Naar de inhoud

Wie Weet

bloggen om te leren
waaroemni-805px.png

Categorie: dieren

Bosmarmot

Bosmarmot
B    o s
B     b    B     b    15  s 39
Bosmarmot

De bosmarmot (Marmota monax) is een algemene marmottensoort uit de bossen en graslanden van Noord-Amerika.

De bosmarmot komt algemeen voor in open plekken in bossen, recentelijk ontboste gebieden, weiden en grasvelden van Oostcentraal-Alaska en Brits-Columbia, Canada zuidwaarts langs de Rocky Mountains tot Noord-Idaho, en oostwaarts via Zuid-Canada tot het oosten van de Verenigde Staten, waar hij de zuidgrens van zijn verspreidingsgebied vindt in Oost-Kansas, Noord-Alabama en Virginia.
Ondanks dat hij voornamelijk op de bodem leeft, kan hij goed klimmen en zwemmen.

Engels : groundhog, woodchuck, whistle-pig, land-beaver
Duits : Waldmurmeltier
Frans : La marmotte commune, siffleux, bonhomme couèche

1045348-7f9db47868d982e303eb5d8b66aa6a6a.jpg
Bosmarmot
auteur : Reinhard Kraasch    CC 3.0

De bosmarmot is een fors bodembewonend knaagdier.
Hij heeft vrij korte poten, kleine oren en een bossige staart.
De vacht is over het algemeen grijzig bruin van kleur, maar kan variëren van gelig tot roodbruin en zwart.
De dekharen op de rug hebben witte punten.
Het neusveld is wit. De snijtanden zijn wit van kleur.
Aan iedere poot zitten vier tenen. Het vrouwtje heeft vier melkklieren.

De bosmarmot wordt 32 tot 52 centimeter lang en 2 tot 6,4 kilogram zwaar.
Hij heeft een staartlengte van 7,5 tot 15,5 centimeter en een achtervoetlengte van 7,5 tot 10 centimeter.


1045348-6faa7a5e59ac874e19aa3d8fb6394067.jpg
Marmota monax
auteur : Cephas    CC 3.0

De bosmarmot is overdag actief, voornamelijk in de vroege ochtend en de namiddag.
Hij voedt zich voornamelijk met groene planten als gras, klaver, luzerne en weegbree, aangevuld met zaden, vruchten, ongewervelde dieren als sprinkhanen en slakken en de eieren en kuikens van grondbroedende vogels.
Ook eet hij landbouwgewassen als maïs. Hij kan dan grote schade aanrichten aan akkers.

De bosmarmot leeft, in tegenstelling tot de andere marmotten, voornamelijk solitair.
Hij kan zelfs vrij agressief zijn. Vooral mannetjes gedragen zich in de paartijd zeer agressief tegen andere mannetjes.
Het territorium is ongeveer 0,3 tot 4 hectare groot.
Het territorium van het mannetje overlapt vaak met die van een of meer vrouwtjes.

's Nachts slaapt de marmot alleen in een groot ondergronds hol, tot anderhalve meter diep en negen meter lang, met minstens één hoofdgang en vaak enkele zijgangen, die uitlopen in één grote slaapkamer, bekleed met een nest van gras.
In een andere kamer, gelegen nabij de slaapkamer, laat de marmot zijn uitwerpselen achter.
De zijgangen dienen voornamelijk om te ontsnappen aan roofdieren.
Bij de hoofdingang liggen vaak meerdere heuvels uitgegraven grond, die ontbreken bij de ontsnappingsuitgangen.
Een verlaten hol van een bosmarmot wordt vaak gebruikt door andere dieren, als katoenstaartkonijnen, opossums, wasberen, stinkdieren en vossen.


1045348-dbb5ecfb5a86f101ce9a23eca00be5ff.jpg
Bosmarmot
foto : E. Medline    CC 3.0

De bosmarmot ontwikkelt aan het eind van de zomer of het begin van de herfst een dikke vetlaag voor de winterslaap.
In de herfst graaft hij een diep winterhol met een slaapkamer.
Hier brengt hij de gehele winter door, opgerold op een bedje van gras.
Tijdens de winterslaap daalt zijn lichaamstemperatuur tot 4°C, de ademhalingsfrequentie tot één keer in de zes minuten en de hartslag van honderd naar vier hartslagen per minuut.
Hij ontwaakt weer in het vroege voorjaar, in het noorden van zijn verspreidingsgebied later dan in het zuiden.

Direct na de winterslaap breekt de paartijd aan.
Het mannetje gaat op zoek naar een vrouwtje.
Als hij een ontvankelijk vrouwtje heeft gevonden, zal hij enkele dagen met haar in hetzelfde hol slapen, de enige keer dat dit voornamelijk solitaire dier zijn hol deelt met een ander volwassen dier.
De bosmarmot heeft één worp per jaar.
Na een draagtijd van 28 dagen worden in april of begin mei vier of vijf jongen geboren.
De jongen zijn bij de geboorte kaal en blind.
Enkel het vrouwtje zorgt voor de jongen.
Na een maand openen ze hun ogen en kruipen ze al rond. Na twee maanden zijn ze zelfstandig.
De bosmarmot is de enige marmottensoort waarvan de jongen binnen een jaar al volgroeid zijn en zich kunnen voortplanten.


1045348-e7325043e758594358d1cd20a086b974.jpg
Marmota monax

De belangrijkste vijanden van de bosmarmot zijn de vos en de mens.
Ook worden veel dieren gedood door andere roofdieren en door auto's.
Regelmatig zit de bosmarmot rechtop om de omgeving in de gaten te houden.
Bij gevaar stoot de bosmarmot een hard, scherp, fluitend geluid uit, gevolgd door enkele zachtere tonen.
Hij zal dan rennen naar zijn hol, vanwaar hij naar buiten gluurt.
Mocht hij niet in de buurt van zijn hol zijn, zoekt hij een andere schuilplaats op, zoals een boom.
Als hij niet naar zijn hol of een andere schuilplek kan rennen, verdedigt hij zich fel.
Hij kromt dan zijn rug, springt, zwiept met een stijfrechte staart en klappert met ontblote tanden.
Ook kan hij blazen, grommen en gillen.

In de Verenigde Staten en Canada wordt ieder jaar op 2 februari Groundhog Day gevierd.
Op deze dag zou de bosmarmot (Engels: groundhog) ontwaken uit zijn winterslaap en zich buiten zijn hol wagen, waarna men aan het feit of hij wel of niet terugkeert in zijn hol kan zien of de winter nog voort zal duren of niet.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - Natural History Notebooks
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 05:40 Reageer op dit bericht

Boslemming

Boslemming
B    o s
B     b    B     b    15  s 37
Boslemming

De boslemming (Myopus schisticolor) is een soort lemming uit de naaldbossen in het noorden van Europa en Azië.
Het is de enige soort uit het geslacht Myopus.

Hij komt voor in naaldbossen in Oost-Scandinavië, Noord-Rusland, Noord-China en Mongolië.
Hij heeft een voorkeur voor vochtige naaldwouden, die een rijke moslaag hebben.

Engels : Wood Lemming
Duits : Waldlemming
Frans : Lemming des bois, Lemming des forêts

1042372-845f646b4e1f6a8d20564c21aed6416c.jpg
Boslemming
auteur : Pyntsi  -  vrije foto

De boslemming heeft een donker leigrijze vacht.
Volwassen dieren hebben een roestbruine vlek op de achterzijde, die ontbreekt bij jongere dieren.
's Winters is de vacht lichter van kleur. De staart is vrij kort.

De boslemming is kleiner dan de bekendere berglemming.
Hij wordt 80 tot 115 millimeter lang en 20 tot 45 gram zwaar. De staart is 10 tot 20 millimeter lang.

De boslemming is 's nachts actief.
Hij graaft gangen en legt vluchtroutes aan in het mos.
Mos vormt ook zijn belangrijkste voedselbron.
's Winters graaft hij gangen onder de sneeuw. Hier legt hij ook zijn nesten aan.
Bij dooi komen deze gangen en nesten bloot te liggen.


1042372-b06e39d24232248a49018fd8d4e355d5.gif
Myopus schisticolor
foto : Raimo Holappa

De voortplantingstijd valt in Oost-Finland van mei tot augustus.
In Zuid-Noorwegen plant hij zich ook 's winters nog voort.
Een vrouwtje krijgt één tot zes jongen per worp. De jongen zijn na een maand geslachtsrijp.
Tussen worpen zit gemiddeld zo'n vijfentwintig dagen.

De boslemming kent een populatiecyclus van zo'n vier jaar.
Anders dan de berglemming groeit het aantal dieren in een succesvol jaar nooit tot zulke proporties dat over een plaag kan worden gesproken.

Opvallend genoeg is de geslachtsverhouding zeer scheef, slechts 25% van alle dieren is mannelijk.
Sommige vrouwtjes krijgen enkel vrouwelijke nakomelingen door een mutatie in de geslachtschromosomen.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 08:45 2 reacties Reageer op dit bericht

Boshond

Boshond
B    o s
B     b    B     b    15  s 28
Boshond

De boshond (Speothos venaticus) is een Centraal- en Zuid-Amerikaanse hondachtige.
Het is een stevige hondachtige met korte poten, die in troepen op de bosbodem jagen.
Alhoewel ze een groot verspreidingsgebied hebben, worden ze zelden waargenomen, en over hun gedrag in het wild is weinig bekend.
Hun nauwste nog levende verwant is waarschijnlijk de manenwolf.

Er zijn drie ondersoorten:
•  Speothos venaticus panamensis (Panama)
•  Speothos venaticus venaticus (Ecuador en Colombia (ten westen van de Andes), Noord-Venezuela, Suriname, Guyana, Noord- & Centraal-Brazilië en aangrenzend Peru, Bolivia, Paraguay en Argentinië)
•  Speothos venaticus wingei (Zuidoost-Brazilië)

Boshonden komen voornamelijk voor in bossen nabij riviertjes en andere wateren.
Ook wagen ze zich op grasland, bijvoorbeeld pampa's en cerrado's.

Engels : bush dog
Duits : Waldhund
Frans : Le chien des buissons, chien-bois (créole guyanais)

1036399-e3f786e70e3f06f0948dfb4b20e95e23.JPG
Boshond
auteur : Bonne1978    CC 2.5

De boshond heeft een donkerbruine vacht, die langzaam overgaat in de lichter gekleurde kop en nek.
De onderzijde is ook donker. Sommige dieren hebben een witte keelvlek.
Boshonden hebben een brede kop met een korte snuit en kleine, afgeronde oren.
De poten en de staart zijn kort.

Ze worden ongeveer 66 centimeter lang en 26 centimeter hoog. De staart wordt 13 centimeter lang.
Boshonden wegen 5 tot 7 kilogram.


1036399-adb1e0663b26c5fc740612b4a4579707.jpg
Speothos venaticus
auteur : Attis    CC 2.5

De boshond is waarschijnlijk de meest sociale hondachtige van Zuid-Amerika, en de meest sociale soort van zijn grootte.
Boshonden worden regelmatig waargenomen in troepen van drie tot tien dieren.

In deze troepen jagen ze voornamelijk op paca's, maar ook op andere knaagdieren, als agoeti's en ratten, negenbandgordeldier, opossums, Braziliaans konijn, vogels, tejuhagedissen en slangen.
Ze kunnen echter ook dieren aan die groter zijn dan zijzelf, waaronder capibara's, nandoes en spiesherten.
Ze achtervolgen hun prooi tot in het water en kunnen goed zwemmen.
Ze jagen meestal overdag.

Boshonden zijn waarschijnlijk monogaam.
Mannetjes brengen voedsel naar zogende partners en de welpen.
De wijfjes krijgen gemiddeld zo'n 4 jongen per worp (varieert tussen de één en de zes).


1036399-d19a5dffe663eb801fbdea60e5a3bc93.jpg
Boshond
foto : AFP

Je zou denken van niet, maar toch bestaat er een hond met zwemvliezen : de boshond!
Deze wel erg speciale hond kan goed zwemmen en hij kan zelfs onderwater duiken.

Boshonden wonen graag in een holletje.
De boshond is niet zo'n beste graver, vaak gebruiken ze er gewoon één dat door een ander dier verlaten is, dikwijls een verlaten hol van een gordeldier.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 14:43 Reageer op dit bericht

Bosgeitantilopen

Bosgeitantilopen
B    o s
B     b    B     b    15  s 22
Bosgeitantilopen

De bosgeitantilopen (Nemorhaedini) is een tribus van gemsachtige hoefdieren uit de onderfamilie der bokken, die weer behoort tot de familie der holhoornigen.
De tribus bestaat uit twee geslachten en tien soorten: vier gorals en zes bosgemzen.

Engels : Goral
Duits : Gorale
Frans : Les gorals

1032137-6478664b2983e73050deababc580c149.jpg
Japanse bosgemzen (Capricornis crispus)
auteur : Aaron Logan

Gorals komen voor op rotsachtige hellingen in de hooggebergten van Azië.

Ze wegen 25-40 kg en worden 80-130 cm lang. Ze hebben korte, achterwaarts gerichte hoorns en hun vachtkleur varieert van licht grijs tot donker bruinrood, met vaak lichtere onderdelen en een donkere streep over de rug. Ze bezitten een wollige ondervacht, bedekt door grove, langere haren, die een uitstekende bescherming vormen tegen het koude klimaat.

De vrouwtjes bezitten vier functionele tepels in tegenstelling tot geiten en schapen die er slechts twee bezitten.


1032137-83dfd5f7ca5d0c2f43286c89199a82cd.jpg
Chinese Goral
auteur : Robert Lawton (Naemorhedus griseus)

Bosgemzen komen net als hun kleinere verwanten, de gorals, ook voor op rotshellingen, zij het op lagere hoogten. In tegenstelling tot de gorals bezitten bosgemzen pre-orbitale klieren, die gebruikt worden om hun territorium te markeren. Beide geslachten bezitten een sik en achterwaarts gerichte kleine hoorns.

Fossiele bosgemsachtige dieren zijn bekend uit het late Plioceen (2 tot 7 miljoen jaar geleden). Deze vroege vormen worden vaak aanzien als de voorvaderen van de andere geslachten van de Caprinae.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 09:14 Reageer op dit bericht

Bosduivel

Bosduivel
B    o s
B     b    B     b    15  s 18
Bosduivel

De Bosduivel (Ateles paniscus), ook wel kwatta of zwarte slingeraap genoemd, is één van de vier soorten slingerapen die alle vier in een eigen gebied in Zuid-Amerika thuishoren.
Zijn gevarieerde voedsel haalt hij bijna uitsluitend van de exotische planten die in de boomkronen van de wouden groeien.

De zwarte slingeraap heeft uitgesproken lange, slanke ledematen en een nog langere grijpstaart.
Zodoende heeft hij een grote behendigheid bij het klimmen in de bomen, deze behendigheid wordt onder de primaten enkel door de gibbon overtroffen.

Engels : red-faced spider monkey, Guiana spider monkey, red-faced black spider monkey
Duits : Rotgesichtklammeraffe
Frans : L'atèle noir, atèle coaïta, kwata, singe araignée

1030204-4c2010c6117a5ecff4c8771be68fdfbb.jpg
Bosduivel
auteur : Ana Cotta    CC 2.0

Als het enigszins mogelijk is, gebruikt de slingeraap bij het lopen door het kronendak alle vier zijn poten.
Op plaatsen waar de bomen verder uit elkaar staan, springt en slingert hij zich van boom tot boom.
Hij kan zich zo, hangend aan zijn armen, behendig van de ene naar de andere boom slingeren omdat hij uitermate beweegelijk is in zijn schoudergewrichten.
Men ziet de bosduivel maar zelden op de bosbodem.
Als hij zich op de grond ophoudt, dan loopt hij rechtop op twee benen en houdt zijn staart achter zijn rug recht omhoog.

De zwarte slingeraap leeft in losse, sociale groepen waarvan de grootte afhankelijk is van de levensomstandigheden ter plaatse.
Gemiddeld leven er in de wouden ongeveer twaalf zwarte slingerapen per vierkante kilometer.
Als er voedsel in overvloed is, kan het aantal oplopen tot honderd apen.

Binnen iedere groep leven volwassen mannetjes volgens een bepaalde rangorde vredig naast elkaar.


1030204-942f3eb0bdad8f1c4d3b8b5657bc8742.jpg
Ateles paniscus
foto : Eric Hansen en Roger Le Guen

De bosduivel schijnt een speciale manier te hebben om zich voort te planten de vrouwtjes kunnen in ieder jaargetijde drachtig worden.
Het duurt relatief lang voordat de bosduivel geslachtsrijp is: vijf jaar bij het mannetje, vier jaar bij het vrouwtje.

Meestal paren ze niet voor ze de leeftijd van 6 à 11jaar bereikt hebben.
Volwassen mannetjes paren met meer dan één vrouwtje uit hun groep, er vormen zich onder de zwarte slingerapen geen paartjes voor het leven.

De apenbaby komt 30 weken na de paring ter wereld.
Hij weegt bij zijn geboorte ongeveer 600 gram.
De eerste vier maanden van zijn leven maakt hij de strooptochten naar voedsel die zijn moeder onderneemt mee, terwijl hij zich vastgeklemd houdt aan haar buik.
Zodra hij wat groter is, rijdt hij liever op haar rug mee, waarbij hij voor de zekerheid zijn staart om het lichaam van zijn moeder geslingerd houdt.

De langdurige verzorging en bescherming van het ouderdier, maakt dat de meeste jonge bosduivels overleven en volwassen worden.

De bosduivel bereikt gemiddeld een leeftijd van 30jaar.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 11:11 Reageer op dit bericht

Bosbok

Bosbok
B    o s
B     b    B     b    15  s 15
Bosbok

De bosbok (Tragelaphus scriptus) is een middelgrote antilope die voorkomt in bossen en struikgebieden in centraal en zuidelijk Afrika.
De bosbok is nauw verwant aan de sitatoenga en de bongo.
Het is een algemene soort, die zich vrij goed kan aanpassen aan veranderende omstandigheden.

Engels : Bushbuck
Duits : Buschbock
Frans : Le guib harnaché

1028222-3e2b9fa7e9bf2a97a6d93b2236b97638.jpg
Bosbok
auteur : Hans Hillewaert    CC 3.0

De bosbok komt voor in lichte tot dichte vegetatie, variërend van struikgewas tot open bos en van dichte wouden tot rietvelden.
De bosbok weet zelfs te overleven in landbouwgebieden.
Hij heeft een voorkeur voor bosranden en gebieden met dicht struweel, het liefst in de buurt van water, maar hij kan overleven op dauw.

De bosbok leeft in bijna geheel Afrika ten zuiden van de Sahara.
Hij ontbreekt enkel in de al te droge streken in het zuidwesten en het noordoosten.
De bosbok kan tot 3000 m hoogte in Oost-Afrikaanse bergen gevonden worden.


1028222-33095c1a11ea67f0be0f7524c1973aa6.jpg
Tragelaphus scriptus
auteur : Patrick Gijsbers    CC 2.5

De bosbok eet een grote variatie aan plantaardig voedsel, hoofdzakelijk gras, kruiden uit de vlinderbloemenfamilie, bladeren en scheuten, maar hij vult zijn dieet aan met ander materiaal als plantenwortels, knollen, landbouwgewassen en vruchten.
Hij volgt ook bavianen en andere apen, zodat hij kan eten van de vruchten die deze dieren laten vallen.
De bosbok is zowel 's nachts als overdag actief, maar in de buurt van door mensen bewoonde gebieden is hij overwegend 's nachts actief.
Hij rust in dichte vegetatie.

De bosbok leeft solitair of in paren. Soms leeft hij in kleine familiegroepjes.
Het woongebied van een bosbok kan een oppervlakte van soms wel 50.000 vierkante meter beslaan.
De woongebieden overlappen vaak met die van soortgenoten.
Een bosbok is niet territoriaal.
Tussen mannetjes bestaat een hiërarchie, bepaald door leeftijd (af te lezen aan de kleurpatronen) en door testosteron-opwellingen.


1028222-4dd1a47a8c08b6e387f81d3334553e57.jpg
Bosbok
auteur : Hans Hillewaert    CC 3.0

De vachtkleur varieert van lichtbruin via roodbruin tot donkerbruin.
Vrouwtjes en kalfjes hebben over het algemeen een lichtere vachtkleur, vaak rood, mannetjes zijn meestal donkerder.
Naarmate mannetjes ouder worden, worden ze donkerder.
Op het lichaam, voornamelijk op de rug en de achterzijde, lopen witte verticale strepen (maximaal zeven) en witte stippen.
De kop is vaak lichter van kleur. Over de snuit loopt een zwarte streep, en op de wang en de oren zit een witte vlek.
De bosbok heeft een brede pluimstaart. Deze is aan de onderzijde wit en aan de punt zwart.
Een korte, dunne, bleke maan van langer haar loopt over het algemeen over de rug, van de schouders tot de staart.
Bij het mannetje is de buik donker van kleur. Boven de zwarte hoeven zitten witte strepen.
Enkel de mannetjes hebben hoorns. Deze hebben een lengte van 25 tot 57 cm en zijn bijna recht, met een enkele draai (soms twee).

De bosbok heeft een kop-romplengte van 105 tot 150 cm, een schouderhoogte van 61 tot 100 cm en een lichaamsgewicht tussen de 24 de 80 kg (afhankelijk van geslacht en ondersoort).
Mannetjes zijn groter dan vrouwtjes.
Mannetjes wegen tussen de 30 en 80 kg, vrouwtjes tussen de 24 en 60 kg.


1028222-630cfdb925a72094a7a7940f6a5890ec.jpg
Tragelaphus scriptus
auteur : Patrick Gijsbers    CC 2.5

Één jong wordt geboren na een draagtijd van ongeveer zes maanden.
Het kalf blijft de eerste vier maanden verborgen in het struikgewas.
Na een jaar is het zelfstandig en volgroeid.
De hoorns van een mannetje zijn echter pas na drie jaar volgroeid.
Een bosbok kan maximaal twaalf jaar oud worden.

De bosbok is verdeeld in drie groepen, de decula-groep, de scriptus-groep en de sylvaticus-groep.
Deze groepen hebben nog enkele ondersoorten.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 08:54 1 reactie Reageer op dit bericht

Borstelstaart-kangoeroerat

Borstelstaartkangoeroerat
B    o r
B     b    B     b    15  r 20
Borstelstaartkangoeroerat

De borstelstaartkangoeroerat (Bettongia penicillata), ook wel borstelstaartratkangoeroe, kwaststaartkangoeroerat of pluimstaartbettong of woylie genoemd, is een klein soort buideldier uit de familie der kangoeroeratten (Potoroidae).

Er zijn twee ondersoorten.
B. p. penicillata, uit het zuidoosten van Australië, is sinds 1923 uitgestorven, waarschijnlijk doordat zijn leefgebied plaats moest maken voor landbouwgrond.
Rond 1900 was deze ondersoort nog enorm algemeen in delen van Zuid-Australië.

B. p. ogilbyi, de ondersoort uit het zuidwesten van Australië, komt nog voor in West-Australië, met enkele kleinere populaties in Zuid-Australië en Nieuw-Zuid-Wales.
Deze ondersoort heeft behalve van habitatvernietiging te lijden onder verwilderde exoten als vossen en katten, die wel eens een kangoeroerat grijpen, en konijnen en varkens, die om hetzelfde voedsel concurreren.

De borstelstaartkangoeroerat leeft voornamelijk in open eucalyptuswouden en mallee scrub, met een ondergroei van lage struiken, in Australië.
In het verleden leefde de soort ook in spinifexgraslanden.

Eucalyptusbossen hebben te maken met periodieke bosbranden.
De borstelstaartkangoeroerat blijkt vrij goed te zijn in het ontwijken van de vlammen, en blijven vaak nog actief in hun woongebied tijdens een brand.

Engels : Woylie, Brush-tailed Bettong
Duits : Buerstenrattenkaenguru
Frans : La Bettongie à queue touffue

1018952-9dea3766f7e7ce1601881fe8555c76cb.jpg
Borstelstaartkangoeroerat
auteur : Gary Lewis

De borstelstaartkangoeroerat was van oorsprong wijdverspreid over de droge habitats van zuidelijk en noordwestelijk Australië.
Het natuurlijke verspreidingsgebied van de omvatte twee delen.
Het zuidelijke deel liep vanaf het zuidwesten van West-Australië via de Nullarborvlakte naar het zuiden van Zuid-Australië, het noordwesten van Victoria en het Groot Australisch Scheidingsgebergte in het midden van Nieuw-Zuid-Wales.
Het noordelijke deel liep van de Pilbara in West-Australië via de Grote Zandwoestijn en de Gibsonwoestijn tot in Grote Victoriawoestijn in het noorden van Zuid-Australië en de Tanamiwoestijn in het Noordelijk Territorium.

Ten gevolge van de toenemende Europese kolonisatie en de verspreiding van geïntroduceerde diersoorten, verdween de borstelstaartkangoeroerat uit een groot deel van zijn verspreidingsgebied.
Tegenwoordig komt de soort alleen voor in West- en Zuid-Australië.


1018952-bef6ce4a5e0c589eee0ec6b7f6346d48.jpg
Bettongia penicillata
auteur : Gary Lewis

De borstelstaartkangoeroerat is een solitaire soort, die voornamelijk 's nachts actief is.
Overdag rust het dier in een groot, bolvormig nest, gemaakt van bladeren, gras en schors.

Deze soort leeft voornamelijk van paddenstoelen als truffels, die het moet opgraven uit de bosbodem.
De borstelstaartkangoeroerat draagt zo bij aan het verspreiden van de sporen van deze schimmels, die in staat zijn onbeschadigd het spijsverteringsstelsel van de kangoeroeratten te doorstaan.
Bacteriën in het maagdarmkanaal spelen een voorname rol bij de vertering van de paddenstoelen.
Ook ander ondergronds voedsel, als wortelen, bollen, knollen en wormen, staan op het menu.

De borstelstaartkangoeroerat beweegt zich over het algemeen langzaam voort, maar bij gevaar springt het dier op hoge snelheid weg op de achterpoten in een zigzagpatroon, met de kop laag, het lichaam gebogen en de staart gestrekt.
De paartijd is niet aan een bepaalde periode verbonden en kan dan ook gedurende het jaar plaatsvinden.
De draagtijd bedraagt 18 tot 21 dagen, waarna één jong wordt geboren dat na de geboorte nog ongeveer 98 dagen in de buidel blijft.
Borstelstaartkangoeroeratten zijn na gemiddeld 180 dagen geslachtsrijp en deze dieren hebben een levensverwachting van vier tot zes jaar.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 09:08 Reageer op dit bericht

Borneose orang-oetan

Borneose orang-oetan
B    o r
B     b    B     b    15  r 14
Borneose orang-oetan

De Borneose orang-oetan (Pongo pygmaeus) is een mensaap uit het geslacht der orang-oetans (Pongo).
De andere soort is de Sumatraanse orang-oetan (Pongo abelii).
Lang werden de twee soorten als ondersoorten van dezelfde soort, de orang-oetan, beschouwd, maar genetisch onderzoek heeft aangetoond dat de twee aparte soorten zijn.
Zoals de naam al aangeeft, komt deze soort enkel voor op het eiland Borneo.

De Borneose orang-oetan komt voor in primaire en secundaire laaglandregenwouden op het Zuidoost-Aziatische eiland Borneo, in zowel Sabah en Sarawak, het Maleisische gedeelte, als Kalimantan, het Indonesische gedeelte.
De populatie in het zuidwesten van het eiland wordt vaak als een aparte ondersoort, P.p. wurmbii, beschouwd.

Engels : Bornean orangutan
Duits : Borneo-Orang-Utan
Frans : L’orang-outan de Bornéo

1015187-04ef90cafd6a698ade94cdce8b80e833.jpg
Borneose orang-oetan in de Zoo van Louisville
auteur : Ltshears    vrije foto

De Borneose orang-oetan heeft een donkere oranjerode vacht.
Hij heeft zeer lange armen en sterke grijphanden en -voeten, een aanpassing aan het leven in bomen.
De Borneose orang-oetan wordt 110 tot 140 centimeter lang en 40 tot 90 kilogram zwaar.

Mannetjes worden veel groter dan vrouwtjes.
Een mannetje had zelfs een lengte van 180 centimeter.
Ook hebben mannetjes opvallende grote wangkwabben, een keelzak en een korte, oranje tot rode baard, die bij de vrouwtjes ontbreken.
De kwabben zijn kaal en bol, in tegenstelling tot die van de Sumatraanse soort, waarbij de kwabben behaard zijn en langs het gezicht lopen.


1015187-c67adc72a2703e1801690914bf34f3a9.jpg
Jonge Borneose orang-oetan in een opvangstation op Borneo
auteur : Frank Wouters    CC 2.0

De orang-oetan brengt het grootste deel van zijn leven door in bomen.
Volwassen mannetjes komen regelmatig (zo'n vijf procent van zijn leven) op de grond, waarschijnlijk omdat er op Borneo geen tijgers en panters, de belangrijkste vijanden voor orang-oetans, voorkomen.
's Nachts slaapt de orang-oetan in een nest, hoog in de bomen, die hij zelf heeft gemaakt door takken te vlechten.

Overdag besteedt de orang-oetan het grootste deel van de tijd aan het zoeken naar vlezige vruchten als vijgen, nangka en doerians.
Omdat de planten verspreid over het bos staan en ieder hun eigen bloeitijd hebben, en daardoor slechts enkele weken per jaar voedzame producten leveren, moet de orang-oetan een goed geheugen hebben om te weten wanneer en waar voedsel te vinden is.

Behalve vruchten eet de orang-oetan ook ander plantaardige kost als boomschors, bladeren (bijvoorbeeld van Pandanus), scheuten, lianen en het merg in takken en stengels.
Een enkele keer eet hij ook ander materiaal, als eieren, honing, termieten en andere insecten en kleine gewervelde dieren, waaronder hagedissen, jonge vogeltjes en zelfs plompe lori's, kleine halfaapjes.
Daarnaast staat ook vis op zijn menu.
Ze eten aangespoelde vissen of jagen de vissen op met stokken zodat die uit het water springen en gevangen kunnen worden.

De orang-oetan kan niet zwemmen.
Over het algemeen mijdt hij water, maar sommige groepen waden toch actief door het water.


1015187-629a5886546a33286a930963affa0fea.jpg
Borneose orang-oetan in de plantentuin van Parijs
auteur : Kezia1     1015187-a37bfa054aaed6f43fdac37f00e42655.png     vrije kunst licentie

De Borneose orang-oetan is een solitaire bosbewoner.
Toch onderhouden individuen onderling contact.
Soms kunnen meerdere orang-oetans in dezelfde boom worden aangetroffen, vooral als deze boom rijk aan vruchten is.
Volwassen vrouwtjes leven in kleine, overlappende woongebieden van zo'n honderd hectare, en onvolwassen vrouwtjes trekken soms enkele dagen met elkaar op.

Volwassen mannetjes leven echter geheel solitair, alhoewel zijn woongebied overlapt met de woongebieden van meerdere vrouwtjes.
In sommige gebieden overlappen ook de woongebieden van twee mannetjes, in andere gebieden zijn deze gescheiden.
Mannetjes mijden elkaar echter meestal, en houden elkaar op een afstand met luide brullen, waarmee ze hun positie aan andere mannetjes doorgeven.
De Borneose orang-oetan is echter minder sociaal dan de Sumatraanse soort, voornamelijk omdat Borneo armer aan vruchtdragende bomen is dan Sumatra.

Een paarwillig vrouwtje zoekt het dominante mannetje op, die andere mannetjes bij haar weghoudt.
De twee dieren trekken enkele dagen met elkaar op.
Vrouwtjes die niet door een dominant mannetje begeleid worden, worden vaak door lagergeplaatste mannetjes tot paring gedwongen.
Het jong wordt geboren in het boomnest. Vlak na de geboorte klampt het zich vast aan de moeder.
Na acht jaar is het jong onafhankelijk.


1015187-3695d08bc8ba1facac58923eac302167.jpg
Pongo pygmaeus FAMILIE

Bij Borneose orang-oetans worden zo'n 13 verschillende geluiden onderscheiden.
In kleine sociale groepen communiceren ze door met de lippen te smakken.
Als ze bang zijn, maken ze een schreeuwend geluid met de lippen getuit, mannetjes kunnen ook brullen of met opgeblazen strottenhoofdzakken een dreunend geluid maken.
Bij schrik of woede knarsen de orang-oetans met de tanden.
De mannetjes maken ook grommende geluiden die tot op meer dan een kilometer afstand kunnen gehoord worden door mensen.
Mogelijk wordt dit gebruikt om de mannetjes uiteen te houden.

Naast vocale communicatie wordt er ook gevlooid als communicatie.
Verder gebruikt de orang-oetan ook gezichtsuitdrukkingen, gebaren en lichaamshoudingen als communicatiemiddel.
Gebaren worden vaak impulsief gebruikt, maar kunnen ook sporadisch doelgericht gebruikt worden.
De orang-oetans beelden dan uit wat ze willen.


1015187-d2da20d06ecf7296235ff7041e7ed2c0.jpg
Pongo pygmaeus

Op Borneo bestaan enkele legenden over de orang-oetan.
Door zijn menselijke uiterlijk wordt de orang-oetan door plaatselijke bewoners als een primitieve mensensoort beschouwd.
De Dajaks, een volk dat in de bossen van Borneo leeft, beschouwen de orang-oetans als hun voorvaderen.
Ook wordt op Borneo beweerd dat de orang-oetan eigenlijk kan praten, maar zwijgt omdat hij anders zou moeten werken.

De grootste bedreiging voor de Borneose orang-oetan is habitatvernietiging door bosbranden en boskap voor houtwinning en het creëren voor landbouwgebieden.
Ook worden jonge dieren gevangen om verhandeld te worden als huisdier.
In beslag genomen dieren en weesjes komen terecht in rehabilitatiecentra, waar ze weer worden gewend aan het leven in het wild.
Er zijn nu nog zo'n twaalf- tot vijftienduizend dieren in Borneo.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 10:18 Reageer op dit bericht

Borneose nevelpanter

Borneose nevelpanter
B    o r
B     b    B     b    15  r 13
Borneose nevelpanter

De Borneose nevelpanter (Neofelis diardi) is een katachtige die leeft in de bossen van Indonesië.
Het is samen met de nevelpanter (Neofelis nebulosa) de enige soort van het geslacht Neofelis.
Soms wordt hij in het geslacht Panthera geplaatst.

Deze bijzondere panter staat geheel op zichzelf en is te vinden in Borneo en Sumatra.
Hoewel, te vinden: deze katachtige is zeer schuw en laat zich zelden zien.
Mede daarom was de Borneose nevelpanter tot 2007 nog een betrekkelijk onbekend soort.
De grote kat is spectaculair om te zien, zijn vacht heeft een patroon dat sterk lijkt op het patroon van een slangenhuid.

Engels : Sunda Clouded Leopard, Sundaland Clouded Leopard
Duits : Sunda-Nebelparder
Frans : Le Léopard tacheté de Bornéo

1014589-bef8e120397de0b79e17658ab2b7b014.jpg
Borneose nevelpanter

Hij heeft grotere donkere vlekken op zijn vacht dan de gewone nevelpanter.
Dit dier kan tot één meter groot worden evenals zijn dikke staart.
Ze wegen ongeveer rond de dertig kilogram en kunnen zeer goed in bomen klimmen.
Ze hebben de grootste hoektanden van alle katachtigen en zijn op één na de lenigste.
De poten zijn naar verhouding kort en dik.
Een Borneose nevelpanter krijgt per worp één tot vijf jongen.

De Borneoase nevelpanter is ontdekt in de regenwouden van Borneo, door het ontginnen van de wouden.
Naar schatting leven er ongeveer 10.000 nevelpanters.


1014589-a9bba8d3ad888b0bb0344dbdc0886631.jpg
Neofelis diardi

De soort zou zich ruim één miljoen jaar geleden afgesplitst hebben van de 'gewone' nevelpanter.
De wetenschappers vonden 40 verschillen tussen de nevelpanter en de Borneose nevelpanter.
Dit betekent dat de Borneose nevelpanter echt een andere katachtige is dan de Neofelis Nebulosa (de 'gewone' nevelpanter).
Tussen de leeuw en het luipaard zijn er 56 verschillen, en deze twee katachtigen verschillen aanzienlijk van elkaar.

Binnen de Borneose nevelpanter kunnen twee ondersoorten onderscheiden worden op basis van DNA en morfologie:
een vorm op Borneo (N. d. borneensis) en een vorm op Sumatra en de Batueilanden (N. d. diardi).
De scheiding zou zijn oorsprong hebben tussen 400.000 en 120.000 jaar geleden, in het pleistoceen, toen de soort vanuit Borneo over landbruggen naar Sumatra en de Batueilanden trok.
Toen de zeespiegel steeg, werden de soorten fysiek van elkaar gescheiden en groeiden ze uiteen.


1014589-3b5eb34ec1f73f38019951ab26808a63.jpg
Borneose nevelpanter

Nevelpanters zijn echte nietsontziende roofdieren.
Van alle katachtigen hebben ze de grootste en scherpste hoektanden.

Voor de nevelpanter is het geen probleem om apen te vangen in de bomen en varkens, geiten en herten te verslinden.

Vanuit de boom laat hij zich razendsnel bovenop zijn prooi vallen.
Hij doodt zijn prooidier door één beet in de nek waarbij de ruggengraat breekt.

De nevelpanter pakt vaker prooien dan de tijger of het luipaard, vandaar dat hij het grootste roofdier van Borneo is.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 09:52 Reageer op dit bericht

Borneodwergolifant

Borneodwergolifant
B    o r
B     b    B     b    15  r 10
Borneodwergolifant

De Borneodwergolifant (Elephas maximus borneensis) is een ondersoort van de Aziatische olifant die op Borneo voorkomt en die in september 2003 is onderscheiden dankzij DNA-technieken.
Hoewel ze al eerder bekend waren, dacht men eerder dat ze geïntroduceerd waren.

Engels : Borneo Elephant, Borneo Pygmy Elephant
Duits : Borneo-Zwergelefant
Frans : L'éléphant de Bornéo, éléphant pygmée de Bornéo

1012576-887c401d668abd5b346bd9967d6dcd84.jpg
Borneodwergolifant
auteur : PLoS Biology   CC 2.5

De dieren raakten splitsen zich volgens DNA-analyses circa 300.000 jaar geleden af van de vorm op het vasteland.
Zo'n 18.000 jaar geleden zouden ze geïsoleerd geraakt zijn toen de landbruggen tussen Borneo en het vasteland verdwenen.
Een andere hypothese stelt dat de ondersoort afstamt van een populatie olifanten die oorspronkelijk elders leefde.
Dit wordt gestaafd door archeologisch-geschiedkundig onderzoek.

De oude hypothese stelde dat de Oost-Indische Compagnie in 1750 olifanten schonk aan de sultan van Sulu, al was de oorsprong van die olifanten onzeker.
Maleisië, India en Sumatra waren kandidaten, wat zou betekenen dat de Borneose olifant recent afstamt van een andere soort, wat wordt tegengesproken door het genetisch onderzoek.

Het archeologisch-geschiedkundig onderzoek stelt dan weer dat een sultan van het eiland Java enkele olifanten van dit eiland aan de sultan Sulu zou hebben geschonken.
Het zou dan gaan om de nu uitgestorven Javaanse ondersoort Elephas maximus sondaicus.
Om nog onduidelijke redenen werden olifanten van Sulu naar Borneo overgebracht.
Toen de olifanten op Java in de 18de eeuw uitstierven toen het eiland gekoloniseerd werd, bleef deze unieke ondersoort dankzij de populatie op Borneo bestaan.
Meer onderzoek is echter nodig om deze hypothese te staven.


1012576-8f0caea8c13a8ba891befd8c978061ec.jpg
Borneodwergolifanten
auteur : Cede Prudente, World Wildlife Fund, Malaysia.   PLoS Biology   CC 2.5

Door hun isolatie van de andere ondersoorten konden ze kenmerken ontwikkelen die andere Aziatische olifanten niet hebben.
Zo zijn ze kleiner, hebben ze grotere oren, een langere staart en rechtere slagtanden.
Ook zou hun karakter milder zijn dan dat van de olifanten van het vasteland.

De ondersoort wordt bedreigd door het verlies van zijn habitat, voornamelijk om plaats te ruimen voor palmolieplantages en de biobrandstofindustrie.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 09:16 Reageer op dit bericht

Naar boven

Meer van Wie Weet

↑ Terug naar de berichten