opklaring
*
ik heb het stof zien dansen
in het schaduwduister want
mijn zolderluik stond open
en de zon heeft het gedicht
---
opklaring*
ik heb het stof zien dansen
in het schaduwduister want
mijn zolderluik stond open
en de zon heeft het gedicht
---
in memoriammet een tederheid
waarvan ik geen weet had
en met trage gebaren
begraaf ik gedachten
onderaards
blijft er geen korrel zand verstoord
geen woord dat ik niet kennen wil
dan breek ik de lucht aan scherven
met verkrampte handen hard
en grondig vaag ik ouderliefde
weg met hun grijze asse
die strooi ik behoedzaam rond
over oude aarde, maar dan
blijft er nog het vuur
in mijn gesternte
---
geluidloosAanleiding tot een gedicht
Nog steeds zoek ik woorden voor het onuitspreekbare, de Jota ken ik als de kleinste letter, en zelfs die begrijp ik niet.
De Alfa en de Omega, begin en einde, voor een strak geordende wereld die er nooit geweest is.
misschien zoek ik niet harts
genoeg en ook niet grondig
naar de kalme kant des levens
bomen hebben een zware stem
hun woorden ruisen zo graag
ze laten zich weldadig dragen
door een kille wind die vandaag
hun groene bladeren krullen laat
zelfs het pas geschoren gras ademt
heel diep de dauw en lage stemmen
daarom dat mist er soms blijft hangen
---
Trage dagen*
geen richting heb ik meer
want mijn volgzaamheid
ben ik verloren onderweg
de paden worden immers graag
verstoord door rusteloze stoffen
de voegen werden opgevuld
en de wegen weg geborgen
ik zal mijn weg wel vinden morgen
als het licht wat heller is dan vandaag
en geen wolken meer
de nacht verlengen
dan zie ik minder vaag
de sporen van diegenen
die mij zijn voorgegaan
---
zonnevreemdmijn bronnen liggen droog
en nu wordt het blauwe water
van het bergmeer zo groen
er is geen versheid meer
slechts wolken tuimelen
over de toppen heen
ze stormen naar de dalen
en zijn zo wit als sneeuw
en lager, steeds lager
kruipt het smeltijs
verder
Hij kent geen richting*
hij dacht een koningskind te zijn
en gul en overdadig strooide
hij zijn minzaamheid in 't rond
groene korenvelden neigen naar hem toe
zolang er hemelwater uit zijn handen vloeit
maar bomen staan reeds schuin gebogen
zo komt het dat ze hem de rug toekeren
zij buigen enkel voor een strakke wind
en hij, hij weet immers nooit waarheen
heeft hij onlangs het oosten nog verloren
misschien dat ik hem nooit voldoende
stormen heb laten zien en ondergaan
misschien komt hij ook teveel zichzelf
tegen onderweg, vergeet hij rond te kijken
---
fantasia*
mijn hoofd bezit verborgen hoeken
waar elfen graag vertoeven
en toverhalen zinnig klinkt
ik heb er met mijn eigen woord
geschapen en een wereld die me zint
en ook een koude weg verlaten
die me naar geen einde voert
---
strak aan de buitenkant*
vandaag plooi ik mijn zinnen
viervouwig als een zakdoek
ik strijk ze straks een keer
dan kan ik ze zo bewaren
op een stapel die niet omvalt
als ik ze terug openvouw
heb ik gedicht misschien
of één of andere vrouw
haar ziel intiem gemaakt
ik heb mijn zinnen glad gestreken
en zelf de plooien vast gelegd
en toch
ben ik de droefheid zelve
ik heb mij veel te veel ontzegd
---
vlak na middernacht*
op dit middernachtelijk uur
is mijn vagevuur slechts asse
want wolken heb ik al verjaagd
en de maan heeft het geweten
die is vannacht te vroeg vergaan
---
in de wolken*
soms probeer ik
wolken in te pakken
statig is het woord
ze zijn zo langzaam
ze strekken zich lui
en laten zich immers
zo graag bewonderen
vandaag heb ik getracht
ze weg te vagen
zonder ze aan te raken
de slierten slepen zich
nog altijd voort
ze zijn toch zo onhandig
om aan te voelen
ook al hebben ze
een zilveren boord
---
sentimenteeljij schrijft fronsen
ik vouw mijn rimpels op
jij klaagt tranen in een meer
en ik zeg,
waterlanders die treuren om oud zeer
je gebruikt het woord verdriet
soms veel te veel
en de liefde en het minnen
en het hartverscheuren
en het breken van de spiegel
dan laat ik maar mijn tovertaling wieken
over 't water scheren en nog meer
ik laat graag de bloemen tussen 't gras
verschieten en de wind die neem ik mee
ik ben een zonaanbidder
die de maan aanschouwt
en zichzelf een spiegel
waant en zilvergoud
mijn vingers graven
diepe voren in de aarde
ze dreigen nu ook
met het scheuren van het hart
het schokken van de stem
en het handgewring
ik hou mijn adem in
tot ik blauw zie
droomloos*
mijn huid schaaft vurig rood vandaag
het lijkt wel of ik stenen bloeden laat
mijn keel is leer en rauw het vlees
waarover ik mijn tong beweeg
mijn stemgenoot heeft zich diep
gegraven en hoest zich droog
ik heb een hele nacht verslapen
en mijn dromen leeg gelaten
mijn zinnen had ik afgesloten
in mijn poging
om zijn afwezig
zijn te naderen
---
dialogeren*
ik vraag je niet zoveel
slechts stukjes van je tijd
ik bed ze in
in vragenuurtjes
waarbij ik mezelf
wat losser smaken
laat, om aangenaam
te converseren
---
traag als een boom*
Ik heb haar fiets gezien
ze leunde
het voorwiel stond zo schuin
een kale eik die steunde
en verborg zo het refrein
want wielen wentelen
heel de tijd als zij rechtop
de platte paden volgen
ik heb ze niet gezien vandaag
ze heeft mijn veld verlaten
mijn blik vertoont nu gaten
zojuist was er een fiets te zien
die steunde
een kale eik die kreunde
want wielen wentelen
heel de tijd als zij rechtop
de platte paden volgen
en ik,
ik kon niet
achtervolgen
ik was even stram
zoals die ouwe eik
zijn gegroefde stam
---
LentekinderenNog een oudje, even wat opgefrist, voor een goede vriendin en haar dochtertje.
stappen in het zandhet rulle zand waar ik mijn stappen zet
schuift onderuit en stroomt als water
het golft alleen wat trager dan de zee
die meer meeslepend neigt en keert
alles op een rij*
visioenen heb ik wel gehad
en huiver in het gore duister
waar zintuigen zinloos zijn
de woede heeft mij overleefd
want hulpeloosheid is nooit
mijn sterkste kant geweest
klaarheid moet ik scheppen
met handenvol uit zwarte waters
en waar moet ik er dan mee blijven?
soms zie ik ook een eindeloze rij
van vaders voor mij staan
steeds vager ben ik, de allerlaatste zoon
slechts de namen blijven hangen
die heb ik ooit eens opgezocht
al heel mijn leven lang en dat is kort
---
nog een laatste zin voor vandaagvandaag huil ik de wolf zijn lied
er is geen bleke maan in zicht
om mijn wolken te verdragen
Er heerst chaos in mijn denken, ik tracht te ordenen.
Een laatste groet(Mijn laatste verzen samengebracht tot één gedicht)
*
Nog een laatste maal vader
mijn allerstoffelijkste groet
en tastbaar, nog zo tastbaar
voel ik je koude handen en
geen harteklop in 't gemoed
daar in alle beslotenheid
heb ik mijn pantser afgescheurd
tot het kleurloos bloeden begon
ik had geen druppel rood meer
slechts wit en zwart, en zwart
begraaf ik de woorden diep
in het duister van volle gronden
zodat het licht geen valse schijn
kan wekken en geen verdriet
maar dat blinden kunnen zien
in het donker dat wist ik niet
----