verlegen blijheid
wintersokken
sneeuwden onder
natte tenen
koude rilling
bibberen
de uitgestorven zang
van dode mussen
stilte in de nacht
versteende verlegenheid
vorige zomer
heb je zoals weleer
een klaver vier geplukt
en is je geest
aarzelend meegegaan
op de adem
van blijheid.
dala

