Een dichtoefening (ruwe schets)
mijn zinnen stuk en hou ik halt
wanneer ik buiten adem ben
figuurlijk
voor mij is dichten zoals toverij
we spreken klanken in een rij
tussen betekenisloze woorden
althans zo lijkt het, ik schrijf
figuurlijk
mijn krakende krot verbergt
luidruchtig de donkere hoeken
het hout moet immers steunen
en werkzaam mijn gedachten
laten kreunen
de grijze duiven pronken nog
opgedoft, ze wuiven elkaar
koelte toe, hun grasveld ligt
te dik bezaaid met brood
te schimmelen
het heeft vannacht teveel geregend
ik ben maar halfdroog vandaag
dit is voorlopig, het resultaat is voor straks (figuurlijk).

