Naar de inhoud

Wie Weet

bloggen om te leren
waaroemni-805px.png

Categorie: dieren

Breedsnuithalfmaki

Breedsnuithalfmaki
bre
B     b    B     b    18  e 29
Breedsnuithalfmaki

De breedsnuithalfmaki of Bandro (Prolemur simus) is een echte maki uit de familie der maki's (Lemuridae).
Deze halfapen zijn endemische dieren op het eiland Madagaskar.

Engels : greater bamboo lemur, broad-nosed bamboo lemur, broad-nosed gentle lemur
Duits : Große Bambuslemur, Großer Halbmaki, Breitschnauzen-Halbmaki
Frans : Le Grand Hapalémur

1149649-c86ec347123136af6df1c3255df21749.jpg
Breedsnuithalfmaki
auteur : Cédric Girard-Buttoz    CC 3.0

De breedsnuithalfmaki heeft een dichte, kortharige grijsbruine vacht.
Van onder zijn de halfmaki's lichter gekleurd en de kop, schouders en bovenste ledematen zijn meer roodbruin.
De ronde kop is grijsbruin van kleur met een betrekkelijk korte en brede snuit.

Een volwassen breedsnuithalfmaki een kop-romplengte van 40 tot 42 cm, een staartlengte van 45 tot 48 cm en een lichaamsgewicht van 2,2 tot 2,5 kg.


1149649-28ad7119f72770c7f5460b2ff8eb11a6.jpg
Prolemur simus
foto : J-Y Robert op helpsimus.org

De breedsnuithalfmaki behoort tot de 25 meest bedreigde soorten primaten.
Volgens onderzoek uit 2008 waren er toen nog 100 tot 160 dieren over in een klein aantal onderling geïsoleerd voorkomende populaties.

Het leefgebied van de breedsnuithalfmaki wordt bedreigd door zwerflandbouw, omzetting van bos in landbouwgebied, mijnbouwactiviteiten, illegale houtkap, de oogst van bamboe, jacht en het gebrek aan water door klimaatverandering.
Daarom staat de breedsnuithalfmaki als ernstig bedreigd op de internationale rode lijst.


1149649-4e8df9b1dbbcb9f08381d6702abea23e.jpg
Breedsnuithalfmaki
auteur : dipity.com

Uit subfossielen blijkt dat de breedsnuithalfmaki ooit over heel Madagaskar verspreid voorkwam.
Volgens onderzoek uit 2008 is het verspreidingsgebied ingekrompen tot een paar restanten regenwoud in het zuidoosten en midden zuiden van het eiland.
Het leefgebied is regenwoud waarin ook de Madagaskarreuzenbamboe (Cathariostachys madagascariensis) groeit.

Deze halfmaki eet bijna uitsluitend (95%) de jonge scheuten, bladeren en het merg van deze bamboesoort.
Daarnaast bleek uit onderzoek dat hij nog zeven andere soorten planten eet.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 21:06 Reageer op dit bericht

Brazzameerkat

Brazzameerkat
bra
B     b    B     b    18  a 77
Brazzameerkat

De Brazzameerkat (Cercopithecus neglectus) is een grote meerkat die leeft in het oosten en midden van Afrika (Kameroen, Ethiopië, Kenia, Angola).

Engels : De Brazza's monkey
Duits : Brazzameerkatze
Frans : Le cercopithèque de Brazza

1137442-0a27b6a2f33b195856cff180a4a78468.jpg
Brazzameerkat
auteur : Aaron Logan    CC 1.0

Zijn vacht is grijsgespikkeld, hij heeft een witte baard en een kastanjekleurige streep op het hoofd.
Anders dan bij de meeste meerkatten houden de jongen van de Brazzameerkat hun afwijkende vachtkleur tot aan de volwassenheid.

Het is de enige soort van de neglectus-groep binnen het geslacht Cercopithecus.
Er zijn geen ondersoorten.


1137442-0d5b60355762922a7b58212cd8eda191.jpg
Cercopithecus neglectus
auteur : J. Patrick Fischer    CC 3.0

Levend in groepen van hooguit 35 individuen zoekt de Brazza meerkat zijn partner voor het leven uit.
Dit is de enige meerkattensoort die monogaam is, met een vaste relatie tussen een mannetje en een vrouwtje.
Toch zijn er enkele mannetjes die er meerdere vrouwtjes op nahouden.

De grenzen van hun leefgebied verdedigen Brazza meerkatten niet.
Ze zijn vredelievend tegen soortgenoten die een kijkje komen nemen.


1137442-a848245730a0db79d0aee5b3162c30e4.jpg
Brazzameerkat met jong
auteur : Lea Maimone    CC 2.5

De Brazza meerkat houdt van een groene omgeving, hij leeft in bossen, moerasbossen, droge bergwouden en tussen het bamboe.
Deze meerkattensoort is een alleseter maar heeft voorkeur voor fruit, zaden, bladeren, bloemen en paddenstoelen.
Daarnaast voedt hij zich met mieren en rupsen, ook kleine reptielen vindt hij de moeite waard.

Het grootste deel van de dag brengt de Brazza meerkat door in de onderste lagen van het bos, maar ook op de grond kun je hem vinden.

Hoewel het goed zoeken is, want Brazza meerkatten staat bekend om een gave waarmee ze een attractie op de Dam zouden zijn, ze kunnen zo'n vijf uur stilzitten als een standbeeld om zich vervolgens geruisloos uit de voeten te maken.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 23:02 Reageer op dit bericht

Brangus

Brangus
bra
B     b    B     b    18  a 57
Brangus

Brangus is een oorspronkelijk Amerikaans runderras, dat een kruising is tussen een Zebu koe (Bos indicus) meestal Brahman of Nelore en de Europese koe (Bos taurus) van het oorspronkelijke Engelse ras Aberdeen Angus.
De dieren zijn met name geschikt voor vleesproductie waar slechte voedings- en klimatologische omstandigheden heersen.
Een officiële Brangus is voor 3/8 tot 5/8e deel Angus en 5/8 tot 3/8e deel Zebu.
Het ras was oorspronkelijk zwart, maar er is ook een rode variant.


1127406-9ccd53ff0f5dafa56663b90b89efcc34.jpg
Brangus stier

De verspreiding is met name in de sub-tropisch en tropische delen van de Verenigde Staten, Zuid-Amerika en in Australië.
In Argentinië is Brangus het meest gebruikte vleesras in gebieden met periodieke voedselschaarste en/of hogere temperaturen naast het Angus ras voor de gematigde gebieden waar altijd voldoende voedsel is.

De eerste succesvolle kruising vond plaats in 1912 in de Amerikaanse staat Louisiana.
Men wilde door middel van een kruising de hardheid en het aanpassingsvermogen van de Zebu combineren met het lekkere, malse, gemarmerde vlees van de verbeterde Amerikaanse Aberdeen Angus.


1127406-bd299b1c7c54516e1a8f8b1f402646e5.jpg
Brangus koe met kalf

In 1949 verenigden de fokkers zich in het IBBA (International Brangus Breeders Association).
Brangus wordt als merknaam gevoerd door het IBBA.
Na de Tweede Wereldoorlog ontstonden ook fokkersorganisaties in met name Argentinië (www.brangus.org.ar) en Australië (www.brangus.com.au) en later ook in vrijwel alle andere Zuid-Amerikaanse landen.


1127406-63d9c6aa9f72c655d19858bbbacdaf41.jpg
Brangus kalf
auteur : Beck Shook

Sinds 1963 is het ras ook ingevoerd in Zuid-Afrika.

Mr. Raymond Green in Ladysmith, Natal begon in 1963 met een fokprogramma voor het Brangus ras.
De eerste Brangus Club werd er opgericht in 1976 om erkenning te krijgen voor het ras.

In 1986 besloot het South African Stud Book Association de methodes van de Brangus breeders society of South Africa te erkennen.

Momenteel zijn er meer dan 110 fokkers met ongeveer 18000 geregistreerde stuks vee in Zuid-Afrika.

' The Brangus Cattle Breeders' Society of South Africa '

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 09:53 Reageer op dit bericht

Brandmuis

Brandmuis
bra
B     b    B     b    18  a 45
Brandmuis

De brandmuis (Apodemus agrarius) is een knaagdier uit de onderfamilie Murinae, behorende tot de bosmuizen (Apodemus).

De brandmuis komt voor in Centraal- en Oost-Europa en in Noord- en Oost-Azië, in twee van elkaar gescheiden gebieden.
Het ene gebied loopt van Centraal-Europa (van Zuid-Finland en de Baltische staten, via Polen en Midden-Duitsland tot Noordoost-Italië), oostwaarts over de Balkan tot de Kaukasus, delen van Kirgizië en Kazachstan ten westen van het Baikalmeer en aangrenzende delen van Mongolië en Sinkiang, China.
Het andere gebied strekt zich uit van het Amoergebied in Oost-Siberië tot Korea, westwaarts via Noordoost-China tot West-Yunnan, en in Taiwan.

Engels : Striped Field Mouse
Duits : Brandmaus
Frans : mulot rayé, mulot de champs, souris agraire, souris des champs, souris rayée, souris rousse, Rat à bandes, rat des champs

1122788-1247bcd47b87f6954c82a5dd96a16d43.jpg
Brandmuis
auteur : © Ekaterina Smirnova

De brandmuis heeft veel weg van rotsmuizen, maar hij kenmerkt zich door de duidelijke donkere streep van de top van de nek tot aan de staartwortel.
De kleur varieert van roodachtig bruin op de rug tot wit op de buik.
Qua uiterlijk heeft hij veel weg van de onverwante berkenmuis, maar hij heeft een veel langere staart.
Hij heeft kleinere oren dan andere bosmuizen.
De snorharen zijn vrij kort.

Een volwassen dier is 73 tot 123 millimeter lang en 16 tot 25 gram zwaar.
De staart is 70 tot 85 millimeter lang, korter dan de rest van het lichaam.
De staart heeft 120 tot 140 ringen.


1122788-61d43ceb8de14f49a97ca95a04e3fadd.jpg
Brandmuis - Apodemus agrarius
auteur : © Ingo Stiegemeyer

De brandmuis leeft vooral in bosranden, struikgebieden, heggen, graslanden en riviervalleien.
's Winters waagt hij zich ook in schuren en stallen.
De brandmuis is meer een grondbewoner en minder behendig dan de bosmuis.

Hij graaft meestal zelf zijn hol, maar kan ook het hol van een ander klein knaagdier betrekken.
De brandmuis betrekt vaker een ondergronds hol dan de andere bosmuizen.
Een vrouwtje krijgt vijf tot zes jongen per worp.

De brandmuis leeft van plantaardig materiaal als kiemplanten, knoppen, vruchten en noten, en van dierlijk materiaal als insecten, larven, wormen en slakken.
De brandmuis eet relatief meer dierlijk voedsel dan de andere bosmuizen.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 23:20 Reageer op dit bericht

Boszwijn

Boszwijn
B    o s
B     b    B     b    15  s 79
Boszwijn

Het boszwijn (Potamochoerus larvatus) is een Afrikaanse zwijnensoort, verwant aan het penseelzwijn (Potamochoerus porcus).

Het verspreidingsgebied strekt zich uit van de vochtige delen van Zuid-Afrika noordwaarts tot de Kongostroom en de rivier Kasaï in Centraal-Afrika en in de vochtigere delen van Oost-Afrika.

Het gedrag van het boszwijn (toen nog niet gedetermineerd als dusdanig) werd voor het eerst beschreven door George Marcgrav, in 1648, vreemd genoeg in een boek over de natuurlijke geschiedenis van Brazilië.
Mogelijk zijn er boszwijnen overgebracht naar Zuid-Amerika, samen met Afrikaanse slaven.

Engels : Bushpig
Duits : Buschschwein
Frans : Potamochère Du Cap

1071518-77f193566d73844380c7c711b0477075.jpg
Boszwijn
foto : Jvdbroeck op natuurgidsen.eu

Het boszwijn heeft een rond lichaam met een korte nek, korte poten en een lang gezicht.
De staart is lang en dun, ongeveer 30 tot 45 centimeter lang.
Aan iedere poot heeft hij vier hoeven.
Hij heeft een ruwe, lange vacht, die blond, rood, grijs, donkerbruin of zwart van kleur kan zijn.
De vachtkleur is zeer variabel en verschilt per regio, geslacht, leeftijd en individu.
Op de rug is het haar langer, waar het een lange grijze of witte maan vormt.
Op het gezicht heeft het boszwijn een witte of grijze tekening.
Door deze tekening kan het gehele gezicht wit lijken.

Het boszwijn heeft een kop-romplengte van 100 tot 177 centimeter, een schouderhoogte van 65 tot 100 centimeter en een lichaamsgewicht van 55 tot 150 kilogram.
Mannetjes zijn groter dan vrouwtjes.


1071518-4a062d305449fe1c591426c2dde0e1da.jpg
Potamochoerus larvatus
foto : karo

Ze leven in familiegroepen van vijftien tot twintig dieren, bestaande uit een beer en meerdere zeugen en hun jongen.
Er zijn ook groepen van meer dan veertig dieren aangetroffen.
Ook groepjes bestaande uit een paartje en hun biggen komen voor.
De beer is dominant, die zijn groep leidt en beschermt.
De beer is mogelijk ook (voor een gedeelte van het jaar) territoriaal.
Gevechten tussen mannetjes kunnen dodelijk zijn.

De meeste jongen worden geboren aan het einde van het droge seizoen.
Na een draagtijd van 120 dagen worden tot 12 biggen geboren.
Jongen worden geboren in een nest, dat verborgen ligt tussen de begroeiing.
De eerste twee maanden blijven de biggen verborgen in het nest terwijl moeder op zoek gaat naar voedsel.
Jonge zwijntjes hebben een bruin- en geelgestreepte vacht, die als schutkleur dient.
Als ze zes maanden oud zijn, wordt deze vervangen door het volwassen kleed.
Na achttien maanden zijn de jongen geslachtsrijp.


1071518-0ed59ff08ee1357f05b6ffd16db5ab82.jpg
boszwijn met biggetjes

Het boszwijn is overwegend 's nachts actief. Het is een omnivoor.
Hij eet een grote verscheidenheid aan plantaardig materiaal als wortelen, knollen, bollen, zaden, gevallen vruchten, kruiden en paddenstoelen, en dierlijk materiaal als insecten (waaronder kevers en hun larven), slakken, vogeleieren, kikkers en hagedissen.
Ook eten ze aas, het voedsel vinden ze door met hun snuit in de grond en tussen afgevallen bladeren te wroeten.
Op deze manier kunnen ze ook schade toebrengen aan landbouwgewassen.
Om deze reden, en voor het vlees, worden ze bejaagd.

Het boszwijn leeft in bossen, beboste streken, dicht struikgewas en andere gebieden met dichte begroeiing, losse grond en water.
Hij is echter minder aan bos verbonden dan het penseelzwijn.

Het boszwijn is ook terug te vinden in het centrale gedeelte van de Grote Slenk.
Hij kan worden aangetrofen tot op 4000 meter hoogte op de Kilimanjaro.
Op Madagaskar is hij al vroeg ingevoerd, waarschijnlijk al door de eerste bewoners van het eiland.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 03:34 1 reactie Reageer op dit bericht

Bosvleermuis

Bosvleermuis
B    o s
B     b    B     b    15  s 70
Bosvleermuis

De bosvleermuis (Nyctalus leisleri) is een vleermuis uit de familie der gladneuzen (Vespertilionidae).
Hij lijkt op de rosse vleermuis, maar is kleiner.
De bosvleermuis is nauw verwant aan de Azorenvleermuis (Nyctalus azoreum).

Ze komen voor in Ierland, Frankrijk, Zuid-Europa, de Kaukasus, Madeira en de Canarische Eilanden, Marokko tot Libië, en in het westen van de Himalaya.
In Spanje en Engeland leven enkele verspreide kolonies.
Het is een echte bosbewoner, met name in bossen en parken komen ze voor.
Hij komt het liefst in laagland en heuvelland voor,maar is tot 1920 meter hoogte in de Alpen.

Engels : Lesser Noctule, Leisler's Bat
Duits : Kleine Abendsegler, Kleinabendsegler
Frans : La Noctule de Leisler

1066606-5aef7089cd5bb37160331ccef711d25e.jpg
Bosvleermuis

Ze hebben een lengte van ca. 5 tot 7cm, een spanwijdte van 26 - 32 cm en een gewicht van 11 tot 20gr.

De bosvleermuis heeft veel weg van de rosse vleermuis.
Hij onderscheidt zich alleen door zijn kleiner formaat en doordat de haren van zijn glanzend bruine vacht aan de punt lichter zijn dan aan de wortel.
Evenals de rosse vleermuis heeft de bosvleermuis een korte, zeer brede snuit en in het oor een halfronde, paddestoelvormige tragus.

De bosvleermuis is veel meer dan de rosse vleermuis gebonden aan uitgestrekte bosgebieden en hoge, oude bomen met holten.
's Zomers gebruikt hij deze als slaapplaats en kraamkamer en 's winters als winterkwartier.
Ze jagen boven open plaatsen in een bos, rond lantarenpalen of boven water.

Bosvleermuizen vliegen - net zoals de rosse vleermuis - betrekkelijk hoog en gaan vaak al 10 minuten voor zonsondergang op jacht.

Hij jaagt twee keer per nacht.
Beide keren duren ongeveer een uur, waarvan de tweede ongeveer een half uur voor zonsopgang eindigt.
Zijn voornaamste prooi zijn middelgrote en grote insecten als vlinders, langpootmuggen, dansmuggen en schietmotten, die in de vlucht worden gevangen.


1066606-410b8be68b3fe474fde66ffe50f68c77.jpg
Nyctalus leisleri
foto : Mateusz Ciechanowski

De kraamkolonies bestaan uit 20 à 50 dieren.
De wijfjes brengen er jaarlijks in juni-juli één jong voort.
De mannetjes vormen in de zomer eigen groepjes, apart van de wijfjes en jongen.

Hun winterslaap houden rosse vleermuizen van oktober tot eind maart.
Het gebeurt dat sommige dieren tot 800 km wegtrekken naar warmere oorden.


1066606-4200a92f0110a7e16fb0d1afea264af2.jpg
Bosvleermuis
foto : Simon Colmer

De bosvleermuis is een Midden en Zuid-Europese soort, die in België is aangetroffen en in 1981 voor het eerst ook in Nederland.
Sedert 2009 bevindt zich op landgoed Smalenbroek bij Enschede een kraamkolonie van bosvleermuizen.
Er is één kolonie gekend in het Nederlandse St. Jansberg (bij Mook).
In België zijn er waarnemingen bekend in het Zoniënwoud en het Meerdaalwoud.
De bosvleermuis heeft weinig natuurlijke vijanden, sommige dieren bereiken een leeftijd van meer dan tien jaar.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - Natuurbeleving.be
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 06:18 Reageer op dit bericht

Bosspitsmuis

Bosspitsmuis
B    o s
B     b    B     b    15  s 63
Bosspitsmuis

De bosspitsmuis (Sorex araneus) is een zoogdier in de familie van spitsmuizen.
Het wordt ook wel de gewone of echte bosspitsmuis genoemd.

Bosspitsmuizen zijn algemeen in het grootste deel van Europa.
De soort ontbreekt op het Iberisch Schiereiland, het grootste gedeelte van Frankrijk en in Ierland.
In het oosten komt de soort voor tot aan het Baikalmeer.
In Nederland zijn de dieren zeer veel voorkomend, vooral in grasland en bos.
Met name als het vochtig is, zijn de dieren talrijk.
In de rest van Europa komt de soort wijdverbreid voor, voornamelijk in loofwoud en wetlands.
Vooral in hoog grasland, varenbossen, heggen en struwelen komt hij voor.
In de Alpen komt de soort voor tot op 2480 m hoogte.

Engels : Common Shrew, Eurasian Shrew
Duits : Waldspitzmaus
Frans : la Musaraigne carrelet, la Musaraigne commune, la Musaraigne vulgaire

1062440-7cbed90fc15471a71f30fd0dad96f635.jpg
Bosspitsmuis
auteur : Andy Sands - Nature Picture Library

Het dier is tussen de 5,4 en 8,5 centimeter lang en 6 tot 12 gram zwaar en de staart is 3,2 tot 5,6 centimeter lang.
Bosspitsmuizen hebben tanden en kiezen met roodbruine tot oranje punten.
De vacht is op de rug donkerbruin tot zwart en op de buik bleek, grijzig wit.
Op de zijkant van het lijf is duidelijk een overgang van de twee kleuren te zien, net als bij de veldspitsmuis.
De overgang is minder duidelijk bij jonge dieren.
De staart van jonge bosspitsmuizen is bedekt met korte bostelhaartjes.
Bosspitsmuizen die ouder zijn dan acht maanden verliezen deze haren.

Het eten van de bosspitsmuis bestaat vooral uit insecten, spinnen en wormen.
Ook eten ze graag slakken, larven en pissebedden, en af en toe een gewerveld dier.
Tevens zijn ze aaseters en eten ze zo nu en dan iets plantaardigs.
Bosspitsmuizen eten gemiddeld 80 tot 90% van hun lichaamsgewicht aan voedsel, maar dat is afhankelijk van de temperatuur.
Met zijn snuit kan hij prooi vinden die zich een centimeter of twaalf onder de grond bevindt.

Ze zijn te vinden overal in Canada, in de Verenigde Staten in Alaska, Maine, het noorden van Michigan en het noord-oosten van Minnesota, de naaldbossen van Montana, Idaho en Washington.

Ze zijn vooral te vinden in door coniferen gedomineerde bossen, in de zomer vooral in een rijke ondergroei met bosbessen en ander struikgewas.


1062440-81eb08af799479583a299f51c5dab681.jpg
Sorex araneus
foto : Sophie von Merten    CC 3.0

Bosspitsmuizen leven een groot gedeelte van hun leven onder het bladafval en onder de grond.
's Winters blijven ze 80% van de tijd in hun ondergrondse holen.
Vaak graven ze zelf deze holen, maar ook de holen van muizen, woelmuizen en mollen worden gebruikt.
De belangrijkste natuurlijke vijanden zijn uilen.

Spitsmuizen zijn solitaire dieren, die zeer agressief tegenover soortgenoten kunnen zijn.
Ze zijn zeer territoriaal, behalve in de paartijd, waarin de dieren nomadisch kunnen worden en gaan zwerven.
De paartijd is vanaf maart, en er kunnen jongen tot in de herfst geboren worden.
Bij de paring bijt het mannetje in het nek van het vrouwtje, wat regelmatig littekens veroorzaakt.


1062440-cb54986075b5104408bbb4fff6a1916c.jpg
Bosspitsmuis
Copyright © Dragiša Savic

Na een draagtijd van 20 tot 25 dagen worden er 1 tot 10 (gemiddeld 6 à 7) blinde, naakte jongen geboren.
Meestal heeft een vrouwtje één à twee worpen per jaar.
Na 9 dagen krijgen de jongen een vacht en na 16 dagen gaan de ogen open.
Hun eerste vaste voedsel krijgen de jongen na 21 dagen, en na 22 tot 25 dagen worden de jongen gespeend.
Alleen het vrouwtje zorgt voor de jongen.

Jongen worden in de eerste lente na hun geboorte seksueel volwassen.
Soms komt het voor dat jongen die vroeg in het jaar geboren worden zich al voortplanten in juli tot september.
Als het mannetje seksueel volwassen wordt, verliest hij het haar rond zijn testikels.
De testikels kunnen tot wel 10% van het lichaamsgewicht beslaan.

Spitsmuizen worden tot 2jaar oud in het wild.
Vijftig procent van alle spitsmuizen overleeft de eerste twee maanden niet.
Vele vallen ten prooi aan uilen en marters.
Andere rovers worden afgeschrikt door de vies smakende klieren in de huid van spitsmuizen, waaraan ze ook hun typische, speciale geur ontlenen.
Katten doden spitsmuizen wel, maar eten hen zelden op.

De verwante tweekleurige bosspitsmuis (Sorex coronatus) is uiterlijk moeilijk te onderscheiden van de "echte" bosspitsmuis (Sorex araneus).
Op basis van schedels zijn ze echter wél te onderscheiden.
Het leefgebied van beide soorten overlapt in een zone van Nederland tot Zwitserland.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 15:14 Reageer op dit bericht

Bosslaapmuis

Bosslaapmuis
B    o s
B     b    B     b    15  s 61
Bosslaapmuis

De bosslaapmuis of boomslaper (Dryomys nitedula) is een knaagdier uit de familie der slaapmuizen (Gliridae).

De bosslaapmuis leeft vooral in loofbossen en gemengde bossen met een dichte struiklaag, tot 1500 meter hoogte in de Alpen.
Hij komt voor in Oostenrijk en de Balkan tot de Baltische staten.
Oostwaarts komt hij voor tot de Altai en Tiensjan.

Engels : Forest Dormouse
Duits : Baumschläfer
Frans : Le Lérotin commun

1060923-891030a8ce30eb3f8f75070fae544fb4.jpg
Bosslaapmuis
auteur : Dodoni    CC 3.0

De bosslaapmuis is een nachtdier.
Overdag verblijft hij in een zelfgebouwd kogelvormig nest in een holle boom of tussen de takken.
Dit nest is gemaakt van mos, bladeren, veren en haren.
's Nachts komt hij tevoorschijn om zich te voeden met plantaardig materiaal, als zaden, noten, korstmos en fruit.
Ook eet hij insecten en larven.
Hij houdt van oktober tot april een winterslaap in ondergrondse holen.

Hij lijkt op de eikelmuis, maar is kleiner, met een langere borstelige staart en een minder duidelijk masker. Ook zijn de oren kleiner en afgerond.
De vacht is lichtgrijs tot roodachtig bruin.
De slaapmuis heeft een kop-romplengte van 80 tot 130 millimeter en een staartlengte van 80 tot 95 millimeter.
Het diertje weegt 30 tot 60 gram.


1060923-bd3d57c553f65956338ada6da92a1780.jpg
Dryomys nitedula
auteur : © Ahmet Karatash

Zoals alle slaapmuizen is de bosslaper een nachtdier.
Hij klimt vaak net als een eekhoorn krijsend een boom in als hij voor een vijand vlucht.
De duur en de vastheid van zijn winterslaap hangen af van de buitentemperatuur en de in de nazomer en herfst gevormde speklaag.
Ze overwinteren in een holtes zoals de verborgen plekjes tussen boomwortels.

De voortplanting in het noorden van het leefgebied loopt anders dan die in het zuiden.
In het noorden loopt de paartijd van mei tot juli, waarna eind juni, juli drie tot vijf jongen worden geboren.
In het zuiden loopt de paartijd van maart tot september.
Het dier kan daardoor meerdere worpen per jaar hebben (meestal twee tot drie), en krijgt daardoor ook minder jongen per worp, ongeveer één tot vier.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 08:44 Reageer op dit bericht

Bosolifant

Bosolifant
B    o s
B     b    B     b    15  s 44
Bosolifant

De bosolifant (Loxodonta cyclotis) is één van de drie nog levende soorten olifanten.
De bosolifant komt alleen voor in de regenwouden van Afrika.
Voorheen werden de bosolifant en de verwante savanneolifant (Loxodonta africana) tot dezelfde soort gerekend, de Afrikaanse olifant.
Genetisch onderzoek heeft echter uitgewezen dat het hier om twee aparte soorten gaat.

Bosolifanten leven in groepen in het dichte laaglandregenwoud van West- en Centraal-Afrika.
Ook in open plekken in het bos zijn ze regelmatig aan te treffen.
Bosolifanten hebben een zeer groot woongebied, dat wel zestig vierkante kilometer kan beslaan.

Engels : African Forest Elephant
Duits : Waldelefant
Frans : L'éléphant de forêt d'Afrique

1049546-d93c8fbcfeb83c0c07955dfce87e1687.jpg
Bosolifant
auteur : Thomas Breuer    CC 2.5

De bosolifant is kleiner en donkerder dan de savanneolifant.
De oren zijn ronder en de slagtanden zijn recht en omlaag gericht in plaats van naar voren gebogen zoals bij de savanneolifant.
De bosolifant heeft vijf tenen aan de voorpoten, vier aan de achterpoten.
Hij wordt drie tot vier meter lang, met een staartje van 50 tot 120 centimeter.
Mannetjes worden groter dan vrouwtjes.
Een bul wordt 1200 tot 3500 kilogram zwaar en 170 tot 280 centimeter hoog, een koe wordt 900 tot 3000 kilogram zwaar en 160 tot 240 centimeter hoog.


1049546-a5ad2c817408c311646b6f887144b3e7.jpg
Loxodonta cyclotis
auteur : Peter H. Wrege    CC 3.0

Een ondersoort, de Afrikaanse dwergolifant (Loxodonta cyclotis pumilio), wordt door enkele wetenschappers niet erkend, terwijl andere wetenschappers en met name cryptozoölogen hem zelfs als een aparte soort beschouwen.
Deze ondersoort zou een stuk kleiner zijn dan de andere bosolifanten.

Van alle olifanten heeft de Afrikaanse savanne-olifant waarschijnlijk het meest te lijden gehad van stroperij om het ivoor.
Van de bosolifant zijn er nog heel wat meer, maar deze soort wordt vooral bedreigd door de toenemende ontbossing.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 07:19 Reageer op dit bericht

Bosmuis

Bosmuis
B    o s
B     b    B     b    15  s 41
Bosmuis

De bosmuis (Apodemus sylvaticus) is een knaagdier uit het geslacht bosmuizen (Apodemus) van de onderfamilie van muizen en ratten van de Oude Wereld (Murinae) van de familie Muridae.
Hij behoort tot het ondergeslacht Apodemus en is daarbinnen het nauwste verwant aan Chevriers bosmuis (Apodemus chevrieri).

De bosmuis komt in vrijwel geheel Europa voor, met uitzondering van het noorden van Scandinavië en het overgrote deel van Rusland en de Baltische staten.
De oostgrens loopt door Oost-Oekraïne, Centraal-Wit-Rusland en de grens met Rusland.
De soort komt ook voor op IJsland, enkele eilanden in de Middellandse Zee, waaronder Sardinië en Corsica, in Noordwest-Turkije en in Noordwest-Afrika, in Marokko, Tunesië en Noord-Algerije.
Ze leven over het algemeen in bossen, tuinen, braakliggend terrein, graanvelden, struikgewas en zandduinen, soms ook in gebouwen.
In berggebieden komen de dieren niet boven de boomgrens voor.

Engels : Wood mouse, long-tailed field mouse, field mouse, common field mouse, European wood mouse
Duits : Waldmaus
Frans : Mulot sylvestre, Souris de terre, Rat sauteur

1046962-d00bdd58402f2ee4a11c402dc91d4a5e.jpg
Bosmuis
auteur : Hans Hillewaert    CC 3.0

De rug is donkerbruin, de flanken geelbruin en de buik zilverachtig grijs van kleur.
Er is geen duidelijke grens tussen de zijden.
Jonge dieren zijn grijsbruin op de rug en donkergrijs tot wit op de buik.
De staart is donker van boven en licht van onder. Over de staart lopen 130 tot 180 ringen.
Vaak heeft de bosmuis een gele borstvlek.
Over de nek loopt een kleine gele band, kleiner dan die van de grotere geelhalsbosmuis.
De oren, ogen en achterpoten zijn groot, groter dan die van de huismuis.

De bosmuis wordt 97 tot 110 millimeter lang en 13 tot 27 gram zwaar.
De staart is 69 tot 115 millimeter lang.
Mannetjes worden iets groter dan vrouwtjes.


1046962-7cb25dfb284d576612fd1605c538ff24.jpg
Apodemus sylvaticus
auteur : Rasbak    CC 3.0

De bosmuis is een opportunist.
Hij heeft een gevarieerd dieet: hij leeft van graan, noten, vruchten, bessen, eikels, beukennootjes, hazelnoten, zaden, knoppen, paddenstoelen, mossen en galappels, maar ook van insecten, duizendpoten, spinnen, regenwormen en slakken.
's Zomers eet hij voornamelijk boomzaden en noten, 's winters voornamelijk scheuten, knoppen en rupsen.
In de winter leeft hij o.a. van de vruchtbare delen van varens, wat zeldzaam gedrag is onder de gewervelden.

De bosmuis is meestal 's nachts actief, 's zomers ook in de schemering.
De grootte van het woongebied verschilt per geslacht en habitat: mannetjes hebben grotere woongebieden dan vrouwtjes, en dieren uit landbouwgebieden hebben grotere woongebieden dan dieren in bossen.
De woongebieden overlappen over het algemeen.
's Zomers heeft een dominant mannetje een groot woongebied, waarin verscheidene onderdanige mannetjes en vrouwtjes leven.
Vrouwtjes zijn territoriaal, en dulden geen andere vrouwtjes op hun woongebied.
Het woongebied van mannetjes overlapt meestal.
's Winters leven de dieren in gemengde gezamenlijke nesten.


1046962-b0363f190ae49d73a915f50d105c5afc.jpg
Springende bosmuis
auteur : F.C. Robiller / naturlichter.de(Hyla meridionalis)    CC 3.0

De bosmuis woont in een zelfgegraven ondergronds hol, meestal met één ingang, een nestkamer en een voorraadkamer.
Het nest bestaat uit bladeren, mos en reepjes gras.
In een nacht kan een bosmuis grote afstanden afleggen.
Op nachten met een heldere maan is de bosmuis minder actief.
De bosmuis is zeer beweeglijk en is in staat flinke sprongen te maken.

Het voortplantingsseizoen duurt van maart tot oktober, met een piek in juli en augustus.
Een vrouwtje krijgt één à twee, soms tot vier worpen per jaar. Jongen worden geboren na een draagtijd van 19 à 20 dagen.
Per worp krijgt een vrouwtje 2 tot 9 (gemiddeld 4 tot 7) jongen. De jongen worden blind en naakt geboren.
Later ontwikkelen ze een grijze vacht. Ze wegen bij de geboorte één à twee gram.
Enkel het vrouwtje zorgt voor de jongen.
Zogende vrouwtjes keren vaak terug naar het nest om de jongen te laten zogen. De zoogtijd duurt 18 tot 22 dagen.
Jongen die vroeg in het jaar geboren zijn, zijn later dat jaar al geslachtsrijp, jongen die later in het jaar geboren zijn het daaropvolgende jaar.
Mannetjes zijn meestal geslachtsrijp als ze zo'n twaalf gram wegen, vrouwtjes als ze vijftien gram wegen.

De bosmuis wordt maximaal achttien tot twintig maanden oud, hoewel hij in gevangenschap meer dan vier jaar kan worden.
Natuurlijke vijanden zijn onder andere wezel, hermelijn, das, marter, vos, kat, steenuil, bosuil, velduil, kerkuil en torenvalk.


1046962-4d34cb8c298dbf04ea75f0a5ff62e87b.jpg
Apodemus sylvaticus
foto : NMNI(National Museums Northern Ireland)

De bosmuis maakt zachte piepende geluiden en bij angst slaakt hij een korte hoge gil.
Tijdens diverse sociale contacten en als de dieren in het nest zijn, maken ze ultrasone geluiden tot 70 kHz.

De bosmuis laat vraatsporen achter op sparren- en dennenkegels, paddenstoelen, beukennootjes, walnoten, bramen, maïskorrels, aronskelken, bloeiwijzen van bomen en twijgen.

Uitwerpselen van de bosmuis zijn cilindervormig en hebben stompe polen.
De lengte is 4-6,5 mm en ze zijn 2-3,5 mm in doorsnede.

De pootafdrukken van de voorvoet van de bosmuis zijn 12 mm lang en 15 mm breed en die van de achtervoet 20 mm lang en 15 mm breed.
De voorvoet heeft 4 tenen en de achtervoet 5 waarvan er 2 naar buiten en 2/3 naar voren wijzen.
Het staartspoor is vaak ook te zien.
De bosmuis beweegt zich voornamelijk voort in sprongengalop.

In Nederland komt hij overal talrijk en algemeen voor, ook op de Waddeneilanden.

De bosmuis wordt soms voor een huismuis aangezien, maar is hiervan direct te onderscheiden door het ontbreken van de karakteristieke muffe lucht die huismuizen verspreiden.
Ook is verwarring met de grote bosmuis mogelijk.
Deze komt in Nederland echter alleen in Zuid-Limburg en bij Winterswijk voor terwijl de bosmuis wijd verspreid door heel Nederland voorkomt.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - Zoogdiervereniging 2009
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 07:41 Reageer op dit bericht

Naar boven

Meer van Wie Weet

↑ Terug naar de berichten