Naar de inhoud

Wie Weet

bloggen om te leren
waaroemni-805px.png

Categorie: bouwkunde

Biosfeer 2


B    i o
B     b    B     b    9 o
Biosfeer 2
Biosfeer 2 is een 1,27 hectare grote constructie in Oracle (Arizona) (VS), gebouwd om een gesloten ecologisch systeem na te bootsen.

Het project bestond uit twee gesloten missies; de eerste was van 26 september 1991 tot 26 september 1993, de tweede duurde 6 maanden en vond plaats in 1994.

Engels : Biosphere 2
Duits : Biosphäre 2
Frans : Biosphère II

751508-86ec7e4dab8dd3a6fc287a049e3fb9ba.jpg
Biosfeer 2
Het is tussen 1987 en 1989 gebouwd door Space Biosphere Ventures, een bedrijf dat wordt beheerd door John Polk Allen en Margret Augustine en werd in de jaren negentig gebruikt om te zien of mensen konden leven in een gesloten biosfeer, terwijl ze ook wetenschappelijke experimenten uitvoerden.
Het onderzoek toonde het gebruik aan van gesloten biosferen in ruimtekolonies, en de manipulatie van een biosfeer zonder dat van de aarde te beschadigen.
De naam komt van het idee dat de eerste biosfeer onze aarde is.
De ca. 200 miljoen dollar voor het project kwam van oliemiljardair Edward Bass.

751508-de986e27321c01c063cb1b5da6ffb006.jpg
Biosfeer 2
Tijdens de eerste expeditie zakte het zuurstofniveau.
Van de 20,9% die doorgaans voorkomt op zeeniveau zakte het tot 14%.
Toen het zuurstofniveau op ca. 16% kwam kregen de biosfeerbewoners last van hoogteziekte.
Nog voordat het zuurstofniveau op 14% kwam te liggen kregen vier van de acht bemanningsleden al zuurstof in hun slaapkamers bijgevuld.
Genoodzaakt door deze problemen werd besloten om door een zuurstofinjectie het peil weer op te krikken tot een niveau tussen de 18 en 19%.
16% werd als ondergrens ingesteld, omdat onder dit niveau de stress enorm toenam.
Naast deze injectie werden ook nog 30.000 roofmijten de biosfeer ingebracht om de plaag van spintmijt tegen te gaan.

751508-d31813845cbe3e5beba19a4aa912751e.jpg
Biosfeer 2 bij nacht
De tweede missie begon op 6 maart 1994 en zou tien maanden duren, maar werd gestaakt na zes maanden.
De crew bestond uit Norberto Romo (kapitein), John Druitt, Matt Finn, Pascal Maslin, Charlotte Godfrey, Rodrigo Romo en Tilak Mahato.

Op 5 april om 11:57 uur lieten Abigail Alling en Mark Van Thillo, leden van de eerste missie, een spoor van vernieling achter bij de tweede missie.

Vlak na het incident verliet kapitein Norberto Romo (toen getrouwd met Margret Augustine) de biosfeer.
In zijn plaats kwam Bernd Zabel, die eerder genomineerd was als kapitein op de eerste missie, maar op het laatste moment was vervangen.
Twee maanden later werd Matt Finn door Matt Smith vervangen.

De missie eindigde op 6 september 1994.
Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 10:14 1 reactie Reageer op dit bericht

Bildtse boerderij


B    i    l
B     b    B     b    9 l-d
Bildtse boerderij
De Bildtse boerderij is een karakteristiek type kop-hals-rompboerderij.
Hierbij is het bedrijfsgedeelte haaks op het woongedeelte geplaatst.
De reden hiervoor is niet bekend. De indeling is ook anders.
Zo staan koeien en paarden met hun koppen naar binnen gericht; het gangpad ligt tegen de buitenmuur.

923366-2b0a3c06c51aa697171b4fd72e76495e.jpg
Bildtse boerderij (Friesland)
Deze indeling wordt ook gevonden in Zeeland en Zuid-Holland.
Verondersteld wordt dat de bildtbedijker / boeren die uit deze streken kwamen, indertijd hun boerderij-indeling mee hebben genomen.

923366-16bdeb92b206dce809f6486eadc3ff2b.jpg
Bildtse boerderij - rond 1920 in Rohel (Friesland)
Opmerkelijk is ook dat er voor 1500 geen schuren voorkomen in Friesland.
Het is dus heel goed mogelijk dat ze op Het Bildt zijn ontstaan en zich van hieruit over Friesland hebben verspreid.
Bron :  Wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 00:00 Reageer op dit bericht

Big Ben


B    i    g
B     b    B     b    9 g
Big Ben
Big Ben is de naam van de grote slagklok die in de toren van het Palace of Westminster in Londen hangt.

toon : E
gewicht : 13195 kg
doormeter : 2,7 m
klepel : 203 kg

Ten onrechte wordt vaak de gehele klokkentoren van het gebouw, die eigenlijk "Saint Stephan's tower" heet, Big Ben genoemd.

712780-3e1adf5f0b33c6c8e1c6c494165165ee.jpg
Big Ben in Londen
auteur : Andreas Tusche
De klok is een van de zwaarste ter wereld.
Rondom de klok staat het opschrift:
This bell was cast by George Mears of Whitechapel for the clock of the Houses of Parliament under the direction of Edmund Becket Den­ison QC in the 21st year of the reign of Queen Victoria in the year of our Lord MDCCCLVIII.

712780-5ce00968b455629ffaf36f12e765c976.jpg
de klok Big Ben
auteur : bigbenfacts
Big Ben is genoemd naar de politicus Sir Benjamin Hall (1802-1867) die vanwege zijn rijzige gestalte Big Ben werd genoemd.
Sir Benjamin gaf de aanzet tot de bouw van de toren, die ongeveer 96m hoog is.
De grote klok werd geïnstalleerd in 1858.
Hij slaat alleen de volle uren.
De kwartieren worden geluid door een wekkering van vier kleinere klokken die eromheen hangen.
Zowel de toren als het geluid van de klokken (Westminsterslag) hebben wereldwijde bekendheid verworven.
Bron :  Wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door waaroemni om 07:07 4 reacties Reageer op dit bericht

Beschoeiing


B    e    s
B  b B  b  5 s (2)
Beschoeiing
Beschoeiing is een term die gebruikt wordt voor constructies die een oever of waterkant beschermen tegen afkalven, golfkrachten en andere invloeden die de stabiliteit van de waterkant in gevaar brengen.
Ook in de bouwsector worden beschoeiingen gebruikt langs wanden van bouwputten, vnl. om droog te kunnen werken.

677554-3902573c809bca2f7b5c3ca9ce742847.jpg
stalen beschoeiing
auteur : M.Minderhoud    CC 3.0
Beschoeiingen kunnen gemaakt worden van hout, beton, kunststof of staal.
Van oudsher wordt hout vaak toegepast. De voorkeur gaat dan uit naar hardhout omdat dit minder snel wegrot.
Het nadeel van hout is dat de hoogte van een beschoeiing enigszins beperkt is, palen zijn meestal leverbaar tot een lengte van 6 meter.
Tegenwoordig wordt ook glasvezel versterkt kunststof toegepast in de vorm van platen die aan houten palen bevestigd worden.
Betonnen en stalen beschoeiingen worden in de vorm van damwanden aangelegd en kunnen ook in grotere lengte geleverd worden zodat diepere kanalen met beschoeiing kunnen worden uitgevoerd.
Vaak is in dit geval dan ook sprake van een grondkerende constructie.

Houten beschoeiingen worden ook wel aangeduid met de term betuining.

677554-b91322dd13075b7a18327d18b8350b13.jpg
nieuwe houten beschoeiing
gebruiker : Titico    CC 2.5
Bron :  Wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 21:02 Reageer op dit bericht

Bergerie


B       e       r
B  b B  b  5 r(21)
Bergerie
Een bergerie is van oorsprong een schaapskooi op het Franse platteland.

De bergeries uit die tijd zijn opgebouwd uit natuursteen, pierres en taille, en tegenwoordig erg geliefd, dus waardevol.

641887-8da36049a3706941c4e2c6f3ddc38e95.jpg
bergerie in Vallon de Combeau, Frankrijk
Naarmate de schaapherders rijker werden, bouwden zij naast de langgerekte stal op den duur een woonhuis met op de begane grond een woonkamer met grote open haard en een keuken.
Op de eerste verdieping was de Chambre de Maître, de ouderslaapkamer met daarnaast een badkamer met een bedstee voor de kinderen.
Zo'n "herenboerderij" was al luxe.

De tegenhanger van een bergerie in Frankrijk is een mas, een veel markanter gebouw, hoger - meestal met 2 bovenetages - en meer gericht op de landbouw.

641887-88584726513470d161d7ed83ddfd5383.jpg
bergerie in Lunas (Hérault), Frankrijk
auteur : Fagairolles 34    CC 3.0
Bron :  Wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 15:41 1 reactie Reageer op dit bericht

Belfort

B       e       l
B  b B  b  5 l (11)
Belfort
Een belfort of halletoren is een middeleeuwse wachttoren met een stormklok.
Meer algemeen wordt met 'belfort' een stedelijke toren in de Zuidelijke Nederlanden aangeduid, waarin de stadsklokken werden gehangen en die vaak op of aan een stadhuis of commerciële lakenhal werd gebouwd.

Een groep van 56 belforten in België en Frankrijk is opgenomen in de UNESCO Werelderfgoedlijst.

Bekende belforten zijn te vinden in Brugge, Gent, Ieper en Kortrijk.

575351-c684ef19e5308277015347d93f2b84b3.jpg
Belfort (links) van Veurne
auteur : Geert Schneider     CC 2.0
In de middeleeuwen kwam de handel en (laken)industrie tot grote bloei in Noordwest-Europa.
Hierdoor werd de burgerij in de steden rijk en nam hun invloed toe.
Belforts vormden een zinnebeeld van deze stedelijke en burgerlijke vrijheid en macht.
Voordien hadden namelijk alleen de vorsten en de kerk het geld om zulke grote gebouwen te financieren.

In Vlaanderen hadden de steden in de middeleeuwen het recht een belfort te bouwen.
Het oudste belfort is dat van Poitiers, gebouwd na het ontvangen van stadsrecht in 1099.

De eerste belforten waren van hout. Deze vielen gemakkelijk ten prooi aan de in de middeleeuwen veelvuldig voorkomende stadsbranden.
Er is geen enkel houten belfort bewaard gebleven. Vanaf de 12e eeuw werden de belforten in steen opgetrokken.
De oudste stenen belforts doen denken aan kasteeltorens, zoals de zware vierkante toren van de 13e eeuwse Lakenhalle van Ieper of het 14e eeuwse ronde belfort van Namen dat oorspronkelijk een toren van de stadsmuur was.
In de eeuwen daarna werden de stedelijke klokkentorens veel slanker, waarbij het bovenste deel van de toren extra opviel, zoals bij het stadhuis van Brussel (15e eeuw) en de Lakenhal van Tielt (16e eeuw).

575351-7c15c190e6f4be1e2e98163e0ee2896e.jpg
Verspreiding van de belforten op de werelderfgoedlijst in België en Frankrijk.
gebruiker : Phlegmatic     CC 2.5
Het belfort was, als veiligste plek in de stad, vaak het onderkomen van het stadsarchief, de stadskluizen en soms ook de gevangenis.
Door de hoogte werd de klokkentoren ook gebruikt als uitkijktoren om vijanden tijdig te zien aankomen en om stadsbranden snel te kunnen ontdekken.
De stadsklok werd dan geluid.
Andere functies van de stadsklok waren: aangeven wanneer de stadspoorten open en dicht gingen, luiden bij het begin en einde van de werkdag en het beieren ter gelegenheid van festiviteiten.
Vanaf de 16e eeuw kwamen carillons (beiaard) in de mode.

575351-c6ac88703f7174b50885c604fd19593c.jpg
Belfort van Namen (14e eeuws)
auteur : Jean-Pol GRANDMONT     CC 3.0
Vrijwel alle nog bestaande belforten bevinden zich in Vlaanderen, Wallonië en Noord-Frankrijk.
Het enige Nederlandse belfort, het belfort van Sluis staat in Zeeuws-Vlaanderen, tegen de Belgische grens aan.
Er zijn plannen om het belfort van Bergen op Zoom opnieuw te bouwen.

Hoewel zij niet officieel te boek staan als belfort, hebben verschillende Nederlandse steden opvallende klokkentorens die ook fungeren als zinnebeeld van de stedelijke en burgerlijke macht en vrijheid.
Voorbeelden zijn de dichtbij Vlaanderen gelegen klokkentorens van het Stadhuis van Veere (15e eeuw) en de lakenhal annex Stadhuis van Middelburg (16e eeuw).
Beide stadhuizen zijn overigens gebouwd door Vlamingen.
Latere voorbeelden zijn de klokkentoren bovenop het Stadhuis van Bolsward (17e eeuw) waar ook een waag was gevestigd en de in de 17e eeuw vernieuwde en vergrote klokkentoren van het Waaggebouw in Alkmaar.
De zeskantige 15e eeuwse Haagse toren is naar alle waarschijnlijkheid gebouwd als wachttoren en dus te beschouwen als een Nederlands belfort.

Het Haagse Vredespaleis (begin 20e eeuw) was oorspronkelijk ontworpen met twee torens, maar het gerealiseerde gebouw heeft veel weg van een stadhuis met belfort.
Het slechts enkele jaren later gebouwde stadhuis met belfort van Calais lijkt veel op het Vredespaleis.
Bron :  Wikipedia     CC 3.0
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door waaroemni om 08:16 8 reacties Reageer op dit bericht

Belegeringstoren

B       e       l
B  b B  b  5 l (5)
Belegeringstoren
Een belegeringstoren, evenhoge, wandeltoren of stormtoren is een middeleeuws werktuig om bij een belegering een stad of vesting te kunnen innemen via de muren.

De belegeringstoren werd meestal gebouwd met wielen.
De hoogte van de toren varieerde per stad, omdat de hoogte van de toren gekozen werd naar aanleiding van de hoogte van de stadsmuur.
Een belegeringstoren was net zo groot of iets groter dan de stadsmuur.
In de toren kon je naar boven klimmen door middel van ladders en de vorm van de torens was meestal rechthoekig.
De toren was soms bekleed met doeken of dierenhuiden die nat gehouden konden worden. Dit ter bescherming tegen brand.

571529-f8bc096f091be38d1660adf77becc261.png
tekening van een belegeringstoren
571529-63f899dfc913ac37921d6d4a501bec79.jpg    auteur : Eugène Viollet-le-Duc
Wanneer de torens hoger waren dan de stadsmuur, was dit om over de stadsmuur heen te kunnen schieten met boogschutters.
Deze werden geplaatst op de top van de toren.
Een toren was doorgaans 5 tot 15 meter hoog, maar werden soms wel 30 meter hoog gebouwd.
Om de toren te verplaatsen gebruikte men meestal duwteams, welke de toren op de juiste plek neerzette.

Belegeringstoren werden in de geschiedenis zowel in het Verre Oosten als in Europa gebruikt.
De torens waren bijna niet te verplaatsen en werden daarom vooral op het terrein zelf gebouwd.
Aangezien het bouwen van dergelijke torens veel tijd in beslag nam werd dit vooral gedaan als de fortificatie niet overmeesterd kon worden met ladders, door de muren te ondergraven of door de muren of poorten te slopen.

571529-f757ecafab64824d4a74520561c2e3f2.png
aanval met een belegeringstoren
571529-63f899dfc913ac37921d6d4a501bec79.jpg    auteur : Eugène Viollet-le-Duc
In een belegeringstoren zaten soms ridders of kruisboogschutters die pijlen op de verdedigers schoten.
Vanwege de grootte van de toren en het gevaar dat zo'n werktuig kon betekenen voor een belegerde fortificatie was deze vaak het eerste doelwit van kanonnen of andere grote projectielen.

Belegeringstorens werden gebruikt om troepen de fortificatie binnen te laten dringen; als de belegeringstoren dicht bij een muur was werd een loopplank neergelaten tussen de toren en de muur.
Soldaten konden hierdoor via de muren het kasteel of de stad binnendringen.
Bron :  Wikipedia     CC 3.0
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door waaroemni om 09:37 4 reacties Reageer op dit bericht

Begijnhof

B       e       g
B  b B  b  5 g
Begijnhof
Een begijnhof is een verzameling van individuele en/of gemeenschappelijke woningen, huizen en conventen genoemd, van begijnen meestal in de nabijheid van een kapel of kerk en al dan niet omgeven door een muur met een of meerdere toegangspoorten.
Specifiek voor Nederland spreekt men van hofje om een reeks kleine huisjes aan te geven waarin arme of bejaarde personen verblijven.
Het begijnhof als bijzondere ruimtelijk gesitueerde stedelijke bewoningsvorm wordt alleen in de Nederlanden aangetroffen, sporadisch in Noord-Nederland en Wallonië.
Vlaanderen en Zuid-Nederland telden er een 70-tal.
Niettemin is de begijnenbeweging waaruit deze bewoningsvorm voortkwam een in de late middeleeuwen alom voorkomend Europees fenomeen.
Om politieke en religieuze redenen stierf deze beweging voor 1400 echter uit in de rest van Europa.

558125-71f7ddc6afef4b24b06aa13698972eee.jpg
Begijnhof van Amsterdam    auteur : LennartBolks     558125-63f899dfc913ac37921d6d4a501bec79.jpg
De Belgische historicus Henri Pirenne verklaart het succes van de begijnenbeweging door een vrouwenoverschot dat ontstond door geweld, oorlogen en militaire- en paramilitaire operaties, waarbij vele mannen om het leven kwamen.
De vrouwen hadden dikwijls geen andere kans om te overleven dan zich te verenigen en gezamenlijk hulp te vragen bij rijke weldoeners.
Op dezelfde wijze kenden in de twaalfde eeuw de vrouwenkloosters aanvankelijk een groot succes, doch de striktere regels en de beperking in aantal per klooster binnen de premonstratenzer- en cisterciënzerabdijen deed vele vrouwen zoeken naar een minder dwingende omgeving.
Bovendien had het aanvankelijke succes van deze abdijen tot gevolg dat talrijke aanvragen tot toetreding moesten geweigerd worden, temeer daar meerdere van die kloosters een zekere hoge geldsom en soms ook de eis om van adel te zijn als één van de toetredingsvoorwaarden oplegden.
Stadsorden zoals de arme klaren en de dominicanessen kenden omwille van het ontbreken van die laatste voorwaarde meer succes.

558125-a2405a04e7f652b8c0aa365b8996bcdc.jpg
Begijnhof van Brugge
auteur : Donar Reiskoffer     CC 3.0
Aanvankelijk werd dit probleem opgelost door de oprichting van dubbelkloosters in het geval van de Premonstratenzers omdat mannen en vrouwen er in hetzelfde klooster werden ondergebracht.
De stichting van deze dubbelkloosters mislukte omdat ondanks de scheiding bij gebed en misviering de menselijke natuur de bovenhand behield.
De vele problemen leidden tot de opheffing ervan, en de zogenaamde "mulieres religiosae", of "virgines continentes" moesten hun toevlucht zoeken tot andere vormen van religieus leven en wonen.
De verschillende elkaar opvolgende of samen voorkomende vormen hiervan worden hierna voorgesteld.

558125-fd46fc9b03345476f607d21641feade8.jpg
Begijnhof van Breda
auteur : A3diet     CC 3.0
Om een onderscheid te maken tussen de oorspronkelijke vorm van de begijnenreligie en de vormen die deze beweging in latere stadia omhelsden onderscheidt LJM. Philippen:

- Alleen, of nog bij hun ouders of familieleden, in afzonderlijke huizen levende vrome vrouwen. - Begijnenbewegingen die alleen of samenleefden, verspreid in de stad, in georganiseerde vorm onder toezicht van geestelijken - In afzondering levende begijnengemeenschappen in een ommuurd begijnhof, volgens het stratenplan, het pleinmodel of een gemengde vorm opgebouwd. De afgesloten vorm was tussen het sluiten van de poorten bij het vallen van de avond en de ochtend. - Als begijnenparochies georganiseerde gemeenschappen erkend als parochie onder leiding van een eigen kapelaan.

Het ontstaan van religieuze stromingen van alleen levende vrome vrouwen had plaats, tussen de 12e eeuw en het begin van de 13e eeuw, toen de naam begijn nog niet in gebruik was maar eerder als een spotnaam voor ketterse vrouwen gebruikt werd. Deze vrouwen leefden verspreid in de stad zonder enige vorm van organisatie. Bij het begin van de 13e eeuw kwamen in het bisdom Luik vormen voor van vrome vrouwen die zich groepeerden rondom een leidinggevende figuur zoals een van de als heilig beschouwde vrouwen, Maria van Oignies en anderen. Dit gebeurde meestal in de buurt van een hospitaal of een kapel. Door toedoen van weldoeners zoals plaatselijke heren, graven of hertogen, verkregen ze grond of enkele huizen waar ze zich konden vestigen onder toezicht van de plaatselijke parochiepriester. In verschillende steden in Frankrijk, Duitsland en Vlaanderen namen de bedelorden, Franciscanen en Benedictijnen, de zielszorg voor deze vrouwen op zich.

In de loop van de 13e eeuw neemt de omvang van de groeperingen toe zodat ze zich meer en meer buiten de stadspoorten vestigen in nieuw opgerichte begijnhoven omgeven met een gracht en ommuurd. Door hun eigen kerk hoeven ze zich niet meer naar de kerken in de stad te begeven. De naam begijn werd ondertussen, vanaf het midden van de 13e eeuw gebruikt om de orthodoxe vrome vrouwen aan te geven en de ketterse bijgedachte zwakt langzaam af.

Ondanks veroordelingen houden door een afzonderlijke toestemming van de paus de begijnen in de Lage Landen, in sommige delen van Noord Frankrijk en Duitsland. De begijnen maken echter moeilijke tijden door tijdens de beeldenstorm, de Spaanse repressie en de verschillende oorlogen tussen Protestanten en Rooms-katholieken. Tijdens de Contra Reformatie verplicht de kerk religieuze bewegingen zich te vestigen binnen de verdediging wallen van de steden. Er ontstaan in de Lage Landen steden in de steden gevormd door de door een muur van de rest van de stad afgescheiden begijnhoven.

De uiteindelijke vorm, niet voor alle begijnhoven weerhouden, was het verkrijgen van de toestemming voor het oprichten van een eigen parochie wat toeliet om de dode begijnen op het begijnhof te begraven en hun andere privilegiën gaf.

558125-87bbc85ba7321a052cb038c4b6a55524.jpg
Begijnhof van Brugge - ingang
De leiding van een begijnhof berust bij de grootmeesteres. Deze door de meesteressen gekozen verantwoordelijke heeft de leiding van het begijnhof met als taak de statuten te laten naleven en de algemene organisatie te controleren. Sommige grote begijnhoven konden meerdere grootmeesteressen hebben.

Bij het uitoefenen van haar taken werd ze bijgestaan door een of meerdere momboren, mannelijke gevolmachtigden, die geldverhandelingen voor het verwerven van eigendommen en eventuele rechtszaken voor het begijnhof uitvoerden. Het was namelijk verboden voor vrouwen om dergelijke handelingen te stellen.

Op rang twee kwam de meesteres van het hospitaal, die tevens de “kiste” of de “tafel van de heilige Geest” beheerde. Het hospitaal verzorgde ook de behoeftige begijntjes die niet meer konden zorgen voor hun eigen inkomen omwille van ziekte of ouderdom. Het geld om deze bijkomende dienstverlening mogelijk te maken kwam uit de kiste waarin naast de kleine wekelijkse bijdrage van de begijnen ook schenkingen of testamentaire giften terecht kwamen.

De meesteres van de kerk (kosteres) die eveneens de leiding had van het koor dat de erediensten opluisterde. Zij beheerde de uitgaven voor de kerk, het onderhoud en organiseerde de vorming van het koor en de oefenstonden.

De portierster speelde een belangrijke rol bij de controle van het verkeer in en uit het begijnhof. Zij is belast met het sluiten en openen van de poort, het noteren van de in en uitgaande begijntjes tijdens de dag en de in en uitgaande vreemdelingen voor leveringen van materialen en levensmiddelen, werklieden en bezoekers.

Op rang drie vernoemen we de meesteressen van de conventen: ze zijn verantwoordelijk voor de algemene orde en de werking van het hen aangeduide convent; al naargelang het een convent voor novicen of voor arme begijnen betreft, zorgt zij voor de vorming en het laten respecteren van de specifieke regels ervan. Deze specifieke regels kunnen zijn opgelegd door de stichter en omvatten gebeden of andere godsdienstige oefeningen ter nagedachtenis van de stichter en zijn familie.

558125-42f7057396953416c34add99545e5c46.jpg
Begijnhof Ter Hoyen in Gent     CC 3.0
Voor de rest komen
  1. Eerst de begijnen die een eigen huis bezitten, dit huis kon verkregen worden door er een te bouwen met eigen middelen, of een bestaand huis te kopen bij de openbare verkoop in het begijnhof. Het bezit van een huis is voor de duur van een leven, waarna het huis in het bezit kwam van het hof en het terug verkocht werd.
  1. De begijnen die een kamer huren, meestal een achterkamer in een van de grotere huizen. Zij moesten instaan voor het onderhoud van de kamer en indien hun inkomsten onvoldoende waren moesten zij een onderkomen zoeken in een convent.
  1. De begijnen en de novicen die in conventen verblijven. Zij hadden geen eigen inkomens en moesten werken om in hun onderhoud te voorzien, naargelang het convent kregen zij hulp bij de aankopen van voedsel, hout voor de verwarming en enkele extra's tijdens de winter. De kosten voor het onderhoud van de woning werd voorzien voor een lange periode door de stichter.
Deze rangorde was beslissend voor hun plaats in de kerk. Tijdens misvieringen namen de grootmeesteressen vooraan plaats, gevolgd door de verschillende meesteressen, de eigenaressen, de begijnen en de novicen.

558125-3672e6993c3c770784671bba79525ee2.jpg
Groot Begijnhof van Leuven    auteur : Snowdog     558125-63f899dfc913ac37921d6d4a501bec79.jpg
Daar waar de allereerste begijnhoven gebouwd werden in de rechtstreekse omgeving van stedelijke kernen, en dus buiten de muren van de stad waren ingeplant, hadden ze behoefte aan een eigen ommuring. In geval van oorlogen en belegeringen werden de buiten de stadspoorten gelegen begijnhoven soms afgebrand door de stedelingen om te beletten dat de aanvallers ze zouden gebruiken als bescherming, of ze werden door plunderende benden vernietigd. Na de godsdienstoorlogen en het concilie van Trente werd door de kerk aanbevolen de kloosters en begijnhoven binnen de stadspoorten te brengen. Dit is het geval voor Brugge, Gent (met drie sites, namelijk het Klein Begijnhof en Oud Groot Begijnhof, dat later verhuisde naar de jongste begijnhofsite in Sint-Amandsberg), Lier, Herentals, Leuven (klein en groot), Diest, Brussel, Dendermonde, Hasselt, Mechelen (Groot Begijnhof) (klein) en Tienen. Het begijnhof van Sint-Truiden bevindt zich nog steeds "buiten de muren".

Een bepaald type heeft een binnenplein, driehoekig of rechthoekig, waarin sommige auteurs latente invloed van Salische Franken menen terug te vinden. Dit is het geval voor de begijnhoven van Aarschot, Herentals, Turnhout, Hasselt, Hoogstraten, Anderlecht, Oudenaarde, Aalst, Dendermonde en Diksmuide.

Een ander type is dat waarbij huizen gebouwd werden rond een weide in een dubbele rij, zodat een straat ontstond: het gemengde type. Dat vinden we terug in Tienen, Antwerpen, Sint-Truiden en Kortrijk.
Bron :  Wikipedia     CC 3.0
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door waaroemni om 04:11 5 reacties Reageer op dit bericht

Bedekte weg

B       e       d
B  b B  b  5 d (3)
Bedekte weg

534219-4bcaee54cd846bc1ad75f9329e866aab.jpg
Doorsnede van de vestingwerken van Groenlo anno 1627.
Afbeelding uit Commelin's werk over Frederik Hendrik uit 1651.

534219-63f899dfc913ac37921d6d4a501bec79.jpg   auteur : commelin
Een bedekte weg is een doorlopende weg rondom een vesting, gedekt door een extra wal zoals een contrescarp of glacis.
Vanaf de bedekte weg kon men het achterliggende gebied verdedigen tijdens een belegering.
Vestingwerken welke zijn aangelegd volgens het oud Nederlands vestingstelsel hebben ook een bedekte weg tussen de onderwal en hoofdwal aan de stadszijde.

534219-965a4344ac8e0df833600851a9dffcbe.jpg
tekening, doorsnede waarin een bedekte weg
Bron :  Wikipedia     CC 3.0
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door waaroemni om 19:03 Reageer op dit bericht

Basilica

B        a s
B  b B  b  1  s (6)
Basilica
Een basilica was een gebouw voor handel en rechtspraak in de Romeinse oudheid.
De naam komt weliswaar uit het Grieks (Grieks: στοὰ βασιλική / stoà basilikē: 'koningshal'), maar basilica's als zodanig bestonden niet in het oude Griekenland.
De oudst bekende basilica was de Basilica Porcia in Rome uit 184 v.Chr., die werd gebouwd in opdracht van Cato maior (afgebrand in 52 v.Chr.).

470635-7d49a0f1683dfdf9821173e0981dbfd1.jpg
Basilica van Trier, omstreeks 310
auteur : Berthold Werner   470635-63f899dfc913ac37921d6d4a501bec79.jpg
Een basilica was een grote rechthoekige hal.
Doorgaans was het een drieschepig gebouw, waarbij het middenschip, dat door zuilen van de zijbeuken was gescheiden, hoger was.
Het uitstekende gedeelte (de lichtbeuk) had grote vensters waardoor daglicht kon binnenvallen.
De basilica had meestal aan één van de korte kanten een halfronde uitbouw, de apsis of absis.
De ingang lag doorgaans aan de andere korte kant en had vaak een voorhal.
Maar er zijn ook varianten op deze plattegrond; zo waren er basilica's met absiden aan beide korte kanten en was de uitbouw soms niet halfrond, maar rechthoekig.
Grote basilica's zoals de Basilica Ulpia in Rome, waren vijfschepig:
ze hadden aan weerszijden van het middenschip twee zijbeuken.

De basilica lag altijd aan het forum van de Romeinse stad.
Hij had op de eerste plaats een commerciële functie: het was een markthal, bankgebouw en beursgebouw.
Daarnaast werd de basilica gebruikt voor de rechtspraak.
Het tribunaal zetelde daarbij in de absis.

470635-cb8d69b69cf9e2c6291f64be121e9f6d.jpg
Basilica van Maxentius in Rome  470635-63f899dfc913ac37921d6d4a501bec79.jpg
In Rome zijn op het Forum Romanum de resten te zien van drie basilica's:
de Basilica Aemilia uit de 2e eeuw v.Chr., de Basilica Iulia uit de 1e eeuw v.Chr. en de Basilica van Maxentius (of Basilica van Constantijn) uit het begin van de 4e eeuw.

Op de keizerfora bevond zich één basilica:
de enorme Basilica Ulpia op het Forum van Trajanus, die rond 100 n.Chr. werd ontworpen door Trajanus' vaste architect Apollodorus van Damascus.
Toen in de vierde eeuw het christendom werd toegestaan door keizer Constantijn werd de bouwvorm van de basilica ook gebruikt voor de bouw van kerken, omdat dit gebouw onderdak bood aan grote groepen mensen.
In het Nederlands spreekt men dan niet meer van een basilica, maar van een basiliek.
De Basilica Ulpia leverde het voorbeeld voor grote oud-christelijke basilieken als de Oude Sint-Pietersbasiliek en de Santa Maria Maggiore.
De christelijke basilieken werden vaak uitgebreid met transepten of dwarsschepen, zodat het gebouw de plattegrond van een kruis kreeg.
Bron :  Wikipedia    CC
           
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 09:28 4 reacties Reageer op dit bericht

Naar boven

Meer van Wie Weet

↑ Terug naar de berichten