Bruinbehaard gordeldier

![]() |
| B b B b 18 u 31 | |
| Bruinbehaard gordeldier | |
|
Het bruinbehaard gordeldier of behaarde gordeldier (Chaetophractus villosus) behoort evenals de negenbandgordeldier tot de familie van Gordeldieren, maar tot de onderfamilie van Chlamyphorinae. Voor het eerst beschreven door Desmarest in 1804. Bruinbehaarde gordeldieren komen voor in het zuiden van Zuid-Amerika, met name in Argentinië, Bolivia en Paraguay. Engels : Big hairy armadillo, Large hairy armadilloDuits : Braunborsten-Gürteltier Frans : Le Grand tatou velu |
|
Bruinbehaard gordeldier auteur : op www.todomardeajo.com.ar |
|
|
Het is een voldongen graver en brengt het grootste deel van zijn tijd onder de grond. Het gordeldier kan gebruik maken van speciaal ontwikkelde membranen in de neus om zuurstof uit de omringende gronddeeltjes te halen, zonder de bodem zelf te inhaleren. Armadillos zijn beschermd tegen roofdieren door een reeks dunne beenplaten langs de kop en rug. Ze zijn geslachtsrijp op ongeveer 9 maanden en zijn re voor gekend om meer dan 30 jaar in gevangenschap te leven. Momenteel zijn er geen beschermende praktijken voor het gordeldier, maar wel leven ze in vele beschermde gebieden. Het leeft van zeeniveau tot een hoogte van maximaal 1.300 meter. |
|
Chaetophractus villosus auteur : Dahms Tierleben op www.dahmstierleben.de |
|
|
De beschermende beenplaten kunnen het individu een redelijke mate van bescherming bieden tegen zijn natuurlijke vijanden. |
|
Bruinbehaard gordeldier auteur : © Ignacio Hernández op www.imagenesdelviento.com |
|
|
Het zijn uitstekende lopers, die zich relatief snel kunnen verplaatsen. Ze hebben de neiging om hun hol in de zijkant van een heuvel te graven in plaats van op een vlakke ondergrond. Ze zijn goed aangepast aan dorre woestijngebieden. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
Petr Lukšík op www.biolib.cz
