Naar de inhoud

Wie Weet

bloggen om te leren
waaroemni-805px.png

Categorie: insecten

Bruine glazenmaker

Bruine glazenmaker
bru
B     b    B     b    18  u 52
Bruine glazenmaker

De bruine glazenmaker (Aeshna grandis) is een libel uit de familie van de glazenmakers, de Aeshnidae.

Voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Linnaeus in 1758.

De soort komt voor in Centraal- en Noord-Europa.
Ontbreekt in Zuidwest-Frankrijk en het Iberisch Schiereiland (uitgezonderd Pyreneeën), grote delen van Italië en Zuidoost-Europa.
Wel in Groot-Brittannië en Ierland.
Zeldzaam in Schotland.
Oostelijk tot aan het Baikalmeer.
Niet in Afrika.

De soort is in Nederland en België vrij algemeen.

Engels : Brown Hawker
Duits : Braune Mosaikjungfer
Frans : La Grande Aeschne

1267975-e698de9154c30b59572c6cf64adf85b4.jpg
Bruine glazenmaker
auteur : G.-U. Tolkiehn    CC 3.0

De spanwijdte ligt tussen de 95 en 105 millimeter, de lichaamslengte ligt tussen 70 en 77 millimeter.

Het is een forse glazenmaker, die door gekleurde vleugels extra groot overkomt.
Het lichaam is grotendeels bruin.
Zijkant borststuk met twee gele banden.
Vleugels oranjebruin, duidelijk donkerder dan de berookte vleugels van sommige andere glazenmakers.
Pterostigma’s (een verdikt en opvallend gekleurd vlekje dat bestaat uit een of meerdere vleugelcellen in de vleugel van een insect) bruin.

Mannetje : blauwe vlekjes op zijkant van achterlijf, bovenzijde van segment 2 en bovenkant van de ogen.
Bovenzijde van overige achterlijfsegmenten met zeer kleine gele vlekjes.
Vrouwtje : gele vlekjes op zijkant van achterlijf en zeer kleine gele vlekjes op bovenzijde achterlijf.


1267975-bb5c82ba2c49f0719cc743db01101d1c.jpg
Aeshna grandis
auteur : Darkone    CC 2.5

Zijn habitat zijn rijk begroeide wateren, meestal in een bosrijke omgeving : vennen, plassen, laagveen, sloten etc.
Sporadisch ook bij langzaam stromend water.

De levenscyclus duurt een of twee jaar.
De (eerste) winter wordt als ei doorgebracht.
Uitsluipen (de vervelling van larve naar imago) gebeurt van begin juni tot in september, met een piek in juli en augustus.


1267975-3ca18a5538ec88fae70fed00cb15c401.jpg
Bruine glazenmaker
auteur : Tony Hisgett    CC 2.0

De vliegtijd is van begin juni tot in oktober, vliegpiek in augustus.
Bruine glazenmakers zijn een groot deel van de dag actief, soms ook ’s ochtends vroeg en ‘s avonds laat.
Ze vliegen in een rustig tempo hoog door de lucht, meestal op beschutte plaatsen (bv. halfopen bos).
Hier jagen ze op allerlei insecten, waaronder relatief vaak grote insecten.
Vlinders en andere libellen worden bijvoorbeeld regelmatig door bruine glazenmakers gevangen.

Mannetjes maken patrouillevluchten boven het open water, waarbij ze de komst van vrouwtjes afwachten en andere mannetjes verjagen.
Na de paring zet het vrouwtje solitair haar eitjes af in dode of levende planten.
Ook vermolmd hout en ander zacht materiaal langs de waterkant wordt gebruikt.

Aeshna : de herkomst van deze naam is onbekend
grandis : groot, krachtig

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - libellennet
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 09:17 Reageer op dit bericht

Bruine essenuil

Bruine essenuil
bru
B     b    B     b    18  u 50
Bruine essenuil

De bruine essenuil (Lithophane semibrunnea) is een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae.

Voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Haworth in 1809.

De soort komt kent een verbrokkelde verspreiding voor over Noord-Afrika, Centraal en Zuid-Europa en Voor-Azië.

Engels : Tawny Pinion
Duits : Schmalflügelige Holzeule
Frans : la Xyline du frêne

1266541-8a3c45ee58c1782bc0133abffbc0be9c.jpg
Bruine essenuil
auteur : Lymantria    CC 3.0

De voorvleugellengte bedraagt tussen de 16 en 20 millimeter.

In rusthouding lijkt deze uil sterk op een afgebroken takje of een stukje schors.
Tussen de smalle voorvleugels is in rusthouding een zwartachtige rugstreep met twee duidelijke haarbosjes zichtbaar; voor aan het borststuk bevindt zich een kuif en de puntige schouders steken uit als een paar oren.
De voorvleugel heeft een geelbruine grondkleur en is bij de voorrand doorgaans strokleurig; langs de binnenrand is de vleugel vaak donkerder, soms diep donkerbruin.
Soms komen lichtere of meer grijs getinte vlinders voor.
De niervlek is te zien als een vage vlek.
Kenmerkend is de dikke zwarte rand die vanuit de binnenrandhoek parallel aan de binnenrand naar het middenveld loopt en die doorsneden wordt door een lichte, ruwweg S-vormige lijn.

Een gelijkende soort is de geelbruine houtuil (L. socia) heeft een minder smalle en lichter gekleurde voorvleugel met een meer gebogen voorrand.
De donkere vlek in het middenveld raakt nooit de binnenrand en de dikke zwarte rand langs de binnenrand van de vleugel ontbreekt, hooguit zijn op deze plek twee pijlvormige bruine vlekken aanwezig.
Ook ontbreken de zwartachtige rugstreep en de haarbosjes.


1266541-a198f9edfd53c4145a7d237fd9cfce4d.jpg
Lithophane semibrunnea
auteur : chris bruggeman op waarnemingen.be

Een zeldzame soort die verspreid over het hele land kan worden waargenomen, op sommige vliegplaatsen vrij gewoon.

Zijn habitat zijn open loofbossen, moerasachtige gebieden en stedelijk gebied met aanplant van gewone es.


1266541-90219b6ea80900c83fc066fa509be732.jpg
Rups van de bruine essenuil
auteur : © Wolfgang Wagner op www.pyrgus.de

De waardplanten zijn de gewone es; mogelijk eik en sleedoorn.

De vliegtijd is van begin augustus-november en na de overwintering maart-half mei in één generatie.
De vlinders zijn vanaf de schemering actief, in het najaar bezoeken ze bloemen van klimop en overrijpe bramen, in het voorjaar wilgenkatjes.
De vlinders komen zowel op licht als op smeer.

Rups : half april-juni.
De rups maakt een stevige cocon in de grond, waarin na één tot twee maanden de verpopping plaatsvindt.
De soort overwintert als vlinder, verborgen achter losse boomschors of op een andere beschutte plaats.
De paring vindt plaats in het voorjaar.

Lithophane : lithos = een steen en phaino, phan = blijken te zijn; de vlinder vertoont gelijkenis met een steen en valt in rust daardoor nauwelijks op (hoewel de soorten uit dit geslacht vaker op een paaltje of takje zitten te rusten).
semibrunnea : semi- = half en brunneus = bruin; de helft van de vluegel die aan de voorrand ligt is lichter dan de andere helft.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - vlindernet
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 21:27 Reageer op dit bericht

Bruine eikenpage

Bruine eikenpage
bru
B     b    B     b    18  u 49
Bruine eikenpage

De bruine eikenpage (Satyrium ilicis) is een dagvlinder uit de familie Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes.

Voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Esper in 1779.

De bruine eikenpage komt voor in Zuid en Midden-Europa, tot Zuid-Scandinavië, maar hij ontbreekt in Groot-Brittannië.

Engels : Ilex Hairstreak
Duits : Eichenzipfelfalter, Brauner Eichen-Zipfelfalter
Frans : Thécla de l'Yeuse
Oud Nederlandse naam : schildrups, schildrupspage, schildrupsvlinder

1266145-25edd563135f533370fad69e4b133735.jpg
Bruine eikenpage
auteur : Hectonichus    CC 3.0

Het is een vrij zeldzame standvlinder die lokaal voorkomt op de hogere zandgronden in het binnenland, de duinen en Zuid-Limburg.

Gelijkende soorten zijn de iepenpage en de pruimenpage hebben respectievelijk een duidelijke of een iets minder duidelijke W bij de binnenrandhoek op de onderkant van de achtervleugel. Bovendien hebben deze beide soorten altijd een of twee blauwe vlekjes bij het staartje aan de achtervleugel.

Zijn habitat zijn bosranden, open bospaden, eikenhakhout, kapvlakten in eikenbossen en jonge eikenaanplant.


1266145-bfcf194f4fd33e950338352651dd202e.jpg
Satyrium ilicis
auteur : Laubaine op laubainerie.blogspot.be

De voorvleugellengte bedraagt ongeveer 16 millimeter.

De grondkleur van de bovenkant van de vleugels is donkerbruin, bij het vrouwtje bevindt zich op de voorvleugel een oranje vlek die bij het mannetje ontbreekt.
Over de onderkant van de achtervleugel loopt een dunne rij kleine witte vlekjes.
Bij de binnenrandhoek verloopt de lijn onregelmatig zigzaggend, maar vormt geen duidelijke of minder duidelijke W.
De rode maanvlekjes langs de achterrand van de onderkant van de achtervleugel zijn aan beide zijden zwart gerand.
De achtervleugel heeft een klein staartje; soms bevindt zich bij het staartje een blauwe vlek.


1266145-87e0e31f25232f9038f3ddebdf57d0fb.jpg
Rups van de bruine eikenpage
auteur : © Bert van Rijsewijk op www.vlindernet.nl

De waardplanten zijn de eik (vooral zomereik).

De vliegtijd is van half juni-begin augustus in één generatie.
De vlinders besteden relatief veel tijd aan nectardrinken.
De meest favoriete nectarplant is braam, maar ook op wilde liguster, sporkehout, jakobskruiskruid en koninginnenkruid zijn de vlinders aan te treffen.
De mannetjes verdedigen een territorium, vaak vanaf een bloeiend braamstruweel langs een bosrand.

Rups : begin mei-eind juni.
De rupsen eten eerst van de jonge twijgen, later van de bladeren van de waardplant.
De verpopping vindt plaats in de strooisellaag, vlak bij de waardplant.
De soort overwintert als ei aan een twijg van de waardplant.

Satyrium : saturos is een sater, een mythologische figuur die te maken heeft met de verering van Baccus, in de kunst vaak afgebeeld met de hoorns en de staart van een geit. De saters leefden zich uit in wellustige dansen met de nimfen en deze dansen worden in verband gebracht met de vliegwijze van de vlinders.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - vlindernet
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 07:50 Reageer op dit bericht

Bruine eenstaart

Bruine eenstaart
bru
B     b    B     b    18  u 48
Bruine eenstaart

De bruine eenstaart (Drepana curvatula) is een nachtvlinder uit de familie Drepanidae, de eenstaartjes.

Voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Borkhausen in 1790.

Komt voor van Noord-Spanje via West-Europa (niet op de Britse eilanden), Midden-Europa en de Noord-Balkan, alsmede delen van Noord-Europa, de Baltische staten en Rusland tot Oost-Azië, Korea en Japan.
Op de Balkan in het noorden van het vroegere Joegoslavië, Hongarije en Roemenië.
Zou in de Alpen en zuidelijk van de Alpen ontbreken.
In Scandinavië tot de 64e breedtegraad.
Volgens Schmidt (1991) zouden er ook meldingen uit Portugal zijn.

Engels : Dusky Hook-tip
Duits : Erlen-Sichelflügler
Frans : la Cintrée, l'Incurvé

1265539-698019ddc4e6117d1ca6e2eb498c5fc2.jpg
Bruine eenstaart
auteur : dhobern    CC 2.0

Het is een gewone soort die verspreid over het hele land voorkomt; heeft een voorkeur voor vochtige gebieden.

Gelijkende soorten zijn de berkeneenstaart (D. falcataria) en de linde-eenstaart (Sabra harpagula).

Zijn habitat zijn (broek)bossen met els of berk.


1265539-ad91f575868698d82df49f30578bd261.jpg
Drepana curvatula
auteur : Denis Bourgeois op denbourge.free.fr

De voorvleugellengte bedraagt tussen de 16 en 21 millimeter.

Een bruin eenstaartje, met een lila tint bij verse vlinders.
De voor- en achtervleugel hebben ongeveer dezelfde kleur en de vlinder rust met de vleugels vlak uitgespreid.
Op de voorvleugel bevindt zich een kleine donkere vlek.


1265539-66a5454388d7de0281704ebbf244c930.jpg
Rups van de bruine eenstaart
auteur : James Lindsey at Ecology of Commanster    CC 2.5

De waardplanten zijn de els en de berk.

De vliegtijd is van half april-eind augustus in twee generaties.
Zowel de mannetjes als de vrouwtjes zijn ´s nachts actief en komen op licht.

Rups : mei-begin oktober.
De soort overwintert als pop tussen bladeren.

De Nederlandse naam komt door het feit dat de rupsen van de Drepaninae een puntvormig uiteinde hebben: het eenstaartje.
Bruine eenstaart is een oude naam en de vlinder is inderdaad bruin.
Drepana : drepanon = een hoek in de vorm van een sikkel hetgeen natuurlijk met de vleugelvorm te maken heeft.
curvatula : curvatula is een verkleinwoord van curvatura en betekent een buiging, een bocht; ook hier wordt verwezen naar de vorm van de voorvleugels.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - vlindernet
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 08:10 Reageer op dit bericht

Bruine daguil

Bruine daguil
bru
B     b    B     b    18  u 45
Bruine daguil

De bruine daguil (Euclidia glyphica) is een dagactieve nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae).

Voor het eerst beschreven door Linnaeus in 1758.

Komt voor van de Midden-Atlas in Marokko via Zuid- en Midden-Europa tot Schotland.
In Scandinavië tot ver boven de poolcirkel.
Naar het oosten komt glyphica voor van Centraal-Azië tot Mongolië.

Engels : Burnet Companion
Duits : Braune Tageule
Frans : la Doublure jaune

1263615-82410e4a6046cf3226ea0a758f647d3e.jpg
Bruine daguil
auteur : Olaf Leillinger    CC 2.5

Het is een niet zo gewone soort met een verbrokkelde verspreiding over het hele land, op sommige plaatsen vrij talrijk (met name in Zeeuws-Vlaanderen en in Midden- en Zuid-Limburg), er zijn echter ook gebieden waar deze soort nauwelijks wordt waargenomen.

Ook in België is de soort niet zo gewoon en ontbreekt hij in sommige gebieden.

Zijn habitat zijn (kalk)graslanden, bloemrijke hooilanden, bosranden, wegbermen en spoordijken.


1263615-bec5c0b7be5834891e960155d10dfe74.jpg
Euclidia glyphica
auteur : Leo Janssen    CC 3.0

De voorvleugellengte bedraagt tussen de 13 en 15 millimeter.

Deze uil heeft een warmbruine of grijsachtig bruine, vaak lila getinte voorvleugel.
Langs de binnenste dwarslijn loopt een smalle donkere band en langs de buitenste dwarslijn loopt een brede donkere band, heel soms zijn deze dwarsbanden afwezig.
In het zoomveld bevindt zich langs de voorrand een grote donkerbruine vlek.
Doordat deze uil bij het neerstrijken vaak met gespreide vleugels gaat zitten, is de achtervleugel goed te zien.
De binnenste helft van de achtervleugel is donkerbruin, de buitenste helft is oranjegeel met donkere aders en een smalle donkere dwarsband.
De genoemde combinatie van kenmerken is uniek en weinig variabel.
De onderzijde van zowel de voor- als de achtervleugel heeft een oranjegele kleur met een donkerbruine tekening, de vlinder maakt daardoor in vlucht een kleurige indruk.


1263615-87c905f05665afae46127c1cc0628c1a.jpg
Rups van de bruine daguil
foto : © Lily Franssen op ul.waarneming.nl

De waardplanten zijn diverse kruidachtige planten, waaronder klaver, rolklaver, hopklaver, wikke en luzerne.

De vliegtijd is van half april-half augustus in twee generaties.
De vlinders zijn overdag actief bij zonnig of bewolkt warm weer en zijn gemakkelijk te verstoren, waarbij ze een klein stukje opvliegen en weer gaan zitten.

Rups : mei-juni en augustus-september.
De rups is ´s nachts actief en rust overdag langs een stengel van de waardplant.
De soort overwintert als pop in een cocon in de strooisellaag.

De Nederlandse naam komt door het feit dat het uiltje bruin is en overdag vliegt.
Euclidia : Euclides is de Griekse meetkundige (geometrie). Op de vleugels zou een geometrische tekening zijn te onderkennen. Ochsenheimer nam de naam over uit Hübner's Tentamen uit 1806.
glyphica : gluphe = een embleem, een devies. Linnaeus schrijft : 'de vleugels tonen zwarte hiëroglyphen'.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - vlindernet
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 02:14 1 reactie Reageer op dit bericht

Bruine bosrankspanner

Bruine bosrankspanner
bru
B     b    B     b    18  u 42
Bruine bosrankspanner

De bruine bosrankspanner (Horisme vitalbata) is een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.

Voor het eerst beschreven door Denis & Schiffermüller in 1775.

Engels : Small Waved Umber
Duits : Zweifarbiger Waldrebenspanner
Frans : la Larentie de la clématite

1261865-1f21de559e314f70001bc01c771f6ad7.jpg
Bruine bosrankspanner
auteur : ©entomart

De bruine bosrankspanner is in Nederland en België een zeer zeldzame soort.
In Nederland zijn enkele waarnemingen bekend, vooral uit het zuiden van het land.
Ook in België wordt de soort weinig gezien, en komen de waarnemingen vooral uit de provincie Namen.

Er zijn ook waarnemingen in Zuid-Frankrijk en de Pyreneeën.


1261865-2c0a4e2bf0c57935ad98a57e4ceeed4f.jpg
Horisme vitalbata
auteur : © M.Virtala    vrije foto

Voorvleugellengte : 14-17 mm.
Kenmerkend is de brede zwartachtige band op de lichtbruine voorvleugel.
Deze band loopt vanuit de vleugelpunt naar het midden van de binnenrand en gaat bij rustende vlinders vloeiend over in de band op de achtervleugel.
Er is weinig variatie.

Zijn habitat zijn open bossen en struwelen op kalkrijke grond.


1261865-e7e6de3ff223119842eddd76195b5fb4.gif
Rups van de bruine bosrankspanner
foto op www2.nrm.se

De waardplanten zijn de bosrank.

De vliegtijd is van eind april-half augustus in twee generaties.
In de schemering fladdert de bruine bosrankspanner rondom de bosrank en kan met de zaklamp worden opgespoord.

Rups: juni-juli en september-oktober.
De soort overwintert als pop in de strooisellaag.

Horisme : horima = een grens; de duidelijk afgebakende lijn op voor- en achtervleugel.
vitalbata : Clematis vitalba, bosrank, is de waardplant.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - vlindernet
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 09:11 Reageer op dit bericht

Bruine bosbesuil

Bruine bosbesuil
bru
B     b    B     b    18  u 41
Bruine bosbesuil

De bruine bosbesuil (Xylena (Lithomoia) solidaginis) is een nachtvlinder uit de familie van de uilen (Noctuidae).

Voor het eerst beschreven door Hübner in 1803.

Engels : Golden-rod Brindle
Duits : Xylena solidaginis
Frans : Xylena (Lithomoia) solidaginis

1261706-01cd75f05cb8f14dad57e5211ee91b84.jpg
Bruine bosbesuil (man)
auteur : © Pekka Malinen    vrij voor niet-commercieel gebruik

De soort komt verspreid voor van Noord- en Centraal-Europa tot Noord-, Centraal-Azië en Japan.

De bruine bosbesuil is in Nederland en België een zeer zeldzame soort.


1261706-ee421ac7df3b80456afb7550f9ed8d2b.jpg
Xylena (Lithomoia) solidaginis (vrouw)
auteur : © Pekka Malinen    vrij voor niet-commercieel gebruik

Voorvleugellengte : 18-21 mm.
De grondkleur van de voorvleugels is grijs met wit.
Opvallend is de grote niervlek.

In rust houdt de vlinder de vleugels rond het lijf gerold, en lijkt hij sterk op een afgebroken takje.


1261706-63441dfee8c5c1a91140071cb942deb2.jpg
Rups van de bruine bosbesuil
auteur : © Jyrki Virtanen 2011    vrij voor niet-commercieel gebruik

De waardplanten zijn voornamelijk berendruif, berk, bosbes, struikhei, wilde gagel en wilg

De bruine bosbesuil is polyfaag (Organismen die meerdere soorten andere organismen eten worden polyfaag genoemd).

De rups is te vinden van april tot juli.
De soort overwintert als ei.
De vlinder kent één generatie die vliegt van augustus tot in oktober.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - Kuvapankki
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 21:50 Reageer op dit bericht

Bruine bergspanner

Bruine bergspanner
bru
B     b    B     b    18  u 40
Bruine bergspanner

De bruine bergspanner (Euphyia frustata) is een dagactieve nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.

Voor het eerst beschreven door Treitschke in 1828.

Engels : Euphyia frustata
Duits : Gelbgrüner Winkelspanner
Frans : la Larentie frustre

1261036-48692e55b1ae6144623f562d7679758b.jpg
Bruine bergspanner
auteur : ©entomart

De bruine bergspanner komt voor van Noord-Afrika, het Iberisch Schiereiland en het Middellandse Zeegebied tot Klein-Azië.
Niet op de Britse eilanden en niet in Noord-Europa.
In Midden-Europa lokaal van België tot Polen en van Zwitserland tot de Karpaten.

De vlinder is slechts enkele keren in Nederland en België gezien.


1261036-54a8625c46db540799a65c9e952a1d8b.jpg
Euphyia frustata
auteur : Dumi    CC 3.0

Voorvleugellengte: 15-17 mm.
Deze spanner heeft op de voorvleugel een patroon van veel golvende dwarslijnen en dwarsbandjes.
De dwarsbandjes en achterrand van de vleugel hebben een groene kleur (die snel naar geel kan verkleuren) met een witte golflijn.
De achtervleugel is licht bruinachtig grijs met een verdonkerde achterrand.

Deze vlinder lijkt enigszins op de bleke novemberspanner (Epirrita christyi), maar deze is volledig grijs getekend en heeft geen groen.


1261036-47d59a5ffe794ec96b245219f8f1273a.jpg
Bruine bergspanner
foto : Helmut Deutsch op www.lepiforum.de

De waardplanten zijn onder andere muur en walstro.

Euphyia : euphuia = er goed uitzien, lovend, prijzend.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - vlindernet
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 20:14 Reageer op dit bericht

Bruinbandroodknie-vogelspin

Bruinbandroodknievogelspin
bru
B     b    B     b    18  u 29
Bruinbandroodknievogelspin

De bruinbandroodknievogelspin (Brachypelma annitha) is een bodembewonende spin uit de familie vogelspinnen (Theraphosidae).
De soort wordt ook wel als ondersoort van de Mexicaanse roodknievogelspin (Brachypelma smithi) beschouwd.

Een andere naam voor deze soort is Amazone roodpootvogelspin.

Voor het eerst beschreven door Tesmoingt, Cleton & Verdes in 1997

Engels : Brachypelma annitha, Mexican Giant Red knee Tarantula
Duits : Brachypelma annitha
Frans : Brachypelma annitha

1254116-3d2ab71fa0d118165e84fef2e692eb4e.jpg
Bruinbandroodknievogelspin
auteur : 1254116-dbd5e0c38fe55a35a5e780bc8167d8df.png Petr Lukšík op www.biolib.cz

De bruinbandroodknievogelspin onderscheidt zich van de Mexicaanse roodknievogelspin door de bruine band aan de rand van de carapax en een rodere kleur op de poten.

De meeste volwassen spinnen hebben ook een duidelijk zichtbare zwarte driehoek op het kopborststuk.
Vrouwelijke exemplaren kunnen tot 20 jaar oud worden.
De meeste volwassen exemplaren bereiken een lichaamslengte van 7 tot 8 centimeter.


1254116-38e75f29d9820815a127f7b1c7c4c1f0.jpg
Brachypelma annitha
foto: ©Mike Basic Tarantula op www.mikebasictarantula.com

De bruinbandroodknievogelspin is endemisch in Mexico.

Ze houdt van een temperatuur die betrekkelijk hoog ligt voor vogelspinnen uit het geslacht Brachypelma, namelijk 28 à 32 graden.
De luchtvochtigheid daarentegen ligt iets lager, rond de 65%.


1254116-b04f88f9848c680d3325dcd4ab7d6e21.jpg
Bruinbandroodknievogelspin
auteur : mascot op atshq.org

Deze spin is niet agressief, maar wel prikkelbaarder dan de Mexicaanse roodknievogelspin.
Dit betekent dat een bruinbandroodknievogelspin sneller met brandharen zal strooien om indringers te waarschuwen.
De haren kunnen een irriterende sensatie veroorzaken, zoals jeuk op de huid en aanhoudende hoest bij inademing van de haren.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 06:09 Reageer op dit bericht

Bruinbandbladroller

Bruinbandbladroller
bru
B     b    B     b    18  u 28
Bruinbandbladroller

De bruinbandbladroller (Argyrotaenia ljungiana) is een nachtvlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
De soort komt verspreid over Europa voor.

Voor het eerst beschreven door Thunberg (Zweeds Natuurkundige) in 1797

Engels : Grape tortrix
Duits : Kiefernsämlingswickler
Frans : La petite tordeuse de la grappe

1253659-72b12a7decb5f6caabc037948e191b2a.jpg
Bruinbandbladroller
auteur : Keith Edkins    CC 3.0

De spanwijdte van de vlinder bedraagt tussen de 12 en 16 millimeter.

De bruinbandbladroller heeft onder andere hei, struikhei, gagel en bosbes als waardplanten, maar is ook aangetroffen op wijnstokken en gekweekte appel.


1253659-ceff7dae379d964214a76ff459190d75.jpg
Argyrotaenia ljungiana
foto: H. Bouter op www.microlepidoptera.nl

De bruinbandbladroller is in Nederland en in België een algemene soort, die verspreid over het hele gebied kan worden gezien.

De soort vliegt van april tot augustus in twee of drie generaties, afhankelijk van de breedtegraad en de hoogte.


1253659-fd56b3036192c86fb0d468e1f59f677d.jpg
Rups van de bruinbandbladroller
auteur : © Brian Goodey op www.entomologiitaliani.net

De rups leeft in juni, juli en augustus op vele lage planten, soms ook op naaldbomen.
De rups is groen, de rug is donkerder met witte wratten, kop is bruin, nekschild geel.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 11:55 Reageer op dit bericht

Naar boven

Meer van Wie Weet

↑ Terug naar de berichten