De Bergamasco is een hondenras dat afstamt van Italiaanse herders, die weer van Perzische herders afstammen. Er gebeurden ook inkruisingen met molosser herders en Hongaarse herders (Puli, Kuvasz, Pumi, Komondor, Mudi).
De Bergamasco wordt vooral als herder in de bergen ingezet.
Engels : Bergamasco Shepherd Duits : Bergamasker Hirtenhund Frans : berger de Bergame
De Bergamasco is, in de bergstreken in het noorden en midden van Italie, een van de meest gebruikte herdershondenrassen. Het ras stamt naar verluidt af van de Franse Briard, maar ook is er verwantschap met de Zuideuropese herdershonden, bijvoorbeeld de Hongaarse Puli en Komondor. De opvallende vacht van de hond trekt altijd aandacht. Buiten zijn vaderland komt de hond slechts weinig voor. Hij is niet alleen een goede herdershond, maar ook een goede waakhond.
De Bergamasco en de Berghond van de Maremmen en Abruzzen zijn de in Italië het meest voorkomende en oudste variëteiten. De Bergamasco werd lange tijd met de Maremmano verwisseld. In 1941 werd de Bergamasco door het F.C.I. als ras erkend. Het eerste fokboek bestond in Italië reeds sinds 1898. Schofthoogte bedraagt circa 62 centmeter, en het gewicht tot 32 kilogram.
Belgische herders waren tot het einde van de 19e eeuw enkel als werkhonden van boeren en schaapherders bekend en vormden geen alleenstaand ras. Als stichters van de ras staan de dierenarts Prof. Dr. Reul, L. Van der Snickt en L. Huyghebaert bekend.
De Club du Chien de Berger Belge werd op 29 september 1891 in Brussel door Prof. Dr. Reul opgericht. Op 8 mei 1892 werd te Kuregem de eerste tentoonstelling voor Belgische Herders gehouden. In 1898 richtten L. Huyghebaert en Dr. G. Geudens in Mechelen een tweede club op, de Berger Belge Club. Na enkele ruzies over kleur, vacht en andere belangrijke eigenschappen van het ras, bleef de laatste club over.
De naam veranderde later in Societè Royal Canine St. Hubert, de Belgische overkoepelende organisatie. Enkele jaren later werd ook de Koninklijke Groenendael Club opgericht en erkend. Op 30 maart 1990 fuseerden beide clubs.
In 1901 werd voor het eerst een Belgische Herder in het fokboek ingeschreven. De eerste geregistreerde hond was een Mechelse herder Vos de Polders.
De Belgische herder heeft een licht skelet en een elegant uiterlijk. Hij draagt zijn kop hoog in een hoek van 90° (de Duitse herder bijvoorbeeld in een hoek van 45°), wat hem een edele uitdrukking geeft. Waar de Duitse herder rechthoekig is, dus langer dan hoog, is de Belgische herder meer vierkant gebouwd. Zijn schofthoogte is voor teven gemiddeld 58 centimeter (tolerantie 56 tot 62 centimeter) reuen gemiddeld 62 centimeter (tolerantie 60 tot 66 centimeter), zijn gewicht van 20 tot 30 kilogram.
Laekense herder auteur : Christoffer Magnerholt CC 1.2
De Belgische herder heeft over het algemeen geen last van de typische aandoeningen van middelgrote rassen, zoals heupdysplasie en elleboogdysplasie. Dit komt door zijn lichte skelet en zijn compacte bouw. Soms treedt wel epilepsie op. De meeste Belgische herders zijn tot 14 jaar actief en fit.
De Beierse bergzweethond is een hondenras dat afkomstig is uit Duitsland. Het is een jachthond die vooral wordt ingezet bij de jacht in moeilijk begaanbaar berggebied. Het dier is geschikt voor het volgen van sporen. Een volwassen reu is ongeveer 50 centimeter hoog, een volwassen teef ongeveer 46 centimeter.
Duits : Bayerische Gebirgsschweißhund Engels : Bavarian Mountain Hound Frans : Le chien de rouge de Baviere
De Beierse bergzweethond heeft een nog niet al te lange geschiedenis.
De jacht op gems steenbok en roodwild verlangde goede zweethonden, in die tijd had de Hannoveraan met zijn goede neus en rustig karakter al een goede naam opgebouwd. Zo kwam de Hannoveraan dus ook in de bergen van Beieren en Oostenrijk terecht, waar naar verloop van tijd bleek dat hij daar door zijn wat te zware voorkomen niet echt geschikt was voor de hoge en ruwe terreinen. Om toch de kwaliteiten van de Hannoveraan in de bergen te behouden Kruiste Baron Krag-Bebenburg uit Reichenhall , omstreeks 1870 de Hannoveraanse zweethond met de rode Bergbrakken. Daaruit ontstond de lichtere Gebirgsschweishund.
Baron Krag-Bebenburg heeft zich er voor ingezet dat deze hond de naam Bayerischer Gebirgsschweisshund mocht behouden. In aantal toenemend, verdrongen deze honden de andere plaatselijk gefokte brakken uit de bergen zodat de Bayerischer Gebirgsschweisshund de hedendaagse begeleider van de beroeps jager en boswachter is geworden.
De Beierse bergzweethond behoort tot de lopende jachthonden, daarnaast is hij samen met de Hannoveraanse zweethond ingedeeld onder het hoofdstuk zweethonden. Als hij werkt is hij kalm en zelfverzekerd. Hij is trouw aan zijn baas en voorzichtig met vreemden. De Beierse bergzweethond is zeker geen hond die in een kennel buitenshuis gehouden moet worden. Dit kan zijn karakter en de band tussen baas en hond behoorlijk beïnvloeden in negatieve zin. Thuis is hij aanhankelijk en alert op alles wat gebeurt in en om het huis. Als jonge hond gaat hij leuk en vriendelijk om met iedereen, maar dit verandert naarmate hij ouder wordt. Dit houd niet in dat hij agressief wordt maar juist voorzichtiger naar vreemden. Maar kent de hond iemand dan is er niets meer aan de hand.
Beierse bergzweethond
De Beierse bergzweethond heeft veel beweging nodig en het is belangrijk dat hij de kans krijgt om te doen waar hij uiteindelijk voor gefokt is, jagen en zweetwerk.
Aan de lijn lopen vindt hij niet erg plezierig, dit komt omdat gefokt is om vrij in de bergen te kunnen bewegen. Daar is het immers onmogelijk om met de hond aan de lijn en het geweer de bergen te beklimmen.
Dit ras wordt gefokt om mee te werken en is eigenlijk niet geschikt voor mensen die niet in de gelegenheid zijn, de hond voor de jacht in te zetten.
De oorsprong van de bedlingtonterriër laat zich tot in de 18e eeuw terugvervolgen. In het midden van de 19e eeuw werd het ras met de whippet gekruist. Hij was op de rattenjacht gespecialiseerd en werd ook in de bergbouw ingezet.
een blauwe en een zandkleur bedlingtonterriër auteur : Elf CC 3.0
De vacht van de bedlingtonterriër is blauwgrijs (donkere ogen en neus), lever- of zandkleurig (bruine ogen en neus). Karakteristiek is een dense, licht gekrulde vacht. Het hoofd is peervormig met hangende oren. De staart is diep aangezet en wordt niet boven de rug gehouden. Hij heeft lange achterpoten.
bedlingtonterriër auteur : onbekend
Bedlingtonterriërs zijn gevoelig voor oogaandoeningen en kopertoxicose. Door een voorzichtige fokdierkeuze, samen met de voorgeschreven genanlyses, wordt kopertoxicose ondertussen bij het ras niet meer waargenomen.
De Bearded Collie is een hondenras, afkomstig uit Schotland. Zoals alle collies is hij een herder, die zijn oorsprong in de Schotse Hooglanden heeft. De eerste voorouders van de Bearded Collie zouden honden zijn die in 1514 met een schip uit Polen in Schotland aankwamen en geruild werden tegen een ram en een ooi. Door het heersende klimaat in de Schotse Hooglanden was er behoefte aan een hond met een dikke vacht. Zo ontstond de Bearded Collie. In der loop der jaren werd uit de ruwe vacht van vroeger de zijdeachtige vacht van vandaag. De vacht heeft wel regelmatige verzorging nodig. Schofthoogte van 51 tot 56 centimeter, gewicht van 18 tot 27 kilogram. De worpgrootte is gemiddeld 7 pups.
Een Bearded Collie is een zeer energieke hond, en moet daarom ook voldoende beweging krijgen. Het is daarom ook noodzakelijk om dagelijks met de hond te gaan lopen. Tijdens de wandeling kunnen allerlij apporteer spelletjes gedaan worden wat ook de baas-hond relatie verbeterd. Krijgt de hond niet voldoende beweging dan zal de baas dit vanzelf merken aan het gedrag dat de hond binnenshuis zal vertonen, dit kan uiteraard leiden tot sloop gedrag.
Buiten wandelingen kan de hond ook gebruikt worden om agility te doen. Bearded Collies zijn hier zeer geschikt voor en vinden het doorgaans ook erg leuk.
Door de dikke vacht is het nodig de hond regelmatig te borstelen, gebeurt dit niet dat zit de hond snel helemaal onder de klitten. De plaatsen waar dit het meest voor komt is onder de hond zijn oksels en bij de snuit.
De eigenaar moet daarom minstens een keer per week de hond een goede en grondige borstelbeurt geven.
Als de hond gaat wisselen van puppy naar volwassen vacht moet de eigenaar zeer goed opletten omdat de losse haren snel voor klitten zorgen. Het makkelijkste is dan om de hond wat vaker te borstelen of in iedergeval even uit te borstelen.
Bearded collie auteur : onbekend
De Bearded Collie is het resultaat van het kruisen van de Polish Sheepdog ofwel de Polski Owczarek Nizinny met de lokale hoedende honden van Schotland. De Schotten hebben dit ras eeuwenlang als hoeder gebruikt onder de namen "Highland Sheepdog" en "Highland Collie". "Collie" is het Schotse woord voor hoeder en de naam Bearded Collie komt van het lange haar dat deze hond onder zijn kin heeft.
Over het algemeen genomen is de Bearded Collie een gezond ras, waarbij niet veel gezondheidsproblemen te verwachten zijn. Het meest voorkomend bij dit ras is heupdysplasie.
De levensverwachting voor de Bearded Collie is 14 tot 15 jaar.
De beagle is een hondenras. In Groot-Brittannië werd en wordt hij gebruikt voor de jacht op konijnen en hazen. Hierbij moet de hond het dier vangen en doodbijten.
De naam Beagle is afkomstig van het woord Beag, Beg of Beigh, wat "klein" betekent in het Keltisch, en werd voor het eerst gebruikt in de regeringstijd van koning Henry VII (tussen 1457 en 1509).
De hond is behoorlijk stevig gebouwd. De schofthoogte varieert van 33 tot 41 cm en het gewicht is ongeveer 15 kilo. De hond heeft een eigenzinnig karakter en gaat graag zijn eigen gang, maar dat weten veel baasjes in het ras juist erg te waarderen.
Beagle
De hond is een tricolor, dit betekent dat hij in 3 kleuren voorkomt: zwart, wit en lichtbruin; de meeste beagles hebben alle drie de kleuren. Oudere beagles hebben natuurlijk ook grijze haren. De beharing kent twee variëteiten: de gladharige en de ruwharige. Bij de gladharige is het haar glad, heel dicht en niet te kort. Bij de ruwharige zeer dicht, stekelig en draadachtig. De vacht is goed bestand tegen weersinvloeden. Sinds 1950 is de ruwharige beagle uit de rasstandaard geschreven en komt officieel niet meer voor. Ook komen er twee kleuren voor in bijv. lime, tan, zwart, geel en rood.
Beagle pups
De beagle is een vriendelijke, enthousiaste hond. De in veel boeken over beagles als "vrolijk" omschreven honden zijn over het algemeen vriendelijk en niet agressief of verlegen. Ze houden van menselijk gezelschap en hoewel ze vreemdelingen soms in eerste instantie terughoudend of met geblaf tegemoet treden, zijn ze snel gewonnen. Dit maakt beagles enerzijds geen goede waakhonden, maar vanwege hun typische beaglegeblaf kunnen ze kwaadwillenden wel afschrikken.
Beagles kunnen zeer goed met kinderen overweg en dat is wellicht de belangrijkste reden dat ze de laatste decennia in steeds meer huishoudens gehouden worden. Beagles hechten zich zeer aan hun baasjes en kunnen separatieangst(verlatingsangst) krijgen als ze te lang alleen gelaten worden.
Beagles zijn intelligente honden, maar zeer doelbewust en eigenwijs. Het eigenwijze karakter bezorgt de opvoeders doorgaans veel plezier. Beagles luisteren over het algemeen goed.