een vriend
vriendschap
hij keek me aan
zei spontaan
je ziet zo bleek
een glas water
zal enkel deugd doen
ik dronk
met gretigheid
de koele frisheid
aangeboden
door een lolbroek
die ook noden ziet
en er iets aan doet
hem dankend
nog even rustend
op de bank
in de late herfstzon
kwam ik op adem
rustig en wat opgefleurd
keerde ik terug
naar huis
de wind zat mee
toen die tegen zat
was ik onbesuisd
veel te diep gegaan
met de gevolgen van dien
ik dank je nogmaals
vriend
die een lolbroek bent
met het hart
op de juiste plaats.
dala






















