bel20-aex 15/10/2012
|
Slotkoers Bel20 15 oktober 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 15 oktober 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
bel20-aex 15/10/2012|
Slotkoers Bel20 15 oktober 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 15 oktober 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruinbehaard gordeldier
![]() |
| B b B b 18 u 31 | |
| Bruinbehaard gordeldier | |
|
Het bruinbehaard gordeldier of behaarde gordeldier (Chaetophractus villosus) behoort evenals de negenbandgordeldier tot de familie van Gordeldieren, maar tot de onderfamilie van Chlamyphorinae. Voor het eerst beschreven door Desmarest in 1804. Bruinbehaarde gordeldieren komen voor in het zuiden van Zuid-Amerika, met name in Argentinië, Bolivia en Paraguay. Engels : Big hairy armadillo, Large hairy armadilloDuits : Braunborsten-Gürteltier Frans : Le Grand tatou velu |
|
Bruinbehaard gordeldier auteur : op www.todomardeajo.com.ar |
|
|
Het is een voldongen graver en brengt het grootste deel van zijn tijd onder de grond. Het gordeldier kan gebruik maken van speciaal ontwikkelde membranen in de neus om zuurstof uit de omringende gronddeeltjes te halen, zonder de bodem zelf te inhaleren. Armadillos zijn beschermd tegen roofdieren door een reeks dunne beenplaten langs de kop en rug. Ze zijn geslachtsrijp op ongeveer 9 maanden en zijn re voor gekend om meer dan 30 jaar in gevangenschap te leven. Momenteel zijn er geen beschermende praktijken voor het gordeldier, maar wel leven ze in vele beschermde gebieden. Het leeft van zeeniveau tot een hoogte van maximaal 1.300 meter. |
|
Chaetophractus villosus auteur : Dahms Tierleben op www.dahmstierleben.de |
|
|
De beschermende beenplaten kunnen het individu een redelijke mate van bescherming bieden tegen zijn natuurlijke vijanden. |
|
Bruinbehaard gordeldier auteur : © Ignacio Hernández op www.imagenesdelviento.com |
|
|
Het zijn uitstekende lopers, die zich relatief snel kunnen verplaatsen. Ze hebben de neiging om hun hol in de zijkant van een heuvel te graven in plaats van op een vlakke ondergrond. Ze zijn goed aangepast aan dorre woestijngebieden. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
Bruinbandspanner
![]() |
| B b B b 18 u 30 | |
| Bruinbandspanner | |
|
De bruinbandspanner (Scotopteryx chenopodiata) is een nachtvlinder uit de familie van de spanners. Het imago kan verward worden met de malvabandspanner en de bruine snuituil. Voor het eerst beschreven door Linnaeus in 1758 Engels : Shaded Broad-barDuits : Braunbinden-Wellenstriemenspanner Frans : la Phalène de l ansérine , la Chénopodie Oude Nederlandse naam : gestreepte spanner |
|
Bruinbandspanner auteur : Fvlamoen CC 3.0 |
|
|
In Nederland en België is de bruinbandspanner niet zo gewoon. De vliegtijd is van juni-eind augustus in één generatie. |
|
Scotopteryx chenopodiata auteur : James Lindsey at Ecology of Commanster CC 3.0 |
|
|
Voorvleugellengte: 16-19 mm. De malvabandspanner (Larentia clavaria) is groter, fijn bespikkeld en de binnenrand van de middenband is getand of voorzien van twee duidelijke inkepingen; ook heeft de malvabandspanner witachtige randen langs de dwarslijnen en een zwakke zigzaggende golflijn. |
|
Rups van de bruinbandspanner auteur : © Samuel Ducept op www.6pattes.fr |
|
|
De levenscyclus verloopt als volgt : Zijn habitat zijn open grazige plaatsen, waaronder graslanden, heiden, brede bospaden, struwelen, ruige bermen en duinen, soms tuinen in de omgeving van deze biotopen. De waardplanten zijn diverse grassen, wikke en klaver. Scotopterix : skotos = duisternis en pteron = vleugel; wijzend op de donkere tekening op de vleugels van een aantal soorten, vooral de mediane band. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet - tinternet |
bel20-aex 12/10/2012|
Slotkoers Bel20 12 oktober 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 12 oktober 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruinbandroodknie-vogelspin
![]() |
| B b B b 18 u 29 | |
| Bruinbandroodknievogelspin | |
|
De bruinbandroodknievogelspin (Brachypelma annitha) is een bodembewonende spin uit de familie vogelspinnen (Theraphosidae). Een andere naam voor deze soort is Amazone roodpootvogelspin. Voor het eerst beschreven door Tesmoingt, Cleton & Verdes in 1997 Engels : Brachypelma annitha, Mexican Giant Red knee TarantulaDuits : Brachypelma annitha Frans : Brachypelma annitha |
|
Bruinbandroodknievogelspin auteur : Petr Lukšík op www.biolib.cz |
|
|
De bruinbandroodknievogelspin onderscheidt zich van de Mexicaanse roodknievogelspin door de bruine band aan de rand van de carapax en een rodere kleur op de poten. De meeste volwassen spinnen hebben ook een duidelijk zichtbare zwarte driehoek op het kopborststuk. |
|
Brachypelma annitha foto: ©Mike Basic Tarantula op www.mikebasictarantula.com |
|
|
De bruinbandroodknievogelspin is endemisch in Mexico. Ze houdt van een temperatuur die betrekkelijk hoog ligt voor vogelspinnen uit het geslacht Brachypelma, namelijk 28 à 32 graden. |
|
Bruinbandroodknievogelspin auteur : mascot op atshq.org |
|
|
Deze spin is niet agressief, maar wel prikkelbaarder dan de Mexicaanse roodknievogelspin. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
bel20-aex 11/10/2012|
Slotkoers Bel20 11 oktober 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 11 oktober 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruinbandbladroller
![]() |
| B b B b 18 u 28 | |
| Bruinbandbladroller | |
|
De bruinbandbladroller (Argyrotaenia ljungiana) is een nachtvlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers. Voor het eerst beschreven door Thunberg (Zweeds Natuurkundige) in 1797 Engels : Grape tortrixDuits : Kiefernsämlingswickler Frans : La petite tordeuse de la grappe |
|
Bruinbandbladroller auteur : Keith Edkins CC 3.0 |
|
|
De spanwijdte van de vlinder bedraagt tussen de 12 en 16 millimeter. De bruinbandbladroller heeft onder andere hei, struikhei, gagel en bosbes als waardplanten, maar is ook aangetroffen op wijnstokken en gekweekte appel. |
|
Argyrotaenia ljungiana foto: H. Bouter op www.microlepidoptera.nl |
|
|
De bruinbandbladroller is in Nederland en in België een algemene soort, die verspreid over het hele gebied kan worden gezien. De soort vliegt van april tot augustus in twee of drie generaties, afhankelijk van de breedtegraad en de hoogte. |
|
Rups van de bruinbandbladroller auteur : © Brian Goodey op www.entomologiitaliani.net |
|
|
De rups leeft in juni, juli en augustus op vele lage planten, soms ook op naaldbomen. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
Bruinbandbamboehaai
![]() |
| B b B b 18 u 27 | |
| Bruinbandbamboehaai | |
|
De bruinbandbamboehaai (chiloscyllium punctatum) is een bamboehaai uit de familie van epaulethaaien en bamboehaaien (Hemiscylliidae). Voor het eerst beschreven door Müller & Henle in 1838. De bruinbandbamboehaai leeft in het oosten van de Indische Oceaan (in de buurt van India en Sri Lanka) en voor de kusten van Zuidoost-Azië en de noordkust van Australië. Duits : Braungebänderter Bambushai Frans : Le Requin-chabot bambou |
|
Juveniele bruinbandbamboehaai auteur : © Rokus Groeneveld op www.diverosa.com |
|
|
Deze tropische soort komt voor in de Westelijke Indische Oceaan en kan een lengte kan bereiken tot 105 cm groot en een gewicht tot 15 kg. Ze voeden zich voornamelijk met garnalen, inktvissen en kleine vissoorten. |
|
chiloscyllium punctatum auteur : ©David Harasti op www.scuba-equipment-usa.com |
|
|
Na de bevruchting werpen ze twee keer een ei dat ze vastmaken aan steen of koraal. |
|
volwassen bruinbandbamboehaai auteur : Zul M Rosle CC 2.0 |
|
|
De soort wordt voornamelijk bedreigd door visvangst (zowel ambachtelijk als commercieel) voor consumptie. Wordt ook gevangen als aquariumvis, deze zal volop kweken in gevangenschap. De soort is vooral beschermd aan de oostkust van Australië (Great Barrier Reef Marine Park) en het Moreton Bay Marine Park. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
bel20-aex 10/10/2012|
Slotkoers Bel20 10 oktober 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 10 oktober 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruin zandoogje
![]() |
| B b B b 18 u 26 | |
| Bruin zandoogje | |
|
Het bruin zandoogje (Maniola jurtina; Epinephele jurtina; Epinephele, Satyrus janira) is een dagvlinder uit de subfamilie Satyrinae, de zandoogjes en erebia's. Voor het eerst beschreven door Linnaeus in 1758. Het bruin zandoogje komt voor in het West-Palearctisch gebied. Duits : Grosses Ochsenauge Frans : Le Myrtil |
|
Bruin zandoogje (mannetje) auteur : Danny Steaven CC 3.0 |
|
|
Voorvleugellengte: 21-28 mm. |
|
Maniola jurtina (vrouwtje) auteur : Massimo Finizio CC 2.0 Italy |
|
|
In Nederland is het verspreidingsgebied de afgelopen eeuw nauwelijks gewijzigd. |
|
Rups van het bruin zandoogje auteur : Gilles San Martin CC 2.0 |
|
|
De levenscyclus verloopt als volgt : Zijn habitat zijn vooral ruigere graslanden en ruigten met structuren in het landschap zoals houtwallen, hagen, bermen of slootkanten, ook landbouwgebieden, stedelijk groen en braakliggende terreinen. De waardplanten zijn diverse grassen, waaronder grote vossenstaart, gewoon reukgras, kropaar, ruwe smele, kweek, rood zwenkgras en engels raaigras. Maniola : maniola is een verkleinwoord van Mania of Manes, de zielen van de verlatenen. Schrank wil aangeven dat ook deze plezierig aandoende vlindersoort zijn schaduwzijde heeft en beschouwt ze als bewoners van verborgen krochten in tegenstelling tot de vlinders van het Pierisgeslacht, die wit zijn en in plezieriger omstandigheden thuishoren. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet - tinternet |
bel20-aex 09/10/2012|
Slotkoers Bel20 9 oktober 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 9 oktober 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruin spieshert
![]() |
| B b B b 18 u 25 | |
| Bruin spieshert | |
|
Het bruin spieshert (Mazama rufina) is een zoogdier uit de familie van de hertachtigen (Cervidae). De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd door Pucheran in 1851. Engels : Little Red Brocket, Ecuador Red BrocketDuits : Mazama rufina Frans : Mazama rufina |
|
Bruin spieshert auteur : T-34-85 CC0 1.0 |
|
|
De soort komt voor in Ecuador, Peru en Colombia. Het is één van de kleinste spiesherten. |
|
afbeelding A - Mazama rufina(ree) foto credit : Walter La Torre afbeelding B - Mazama rufina(jonge bok) foto credit : Javier Barrio |
|
|
Ze leven er op een hoogte tussen de 1.400m en de 3.600m. Er is maar weinig geweten over deze diersoort. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
bel20-aex 08/10/2012|
Slotkoers Bel20 8 oktober 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 8 oktober 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruin spannertje
![]() |
| B b B b 18 u 24 | |
| Bruin spannertje | |
|
Het bruin spannertje (Minoa murinata) is een nachtvlinder uit de familie van de spanners, de Geometridae. Voor het eerst beschreven door Scopoli in 1763. De soort komt verspreid over Zuid- en Centraal-Europa, Klein-Azië, de Kaukasus en bergen van Centraal-Azië voor. Engels : Drab LooperDuits : Wolfsmilchspanner Frans : la Souris , la Phalène de l'euphorbe |
|
Bruin spannertje auteur : Siga CC 3.0 |
|
|
Voorvleugellengte: 9-11 mm. |
|
Minoa murinata auteur : ©Philippe Mothiron op www.lepinet.fr |
|
|
Het is in Nederland een zeer zeldzame soort die slechts af en toe wordt waargenomen in de zuidelijke helft van het land, vooral in Limburg. |
|
Bruin spannertje auteur : Siga CC 3.0 |
|
|
De levenscyclus verloopt als volgt : Zijn habitat zijn zonnige open bossen met voldoende beschaduwde plekjes en bosranden. De waardplant is de cipreswolfsmelk. Minoa : minous = Kretenzisch; geen enthomologische betekenis. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
Bruin schavertje
![]() |
| B b B b 18 u 23 | |
| Bruin schavertje | |
|
Het bruin schavertje (Omocestus haemorrhoidalis) is een rechtvleugelig insect uit de familie veldsprinkhanen (Acrididae). Voor het eerst beschreven door Charpentier in 1825. Het bruin schavertje komt voor in zuidelijk en oostelijk Europa, in België alleen in het uiterst zuidoostelijke deel in Belgisch-Lotharingen. Duits : Rotleibiger Grashüpfer Frans : Criquet rouge-queue |
|
Bruin schavertje auteur : Fritz Geller-Grimm CC 3.0 |
|
|
De kleur is meestal bruin en zelden groen, de bovenzijde van het achterlijf is meestal rood gekleurd. Mannetjes bereiken een lengte van 11 tot 14 millimeter, de vrouwtjes zijn 15 tot 20 mm lang. |
|
Omocestus haemorrhoidalis (vrouwtje) auteur : Gilles San Martin CC 2.0 |
|
|
De sterk naar binnen geknikte kielen van het halsschild zijn een belangrijk determinatiekenmerk. |
|
Bruin schavertje (mannetje) auteur : Gilles San Martin CC 2.0 |
|
|
Het bruin schavertje is als volwassen insect te zien van juli tot september en is vooral actief tussen negen uur in de ochtend tot zeven uur in de avond. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
Bruin lieveheersbeestje
![]() |
| B b B b 18 u 22 | |
| Bruin lieveheersbeestje | |
|
Het bruin lieveheersbeestje (Aphidecta obliterata) is een kever uit de familie van de lieveheersbeestjes (Coccinellidae). Voor het eerst beschreven door Linnaeus in 1758. De soort komt verspreid over Europa en het Nabije Oosten voor. Engels : Larch ladybirdDuits : Nadelbaum-Marienkäfer, Berg-Marienkäfer Frans : Coccinelle brune, Coccinelle de l'épicéa |
|
Bruin lieveheersbeestje auteur : Kulac CC 3.0 |
|
|
De soort heeft geen stippen en is lichtbruin gekleurd, maar er komt ook een donkere vorm voor. |
|
buikzijde van de Aphidecta obliterata auteur : Denis Bourgeois © denbourge.free.fr |
|
|
Het diertje heeft een voorkeur voor naaldbossen, vooral met sparren en in mindere mate met pijnbomen, en leeft van bladluizen van het geslacht Adelges. In Nederland en België is de soort vrij algemeen binnen het biotoop. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
Bruin dikkopje
![]() |
| B b B b 18 u 21 | |
| Bruin dikkopje | |
|
Het bruin dikkopje (Erynnis tages) is een dagvlinder uit de familie Hesperiidae, de dikkopjes. Voor het eerst beschreven door Linnaeus in 1758. Het bruin dikkopje komt voor van Ierland tot China en van Midden-Scandinavië en Schotland tot Spanje en Italië. Duits : Dunkler Dickkopffalter, Kronwicken-Dickkopffalter Frans : Le Point de Hongrie Oude Nederlandse naam : donker dikkopje |
|
Bruin dikkopje auteur : Olaf Leillinger CC 3.0 |
|
|
Een uiterst zeldzame standvlinder die in ons land zeer sterk achteruit is gegaan. Voorvleugellengte: circa 13 mm. Een gelijkende soort is het kaasjeskruiddikkopje. |
|
Erynnis tages foto : Thomas Gyselinck op nete-aa.waarnemingen.be © Waarnemingen.be |
|
|
De soort staat op de Waalse Rode Lijst en in Duitsland staat hij in de categorie bijna bedreigd. Vliegtijd en gedrag : |
|
Rups van het bruin dikkopje auteur : © Reg Fry op www.ukbutterflies.co.uk |
|
|
De levenscyclus verloopt als volgt : Het bruin dikkopje kan zowel in droge als vochtige graslanden leven, als de vegetatie maar laag en open is. De waardplanten zijn gewone rolklaver, soms bont kroonkruid of moerasrolklaver. Erynnis : de Erynyes (Erynnes) of Furies die boosdoeners kwelden door ze telkens te achtervolgen. Deze naam verwijst naar het rusteloos vliegen van de vlinders alsof ze permanent worden opgejaagd door goddelijke wrekers. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet - tinternet |
Bruin boshoen
![]() |
| B b B b 18 u 20 | |
| Bruin boshoen | |
|
De Bruin boshoen (Megapodius bernsteinii) is een vogel uit de familie grootpoothoenders (Megapodiidae). Voor het eerst beschreven door Schlegel in 1866. Engels : Sula Scrubfowl, Sula Megapode, Sula Scrub Fowl, Sula Scrub HenDuits : Sulahuhn Frans : Le Mégapode de Bernstein, Mégapode des Sula |
|
Bruin boshoen auteur : © Leif Gabrielsen op ciblekmania.blogspot.be |
|
|
De soort komt voor op de Banggai en de Soela-eilanden van Indonesië. Naar schatting bevinden er zich nog tussen de 15.000 en de 30.000 exemplaren op deze eilanden. |
|
Megapodius bernsteinii auteur : © Chris Gooddie op orientalbirdimages.org |
|
|
Op de rode lijst van de IUCN heeft de soort de status gevoelig. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
bel20-aex 05/10/2012|
Slotkoers Bel20 5 oktober 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 5 oktober 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruin blauwtje
![]() |
| B b B b 18 u 19 | |
| Bruin blauwtje | |
|
Het bruin blauwtje (Aricia agestis, voorheen Plebeius agestis) is een dagvlinder uit de familie Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes. Voor het eerst beschreven door Denis & Schiffermüller in 1775. Engels : Brown ArgusDuits : Dunkelbrauner Bläuling, Kleiner Sonnenröschen-Bläuling Frans : l'Argus Brun Oude Nederlandse naam : donkerbruin blauwtje |
|
Bruin blauwtje auteur : © Joost Uittenbogaard op www.vlindernet.nl |
|
|
Het bruin blauwtje komt algemeen voor in Centraal- en Zuid-Europa, op warme graslanden, heiden en duinen. Voorvleugellengte: circa 13 mm. Er is gemakkelijk verwarring mogelijk met het vrouwtje van het icarusblauwtje, dat ook bruine vleugels heeft. |
|
Aricia agestis auteur : Svdmolen CC 3.0 |
|
|
Het bruin blauwtje profiteert van de opwarming van de aarde en doet dit niet onopgemerkt. Vliegtijd en gedrag : |
|
Rups van het bruin blauwtje auteur : © Jack Pouw op www.vlindernet.nl |
|
|
De levenscyclus verloopt als volgt : Zijn habitat zijn droge, zandige, open, kruidenrijke en schrale graslanden en kalkgraslanden. De waardplanten zijn diverse soorten ooievaarsbek, met name kleine ooievaarsbek en gewone reigersbek. agestis: de oorsprong van agestis is onduidelijk. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet - tinternet |