Vrijdag 14 mei 2010
Berghuislook

![]() |
| B b B b 5 r(31) | |
| Berghuislook | |
| Berghuislook (Sempervivum montanum) is een plant uit de vetplantenfamilie (Crassulaceae. De soort komt voor in de gebergtes van Midden-Europa tussen 1700 en 3400 m hoogte. De plant kan water opslaan in zijn vlezige bladeren en slaagt er zo in de frequent voorkomende droge periodes in de bergen te overleven. Engels : Mountain houseleek Duits : Berg-Hauswurz Frans : joubarbe des montagnes |
|
![]() Sempervivum montanum stiriacum auteur : Tigerente CC 3.0 |
|
| De bladen vormen kleine, vrijwel geheel gesloten rozetten. Ze zijn lichtgroen, behaard en vlezig met vaak een rode top. De vermeerdering gebeurt door uitlopers. Ook de stengel is vaak roodachtig en behaard. De bloemen zijn 2-3 cm breed en hebben twaalf tot zestien purperrode kroonbladen met in het midden een donkere streep. De meeldraden zijn bleek gekleurd. De planten bloeien van juli tot september. |
|
![]() Sempervivum montanum auteur : Kurt Stueber |
|
| De plant komt voor in schrale bergweiden, tussen rotsen en puin, op kalkarme bodems, tussen de 1700 en 3400 m hoogte. De soort is voornamelijk te vinden in de Alpen, de Apennijnen en de Pyreneeën. De plant wordt gebruikt als sierplant in rotstuinen. Er zijn vier ondersoorten: - subsp. montanum is de nominale vorm. Het heeft het grootste assortiment en komt uit het Maritieme Alpen in het zuidwesten aan de Hohe Tauern vóór. - subsp. stiriacum lost het subsp. montanum van de Hoge Tauern en nu is het aan de grens Stiermarkse bergen in het oosten te vinden. De rozetten hebben een diameter van 4-5 cm en zijn open, gebogen rosetbladen, fijne zachte haren. De uitlopers zijn kort en slank. De bloemen zijn karmijnrood. - subsp. burnatii komt voor van de Grajische Alpen tot aan de Cotti Alpen en in de Maritieme Alpen voor. Het heeft veel grotere rozetten. - subsp. carpaticum is in de Karpaten verspreid. |
|
| Bron : Wikipedia CC 3.0 | |
Geschreven door waaroemni om 16:45
Reageer op dit bericht








J R Crellin

Robin Newlin
















auteur : Anders Beer Wilse
