Naar de inhoud

FAMILIE IDING TEN BOSCH

Familie Iding ten Bosch - Varsseveld - Heurne - Huissen - Westervoort - Lichtenvoorde
akke.beakke.be

Berichten van 14 juli 2008 tot 15 juli 2008

Familie historie en cultuur 11





 



In de wintertijd als de werkzaamheden zich overwegend beperken tot het voederen van vee maken boeren hun eigen touw of vlechten bijenkorven en manden van wilgenhout rond een frame van steviger hout. Dat gebeurt op de duistere deel of bij het vuur in de keuken.

 

Men gebruikt ook stro om vochtabsorberende korven te vlechten voor het bewaren van graan.

 

Korven voor de bijen die graag huizen in een “warme korf” werden gemaakt van stro, dat na het dorsen overbleef. Er werd gevlochten met lang stro en speciaal behandelde bramenstengels.

 

 

 


Het iemenschoer

 

Als de honing uit de korven wordt gehaald, worden de bijen gedood door zwavel onder de korf te verbranden.

 

Later komen de houten kasten in gebruik waar men de raten uit kan lichten. Honing dient als zoetstof, suiker is te duur.

 

De bijenwas wordt gebruikt voor het maken van kaarsen en meubelwas. Bijenhouden is voor boeren meestal een bijverdienste.

 

Alles over bijen: http://nl.wikipedia.org/wiki/Honingbij

 


Het Hulshof

 

Liefst 12 spinnewielen, vlashekels, bleekpotten, tonnen en houtas uit de nalatenschap van Jan Berend Hulshof, getuigen van deze huisvlijt. Elke boer had wel een “goardenstukske” waarop hij vlas verbouwde, dat hij nodig dacht te hebben voor eigen gebruik. Voordat het vlas geschikt was om gesponnen te worden, moest het heel wat bewerkingen ondergaan

 

 


 

Vlas in bloei

 

 

Vlaswiedsters 1900

 

 

Vlaskapelletjes


 


Als het vlas oogstrijp is, wordt het met wortel en al uit de grond getrokken en te drogen gezet.

 

 

 


Bij het dorsen van deze zaaddozen (knotten) komt het lijnzaad te voorschijn. Dit lijnzaad wordt door de olieslager uitgeperst. Van het afval worden veekoeken gemaakt.

 

 

Ros-oliemolen


 


Een rosmolen is een molen waarbij de aandrijvingkracht wordt geleverd door een paard (ros) of een ezel. In het verleden waren er boerderijen die zelf een rosmolen hadden maar meestal stond er in een dorp een grotere rosmolen, vaak aangedreven door twee paarden.

 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Rosmolen


 

 

1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Familie historie en cultuur 12








Vlasoven

 

De vlasstengels worden goed nagedroogd in de vlasoven of rond gestookte vuurtjes en daarna op een houten bok kapot gebroken (gebraakt) en vervolgens weer over de hekel gehaald waardoor de draden te voorschijn komen. De langste vezels vormen het beste linnen, de tweede keus is het zgn. "spiet".

 

 



 

Vlasbraken

 

Verbod om vlas in de oven te braken in Diessen (1739)

 

Is voorgedragen dat verscheyde persoonen alhier haar niet ontsien omme haar vlas in de bakovens te steken en soo te braken en ook des savons in haar huysen by het ligt swongen waar uyt men seer diwils droevige ongelukken van brant siet veroorsaaken, is derhalven goetgevonden en verstaan op drie agtereenvolgende sondaagen alhier aan s heeren gebooden te laaten publiceeren en aan alle en een yder interdiceeren dat geen vlas uyt de ovens sullen hebben te braken, nog savonds by het ligt in haare huyzen sullen mogen swongen op poene van ses gulden by alle en een yder daarover te verbeuren een derden te behoeven van de heeren officieren, een derde ten behoeve van den armen en het resteerende derde part ten behoeve van die geene die de calange doen sal waar toe vorsters, schutters en alle andre wie het ook soude mogen wesen by dezen worden geauthoriseert

 

Bron: SA Tilburg AA Diessen voor 1811 1f 23v 31-10-1739

 

Stadsbrand

 

Doetinchem werd aan het eind van de Middeleeuwen regelmatig getroffen door branden (bijv. in 1414)

 

De grootste brand, veroorzaakt door een bakker die vlas in zijn oven wilde drogen, is nagenoeg de gehele binnenstad, inclusief het stadsarchief, de Catharinakerk en het raadhuis, in vlammen opgegaan.

 

Bij deze brand gingen daarnaast de stedelijke privilegebrieven, en zilveren schenkkannen verloren.



Hekel




De bosjes vlas worden door de hekel gehaald, een plank met lange spijkers waarmee de zaadbollen van het gewas worden verwijderd.
 

 

 

 

Spinnen

 

 

 

Spelt op het veld en speltbrood

 

Spelt

  

Spelt stelt geen speciale eisen aan de bodem en is extreem beschermd tegen milieu-invloeden. Spelt werd gedurende lange tijd door de productievere tarwe als hoofdgraangewas verdrongen.

 

Ook de verwerking van spelt is tijdrovender en duurder als die van de concurrerende granen, omdat de speltgranen zeer vast aan hun omhulsels hangen. Doch juist in dit feit ligt het grote pluspunt van spelt, namelijk de betere verteerbaarheid.

 

Spelt is bescheiden, robuust, winterhard en amper ziektegevoelig.

Door permanente vruchtwisseling op de velden wordt het risico op ziekten in het graan van begin af aan geminimaliseerd.

 

Spelt is een extreem sobere plant, die uitstekend op arme, stenige bodems gedijt en ook een ruw klimaat trotseert. Zijn oogst laat zich door bemesting amper vergroten. Derhalve is spelt ook minder belast met milieugiften als andere graansoorten.

 

Spelt kan aanzien worden als het zuiverste graan, omdat het op basis van zijn uitstekende schimmel-en ongedierteresistentie zo goed als zonder insecticide, herbicide en pesticide verbouwd kan worden.

 

Vanuit het huidige ecologische standpunt is spelt ideaal. Al naargelang de verwerking wordt spelt melkrijp of onrijp, alsook volledig rijp gedorst.

Omdat de speltkorrels ook na het dorsen vast omsloten blijven, moeten ze voor ze worden gemalen in de molen nog een tweede dorsing ondergaan. De korrels worden mechanisch van het kaf ontdaan, pas dan kan het graan in de molen gemalen worden.

 

 

 

 

Hennepvezel

 

Vezelhennep

 

Hennep is een zeer oud gewas waarvan de oorsprong ligt in India en China vele duizenden jaren geleden. De vezelplant werd gebruikt voor kleding, koorden en touwen.

 

De opkomst van de zeevaart in de 17e eeuw heeft het belang van vezelhennep (vooral voor touw en zeildoek) vergroot.

 

De opkomst van alternatieven (katoen, jute, houtpulp) verminderde de belangstelling voor de hennepteelt in het begin van de 20e eeuw.

 

Hennep is een eenjarige plant, die bestaat uit een lange stengel met weinig vertakkingen en handvormige bladeren. Hennep kan bijna overal worden verbouwd, dit in tegenstelling tot de meeste andere gewassen.

 

Hennep heeft een groeicyclus van 120 dagen en is daarom een heel aantrekkelijk gewas voor boeren om  te telen.

 

De hennepvarianten die om hun vezel of zaadkwaliteiten geteeld worden, bevatten een verwaarloosbaar niveau aan hallucinerende stoffen.

 

Strooisel. In zijn ruwe vorm wordt hennepvezel gebruikt als bodembedekking voor dierenhokken. Hoewel de vezel licht is en behoorlijk wat water en geurtjes kan absorberen, is hij ook slijtvast waardoor er in de hokken geen papperige brij ontstaat. Daarnaast is de vezel onschadelijk wanneer hij wordt opgegeten.

 

Vezel. De vezel wordt gebruikt voor het afdichten van de verbindingen van (water)leidingen door om de schroefdraad vezels te wikkelen. Bij het nat worden zetten de vezels uit en zorgen zo voor een goede afdichting. Door de komst van de knelkoppelingen wordt dit nog weinig toegepast.

 

Touw. Henneptouw is erg sterk en wordt zowel in de landbouw als scheepsbouw gebruikt. Het touw wordt als dichting gebruikt tussen de houten delen van schepen, het breeuwen. De productie van het touw is weinig milieubelastend en niet duur.

 

Papier. Hennepvezel wordt gebruikt voor de productie van enkele papiersoorten. Onder andere vloeitjes (in Vlaanderen: sigarettenblaadjes) worden eruit vervaardigd.

 

Textiel. Tot de Tweede Wereldoorlog was hennep een belangrijke vezel voor het vervaardigen van kledij naast of in de plaats van linnen en katoen. Ze werd al in 600 voor Christus in China aangewend en bereikte Europa in de Middeleeuwen. In een groot deel van de wereld wordt tegenwoordig weer kleding, zoals broeken, jassen, sokken en truien, verkocht, gemaakt van hennepvezels.

 

Canvas. Hennep was eeuwenlang het standaard canvas voor zeilen uit de scheepvaart en tenten.

 

 

 

Blekerij

 

Het geweven linnen wordt gebleekt  bij de bleekkolk, als men tenmiste over helder water beschikt want dat is een eerste vereiste.

 

Het word in kuipen overgoten met heet water, nadat het bestrooid is met houtas dat een blekende werking heeft. Hierdoor worden de kuipen gloeiend heet.

 

De volgende morgen word het linnen op de bleek vastgepend zodat het niet kan wegwaaien en vervolgens met water nat gehouden.

 

De zon doet de rest. Tegen de middag wordt het linnen weer in de kuip gestopt en de behandeling herhaald tot het linnen wit genoeg is om te worden verkocht of gebruikt.

 

1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van FAMILIE IDING TEN BOSCH

↑ Terug naar de berichten