Bruine chachalaca
auteur : Gary Palmer(palmerjg) CC 2.0
De bruine chachalaca wordt tot 56cm groot en weegt tot 650gr.
Hij heeft een lange nek met een kleine kop en een kale keel.
Volwassen vogels hebben een grijze kop en nek en olijf-bruine vleugels en rugveren.
De buikveren zijn lichter gekleurd en de staart is zwart met een groene schijn.
Ortalis vetula
auteur : Jim Conrad - vrije foto
De soort komt vaak voor in in droge en vochtige bossen aan de rand van struikgewas en savanne.
Ze leven meestal in groepen tot 15 vogels.
De bruine chachalaca is een schuw dier en bij gevaar zal hij op de grond springen en zich verschuilen in dicht struikgewas.
bruine chachalaca
foto : Joseph Kennedy op scienceblogs.com
De bruine chachalaca voedt zich voornamelijk met fruit in de bomen of op de grond zoals vijgen palmpitten en vruchten van de sapotaceae.
Maar ook zaden, bladeren en bloemen staan op het menu.
Soms vernielen ze ook gewassen zoals tomaten- en komkommervelden.
De populatie wordt geschat tussen het half miljoen en de vijf miljoen exemplaren en de soort wordt niet als bedreigd genoteerd (op de IUCN rode lijst).
De bruinborstrietvink (Lonchura castaneothorax) is een vogeltje uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae), oorspronkelijk afkomstig uit noordelijk deel van Australië tot Nieuw-Zuid-Wales.
De soort is voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Gould in 1837.
Engels : Chestnut-breasted Mannikin, Chestnut-breasted Munia, Bully Bird Duits : Braunbrust-Schilffink, Braunbrustnonne Frans : Le Capucin donacole, Donacole commun
Bruinborstrietvink
auteur : Fir0002/Flagstaffotos op www.flagstaffotos.com.au CC-BY-NC 3.0
De soort komt voor in Australië, Nieuw-Caledonië, Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea.
Ze zijn ook waargenomen op Vanuatu.
Lonchura castaneothorax (een zingend jong mannetje)
auteur : Henk Winschoten op www.linschoten.eu
Het kopje en nek zijn bruin met wat grijs.
De kin en het bovenste deel van de keel is bruinzwart, de borst is kastanjebruin met daaronder een donkere streep, de buik is wit.
Rug en de vleugels zijn kastanjebruin, met daaronder donkere streepjes en de staart is geelbruin.
Het vrouwtje is gelijk aan het mannetje.
Het enige verschil is dat het mannetje zingt en het vrouwtje niet.
De totale lengte van kop tot puntje van de staart is 11 centimeter.
Bruinborstrietvink
auteur : tyto tony op tytotony.blogspot.be
Het is een actief, levendig, niet al te teer vogeltje dat als het goed geacclimatiseerd is, wel in een buitenvolière gehouden kan worden.
De bruinborstrietvink moet gevoederd worden met diverse soorten zaden zoals geel milletzaad en kanariezaad.
Water, grit en maagkiezel moeten natuurlijk altijd ter beschikking staan.
Let op! Het knippen van de nagels moet worden bijgehouden, deze groeien snel en kunnen een belemmering vormen voor deze vogels.
De soort komt voor op de Banggai en de Soela-eilanden van Indonesië.
Naar schatting bevinden er zich nog tussen de 15.000 en de 30.000 exemplaren op deze eilanden.
Het bestand gaat snel achteruit op de grote eilanden omdat de eieren nog veel worden geroofd door de lokale bevolking.
Op de kleinere eilanden zou het bestand evenwichtiger zijn, nochtans zijn er meldingen dat de lokale vissers ook hier zouden roven.(op www.birdlife.org)
Bruijns spechtpapegaai (Micropsitta bruijnii) is een soort uit het geslacht van de spechtpapegaaien (Micropsitta) en de familie van de Psittacidae (Papegaaien).
Het is een endemische vogelsoort van de bossen in de bergen van Nieuw-Guinea, Salomonseilanden en een paar eilanden van de Molukken.
De vogel is vernoemd naar de Nederlandse natuuronderzoeker Antonie Augustus Bruijn.
Voor het eerst beschreven door Salvadori in 1875.
Er zijn vijf ondersoorten gekend :
• Micropsitta bruijnii bruijnii (Salvadori) 1875
• Micropsitta bruijnii buruensis Arndt 1999
• Micropsitta bruijnii necopinata Hartert 1925
• Micropsitta bruijnii pileata Mayr 1940
• Micropsitta bruijnii rosea Mayr 1940
Engels : Red-breasted Pygmy-Parrot, Bruijn's Pygmy-Parrot Duits : Rotbrust-Spechtpapagei, Braunstirn-Spechtpapagei Frans : la Micropsitte de Bruijn
Bruijns spechtpapegaai
auteur : mehdhalaouate op ibc.lynxeds.com
De Bruijns spechtpapegaai is 9 cm lang.
Het is de enige spechtpapegaai die voorkomt in bergbossen boven de 1000 m.
Het mannetje is onmiskenbaar door zijn rode borst en buik, blauwe halsband en achterhals en het gezicht is helder, licht okergeel.
Onvolwassen vogels en vrouwtjes missen het rood en zijn bleekgeel tot groen op de borst en buik.
Micropsitta bruijnii
foto copyright Elaine123 op elaine123.redbubble.com
De Bruijns spechtpapegaai komt voor in bossen en aan bosranden in de bergen van Nieuw-Guinea op een hoogte van 1600 tot 2300 m boven de zeespiegel, soms lager, maar zelden onder de 500 m.
De totale populatie is niet gekwantificeerd maar door de grootte van het verspreidingsgebied wordt de vogel als niet bedreigd beschouwd.
De Bruijns sikkelsnavel (Drepanornis bruijnii) is een middelgrote paradijsvogel (Paradisaeidae) uit de orde zangvogels en de superfamilie Corvoidea.
Het is een endemische vogelsoort uit Nieuw-Guinea.
Bruijns sikkelsnavel
auteur : mehdhalaouate op ibc.lynxeds.com
De Bruijns sikkelsnavel is een middelgrote olijfbruin gekleurde, paradijsvogel, ongeveer 35 cm lang.
Het mannetje heeft een naakte grijzig paarse huid rond de ogen met een bruine iris en een lichte sikkelvormige snavel.
Boven het oog zijn kleine hoornachtige wenkbrauwveren.
De Bruijns sikkelsnavel heeft sierveren voor op de borst met iriserend rode en paarse uiteinden en lager op de borst sierveren met blauw- en groengekleurde uiteinden.
Het vrouwtje mist al deze sierveren, ze is kleiner en bleker gekleurd dan het mannetje.
De soort is vernoemd naar de Nederlandse natuuronderzoeker en handelaar in exotische dieren Antonie Augustus Bruijn.
Bruijn is de schoonzoon van dhr. Duivenboden op Ternate die in van 1858 tot 1862 Alfred Russel Wallace hielp bij zijn expedities door de Molukken en naar Vogelkop (een schiereiland in het westen van Nieuw-Guinea).
Een deel van de vogelcollectie van Bruijn en zijn schoonvader is in het bezit van het Zoölogisch Museum Amsterdam.
Drepanornis bruijnii
foto op www.darwin.museum.ru
De Bruijns sikkelsnavel is een niet zo bekende soort van de laaglandbossen langs de noordkust Nieuw-Guinea van de Geelvinkbaai in Papoea tot iets voorbij Vanimo in Papoea-Nieuw-Guinea.
De Bruijns sikkelsnavel is vrij algemeen binnen dit habitat van laaglandbos (lager dan 175 m boven de zeespiegel) en selectief gekapt oerwoud.
Maar dit type leefgebied wordt bedreigd door ontbossing.
Omdat de vogel voorkomt in alleen dit gebied, staat hij als Gevoelig op de rode lijst van de IUCN.
Handel (levend, dood of in onderdelen) in deze vogelsoort (en alle andere paradijsvogels) is volgens de overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde soorten wilde dieren en planten (het CITES-verdrag) verboden.
Bruijns boskalkoen (Aepypodius bruijnii) is een boskalkoen uit de familie van de grootpoothoenders.
De vogel is endemisch voor de bergwouden van het eiland Waigeo van West-Papoea (Indonesië).
De vogel is vernoemd naar de Nederlandse natuuronderzoeker Antonie Augustus Bruijn.
Engels : Waigeo Brushturkey, Bruijn's Brushturkey, Aepypodius bruijnii Duits : Braunbrust-Talegalla Frans : Le Talégalle de Bruijn
Bruijns boskalkoen is een vrij groot, zwartbruin boskalkoen van ongeveer 43 cm lengte.
De kleur is overwegend bruinachtig zwart met rond het oog een rood gekleurde naakte huid, een rode hanenkam en 3 (2 aan de zijkant en één van voren) langgerekte, rode lellen aan de nek.
Verder heeft de vogel een kastanjekleurige stuit, borst en buik.
Tot 1938 was deze boskalkoen alleen bekend van 21 verzamelde exemplaren in musea.
Onderzoek in de jaren 1990 leverde geen nieuwe waarnemingen en ook de plaatselijke bevolking kende de vogel niet (meer).
Echter, in 2002 werd de Bruijns boskalkoen waargenomen in een strook bos op een bergrichel bij de Majalibitbaai op meer dan 600 m hoogte.
Bij nader onderzoek in 2005 werd de populatie geschat op 595 tot 1227 vogels.
Gezien het grote aantal verzamelde exemplaren uit de periode voor 1938, moet de vogel enorm in aantal zijn achteruitgegaan.
Daarom staat de Bruijns boskalkoen als bedreigde vogelsoort op de internationale rode lijst van de IUCN.
De bronskopeend (Anas falcata) is een decoratieve siereend, die gemakkelijk te houden is.
De verspreiding van de bronskopeend is Midden-Siberië tot Noord-Japan in moerassen, woudzone, 's winters op rijstvelden en vaak in zoetwatermeren.
De bronskopeend komt als dwaalgast voor in Nederland en, België.
Engels : Falcated Duck, Falcated Teal Duits : Sichelente Frans : Le Canard à faucilles
Bronskopeend - mannetje
auteur : Tony Hisgett CC 2.0
Kleiner dan de wilde eend.
De woerd heeft een kastanjerode kruin.
De voorkant van de kop en de wangen met brons-purperen weerschijn, brede groene band begint bij het oog en gaat over in de langgerekte kap achter op de kop.
Keel en de voorhals zijn wit met een zwarte halsband.
Rug en borst zijn wit met zwarte, geschubde bandering.
De vleugeldekveren zijn lichtgrijs met witte punten.
Aan beide kanten van de staart zitten sikkelvormige, zwart-witte, afhangende vleugelveren.
Onderstaartdekveren zijn zwart met een grote roomkleurige zijvlek.
De flanken en de buik zijn zwart-wit gestreept.
Het vrouwtje ziet er bijna hetzelfde uit als de wilde eend maar met enigszins verlengde halsveren.
Anas falcata -vrouwtje
auteur : Dick Daniels CC 3.0
De bronskopeend is een decoratieve siereend en heeft niet veel verzorging voor nodig.
Voor een groot deel herbivoor.
Bij het houden van meerdere paren wordt gemeenschappelijk gebaltst door zowel woerden als vrouwtjes.
Het fokken is niet moeilijk waar tegenwoordig alleen gefokte vogels worden aangeboden, die zelfs bij rijk beplante tuinvijvers broeden.
De nesten zijn vaak iets van het water verwijderd tussen de struiken, niet in broedhokken of nestkasten.
De legtijd is half mei tot half juni.
Het legsel zijn meestal 6 tot 10 bruinig gele eieren.
De broedduur is 25 tot 26 dagen.
Jongen zijn na een jaar al geslachtsrijp.
De brolgakraanvogel (Grus rubicunda) is een vogel uit de familie van de kraanvogels (Gruidae).
De soort komt voor in Australië en Nieuw-Guinea.
In het wapen van de Australische deelstaat Queensland neemt de brolgakraanvogel een belangrijke plaats in.
De brolgakraanvogel komt voor in het noorden en oosten van Australië en een klein gebied in het zuiden van Nieuw-Guinea.
De soort migreert niet, maar trekt rond afhankelijk van de regenval.
De omvang van de totale populatie is slecht bekend, maar wordt geschat tussen de 20.000 en 100.000 volwassen dieren.
Engels : Brolga, Native Companion, Australian Crane Duits : Brolgakranich, Australischer Kranich Frans : La Grue brolga, Brolga
brolgakraanvogel
auteur : jjron, edited by Fir0002 CC 3.0
De brolgakraanvogel is een lange, zilvergrijze vogel met een hoogte van circa 160 cm, een spanwijdte van ongeveer 180 cm en een massa van zo'n 6 kg.
Op de achterkant van de kop bevindt zich een opvallende rode band, die bij jonge vogels ontbreekt.
Beide geslachten zien er hetzelfde uit, maar het mannetje is iets groter.
Een paar brolgakraanvogels tussen andere watervogels
bron : Paul Thomsen (wildfoto.com.au)
auteur : Djambalawa CC 3.0
De habitat van de brolgakraanvogel bestaat uit draslanden, waar hij zich voedt met moeras- en waterplanten, insecten, amfibieën en week- en schaaldieren.
In het noordelijke deel van zijn verspreidingsgebied vormen de knollen van de Chinese waterkastanje (Eleocharis dulcis) een hoofdbestanddeel van het voedsel van de soort.
Grus rubicunda
auteur : Rod from Livonia, Michigan CC 2.0
De broedperiode van de brolgakraanvogel hangt in de eerste plaats af van de regenval en verschilt daardoor van plaats tot plaats.
Net als de andere kraanvogelsoorten heeft de soort een uitgebreide balts waarvan dans een belangrijk onderdeel vormt.
De vogels bouwen hun eenvoudige nest op een eilandje in ondiep water.
Soms wordt zelfs geen nest gebouwd en worden de eieren op de grond of in een verlaten zwanennest gelegd.
Het legsel van twee eieren wordt door beide ouders in ongeveer 30 dagen uitgebroed.
Na ongeveer 100 dagen vliegen de jongen uit, maar de ouders beschermen hen nog lang, soms wel twee jaar.
De brilmonarch (Symposiachrus trivirgatus, maar meestal Monarcha trivirgatus) is een zangvogel uit de familie monarchen en waaierstaartvliegenvangers (Monarchidae).
De brilmonarch is een vrij algemene soort.
Hij komt voor op de Zuid-Molukken, Timor, Nieuw Guinea en het oosten en noorden van Australië.
Engels : Spectacled Monarch, Spectacled Flycatcher, Spectacled Monarch Flycatcher Duits : Brillenmonarch, Brillen-Monarch Frans : Monarque à lunettes
Een volwassen brilmonarch heeft een zwarte vlek rond het oog en de oorstreek en een lichte ring om het oog, waarmee hij zich onderscheidt van vergelijkbare soorten.
De rug is blauwgrijs en de borst licht roodbruin.
Brilmonarch
auteur : op Go4Get.com
De vogel komt voor in leefgebieden met dicht struikgewas of ondergroei van tropisch laaglandregenbos.