Naar de inhoud

Wie Weet

bloggen om te leren
waaroemni-805px.png

Categorie: dieren

Blauwe vinvis

B    l a
B     b    B     b    12 a (64)
Blauwe vinvis
De blauwe vinvis (Balaenoptera musculus) is een in zee levend zoogdier dat behoort tot de infraorde der baleinwalvissen (Mysticeti).

Deze grote dieren leven op volle zee maar blijven aan de oppervlakte omdat hun voedsel zich daar ook bevindt.
's Zomers bevinden ze zich aan de rand van het pakijs, 's winters meer in subtropische wateren.
De gebieden waar ze zich bevinden zijn onder andere de Indische Oceaan en de open wateren van de Grote Oceaan.

Engels : Blue whale
Duits : Blauwal
Frans : baleine bleue, rorqual bleu

813424-4d7b05f3344502d8528abecc7b624f3d.jpg
Blauwe vinvis     813424-63f899dfc913ac37921d6d4a501bec79.jpg
De blauwe vinvis is - voor zover nu bekend - het grootste dier dat ooit op aarde leefde.
Volwassen exemplaren kunnen een maximale lengte van ongeveer 33 meter en een (bewezen) maximaal gewicht van 170 ton bereiken.
Om een idee van de grootte te hebben: de tong van de blauwe vinvis is net zo groot als een olifant en weegt ongeveer 2 ton.

Een blauwe vinvis heeft een longcapaciteit van 5000 liter en een hart dat 500 kilo weegt.

Het dier heeft slechts een kleine rugvin die kort zichtbaar is tijdens het duiken. Tijdens het uitademen ontstaat een spectaculaire waternevel van ± 9 meter hoogte.

Ondanks de reusachtige afmetingen heeft de blauwe vinvis een slank voorkomen en kan het tijdens het zwemmen een snelheid bereiken van 40 tot 50 kilometer per uur.

813424-46af2276f4ead3bbf3d5662fe3fed0fe.jpg
geraamte van een blauwe vinvis
Long Marine Laboratory of the University of California, Santa Cruz.
auteur : Bronwen Lea    CC 3.0
Het gewicht van een blauwe vinvis kan wel sterk wisselen met het seizoen.
In de warme tijd eten ze zich helemaal vol in de koude wateren bij de polen.
Vier maanden lang slokken ze enorme hoeveelheden kleine kreeftjes op : soms wel 4000 kilogram per dag.
Zo bouwen ze een flinke speklaag op, waar ze de rest van het jaar op kunnen teren.
Aan het einde van de zomer trekken ze naar warmere wateren, waar de vrouwtjes eventueel een jong krijgen.
Ze eten dan helemaal niets meer, maar voeden wel hun jong.
In de zeven maanden durende zoogperiode kan een vrouwtje maar liefst een kwart van haar lichaamsgewicht (ongeveer 25 ton) verliezen.
Haar jong weegt bij geboorte zo'n 2 ton.

Een dier van een dergelijke grootte kan uitsluitend in water leven.
Op het land zou het dier stikken daar het door zijn borstkas zakt en dus geen adem kan halen.

813424-77759befba732c5888f87f4b7caafbd5.jpg
Blauwe vinvis aangespoeld in Bretagne (NUfoto / auteur : Angele Dohmen)
Tijdens de eerste helft van de twintigste eeuw werd de blauwe vinvis bijna tot uitsterven gebracht door de intensieve walvisjacht.
Beschermende maatregelen in de tweede helft van de eeuw lijken het voortbestaan van de soort te hebben gered.
Aantallen worden geschat op 5000 tot 12000, wereldwijd.

Wonderlijk genoeg voedt dit reusachtige dier zich met minuscule diertjes die als verzamelnaam plankton hebben en een maximale grootte hebben van 1 à 2 centimeter.
Per dag eet een volwassen dier zo'n 3500 kg krill.

Een blauwe vinvis kan 80 tot 100 jaar oud worden.
Ze leven alleen of in groepjes van twee of drie dieren.
De blauwe vinvis staat, evenals de bultrug, bekend om zijn gezang.

Bij de blauwe vinvis kan het gezang wel 180 decibel zijn.
Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - internet
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door waaroemni om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Blauwe gnoe

B    l a
B     b    B     b    12 a (44)
Blauwe gnoe
De blauwe gnoe, gestreepte gnoe of gewone gnoe (Connochaetes taurinus) is een antilope uit de familie der holhoornigen (Bovidae).
Hij komt algemeen in grote groepen voor op de savannen van oostelijk en zuidelijk Afrika.
Beroemd zijn de grote trektochten die deze soort doet.

De blauwe gnoe is een van de twee nog levende soorten gnoes (Connochaetes).

De andere soort is de witstaartgnoe (Connochaetes gnou).

Engels : Blue Wildebeest of ook Common Wildebeest
Duits : Streifengnu, Blaues Gnu
Frans : Gnou bleu

800201-b26f9ce3288ddbd09ec01e95a56b4dc3.jpg
Blauwe gnoe
auteur : Hans Hillewaert    CC 3.0
De blauwe gnoe is een grote antilopesoort met een grote, brede kop.
De voorpoten zijn langer dan de achterpoten.
Hij heeft een donkergrijsbruine tot leiblauwe tot bleekgrijze vacht.
Over de nek, schouders en in mindere mate de flanken lopen donkere verticale strepen.
De snuit is van de neus tot het voorhoofd geheel zwart en de poten okergeel tot bruin.
Verder heeft deze soort zwarte, warrige, lange manen over de nek en de schouders, een lange, zwarte staart die bijna de grond raakt en een baard op zijn nek en kin, die geheel wit tot zwart van kleur is.
Kleuren verschillen per ondersoort.
Beide geslachten hebben hoorns.
Deze zijn 40 tot 73 centimeter lang en lopen eerst plat, krommen dan omhoog naar binnen.

800201-3fa6325b8a5a7b12af127793764eb618.jpg
wildebeest
auteur : Lukas Kaffer    CC 3.0
De soort komt zeer algemeen voor op de open steppen, grasvlakten en licht beboste gebieden van Oost- & Zuid-Afrika.
Hij heeft een voorkeur voor velden met kort gras, zijn enige voedselbron.
De gnoe is altijd binnen een straal van 20 kilometer van permanent water te vinden, en drinkt minstens twee keer per dag.
Hij is de gehele dag door actief, maar rust in de schaduw tijdens de heetste uren van de dag.

De gnoe wordt 170 tot 240 centimeter lang, met een staart van 60 tot 100 centimeter.
Hij heeft een schofthoogte van 115 tot 145 centimeter.
Mannetjes zijn zwaarder dan vrouwtjes.
Mannetjes worden tussen de 165 en de 290 kilogram zwaar, vrouwtjes 140 tot 260 kilogram.

De levensverwachting van de blauwe gnoe is twintig jaar.

800201-5e2d20d3dd63896a417003c42fa99b86.jpg
kudde blauwe gnoes
auteur : Vincenzo Gianferrari Pini    CC 2.5 Italië
In gebieden waar kort gras of water seizoensverbonden zijn, als in de Serengeti, gaan de gnoes van tijd tot tijd trekken.
Hier leven gnoes in grote kuddes, die continu zich bewegen tussen de Grote Slenk in het regenseizoen en het Victoriameer en Masai Mara in het droge seizoen.
Ze blijven in een gebied tot dit is uitgeput, en trekken dan weer verder.
Bij deze trek blijven de dieren meestal de roofdieren voor.
Ze leggen jaarlijks zo'n 800 kilometer af.
Tijdens de trek kan een kudde gnoes een lengte aannemen van veertig kilometer.

Als de dieren samenkomen en grote kudden vormen, begint de bronsttijd, waarbij de mannetjes elkaar proberen weg te houden van de tochtige vrouwtjes.
In de tijdelijke woongebieden die worden aangedaan tijdens de trek vormen zich kleine territoria.
Deze territoria worden verdedigd met geluiden, geur, huppels en hoofdgeschud.

Acht maanden later, als het regenseizoen is aangebroken, wordt er één volledig ontwikkeld jong geboren, dat binnen enkele minuten kan lopen.
Meestal werpen vrouwtjes tegelijkertijd, om roofdieren voor te zijn.

Ongeveer tachtig procent van alle jongen wordt in een periode van drie weken geboren.
Het jong kan binnen drie tot zeven minuten staan.
Vrouwtjes zijn na zestien maanden geslachtsrijp.

Na vier tot vijf jaar gaan de mannetjes voor het eerst eigen territoria vormen.
Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
              - Internet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 00:00 6 reacties Reageer op dit bericht

Blauwe duiker

B    l a
B     b    B     b    12 a (39)
Blauwe duiker
De blauwe duiker (Philantomba monticola) is een kleine blauwgrijze antilope uit de onderfamilie der duikers (Cephalophinae).
De blauwe duiker komt voor in de bossen van Centraal- en Zuidoost-Afrika.

Engels : Blue Duiker
Duits : Blauducker of Blaubock
Frans : Céphalophe bleu

796002-aca5dac1293f436de05c6f40d1a8d31b.jpg
Blauwe duiker
auteur : derekkeats    CC 3.0
De blauwe duiker leeft van de Niger tot West-Kenia, Gabon en Angola, en langs de oostkust van Afrika van de Kaap tot de Tanarivier.
Ook leeft hij op enkele eilandjes, als Zanzibar, Pemba en Bioko.
Hij komt voor in allerhande gebieden met veel begroeiing: laagland- en bergbossen, vochtig struikgewas, rivier-, oever- en moerasbossen, galerijbossen en bosmozaïeken.

Ondanks dat de blauwe duiker fel wordt bejaagd voor het vlees, is de soort vrij algemeen en wijdverbreid.

796002-4710b5efc6524fd1bcbc299e07c97aba.jpg
Blauwe duiker
auteur : Hartmut Inerle    CC 3.0
De blauwe duiker is voornamelijk een dagdier.
's Nachts rust hij onder of naast een boomstam, of in een door andere dieren gegraven kuil.
Hij eet voornamelijk bessen en andere vruchten.
In gebieden waar weinig fruitbomen groeien, eten ze meer bloemen, afgevallen bladeren, gommen en insecten.
Soms volgen ze vruchtenetende apen en vogels om gevallen vruchten te eten.

De blauwe duiker heeft een kop-romplengte van 55 tot 90 centimeter een lichaamsgewicht van 3,5 tot 9 kilogram en een schofthoogte van 32 tot 41 centimeter.
De staart is zeven tot dertien centimeter lang.

796002-b074cbbf9ecc449b0af23fc8e01d2dd6.jpg
Blauwe duiker
auteur : derekkeats    CC 3.0
De blauwe duiker is een gedrongen antilope met dunne poten.
Hij heeft een blauwgrijze of bruine vacht.
Er zijn echter veel regionale verschillen en er worden verscheidene ondersoorten onderscheiden.

Populaties uit vochtigere streken zijn vaker donkerder van kleur dan dieren uit drogere gebieden.
De keel is lichter van kleur.
Over de staart loopt een smalle, zwarte streep.

De onderzijde en rand van de staart hebben witte, kronkelige haren die in het donker licht reflecteren.

De blauwe duiker heeft grote ogen, vrij kleine oren een brede, beweeglijke bek.
De hoorns zijn klein en kegelvormig.
Bij het mannetje zijn deze vijf centimeter lang, bij het vrouwtje twee à drie centimeter.
Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
              - Internet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 09:16 9 reacties Reageer op dit bericht

Bezoargeit


B    e    z
B  b B  b  5 z (5)
Bezoargeit
De bezoargeit (Capra aegagrus) is de wilde voorouder van de huisgeit.
De bezoargeit komt voornamelijk voor in West-Azië.
Hij dankt zijn naam aan bezoar, een steen die zich vormt in de ingewanden van onder andere dit dier, en waaraan vroeger geneesachtige krachten werden toegekend.

Er zijn zes ondersoorten:
Gewone bezoargeit (Capra aegagrus aegagrus)
Sindbezoargeit (Capra aegagrus blythi)
Chiltanbezoargeit (Capra aegagrus chialtanensis)
Kretenzische wilde geit (Capra aegagrus cretica)
Huisgeit (Capra aegagrus hircus)
Turkmeense wilde geit (Capra aegagrus turcmenica)
Engels : wild goat
Duits : Wildziege of Wildziege
Frans : Capra aegagrus aegagrus

698627-bc93065c6c5c90556ccfb2a3b5ff36a2.jpg
Gewone bezoargeit (Capra aegagrus aegagrus)
auteur : F. Spangenberg     CC 3.0
De bezoargeit komt voornamelijk voor in rotsachtige streken, van droog struweel tot bergweiden, op een hoogte van 4200 meter.
Hij heeft een voorkeur voor met struiken en enkele loofbomen begroeide rotshellingen.
Het verspreidingsgebied strekt zich uit van eilandjes in de oostelijke Middellandse Zee als Kreta en Cyprus, in Klein-Azië tot aan de Kaukasus en Oman en oostwaarts tot Iran, Turkmenistan, Zuidwest-Afghanistan, Pakistan en het aangrenzende gedeelte van India.
In een groot gedeelte van het verspreidingsgebied is de soort echter zeldzaam geworden of uitgestorven.

De bezoargeit leeft van allerhande plantaardig materiaal als gras, mos, de bladeren en twijgen van jeneverbessen en andere struiken, en andere vegetatie.
Ze grazen voornamelijk in de ochtend en de middag.

698627-33653ccb31d77cbff165ff5a219367ee.jpg
Kretenzische wilde geit (Capra aegagrus cretica)
auteur : Harry Foundalis
De geiten hebben een roodgrijze tot geelbruine vacht, bokken zijn zilvergrijs.
Ook hebben bokken een sik en hebben ze een duidelijke donkere tekening op hun lichaam.
Beide geslachten hebben een zwarte schouder- en aalstreep en beiden dragen hoorns.
Deze hoorns zijn sabelvormig en achterwaarts gebogen.
Over de voorzijde lopen overdwars ribbels. Bij de bok worden de hoorns veel groter en zijdelings samengedrukt.
De hoorns kunnen een lengte bereiken van 58 tot 126 centimeter.
De bezoargeit wordt 120 tot 160 centimeter lang, 70 tot 100 centimeter hoog en 25 tot 95 kilogram zwaar.
De staart wordt 15 tot 20 centimeter lang. Bokken worden groter dan geiten.

Zo'n acht- à negenduizend jaar geleden werd de bezoargeit gedomesticeerd in het Nabije Oosten. Hieruit ontstond de huisgeit.
De bezoargeit is hiermee een van de eerste dieren die werd gedomesticeerd.
De bezoargeiten op de eilandjes in de Middellandse Zee komen hier waarschijnlijk niet van oorsprong voor, en zijn daar ten tijde van het Neolithicum door de mens losgelaten.
Bron :  Wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 09:13 2 reacties Reageer op dit bericht

Beverrat


B    e    v
B  b B  b  5 v (3)
Beverrat
De beverrat of nutria (Myocastor coypus) is een groot Zuid-Amerikaans aquatisch knaagdier, dat als exoot ook in Europa en Noord-Amerika voorkomt.
Het is de enige nog levende soort van de familie Myocastoridae en het enige lid van het geslacht Myocastor.

De beverrat is (waarschijnlijk vanuit Argentinië) in de jaren twintig naar Europa, de Verenigde Staten, Afrika, Japan en de Midden-Oosten gehaald om te worden gefokt voor zijn pels, die in kleding wordt verwerkt.
Uit deze fokkerijen ontsnapten enkele dieren, die zich hier hebben kunnen handhaven.

Engels : Coypu, nutria
Duits : Biberratte, ook Nutria of plaatselijk Sumpfbiber, Schweifbiber, Schweifratte, Coypu, Wasserratte
Frans : ragondin, of castor des marais en soms myopotame

693599-3d2d888c18400b301d7fa1c4d067f674.jpg
beverrat met duidelijk de oranje-rode tanden
auteur : Peleg   693599-63f899dfc913ac37921d6d4a501bec79.jpg
De beverrat is een groot, op een rat gelijkend knaagdier.
De schaars behaarde staart is cilindervormig en loopt uit in een punt.
De vacht bestaat uit glanzend bruine en geelbruine dekharen en een grijze ondervacht.
De wintervacht is dikker dan de zomervacht.
De snuit, kin en de meeste snorharen zijn wit, behalve de bovenste snorharen, die zwart zijn.
De snorharen worden tot 130 millimeter lang.
De buitenzijde van de snijtanden zijn oranje van kleur. De voorpoten hebben klauwen.

De beverrat wordt 36 tot 65 centimeter lang en vier tot negen kilogram zwaar.
De staart is 25 tot 45 centimeter lang.
Mannetjes worden over het algemeen groter dan vrouwtjes: mannetjes zijn gemiddeld 60 cm lang en 6,5 kilogram zwaar, vrouwtjes 59 cm lang en 6 kilogram zwaar.

693599-c4a02b7982101a771a9c521960654ae9.jpg
Myocastor coypus
De beverrat heeft verscheidene aanpassingen aan een aquatisch leven.
Tussen de tenen op de achterpoten heeft een beverrat zwemvliezen. De ondervacht is waterdicht.
De neusgaten en de mond kunnen worden gesloten, en ogen, neusgaten en kleine oren zijn hoog op de kop geplaatst, zodat ze tijdens het zwemmen boven water steken.

De beverrat leeft voornamelijk in moerassige gebieden en ook langs traagstromende rivieren, estuaria en langs de kustlijn.
Ze hebben een voorkeur voor stilstaande wateren met dichte begroeiing.
Als hol graaft hij een gang in een steile rivieroever of een dijk, vlak boven de waterspiegel.
Deze holen hebben een diameter van twintig centimeter en zijn tot zes meter diep.
In het hol maakt hij een plat nest van dode grassen.
De nestkamer heeft een diameter van zo'n 30 centimeter.

In poldergebieden en bij rivieren zijn beverratten een bedreiging voor de dijken, die verzwakt worden door de holen die de beverrat in de dijk graaft.
Daarom wordt hij actief bestreden door medewerkers van waterschappen of gemeentes.
Deze organisaties stellen het op prijs als waarnemingen van deze dieren bij hen worden gemeld.

693599-2e1e63a1069a93c5e6b5dcb5b44485c1.jpg
beverrat zwemt naast eendjes
auteur : I, J. Patrick Fischer    CC 2.5
Hij is voornamelijk in de schemering en 's nachts actief.
In koude winters en in gebieden zonder predatoren is hij ook overdag actief.
Het is een echte planteneter, die voornamelijk grassen eet, aangevuld met zegge, scheuten, stengels, vruchten, wortelen en knollen, ook de wortelstokken en vruchten van waterplanten.
Soms eet hij ook mosselen. Het is ook een coprofaag (eten van ontlasting).
Het is een goede duiker en haalt veel voedsel onder water.
Hij zwemt met snelle stroken met de voorpoten en krachtige, afwisselende slagen met de achterpoten.

Net als de muskusrat wordt de beverrat actief bestreden in Nederland, België en andere landen in Europa.
In Groot-Brittannië werd het dier in 1989 uitgeroeid.
In vergelijking met de muskusrat kan de beverrat minder goed tegen strenge winters.
De populatie wordt tijdens zo'n winter gedecimeerd.
In Scandinavië is de beverrat hierdoor goeddeels uitgestorven.

Het vlees van de beverrat wordt ook gegeten.
Omdat de benaming 'rat' niet zo appetijtelijk klinkt heeft het, net als de muskusrat, de bijnaam waterkonijn gekregen.
Bron :  Wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 04:39 8 reacties Reageer op dit bericht

Bever


B    e    v
B  b B  b  5 v
Bever
De bever (Castor fiber) is een aquatisch knaagdier dat voorkomt in Europa en Noord-Azië.
Het is het grootste knaagdier van Europa en één van de grootste knaagdieren ter wereld.

Bevers leven in kleine familiegroepen in de buurt van water.
Meestal leven er zo'n vijf à zes bevers in een groep, bestaande uit een volwassen paartje en hun jongen van de twee laatste worpen.
Jongen blijven zo'n twee jaar in een familiegroep, waarna ze hun eigen territorium gaan zoeken.
Bij gevaar slaat een bever met zijn staart op het wateroppervlak.

Engels : European beaver
Duits : Europäische Biber
Frans : castor européen

692212-0c232df7fb43632a9aea547b707f4dec.jpg
bevers in gevangenschap, in Mierlo (Nederland)
692212-63f899dfc913ac37921d6d4a501bec79.jpg    auteur : Groucho M
De bever is een groot aquatisch knaagdier. Hij heeft een brede, geschubde, horizontaal afgeplatte staart.
De poten zijn vrij kort. De achterpoten hebben zwemvliezen.
De kop is stomp en de oren en ogen zijn klein. De neus en oren kunnen worden afgesloten bij het zwemmen.
Ook zit er in de wang een stuk weefsel dat de mond afsluit als het dier onder water knaagt.
Hij verschilt van de Canadese bever (Castor canadensis) door de lichtere vachtkleur en langere neusbotjes.
De vacht is geligbruin tot zwart van kleur. De meest algemene kleur is rossig bruin.
Bevers uit noordelijke streken hebben een donkerder vacht dan zuidelijke dieren.

De bever heeft een kop-romplengte van ongeveer 75 tot 90 centimeter en een lichaamsgewicht van 12 tot 38 kilogram.
De staart is 28 tot 38 centimeter lang.
De grootte verschilt per regio. Er zitten geen grootteverschillen tussen mannetjes en vrouwtjes.

692212-1d561d3a828c5ccdaa1771a436a5354f.jpg
resultaat van een knagende bever  CC 3.0
De aanwezigheid van bevers wordt verraden door de aanwezigheid van omgevallen bomen, bomen waarvan de schors is afgeschild, ondiepe kanalen en een burcht in het water.
Als het mogelijk is, bouwen ze een nest in een ondergronds hol (bijvoorbeeld langs de Rhône).
Anders bouwen de bevers een burcht.
Bevers bouwen minder snel een burcht dan hun Canadese verwant, en de burchten van Europese bevers zijn ook minder groot.

Aan het begin van de 20ste eeuw waren er in Europa en Azië nog maar 1300 bevers over, verspreid over vijf populaties in Europa en drie in Azië.
In Europa leefden er nog 700 bevers: 30 langs de Rhone, 200 langs de Elbe, 100 in het zuiden van Noorwegen, 290 in de delta van de Dnjepr in Wit-Rusland en 70 langs de Don in Rusland.
In Azië kwamen honderd jaar geleden nog 600 bevers voor, verspreid over populaties in West-Siberië, in de omgeving van het Bajkalmeer en in Mongolië.

Momenteel zijn er weer 430 duizend bevers, waarvan ruim duizend in Azië.

In Azië is de situatie nog altijd niet rooskleurig.
De oude populaties hebben zich weliswaar gehandhaafd - die in Mongolië heeft zich uitgebreid tot achthonderd dieren - maar ze zijn niet groot genoeg om verdwijnen te voorkomen.

692212-ddce51b5715c9cd053384d98856fd351.jpg
Europese bever
copyright 2009 Petr Mückstein
De bever is een dagdier, maar in gebieden waarin hij regelmatig verstoord wordt is hij hoofdzakelijk 's nachts actief.
In onverstoorde gebieden laat hij zich voornamelijk 's ochtends zien.

Bevers zijn goede zwemmers. Ze kunnen tot vijftien minuten onder water blijven, maar een duik duurt meestal vijf à zes minuten.

De bever heeft een zeer uitgebreid menu.
's Zomers eet hij kruiden, bloemen, jonge scheuten van waterplanten, grassen en wortels.
Daarnaast eet hij ook alle delen van bomen en struiken (stam, takken, bladeren en wortels).
Hij heeft een voorkeur voor wilg, populier en ratelpopulier.
De schors van de stam knaagt hij af met zijn vlijmscherpe tanden.
Zijn tanden groeien almaar door, omdat ze slijten door de tanden te gebruiken als gereedschap voor de bouw van hun burcht en een dam.
's Winters eet hij meer twijgen en schors, 's zomers meer groene plantendelen.

In tegenstelling tot de meeste andere knaagdieren houdt de bever 's winters geen winterslaap.
In de herfst legt hij daarom een voedselvoorraad aan, bestaande uit takken en stammen van kleine bomen.
Deze verankert hij onder water, in de buurt van de ingang.
Het koude water houdt de voedingswaarde van de schors langer goed.
Bron :  Wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 20:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Bergzebra


B       e       r
B  b B  b  5 r(49)
Bergzebra
De bergzebra (Equus zebra) is een zeldzame zebra uit het zuidwesten van Afrika.
Vroeger kwam deze soort voor in het hele gebied van Angola tot Kaap de Goede Hoop, maar tegenwoordig is zijn verspreidinggebied versnipperd geraakt.

Er worden twee ondersoorten onderscheiden, de Kaapse bergzebra (Equus (zebra) zebra) komt voor bij de Kaap en Karoo.
Hartmanns bergzebra (E.hartmannnae) komt voor in Zuid-Angola en Namibië, zuidwaarts tot de Oranjerivier.
De Kaapse bergzebra is een stuk kleiner dan de Hartmanns bergzebra en heeft bredere strepen.

Engels : Mountain Zebra
Duits : Bergzebra
Frans : Equus zebra, ook Zèbre de montagne, Zèbre vrai of nog 'daw'

655538-765cc6a08f0aa77cf6fae12bfee1967c.jpg
Hartmanns bergzebra
auteur : Tanya Langenhorst    CC 3.0
De bergzebra heeft dikke verticale zwarte en witte strepen op de hals en lichaam.
Over het achterdeel lopen drie of vier dikke horizontale strepen.
Over het staartstuk en de bovenste gedeelte van de staart lopen kleine, zwarte strepen.
De rest van de staart is wit. Over het gezicht lopen zwarte strepen, die op de rug van de neus en rond de mond overgaan in een oranjebruine kleur.
De neus en lippen zijn donkerbruin tot zwart.
De oren zijn lang en breed, met zwarte en witte vlekken op de achterzijde.
De strepen op de manen lopen over in de nek. De buik en staart zijn wit.

De bergzebra heeft een halskwab.

Hij wordt 220 tot 260 centimeter lang, met een 40 tot 55 centimeter lange staart.
De schofthoogte is 115 tot 150 centimeter.
Mannetjes zijn zwaarder dan vrouwtjes: vrouwtjes wegen 230 tot 320 kilogram, mannetjes 250 tot 386 kilogram.

655538-c334014d92c11b37ab1beb34096e67e9.gif
Hartmanns bergzebra (de mooiste kant)
auteur : Tanya Langenhorst    CC 3.0
De bergzebra is een grazer.
Af en toe eet hij ook bladeren, bast en twijgen van Acacia's.
Tijdens hete zomers rusten ze op het heetst van de dag.

Ze leven in kleine stabiele harems van één hengst, bestaande uit enkele merries en hun veulens.
Meestal bestaat zo'n groepje uit gemiddeld vijf, maximaal twaalf dieren.
Door de barre omstandigheden blijven de groepjes klein: voedsel is zeldzaam, en ze zijn een gewilde prooi voor roofdieren.

Na een draagtijd van een jaar komt één veulen ter wereld.
Als een veulen wil drinken, blokkeert hij het pad van de moeder, en leunt hij tegen haar borstkas.
Meestal verlaten de veulens de kudde vòòr hun tweede jaar.

Bergzebra's kunnen minstens 25 jaar oud worden.
De Kaapse bergzebra is buiten de nationale parken uitgestorven.
Aan het begin van de twintigste eeuw waren er nog slechts enkele tientallen.
Speciaal voor deze soort werd in 1937 het Mountain Zebra Nationaal Park opgericht.
Daar leven nu zo'n 350 bergzebra's.
Met de Hartmanns bergzebra gaat het beter, al gaat ook hun aantal achteruit, vooral doordat hun leefgebied wordt omgevormd in landbouwgrond.
Bron :  Wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 07:56 Reageer op dit bericht

Bergwezel


B       e       r
B  b B  b  5 r(48)
Bergwezel
De bergwezel of Alpenwezel (Mustela altaica) is een roofdier uit de familie van de marterachtigen (Mustelidae).
De soort leeft in de gebergten van Azië van Kazakstan tot Korea.
Ondanks de naam "Alpenwezel" komt het dier niet in de Alpen voor.

Engels : Mountain Weasel, ook gekend als pale weasel of Altai weasel
Duits : Altaiwiesel
Frans : Belette de montagne

655033-eb1033da295f062e3d2f1ea2fdb1319a.jpg
Bergwezel
auteur : Karunakar Rayker    CC 3.0
De bergwezel leeft op hoogtes van meer dan 3500 meter.
Het dier wordt ongeveer 22-29 cm lang en weegt ongeveer 122-350 gram.
Na een draagtijd van 30-49 dagen worden 1-8 jongen geboren.
Bergwezels leven tussen de 7 en 10 jaar.

655033-b22fb3f610547c1e446de9b3eeb1651f.jpg
Alpenwezel
auteur : 655033-8672ade65405b3591dff22e622dd5eca.jpg    David Blanc
De bergwezel is een strikte carnivoor zijn hoofdvoedsel zijn woelratten en pika's(fluithazen).
Daarnaast eet hij ook muskusratten, konijnen, grondeekhoorns, vogels, hagedissen, padden en insecten.

De mens is hier zijn grootste vijand omdat deze steeds meer van zijn natuurlijke habitat inneemt en er steeds minder en minder prooidieren te vinden zijn.
Ook verstedelijking en de aanleg van wegen vormen een grote bedreiging.
Bron :  Wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 14:21 1 reactie Reageer op dit bericht

Bergtapir


B       e       r
B  b B  b  5 r(47)
Bergtapir
De bergtapir (Tapirus pinchaque) is de kleinste tapirsoort en de enige die niet in het regenwoud voorkomt.
Hij leeft op de grote hoogten van de Andes tussen de 1950m en de 4400m.
In de Andes komt hij vooral voor in de noordelijke gebieden zoals in Peru, Ecuador en Colombia.

Engels : Mountain tapir
Duits : bergtapir
Frans : Tapir des montagnes

654774-be226ed73b5b5af20243923cebbc8c98.jpg
Bergtapir
auteur : Elissa Berver    CC 3.0
Ze worden ongeveer 1,8 meter lang met een staart van 5-10 cm lang, worden ongeveer 75-80 cm hoog en wegen ongeveer 250 kg.
De kleur van de haren is roodbruin tot zwart.
Hij is het best herkenbaar aan zijn witte onderlip.

Omdat ze op grote hoogten leven hebben ze ook dikkere haren dan de andere tapirsoorten.

654774-5e3396a5fc8eb94fe47fd1528037f612.jpg
jonge bergtapir
auteur : just chaos    CC 3.0
Er leven nog ongeveer 2500 dieren in het wild en er zijn slechts enkele broedparen in gevangenschap.

Zijn natuurlijke vijanden zijn de poema en de jaguar.
Maar de ontbossing en de stroperij vormen de grootste bedreiging voor deze soort.
De bergtapir wordt ongeveer 30jaar.
Bron :  Wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 05:40 1 reactie Reageer op dit bericht

Bergrietbok


B       e       r
B  b B  b  5 r(44)
Bergrietbok
De bergrietbok (Redunca fulvorufula) is een middelgrote antilopesoort uit het geslacht der rietbokken (Redunca).
Het is de kleinste van de drie soorten rietbokken.

De bergrietbok leeft in de koele, droge gebergten en in rotsig heuvelachtig gebied, verdeeld over drie populaties: één in het oosten van zuidelijk Afrika, één in berggebieden in Noordoost-Afrika en één in de Adamaouaprovincie van Kameroen en aangrenzend Oost-Nigeria.
Waarschijnlijk vormen dit relictpopulaties, die vroeger, tijdens de laatste ijstijden, deel uitmaakten van een grotere verspreiding.
De bergrietbok leeft over het algemeen op grazige hellingen in rotsachtig gebied, tussen de 1500 en 5000 meter hoogte.
Ook in grazige valleien komt hij voor.

Engels : Mountain Reedbuck
Duits : Bergriedbock
Frans : Cobe de montagne

653692-490a290af3c45ffdd8a2d1cf6ab0a9a8.jpg
bergrietbok
auteur : geocities    CC 3.0
De bergrietbok is een middelgrote antilope met slanke poten.
Hij heeft een ruige, grijzig bruine vacht.
Vrouwtjes hebben een grijzere vacht dan mannetjes.
De kop en de nek hebben een roodbruine glans, en de buik, borst en onderzijde van de staart zijn wit.
De wenkbrauwen, lippen, kin, keel en staart zijn gebroken wit van kleur.
Over de snuit, van de neus tot ongeveer ter hoogte van de ogen, loopt een donkere streep.
Onder de oren aan de zijkanten van de kop is een donkere huidklier zichtbaar.
De staart is kort en vol. Enkel het mannetje heeft hoorns.
Deze zijn kort, naar voren geboren en geringd.

De bergrietbok wordt 110 tot 136 centimeter lang.
De staart is 17 tot 26 centimeter lang, de schouderhoogte is 60 tot 80 centimeter.
Mannetjes zijn groter dan vrouwtjes.
Vrouwtjes worden 19 tot 35 kilogram zwaar, mannetjes 22 tot 38 kilogram.

653692-3d95e74f92d825db195924351b40e025.jpg
bergrietbok
auteur : niet gekend    CC 3.0
De bergrietbok leeft van grassen en kruiden.
In het droge seizoen haalt de soort al het vocht uit zijn voedsel.
Hij is voornamelijk aktief in de schemering en in nachten met een volle maan.

De bergrietbok leeft in kleine kudden van twee tot acht dieren, bestaande uit vrouwtjes en hun jongen.
Het woongebied van een kudde overlapt met meerdere territoria van volwassen mannetjes.
Mannetjes zonder territorium leven in vrijgezellengroepjes.
Soms vormen zich tijdelijke groepen van rond de vijftig dieren.
Bron :  Wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 11:39 3 reacties Reageer op dit bericht

Naar boven

Meer van Wie Weet

↑ Terug naar de berichten