Naar de inhoud

FAMILIE IDING TEN BOSCH

Familie Iding ten Bosch - Varsseveld - Heurne - Huissen - Westervoort - Lichtenvoorde
akke.beakke.be

Berichten van 18 juli 2008 tot 19 juli 2008

Familie historie en cultuur 7

 

1823 April 23 Arnhem. Fam. Iding Jorissen

De grootvader van Opa Idings vaders kant, de 29 jarige molenaarsknecht Hendricus (Hendrik) Iding uit Wehl, trouwt met de in Huissen geboren 24 jarige dienstmeid Petronella Jorissen. De ouders van de  bruidegom zijn de arbeider Joannes Iding en Joanna Weetings. De ouders van de bruid zijn de dagloner Joannes Jorissen en Elizabeth Derkzen.

Kinderen: Jan geb.1825, Coba geb. 1831, Hendrik geb. 1833, Derk (Dirk) geb. 1835, Gerrit geb. 1837.

 

Genlias

Huwelijk van  Hendrikus Iding met Aleida van Uum

Archieflocatie Gelders Archief

Algemeen Toegangnr: 0207

Inventarisnr: 2514

Gemeente: Westervoort

Soort akte: Huwelijksakte

Aktenummer: 3

Datum: 13-02-1858

Bruidegom Hendrikus Iding

Leeftijd: 24

Geboorteplaats: Rheden

Bruid Aleida van Uum

Leeftijd: 27

Geboorteplaats: Gendringen

Vader bruidegom Hendrik Iding

Moeder bruidegom Petronella Jorissen

Vader bruid Steven van Uum

Moeder bruid Ida Huisman

Nadere informatie beroep bg.: korenmolenaar

beroep vader bg.: daglooner

beroep vader bd.: landbouwer

 

*1825 Velp.

 

Te Rheden gemeente Velp. wordt Jan Idink (Iding) geboren uit het huwelijk van Hendrik Idink (Iding) en Petronella Jeursen (Jorissen)

 

1829 Juli 9 Gendringen. Fam. Van Uum Huisman

De grootvader van Opa Idings moeders kant, de 35 jarige landbouwer Stephan van Uum (Uem) geboren te Emmerik (Duitsland) treedt in het huwelijk met de in Gendringen geboren 20 jarige winkeliersdochter Yda Huisman. De ouders van de bruidegom zijn Adam van Uem en Joanna Janssen De ouders van de bruid zijn de winkelier Joannes Huisman en Alijdis Franssen

 

Genlias

Huwelijk van Stephan van Uem met Yda Huisman

Archieflocatie Gelders Archief

Algemeen Toegangnr: 0207

Inventarisnr: 4751

Gemeente: Gendringen

Soort akte: Huwelijksakte

Aktenummer: 15

Datum: 09-07-1829

Bruidegom Stephan van Uem

Leeftijd: 35

Geboorteplaats: Emmerik (Duitsland)

Bruid Yda Huisman

Leeftijd: 20

Geboorteplaats: Gendringen

Vader bruidegom Adam van Uem

Moeder bruidegom Joanna Janssen

Vader bruid Joannes Huisman

Moeder bruid Alijdis Franssen

Nadere informatie beroep bg.: landbouwer

beroep bruid: zonder beroep;

beroep vader bg.: geen beroep vermeld

beroep vader bd.: winkelier

beroep moeder bd.: winkelierster

 

1830

 

België scheidt zich af van de Nederlanden.

 

1830 Mei 19. Gendringen.

 

Stephan van Uem is nog geen jaar getrouwd met Yda Huisman als een enorme brand  Gendringen teistert.

 

Ook Stephans broer Arnoldus en zijn vrouw Aleida Stevens wonen in Gendringen en niet te vergeten Yda’s zuster Raijnildis Huisman die gehuwd is met Johannes Wevers.

 

De kerspelkerk, 32 huizen en 10 schuren gaan in vlammen op. Bijna 250 van de 4000 inwoners worden dakloos. Vele families lijden schade, worden hulpbehoevend en moeten worden ondersteund. Oude rechterlijke archieven gaan grotendeels verloren.

 

Van de volgende getroffen joodse gezinnen zijn gegevens bekend: Salomon Abraham Franken, winkelier en korenverkoper. Zijn meubilair, huisraad, tarwe en rogge t.w.v. f 1151,00 gaan verloren.

 

Levi Samson Franken, manifacturier. Zijn manifacturen, kleding en lijfgoed t.w.v. f 1394,00 gaan verloren.

 

Meggel Samson Franken, manifacturier. Zijn  kleding en lijfgoed t.w.v. 160,00 gaan verloren.

 

Joseph Levij Stern, koopman. Zijn woonhuis zilver en goud, graan, hooi, stro, inlandse tabak en kleding t.w.v. 5998,75 gaan verloren.

 

Levij Joseph Stern, koopman. Zijn contanten, meubels, kleding wen tarwe t.w.v. 208,85 gaan verloren.

 

Marcus Spanjer, lompenkoopman. Zijn meubels, kleding en huisraad t.w.v. 251,00 gaan verloren.

 

Al op de middag van de brand worden uit Megchelen en Anholt levensmiddelen en kleding aangevoerd. Op de rampdag wordt een commissie van onderstand (ondersteuning) benoemd en worden in de directe omgeving maar ook in Amsterdam en Rotterdam inzamelingen gehouden.

 

In de jaren na de brand richten de dorpelingen massaal verzoeken om bijstand aan het gemeentebestuur, maar zij krijgen nul op het rekest. Wel mogen huis-aan-huis collectes worden gehouden. De opbrengst gaat naar enige getroffen gezinnen.

 

Maar het leven gaat door en de getroffen dorpelingen proberen zich zo goed mogelijk door de moeilijke periode heen te slaan. In 1832 besluit de gemeenteraad om aan 54 Gendringenaren vrijstelling van belasting te geven. Een wederopbouwplan treedt in werking en tevens de bepaling dat geen stro als dakbedekking meer mag worden gebruikt.

 

As ik in mien beddeke tree,

Stap ik in Maria’s stee.

Maria is mien moderke,

Johannes is mien broderke,

De heilige Josef doar kan’k op an,

Jongens doar hölt e van.

Waor ik ook gao of waor ik ook stao,

Mien engelbewaarder geet mie nao.

‘t Kindeke Jezus hölt de wachte,

Daorumme slaope ik zeute en zachte.

En noe vraog ik oe allene nog,

Too, bewaar mien olders toch.

 

1831 April 28. Gendringen Familie van Uum Huisman

De moeder van Stephanus Henricus Iding (probant), Aleida van Uum wordt in Gendringen geboren uit het huwelijk van landbouwer Stephan van Uum en Yda (Ida) Huisman. Op diezelfde datum is ook geboren Johanna van Uum, een tweelingzusje van Aleida.

 

1832 Juni 22 Lichtenvoorde. Familie Hulshof Krabbenborg

De in Lichtenvoorde geboren 33 jarige landbouwer Joannis Bernardus (Jan Berend) Hulshof treedt in het huwelijk met de eveneens in Lichtenvoorde geboren 26 jarige boerendochter Hendrica Rosa Krabbenborg. (grootouders van Jahnna Geertruide en Johannes Bernardus Franciscus ten Bosch probanten)

De ouders van de bruidegom zijn de landman Harmanus Hulshof en de landvrouw Aleida Kolkman.

De ouders van de bruid zijn de landbouwer Joannes Krabbenborg en Joanna Roller.

 

Genlias

1e Huwelijk van Jan Berend Hulshof met Hendrica Rosa Krabbenborg

Archieflocatie Gelders Archief

Algemeen Toegangnr: 0207

Inventarisnr: 3834

Gemeente: Lichtenvoorde

Soort akte: Huwelijksakte

Aktenummer: 12

Datum: 22-06-1832

Bruidegom Joannis Bernardus Hulshof

Leeftijd: 33

Geboorteplaats: (Lichtenvoorde)

Bruid Hendrica Rosa Krabbenborg

Leeftijd: 26

Geboorteplaats: (Lichtenvoorde)

Vader bruidegom Harmanus Hulshof

Moeder bruidegom Aleida Kolkman

Vader bruid Joannes Krabbenborg

Moeder bruid Joanna Roller

Nadere informatie beroep bg.: landbouwer

beroep vader bg.: landman

beroep moeder bg.: landvrouw

beroep vader bd.: landbouwer

 

Kadaster 1828

 

De hoeven Manschot, Wigchers (Wieggers) en het Hulshof zijn gelegen in Het Harveld binnen de gemeente Lichtenvoorde.

 

Ten zuiden grenst het Harveld aan de gemeenten Varsseveld en Aalten en ten Westen aan de gemeente Zelhem.

 

Ten noorden wordt het begrenst door het Zieuwend en in het noord oosten grenst het aan het dorp Lichtenvoorde, waartoe eveneens Vragender Bewesten, Vragender Beoosten, Lievelde Beoosten, en Lievelde Bewesten behoren

 



 

1832 Juli 9.

Nadat boer Jan Manschot op 19 maart is overleden en echtgenote Aleida Krabbenborg alleen achterblijft zonder kinderen wordt in huis nr 1 in het Zieuwent te Lichtenvoorde akte opgemaakt. In de akte vallen bekende namen, vandaar deze overigens zeer kleine greep uit de indrukwekkende nalatenschap van boer Manschot.

 

- gaardengrond 10 roeden, de Stroete (boerderij) tussen Hulshof en Derk Manschot, Zieuwent 55,00

- weiland 2 bunder en 20 roeden, de Hoenderboomsmate, tussen Hulshof en Krabbenborg op Tiller, erve Manschot, Zieuwent 550,00

- hofland 15 roeden, de Grote Pol, tussen Wieggers, erve Manschot, Zieuwent 75,00

- gaardengrond 18 roeden, de Knippersbos, tussen Hulshof en het Bos, erve Manschot, Zieuwent 74,00

- woeste grond 36 roeden, de Bos, tussen Hulshof en de Bos, erve Manschot, Zieuwent 45,00

- weiland 1 bunder en 11 roeden, de Koebosch, tussen Hulshof en het

Busken, erve Manschot, Zieuwent 222,00

- uitweg 2 roeden, de Dijk, bij de Reuvengaarden tussen Hulshof en de

Reuvengaarden, erve Manschot, Zieuwent 3,00

- woeste grond 12 roeden, de Nieuwenkamp, tussen Hulshof en de heide, erve Manschot, Zieuwent 25,00

- weiland 13 roeden, deReuvengaarden, tussen het Busken en Wieggers, erve Manschot, Zieuwent 32,00

- weiland 4 roeden, de Heidenweerdsgaarden, tussen Hulshofsweide en de gaarden, erve Manschot, Zieuwent 10,00

- weiland 2 bunder en 82 roeden, de Maat, in de Heidenweerd, tussen de Heidenweerd en de Hulshofsmaat, erve Manschot, Zieuwent 705,00
- bouwland 68 roeden, de Grote Kamp, tussen Hulshof en Wieggers, erve Manschot, Zieuwent 342,00

- ouwland 1 bunder en 52 roeden, de Reuvenkap, tussen Hulshof en de heide, erve Manschot, Zieuwent 836,00

- bouwland 41 roeden, de Reuvengaarden, tussen Wieggers en de

Reuvenkamp, erve Manschot, Zieuwent 225,00

- bouwland 94 roeden, de Nieuwe kamp, tussen Hulshof en Wieggers, erve Manschot, Zieuwent 470,00

- gaardengrond 12 roeden, Heidenweerdsgaarden, tussen de Grote

Heidenweerde en de weide van Hulshof, erve Manschot, Zieuwent 68,00

- hofland 9 roeden, de Reuvengaarden, tussen het Akkertje en het huis van Wieggers, erve Manschot, Zieuwent 50,00
- vordering van Derk Jan Krabbenborg, boer, op Klein Tiller, Zieuwent 40,00

 

1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Familie historie en cultuur 8

 

Overlijden.

 

Onder burenplichten (naoberschap) werd verstaan dat de praktische zaken rondom de dood tot in de twintigste eeuw aan toe werden geregeld door de naaste buren. Deze burenplichten waren vastgelegd in gemeentelijke verordeningen. De buren waren verantwoordelijk voor het wassen en kleden van het lijk en ook voor het bekendmaken van het sterfgeval.

 

Is er iemand gestorven dan wordt de dodenboer gewaarschuwd. Hij gaat de buurt op de hoogte brengen en naar het gemeentehuis. Vaak echter wordt de dood door één of twee van de naaste buren aangezegd in de buurt en zijn de buren ook verantwoordelijk voor het vervoer naar kerk en kerkhof of begraafplaats en voor het bereiden van het begrafenismaal. Thuis wordt de overledene door buren gewassen en het het doodshemd aangetrokken, dat al sinds jaar en dag gereed ligt in de linnenkast, waarna er een borreltje en koffie wordt gedronken.

 

De kist wordt besteld bij de timmerman. De grote boeren hebben meestal het hout voor de kist al klaarliggen. De overledene wordt opgebaard op de deel waar de gasten zich verzamelen. Volgens het volksgeloof moet de kist   met het voeteneinde naar de achterdeur en met het hoofdeind onder de balk van het slob staan, zodat de ziel vrijuit door het balkengat kan verdwijnen.

 

De kist wordt uitgedragen door buurtgenoten en op de kar gezet. Na de begrafenis en de kerkdienst is er koffie en een borreltje in het cafe. Er zal nog lang gerouwd worden. De rouw na sterfgevallen was vroeger voor de familie precies vastgesteld: de kinderen, echtgenoten en ouders rouwden een jaar en zes weken, broers en zussen een half jaar, ooms en tantes drie maanden en neven en nichten zes weken.

 

‘Op de dood zitten’ was een begrafenisgebruik dat bestond tot in de negentiende eeuw. Het vond plaats wanneer de dode op een kar werd overgebracht naar de begraafplaats. De rouwende vrouwen namen dan plaats op bankjes die op de lijkkist waren geplaatst; ze zaten dus ‘op de dood’. De mannen volgden te voet. Zij liepen achter de dood aan.

 

In de negentiende en begin twintigste eeuw was het heel populair om een haarwerkje te maken ter herinnering aan een overledene. In de deftige damestijdschriften verschenen praktische handleidingen over hoe je haar van de overledene in een herinneringsschilderijtje kon verwerken. De schilderijtjes kregen vervolgens een prominente plek in de huiskamer. In de beginperiode waren vooral kerkhofvoorstellingen in de mode. Rond 1900 zou het haarwerkje verdrongen worden door een foto van de overledene in de huiskamer op te hangen. Aanvankelijk kwam het voor dat ook op deze portretfoto’s haar van de overledene werd geplakt.

 

In “De geschiedenis van de laatste eer in Nederland” wordt vermeld dat de maire van Winterswijk in 1811 in een rapport aan de sous-prefect van het arrondissement Zutphen klaagt “over het schandelijk gebruik hier onheugelijk vigeerende bij de begraffenissen der gestorvenen”

 

Op het groevemaal werden 20 tot 30 tonnen bier gedronken. Maar het kon ook anders  in het “Oud Achterhoeksch Boerenleven”, waar de mensen onder kalme gesprekken wittebrood en koffie gebruikten.

 

De meeste mensen gingen te voet naar de kerk. In en om de dorpen lag een wirwar aan kerkenpaden om binnendoor te gaan.

 



 

Begrafenis

 



 

De Deel

 

1833 Februari 28. Huize Iding Jorissen Rheden gemeente Velp

In Velp gemeente Rheden wordt aangifte gedaan van de geboorte van zoon Hendrikus door de boerenknecht en daghuurder Hendrik Iding en zijn vrouw Petronella Jorissen aan de burgerlijke stand te Rheden. Zoon Hendrikus groeit op in een katholiek milieu. Later zal Hendrikus in het huwelijk treden met Aleida van Uum en vader worden van Opa Iding.

 

No. 22. Op heden den agtentwintigste february des jaars achttien honderd drie en dertig, des voor de middags ten elf ure, is voor Ons M Diderich? Gerhard Adriaan van Hasfelt Burgemeester der Gemeente Rheden Provincie Gelderland, Ambtenaar van den Burgerlijken Staat verschenen Hendrik Iding oud Agtendertig jaren van beroep dagloner wonende te Velp...(huisnr. niet ingevuld) binnen deze gemeente, welke ons een kind heeft voorgesteld van het mannelijk geslacht, van het welk Petronella Jorissen oud vierendertig jaren huisvrouw van hem Comparant op woensdag den zevenentwintigsten february dezes jaars des middags ten half een ure ten zijne huize te Velp binnen deze Gemeente is bevallen, en aan  het welk hij Comparant verklaard heeft de voornaam van Hendrikus te willen geven. Deze verklaring en voorstelling is geschied in tegenwoordigheid van Antonie Abbenhuis oud drieenveertig jaren daghuurder en Hendrik Abbenhuis metselaar oud zevenendertig jaren beide wonende te Velp binnen deze gemeente opzettelijk daartoe medegebrachte getuigen: en daarvan is opgemaakt deze Acte die na voorlezing Door Ons is getekent hebbende de comparant en de getuigen verklaard niet te kunnen schrijven. Van Hasfelt.

 

1835* Velp Fam. Iding Jorissen

 

Derk (Dirk) Iding, later oom van Opa Iding, wordt geboren te Velp (Rheden) uit het huwelijk van Hendrik Iding en Petronella Jorissen.

 



 



 

Rheden Velp

 

De gemeente Rheden is ontstaan doordat in het jaar 1573 de schoutambten Velp en Rheden werden samengevoegd tot het schoutambt Rheden.

 

Het gebied dat viel onder dit schoutambt komt overeen met het huidige gebied van de gemeente Rheden. De naam ‘Rheden’ komt van het woord ‘Rheton’ en dat betekent ‘plaats waar riet groeit’.

 

De naam werd ontleend aan die van het schoutambt Rheden dat toen meer inwoners had dan Velp. Er werd in die tijd, de 80-jarige oorlog was net begonnen, veel geplunderd en brand gesticht.

 

De aktiviteiten van een schoutambt bestonden voornamelijk uit rechtspraak. In tijd van oorlog, als de plaatselijke bevolking zich bedreigd voelde, zocht ze vaak bescherming binnen de muren van de kastelen.

 

Als verdedigingsfort aan de IJssel gebouwde kastelen zijn: Biljoen in Velp. Dit is in de 16e eeuw gebouwd en eens logeerde hier zelfs de beroemde Franse ‘Zonnekoning’ Lodewijk de veertiende.Kasteel Middachten in de Steeg.

 


 


 



 



Hut op de Veluwe

 

De Veluwezoom heeft altijd veel landgoederen gehad. Dat is de reden waardoor veel van het oorspronkelijke landschap bewaard is gebleven. Ook in financieel opzicht had de aanwezigheid van een landheer een gunstige invloed. Hij bekleedde allerlei functies op kerkelijk, sociaal en cultureel gebied.

 

Het landgoed en kasteel verschaften de plaatselijke bevolking werk en ze konden er een veilig heenkomen vinden in tijden van oorlog. Diverse landgoederen zijn niet in hun oorspronkelijke staat behouden gebleven.

 

In de 19e eeuw vestigden zich in de gemeente vele gepensioneerden en renteniers.

 

Vooral in de dorpen Velp en De Steeg. De verkaveling van buitenplaatsen in de buurt van Velp en de aanleg van wegen naar de natuurgebieden, de overname van deze gebieden door ‘Natuurmonumenten’ en de aanwezigheid van een stad als Arnhem in de omgeving waren stimulansen voor mensen om zich in de gemeente Rheden te vestigen.

 

Het inwonertal steeg van nog geen 5.000 in het jaar 1824 tot 23.000 in 1928. Een bloeiend pension- en hotelwezen ontstond en winkeliers en ambachtslieden profiteerden van het stijgend aantal inwoners.

 

Laag Soeren was in de vorige eeuw een bekende badplaats en kuuroord. Het geneeskrachtige water kwam uit de vele beken die de Laag Soerense bossen rijk zijn. Het huis ‘Soeria’ dat nu een trainingscentrum van de Transcedente Meditatie is, stamt uit die tijd en was toen een badhuis, genaamd ‘Bethesda’. In de tweede helft van de 18e eeuw was er papierindustrie in Velp en Laag Soeren.

 

De hiervoor gebruikte waterradmolens (zeven in Velp) verdwenen op één na met het uitvinden van de stoomkracht. In Velp is nu nog de gerestaureerde Van Lennepsmolen te zien (nu een horecabedrijf).

 

Rheden is altijd het steenbakkersdorp geweest. De mensen werkten in de steenfabrieken aan de IJssel. In de winter wanneer er niet gebakken werd, leed men vaak armoede. In deze situatie kwam verbetering door de vestiging van industrieën.

 

In Dieren werd in het begin van deze eeuw de Gazelle-rijwielfabriek gebouwd. Andere industrieën in die tijd waren: sigarenfabrieken, een jeneverstokerij, een leerlooierij, een zadelfabriek, een houthandel en een emailleerfabriek

1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van FAMILIE IDING TEN BOSCH

↑ Terug naar de berichten