kinderen verlangt tevreden te stellen. Groet ook Frans en Riek van mij en Leida en Huub als ze er zijn.

Is het nu geheel vrij en rustig bij jullie? Groeten aan Waardenburg en vrouw en aan ook allen op nr. 6.

Reageer op dit bericht Stuur door

De wonderlijke lotgevallen van Jan zonder Vrees


469998-66b1edd48c7637859670a4d5fcbbb500.jpg

469998-fb366bcbe2f6df32d97e0ca20eb1c6b3.jpg

De Wonderlijke lotgevallen van Jan zonder Vrees

 

In den tijd, toen Jan zonder Vrees over Vlaanderen en Burgondië regeerde, woonde er in het Krabbenstraatje te Antwerpen eene oude vrouw, Moeder Neeltje genaamd, met heuren kleinzoon Jan. In welk nummer het juist was, kan ik echter niet zeggen, omdat het huisje misschien al sedert drie honderd jaar afgebroken is, en ook omdat men destijds geene nummers op de huizen schilderde.

 

Jan was een kerel van ruim achttien jaar en stond bekend als de geduchtste straatkapoen, die er onder de zon liep. Daar in dien tijd alleen de geestelijken, de edelen en de rijke poorters konden lezen en schrijven, was Jan even ongeletterd als de andere kinderen der werkende klas. 't Kon hem echter bitter weinig schelen, daar hij er volstrekt geene behoefte aan had. Dat wil nochtans niet zeggen dat hij een domoor was; integendeel, hij bezat een helder hoofd en was in alles uiterst bij der hand. Levenslustiger knaap was er binnen de muren van Antwerpen niet te vinden. Verder was hij kop en hals langer dan de grootste zijner kameraden, sterker dan een os en daarbij een vechtersbaas, die voor niets terugdeinsde. De buren heetten hem ‘Jan Onversaagd’ of ‘Sterke Jan’; zijne makkers echter, die rechts en links al een en ander hadden gehoord van de geweldige daden van den Burgondischen hertog, die later heel Frankrijk in vuur en vlam zou zetten, zijne makkers, zeg ik, noemden hem nooit anders dan Jan zonder Vrees. Dien naam droeg onze held met evenveel recht als de zoon van Filips den Stoute, want hij vreesde mensch noch dier, hel noch duivel!

 

[p. 17]

 

In de middeleeuwen hadden de steden een gansch ander uitzicht dan nu. De straten, vooral in de volkswijken, waren smal en kronkelend, voor het grootste gedeelte zonder straatsteenen, zoodat de minste tocht er des zomers stofwolken deed opstijgen; in het natte jaargetijde daarentegen waren het echte modderpoelen. De huizen der rijken waren van steen opgebouwd, die der armen van steen en hout en vele zelfs geheel van hout. Riolen bestonden er niet, en het vuil en de afval werden eenvoudig op de straat gesmeten. Geen wonder dus dat de openbare gezondheid veel te wenschen liet en dat ziekten als cholera, typhus, melaatschheid of leproosheid en pest alsdan zoovele slachtoffers maakten.

 

Daar de meeste huizen van hout opgebouwd waren, zooals ik reeds gezegd heb, spreekt het van zelf, dat er toenmaals veel meer brandgevaar was dan nu, te meer omdat men geene kachels kende en er in elk huis slechts gestookt werd in een open haard, zooals men er op den buiten nu nog aantreft.

 

Des avonds, op een bepaald uur, weerklonk over de stad het gelui van de torenklokken, als waarschuwing voor de poorters dat zij hunne vuren moesten dooven en dat het licht moest uitgedaan worden; alsdan werden de stadspoorten gesloten en mochten de poorters niet meer uitgaan zonder lichtende lantaarn. Dan trok de nachtwacht door de straten om te zien of eenieder zich volgens de voorschriften gedroeg. Dit noemde men de ‘Taptoe’,.

 

Het zal u wel zonderling voorkomen, beste lezer, dat de poorters na de taptoe niet meer mochten op de straat komen dan met brandende lantaarns.

 

Dat was denkelijk opdat de wachtpost goed het onderscheid zou kunnen maken tusschen de eerzame poorters en de nachtridders, dat is de dieven en moordenaars, welke bij nacht de straten onveilig maakten. Wanneer een ingezetene zich des avonds op de straat waagde had hij niet enkel zijn lantaarn bij zich; hij was ook gewapend van kop tot teen en deed zich gewoonlijk door gewapende dienaars vergezellen, om zich tegen de aanvallen van beurzensnijders, manteltrekkers en sluipmoordenaars te kunnen verdedigen in de donkere straten der stad. Zoo ging het er in den goeden ouden tijd.

 

De kleinzoon van moeder Neeltje had echter nooit een lantaarn bezeten en kon hem goed missen.

 

Op zekeren dag, toen hij bij valavond huiswaarts keerde en de stuivers, welke hij aan de kade gewonnen had, lustig in zijn zak deed rinkelen, gebeurde het, dat hij in de Reepstraat door eenen kreupelen bedelaar om een aalmoes gevraagd werd. Jan, die van inborst goedhartig was, haalde een geldstuk te voorschijn en wilde het den man in de hand stoppen. Deze, in plaats van het stuk aan te nemen, greep Jan bij den ar men gromde:

 

- Een is niet genoeg! Ik heb er meer hooren klinken! Keer aanstonds uwe tesch om of ik breek u armen en beenen!

- Wie al te gulzig is, krijgt niets! zei Jan en liet den stuiver terug in zijn zak glijden. Daarna stiet hij den bedelaar van zich af en zette zijnen weg voort; de man, die een gauwdief en in 't geheel niet kreupel was, had hem aldra ingehaald.

- Uw geld of uw leven! riep hij met schorre stem en zwaaide daarbij dreigend met zijne kruk, terwijl hij met de andere hand Jan bij den schouder wou pakken. De kleinzoon van Moeder Neeltje was echter op zijne hoede, greep de hand van den bedelaar en neep die zoo geweldig dat de man, gillend van pijp, op de knieën stortte.

- Waarom huilt ge zoo? vroeg Jan met gemaakte deelneming. Men zou waarlijk zeggen, dat ge niet eens verdragen kunt, dat men u de hand drukt!

- Laat los, in 's hemelsnaam, laat los! Gij plettert mijne hand!

- Och, was het leuke antwoord, is het zoo erg? Ja, dat zijn van die onaangename dingen, welke een kreupelen bedelaar kunnen overkomen, wanneer hij 's avonds op zulke brutale manier eene aalmoes weigert en dan nog de menschen naloopt en met zijne kruk dreigt!

- Laat mij los! Oô! Oôô!

- Ik wist niet dat kreupele menschen zoo hard zonder krukken konden loopen, ging Jan voort. Ge zult nu stellig wel heel vermoeid zijn, en daarom ga ik u een plaatsje bezorgen, waar ge op uw gemak kunt uitrusten.

 

Hierop greep hij den gewaanden bedelaar bij zijn buis, tilde hem op, juist zooals men dit doet met een hond, dien men bestraffen wil, en liep met hem naar den hoek der straat, waar onder de nis van een Mariabeeld een lantaarn haar weifelend licht verspreidde. Daar gekomen stak hij den bandiet in de hoogte en haakte hem met zijnen gordel vast aan den ijzeren bout, waaraan de koord van de lantaarn bevestigd was.

 

[p. 146]

 

- Mag ik u vragen, Heeren, hoe het dorp heet, waarvan ik ginder den kerktoren zie?

 

Deze vraag werd door Jan gericht tot een paar edellieden, die, druk koutend, langzaam voorbijreden. De aangesprokenen, die, naar de kleedij oordeelend, onzen vriend voor iemand van hunnen rang aanzagen, hielden hunne paarden in en een hunner antwoordde:

 

- Zonnebeke!

- Een mooie naam, meende Jan.

- Gij zijt er nooit geweest? vroeg de edelman.

- Nooit!

- Dan kent gij de heeren van Zonnebeke niet?

- Van haar noch pluim.

- Ge zegt?

- Dat ik hen volstrekt niet ken!

- 't Is eene ongelukkige familie, ging de edelman voort, en de ramp, die hen heden treft, is vreeselijk.

- Welke ramp? vroeg Jan nieuwsgierig.

- De jongste der beide ridders is door melaatschheid aangetast, en wordt vandaag uitgesloten. Het is om hem een laatst vaarwel te zeggen, dat wij er heen gaan.

- Wat een verschrikkelijke slag voor zijne jonge vrouw, zuchtte de andere ruiter. De toekomst lachte hen zoo heerlijk tegen, want zij zijn beiden jong, schoon en rijk! En nu is al dat geluk voor altijd vernietigd! Ha, vreeselijker ziekte dan de melaatschheid bestaat er niet!

- Ik ken ze niet en heb er nooit van gehoord, heeren.

- Ik ken ze wel, sprak de andere ruiter. Het is eene ziekte, welke uit Azië herkomstig is. Eenige honderden jaren geleden brachten de Romeinsche legioenen haar het eerst in Europa over. Maar het was vooral tijdens de kruistochten, dat zij zich in westelijk Europa op schrikbarende

 

[p. 147]

 

wijze verspreidde. Om u een denkbeeld te geven hoe die ziekte toegenomen heeft, zal ik u zeggen dat Lodewijk VII, koning van Frankrijk, ten jare 1180 bij testament een groote som geld vermaakte aan 2000 leprozen-of lazarushuizen.

 

- Wat zijn dat, heer?

- Groote gestichten, door hooge muren omgeven, waarin de melaatschen of leprozen opgesloten worden.

- O zoo!

- De geschiedschrijver Mathieu Paris verhaalt dat er, rond het jaar 1250, meer dan 19000 zulker gasthuizen in de Kristenlanden waren.

- Maar als men genezen is, mag men er toch weer uit?

- Men geneest er niet van!

- Dat is erger! Maar als men nu eens bij vergissing in zulk leprozenhuis opgesloten wordt? Wat dan?

- Dan krijgt men er onvermijdelijk de ziekte, want deze is zeer aanstekelijk, en men blijft opgesloten! Het leprozenhuis is een levend graf!

- En waarin bestaat die leelijke ziekte? vroeg Jan verder.

- Ja, vreemdeling, leelijk is zij buiten kijf! Op de huid, vooral op die van hoofd, handen en voeten, vertoonen zich groote schubbige vlekken, welke op het daaronder liggende vleesch invreten en na zekeren tijd de vingers en teenen doen afvallen. Soms ook openbaart de ziekte zich door eene monsterachtige zwelling van een of van beide beenen, of wel door knobbels, welke zich op het gelaat en in den mond vertoonen en na korten tijd verzweren. Ik heb leprozen gezien, wier oogen en neus gansch uitgevreten waren!......

 

[p. 234]

 

De twee mannen ontblootten hunne zwaarden en traden binnen. Het duurde echter niet lang of zij kwamen weer buiten en verklaarden dat er niemand te vinden was.

 

- Ik heb u gezegd waar mijn jongen is, sprak moeder Neeltje. Hij heeft zelfs beloofd op u te wachten, en als Jan iets belooft, dan houdt hij zijn woord.

- Naar de Vrijdagmarkt! beval de Schoutet.

- Naar de Vrijdagmarkt! herhaalden de omstaanders. De stoet zette zich in beweging. Toen hij de Vrijdagmarkt bereikte was hij reeds vertiendubbeld, want in elke straat, welke hij doortrok, sloten tal van nieuwsgierigen zich bij hem aan.

- Jan zal zich niet laten inrekenen, meenden de eenen.

- Hij zal zich tegen den Schoutet niet durven verzetten, verklaarden anderen.

- Zonder gebroken ribben zal het niet afloopen, verzekerden Jan's vrienden. - En als we hem een handje kunnen helpen, morden de vurigste heethoofden, zullen wij 't niet laten!

 

Onderwijl waren de Schoutet, zijne volgelingen en moeder Neeltje de afspanning binnengetreden.

In de groote achterzaal stond de tafel gedekt, en rondom die tafel zaten Wanna, Alwina, Dokus, de paadjes en dienaars van Jan, Jan, allen in prachtkleedij.

 

De Schoutet bleef verbaasd staan en wierp daarna een toornigen blik op moeder Neeltje.

- Vrouw, sprak hij, gij hebt den spot gedreven met het gerecht, en dat doet niemand ongestraft! Wachten, neemt haar in hechtenis!

 

Nu rees Alwina op.

- Een oogenblik, Heer Schoutet! Wien zoekt gij?

- Wien ik zoek, edelvrouwe? Den kleinzoon dezer vrouw, een straatkapoen, die het ons, eenige maanden geleden, zeer lastig gemaakt heeft, en nu terug in de stad is. Men had mij verzekerd dat hij hier is, maar...

- En dat is ook zoo, klonk er eene heldere stem aan het andere einde der zaal.

 

De Schoutet keek verrast op. Daar stond Jan, niet meer in zijn havenloos plunje, maar in de prachtkleedij van edelman, de vuist rustend op

 

[p. 235]het reusachtige krijgszwaard, hem door den hertog geschonken, en waarmede hij te Sluis wonderen verricht had.

 

De Schoutet keek hem verbluft aan.

Wie zijt gij, heer? vroeg hij eindelijk.

- Wie ik ben? Vroeger was ik Jan zonder Vrees, de kleinzoon van Moeder Neeltje uit het Krabbenstraatje, thans ben ik dat nog, maar bonvendien ridder, heer van Strazeele en andere plaatsen.

- Gij zijt de heer van Strazeele, van wien men vertelt dat hij te Sluis...

- De Engelschen duchtig in 't vaarwater gezeten heeft, lachte Jan. Ja, ik ben de heer van Strazeele, en zoo gij mij niet gelooft, dan denk ik wel dat deze geschriften u zullen overtuigen.

 

Dit zeggende overreikte hij den Schoutet eenige perkamenten van zegels voorzien. Na ze gelezen te hebben, ontblootte de magistraat het hoofd voor Jan, en sprak:

- Het is voor mij eene groote eer de eerste te zijn, die u, den held van Sluis, zijne eerbiedige hulde mag bieden. Als Antwerpenaar ben ik fier over u!

- Ge houdt me dus niet aan, heer Schoutet?

- U aanhouden? Dan kon ik evengoed den hertog van Burgondië zelf aanhouden!

- Maar de zaak van Rebbe?

- Rebbe?

- Welja, gij zijt toch gekomen om mij aan te houden, daar ik beschuldigd word mijn neef Rebbe vermoord te hebben.

- Och ja...... Hebt gij hem vermoord?

- Neen! - Hij speelde spook op het kerkhof om mij bang te maken. Ik dacht met een echt spook te doen te hebben, greep hem vast en slingerde hem op den muur. Later, toen ik het witte laken voor zijn gelaat wegtrok, zag ik met wien ik eigenlijk te doen had. Zoo ik geweten had......

- Ga niet voort, heer van Strazeele! De zaak is in orde!

- Heel wel! Dan blijft er mij nog slechts over u een verzoek te doen.

- Laat hooren, ridder, en zoo ik......

- De tafel staat gedekt. Blijf met ons eten, heer Schoutet!

- Volgaarne!

 

Toen de gerechtsdienaars buiten kwamen en de toedracht der zaak aan het volk vertelden, had er een plotselinge ommekeer in de gemoederen

 

[p. 236]plaats. Wrok en haat maakten plaats voor bewondering en geestdrift. Als een rollende donder klonk het over de Vrijdagmarkt:

- Leve Jan zonder Vrees!

 

En terwijl buiten het volk juichte, zong en tierde, sloot Jan Moeder Neeltje in zijne armen en fluisterde haar in het oor:

- Grootje, nu is het toch lang geleden, niet waar?...... Wanneer krijg ik er weer eene?

- Krijgen? Wat?

- Eene ranseling, Grootjelief!

 

Einde

 

Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren

http://www.dbnl.org/ 



Reageer op dit bericht Stuur door

9 juli 1798 Een ingewikkelde knokpartij


Haarlems dagblad 1995:

 

Een ingewikkelde knokpartij

 

Maar Hendrik Idinck, ook knecht bij garenbleeker Bijvoet, hoorde toen hij die zondag even over negen thuis kwam 'een groot leven in het vertrek van het volk'.

_____________________________________

 

Kwamen er vóór 1811 over een bepaald persoon klachten binnen bij het bestuur van een stad of dorp, dan was dat een zaak voor de Schout en zijn Schepenen. Bleek het een groot kwaad, dan kwamen de Bailluw en de Leenmannen in actie.

 

Zo kwam op 9 juli 1798 het verzoek bij de Leenmannen van de Hoge Vierschaar om Jan Cornac die sinds de vorige dag in provisionele bewaring was gesteld, over te mogen brengen naar de gevangenis. Waarna men omdat zijn agressie, vooral op de openbare weg, moest worden gestraft, tegen hem wilde procederen.

 

Het mocht, en de slachtoffers en de getuigen, zij kwamen en vertelden.

 

Huybert van der Werf, een werkman op de buitenplaats Saxenburg, vertelde dat hij op zondag 8 juli in het Huis ter Spijk bij de Kleverlaan was, waar ook Toon Zijlberg, Pieter van Teggelen en Jan Cornac waren. Na enige tijd daar te hebben gezeten vertrokken de vier mannen richting Kleverlaan. Bij het eerste bruggetje ging Toontje, omdat hij zo beschonken was dat hij niet verder kon gaan, liggen. Van der Werf vroeg Van Teggelen om op zijn kameraad Toontje te passen en bij hem te blijven, waarna hij zelf doorliep in gezelschap van Cornac.

 

Enige tijd later, even over de Witte Brug, passeerde hen een manspersoon richting stad. Jan Cornac draaide zich om en zei tot de man; "Waarom spreek je niet?" Waarop de man vroeg: "Is dan eenieder verplicht om zijn referentie te maken?" Als antwoord gaf Cornac de man (Athonie de Graaf) meteen een slag waardoor zijn hoed afviel en de man het op een lopen zette. Ook Van der Werf, nog steeds in gezelschap van Cornac, liep door.

 

Maar Cornac, die zag dat er twee mannen met kinderen aankwamen, ging wat langzamer lopen, sprak hen aan en zei met veel vloeken dat zij zijn Kees moesten opzoeken. "Burger, bedaard, laat de weg vrij zijn, wij hebben niet met elkander van nooden", sprak één van de mannen. Cornac riep al vloekende: "Je zult het opzoeken". En hij gaf de man met zijn tabaksdoos een klap op het hoofd, zo erg dat er bloed vloeide.

 

Even later lagen de twee mannen samen in de sloot waar het gevecht verder ging. Het was druk op de weg en er kwamen verschillende rijtuigen voorbij. Ook Pieter Krieger en zijn vrouw, gezeten op een Chais met een paard, passeerden. Krieger hield zijn paard in bij het zien van dit slaan en riep te stoppen en uit te scheiden met dit vechten. Eén ogenblik maar stond de Chais stil, maar Cornac keek, holde, greep het paard en gaf het beest een slag, zo erg dat het paard struikelde.

Huybert van der Werf, die dit allemaal van dichtbij had meegemaakt en nu als getuige vertelde wat er allemaal gebeurd was, greep het paard bij het mondstuk vast, zodat het niet verder achteruit en dus in de sloot zou kunnen lopen.

Krieger sprong uit de Chais en greep Cornac vast. Net op dat moment kwam de man die zo geslagen was aanlopen. Hij had een stok in zijn handen en daarmee sloeg hij er op los totdat de stok brak. Cornac die waarschijnlijk dacht dat hij wel geholpen zou worden, keek Van der Werf aan en zei tegen hem: "Jij bent ook zo een slechte". Daarop draaide hij zich om en liep weg.

 

Bij de Knip aangekomen, waar enige vrouwlieden stonden, vertelde Cornac aan een ieder die het horen wilde: "Op de weg is een kaerel, die iedereen kwaad doet". Waarna hij zelf vlug doorliep. Van Rossum, die daar met een jong persoon voor de herberg stond, kreeg plotseling van de voorbij lopende 'onbekende' enige klappen. Om verder slaag te voorkomen liep hij het huis/herberg in roepende om hulp bij de vrouw uit de kroeg. Een bakkersknecht hield de man tegen en Van Rossum kon via het achterhuis ontsnappen. Later vertelde hij niet te weten wie dat was geweest maar het was iemand met een 'machtige lengte' met een blauwe rok aan en een driekanten hoed op het hoofd.

 

Na het verhaal van Huybert van der Werf kwam de volgende getuige.

 

Barend Wubbe, knecht bij de garenbleeker Nicolaas Bijvoet in Bloemendaal, vertelde dat dezelfde zondagavond rond negen uur Cornac, knecht bij smid Ruhl in Bloemendaal, bij hem op de bleek kwam. Met zijn 'rok' (een overkleed, over het hemd of blote lichaam gedragen), over de arm en een mes in zijn hand, gaf hij hem de schuld van alles en probeerde op die manier ruzie te maken. Wubbe wilde niets met hem te maken hebben en liep de stal in. Cornac verdween niet, liep hem achterna waarna Wubbe naar de hooizolder klom, Cornac riep nog iets onverstaanbaars maar verdween uiteindelijk.

 

Tenminste, dat dacht Wubbe,

Maar Hendrik Idinck, ook knecht bij garenbleeker Bijvoet, hoorde toen hij die zondag even over negen thuis kwam 'een groot leven in het vertrek van het volk'. Toen hij ging kijken zag hij Cornac 'zeer beschonken zijnde en geen rok aan hebbende' in genoemd vertrek, Idinck wilde de man verwijderen maar kreeg zware bedreigingen over zich heen. Idinck probeerde de man tot bedaren te brengen, zocht de rok op die Cornac weggeslingerd had en hielp hem om die weer aan te trekken, waarna Cornac met veel geweld door de poort heen werd geduwd.

 

Idinck had wel een mes bij de rok zien liggen maar hij had dit mes vlug de stal ingegooid om erger te voorkomen. Dan was er nog een verklaring gekomen van enkele personen in een rijtuig, die die zondagavond voorbij de vechtpartij waren gereden. Zij hadden gezien hoe Cornac midden op de weg stond met zijn tabaksdoos in de hand en zij hoorden hem dreigementen uitroepen.

 

Nu mocht de verdachte Jan Cornac, een 25-jarige smidsknecht uit Koogh, zijn verhaal vertellen.

 

Hij bekende vlot en vrijwillig 'buiten pijn en banden van ijzer' aldus de archieven.

 

Hij was door de drank overmeesterd geweest. Zijn meester had hij moeten beloven niet meer te drinken. Maar die bewuste avond in huis ter Spijk, had hij jenever en koffie gedronken. Doch toen er 'om koek gegooid werd' ging het helemaal mis.

 

Van het aanvallen van de paarden wist hij niets meer en het bloed aan zijn mes kwam toch echt van zijn duim. Hij had zich immers gesneden. De man op het rijtuig had zijn hoed verloren en de versiering die daarop zat, had Cornac tussen zijn tanden gestoken.

Daarna had hij deze zogenoemde cocuarde met tanden en handen uit elkaar getrokken terwijl hij riep: „Zoo zal ik...... al de blixemsche kleeren met de tanden van malkander scheuren". Cornac wist zelf niet meer wat hij hiermee bedoeld had, hij was toch zo dronken en had zich daarmee in het ongeluk gestort. Doch dat zal niet weer gebeuren, beloofde hij en hoopte op genade van de rechter.

 

Reeds op 24 juli 1798 hoorde Cornac wat de Mannen van Leen van de Hoge Vierschaar van Breederoode (na rijpe overweging) hadden besloten: Cornac zou gebracht worden naar het raadhuis van de stad Haarlem, ter plaatse alwaar men wegens Breederode gewoon is 'executie van criminele justitie' te doen.

 

Aldaar zal hij door de scherprechter aan een paal gebonden, en met roeden strengelijk worden gegeeseld. Voor de eerst komende vijf jaar zal hij naar het werkhuis der stad Haarlem worden gebracht om met zijne handen de kost te winnen. Na deze vijf jaar werd hij voor de volgende vijf jaar verbannen uit het voormalig Hollandsche gewest.

 

A.G.M. VAN DER OORD-WISKER Bron: Rijksarchief Haarlem

Reageer op dit bericht Stuur door

2004 Onthaasting


2004. De hedendaagse mens kent weinig verstilling. Overal hoor je de roep om “onthaasting”, terwijl diegenen die ervoor pleiten zich haasten van de ene lezing naar de andere voordracht om te zeggen dat de mens aan onthaasting toe is. Voor de hedendaagse mens moet alles snel gebeuren. Hij praat snel, eet snel. Hij is altijd met iets bezig, liefst met meerdere dingen tegelijk. Een artikel is nog niet af of hij krabbelt in zijn notitieboek een ideetje voor het volgende. Hij leest de kranten terwijl hij ontbijt en omgekeerd. Hij heeft nooit één maar altijd drie boeken tegelijk op tafel liggen. Vele daarvan leest hij slechts diagonaal, op zoek naar een gedachte die zijn eigen gedachten op dreef moet houden. De huidige mens rent… Hij rent in denken en doen en daarom “is” hij. Het “cogito ergo sum” (ik denk dus ik ben) van Descartes maakt vandaag plaats voor het “curro ergo sum” (ik loop dus ik besta). Altijd maar rennen… om zo in de waan te verkeren dat hij leeft! Blaise Pascal wist het al: “De wereld zou gered zijn als elk mens zou leren om eens rustig op zijn stoel te zitten”.

Jachten en jagen is ons lot; niet langer in de oeroude betekenis van “in het bos en op de hei” maar in de hedendaagse versie “op de snelweg en in het kantoor”. Die haast heeft van ons een jager gemaakt. Maar zijn we niet tevens het opgejaagde wild geworden, alsof we niet meer durven stilvallen! Daarom ook al die herrie. Terwijl denkers en schrijvers floreerden in de stilte en niet op de “Dance Valley”, zoeken velen doelbewust “dance tempels” en aanverwante etablissementen op. Daar betalen ze om zichzelf te laten verdoven. “Oorverdoven”. Maar voor wie of wat is die verdoving? Zijn we bang voor de stilte? Of is onze existentiële rust zo verstoord en ontworteld geraakt dat alle stilte ons als bedreigend overkomt? Ook dit ervaarde Pascal toen hij op een stille winternacht naar het hemelgewelf keek en uitriep: “De stilte van de oneindige ruimte jaagt mij schrik aan”.

(Inleiding tot een beschouwing D. Lebrun.

Reageer op dit bericht Stuur door

Het was al laat

 

Het was al laat.

De illusionist zwaaide gebarig met zijn armen om de oneindigheid van het heelal aan te duiden.

Breedvoerig had hij de evolutietheorie uiteengezet om ten slotte het ontstaan van het universum en het leven aan het toeval toe te schrijven.

Zijn enige toehoorder was een man die soms verveeld, soms geprikkeld, maar overwegend aandachtig had geluisterd.

Hij realiseerde zich dat de man hem niet één keer in de rede was gevallen.

 

Na een korte stilte vroeg de man; “Kent u de betekenis van het woord toeval?”

 

De illusionist glimlachte; “Iedereen weet toch wat met toeval bedoeld wordt, toeval is gewoon toeval, zoals ik u vanavond toevallig ontmoette.”

 

“Toeval”, antwoordde de man, “is een gebeurtenis of omstandigheid die vooraf niet voorzien, gewild, of te berekenen is geweest.”

 

“Dat is precies wat ik bedoel met de toevalligheid van onze ontmoeting”, zei de illusionist.

 

“Het is sluitingstijd” zei de man, hij sloeg zijn sjaal om, trok zijn jas aan en zei gaandeweg; “Kunt u nog staande houden dat u een wetenschappelijke verklaring hebt gegeven voor het ontstaan der dingen, het universum, het leven?”

 

“Waar hebt u het over?” vroeg de illusionist met een verbaasde grimas.

 

“Uw antwoord op de vraag naar de oorzaak van het ontstaan der dingen was eenvoudig ‘toeval’, daarmee zegt u niets anders dan dat u het ontstaan der dingen niet voorzien heeft en dat lijkt me geen wetenschappelijk antwoord. Maar geneert u zich niet, ik heb het ook niet voorzien, geen mens heeft het voorzien. Toeval is een menselijke ervaring, en volgens uw theorie bestonden mensen toen nog niet, laat staan dat een mens het ontstaan der dingen al dan niet zou hebben voorzien, gewild of berekend.”

 

“Allemachtig” riep de illusionist uit, “zo heb ik het nog niet bekeken. Ik heb een monoloog gehouden, dat spijt me.”

 

“Verontschuldigt u zich niet” zei de man met een glimlach, u hebt me op de gedachte gebracht. Maar het is nu tijd om te gaan, goede nacht en wel thuis.”

 

“Mag ik uw naam weten?” riep de illusionist naar de man in de deuropening.

 

“Van Dale, van Dale”, zei de man en verdween in de nacht.

 

Auteur: Sensor

Familie Iding ten Bosch

overname met bronvermelding

Reageer op dit bericht Stuur door

Ik kijk door het raam



Ik kijk door ’ t raam en zie de wolken drijven,

En ongewild gaan mijn gedachten mee.

Ver weg, ver weg. Ik wil hier niet meer blijven,
 
Ik wil de bergen zien, de bossen en de zee;
 
’ k Wil dat de wind mijn haren zacht zal strelen,
 
En dat de zon mij als een minnaar kust;

Ik wil mijn tranen met de regen delen,

’ k Wil dat de nacht naast mij op ’ t kussen rust.

Ik wil alleen zijn met de stille bomen

De bloemen storen mijn gedachten niet;

Ik wil de dromen van de bergen dromen,

En zingen in een juichend vogellied.

Ik wil gelukkig langs de paden zwerven,

Ik wil vergeten al mijn grauw verdriet

En eindelijk weer de stille rust verwerven

Een kind van God te zijn en anders niet.


Ingezonden
Reageer op dit bericht Stuur door

Catharine de Craene heeft zich met de duivel ingelaten


Heksen in Vlaanderen

 

Omme dieswille dat ghy Catharina de Craene, filia Oulters, oudt ontrent de sessenveertich jaeren, gheboren binnen der prochie van Ootighem ende jeghenwordich woonachtich binnen deser prochie van Heestert, u soo verre hebt vergheten nu gheleden ontrent de twintich jaeren te maecken compacxt met den duyvel der hellen soo den selven in den huyse van uwe laetste woonplaetse alhier binnen Heestert by u es ghecommen in de ghedaente van eenen jonghman ghecleedt met bruyne cleederen met eenen hoet met swarte pluymen, daer ghy waert sittende op eenen stoel by de tafel in de keucken van uwe voorseyde woonplaetse, als wanneer ghy waert treurende ende dubbende omme de goederen deser wereldt ende tghoone verganckelyck is. Alwaer de selven duyvel by u commende, u heeft ghevraecht of ghy wildet leeren tooveren midtsghaeders synne slave ende dienaresse syn. Waerop ghy hebt gheantwoordt dat jae. Naer welcken ghy metten selven uwen duyvel hebt ghegaen in de camer van den voorseyden uwen huyse op de koetse ende bedde daerinne wesende, ende metten selven uwen duyvel aldaer vleesschelyck gheboeleert, wiens saet ende nature ghy hebt ghevoelt kout te wesen.

 

...

 

recht doende met advise van rechtsgeleerden, hebben u Catherina de Craene voornoempt, ghecondempneert, soo sy u condempneren by desen gheleedt te worden ter plaetse patibulaire, aldaer ghestelt te worden op een hoochde aen eene staecke ende daeranne ghewoelt te worden datter de doodt naer volght ende daernaer tdoode lichaem verbrandt te worden totten asschen, confisquerende voorts alle uwe goederen, soo meubelen als immeubelen sheeren proffytte, de costen ende misen van justitie alvooren ghededuceert. Actum ter manynghe van de heer Anthoine de Cocq, bailliu ende wettelycke ma[e]nheere ende wysdomme van sheerens Arent van der Cruycen, Guillaeme de Cocq, Arent Raepsaet, Jacobus van Saceghem, Gheraert Moreau, Pieter van der Haeghen ende Jan Veys, leenmannen, desen achtienden meye XVIC sessentseventich.

 

http://users.skynet.be/lucos/

Middeleeuwen/middeleeuwrst.htm

 

http://www.kulak.ac.be/facult/rechten

/Monballyu/Rechtlagelanden/Homepage.htm

Reageer op dit bericht Stuur door

De Herfst is mooi...


 

Dit is de tijd van de blauwe dagen, van de stille, nevelige ochtendstonden van gouden licht in blonde en bruine boomkruinen.

 

Nu ligt de doorzonde stoppel onder parelberegen zilveren webben, nu hangen rood de bessen in trossen langs de doornhagen, buigen oranje schermen van lijsterbes boven 't struweel, kleurt de kardinaalsmuts een ruigen hoek.

 

Ik min de wilde ongebreidelde bloeseming van Meietijd, de bonte volheid van zomersche dagen, als overal kleur en plaisante doening is van bloem en kruid, van bedrijvige vogels, - maar liever is mij het land in 't licht van den herfst, als nevelslierten sluieren over hei en beemd, als in bronzen brand de bosschen gedoken liggen, de kleuren van 't herfstgebloemt warmer en teerder zijn. Ik houd van 't dolen langs kromme wegels op najaarsche dagen, van 't zwerven over de wijde heide, waar in Octobermaand de bronstroep van het roodwild klinkt, waar dan zoo fier en edel op een heuvelkling een forsche hertebok soms staat, van 't slenteren door de mist, die de velden dekt en de stilte schier hoorbaar maakt.

 

De herfst is mooi.

 

De herfst is vol wondere vreugde, vol blije verrassing.

 

En de boeren, die om Sinte Jaopik met den roggebouw begonnen, die in breede bogen hun zichten sloegen door de dodeinende rogge, de boeren, die stevig de ploeg richtten en stuurden door de stoppelen, terwijl de donkere aarde open kwam te liggen, zij trekken naar de jaarmarkten, naar de kermissen, naar de glorieuse oogstfeesten, die gehouden worden, nu veilig de rogge op de balken ligt en 't knollengroen den akker weer kleuren gaat.

 

Dan wordt de goedmoedige, de stille Achterhoeker vroolijk, dan neemt hij den tijd om gansch den dag bij vogelschieten en ringrijden zich te vermeien, om in joligen dans rond te zwieren. Dan jengelen door heel het bekoorlijke Achterhoeksche land de draaimolen-orgels, dan staan, vandaag hier, morgen daar, de koeien onder de reeds blonde linden van een kerkplein en dwarrelt het gouden blad neer op stapels bont-geruite stof, op rollen pilo, op witte zeilen van speelgoed-, paling- en koekkramen.

 

De blauwe mist hing dicht over de wereld, droppen lekten neer in den dennenopslag en doorgebogen waren van bloem naar bloem, van blad naar blad, de parelsnoeren van 't herfstrag gehangen. Kraaienroep klonk luid door, een merel ritselde in 't ruigt van vochtig eekhout, rèètsch, rèètsch riep een gaai, die wegwiekte in de nevels. Boomen schoven langs, als groote decors, er viel geen wind te speuren en de roerlooze sluiers bleven 't herfstland dekken, tot de zon er goud door henen gloorde, de mist uiteenrafelde en wonder-mooi de velden tintte.

 

http://www.volksfeesthummelo.nl/historie/historie.html

Reageer op dit bericht Stuur door

De kinderen van Amon Meijer Wertheim en Hester (Esther) Windmuller





De kinderen van Amon Meijer en Hester (Esther) Windmuller



1. Dina Wertheim
werd geboren op 03-12-1842 te Vorden

Genlias
Bron Burgerlijke stand - Huwelijk
Archieflocatie Gelders Archief   
Algemeen Toegangnr: 0207
Inventarisnr: 2777
Gemeente: Vorden
Soort akte: Huwelijksakte
Aktenummer: 25
Datum: 24-12-1869
Bruidegom Jacob Kohen
Geboortedatum: 23-12-1837
Geboorteplaats: Heerde
Bruid Dina Wertheim
Geboortedatum: 03-12-1842
Geboorteplaats: Vorden
Vader bruidegom Israel Kohen
Moeder bruidegom Leida van Gelder
Vader bruid Amon Wertheim
Moeder bruid Esther Windmuller
Nadere informatie beroep bg.: koopman;
beroep vader bd.: vleeschhouwer

2. Zanetta Wertheim werd geboren in ±1847 te Vorden

Genlias
Bron Burgerlijke stand - Huwelijk
Archieflocatie Gelders Archief   
Algemeen Toegangnr: 0207
Inventarisnr: 2777
Gemeente: Vorden
Soort akte: Huwelijksakte
Aktenummer: 24
Datum: 21-11-1871
Bruidegom Michael Mogendorff
Leeftijd: 23
Geboorteplaats: Groenlo
Bruid Zanetta Wertheim
Leeftijd: 24
Geboorteplaats: Vorden
Vader bruidegom Jesaia Mogendorff
Moeder bruidegom Gezina Maria Koopmans
Vader bruid Amon Wertheim
Moeder bruid Esther Windmuller
Nadere informatie beroep bg.: koopman;
 beroep vader bg.: koopman;
beroep vader bd.: vleeshouwer

3. Anna Wertheim werd geboren in ±1851 te vorden

Genlias
Bron Burgerlijke stand - Huwelijk
Archieflocatie Gelders Archief   
Algemeen Toegangnr: 0207
Inventarisnr: 2777
Gemeente: Vorden
Soort akte: Huwelijksakte
Aktenummer: 11
Datum: 17-07-1872
Bruidegom Levie Meijer
Leeftijd: 44
Geboorteplaats: Kampen
Bruid Anna Wertheim
Leeftijd: 21
Geboorteplaats: Vorden
Vader bruidegom Meijer Levi Meijer
Moeder bruidegom Betje Salomon Marcus
Vader bruid Amon Wertheim
Moeder bruid Esther Windmuller
Nadere informatie beroep bg.: vleeschhouwer;
beroep vader bd.: vleeschhouwer; 
weduwnaar van Jetta van der Horst

4. Betjen Wertheim werd geboren op 28-08-1853 te Vorden

Genlias
Bron Burgerlijke stand - Huwelijk
Archieflocatie Gelders Archief   
Algemeen Toegangnr: 0207
Inventarisnr: 2776
Gemeente: Vorden
Soort akte: Huwelijksakte
Aktenummer: 16
Datum: 24-07-1874
Bruidegom Meijer Philips
Geboortedatum: 19-10-1848
Geboorteplaats: Hengelo
Bruid Betjen Wertheim
Geboortedatum: 28-08-1853
Geboorteplaats: Vorden
Vader bruidegom Philip Philips
Moeder bruidegom Rebekka Weijel
Vader bruid Amon Wertheim
Moeder bruid Esther Windmuller
Nadere informatie beroep bg.: koopman;
beroep vader bd.: vleeschhouwer

5. Jetjen Wertheim werd geboren op 19-03-1856 te Vorden

Genlias
Bron Burgerlijke stand - Huwelijk
Archieflocatie Gelders Archief   
Algemeen Toegangnr: 0207
Inventarisnr: 2776
Gemeente: Vorden
Soort akte: Huwelijksakte
Aktenummer: 20
Datum: 10-12-1879
Bruidegom Abraham Jacobson
Geboortedatum: 26-12-1829
Geboorteplaats: Nijmegen
Bruid Jetjen Wertheim
Geboortedatum: 19-03-1856
Geboorteplaats: Vorden
Vader bruidegom Jaques Jacobson
Moeder bruidegom Henriette Louise van Zanten
Vader bruid Amon Wertheim
Moeder bruid Esther Windmuller
Nadere informatie beroep bg.: koopman;
beroep vader bd.: slager

6. Rosetta Wertheim werd geboren op 23-11-1858 te Vorden

Genlias
Bron Burgerlijke stand - Huwelijk
Archieflocatie Gelders Archief   
Algemeen Toegangnr: 0207
Inventarisnr: 2776
Gemeente: Vorden
Soort akte: Huwelijksakte
Aktenummer: 16
Datum: 22-10-1879
Bruidegom Mozes Aron Zendijk
Geboortedatum: 19-06-1851
Geboorteplaats: Olst
Bruid Rosetta Wertheim
Geboortedatum: 23-11-1858
Geboorteplaats: Vorden
Vader bruidegom Aron Mozes Zendijk
Moeder bruidegom Mariana van Spiegel
Vader bruid Amon Wertheim
Moeder bruid Esther Windmuller
Nadere informatie beroep bg.: slager;
beroep vader bd.: slager;
weduwnaar van Saartje de Vries

Reageer op dit bericht Stuur door

De kinderen van Jacob ten Bosch en Lena de Groot


De ouders van Jacob zijn Mozes Simon ten Bosch en Rachel Samuels
Hieronder de kinderen van Jacob ten Bosch en Lena de Groot

1. Izaak ten Bosch werd in ±00-00-1877 te Aalten geboren

Genlias
Huwelijk van Izaak ten Bosch en Bertha Cohen
Archieflocatie Gelders Archief
Algemeen Toegangnr: 0207
Inventarisnr: 6757
Gemeente: Aalten
Soort akte: Huwelijksakte
Aktenummer: 5
Datum: 07-03-1901
Bruidegom Izaak ten Bosch
Leeftijd: 24
Geboorteplaats: Aalten
Bruid Bertha Cohen
Leeftijd: 29
Geboorteplaats: Doesburg
Vader bruidegom Jacob ten Bosch
Moeder bruidegom Lena de Groot
Vader bruid Casper Jacob Cohen
Moeder bruid Saartje de Groote
Nadere informatie beroep bg.: slager;
beroep vader bg.: slager;

Izaak en Bertha kregen drie kinderen

2. Sara ten Bosch werd in ±00-00-1883 te Aalten geboren

Genlias
Overledene Sara ten Bosch
Archieflocatie Gelders Archief
Algemeen Toegangnr: 0207
Inventarisnr: 6688
Gemeente: Aalten
Soort akte: overlijden
Aktenummer: 14
Aangiftedatum: 16-02-1883
Overledene Sara ten Bosch
Geslacht: V
Overlijdensdatum: 16-02-1883
Overlijdensplaats: Aalten
Vader Jacob ten Bosch
Moeder Lena de Groot
Nadere informatie geboortepl: Aalten; oud 19 dagen;
beroep vader: slager

Reageer op dit bericht Stuur door

De kinderen van Isaak ten Bosch en Heintjen Windmuller



De ouders van Isaak zijn Mozes Simon ten Bosch en Rachel Samuels
Hieronder de kinderen van Isaak ten Bosch en Heintjen Windmuller


1. Sallie (Sallij) ten Bosch werd in ±00-00-1864 te Ruurlo geboren

2. Lowie ten Bosch werd op 16-12-1866 te Ruurlo geboren

3. Mathilde Johanna ten Bosch werd geboren in ±00-00-1873 te Ruurlo

Genlias
Huwelijk van Jacob Cohen en Mathilda Johanna ten Bosch
Archieflocatie Gelders Archief
Algemeen Toegangnr: 0207
Inventarisnr: 3101
Gemeente: Ruurlo
Soort akte: Huwelijksakte
Aktenummer: 11
Datum: 29-08-1900
Bruidegom Jacob Cohen
Leeftijd: 26
Geboorteplaats: Aalten
Bruid Mathilda Johanna ten Bosch
Leeftijd: 27
Geboorteplaats: Ruurlo
Vader bruidegom Simon Jacob Cohen
Moeder bruidegom Susanna van Gelder
Vader bruid Isaak ten Bosch
Moeder bruid Heintjen Windmuller
Nadere informatie beroep bg.: koopman;
beroep vader bg.: koopman;
beroep vader bd.: koopman;
Uit dit huwelijk zijn geen kinderen bekend

Varsseveld prae
1900 Augustus 29 Ruurlo.
Burgerlijke Stand RUURLO -
Huwelijksakten 1811-1932 - Letter B - 29.08.1900 aktenr. 11
MATHILDA JOHANNA TEN BOSCH, 27 j., geb. Ruurlo, dr. Van Isaäk ten Bosch en Heintjen Windmuller, met JACOB COHEN, 26 j. geb. Aalten, zn. van Simon Jacob Cohen en Susanna van Gelder

4. Heintjen ten Bosch werd in ±00-00-1877 te Ruurlo geboren

Genlias
Bron Burgerlijke stand - Huwelijk
Archieflocatie Gelders Archief
Algemeen Toegangnr: 0207
Inventarisnr: 8185
Gemeente: Dinxperlo
Soort akte: Huwelijksakte
Aktenummer: 22
Datum: 24-12-1907
Bruidegom Salomon Cohen
Leeftijd: 30
Geboorteplaats: Aalten
Bruid Heintjen ten Bosch
Leeftijd: 32
Geboorteplaats: Ruurlo
Vader bruidegom Simon Jacob Cohen
Moeder bruidegom Susanna van Gelder
Vader bruid Izaak ten Bosch
Moeder bruid Heintjen Windmuller
Nadere informatie beroep bg.: koopman;
beroep vader bd.: koopman;
Uit dit huwelijk een levenloos geboren kind

Genlias
Overlijden NN Cohen
Bron Burgerlijke stand - Overlijden  
Archieflocatie Gelders Archief   
Algemeen Toegangnr: 0207
Inventarisnr: 8996
Gemeente: Dinxperlo
Soort akte: overlijden
Aktenummer: 55
Aangiftedatum: 25-12-1908
Overledene NN Cohen
Geslacht: M
Overlijdensdatum: 24-12-1908
Overlijdensplaats: Dinxperlo
Vader Salomon Cohen
Moeder Heintjen ten Bosch
Nadere informatie levenloos geboren;
geboortepl: Dinxperlo;
beroep vader: koopman

Reageer op dit bericht Stuur door

De kinderen van Hendrikus Johannes Iding en Jacoba Adriana Strijbos


De ouders van Hendrikus Johannes zijn Derk (Dirk) Iding en Antonia Cornelissen
Hieronder de kinderen van Hendrikus Johannes Iding en Jacoba Adriana Strijbos

1. Theodorus Johannes Iding werd in ±00-06-1885 te Arnhem geboren

Genlias
Bron Burgerlijke stand - Overlijden
Archieflocatie Gelders Archief
Algemeen Toegangnr: 0207
Inventarisnr: 404
Gemeente: Arnhem
Soort akte: overlijden
Aktenummer: 527
Aangiftedatum: 14-07-1885
Overledene Theodorus Johannes Iding
Geslacht: M
Overlijdensdatum: 13-07-1885
Overlijdensplaats: Arnhem
Vader NN NN
Moeder Johanna Iding
Nadere informatie geboortepl: Utrecht; ; oud 29 dagen
wettiging 1 kind; echtscheiding vonnis Arnhem 24-02-1916

2. Maria Jacoba Iding werd in ±00-00-1892 te Arnhem geboren

Genlias
Overlijden van Maria Jacoba Iding
Archieflocatie Gelders Archief
Algemeen Toegangnr: 0207
Inventarisnr: 409
Gemeente: Arnhem
Soort akte: overlijden
Aktenummer: 411
Aangiftedatum: 26-05-1894
Overledene Maria Jacoba Iding
Geslacht: V
Overlijdensdatum: 26-05-1894
Overlijdensplaats: Arnhem
Vader Hendrik Johannes Iding
Moeder Jacoba Adriana Strijbos
Nadere informatie geboortepl: Arnhem, oud 2 jaar

3. Theodorus Johannes Iding werd in ±00-00-1893 te Arnhem geboren

Genlias
Overlijden van Theodorus Johannes Iding
Archieflocatie Gelders Archief
Algemeen Toegangnr: 0207
Inventarisnr: 409
Gemeente: Arnhem
Soort akte: overlijden
Aktenummer: 5
Aangiftedatum: 02-01-1894
Overledene Theodorus Johannes Iding
Geslacht: M
Overlijdensdatum: 31-12-1893
Overlijdensplaats: Arnhem
Vader Hendrik Johannes Iding
Moeder Jacoba Adriana Strijbos
Nadere informatie geboortepl: Arnhem; ; oud 26 dagen;
beroep vader: arbeider

4. NN Iding werd op 03-04-1895 levenloos te Arnhem geboren

Genlias
Overlijden van NN Iding
Archieflocatie Gelders Archief
Algemeen Toegangnr: 0207
Inventarisnr: 409
Gemeente: Arnhem
Soort akte: overlijden
Aktenummer: 295
Aangiftedatum: 08-04-1895
Overledene NN Iding
Geslacht: M
Overlijdensdatum: 03-04-1895
Overlijdensplaats: Arnhem
Vader Hendrik Johannes Iding
Moeder Jacoba Adriana Strijbos
Nadere informatie levenloos geboren;
geboortepl: Arnhem 03-04-1895

5. Bernhard Jozef Iding werd in ±00-00-1897 te Emmerik Duitsland geboren

Genlias
Huwelijk van Bernhard Jozef Iding en Louise Demont
Archieflocatie Gelders Archief
Algemeen Toegangnr: 0207
Inventarisnr: 9020
Gemeente: Arnhem
Soort akte: Huwelijksakte
Aktenummer: 16
Datum: 16-01-1918
Bruidegom Bernhard Jozef Iding
Leeftijd: 21
Geboorteplaats: Emmerik Duitsland
Bruid Louise Demont
Leeftijd: 18
Geboorteplaats: Emmerik Duitsland
Vader bruidegom Hendrik Johannes Iding
Moeder bruidegom Jacoba Adriana Strijbos
Vader bruid Albertus Demont
Moeder bruid Louise Immand
Nadere informatie beroep bg.: fabrieksarbeider;
beroep vader bg.: smid;
beroep vader bd.: sigarenmaker;
De familie Demont vestigde zich in 1898 in Huissen.

Reageer op dit bericht Stuur door

De kinderen van Johanna Iding en Jan Brinkenberg


De ouders van Johanna zijn Derk (Dirk) Iding en Antonia Cornelissen
Hieronder de kinderen van Johanna Iding en Jan Brinkenberg

1. Hendrika Johanna Brinkenberg werd in ±00-00-1884 te Arnhem geboren

Genlias
Huwelijk van Hendrika Johanna Brinkenberg en Stephanus Rugers
Bron: Burgerlijke stand - Huwelijk
Archieflocatie: Gelders Archief
Algemeen Toegangnr: 0207
Inventarisnr: 9015
Gemeente: Arnhem
Soort akte: Huwelijksakte
Aktenummer: 147
Datum: 30-04-1913
Bruidegom: Stephanus Rugers
Geboorteplaats: Arnhem
Bruid: Hendrika Johanna Brinkenberg
Geboorteplaats: Arnhem
Vader bruidegom: Johannes Hendrikus Rugers
Moeder bruidegom: Anna Maria Arissen
Vader bruid: Jan Brinkenberg
Moeder bruid: Johanna Iding
Nadere informatie: bruidegom: 27 jaar.; bruid: 19 jaar

2. Jan Brinkenberg werd in ±00-00-1889 te Arnhem geboren

Genlias
Huwelijk van Jan Brinkenberg en Christina Hendrika Matthijssen
Archieflocatie Gelders Archief
Algemeen Toegangnr: 0207
Inventarisnr: 9024
Gemeente: Arnhem
Soort akte: Huwelijksakte
Aktenummer: 331
Datum: 12-07-1922
Bruidegom
Leeftijd: 33
Geboorteplaats: Arnhem
Bruid Christina Hendrika Matthijssen
Leeftijd: 27
Geboorteplaats: Arnhem
Vader bruidegom Jan Brinkenberg
Moeder bruidegom Johanna Iding
Vader bruid Johannes Matthijssen
Moeder bruid Geeske Matser
Nadere informatie beroep bg.: grondwerker

3. Cornelia Antonia Brinkenberg werd in ±00-00-1893 te Arnhem geboren

Genlias
Overlijden van Cornelia Antonia Brinkenberg
Archieflocatie: Gelders Archief
Algemeen; Toegangnr: 0207
Inventarisnr: 410
Gemeente: Arnhem
Soort akte: overlijden
Aktenummer: 90
Aangiftedatum: 01-02-1897
OverledeneCornelia Antonia Brinkenberg
Geslacht: V
Overlijdensdatum: 30-01-1897
Overlijdensplaats: Arnhem
Vader: Jan Brinkenberg
Moeder: Johanna Iding
Nadere informatie: geboortepl: Arnhem, oud 4 jaar

De website 20 eeuwen Nederland over de aanpak kindersterfte
"Omstreeks 1890 was de zuigelingensterfte nog steeds erg hoog. Zo stierf van alle baby’s binnen één jaar in Maastricht 20 procent, in Utrecht 21 procent en in Den Bosch zelfs 25 procent. De belangrijkste oorzaken waren vervuilde lucht, verwaarlozing, onjuiste voeding en ‘engeltjesmakerij’: het opzettelijk laten sterven van zuigelingen om de kleine verzekeringssom te innen. Vooral gezinnen van ‘mingegoeden’ werden getroffen. Kinderen werden zelden gewassen, kwamen nauwelijks buiten en werden te dik ingepakt. Borstvoeding was een zeldzaamheid; de baby’s kregen ongesteriliseerde en met water aangelengde koemelk van vaak dubieuze kwaliteit. Om huilende kinderen in slaap te krijgen, gebruikte men onder meer brandewijn. Voor kruisverenigingen, wijkverpleegsters en anderen reden in actie te komen."

Hier en daar gaat de website 20 eeuwen Nederland erg kort door de bocht.
De zgn. ‘engeltjesmakerij’ wordt als een van de belangrijkste oorzaken aangewezen.
Niettemin treffen we heel vaak bestanden aan waarbij de ouders de naam van een overleden kind aan het opvolgende kind geven.
(Zie ook Riksen) Er was dus ook veel verdriet. Levenloos geboren kinderen werden geregistreerd. Over de “kindersterfte” heden ten dage zullen we hier maar niet spreken. De tochtige ruimten waarin de arme gezinnen samenleefden met wat vee en stookten met open vuur kwamen de gezondheid zeker niet ten goede. Niet de overheid, maar enkele burgers richtten in 1901 in Den Haag het eerste consultatiebureau voor zuigelingen op.
Hut op de Veluwe

De drielingen werden niet ouder dan 3 jaar.
4. Cornelia Brinkenberg werd in ±00-00-1898 te Arnhem geboren

Genlias
Overlijden van Cornelia Brinkenberg
Archieflocatie: Gelders Archief
Algemeen; Toegangnr: 0207
Inventarisnr: 412
Gemeente: Arnhem
Soort akte: overlijden
Aktenummer: 122
Aangiftedatum: 08-02-1901
Overledene: Cornelia Brinkenberg
Geslacht: V
Overlijdensdatum: 07-02-1901
Overlijdensplaats: Arnhem
Vader: Jan Brinkenberg
Moeder: Johanna Iding
Nadere informatie: geboortepl: Arnhem, oud 3 jaar

5. Antje Brinkenberg werd in ±00-00-1898 te Arnhem geboren

Genlias
Overlijden van Antje Brinkenberg
Archieflocatie: Gelders Archief
Algemeen: Toegangnr: 0207
Inventarisnr: 412
Gemeente: Arnhem
Soort akte: overlijden
Aktenummer: 121
Aangiftedatum: 08-02-1901
Overledene: Antje Brinkenberg
Geslacht: V
Overlijdensdatum: 07-02-1901
Overlijdensplaats: Arnhem
Vader: Jan Brinkenberg
Moeder: Johanna Iding
Nadere informatie: geboortepl: Arnhem, oud 3 jaar

6. Johanna Brinkenberg werd in ±00-00-1898 te Arnhem geboren

Genlias
Overlijden van Johanna Brinkenberg
Archieflocatie: Gelders Archief
Algemeen: Toegangnr: 0207
Inventarisnr: 412
Gemeente: Arnhem
Soort akte: overlijden
Aktenummer: 165
Aangiftedatum: 20-02-1901
Overledene: Johanna Brinkenberg
Geslacht: V
Overlijdensdatum: 19-02-1901
Overlijdensplaats: Arnhem
Vader: Jan Brinkenberg
Moeder: Johanna Iding
Nadere informatie: geboortepl: Arnhem, oud 3 jaar

Reageer op dit bericht Stuur door

De kinderen van Elisabeth Iding en Stephanus Riksen


De ouders van
Elisabeth zijn Derk (Dirk) Iding en Antonia Cornelissen
Hieronder
de kinderen van Elisabeth Iding en Stephanus Riksen

1. Jacob Riksen werd in ±00-00-1883 te Arnhem geboren

Genlias
Overlijden van Jacob Riksen
Archieflocatie Gelders Archief
Algemeen Toegangnr: 0207
Inventarisnr: 403
Gemeente: Arnhem
Soort akte: overlijden
Aktenummer: 455
Aangiftedatum: 02-06-1883
Overledene Jacob Riksen
Geslacht: M
Overlijdensdatum: 01-06-1883
Overlijdensplaats: Arnhem
Vader Stephanus Riksen
Moeder Elisabeth Iding
Nadere informatie geboortepl: Arnhem; ; oud 6 maand;
beroep overl.: zonder beroep;
beroep vader: bierbrouwersknecht;
beroep moeder: geen beroep vermeld

2. Hendrika Antonia Riksen werd in ±00-00-1886 te Arnhem geboren

Genlias
Bron: Burgerlijke stand - Overlijden Hendrika Antonia Riksen
Archieflocatie: Gelders Archief
Algemeen Toegangnr: 0207
Inventarisnr: 405
Gemeente: Arnhem
Soort akte: overlijden
Aktenummer: 795
Aangiftedatum: 02-10-1886
Overledene: Hendrika Antonia Riksen
Geslacht: V
Overlijdensdatum: 01-10-1886
Overlijdensplaats: Arnhem
Vader: Stephanus Riksen
Moeder: Elisabeth Iding
Nadere informatie: geboortepl: Arnhem, oud 13 dagen

3. Wilhelmus Antonius Riksen werd in ±00-00-1888 te Arnhem geboren

Genlias
Overlijden van Wilhelmus Antonius Riksen
Archieflocatie: Gelders Archief
Algemeen Toegangnr: 0207
Inventarisnr: 406
Gemeente: Arnhem
Soort akte: overlijden
Aktenummer: 581
Aangiftedatum: 16-07-1889
Overledene: Wilhelmus Antonius Riksen
Geslacht: M
Overlijdensdatum: 16-07-1889
Overlijdensplaats: Arnhem
Vader: Stephanus Riksen
Moeder: Elisabeth Iding
Nadere informatie: geboortepl: Arnhem, oud 1 jaar

4. Stephanus Riksen werd in ±00-00-1889 te Arnhem geboren

Genlias
Overlijden van Stephanus Riksen
Archieflocatie Gelders Archief
Algemeen Toegangnr: 0207
Inventarisnr: 406
Gemeente: Arnhem
Soort akte: overlijden
Aktenummer: 853
Aangiftedatum: 04-10-1889
Overledene Stephanus Riksen
Geslacht: M
Overlijdensdatum: 02-10-1889
Overlijdensplaats: Arnhem
Vader Stephanus Riksen
Moeder Elisabeth Iding
Nadere informatie geboortepl: Arnhem; ; oud 9 maand;
beroep vader: brouwersknecht;

Over kindersterfte zie Brinkenberg

5. Stephanus Riksen werd in 29-01-1890 te Arnhem geboren

Genlias
Bron Burgerlijke stand - Huwelijk
Archieflocatie Rijksarchief in Limburg
Algemeen Toegangnr: 12.038
Inventarisnr: 99
Gemeente: Heerlen
Soort akte: Huwelijksakte
Aktenummer: 0
Datum: 23-06-1921
Bruidegom Stephanus Riksen
Geboortedatum: 29-01-1890
Geboorteplaats: Arnhem
Bruid Helena Hubertina Brouns
Geboorteplaats: Beegden
Vader bruidegom Stephanus Riksen
Moeder bruidegom Elisabeth Iding
Vader bruid Willem Brouns
Moeder bruid Margaretha Seuren
Nadere informatie Brd wed van Jacobus Hubertus Simons

6. Wilhelmus Antonius Riksen werd in 05-09-1891 te Duisburg geboren

Genlias
Huwelijk van Wilhelmus Antonius Ricksen en Geertje Johanna Tameris
Archieflocatie: Rijksarchief in Limburg
Algemeen Toegangnr: 12.123
Inventarisnr: 22
Gemeente: Voerendaal
Soort akte: Huwelijksakte
Aktenummer: 0
Datum: 29-08-1918
Bruidegom: Wilhelmus Antonius Ricksen
Geboortedatum: 05-09-1891
Geboorteplaats: Duisburg
Bruid: Geertje Johanna Tameris
Geboorteplaats: Ysselmonde
Vader bruidegom: Stephanus Ricksen
Moeder bruidegom: Elisabeth Iding
Vader bruid: Matheus Tameris
Moeder bruid: Cornelia van der Vos
Nadere informatie: Bruidegom 27 jaar
Erkennen kind Matheus Tameris geb. Velsen 25 juli 1917.

Reageer op dit bericht Stuur door

De kinderen van Liefman Windmuller en Betta Beer


De kinderen van Liefman Windmuller en Betta Beer

1. Heintje Windmuller

2. Marlina Windmuller werd geboren op 27-11-1841 te Vorden en overleed op 20-12-1932 te Amsterdam

1e huwelijk
Genlias
Bron Burgerlijke stand - Huwelijk Marlina Windmuller en Isaak Noach
Archieflocatie Gelders Archief   
Algemeen Toegangnr: 0207
Inventarisnr: 4224
Gemeente: Hengelo
Soort akte: Huwelijksakte
Aktenummer: 3
Datum: 22-03-1869
Bruidegom Isaak Noach
Leeftijd: 36
Geboorteplaats: Goor
Bruid Marlina Windmuller
Leeftijd: 27
Geboorteplaats: Vorden
Vader bruidegom Michiel Simon Noach
Moeder bruidegom Betje Oppenheimer
Vader bruid Liefman Windmuller
Moeder bruid Bertha Beer
Nadere informatie beroep bg.: koopman;
beroep vader bd.: winkelier;

2e huwelijk

Genlias
Bron Burgerlijke stand - Huwelijk Marlina Windmuller en Hartog Lindeman
Archieflocatie Historisch Centrum Overijssel   
Algemeen Toegangnr: 123
Inventarisnr: 123.02721
Gemeente: Deventer
Soort akte: Huwelijksakte
Aktenummer: 34
Datum: 20-03-1884
Bruidegom Hartog Lindeman
Geboorteplaats: Rijssen
Bruid Marlina Windmuller
Geboorteplaats: Vorden
Vader bruidegom Izaak Joseph Lindeman
Moeder bruidegom Carolina Lievendag
Vader bruid Liefman Windmuller
Moeder bruid Bertha Beer
Nadere informatie bruidegom: 22 jaar.;
bruid: 42 jaar.; weduwe van Isaak Noach


3. Elisabeth Bertha Windmuller werd geboren op 24-05-1850 te Hengelo en overleed op 18-03-1876 te Deventer. Zij trouwde voor de kerk op 27-07-1869 met Amsel Noach

Zie voor meer info de Dutch Jewish Genealogical Data Base http://dutchjewry.huji.ac.il/
Reageer op dit bericht Stuur door

De kinderen van Ida Iding en Hendrikus Bernardus Bolwerk


De ouders van Ida Iding zijn Hendrikus Iding en Aleida van Uum.
Hieronder de kinderen van Ida Iding en Hendrikus Bernardus Bolwerk

1. Maria Aleida Bolwerk werd in ±00-00-1888 te Dinxperlo geboren

Genlias
Huwelijk van Johannes Hendricus Reirink en Maria Aleida Bolwerk
Archieflocatie: Gelders Archief
Algemeen Toegangnr: 0207
Inventarisnr: 8279
Gemeente: Eibergen
Soort akte: Huwelijksakte
Aktenummer: 29
Datum: 14-06-1911
Bruidegom : Johannes Hendricus Reirink
Geboorteplaats: Eibergen
Bruid: Maria Aleida Bolwerk
Geboorteplaats: Dinxperlo
Vader bruidegom: Johannes Theodorus Bernardus Reirink
Moeder bruidegom: Grada Lageschaar
Vader bruid: Hendrikus Bernardus Bolwerk
Moeder bruid: Ida Iding
Nadere informatie: bruidegom: 27 jaar ; bruid: 23 jaar

2. Ida Berendina Bolwerk werd in ±00-00-1893 te Dinxperlo geboren

Genlias
Huwelijk van Gerhardus Bernardus Wilhelm Reijrink en Ida Berendina Bolwerk
Archieflocatie : Gelders Archief
Algemeen Toegangnr: 0207
Inventarisnr: 9062
Gemeente: Eibergen
Soort akte: Huwelijksakte
Aktenummer: 5
Datum: 28-01-1913
Bruidegom: Gerhardus Bernardus Wilhelm Reijrink
Geboorteplaats: Eibergen
Bruid, Ida Berendina Bolwerk
Geboorteplaats: Dinxperlo
Vader bruidegom: Johann Wilhelm Reijrink
Moeder bruidegom: Johanna Martha Esseling
Vader bruid: Hendrikus Bernardus Bolwerk
Moeder bruid: Ida Iding
Nadere informatie: bruidegom: 26 jaar.; bruid: 20 jaar

3. Wilhelmina Maria Bolwerk werd in ±00-00-1893 te Dinxperlo geboren

Genlias
Overlijden van Wilhelmina Maria Bolwerk
Archieflocatie: Gelders Archief
Algemeen Toegangnr: 0207
Inventarisnr: 8071
Gemeente: Arnhem
Soort akte: overlijden
Aktenummer: 739
Aangiftedatum: 07-09-1907
Overledene: Wilhelmina Maria Bolwerk
Geslacht: V
Overlijdensdatum: 07-09-1907
Overlijdensplaats: Arnhem
Vader: Hendrikus Bernardus Bolwerk
Moeder: Ida Iding
Nadere informatie: geboortepl: Dinxperlo, oud 14j jaar
Reageer op dit bericht Stuur door

De kinderen van Gerrit Iding en Arnolda Peters.


De ouders van Gerrit zijn Hendricus Iding en Petronelle Jorissen
Hieronder kinderen van Gerrit en Arnolda

1. Agnes Iding is in ±00-00-1868 te Velp gemeente Rheden geboren.

Huwelijk onbekend

Genlias
Bron Burgerlijke stand - Overlijden Agnes Iding
Archieflocatie Gelders Archief   
Algemeen Toegangnr: 0207
Inventarisnr: 9722
Gemeente: Didam
Soort akte: overlijden
Aktenummer: 52
Aangiftedatum: 07-09-1934
Overledene Agnes Iding
Geslacht: V
Overlijdensdatum: 06-09-1934
Leeftijd: 66
Overlijdensplaats: Didam
Vader Gerrit Iding
Moeder Arnolda Peters
Nadere informatie geboortepl: Rheden

2. Hendrika Iding is in ±00-00-1871 te Velp gemeente Rheden geboren.

Genlias
Huwelijk van Johannes Wilhelmus Baumann en Hendrika Iding
Archieflocatie Gelders Archief   
Algemeen Toegangnr: 0207
Inventarisnr: 3226
Gemeente: Rheden
Soort akte: Huwelijksakte
Aktenummer: 88
Datum: 02-09-1897
Bruidegom Johannes Wilhelmus Baumann
Leeftijd: 23
Geboorteplaats: Arnhem
Bruid Hendrika Iding
Leeftijd: 26
Geboorteplaats: Velp (Rheden)
Vader bruidegom Johannes Wilhelmus Baumann
Moeder bruidegom Maria Schuurs
Vader bruid Gerrit Iding
Moeder bruid Arnolda Peters
Nadere informatie beroep bg.: groenboer;
beroep vader bg.: groenboer;
beroep vader bd.:
Melkboer
Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van FAMILIE IDING TEN BOSCH

↑ Terug naar de berichten