Naar de inhoud

Wie Weet

bloggen om te leren
waaroemni-805px.png

Categorie: geschiedenis

Slag aan de Boyne

Slag aan de Boyne
achtergrondafbeelding 12 juli
Slag aan de Boyne

De Slag aan de Boyne vond plaats op 12 juli 1690 (1 juli Oude Stijl) bij het Ierse Drogheda aan de rivier de Boyne.
Tegenover elkaar stonden de legers van de koning-stadhouder Willem III van Oranje-Nassau en zijn schoonvader, de verdreven koning Jacobus II van Engeland.
De overwinning van Willem III maakte een einde aan de aspiraties van Jacobus om zijn troon te heroveren.

In de slag stonden Franse troepen die Jacobus II had gekregen van zijn neef, en Ierse troepen die loyaal waren gebleven aan Jacobus II van Engeland tegenover Engelsen die de kant van Willem III hadden gekozen.
Naast Engelsen bestond het leger van Willem III uit Nederlanders, troepen van Duitse bondgenoten, hugenoten en Duitse en Deense huurlingen.
Frederik van Schomberg, legeraanvoerder onder Willem III, sneuvelde in de veldslag.

De zege van Willem wordt in Noord-Ierland jaarlijks herdacht op 12 juli. Die dag vormt het hoogtepunt van het zogenaamde 'marsseizoen' waarmee de leden van de sectaire Oranjeorde de overwinning vieren van de protestantse King Billy over de katholieke Jacobus.
De protestantse Herren en aanhangers van hun paramilitaire organisaties trekken daarbij op sommige plaatsen ook uitdagend door katholieke buurten met uitgesproken republikeins karakter, met ernstige ongeregeldheden tot gevolg.

Meer weten over de Slag aan de Boyne klik hier.

Bron :     - Wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 04:42 1 reactie Reageer op dit bericht

De Leeuw van Waterloo

De Leeuw van Waterloo
achtergrondafbeelding 18 juni
De Leeuw van Waterloo

De Leeuw van Waterloo (Frans: Butte du Lion) is een herdenkingsmonument voor de Slag bij Waterloo (1815) en werd op bevel van koning Willem I van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden opgericht ter ere van zijn zoon, de prins van Oranje.
Een reusachtige leeuw troont op een kunstmatige heuvel 45 meter boven de omringende vlakte uit.
Het monument staat op het grondgebied van de gemeente Eigenbrakel in de Belgische provincie Waals-Brabant.

De Slag bij Waterloo was een veldslag bij Waterloo (gelegen in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden sinds 13 februari 1815, vandaag in België).
Napoleon Bonaparte werd hier op 18 juni 1815 definitief verslagen door een combinatie van Britse/Nederlandse, Hannoveraanse en Pruisische legers, onder leiding van respectievelijk de hertog van Wellington en Blücher.

Waterloo, 1815. Een sleuteldatum in de geschiedenis van Europa.
Op 16 juni van dat jaar kwam het in Ligny tot een eerste treffen tussen het Franse leger van Napoleon en de troepen van de Europese coalitie gevormd door Engeland, Nederland en Pruisen.

De troepen van Napoleon hadden in eerste instantie de overhand.
Maar Wellington, de bevelhebber van de geallieerde troepen, hergroepeerde zijn manschappen en installeerde zijn hoofdkwartier in Sint-Jansberg, vlakbij Waterloo.
Op 18 juni formeerden de soldaten zich voor de slag.
Aan het eind van de dag won de coalitie het pleit dankzij een ultieme aanval van de Pruisische troepen op de flank van het Franse leger.
Napoleon en zijn troepen werden tot de terugtocht gedwongen.

De verslagen keizer werd gevangengenomen en verbannen naar het eiland Sint-Helena.
Trots op de Nederlandse bijdrage aan de overwinning besloot de nieuwe koning Willem I tot de oprichting van een monument op de vlakte van Waterloo, op de vermoedelijke plek waar de prins van Oranje tijdens de slag gewond raakte.

De constructie vond plaats tussen 1823 en 1826.
Er was 290.486 m³ zand nodig om een 40 meter hoge heuvel op te richten.
Op de top daarvan werd een 28 ton zware leeuw uit gietijzer geplaatst op een sokkel van 4,5 meter.
De leeuw zelf is een ontwerp van de Mechelse beeldhouwer Jean-Louis van Geel.
Een ondergrondse ring van bakstenen ondersteunt het monument.
De ontwerper van het geheel was architect Charles Vander Straeten, particulier architect van de Prins van Oranje en uiteindelijk (Rijks-)Architect der Koninklijke Paleizen en Landsgebouwen (eerst enkel in de Zuidelijke Provinciën, later in het gehele Verenigde Koninkrijk der Nederlanden).
Vander Straeten was onder meer ook verantwoordelijk voor de bouw van het kroonprinselijk Paviljoen van Tervuren (later verwoest), de verbouwing van het Koninklijk Paleis te Brussel (later weer verbouwd), het paleis van Prins Frederik in Den Haag (Korte Voorhout, verwoest) en de verbouwing van het Mauritshuis in dezelfde stad.


Na het beklimmen van een trap met 226 treden hebben de bezoekers een mooi uitzicht op de plaats van de veldslag en de omringende gemeenten Eigenbrakel, Genepiën, Plancenoit en Waterloo.
Elk jaar wordt aan de voet van de heuvel de slag bij Waterloo door reënactors in historisch correcte uniformen opnieuw opgevoerd.

artikel gedeeltelijk overgenomen zonder nazicht op onjuistheden
Bron :
    - Wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 07:20 Reageer op dit bericht

Stadsrechten

Stadsrechten
achtergrondafbeelding 12 juni
Stadsrechten

Stadsrechten waren in het middeleeuwse Europa bijzondere rechten en privileges die aan een plaats werden toegekend.
In Europa komen stadsrechten voornamelijk voor in de gebieden waar de Romeinse politieke structuur compleet werd weggevaagd na de volksverhuizingen van de vroege middeleeuwen.
In Spanje, Itali� en Zuid-Frankrijk is het fenomeen minder duidelijk aanwezig, omdat hier veel steden, weliswaar kleiner, intact bleven.

Hoewel hieronder vaak meerdere rechten (zoals marktrecht, tolrecht en het recht om stadsmuren te bouwen) worden verstaan, ging het in essentie om het recht van de stad op eigen rechtspraak.
Aan burgers werd het recht verleend hun zaak te bepleiten voor een rechtbank van "gelijken" in plaats van onderworpen te zijn aan het recht van de landheer.
Feitelijk is er dus sprake van stadsrecht en niet van stadsrechten.
In een afzonderlijk privilege kon ook het recht op wetgeving (keur) worden verstrekt en het recht om de eigen schout en stadsbestuurders te benoemen.

Stadsrechten waren een fase in de ontwikkeling van het juridisch systeem in Europa.
Met het verdwijnen van het feodaal stelsel en het toenemende belang van de centrale (rechts-) staat kwam er ook een einde aan het stadsrecht.

Er bestonden vergelijkbare rechten in oude culturen, met name die van Mesopotami�, waar men de kidinnutu (een wettelijke status in het oude Mesopotami� die wel te vergelijken is met de latere stadsrechten) kende.

Vanaf het jaar 1000 werden privileges door landsheren aan nederzettingen verstrekt (soms ook keure genoemd).
Het ging hier om voorrechten en autonomie, bijvoorbeeld met betrekking tot de rechtspraak of het houden van markten.
Het verkrijgen van stadsrechten kon op grofweg twee manier gebeuren:

  • Het initiatief kon liggen bij de plaatselijke heer die, veelal gedwongen door geldnood, een privilege te koop aanbood. Dit patroon kwam vooral voor in economisch minder ontwikkelde gebieden, zoals het Sticht, Groningen, Friesland en het Holland. Ook in de 16e eeuw, het einde van de traditionele stadsrechten in de Lage Landen, is het een veelvoorkomend fenomeen.
  • Het initiatief kon liggen bij de nederzettingen zelf. Deze boden de heer hoge geldbedragen in ruil voor bepaalde rechten. Dit patroon is vooral in Vlaanderen, Brabant, Gelre en Zeeland wijdverbreid geweest, waar veel rijke en dichtbevolkte steden lagen. Stadsrechten waren zowel een positieve als een negatieve ontwikkeling voor de feodale heren. Positief omdat zij inkomsten opleverden, hoewel vaak eenmalig - en negatief omdat de lokale heer een deel van zijn macht kwijtraakte.In de loop der tijd verschoof de macht binnen de graafschappen en hertogdommen in de Nederlanden langzaamaan van de adel naar de burgerij, te beginnen in Vlaanderen, waar de graaf al ten tijde van de Guldensporenslag feitelijk tot een speelbal van de steden Gent, Brugge en Ieper was geworden.

Naarmate meer steden stadsrechten verkregen, ontstond er een streven naar uniformiteit door de grote hoeveelheid afwijkende rechten die waren verleend.
In latere perioden is dan ook te zien hoe nieuwe steden het 'rechtspakket' van een oudere stad krijgen toegewezen.
Ook kon het gebeuren dat de rechten omgeschreven werden naar die van een andere stad.
Dit is bijvoorbeeld gebeurd bij 's-Hertogenbosch, dat op een gegeven moment stadsrechten kreeg naar het recht van Leuven.

Daarbij golden de rechten van de oudste of voornaamste stad binnen een gewest (graafschap, hertogdom of bisdom) meestal als voorbeeld voor de rechten van andere steden in dat gewest.
Wanneer in een dochterstad juridische onenigheid ontstond, ging men op "stedenvaart" naar de moederstad om daar uitleg van het recht te vragen.

In de laatste honderd jaar van het traditionele stadsrecht, ruwweg de 16e eeuw, had de adel reeds grotendeels aan macht ingeleverd.
Desalniettemin probeerden deze edelen nog wel het meeste profijt uit de privilegehandel te halen, zodat nog veel steden in deze periode hun rechten sneller en relatief goedkoper verkregen dan voorheen.

Stadsrechten hadden betrekking op zaken als:

  • Privileges :
    • Stadsmuren: het recht om een muur rondom de stad te bouwen.
    • Marktrecht: het recht om markt te houden (en daarvoor te laten betalen).
    • Stapelrecht: het recht om bepaalde handelsgoederen als eerste te mogen stapelen en verkopen.
    • Tolrecht: het recht om tol te heffen, eigen burgers waren daarvan veelal vrijgesteld wat bijdroeg tot de aantrekkelijkheid als vestigingsplaats.
    • Muntrecht: enkele steden waren vrij hun eigen geld te slaan.
    • Waagrecht: het recht om goederen te wegen in een waag.
  • Bestuur :
  • Stadsbestuur: de gegoede burgerij kon soms zelf de bestuurders kiezen die in de stadsraad zitting moesten nemen.
  • Rechtspraak en wetgeving: Binnen aangegeven grenzen was de stad vrij om zelf wetgeving en rechtspraak uit te oefenen. De stad werd hierdoor bestuurlijk uit het omliggende land gelicht waar de wetgeving van de landheer gold. Burgers hadden het recht voor een eigen rechtbank te verschijnen. Bijzonder aan deze recht vorm van rechtspraak was dat ze persoonlijk was; het soort recht was afhankelijk van persoon in kwestie, niet het grondgebied waarin deze persoon zich bevond. Dat betekende dat wanneer een inwoner van, bijvoorbeeld, Breda een moord beging in Antwerpen, hij berecht werd volgens het recht van Breda, niet dat van Antwerpen.
  • Belastingen: Het stadsbestuur verwierf het recht om binnen de eigen grenzen belastingen op te leggen aan ingezetenen.

Het gebied buiten een stad kon soms landrecht krijgen.
Zo kregen Kennemerland en West-Friesland van de graven van Holland een landrecht.
Doorgaans gold wel dat stadsrecht voor landrecht ging. Een wigbold was een gebied buiten een stad waar het stadsrecht gold.
De benaming kwam voor in Oost-Nederland en sommige Duitse streken.
De privileges van marktrecht (engels>markettown) en rechtspraak zonder wetgeving werden ook veelvuldig aan andere plaatsen, dorpen vergeven.
Zo kon buiten de steden ook op kleinere schaal gehandeld en rechtszekerheid geboden worden.

Met de groei van de centrale staat kwam er langzaam een einde aan het fenomeen van het stadsrecht.
In de noordelijke Lage landen werden de laatste stadsrechten feitelijk verleend in 1586 (Willemstad, Noord-Brabant).
In de periode van het bestaan van de Republiek verwierf alleen Blokzijl (1672) nog een stadsrecht (deze werden in 1675 weer ingetrokken aangezien deze onbevoegd verleend waren door Prins Willem III).
Na de Bataafse Omwenteling (1795) werden gemeentes naar Frans voorbeeld vormgegeven en werd het stadsrecht bij wet afgeschaft.
Hoewel gedeeltelijk hersteld na 1813 kregen steden niet volledig de bevoegdheden terug die zij voordien bezeten hadden : rechtspraak en wetgeving werden steeds meer een zaak van het centraal gezag.
Na de grondwet van 1848 en de gemeentewet van 1851 is het verschil tussen dorpen en steden definitief komen te vervallen.

De gemeentewet regelt dat lokale (gemeentelijke) besturen nog ruimte hebben voor eigen beleid, maar binnen de door het centrale gezag gestelde kaders en voorwaarden.
Hoezeer dit gezag zich doet gelden op lokaal niveau blijkt bijvoorbeeld uit de inwerkingtreding van de zogeheten Financiële-verhoudingswet waarvan de eerste tekst stamt uit 1897 en welke in de loop der jaren meerdere malen is herzien.
Deze wet streeft ernaar dat elke Nederlander in elke gemeente een vergelijkbaar basisvoorzieningenniveau kan verwachten.

Stadsrechten die in het begin van de 19e eeuw nog zijn gegeven (voor het laatst in 1825 aan Delfshaven, Delfzijl en Winschoten) zijn niet te vergelijken met die uit de Middeleeuwen en meer symbolisch van aard.
Door sommigen worden Den Haag en Assen niet beschouwd als stad, omdat deze plaatsen hun stadsrechten kregen tussen 1810-1813, ten tijde van de inlijving van de Nederlanden bij Frankrijk.

Maar zelfs in de moderne geschiedenis zijn er nog (symbolisch) stadsrechten verleend.
In 1992 viel die eer namelijk ten deel aan Emmeloord.

Bron :     - wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 10:38 1 reactie Reageer op dit bericht

Slag bij Woeringen

Slag bij Woeringen
achtergrondafbeelding 5 juni
Slag bij Woeringen

De Slag bij Woeringen vond plaats op 5 juni 1288 en was het einde van de Limburgse Successieoorlog.
Woeringen (Duits: Worringen), ligt in het huidige Duitsland en is heden ten dage een stadsdeel van Keulen.

In de Belgische geschiedschrijving (1838) werden de Slag bij Woeringen alsook de Guldensporenslag beschouwd als de grondslagen voor de Belgische onafhankelijkheid tegenover Duitsland en Frankrijk.

Toen hertog Jan I van Brabant aan het bewind kwam braken er sinds lange tijd weer vijandelijkheden uit tussen Brabant en Gelre (Gelderland).
De Gelderse graaf Otto II riep de hulp in van de stad Keulen om op te trekken tegen de Brabanders.

Otto's zoon Reinoud I (1271-1326) trouwde met Irmgard van Limburg, de erfgename van hertog Walram IV van Limburg.
Na de dood van Walram erfde het echtpaar Limburg maar zij bleven kinderloos.
Jan I maakte na haar dood (1282) aanspraak op het hertogdom Limburg om Gelres uitbreiding tegen te gaan.
In 1283 kwam het tot een gevecht tussen Gelre en Brabant.

Frappant is, dat Jan I sinds 1273 gehuwd is met Margaretha van Dampierre, dochter van Gwijde van Dampierre.
Gwijde zal na het overlijden van Margaretha's moeder, Mathilde van Bethune en Dendermonde, hertrouwen met Isabella van Luxemburg, die hem ook een dochter Margaretha baart.
Zij wordt Margaretha van Vlaanderen genoemd.
Deze Margaretha wordt in 1286 de tweede echtgenote van Reinoud I van Gelre.
De twee kemphanen Jan I en Reinoud I staan dus ook als half-zwagers tegenover elkaar.

De vijandelijkheden bleven een aantal jaren voortduren tot op 5 juni 1288 de daglange slag bij Woeringen uitbrak.

Aan de ene zijde stonden de troepen van Jan I met 1500 ridders, gesteund door Arnold V van Loon met zijn heren (waaronder Arnold van Steyn) en burgers van de vrije rijksstad Keulen.
Arnold V van Loon vocht aan de rechtervleugel.
Tegenover hen stonden de troepen van de Luxemburgers, Geldersen, de aartsbisschop van Keulen, Siegfried van Westerburg, en Limburgers met 2200 ridders.
Hendrik VI van Luxemburg sneuvelde in deze strijd.

Brabant won de slag waardoor Limburg bij Brabant werd gevoegd wat vijf eeuwen zo zou blijven.
De hertog van Brabant werd hierdoor een van de machtigste mannen van het Nederrijn-gebied.

Brabant verliest slechts zo'n 40 ridders tegen zo'n 1100 aan Gelderse zijde.
Een aantekening in het missaal van de kerk van Woeringen houdt het op 2400 doden.

De gevangen graaf Reinoud I van Gelre wordt naar Leuven gevoerd waar hij goed wordt behandeld; hij is per slot van rekening veel geld waard.
De bondgenoten van Reinoud I worden verschillend behandeld.

Graaf Adolf van Nassau wordt door hertog Jan I zonder losgeld vrijgelaten voor zijn tijdens de strijd betoonde moed.
Deze geste zal de hertog geen windeieren leggen als Adolf in 1292 tot Rooms-koning wordt gekozen.

Heer Walram van Valkenburg weigert hertog Jan I te erkennen als de hertog van Limburg.
Hierdoor wordt in augustus 1288 zijn kasteel te Valkenburg belegerd.
Heer Walram 'de Rosse' ontsnapt via geheime gangen, die nog steeds zijn te vinden in de Fluwelengrot te Valkenburg.
Het zou later tussen beide heren tot een verzoening komen.
De burcht van Woeringen wordt nog een week lang belegerd, waarna ook deze valt en de bevolking uitgemoord wordt.

De aartsbisschop van Keulen komt er minder makkelijk vanaf.
Als gevangene van graaf Adolf V van Berg moet de aartsbisschop zijn zware wapenuitrusting en helm, waarin hij bij Woeringen heeft gevochten, voortdurend dragen.
Hij is een jaar lang de gevangene van de graaf van Berg.
Nadat de aartsbisschop voor een grote som is vrijgekocht laat hij graaf Adolf gevangen nemen.
Vervolgens wordt de graaf naakt met honing besmeerd opgehangen in een ijzeren kooi, als attractie voor bijen en vliegen.
De rijke graaf biedt het drievoudige van het losgeld dat betaald is voor de aartsbisschop aan, maar de aartsbisschop gaat er niet op in.
De wraak van de aartsbisschop is letterlijk en figuurlijk zoet.

Pas in 1289 komt er een einde aan de opvolgingsstrijd rond Limburg.
Jan I van Brabant komt dan door bemiddeling van de Franse koning in het bezit van Limburg.
De oorlog wordt dus uiteindelijk zonder verder wapengekletter gewonnen.

Bron :     - wikipedia    CC 3.0
sommige data gewijzigd
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 08:37 Reageer op dit bericht

Spirit of St. Louis

Spirit of St. Louis
achtergrondafbeelding 20 mei
Spirit of St. Louis

Spirit of St. Louis was Charles Lindberghs vliegtuig waarmee hij op 20 en 21 mei 1927 de Atlantische Oceaan overvloog.
Lindbergh vertrok op 20 mei vanaf Roosevelt Airfield in Long Island en landde een dag later in Parijs, op Le Bourget Aerodrome.
De vlucht had 33 uur en 30 minuten geduurd.
Hij was daarmee de eerste in de geschiedenis die deze non-stopvlucht maakte.

De Spirit of St. Louis staat tentoongesteld in het National Air and Space Museum in Washington.
Er zijn in de loop der tijd diverse replica's gemaakt, die in verschillende musea zijn terug te vinden.

Het toestel, een Ryan NYP (acroniem voor New York - Paris) was speciaal voor deze vlucht ontworpen op basis van een Ryan M-2 door Donald Hall van Ryan Airlines en werd gebouwd in San Diego.
Toch werd het toestel vernoemd naar Saint Louis in Missouri, omdat de sponsors afkomstig waren uit deze stad.
Het gehele project was geïnspireerd door hoteleigenaar Raymond Orteig, die een prijs van $ 25.000 had uitgeloofd voor de eerste vlieger die non-stop van New York naar Parijs zou vliegen.
Deze Orteigprijs werd dan ook door Lindbergh en zijn team gewonnen.

Lindbergh had aanvankelijk gekozen om zijn poging te wagen in een Bellanca WB-2; de leverancier daarvan wilde zich echter teveel mengen in de planning van de vlucht en drong zelfs aan dat er een passagier zou meegenomen worden.
Daarop besloot Lindbergh een andere fabrikant te zoeken en kwam zo bij Ryan terecht.

Hall, Lindbergh en de monteurs van Ryan bouwden het toestel - een eenzitter met een propellermotor - in slechts 60 dagen.
In het voorjaar van 1927 waren er diverse concurrerende projecten die op de prijs uit waren.
De spanwijdte van de M-2 werd flink vergroot voor voldoende liftvermogen om het gewicht van toestel, ruim 1700 liter brandstof, piloot en apparatuur te kunnen dragen.
Omdat Lindbergh geen aanpassingen wilde in de staart- en vleugelroeren ontstond een onstabiel toestel, met nerveus vlieggedrag.
Men zegt dat Lindbergh dit zo had gevraagd, zodat hij tijdens de vlucht niet in slaap zou vallen.

De motor werd een Wright Whirlwind J-5C, het type dat ook de M-2 aandreef.
Lindbergh bezuinigde op alles wat gewicht aan het toestel zou toevoegen: zo werd er geen radiozender geïnstalleerd.
Het toestel werd het best gestroomlijnde vliegtuig van die dagen.

Bron :     - Wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 03:18 1 reactie Reageer op dit bericht

HMS Beagle

HMS Beagle
achtergrondafbeelding 11 mei
HMS Beagle

De HMS Beagle was een zeilschip dat bekend werd door een van zijn passagiers, Charles Darwin.
Op 11 mei 1820 werd de Beagle te water gelaten op de rivier de Theems.
Nadat het vijf jaar in reserve was gehouden werd het op 27 september 1825 omgebouwd.

Van 22 mei 1826 tot 14 oktober 1830 maakte de Beagle zijn eerste reis.
Deze eerste reis was een expeditie naar Patagonië en Vuurland voor hydrografisch onderzoek.
Kapitein was aanvankelijk Pringle Stokes.
Nadat deze zelfmoord had gepleegd, kreeg Robert FitzRoy het bevel.
Er werden vier Vuurlanders meegenomen, met de bedoeling ze tot het Christendom te bekeren, tot zendeling op te leiden en weer terug te brengen naar Vuurland.

Van 1831 tot 1836 maakte de Beagle, opnieuw onder FitzRoy, een reis rond de wereld.
Op deze reis voer ook Charles Darwin mee als natuuronderzoeker.
Vanuit Southampton werden eerst opnieuw de kusten van Zuid-Amerika alsmede de Falklandeilanden bezocht.
Drie Vuurlanders werden weer naar hun geboorte-eiland teruggebracht.
Via de Galapagoseilanden, Australië en Zuid-Afrika keerde men terug naar Engeland.

Tussen 1837 en 1842 werd de Beagle voor de derde keer voor hydrografisch onderzoek gebruikt.
Kapitein was aanvankelijk John Clements Wickham, die al als tweede man aan de tweede reis had deelgenomen, later John Lort Stokes.
Op deze reis werden de kusten van Australië onderzocht, waarbij onder meer restanten van het op de klippen gelopen VOC-schip Zeewijk werden gevonden.

Aan het einde van zijn leven deed de Beagle dienst voor de douane als een anti-smokkel-patrouilleboot langs de kust van Essex.
In 1870 werd het schip verkocht aan schroothandelaren.

Bron :     - Wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 06:26 Reageer op dit bericht

Tsjernobyl

Tsjernobyl
achtergrondafbeelding 26 april
Tsjernobyl

Tsjernobyl (Russisch: Черно́быль — Oekraïens: Чорно́биль) is een kleine stad aan de rivier Pripjat, gelegen in de oblast Kiev, in het noorden van Oekraïne, niet ver van de grens met Wit-Rusland.

Het is vooral bekend vanwege het ongeluk in een nabijgelegen kernreactor op 26 april 1986.
De ioniserende straling als gevolg van dit ongeluk is er nog zo sterk, dat de autoriteiten het onverantwoord vinden om er te wonen.
Daarom is de plaats, die voorheen zo'n 14.000 inwoners telde, nu een spookstad.
Hetzelfde geldt voor de nabijgelegen stad Prypja, die voorheen 55.000 inwoners telde.

Prypjat valt binnen de zogenaamde vervreemdingszone, die in een straal van 30 kilometer rondom de kerncentrale loopt en die niet vrij toegankelijk is. De dertigkilometerzone is sinds 15 augustus 2012 volgens Oleg Bondarenko, lid van de regeringscommissie die over Tsjernobyl gaat, weer bewoonbaar omdat de straling genoeg is gedaald.

In het gebied geteelde groente en fruit kunnen nog steeds niet geconsumeerd worden, omdat de straling daarvoor nog wel te hoog is

In de omliggende regio is de straling minder sterk, maar ook daar wonen nog steeds vijf miljoen mensen in besmet gebied.

Meer over deze ramp, lees Kernramp van Tsjernobyl

artikel overgenomen zonder nazicht op onjuistheden
Bron :
    - Wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door waaroemni om 09:08 Reageer op dit bericht

Jacob Roggeveen

Jacob Roggeveen
achtergrondafbeelding 5 april
Jacob Roggeveen

Jacob Roggeveen (januari 1659- 31 januari 1729) was een Nederlandse ontdekkingsreiziger die in 1721 werd uitgezonden om het Zuidland te vinden, maar toevallig Paaseiland ontdekte.

Zijn vader, Arent Roggeveen, was een bemiddeld man, een dichter, een wiskundige met veel kennis van ook sterrenkunde, aardrijkskunde en de theorie van de zeevaart.
Hij was cartograaf bij de VOC kamer te Zeeland en hield zich met zijn zoon Johan bezig met onderzoek naar het onbekende Zuidland.
Hij kreeg rond 1671 een octrooi van de West Indische Compagnie voor een ontdekkingstocht, maar vanwege de ontwikkelingen in het Rampjaar is het project niet voortgezet.
Hij produceerde een atlas van de westkust van Amerika, maar overleed in 1679.
Het was uiteindelijk zijn zoon Jacob die op 62-jarige leeftijd drie schepen uitrustte en de reis maakte.

Voordat hij de financiën rond had en aan zijn expeditie begon, had hij al een veelbewogen leven achter de rug.
Hij vestigde zich als notaris in Middelburg op 30 maart 1683.
Op 12 augustus 1690 promoveerde hij tot doctor in de rechten aan de Universiteit van Harderwijk.
Hij werkte tussen 1707 en 1714 als Raadsheer van Justitie te Batavia.

In 1715 kwam hij weer terug naar Middelburg.
Hier raakte hij in opspraak doordat hij de vrijzinnige predikant Pontiaan van Hattem ondersteunde door het uitbrengen van diens pamflet De val van 's werelds afgod.
Het eerste deel verscheen in 1718 in Middelburg, en werd vervolgens in beslag genomen door het stadsbestuur en in het openbaar verbrand.
Roggeveen moest hierna Middelburg, en later ook Vlissingen, verlaten.
Hierna vestigde hij zich in Arnemuiden, en bracht deel 2 en 3 uit van de serie, waardoor hij opnieuw controverse creëerde.

Op 1 augustus 1721 vertrok hij vanuit Texel en in dienst van de West-Indische Compagnie, om met drie schepen het Zuidland te zoeken.
Hij voer via de Canarische Eilanden en Trinidad naar Vuurland om vers voedsel en brandhout in te slaan.
De jongste matroos, die driemaal was gekielhaald vanwege messentrekkerij, werd daar aan land gezet.
Vanwege de aanhoudende stormen werden de zwaarste kanonnen in het ruim gehesen.
Hij voer rond Kaap Hoorn en in de Grote Oceaan bezocht hij de Juan Fernandez eilanden en op 5 april 1722 (paaszondag) ontdekte hij Paaseiland.

Via de Tuamotu-Archipel, de Genootschapseilanden en Samoa en nadat een van de drie schepen De Afrikaanse Galei verloren ging, besloot Roggeveen in juni naar Stateneiland (Nieuw-Zeeland) te gaan om vervolgens via een zuidelijker route weer terug te gaan naar Kaap Hoorn.
De bemanning was echter uitgeput en er zat niets anders op dan naar Batavia te gaan.
Daar kwam hij op 5 oktober 1722 aan.

Roggeveen werd op last van Hendrick Zwaardecroon gevangengenomen omdat hij het monopolie van de VOC zou hebben doorbroken.
De twee schepen (Arend en Tienhoven) werden geconfisqueerd en de lading verkocht.

De VOC werd gedwongen hem vrij te laten, zijn schade te vergoeden en zijn bemanning hun gage te betalen omdat de twee schepen door het gebrek aan levensmiddelen en water genoodzaakt waren het VOC-territorium binnen te varen.

Na zijn terugkeer in 1723 publiceerde Roggeveen deel 4 van 's Werelds afgod.

Jacob Roggeveen is twee keer gehuwd geweest, maar beide huwelijken waren kinderloos.

De roman Zuidland van P.F. Thomése vertelt het levensverhaal van Roggeveen.

artikel overgenomen zonder nazicht op onjuistheden
Bron :
    - Wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 07:16 1 reactie Reageer op dit bericht

Steen van Rosetta

Steen van Rosetta
achtergrondafbeelding 27 maart
Steen van Rosetta

De Steen van Rosetta of steen van Rosette, is een donkere granieten steen (van 112 bij 76 cm) die in juli 1799 in Egypte door Franse genietroepen werd ontdekt bij werkzaamheden aan het fort St. Julien (nu Quaitbay) bij de Egyptische plaats Rosetta (nu El Rashid).
Op de steen staat op drie verschillende manieren een tekst geschreven:

  • in het Egyptisch door middel van Egyptische hiërogliefen
  • in het Egyptisch door middel van demotisch schrift
  • en in het Grieks alfabet.
p
t
wA l
M
i i s
P
T
O L
M
I I S

Hierdoor bleek de steen een belangrijke sleutel te zijn voor het ontcijferen van hiërogliefen door Thomas Young en Jean-François Champollion.
Deze laatste lukte dat als eerste definitief in 1822.
Dit leidde tot begrip van de betekenis van hiërogliefen, die vele eeuwen onontcijferd waren gebleven, en dus tot vele andere vertalingen.

De tekst op de steen is een dankbetuiging van de priesters van Memphis aan koning Ptolemaeus V Epiphanes.
De tekst is gedateerd op (omgerekend) 27 maart van het jaar 196 v.C.

Later zijn nog twee andere decreten gevonden, het decreet van Canopus en het decreet van Memphis.
Ook deze decreten waren tweetalig en in drie schriften en gaven daarmee verdere informatie over het demotisch en hiëroglyfisch schrift en de Egyptische taal.

De steen van Rosetta kan worden bezichtigd in het British Museum in Londen, waar hij al sinds 1802 wordt bewaard.
In Figeac, de geboorteplaats van Jean-François Champollion, bevindt zich een kopie van de Steen van Rosetta evenals in het fort (nu Quaitbay) waar de steen in 1799 is gevonden.
In Nederland is een kopie te vinden in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.
Naar de steen is ook een computerprogramma vernoemd om mensen nieuwe talen te leren (Rosetta Stone).

artikel overgenomen zonder nazicht op onjuistheden
Bron :
    - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 08:07 Reageer op dit bericht

Buffalo Bill

Buffalo Bill
achtergrondafbeelding 26 februari
Buffalo Bill

Buffalo Bill (Scott County, 26 februari 1846 - Denver, 10 januari 1917), eigenlijk William Frederick Cody, was een van de kleurrijkste figuren uit het Wilde Westen.

Zijn bijnaam kreeg hij toen hij een baan aannam om de werkers aan de Kansas Pacific Spoorweg te voorzien van bizonvlees (de Engelse benaming voor de bizon is buffalo).
De bijnaam werd eerder al gegeven aan een zekere Bill Comstock.
Cody won de bijnaam toen hij in een wedstrijd "buffels schieten" won met 69 tegen 48.

Hij had veel baantjes, waaronder huidenjager (trapper) stierenvanger, goudzoeker (Fifty-niner) in Colorado, ruiter in de Pony Express in 1860, gids bij kolonisten-karavaans, menner van postkoetsen, soldaat in de Amerikaanse Burgeroorlog en hotelmanager.
Hij werd beroemd door zijn Wild West Show.

William Cody ontving in 1872 de eremedaille (Medal of Honor) voor "betoonde moed in actie" gedurende zijn dienst als burgerverkenner voor de Cavalerie.
Deze medaille werd op 5 februari 1917, 26 dagen na zijn dood, weer ingetrokken omdat hij burger was en er geen recht op had volgens nieuwe richtlijnen die het leger in 1917 uitgaf.
In 1989 werd de medaille nogmaals aan hem toegekend.

Na zijn belevenissen in het "westen" ging Buffalo Bill de showbusiness in.
Hij toerde door de Verenigde Staten met spektakels gebaseerd op zijn "Western"-avonturen.
In 1883 richtte hij de "Buffalo Bill Wild West Show" op, een circusachtige attractie die jarenlang rondtrok.
Zowel Annie Oakley (een vrouwelijke scherpschutter) als Sitting Bull maakten deel uit van deze show.
De show van Buffalo Bill inspireerde Irving Berlin tot het schrijven van de musical Annie Get Your Gun in 1946.

In 1887 trad hij met het hele circus op in Londen bij de viering van het jubileum van koningin Victoria en in 1889 maakte hij een tour door Europa, inclusief de Wereldtentoonstelling in Parijs.

Hij sloeg zijn tenten op in de nabijheid van de wereldtentoonstelling van 1893 in Chicago, een slimme zet die zeer bijdroeg tot zijn populariteit.

Tijdens zijn veelbewogen leven zag hij het Amerikaanse westen dramatisch veranderen.
Tegen het eind van zijn leven maakte hij nog mee dat in zijn geliefde Wyoming de exploitatie van steenkool, aardolie en aardgas begon.
In 1904 werd in de Shoshonerivier een stuwdam gebouwd voor de opwekking van elektriciteit en voor irrigatie.
Deze kreeg de naam Buffalo Bill Dam.

Na zijn dood werd hij op eigen verzoek begraven in het Lookout Mountain Park in Colorado, even ten westen van de stad Denver aan de rand van de Rocky Mountains en uitkijkend over de grote vlakte (Great Plains).

Buffalo Bill mag dan een ruige buitenman zijn geweest, hij had zeker een liberale inslag met zijn uitgesproken mening over de rechten van zowel Indianen als vrouwen, en hoewel hij bekend werd als doder van de buffels sprak hij zich uit voor conservering van dit Amerikaanse symbool.
Hij was tegenstander van de huidenjacht en vóór instelling van een jachtseizoen.

Vanuit zijn ervaring als verkenner met respect voor de oorspronkelijke bevolking zei hij eens:

"Ieder gevecht met Indianen dat ik heb meegemaakt was het gevolg van het breken van beloftes en verdragen door de regering."
Ondanks de manier waarop Indianen werden tentoongesteld in zijn Wild-Westshows beijverde hij zich voor betere behandeling van deze bevolkingsgroep.
Naast Sitting Bull had hij nog veel andere Indianen in dienst, niet in de laatste plaats omdat hij het gevoel had dat ze daardoor een beter leven hadden.
Hij noemde hen "de vroegere vijand, huidige vriend, de Amerikaan."

In 1896 stichtte Cody, samen met enkele geldschieters, de stad Cody in Wyoming.
In deze stad bevindt zich tegenwoordig het "Buffalo Bill Historical Center".
Op slechts 80 kilometer van het Yellowstone National Park is het een echte toeristentrekker geworden waar vaak hooggeplaatsten komen jagen.

Voor geïnteresseerden lees True West Magazine’s Museum of the Year (Engels)

artikel overgenomen zonder nazicht op onjuistheden
Bron :
    - Wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 05:09 1 reactie Reageer op dit bericht

Naar boven

Meer van Wie Weet

↑ Terug naar de berichten