|
De bruine beer (Ursus arctos) is een beer die in Europa, Azië en Amerika voorkomt.
De wetenschappelijke naam werd voor het eerst gepubliceerd door Linnaeus (Carl Linnaeus, was een Zweeds arts, plantkundige zoöloog en geoloog) in 1758 .
In Noord-Amerika komen drie ondersoorten voor, de kodiakbeer, de grizzlybeer en de Mexicaanse beer.
In Europa leeft de Europese bruine beer.
Engels : brown bear
Duits : Braunbär
Frans : L’ours brun |
|
Eens waren ze talrijk in Europa, maar momenteel komen nog slechts restpopulaties voor, onder andere in Scandinavië, Oost-Europa (vooral in Roemenië) en Azië.
Agressief zijn bruine beren niet - als ze tenminste met rust gelaten worden - en waarschijnlijk betekenen ze nauwelijks een gevaar voor de mens.
Hooguit hebben ze het af en toe gemunt op gemakkelijke prooien zoals runderen en andere huisdieren.
De bruine beer eet voornamelijk plantaardig voedsel, zoals grassen, zaden, bessen, noten, wortels en knollen.
Verder eet hij insecten, vis en kleine zoogdieren.
In sommige gebieden jaagt hij ook op grote hoefdieren, zoals bijvoorbeeld elanden, rendieren en edelherten.
Beren houden een winterslaap, tenminste in koude streken, maar hij is erg licht en kan elk gewenst moment onderbroken worden.
In de zomer leggen bruine beren een reserve vetlaag aan waar ze `s winters tijdens de winterslaap op kunnen teren.
Dit is echter geen echte winterslaap daar temperatuur en hartslag niet veranderen.
|
|
De bruine beer is een solitair levend dier met een slecht gezichtsvermogen, maar een uitstekende reuk en een prima gehoor.
Hij is tamelijk trouw aan zijn woongebied en bewoont een eigen territorium, dat met 500 à 2500 ha niet eens zo bijzonder groot is.
Beren zijn echter uitstekende wandelaars met een flink uithoudingsvermogen, die over grote afstanden kunnen trekken.
Ze kunnen goed zwemmen.
De jongen klimmen meer in bomen dan de volwassenen.
Onder normale omstandigheden zijn ze zowel overdag als 's nachts actief.
In gebieden waar ze belaagd of verstoord worden, gaan ze uitsluitend 's nachts op pad.
|
|
Bruine beren paren in mei - augustus.
In november begint pas de eigenlijke draagtijd waardoor deze met 8-10 weken voor zo'n groot dier heel kort is.
In december of januari brengt zij in haar overwinteringshol de jongen ter wereld.
Meestal worden 2 of 3 jongen geboren.
Ze wegen ongeveer 1 pond, zijn naakt, blind en tandeloos.
De berin zoogt dan haar jongen ongeveer gedurende anderhalf jaar.
Bij jonge dieren is dikwijls een soort halsband van witte haren te zien, die later weer verbleekt.
|