Bruine breedvleugeluil

![]() |
| B b B b 18 u 43 | |
| Bruine breedvleugeluil | |
|
De bruine breedvleugeluil (Diarsia brunnea) is een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae. Voor het eerst beschreven door Denis & Schiffermüller in 1775. Gelijkende soorten zijn de variabele breedvleugeluil (D. mendica), de moerasbreedvleugeluil (D. dahlii), de moerasheide-aarduil (Protolampra sobrina), de hoogveenaarduil (Coenophila subrosea) en de ruituil (Xestia stigmatica). Engels : Purple ClayDuits : Braune Erdeule Frans : le Point noir, la Noctulelle brune |
|
Bruine breedvleugeluil auteur : Dumi CC 3.0 |
|
|
De soort komt verspreid over het noorden van het Palearctisch gebied voor. De bruine breedvleugeluil is in Nederland een algemene en in België een vrij algemene soort. Zijn habitat zijn loofbossen en met bomen begroeide heiden. |
|
Diarsia brunnea auteur : Ernest van Asseldonk CC 3.0 |
|
|
De voorvleugellengte bedraagt tussen de 16 en 20 millimeter. De voorvleugel is breed en vergeleken met andere Diarsia-soorten meestal vrij effen getekend. |
|
Rups van de bruine breedvleugeluil foto ; © Tymo Muus op www.vlindernet.nl |
|
|
De waardplanten zijn vóór de overwintering vooral kruidachtige planten, waaronder vingerhoedskruid en helmkruid; daarna ook houtige planten en loofbomen zoals bosbes, struikhei, wilg, braam en berk. De vliegtijd is van half mei-eind augustus in één generatie. Rups: augustus-mei. Diarsia : diarsis = een opstanding. De betekenis daarvan is niet duidelijk. Hübner geeft geen uitleg. Er zou een verband mogelijk zijn met een haarpluimpje op het anale deel van het mannetje en dat zou soms rechtop komen te staan. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet - tinternet |
