Naar de inhoud

FAMILIE IDING TEN BOSCH

Familie Iding ten Bosch - Varsseveld - Heurne - Huissen - Westervoort - Lichtenvoorde
akke.beakke.be

Berichten van 21 juli 2008 tot 22 juli 2008

Familie historie en cultuur 4

 

De naweeën van de oorlog waren rampzalig. De Wehlse bevolking leed door de oorlogen groot gebrek. Daar bovenop kwamen ook nog slechte oogsten en barre winters; het volkt had zwaar te lijden. Meer dan een halve eeuw later zat de Wehlse gemeenschap nog zo diep in de schulden, dat men genoodzaakt was de gehele Wehlse heide te verkopen.

Ook in 1795 en 1796 werd men gedwongen tot leveranties en diensten ten behoeve van zowel Pruisische als Franse troepen. Hendricus die in 1794 werd geboren heeft hiervan geen weet gehad, maar zijn ouders Joannes Iding en Joanna Weetings hebben wellicht nog te lijden gehad van de nasleep van de zevenjarige oorlog.

Hendricus verliet Wehl en trouwde in Arnhem met zijn Petronella die uit het al even armetierige Huissen kwam en vestigde zich in Rheden. Hoewel Stephan, de vader van Aleida van Uum - moeder van opa Iding - uit Emmerik kwam is diens vader, Adam van Uem, wellicht ook afkomstig uit Wehl. In het R.K.K.doopboek van Wehl 1715-1761 komen enkele tientallen van Uums voor

W.J. van Uhm Hotel Pension De Zwaan

Niet ontkend kan worden dat de oude Wehlenaren een dorstig volkje moeten zijn geweest.

In 1789 bijvoorbeeld telde men álleen al in de kom van het dorp níet minder dan zes herbergen of tapperijen zoals ze destijds ook wel genoemd werden.

Ze stonden bekend onder de namen DE DRIE ZWANEN, DE PLOEG, DE PELIKAAN, HET HERT, DE ROSKAM en DE ZWAAN.

Vier van de tappers oefenden ook een nevenberoep uit: één was schoenmaker, één brouwer en twee waren winkelier. In 1810 bestonden er 9 of 10 tapperijen.

Twee van de toen bestaande herbergen hadden in 1827 de beschikking over een BEUGELBAAN, waar een balspel kon worden gespeeld, waarbij de bal door een beugel moest gaan.

Medegedeeld werd echter: ‘de beugelbanen zijn zeer gering in een hoek achter op de deel daargesteld en moeten meer als eene uitspanning voor kinderen dan wel als een winstaanbrengend spel voor volwassenen worden beschouwd'.


 

In deze straat waren Cafe de Zon en cafe de Zwaan van Uhm gelegen.

 


 

De Geschiedenis van Wehl

 

De naam Wehl kwam pas voor het eerst voor in een akte uit 1200. Tot aan de Franse Tijd was Wehl Duits gebied; sinds 1816 is het Nederlands.

 

1200-1647. In de late middeleeuwen kan men nog niet van de Duitse of Nederlandse nationaliteit spreken. Het zijn de graven (later hertogen) van Kleef en Gelder, en zijdelings ook de graaf van Bergh, die hier hun bezittingen en belangen hadden.

 

Door oorlogen, vererving en verpanding traden verschuivingen in de machtsverhoudingen op. Zo behoorde in 1405 de helft van de nederzetting Wehl (kern) aan Kleef en de andere helft (buitengebied) aan Gelder.


In de loop van de vijftiende eeuw kreeg Kleef echter vastere voet in het gebied. Wehl had toen een eigen gericht.

 

Het gericht had overigens óók andere taken dan rechtspreken, zoals het vastleggen van boedelscheidingen en kooptransacties van onroerende goederen. Het jaar 1487 bracht verandering: Zevenaar kreeg stadsrechten.

Dat had de opheffing van het Wehlse gericht ten gevolge, of liever gezegd de verplaatsing naar Zevenaar, waar van toen af de bestuurszaken geregeld werden voor de stad Zevenaar en het ambt Liemers (dat waren de plaatsen Oud-Zevenaar, Groessen, Loo, Duiven en Wehl). Dit duurde zo’n 160 jaar


 

1647-1765.

 

Tegen het einde van de Tachtigjarige oorlog in 1647 splitste de Kleefse hertog Wehl van het ambt Liemers af. Hij verpandde de plaats aan de graaf van Bergh.

 

Daardoor kwam Wehl in bestuurlijk opzicht los te staan van het ambt Liemers, waarvan het aardrijkskundig gezien al lang los stond. Het werd een aparte heerlijkheid; Heerlijkheid Wehl.

 

De landsheer bezat daarmee alle rechten en inkomsten die betrekking hadden op het kerspel (plattelands district) Wehl. De belangrijkste van die rechten en inkomsten waren o.a. de hoge en lage rechtspraak, de plaatselijke tienden, de tol, het jachtrecht in de hele heerlijkheid, de inkomsten uit de molen en uit verscheidene goederen.

 

De graaf van Bergh moest hier als pandsom het bedrag van tienduizend rijksdaalders tegenoverstellen. De verpanding was aanleiding, de grenzen van de heerlijkheid eens nauwkeurig vast te leggen op kaart door een landmeter.

 

Vanaf 1647 kende Wehl, ondanks protest van Zevenaar, weer een eigen gericht: het werd uitgeoefend door de landdrost van Bergh als richter, bijgestaan door enkele plaatselijke schepenen.

 

De verpanding werd van 1661 tot 1673 overgenomen door het geslacht Bentinck en van 1673 tot 1729 door het geslacht Van Wylich van Lottum. Inmiddels was er in groter verband het één en ander gebeurd.

 

Het hertogelijke Kleefse Huis was in 1619 uitgestorven en de titel ‘Hertog van Kleef’, inclusief bezittingen en rechten, was overgegaan op de markgraaf van Brandenburg.

 

Dit markgraafschap, tevens keurvorstendom, groeide in 1701 uit tot het koninklijke Pruisen. Eigenlijk was Berlijn daarmee voor Wehl de hoofdstad geworden, maar de meeste aangelegenheden waarvoor men een hogere overheid nodig had, konden in Kleef (de provincie-hoofdstad) of in Emmerik worden afgedaan.

 

Een belangrijk bestuurscollege was de ‘Krieges- und Domänen Cammer’ te Kleef, die zich overigens in de loop der tijd met heel wat meer dan alleen oorlogs- en domeinzaken was gaan bezighouden. Bepaalde plaatselijke belangen, zoals het onderhoud van wegen en waterleidingen, werden door de Wehlse geërfden-organisatie behartigd.

 

De naweeën van de oorlog waren rampzalig. De Wehlse bevolking leed door de oorlogen groot gebrek. Daar bovenop kwamen ook nog slechte oogsten en barre winters; het volkt had zwaar te lijden. Meer dan een halve eeuw later zat de Wehlse gemeenschap nog zo diep in de schulden, dat men genoodzaakt was de gehele Wehlse heide te verkopen.

Ook in 1795 en 1796 werd men gedwongen tot leveranties en diensten ten behoeve van zowel Pruisische als Franse troepen. Hendricus die in 1794 werd geboren heeft hiervan geen weet gehad, maar zijn ouders Joannes Iding en Joanna Weetings hebben wellicht nog te lijden gehad van de nasleep van de zevenjarige oorlog.

Hendricus verliet Wehl en trouwde in Arnhem met zijn Petronella die uit het al even armetierige Huissen kwam en vestigde zich in Rheden. Hoewel Stephan, de vader van Aleida van Uum - moeder van opa Iding - uit Emmerik kwam is diens vader, Adam van Uem, wellicht ook afkomstig uit Wehl. In het R.K.K.doopboek van Wehl 1715-1761 komen enkele tientallen van Uums voor

W.J. van Uhm Hotel Pension De Zwaan

Niet ontkend kan worden dat de oude Wehlenaren een dorstig volkje moeten zijn geweest.

In 1789 bijvoorbeeld telde men álleen al in de kom van het dorp níet minder dan zes herbergen of tapperijen zoals ze destijds ook wel genoemd werden.

Ze stonden bekend onder de namen DE DRIE ZWANEN, DE PLOEG, DE PELIKAAN, HET HERT, DE ROSKAM en DE ZWAAN.

Vier van de tappers oefenden ook een nevenberoep uit: één was schoenmaker, één brouwer en twee waren winkelier. In 1810 bestonden er 9 of 10 tapperijen.

Twee van de toen bestaande herbergen hadden in 1827 de beschikking over een BEUGELBAAN, waar een balspel kon worden gespeeld, waarbij de bal door een beugel moest gaan.

Medegedeeld werd echter: ‘de beugelbanen zijn zeer gering in een hoek achter op de deel daargesteld en moeten meer als eene uitspanning voor kinderen dan wel als een winstaanbrengend spel voor volwassenen worden beschouwd’. 



 

De huidige rooms-katholieke Sint Maartens resp. St. Martinus Kerk is zonder twijfel het oudste gebouw van de gemeente Wehl.

 

De oudste delen, waaronder het onderste gedeelte van de toren, stammen zeer waarschijnlijk uit de 12e eeuw. Wehl wordt in 1234 als een zelfstandige parochie vermeld.

 

Omstreeks 1480 is het kerkgebouw met uitzondering van het onderste deel van de toren, die een vierkante traptoren bevat, geheel in Gotische stijl herbouwd. In 1854/1855 werd de kerk belangrijk vergroot.

 

Daarna volgden ingrijpende verbouwingen in resp. 1894/95 en 1915/16. Bij deze laatste restauratie werd een grafzerk van Henrick van Hackfort ontdekt, die thans buiten de kerk ligt, alsmede een altaartafel, daterende uit 1483, en een geheel gemummificeerde kat.


 

In 1467 moet er in Wehl al een molen hebben gedraaid op de plaats van de latere standerdmolen (windmolen op een voetstuk van balk- of metselwerk).

 

Een bijbehorende molen voor het maken van rosolie (Italiaanse brandewijn van rozenbladeren) werd in 1855 gesloopt.

 

Enkele decennia en eigenaren verder werd in 1910 een machinale graanmaalinrichting ernaast gezet.

 

In de nacht van 11 op 12 februari 1924 werd de grote standerdmolen geheel in de as gelegd. De oorzaak van de brand heeft men nooit kunnen ophelderen. De molen werd niet meer herbouwd.


 

De standerdmolen, standaardmolen of staakmolen is het oudste houten type windmolen in de Lage Landen. De naam is afkomstig van het feit dat de kast van de molen op een standerd, een rechtopstaande, ongeveer 60-80 cm dikke stam zit.

 

De kast rust op de bovenkant van de standerd op een stormpen. Een tweede steunpunt voor de kast om de standerd is de zetel halverwege de standerd. Het midden van de kast zit niet op de standerd, maar meer naar achteren ter compensatie van het gewicht van het wiekenkruis. Hierdoor is de molen afhankelijk van de hoeveelheid in de kast opgeslagen maalgoed min of meer in evenwicht.

 

Uit de standerdmolen is de wipmolen ontstaan. Aan de vorm van het dak, de hoogte van de voet, de vorm van de trap, de lengte/breedte verhouding van de kast en het afdak boven het luiwerk kan men zien in welke streek de molen staat.

 

Wikipedia


 

Doesburgermolen 11 augustus 2007 -  Wikipedia


 

Zeer oude foto van de Doesburgmolen


 

Wehl Stillewald 1920

 

Reageer op dit bericht Stuur door

Familie historie en cultuur 5

 

Napoleontische tijd 1797-1814

 

 


 

1798

 

Van Selig Salomon, Herts Levi en Levi Meijers is uit ca. 1798 een notitie bewaard gebleven van de rentmeester van de Nassau-domeinen. Zij betaalden op Martinij (11 november) elk het jodentribuut (cijns, heffing) met twee vette ganzen (ter waarde van ƒ 1 en tien stuivers) en bovendien ƒ 6 in contanten.

 

Hartog Philip, Benjamin Levi en Salomon Selig (zoon van Selig die in 1781 te Groenlo was gehuwd met vogeltje Moses), woonden omstreeks 1783 eveneens in Lichtenvoorde. Benjamin Levi vertrok naar Dinxperlo. In 1825 droeg Vogeltje Moses onroerende goederen over aan de familie Frankenhuis-Salomons in Groenlo.

De Klomp

 

De klomp, in zijn tegenwoordige vorm, werd sinds de late middeleeuwen 1300-1555 op vele plekken in Europa gedragen. Hier en daar komt hij nu nog voor, het meest in Nederland.

 

Vooral door de drassige bodem van Nederland, en mede door het feit dat in Holland de juiste houtsoorten (wilgen en populieren) in overvloed beschikbaar waren, bleef dit eenvoudige schoeisel lange tijd populair, overal in Nederland.

 

Zelfs toen de waterdichte rubberlaars ontworpen werd, bleef de klomp, omdat hij zo gemakkelijk in het gebruik was.

 

1797* Huissen Familie Jorissen Derkzen

 

Gerarda Jorissen wordt te Huissen (Koninkrijk Pruisen) geboren uit het huwelijk van Joannes Jorissen en Elisabeth Derkzen

Grootouders van Stephanus Henricus Iding (probant) vaders kant

 

1797 Mei 1 Lichtenvoorde Fam. ISAÄKS MOIJSES

 

Symon ISAÄKS Izak trouwt met de uit Bretsenheim/Hannover afkomstige Rachel Moses.

Zij zijn de overgrootouders van Johannes Bernardus Franciscus en Johanna Geertruide ten Bosch (probanten) van vaders kant.

 

Compareerde voor Henricus Sterenborg en Arnoldus Balster, commissariën van huwlijks saaken 01.05.1797 - 1 maij

- Bruijdegom - SIMON ISAÄKS, jongman, oud 23 jaaren, soon van wijlen Isaäk Meijer en Ruesken Jacops, gebooren en woonagtig alhier

- Bruijd - RACHEL MOIJSES, oud 25 jaaren, jonge dogter van wijlen Moses Zelig en Adel

Benjamins, gebooren te Bretzenin en woonagtig te Lochem

- Getuijgen - Ruesken Jacops - volgens certificaat der Burgers Representanten der stad Lochem, dat voor haar gecompareerd is Adel Benjamins, weduwe van Moses Zelig , dat zij als moeder volmaakt consenteerd in het huwlijks engagement van haar dogter Rachel Moses enz., was geteekend J.L.

Solner, secret. Lochem, den 25 april 1797

- 1e gebod - 7 maij

- 2e gebod - 14 maij

- 3e gebod - 21 maij

- Solemnisatie - den 3 junij door Simon Horn, Joode kopulier, in Gendringen woonagtig

Quod testor Jan Willem te Welscher, secretaris. Lichtenvoorde - Trouwboek van

huwelijkscommissarissen 1796-1802


 

1798 Mei 11 Lichtenvoorde Fam. Hulshof Kolkman

 

Te Lichtenvoorde trouwen Harmanus Hulshof en Aleida Kolkman

Zij zijn de overgrootouders van Johannes Bernardus Franciscus en Johanna Geertruide ten Bosch (probanten) van moeders kant

 

Compareerde voor Henricus Sterenborg en Arnoldus Balster, commissariën van huwlijks saaken 11.05.1798 - 11 maij

- Bruijdegom - HARMEN (Harmanus) HULSHOF, jongman, oud 34 jaaren, soon van Jan Hulshof en Leide Holkenborg, gebooren en woonagtig onder Ligtenvoorde

- Bruijd - AALTJEN (Aleida) KOLKMAN, oud 24 jaaren, jonge dogter van Derk Kolkman en Tönne Storkhorst, gebooren en woonagtig onder Ligtenvoorde

- Getuijgen - Jan Hulshof - Derk Kolkman

- 1e gebod - 13 maij

- 2e gebod - 20 maij

- 3e gebod - 27 maij

- Solemnisatie - den 1 junij door Willem Gertzen, pastor

Quod testor Jan Willem te Welscher, secretaris.

Lichtenvoorde - Trouwboek van huwelijkscommissarissen 1796-1802 Tijdvak 1796-1798


 

Huissen


 

Huissen 1798 Familie Jorissen Derkzen

 

Petronella Jorissen wordt te Huissen (Koninkrijk Pruisen) geboren

uit het huwelijk van Joannes Jorissen en Elisabeth Derkzen

Grootouders van Stephanus Henricus Iding (probant) vaders kant

 

Huissen Taufen 1660-1900

REC. 5856 - NAAM JORISSEN, Petronella –

GEB.1798 - PLAATS Huissen - OUDERS 5851 en 5852

 

 

Huissen Dominikaner klooster

 

DE GESCHIEDENIS VAN HUISSEN

 

De Vroege Middeleeuwen.


In tegenstelling tot de rest van de Betuwe heeft Huissen doorlopend bewoning gehouden vanaf de Romeinse Tijd. In een oude meander van de Rijn lag een groep boerenhoeven, ter hoogte van het huidige Kempke. In 814 wordt deze nederzetting onder de naam Hosenheim voor het eerst genoemd. In de tiende eeuw werden er twee versterkingen bij gebouwd: de Grote Toren, die eeuwenlang het silhouet van Huissen bepaalde en de Dannenberg, een tufstenen rechthoekige burcht.

 

1242-1368

In 1242 blijkt Huissen in het bezit te zijn van de graven van Kleef. Deze hieven een tol op de Rijn. Bij die tol werd een burcht gebouwd en al spoedig ontstond een handelsnederzetting. Graaf Dirk IX (1310- 1347) heeft die handelsnederzetting rond 1319 tot stad verheven. De stad werd voor een groot deel in de veertiende eeuw aangelegd. De huidige hoofdstraten in de kom van Huissen zijn toen ontstaan.

 

1368-1502

Van 1368-1371 behoorde Huissen korte tijd bij het hertogdom Gelre. In diezelfde tijd leefde er Gravin Mechteld van Kleef, die het als weduwegoed mocht gebruiken. Zij stierf in 1384 op de Huissense burcht. Vanaf dat moment was Huissen weer Kleefs. Het werd in de vijftiende eeuw vooral een militaire voorpost voor de graven (sinds 1417 hertogen) van Kleef in hun vele oorlogen met de hertogen van Gelre. De handel had van die oorlogen zeer te lijden. Belangrijke bron van inkomsten vormde in die dagen de kersenteelt.

 

1502-1609

Maar net bleef Huissen in 1502 voor Kleef behouden. Ruim een maand werd de stad belegerd door de troepen van hertog Karel van Gelre. Een Kleefs ontzettingsleger versloeg de Geldersen op 26 juni 1502. Dit feit wordt nog jaarlijks herdacht! In de zestiende eeuw werd Huissen betrokken in de strijd om de Nederlandse onafhankelijkheid. Nederlandse en Spaanse troepen gebruikten de Betuwe vanaf 1568 regelmatig als gevechtsterrein. De zwakke hertogen van Kleef konden Huissen daarbij niet beschermen.

 

1609-1701

In 1609 stierf de laatste hertog van Kleef. Na een korte periode van onzekerheid kwam het land van Kleef en dus ook Huissen in het bezit van de keurvorst van Brandenburg. Vanaf dat ogenblik zetelden de landsheren van Huissen in Berlijn! Toch probeerde keurvorst Friedrich Wilhelm greep te krijgen op de gang van zaken in de steden. De stad Huissen kreeg een protestant stadsbestuur, terwijl de bevolking merendeels katholiek bleef. Met het St.-Elisabethsconvent (zustersklooster) als centrum werd Huissen belangrijk als vrijplaats voor de katholieken in Gelderland.

 

1701-1795

In 1701 verkreeg de keurvorst van Brandenburg het recht zich koning in Pruisen te noemen. Daarmee hoorde Huissen tot dat koninkrijk. De koningen streefden ernaar om hun land economisch af te schermen. Voor de enclave Huissen was dat een ramp. De plaats verarmde snel. Het enige produkt, dat op grote schaal kon worden verbouwd was tabak. Verder moest de bevolking ook hoge lasten opbrengen voor de vele oorlogen van koning Frederik II de Grote. De stad zelf verviel tot een bedenkelijk niveau.

 

1795-1816

Vanaf 1795 werd gesproken over de overdracht van Huissen aan Nederland.

Dat leidde tot een groot aantal wisselingen van soevereiniteit:

 

    Tot 1806:          Koninkrijk Pruisen

    1806-l808:        Groothertogdom Berg

    1808-1810:       Koninkrijk Holland

    1810-18l3:        Keizerrijk Frankrijk

    1813 (dec):        Vorstendom der Nederlanden

    1813-l816:        Koninkrijk Pruisen

    Vanaf 1816:      Koninkrijk der Nederlanden

 

 

1890-1940

In de eerste decennia van de twintigste eeuw onderscheidde Huissen zich niet echt van andere Nederlandse gemeenten op het platteland. Er werden diverse ambachten uitgeoefend, zoals het mandenmaken. Vooral in de jaren twintig en dertig kwam er een steeds rijker verenigingsleven op. In 1923 was het tuinbouwgebied van Huissen zo sterk gegroeid, dat de aartsbisschop van Utrecht een tweede parochie instelde: die van de H. H. Martelaren van Gorcum in Huissen-Zand. Daardoor ontstond eigenlijk het afzonderlijke kerkdorp Huissen-Zand. Pastoor A.A. van Wijk bevorderde het onderscheid tussen Zand en Stad bijzonder. Zijn neef en tegenspeler in Huissen-Stad, pastoor Th. Van Wijk, deed daar zijn best om het parochieel leven te versterken. Het was voor Huissen echt “Het Rijke Roomsche Leven”!


 

Huissen Processie

 

1799 Mei 29 Familie Hulshof Kolkman

 

Lichtenvoorde Harreveld Zieuwent

Jan Berend Hulshof wordt geboren uit het huwelijk van de lanbouwer Harmanus Hulshof en Aleida Kolkman, overgrootouders van Johannes Bernardus Franciscus en Johanna Geertruide ten Bosch (probanten) van haar moeders kant.

 

R.-K. Statie HARREVELD - ZIEUWENT

Doopboek 1759-1811 (R.B.S. 1051)

29.05.1799 baptizatus est JOANNES BERNARDUS HULSHOFF

cujus parentes Hermanus Hulshof et Aleijda Kolkman

patrini Derk Hulshof et Hermina Kolkman

De naam Hullshoff werd hier met dubbel f geschreven.


 

1800 Januari 14. Fam. Isaäks (Izak) Moses

 

Te Lichtenvoorde wordt Mozes Symon Izak (later ten Bosch zie 24-12-1812) geboren uit het huwelijk van Symon Izak (Isaäks) en Rachel Moses, overgrootouders van Oma Iding en haar broer Johannes Bernardus Franciscus.


 

 

De eeuwwisseling

 


 

Boerderij bij Vorden


 

J.G.B. Tenkink, het prototype scholteboer kijkt toe hoe Tolkamp een borrel inschenkt

 

Rond de eeuwwisseling zal de macht van de adel   grotendeels verdwenen zijn.

 

Er zullen andere afhankelijkheden voor in de plaats komen.

 

Van textielfabrikanten en andere baronnen en van de scholteboeren, de nieuwe grondbezitters die vooral in het gebied rond Winterswijk het talrijkst zijn en door hun bezittingen een voorname rol in het dagelijks leven van de buurtschappen spelen.

 

Een scholtedochter trouwt met een scholtezoon op straffe van onterving, want grond hoort bij grond en geld bij geld.

 

Gelderland

De pachter heeft verplichte “helpedage” waarop hij gehouden is boven de normale pachtgelden, de scholteboer te helpen in drukke tijden zoals bij de oogst. Als de bel op het dak van de scholteboerderij wordt geluid heeft de pachter maar te komen en moet zijn eigen oogst in de steek laten.

 

 Als de weinig gemotiveerde pachters streken uithalen bij de oogst op het land van de scholteboer moeten zij leven met de angst dat de man met de “hoge hoed” (de deurwaarder) komt om de pacht los te zeggen en de boerderij per  volgend jaar met St. Peter ontruimt moet worden.

 

Bij een bezoek van de scholteboer wordt de suikerpot (een luxeartikel) snel van tafel gehaald om te voorkomen dat er iets bij de pacht zal worden opgezet. Goede verhoudingen zijn er ook. Veel scholteboeren leven en laten leven en houden hun boerderijen in goede staat.

 

1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van FAMILIE IDING TEN BOSCH

↑ Terug naar de berichten