Zaterdag 19 november 2005
De stille vijver één zonder wind af en aan een zon die zich komt spiegelen en soms 'n wandelaar die stenen kringen maakt, en de diepte raak…
De stille vijver één zonder wind
af en aan een zon die zich komt
spiegelen en soms 'n wandelaar
die stenen kringen maakt, en de
diepte raakt, weer verdwijnt op
zoek naar nieuwe kalme waters
en een rotsige bodem, de keien
de vijver huivert na en de dagen
duren al tijden om ter langst
.
Zaterdag 19 november 2005
mijn dagelijkse gebeden duren elke dag wat langer, zou het winters zijn? want meestal heb ik 's nachts soms last van heimwee om verloren zak…
mijn dagelijkse gebeden duren elke dag
wat langer, zou het winters zijn?
want meestal heb ik 's nachts
soms last van heimwee om verloren zaken
dan denk ik teveel bij mezelf
en stopt de tijd een ogenblik
om te herinneren
hoe ver kan ik terug gaan in de tijd?
is het belangrijk om te weten
wanneer het 'ik' zich heeft gevormd
men noemt het ook geweten,
alsof de ziel een aanlooptijd gekregen heeft,
zolang heeft onschuld dus geduurd
tot een jaar of drie, ik kon al lopen
en ik had toen reeds woorden
en een overvloed
. een mooi seizoen die herfst zei de man mij, tussen haakjes iets meer omvangrijk, maar wat hij zei was niet belangrijk, ik werd het zelf ge…
.
een mooi seizoen die herfst zei de man mij,
tussen haakjes iets meer omvangrijk, maar
wat hij zei was niet belangrijk, ik werd het
zelf gewaar, ik hoef ook geen beschrijving
van een ander, want
een boom is altijd een aardig wezen, hij
doet wel eens alsof, zijn takken de aarde
verheffen tot hoog in de lucht, hij groeit
breeduit zowel boven als ondergronds
hij houdt blijkbaar, van aarde, lucht en
het water vast
het heilig vuur dat heb ik, als mens ooit
zelf bedacht, het mijne is onzichtbaar
een vurig hart
er komen ook geen vlammen aan te pas
mijn horizon is wel meer begrensd, en
de wolken bedrijven er telkens overspel
de zon duikt er ook weg verwaterd, licht
ze bij, de ochtenden te verschuiven
en de nachten
groeien alleen in het donker elke dag
als ik het wil!
Donderdag 17 november 2005
steeds dezelfde droom, het heelal ontspringt en beeft in mijn hoofd, de sterrennevels in de hemel geven enkel de verleden tijden weer en toe…
steeds dezelfde droom, het heelal ontspringt en beeft in mijn hoofd, de sterrennevels in de hemel geven enkel de verleden tijden weer en toekomst is onzekerheid, in mijn geval dan toch, want ik weet niet wat voor eeuwig zou betekenen.
Donderdag 17 november 2005
larie overdaad aan onzinnig taalgebruik en woorden om op dreef te komen mijn horizon is begrensd, de wolken bedrijven er telkens overspel en…
larie
overdaad aan onzinnig taalgebruik en woorden om op dreef te komen
mijn horizon is begrensd,
de wolken bedrijven er telkens overspel
en de zon duikt weg verwaterd
licht ze bij, de ochtenden te verschuiven
de nacht groeit alleen in het donker elke dag.
Woensdag 16 november 2005
. ik hou van 't stad en zijn te lange leien de tram die stapvoets door de bochten giert en schreeuwt, met zand de stalen staven schuurt de k…
.
ik hou van 't stad en zijn te lange leien
de tram die stapvoets door de bochten
giert en schreeuwt, met zand de stalen
staven schuurt
de koperen nagels tussen de kasseien
het Sint-Anna strand, we zochten haar
altijd op linkeroever, want we houden
van een overkant
het gras is daar gewoon, ook groener
de blauwe zak met zijn te lange tenen
ik vroeg hem of zijn broek die zware
gordel wel verdragen kon, en zonder
de bretellen
de olie stank, de beerput lucht, de Schelde
de vreemde die nog 's avonds laat met
zijn viool de wandelaar op de Meir wel
wil, ontroeren
is een dronkenman, een rode zon schijnt naar
zijn hoofd gestegen, de zwerver heeft intussen
al de bank bekleed, het houten bed de koude
hij is uit 't licht verdwenen en toch liever
uitzichtloos gebleven
een mooi seizoen die herfst zei de man mij, tussen haakjes iets meer omvangrijk, maar wat hij zei was niet belangrijk, ik werd het zelf gewa…
een mooi seizoen die herfst zei de man mij,
tussen haakjes iets meer omvangrijk, maar
wat hij zei was niet belangrijk, ik werd het
zelf gewaar, ik hoef geen beschrijving van
een ander
een boom is altijd een aardig wezen en hij
doet wel eens alsof, zijn takken de aarde
verheffen tot hoog in de lucht, hij groeit
breeduit zowel boven als ondergronds
hij houdt blijkbaar, van de aarde
de lucht en het water vast
het vuur dat heb ik, als mens ooit zelf
bedacht, het mijne is onzichtbaar vurig
hart en er komen geen vlammen
aan te pas
winters weer op het nog grasgroen plein vallen de meeuwen vandaag zo uit de lucht met het nieuws, hoor ze krijsen het uit maar de regens wis…
winters weer
op het nog grasgroen plein vallen de meeuwen
vandaag zo uit de lucht met het nieuws, hoor ze
krijsen het uit maar de regens wisten het reeds
ijskoud plukte de westenwind de bomen kaal
ze huiveren en schudden nog gauw hun laatste
bladeren af
om zich met wit te laten tooien
de duiven schuilen opeengepakt in het oude fort
een reus staat er naast en naakt te pronken, hij
houdt de wacht en strekt zijn armen in de lucht
hij heeft er veel meer dan twee, en tracht alzo
de wind te vangen en sneeuw misschien?
soms als grauw metaal aanslaat zijn doffe klank de lucht laat beven, aangeslagen als ware het 'n beest dat zijn doodsnood schreeuwt en verge…
soms als grauw metaal aanslaat zijn doffe klank
de lucht laat beven, aangeslagen als ware het 'n
beest dat zijn doodsnood schreeuwt en vergeefs
zijn laaste kreten slaakt, het bloed rood ophoest
omdat de keel werd opengescheurd en de hals
slagader zich schokkend ledigt, dan verdwijnt
het licht, en de ogen staren naar 't laatste beeld
van de hongerige blik van het roofdier, gulzig,
gretig, razend en ook grauwend, grauw grijs
met taal.die niet meer gewoon te spreken valt
dan wordt zelfs een bange hond bloeddorstig
en is mijn mond als een afgrond vol afgrijzen
ik schrijf warmetaal met woorden uit 'n zondicht land waar landerijen als lappendekens drijven, een trage stroom afboorden, en diepe grachte…
ik schrijf warmetaal met woorden uit 'n zondicht land
waar landerijen als lappendekens drijven, een trage
stroom afboorden, en diepe grachten dragen er het
water weg, de regens zijn er overvloedig, ze komen
uit het westen en smaken zoet, ze vullen plassen in
de karresporen langs een waterweg
er zijn ook harde wegen, opgehoogd het razen van
metalen of de stank van rubber en verkoolde lucht
ik hou toch meer van trage wegen en het water zelf
en de wind, die vang ik liever in een zeildoek en de
stroming verscheur ik stroomopwaarts met een boeg