Naar de inhoud

FAMILIE IDING TEN BOSCH

Familie Iding ten Bosch - Varsseveld - Heurne - Huissen - Westervoort - Lichtenvoorde
akke.beakke.be

Berichten van 7 maart 2005 tot 8 maart 2005

De joden in de oorlogsjaren


 

De Oorlogsjaren.

 

Op 1 oktober 1941 verbleven nog vier joden te Lichtenvoorde, waarvan één met drie joodse voorouders. Vóór 1937 was het aantal groter: 7 askenazische en 2 sefardische joden woonden ter plaatse op een totaal van 3422 zielen.

 

In 1942 was te Lievelde één van de 42 werkkampen voor joden gevestigd met Nederlandse leiding en toezicht op het werk door employés van de Nederlandse Heidemaatschappij. Op 12 augustus 1942 arriveerden ca. 50 joden uit Dinxperlo, Lochem, Zutphen, Silvolde, Raalte, Deventer en Amsterdam in het Rijkswerkkamp Lievelde nabij de Schansdijk en de oude Lievelderweg. Houten barakken dienden als huisvesting. Voorts was er een toiletgebouw en een kleine waterinstallatie aanwezig. Het kamp was omgeven door prikkeldraad. De joden moesten de bovenlaag van een zandweg afgraven om een betere afwatering te krijgen. De joodse dwangarbeiders bleven kort in Lievelde; op 2 oktober 1942 werden zij naar het station in Lievelde gebracht. Een man probeerde tevergeefs te ontsnappen. Van de groep uit Lievelde zijn er ongetwijfeld velen in de vernietigingskampen in Polen omgekomen.

 

In het voorjaar van 1943 maakten de toenmalige burgemeester van Lichtenvoorde, Lamers, en enige politiemannen jacht op joden in de buurtschap De Wolboom. Zij hadden een tip van de Nederlandse nationaal-socialist Heuthorst gekregen. De 56-jarige Abraham Jessurun (geboren Amsterdammer) werd aangetroffen bij Hofijzer van de ‘Venneschuur’ en niet bij zijn oorspronkelijke onderduikadres bij Wikkerink van de ‘Mossel’. Hij werd gearresteerd maar zijn vrouw kon ontvluchten. De in de illegaliteit bekende ‘Zwarte Kees’ (marechaussee Ruizendaal) zorgde er later voor dat de verrader Heuthorst werd neergeschoten. Behalve Bram Jessurun werden nog acht andere joden opgepakt: het echtpaar Isaac en Henriette Aleng-Salomon uit Amsterdam, de Aaltense veekoopman Moritz Israel Cohen en zijn zoon Bernhard Cohen en de familie Menko (afkomstig uit Twente, wonende te Apeldoorn): Jacob, Rozetta en hun twee kinderen Truitje Louise en Siegfried Bernard.

 

Alle gearresteerde joden werden naar Westerbork overgebracht en vandaar naar de concentratiekampen. Helena, Maurits en Leonardus Menco, allen geboren in Lichtenvoorde, werden toen zij respectievelijk 51, 47, en 50 jaar oud waren uit Amsterdam, Eibergen en Winterswijk (hun laatste woonplaatsen) gedeporteerd.

 

Helena en Leonardus kwamen in 1943 in Sobibor om. Maurits stierf in 1944 ergens in Midden-Europa. De complete familie Menko werd op 23 juli 1943 in Sobibor vermoord. In Auschwitz stierven, zoals al is gemeld, Jacob en zijn zus Sara Lene ten Bosch, respectievelijk op 31 maart 1944 en december 1942.

 

(Bron: Het oude volk, Kroniek van joods leven in de Achterhoek, Liemers en het grensgebied. (auteur Hans Kooger) Staringinstituut.

Reageer op dit bericht Stuur door

Historie - de joden in Groenlo

Aanvankelijk kregen de kinderen les van een godsdienstonderwijzer, in de loop van de 19de eeuw werd een joodse school opgezet. De school was in de zestiger jaren op zijn grootst en werd toen in een nieuw gebouw gehuisvest. Door de slechte financiële situatie en interne conflicten nam de belangstelling voor de school na die tijd zienderogen af.

 

In de tweede helft van de 19de eeuw verbeterde de economische en maatschappelijke omstandigheden, waardoor Groenlo uitgroeide tot een betrekkelijk welvarende joodse gemeente. In het begin van de 20ste eeuw was het merendeel van de gemeenteleden werkzaam in boekverkoop en textiel- en veehandel. De joden van Groenlo waren tevens actief in het openbare leven en een aantal van hen was lid van algemene verenigingen.

 

Toch liep de joodse gemeenschap van Groenlo in die periode enigszins terug. Tijdens de Duitse bezetting wist ruim een kwart van de joodse inwoners onder te duiken, de anderen zijn gedeporteerd naar Polen en daar vermoord. De synagoge diende tijdens de bezetting als opslagplaats voor de bezittingen van de gedeporteerde joden. Na de oorlog is het gebouw verkocht en uiteindelijk als woonhuis in gebruik genomen. Het interieur van de synagoge, de Tora-rollen en de rituele voorwerpen zijn bewaard gebleven.

 

In 1950 werd de joodse gemeente van Groenlo officieel opgeheven en bij die van Borculo gevoegd. Na de opheffing van Borculo kwam Groenlo bij Winterswijk.

 

Ter nagedachtenis aan de verdwenen joodse gemeenschap is in 1986 een monument onthuld. De joodse begraafplaats van Groenlo staat op de monumentenlijst en wordt door de plaatselijke gemeente onderhouden.

 

De joodse gemeenschap van Lichtenvoorde, waarvan al in 1740 melding wordt gemaakt, was te klein om synagogediensten en onderwijs te organiseren. Men was voor deze voorzieningen afhankelijk van Groenlo. Wel was er een joodse begraafplaats aan de Kerkdijk in het gehucht Vragende, die aanvankelijk ook in gebruik was bij de joodse inwoners van Groenlo. De laatste joden van Lichtenvoorde zijn in de oorlog weggevoerd en omgebracht. Ook een tiental onderduikers van elders, die verraden werden, deelden hun lot. De plaatselijke gemeente onderhoudt de begraafplaats.

 

Het “Joodse bloed” in de familie heeft in de tweede wereldoorlog voor de Idings geen consequenties gehad, maar het was de Duitsers niet ontgaan. Johanna Geertruide en haar dochters  moesten een ster dragen.





 

Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van FAMILIE IDING TEN BOSCH

↑ Terug naar de berichten