bel20-aex 17/12/2012
|
Slotkoers Bel20 17 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 17 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
bel20-aex 17/12/2012|
Slotkoers Bel20 17 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 17 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine vierbandspanner
![]() |
| B b B b 18 u 93 | |
| Bruine vierbandspanner | |
|
De bruine vierbandspanner (Xanthorhoe spadicearia) is een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners. De wetenschappelijke naam van deze soort is beschreven door Denis & Schiffermüller in 1775. De vlinder is in Nederland en België algemeen. Engels : Red Twin-spot CarpetDuits : Heller Rostfarben-Blattspanner Frans : l'Oxydée Oude Nederlandse naam : valse vierbandspanner |
|
Bruine vierbandspanner auteur : ©entomart |
|
|
De voorvleugellengte bedraagt 12 - 13 millimeter. Vrij opvallend is de duidelijke dubbele vlek in het zoomveld, dicht bij de vleugelpunt, bij de meeste verwante soorten is deze vlek minder duidelijk of afwezig. De vierbandspanner (X. ferrugata) lijkt veel op de bruine vierbandspanner. |
|
Xanthorhoe spadicearia auteur : James Lindsey at Ecology of Commanster CC 3.0 |
|
|
De kleur- en contrastvormen die elkaar in het midden raken leveren echter vaak een groot probleem op bij de determinatie. Zijn habitat zijn vooral tuinen, bossen, struwelen, graslanden, moerassen, natte heiden en duinen. De waardplanten van de bruine vierbandspanner zijn diverse kruidachtige planten. |
|
Rups van de bruine vierbandspanner auteur : James Lindsey at Ecology of Commanster CC 3.0 |
|
|
De vliegtijd is van half april-half oktober in twee, soms drie generaties. De rups : juni - augustus. Een woordje bij de Nederlandse naam : De bandspanners hebben een bandtekening dwars over de vleugels. Er zijn drie soorten in het Genus Xanthorhoe die aangeduid worden met vierbandspanner . Hier gaat het om de meest bruine van deze drie. Xanthorhoe : xanthos = geel en rhoe = een stroom, een rivier; verwijzend naar de gelige kronkellijnen die een aantal soorten van dit genus kenmerken. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet - tinternet |
bel20-aex 14/12/2012|
Slotkoers Bel20 14 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 14 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine tandbaars
![]() |
| B b B b 18 u 92 | |
| Bruine tandbaars | |
|
De bruine tandbaars (Epinephelus marginatus), uit het geslacht Epinephelus. De wetenschappelijke naam van deze soort is beschreven door Lowe in 1834. Komt vooral voor langs de rotsachtige kusten van de Middellandse Zee. Engels : Dusky GrouperDuits : Braune Zackenbarsch Frans : Le mérou brun, mérou de Méditerranée, mérou noir, mérou rouge, mérou sombre |
|
Bruine tandbaars auteur : Albert Kok GNU 1.2 |
|
|
De bruine tandbaars heeft een lengte tussen de 50cm en 1m en een gewicht van 3 tot 10kg. Deze baars kan maximaal 50 jaar oud worden en een gewicht van 60 kg bereiken. In de juveniele stadia zijn ze groen van kleur en van het vrouwelijk geslacht, ze bereiken het man-stadium tussen 9-12 jaar. |
|
Epinephelus marginatus auteur : Parent Géry CC 3.0 |
|
|
Ze worden ook aangetroffen langs de West-Afrikaanse en de Braziliaanse kust en in zeldzame gevallen in de Indische Oceaan, langs Uruguay, Argentinië de Noord-Franse kust of langs de Britse eilanden. De bruine zeebaars dreigde uit te sterven langs de kusten van de Middellandse Zee, mede door het feit dat hij makkelijk te vangen was door beroeps- en sportvissers. |
|
bruine tandbaars auteur : Max Ryazanov CC 3.0 |
|
|
Ze worden zelden waargenomen op diepten beneden de 60 meter Door een verbod om op deze vis met een harpoen of vishaak te jagen is hun aantal in Frankrijk in de afgelopen 20 jaar weer flink toegenomen. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
bel20-aex 13/12/2012|
Slotkoers Bel20 13 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 13 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine taling
![]() |
| B b B b 18 u 91 | |
| Bruine taling | |
|
De bruine taling (Anas chlorotis) is een eend uit de familie van de Anatidae. De wetenschappelijke naam van deze soort is beschreven door Gray in 1845. De Maori naam voor de bruine taling is Pāteke Het is een endemische vogelsoort van Nieuw-Zeeland. Engels : Brown Teal, New Zealand TealDuits : Neuseelandente, Grünohrente Frans : La Sarcelle de Nouvelle-Zélande |
|
Bruine taling auteur : Sabine's Sunbird CC 3.0 |
|
|
De bruine taling lijkt sterk op de aucklandtaling en werd vroeger wel als een ondersoort beschouwd. De vogel is 48 cm lang. |
|
Anas chlorotis auteur : Duncan CC 2.0 |
|
|
De bruine taling kwam tot 1890 overal in Nieuw-Zeeland voor. De bruine taling is 's nachts actief omdat er dan minder van de oorspronkelijk op Nieuw-Zeeland aanwezige roofdieren (vooral vogelsoorten) op jacht zijn. De bruine taling voedt zich met ongewervelde dieren zoals waterinsecten, hun larven, schaaldieren en weekdieren. |
|
bruine taling auteur : Avenue CC 3.0 |
|
|
Rond 2004 komen alleen aanzienlijke populaties van de bruine taling voor op Great Barriereiland (600 exemplaren), Northland (600 ex.) en Coromadel (700 ex.). De IUCN handhaaft de status bedreigd omdat ze er nog niet 100% zeker van zijn dat dit herstel duurzaam is. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
bel20-aex 12/12/2012|
Slotkoers Bel20 12 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 12 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine stekelnekagame
![]() |
| B b B b 18 u 90 | |
| Bruine stekelnekagame | |
|
De bruine stekelnekagame (Acanthosaura lepidogaster) is een hagedis uit de familie agamen (Agamidae). De wetenschappelijke naam van deze soort is beschreven door Cuvier in 1829. De bruine stekelnekagame komt voor in Cambodja, zuidelijk China (alleen Hainan), Myanmar, Vietnam, Thailand en Laos. Engels : Brown Pricklenape, Scale-bellied Tree Lizard, Mountain Horned Dragon, Pricklenape LizardDuits : Schwarzkopf-Nackenstachler Frans : Acanthosaura lepidogaster |
|
Bruine stekelnekagame foto op www.siamreptile.com |
|
|
De soortnaam betekent letterlijk schubben-buik (lepido-gaster) omdat op de buik wat ruwere gekielde schubben aanwezig zijn. De agame is te herkennen aan de rugkam met erg kleine stekels die voor de nek overgaat in juist zeer lange, naaldachtige stekels. De bruine stekelnekagame wordt ongeveer 25 centimeter lang, de vrouwtjes blijven iets kleiner. |
|
Acanthosaura lepidogaster foto op www.exzootica.com |
|
|
De juvenielen kunnen groen, grijs en ook rood zijn met een lichtere vlekkentekening. Kenmerkend voor deze soort zijn de zeer grote en donkerbruine tot zwarte oogvlekken die soms de hele bovenzijde van de kop kleuren, en er zit een donkere, dunne band om de nek, en een meestal gebandeerde staart in dezelfde kleuren als de dwarse rugstrepen. |
|
bruine stekelnekagame auteur : Hoang Thach op ngm.nationalgeographic.com |
|
|
Het is zowel een klimmende als bodembewonende soort die zelfs van water houdt, waar het dier in vlucht bij gevaar. De agame leidt een zwervend bestaan en houdt van dichtbegroeide tropische bergwouden waar het erg warm en vochtig is en met open plekken om te kunnen zonnen. Het voedsel bestaat uit insecten en andere ongewervelden, maar ook kleine zoogdieren en amfibieën worden gegeten. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
bel20-aex 11/12/2012|
Slotkoers Bel20 11 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 11 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine sprinkhaan
![]() |
| B b B b 18 u 89 | |
| Bruine sprinkhaan | |
|
De bruine sprinkhaan (Chorthippus brunneus) is een rechtvleugelig insect uit de familie veldsprinkhanen (Acrididae), onderfamilie Gomphocerinae. De wetenschappelijke naam van deze soort is beschreven door Thunberg in 1815. De bruine sprinkhaan is in vrijwel heel Europa algemeen en komt overal in Nederland en België voor. Engels : common field grasshopperDuits : Braune Grashüpfer Frans : le Criquet duettiste |
|
Bruine sprinkhaan auteur : Alvesgaspar CC 3.0 |
|
|
De bruine sprinkhaan lijkt sterk op de snortikker en de ratelaar. De habitat bestaat uit verschillende begroeide omgevingen van wegbermen tot open plekken in het bos en graslanden, er is niet echt een voorkeur wat waarschijnlijk het grote verspreidingsgebied verklaart. |
|
Chorthippus brunneus (mannetje) auteur : Jörg Hempel CC 3.0 |
|
|
De kleur is overwegend bruin maar kan soms ook groen zijn. De bruine sprinkhaan is langgevleugeld, de vleugels hebben een chorthippuslobje en reiken bij beide seksen tot voorbij de achterlijfspunt. |
|
bruine sprinkhaan (vrouwtje) auteur : G.-U. Tolkiehn CC 3.0 |
|
|
De bruine sprinkhaan is als volwassen insect te zien van juni tot september en is vooral actief tussen negen uur in de ochtend en zeven uur in de avond. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
Bruine spoorkoekoek
![]() |
| B b B b 18 u 88 | |
| Bruine spoorkoekoek | |
|
De bruine spoorkoekoek of andamanspoorkoekoek (Centropus andamanensis) is een koekoek die alleen voorkomt op de Andamaneilanden. De wetenschappelijke naam van deze soort is beschreven door Beaven in 1867. De bruine spoorkoekoek komt voor op de Andamaneilanden en de Kokoseilanden daar ten noorden van die tot Myanmar behoren. Engels : Andaman Coucal, Brown CoucalDuits : Andamanenkuckuck Frans : Le Coucal des Andaman |
|
Bruine spoorkoekoek auteur : T. R. Shankar Raman CC 3.0 |
|
|
De bruine spoorkoekoek is een grote koekoek. De bruine spoorkoekoek werd vroeger als een ondersoort van de Chinese spoorkoekoek (C. chinensis) beschouwd. |
|
Centropus andamanensis auteur : Jonathan Hornbuckle op jonathanhornbuckle.webs.com |
|
|
Het is een algemene vogel van bossen, struikgewas, secondair bos, bosranden, mangrove, rijstvelden en tuinen. Net als de andere spoorkoekoeken is deze soort geen broedparasiet, maar bouwt zelf een nest en broedt de eigen eieren uit. |
|
bruine spoorkoekoek auteur : Vijay Cavale op orientalbirdimages.org |
|
|
De bruine spoorkoekoek heeft een beperkt verspreidingsgebied. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
bel20-aex 10/12/2012|
Slotkoers Bel20 10 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 10 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine snuituil
![]() |
| B b B b 18 u 87 | |
| Bruine snuituil | |
|
De bruine snuituil (Hypena proboscidalis) is een middelgrote donkerbruine, slankgebouwde nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae) De wetenschappelijke naam van deze soort is beschreven door Linnaeus in 1758. Wijdverbreid in Europa, van het Iberisch schiereiland via Frankrijk, Italië en de Balkan tot Griekenland en Turkije. Duits : Nessel-Schnabeleule Frans : la Noctuelle à museau , l'Hypène proboscidale Oude Nederlandse naam : snuitvlinder |
|
Bruine snuituil auteur : ©entomart |
|
|
De voorvleugellengte bedraagt tussen de 15 en 19 millimeter. De 'snuit', die deze uil gemeen heeft met de andere Hypena-soorten en verwante uilen is door de extra lange, omhoog gerichte palpen zeer opvallend. |
|
Hypena proboscidalis auteur : ©entomart |
|
|
In Nederland en België is de bruine snuituil een heel gewone soort die verspreid over het hele land voorkomt. Zijn habitat zijn bossen, struwelen, heiden, ruige graslanden, rivieroevers, natte weilanden en tuinen. De waardplant van de bruine snuituil is brandnetel |
|
Rups van de bruine snuituil foto : Jeroen Voogd op ukmoths.org.uk |
|
|
De vliegtijd is van begin mei-half oktober in twee generaties. De rups : juli - mei. Een woordje bij de Nederlandse naam : De snuituilen hebben opvallend naar voren uitstekende palpen (de snuit) op de kop van de vlinder. Hypena : hypene = een snor of een baard, naar de behaarde labiale palpen en mogelijk ook naar de haarborsteltjes die op de poten van een aantal soorten zitten. Hypena had aanvankelijk de status van een familie. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet - tinternet |
Bruine sikkeluil
![]() |
| B b B b 18 u 86 | |
| Bruine sikkeluil | |
|
De bruine sikkeluil (Laspeyria flexula) is een nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae). De wetenschappelijke naam van deze soort is beschreven door Denis & Schiffermüller in 1775. De soort komt verspreid over het Palearctisch gebied voor. Engels : Beautiful Hook-tipDuits : Sicheleule Frans : le Crochet Oude Nederlandse naam : korstmossenuil |
|
Bruine sikkeluil auteur : Donald Hobern CC 2.0 |
|
|
De voorvleugellengte bedraagt tussen de 13 en 15 millimeter. Deze uil heeft een tamelijk slank gebouwd lichaam. |
|
Laspeyria flexula foto : G. Tuinstra op www.vlinderwerkgroepfriesland.nl |
|
|
In Nederland en België is de bruine sikkeluil een zeldzame soort die verspreid over het hele gebied wordt waargenomen. Zijn habitat zijn bossen, struwelen, parken en oude boomgaarden. De waardplanten van de bruine sikkeluil zijn korstmossen op loofbomen en naaldbomen; |
|
Rups van de bruine sikkeluil foto : Philippe Mothiron op www.lepinet.fr |
|
|
De vliegtijd is van begin juni tot half augustus in één generatie. De rups : juli - mei. Een woordje bij de Nederlandse naam : De gegolfde achterrand van de voorvleugel eindigt in een sikkelvorm en de grondkleur van de vleugels is bruin. Laspeyria : laspeyria is een eerbetoon aan J.H. Laspeyres (1769 - 1809), een beroemde Duitse entomoloog die juist was gestorven. Laspeyres is ook burgemeester van Berlijn geweest. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet - tinternet |
bel20-aex 7/12/2012|
Slotkoers Bel20 7 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 7 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine sikkelsnavel
![]() |
| B b B b 18 u 85 | |
| Bruine sikkelsnavel | |
|
De bruine sikkelsnavel (Epimachus meyeri) is een paradijsvogel met een lange staart met een lengte totale lengte tot 100 cm. De soort werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Finsch in 1885. De bruine sikkelsnavel komt voor in het centrale bergland van Nieuw-Guinea maar niet op Vogelkop of het schiereiland Huon (Papoea-Nieuw-Guinea). Deze vogel werd ontdekt door Carl Hunstein in 1884 en vernoemd naar Adolf Bernard Meyer (1840-1911), directeur van het Museum für Tierkunde in Dresden, Duitsland. Engels : Brown Sicklebill, Brown Sickle-billed Bird-of-Paradi, Brown Sickle-billed Bird-of-paradis, Brown Sickle-billed Bird-of-Paradise, Long-tailed Sicklebill, Meyer's Sicklebill, Meyer's Sickle-billed Bird-of-paradisDuits : Schmalschwanz-Paradieshopf Frans : Épimaque brun, Paradisier de Meyer |
|
Bruine sikkelsnavel (vrouwtje) auteur : markaharper1 CC 2.0 |
|
|
Bruine sikkelsnavel is eigenlijk een lelijke naam voor deze prachtige paradijsvogel met zijn blauwgroene, iriserende verenkleed. Het vrouwtje is een roodbruin met geelbruine borst met donkere horizontale streping. Het mannetje is schuw, maar wordt wel vaak gehoord.Hij maakt vooral vroeg in de ochtend een mechanisch geluid : Tak-tak-tak..., dat lijkt op het geluid van een drilboor of een mitrailleur. Vrouwtjes en jonge vogels zijn minder schuw en worden daardoor vaker gezien. |
|
Epimachus meyeri (man) auteur : markaharper1 CC 2.0 |
|
|
Het leefgebied lig in vochtige, met mossen begroeide bergwouden op een hoogte tussen de 2000 en 3100 m. |
|
Bruine sikkelsnavel auteur : © scanbird.com |
|
|
Over de grootte van de populatie zijn geen exacte cijfers, maar er wordt door de IUCN verondersteld dat de drempel voor het criterium kwetsbaar niet wordt bereikt, dat wil zeggen dat de populatie groter is dan 10.000 volwassen individuen en binnen het beschreven gebied min of meer stabiel is (niet daalt met een snelheid van meer dan 10% in tien jaar) en dus veilig is. Hoewel de Raggi's paradijsvogel staat afgebeeld op de nationale vlag van Papoea-Nieuw-Guinea en ook het symbool is van de nationale luchtvaartmaatschappij Air Niugini, droegen stewardessen van de luchtvaartmaatschappij in 1984 nog een prachtig geborduurde bruine sikkelsnavel op het rugpand van hun uniform. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
bel20-aex 6/12/2012|
Slotkoers Bel20 6 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 6 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine ringboleet
![]() |
| B b B b 18 u 84 | |
| Bruine ringboleet | |
|
De bruine ringboleet (Suillus luteus) is een eetbare paddenstoel uit de familie Suillaceae. De soort werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Roussel in 1796. De bruine ringboleet leeft op grazige plekken in naaldbossen. Duits : Butterpilz, Butter-Röhrling Frans : le bolet jaune, beurré, baveux, nonette voilée |
|
Bruine ringboleet auteur : Jerzy Opiola CC 2.5 |
|
|
De hoed heeft een doorsnede van 7-12 cm en is klokvormig. De steel is 6-8 cm hoog en 1,7-2 cm dik. Er is een ring aanwezig, dat eerst witachtig is en later bruinpaars wordt. De buisjes zijn bleekgeel tot okergeel en klein. |
|
Suillus luteus auteur/foto : Walter J. Pilsak CC 3.0 |
|
|
De bruine ringboleet groeit van augustus tot november uitsluitend onder dennen. Jonge exemplaren zijn van oudsher gewild als consumptiepaddestoel maar oudere zwammen zijn zeer week. |
|
Bruine ringboleet auteur : foto op www.elfenbankje.net |
|
|
De Bruine ringboleet heeft in Midden-Europa ongeveer 20 verwanten, waarvan de helft in Nederland voorkomt. Het vlees is witachtig tot citroengeel, vooral in de steel. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - www.natuur-wereld.be - tinternet |
bel20-aex 5/12/2012|
Slotkoers Bel20 5 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 5 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine rat 4
![]() |
| B b B b 18 u 83 | |
| Bruine rat (vervolg3) | |
|
Door het selectief fokken van de bruine rat is de albino laboratoriumrat ontstaan. Wetenschappers hebben voor experimentele redenen veel verschillende foklijnen van ratten gefokt. |
|
laboratoriumrat |
|
|
De tamme rat wordt ook gehouden als huisdier. Dat laatste heeft zijn oorzaak in het feit dat de tamme rat van de laboratoriumrat afstamt. |
|
wat hoor ik auteur : Oskila CC 3.0 |
|
|
Het is ten stelligste af te raden, slechts één rat te houden. |
|
tamme rat auteur : AlexK 100 CC 3.0 |
|
|
Vooral in gevangenschap zijn er ratten van meerdere typen en tekeningen te onderscheiden. Ratten hebben voldoende eiwitten nodig. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |