Naar de inhoud

Wie Weet

bloggen om te leren
waaroemni-805px.png

Categorie: insecten

Bruin zandoogje

Bruin zandoogje
bru
B     b    B     b    18  u 26
Bruin zandoogje

Het bruin zandoogje (Maniola jurtina; Epinephele jurtina; Epinephele, Satyrus janira) is een dagvlinder uit de subfamilie Satyrinae, de zandoogjes en erebia's.

Voor het eerst beschreven door Linnaeus in 1758.
Carolus Linnaeus beschreef het mannetje en het vrouwtje aanvankelijk als twee verschillende soorten, en meende dat het mannetje een "bosvlinder" was.
Het mannetje kreeg de wetenschappelijke naam janira, maar alhoewel het mannetje eerder in de tekst stond dan het vrouwtje, wordt aan jurtina tegenwoordig de voorkeur gegeven.

Het bruin zandoogje komt voor in het West-Palearctisch gebied.
De vlinder komt niet voor in Midden- en Noord-Scandinavië.
De vlinder geeft de voorkeur aan matig voedselrijk grasland als leefgebied.
In Nederland en België is de soort zeer algemeen.

Engels : Meadow Brown
Duits : Grosses Ochsenauge
Frans : Le Myrtil

1252708-223f2884cf7b4b7e380bdf6c6130ef83.jpg
Bruin zandoogje (mannetje)
auteur : Danny Steaven    CC 3.0

Voorvleugellengte: 21-28 mm.
Bij het mannetje is de bovenkant van de voorvleugel bruin met een ongekernde zwarte oogvlek in de vleugelpunt.
Het vrouwtje heeft op de bovenkant van de voorvleugel een opvallend oranje veld met een meestal witgekernde zwarte oogvlek.
De bovenkant van de achtervleugel is bruin.


1252708-c114dbeed4c6dd14f5ce991fc2483127.jpg
Maniola jurtina (vrouwtje)
auteur : Massimo Finizio    CC 2.0 Italy

In Nederland is het verspreidingsgebied de afgelopen eeuw nauwelijks gewijzigd.
De soort komt verspreid over het hele land voor, maar is in delen van de Betuwe, Noord-Brabant en Noord- en Zuid-Holland wat schaarser.
De oorzaak hiervan is onbekend.
Het is een algemene standvlinder en de soort waarvan waarnemers de meeste individuen doorgeven.


1252708-3e61aac9646e8b70629d8c64dbcd1e66.jpg
Rups van het bruin zandoogje
auteur : Gilles San Martin     CC 2.0

De levenscyclus verloopt als volgt :
Rups : half augustus-eind juni.
De soort overwintert als jonge of halfvolgroeide rups, verscholen in een graspol, bij zacht winterweer komen de rupsen soms tevoorschijn om te foerageren. De verpopping vindt plaats in een zijden spinsel aan de waardplant, vrij laag boven de grond.

Zijn habitat zijn vooral ruigere graslanden en ruigten met structuren in het landschap zoals houtwallen, hagen, bermen of slootkanten, ook landbouwgebieden, stedelijk groen en braakliggende terreinen.

De waardplanten zijn diverse grassen, waaronder grote vossenstaart, gewoon reukgras, kropaar, ruwe smele, kweek, rood zwenkgras en engels raaigras.

Maniola : maniola is een verkleinwoord van Mania of Manes, de zielen van de verlatenen. Schrank wil aangeven dat ook deze plezierig aandoende vlindersoort zijn schaduwzijde heeft en beschouwt ze als bewoners van verborgen krochten in tegenstelling tot de vlinders van het Pierisgeslacht, die wit zijn en in plezieriger omstandigheden thuishoren.
jurtina : het woord jurtina bestaat helemaal niet en is mogelijk een foute schrijfwijze van Jurturna, de naam van een geneeskrachtige bron vlakbij Rome. Linnaeus beschouwde mannetje en vrouwtje als verschillende soorten. Jurtina was het vrouwtje en lager op de lijst, op dezelfde pagina staat het mannetje als janira. Janira was een van de Nereïden, een nimf van de Middellandse Zee. Linnaeus zegt wel dat deze soorten veel op elkaar lijken en omschrijft de verschillen, jurtina zou een grassoort zijn en janra een bosvlindner. Vroeger had jarina de voorkeur maar jurtina heeft nu de prioriteit.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - vlindernet
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 20:30 Reageer op dit bericht

Bruin spannertje

Bruin spannertje
bru
B     b    B     b    18  u 24
Bruin spannertje

Het bruin spannertje (Minoa murinata) is een nachtvlinder uit de familie van de spanners, de Geometridae.

Voor het eerst beschreven door Scopoli in 1763.

De soort komt verspreid over Zuid- en Centraal-Europa, Klein-Azië, de Kaukasus en bergen van Centraal-Azië voor.

Engels : Drab Looper
Duits : Wolfsmilchspanner
Frans : la Souris , la Phalène de l'euphorbe

1251545-0c5576263b4c383f1178072d91174101.jpg
Bruin spannertje
auteur : Siga    CC 3.0

Voorvleugellengte: 9-11 mm.
Goed te herkennen aan de effen licht- tot vaalbruine vleugels zonder verdere tekening.
In Nederland komt echter vrijwel uitsluitend de zwarte melanistische vorm voor, die in het buitenland juist niet voorkomt.


1251545-cf90587898101508d3c1bddb3e0478af.jpg
Minoa murinata
auteur : ©Philippe Mothiron op www.lepinet.fr

Het is in Nederland een zeer zeldzame soort die slechts af en toe wordt waargenomen in de zuidelijke helft van het land, vooral in Limburg.
In België een zeldzame soort, die verspreid over het hele gebied kan worden gezien.


1251545-a56da64d6cd3f26fd81f4459db2c31e1.jpg
Bruin spannertje
auteur : Siga    CC 3.0

De levenscyclus verloopt als volgt :
Rups : juni-oktober.
De soort overwintert als pop in een cocon op de grond.

Zijn habitat zijn zonnige open bossen met voldoende beschaduwde plekjes en bosranden.

De waardplant is de cipreswolfsmelk.

Minoa : minous = Kretenzisch; geen enthomologische betekenis.
murinata : murinus = muiskleurig, de grondkleur van deze soort.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 08:21 Reageer op dit bericht

Bruin schavertje

Bruin schavertje
bru
B     b    B     b    18  u 23
Bruin schavertje

Het bruin schavertje (Omocestus haemorrhoidalis) is een rechtvleugelig insect uit de familie veldsprinkhanen (Acrididae).

Voor het eerst beschreven door Charpentier in 1825.

Het bruin schavertje komt voor in zuidelijk en oostelijk Europa, in België alleen in het uiterst zuidoostelijke deel in Belgisch-Lotharingen.
In Nederland komt de sprinkhaan niet voor maar de populaties in Duitsland komen voor tot in Nordhorn, vlak over de grens bij Denekamp in Overijssel.

Engels : Orange-tipped Grasshopper
Duits : Rotleibiger Grashüpfer
Frans : Criquet rouge-queue

1251168-71539a67a3b755134a61f1f309414c70.jpg
Bruin schavertje
auteur : Fritz Geller-Grimm    CC 3.0

De kleur is meestal bruin en zelden groen, de bovenzijde van het achterlijf is meestal rood gekleurd.
De wetenschappelijke soortnaam haemorrhoidalis verwijst hiernaar en betekent 'bloed'.
De opstaande, geel gekleurde kielen aan weerszijden van het halsschild is zeer sterk naar binnen geknikt.
De vleugels reiken ongeveer tot aan de achterlijfspunt.

Mannetjes bereiken een lengte van 11 tot 14 millimeter, de vrouwtjes zijn 15 tot 20 mm lang.


1251168-706573e0d4b44937280234459ace1d49.jpg
Omocestus haemorrhoidalis (vrouwtje)
auteur : Gilles San Martin    CC 2.0

De sterk naar binnen geknikte kielen van het halsschild zijn een belangrijk determinatiekenmerk.
Alleen het knopsprietje heeft een vergelijkbare indeling van het halsschild, maar deze soort is te onderscheiden door de duidelijk verdikte einden van de antennes.
Bij andere soorten als het 'gewoon' schavertje zijn de randen van het halsschild slechts gebogen.
Het schavertje is bovendien meestal groen van kleur.


1251168-3b3c02762fb5f71dedd2930c12b05944.jpg
Bruin schavertje (mannetje)
auteur : Gilles San Martin    CC 2.0

Het bruin schavertje is als volwassen insect te zien van juli tot september en is vooral actief tussen negen uur in de ochtend tot zeven uur in de avond.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 16:33 Reageer op dit bericht

Bruin lieveheersbeestje

Bruin lieveheersbeestje
bru
B     b    B     b    18  u 22
Bruin lieveheersbeestje

Het bruin lieveheersbeestje (Aphidecta obliterata) is een kever uit de familie van de lieveheersbeestjes (Coccinellidae).

Voor het eerst beschreven door Linnaeus in 1758.

De soort komt verspreid over Europa en het Nabije Oosten voor.

Engels : Larch ladybird
Duits : Nadelbaum-Marienkäfer, Berg-Marienkäfer
Frans : Coccinelle brune, Coccinelle de l'épicéa

1250913-84730ed741c81fc5a6b1b56f242f7000.jpg
Bruin lieveheersbeestje
auteur : Kulac    CC 3.0

De soort heeft geen stippen en is lichtbruin gekleurd, maar er komt ook een donkere vorm voor.
De lichte vorm is herkenbaar aan een zwarte M-vormige tekening op het halsschild.
De soort is langgerekter dan het tweestippelig lieveheersbeestje, waardoor ook donkere exemplaren altijd van deze soort te onderscheiden zijn.
Het imago wordt 3,5 tot 5 mm lang.


1250913-66615670d23aff5d922f83442d2ec9ff.jpg
buikzijde van de Aphidecta obliterata
auteur : Denis Bourgeois   © denbourge.free.fr

Het diertje heeft een voorkeur voor naaldbossen, vooral met sparren en in mindere mate met pijnbomen, en leeft van bladluizen van het geslacht Adelges.
Ter bestrijding van bladluizen is het bruin lieveheersbeestje ook in Noord-Amerika geïntroduceerd.

In Nederland en België is de soort vrij algemeen binnen het biotoop.
Het bruin lieveheersbeestje is te vinden van april tot oktober.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 10:12 Reageer op dit bericht

Bruin dikkopje

Bruin dikkopje
bru
B     b    B     b    18  u 21
Bruin dikkopje

Het bruin dikkopje (Erynnis tages) is een dagvlinder uit de familie Hesperiidae, de dikkopjes.

Voor het eerst beschreven door Linnaeus in 1758.

Het bruin dikkopje komt voor van Ierland tot China en van Midden-Scandinavië en Schotland tot Spanje en Italië.
Europa vormt een belangrijk deel van het verspreidingsgebied.

Engels : Dingy Skipper
Duits : Dunkler Dickkopffalter, Kronwicken-Dickkopffalter
Frans : Le Point de Hongrie
Oude Nederlandse naam : donker dikkopje

1250235-6cea88baac3f0f604bf8a8628be4f2ec.jpg
Bruin dikkopje
auteur : Olaf Leillinger    CC 3.0

Een uiterst zeldzame standvlinder die in ons land zeer sterk achteruit is gegaan.
In het begin van de twintigste eeuw was het bruin dikkopje vrij algemeen op veel zandgronden verspreid over het land.
Sinds 1960 komt het bruin dikkopje alleen nog voor in Limburg en op dit moment zijn er nog slechts enkele kalkgraslandjes in Zuid-Limburg waar deze soort wordt waargenomen.

Voorvleugellengte: circa 13 mm.
De bovenkant van de vleugels is bruin met vage, grijze vlekken en stippen.
De onderkant is vrijwel egaal lichtbruin.

Een gelijkende soort is het kaasjeskruiddikkopje.
Het bruin dikkopje heeft een minder grove tekening op de bovenkant van de vleugels.


1250235-04b0a8ea5558b37749e17825098ab6ae.jpg
Erynnis tages
foto : Thomas Gyselinck op nete-aa.waarnemingen.be   © Waarnemingen.be

De soort staat op de Waalse Rode Lijst en in Duitsland staat hij in de categorie bijna bedreigd.
Voor Vlaanderen staat hij als verdwenen op de Rode Lijst, maar recent zijn er weer populaties langs het Albertkanaal.

Vliegtijd en gedrag :
Begin mei-half juni in één generatie; soms een tweede partiële en veel kleinere generatie van eind juli-eind augustus.
De vlinders worden zelden nectardrinkend waargenomen, de meeste waarnemingen betreffen zonnende exemplaren op open plekjes tussen de vegetatie.


1250235-21f402d21b08c7fe51cd9c53b79107d9.jpg
Rups van het bruin dikkopje
auteur : © Reg Fry op www.ukbutterflies.co.uk

De levenscyclus verloopt als volgt :
Rups : begin juni-begin mei.
De soort overwintert als volgroeide rups in een soort koker van samengesponnen bladeren.
In het voorjaar vindt de verpopping plaats in een losse cocon laag in de vegatatie.

Het bruin dikkopje kan zowel in droge als vochtige graslanden leven, als de vegetatie maar laag en open is.
Voorbeelden zijn open schrale kruidenrijke graslanden in heiden of nabij bossen op zand- en kalkgrond.
Tegenwoordig is de soort beperkt tot droog en schraal kalkgrasland op zuidhellingen, met een lage, kruidenrijke vegetatie en hier en daar met een kale bodem.

De waardplanten zijn gewone rolklaver, soms bont kroonkruid of moerasrolklaver.

Erynnis : de Erynyes (Erynnes) of Furies die boosdoeners kwelden door ze telkens te achtervolgen. Deze naam verwijst naar het rusteloos vliegen van de vlinders alsof ze permanent worden opgejaagd door goddelijke wrekers.
tages : Tages is de naam van een jongen die de wijsheid van een oude man bezat en die plotseling tevoorschijn kwam om de Etrusken in te wijden in de kunst van het voorspellen. Zijn woorden werden opgetekend in het boek van Tages.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - vlindernet
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 10:07 Reageer op dit bericht

Bruin blauwtje

Bruin blauwtje
bru
B     b    B     b    18  u 19
Bruin blauwtje

Het bruin blauwtje (Aricia agestis, voorheen Plebeius agestis) is een dagvlinder uit de familie Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes.

Voor het eerst beschreven door Denis & Schiffermüller in 1775.

Engels : Brown Argus
Duits : Dunkelbrauner Bläuling, Kleiner Sonnenröschen-Bläuling
Frans : l'Argus Brun
Oude Nederlandse naam : donkerbruin blauwtje

1249376-01a960e8936231167e350c3f6d7f404a.jpg
Bruin blauwtje
auteur : © Joost Uittenbogaard op www.vlindernet.nl

Het bruin blauwtje komt algemeen voor in Centraal- en Zuid-Europa, op warme graslanden, heiden en duinen.
Als zwerver en dwaalgast kan de vlinder worden aangetroffen in Nederland en België.
In het kustgebied komt de vlinder als standvlinder (een vlinder die in dat gebied gedurende minimaal tien jaar een populatie heeft (gehad))voor.

Voorvleugellengte: circa 13 mm.
Zowel bij het mannetje als bij het vrouwtje is de bovenkant van de vleugels bruin zonder bestuiving, langs de achterrand bevindt zich meestal een volledige rij opvallende oranje vlekken.
De onderkant van de vleugels is lichtbruin, het vrouwtje heeft geen blauwe bestuiving.
De zwarte vlekken op de onderkant van de voorvleugel zijn groot en opvallend, de zwarte vlekken op de achtervleugel zijn klein.
De vleugeladers lopen door in de franje, waardoor deze geblokt lijkt.

Er is gemakkelijk verwarring mogelijk met het vrouwtje van het icarusblauwtje, dat ook bruine vleugels heeft.
Het icarusblauwtje heeft op de onderkant van de voorvleugel doorgaans een duidelijke wortelvlek.
Ook ligt de bovenste van de twee vlekjes aan de voorrand van de achtervleugel bij het bruin blauwtje dicht tegen de bovenste rij van vlekjes, terwijl bij het icarusblauwtje een stuk lager ligt.


1249376-cdb3af03da69ab317608c8d1d29cc01c.jpg
Aricia agestis
auteur : Svdmolen    CC 3.0

Het bruin blauwtje profiteert van de opwarming van de aarde en doet dit niet onopgemerkt.
Ze fladdert maar liefst 79 kilometer noorderlijker in het Verenigd Koninkrijk dan 20 jaar geleden.
Maar niet alleen in de UK gaat het haar voor de wind, ook in de rest van Europa doet ze het zeer goed.

Vliegtijd en gedrag :
Begin mei-eind juni en begin juli-begin oktober in twee, soms drie generaties.
De vlinders besteden relatief veel tijd aan het zoeken van nectar van onder andere boerenwormkruid en duizendblad.
De vlinders brengen de nacht door in groepjes, waarbij ze met de kop naar benenden in de vegetatie hangen.


1249376-45a8c855cac6b3cea41083fa616921ed.jpg
Rups van het bruin blauwtje
auteur : © Jack Pouw op www.vlindernet.nl

De levenscyclus verloopt als volgt :
Rups : begin juni-half juli en half augustus-eind april.
De soort overwintert als halfvolgroeide rups in de strooisellaag.
De jonge rups eet de onderzijde van het weefsel van het blad en beschadigt de bovenste bladlaag niet; deze mineergang is vrij opvallend.
Grotere rupsen eten van het volledige blad, de bloemen en de vruchten van de waardplant.
De verpopping vindt plaats in de strooisellaag vlak bij de waardplant.

Zijn habitat zijn droge, zandige, open, kruidenrijke en schrale graslanden en kalkgraslanden.

De waardplanten zijn diverse soorten ooievaarsbek, met name kleine ooievaarsbek en gewone reigersbek.

agestis: de oorsprong van agestis is onduidelijk.
Het zou een drukfout kunnen zijn van agrestis hetgeen landelijk, boers betekent.
Het kan ook van ager komen hetgeen veld betekent en dus zou slaan op de grazige habitat.
Dit alles is echter onwaarschijnlijk omdat Denis & Schiffermüller nagenoeg al hun namen uit de klassieke mythologie haalden.
Het zou een verbastering kunnen zijn van Argestes, de god van de noordwesten wind.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - vlindernet
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 07:58 Reageer op dit bericht

Bruidsmot

Bruidsmot
bru
B     b    B     b    18  u 15
Bruidsmot

De bruidsmot (Sitochroa palealis) is een microvlinder uit de familie van de grasmotten, de Crambidae.
De spanwijdte bedraagt tussen de 26 en 34 millimeter, waarmee het een forse micro is.

Deze vlinder werd beschreven door Denis & Schiffermüller in 1775.

De rups is groen-, geel-, roodachtig met fraaie zwarte vlekken, een donkere ruglijn, donkere kant randlijnen en een geel-wit gekleurde kop.

Engels : Sitochroa palealis, Carrot Seed Moth(USA)
Duits : Möhrenzünsler
Frans : Sitochroa palealis

1247408-b71eef36bbf5721e3d94a815fcf2ee63.jpg
Bruidsmot
auteur : Engeser aus der deutschsprachigen Wikipedia    CC 3.0

De vliegtijd is van half juni tot eind september.
Waardplanten zijn Wilde peen, Peucedanum oreoselinum en planten uit het geslacht Berenklauw, Foeniculum en Silaum.

Het komt vooral voor in warme plaatsen van het open landschap, bijvoorbeeld op gazons, klavervelden en weiden, en akkerranden komen ze relatief vaak voor.


1247408-c84ef12e20071920e49fa777413a9fe7.jpg
Sitochroa palealis
foto daanritter op vroegevogels.vara.nl

De vlinder komt voor in heel Europa.
De laatste jaren is er een toename van waarnemingen in België en het zuiden van Nederland.

In 2004 werd de bruidsmot voor het eerst waargenomen in de Verenigde Staten van Amerika.
Het bewijs, dat meer dan zes jaar na elkaar is aangegeven in vier staten van de VS, wijzen erop dat de soort er al is gevestigd.


1247408-b496545f292c37960b44b8c66caeb44c.jpg
Rups van de bruidsmot
foto © Malcolm Bridge op ukmoths.org.uk
Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 08:09 Reageer op dit bericht

Bretons spikkeldikkopje

Bretons spikkeldikkopje
bre
B     b    B     b    18  e 44
Bretons spikkeldikkopje

Het Bretons spikkeldikkopje (Pyrgus armoricanus) is een dagvlinder uit de familie van de Hesperiidae, de dikkopjes.
Het imago heeft een voorvleugellengte van ongeveer 13 millimeter.

Engels : Oberthür's Grizzled Skipper
Duits : Zweibrütige Würfel-Dickkopffalter, Zweibrütiger Puzzlefalter
Frans : L’Hespérie des potentilles, l'Armoricain

1160022-f5a8c2d3a50c40fd28c91070e57571f4.jpg
Bretons spikkeldikkopje
auteur : Toronto2    CC 3.0

Het Bretons spikkeldikkopje is in België uitgestorven.
Uit Nederland is maar een waarneming bekend uit Bloemendaal, waarschijnlijk in de periode 1890-1900.
In de buurt van Duinkerken, in Saarland en in Denemarken worden wel nog waarnemingen gedaan.

In het Saarland zou srpake zijn van een flinke uitbreiding van het areaal.
De vlinder komt verspreid over de rest van Europa voor.


1160022-71036c8c332e692b7a5952ca10f206b3.jpg
Pyrgus armoricanus
auteur : Pascal Thenaisie    CC 3.0

Het bretons spikkeldikkopje vliegt in twee generaties van halverwege mei tot en met juni en van augustus tot halverwege september.

De vlinders voeden zich met nectar van verschillende kruiden.


1160022-64c82b875eab3fb7e783590a8382cad0.jpg
Bretons spikkeldikkopje
foto : François Spill op www.lepinet.fr

De waardplanten van het Bretons spikkeldikkopje komen uit het geslacht potentilla (ganzerik) zoals de voorjaarsganzerik en vijfvingerkruid.

De rups overwintert halfwassen.

Gelijkende soorten zijn het kalkgraslanddikkopje en de aardbeivlinder.

Naamgeving :
Pyrgus: purgos = een toren op een muur, kantelen. Waarschijnlijk wordt de geblokte franje bedoeld. Ook zou mogelijk zijn dat het een vorm is van Pyrgi, een stad in de Peloponneses; dit is echter onwaarschijnlijk daar Hübner nooit aardrijkskundige namen gebruikte.

armoricanus: Armirica is de Latijnse naam voor Bretagne waar Rennes ligt.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door waaroemni om 20:30 Reageer op dit bericht

Bremvlinder

Bremvlinder
bre
B     b    B     b    18  e 38
Bremvlinder

De bremvlinder (Colias myrmidone) is een dagvlinder uit de familie Pieridae, de witjes.

Engels : Danube Clouded Yellow
Duits : Orangerote Heufalter, Regensburger Gelbling
Frans : Le Safrané, le Danubien

1156557-ed8f85c8e6f142dbdedb1c62cbb64c69.jpg
Bremvlinder
auteur : Dumi    CC 3.0

De voorvleugellengte bedraagt 22 tot 23 millimeter.

De waardplant is brem (Cytisus ratisbonensis) en andere soorten uit het geslacht Cytisus, mede afhankelijk van de plaats.

De eitjes worden bij voorkeur afgezet op jonge scheuten in de zon op een plant met veel loten en in de nabijheid van stenen.


1156557-1feee064784d2f4ad3d4a862144e690e.jpg
Colias myrmidone
auteur : Tom Nygaard Kristensen    CC 3.0

De soort komt zeer lokaal voor in Oost- en Zuidoost-Europa, het westen van Siberië en in Kazachstan.

De soort gaat in Europa sterk achteruit, waarschijnlijk door verlies aan geschikt habitat.
De vlinder is te vinden op warm, droog grasland met veel bremstruiken, bijvoorbeeld op zuidelijke hellingen.


1156557-6686a9e6d786b025d6d1f4bcef1dce00.jpg
rups van de bremvlinder
foto : op www.freenatureimages.eu

De rups overwintert volgens sommige auteurs in de strooisellaag, volgens anderen tegen de stam van de waardplant.

De vliegtijd is van mei tot september in twee tot drie jaarlijkse generaties.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 06:13 Reageer op dit bericht

Breedgehaakte hermelijnbladroller

Breedgehaakte hermelijnbladroller
bre
B     b    B     b    18  e 26
Breedgehaakte hermelijnbladroller

De 'breedgehaakte hermelijnbladroller (Notocelia trimaculana) is een nachtvlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.

De breedgehaakte hermelijnbladroller komt verspreid over het palearctische gebied voor.
In Nederland en in België is de soort vrij zeldzaam.

Engels : Notocelia trimaculana
Duits : Notocelia trimaculana
Frans : Notocelia trimaculana

1148162-9990e3149126fe0d2ced7aebb4aeac0e.jpg
Breedgehaakte hermelijnbladroller
auteur :     ©entomart

De breedgehaakte hermelijnbladroller heeft een spanwijdte tussen de 15 en 18 millimeter.

De vlinders lijken op het eerste gezicht veel op enkele andere soorten uit de genera Epiblema (waar de soort voorheen ook toe gerekend werd) en Notocelia, maar onderscheid zich door de diagonale geelbruine lijntjes aan de buitenkant van de voorvleugel.

De vliegtijd is in juni en juli, de vlinders vliegen ’s nachts en komen dan op licht.


1148162-8824620fd5d1ea44c24c60eacf3a259d.jpg
Notocelia trimaculana
foto : Jean Luc Kerveadou op www.galerie-insecte.org

De breedgehaakte hermelijnbladroller heeft als waardplanten Meidoorn (Crataegus), sleedoorn (Prunus spinosa) en peer (Pyrus).

De breedbandhuismoeder is in Nederland en België een algemene soort, die verspreid over het hele gebied kan worden gezien.


1148162-9b001febdcf45f904f59da4b4701b5ef.jpg
Rups van de Breedgehaakte hermelijnbladroller
foto : T.Muus op www.microlepidoptera.nl

De rups heeft een zwarte kop en nekschild en een roodbruine buik en leeft op de bladeren van de waardplant.

Het is vooral een soort van hagen in open cultuurlandschap, kalkgrasland en open bossen.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 21:13 Reageer op dit bericht

Naar boven

Meer van Wie Weet

↑ Terug naar de berichten