Naar de inhoud

Verder dan Rome loopt de weg.

Ervaringen van een pelgrim.
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 1 september 2008 tot 30 september 2008

WK VARESE 2008

TELEVISIE EN INTERNET.

Er worden vandaag geen  1.500.000 toeschouwers verwacht zoals in 1951. Ook de meeste tifosi volgen nu de koers in de huiskamer. Maar in 2008 zijn er wereldwijd vele miljoenen die met interesse zullen kijken naar de strijd om de regenboogtrui.Varese, de hoofdstad van Lombardije, ligt boven Milaan in die prachtige streek van de meren : Lago Maggiore, Meer van Como en Meer  van Lugano. Wielrennen is er belangrijk, kent er een rijke traditie. Vele goede beroepsrenners kwamen uit deze sportieve stad : Remo Bertoni, Gabriele Colombo,Francesco Frattini, Stefano Garzelli, Danielle Nadello, Andrea Perron, Mauro Santoromita, Stefano Zanini, ... . 
De koers loopt over 15 ronden van 17,350 km , zijnde 260,250km in totaal.
Start om 10u30 . Er zijn in iedere ronde twee hellingen , de Mortello (1,150 km) en de Rochi (3,130 km).
Zoals bepaald door het UCI reglement mogen 10 landen 9 renners afvaardigen, 10 landen 6 renners, 20 landen 3 renners, en de overige landen 1 renner.  Dit volgens een puntenklassement over de resultaten van het voorbije jaar.  Er worden 210 renners uit 46 landen aan de start verwacht.
Naar wie gaat de overwinning ?

Zal Bettini voor de derde maal op een rij winnen en dan langs de grote poort zijn sport verlaten ? Of zien we Davide Rebellin zijn prachtige loopbaan eindigen in wereldtrui ?
Volgens mij zal Oscar Freire zegevieren. Hij woont trouwens in de buurt.
Maar een andere grote uit Spanje zal misschien de verwachtingen in hem waar maken : Valverde.
Om mijn favorieten tot een half dozijn te beperken, zet ik er nog Robbie McEwen bij (met Australiërs weet je nooit...) en Ballan een plaatselijke kampioen die in ééndagkoersen sterk kan uitpakken.
Ik zie voor de Belgen geen wereldkampioenschap met veel succes.

(zondagavond) UITSLAG:
1.Alessandro BALLAN, 2.Damiano CUNEGO, 3.Matti BRESCHEL, 4. Davide REBELLIN

123968-e0b6ffe71fd9d0abbfb192b189dc748d.jpg

123968-77133cab0243ddc7f1d442bc925c0e1a.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Papoum om 19:16 1 reactie Reageer op dit bericht

WK VARESE 1939 en 1951 .

HET WERELDKAMPIOENSCHAP DAT NIET WERD BETWIST.

Op dinsdag 29 augustus 1939 besloot de UCI van de datum van de wegwedstrijd voor de regenboogtrui te verleggen naar een latere datum op de eerste zondag van october.De internationale spanning was te sterk in Europa. Een oorlog tussen Frankrijk en Duitsland werd gevreesd. Een algemene mobilisatie eiste dat alle renners in hun eigen vaderland verbleven in die sombere tijd. Vandaag weten wij dat het inderdaad een goede beslissing was, want het werd toen oorlog.
Ten noorden van Varese over een afstand va 36,2 km was er een omloop uitgestippeld, de bekende Omloop van de Drie Valleien , en na 6 ronden zou een totaal van 217,2 km genoeg zijn om een waardige nieuwe wereldkampioen op de weg te kronen.  Er waren 10 landenploegen van 4 renners, alsook 2 Portugezen, 1 Amerikaan en 1 Engelsman. Een deelnemersveld met 44 beroepsrenners is minder dan vandaag maar de kwaliteit van de deelnemers was toch groot vermits Duitsland,België,Spanje,Frankrijk, Nederland,Italië, Luxemburg,Polen, Roemenië, en Zwitserland, hun sterkste viertal van het seizoen 1939 hadden geselecteerd. De meeste van de deelnemers van toen verloren tijdens WO II allen de mogelijkheid om grotere wielerkampioenen te worden die tot vandaag beroemd zijn, hun sportieve loopbaan werd door de oorlog verbrijzeld. Ik wil toch hier een groot aantal schone namen vermelden van deze mannen
Erich Bautz, Georg Umbenbauer, Hermann Schild, Albertin Disseaux,Marcel Kint,Albert Ritserveldt,Cyrille Van Overberghe,Mariano Canardo,Julian Berendero, Maurice Archambaud,Georges Speicher,Gerrit Schulte, Jan Lambrichs,Gino Bartali, Olympio Bizzi,Giordano Cottur,Mario Vicini,Leo Amberg, Paul Egli,Karl Litschi, Joseph Magnani, Matthias Clemens.
Door deze annulatie zou ' De Zwarte Arend' , onze landgenoot Marcel Kint, tot in 1946 wereldkampioen blijven, vermits hij in 1938 de titel veroverde te Valkenburg. Foto's van Kint,Berrendero,Bartali.


In de tijd van de superkampioenen.

Een angstaanjagend programma van 295 km over 36 hellingen wachtte op de 45 deelnemers uit 9 landen op 2 september 1951. Op het laatste moment vervangt Pasotti de grote Coppi (ziek) en na ruzie bij de Zwitsers komt ook Fritz Schaer aan de start.De oude campionissimo Bartali is de enige die ook in 1939 op de deelnemerslijst heeft gestaan.Maar indrukwekkend zijn de namen van de volgende starters : Rik Van Steenbergen, Germain DeRijcke, Briek Schotte,Louison Bobet,Raphael Geminiani,Wim Van Est, Wout Wagtmans,Gerrit Voorting, Henk Faanhof, Antonio Bevilacqua, Fiorenzo Magni,Giuseppe Minardi, Bim Diederich,Willy Kemp,Jean Kirchen,Emilio Croci-Torti, Hugo Koblet, Ferdi Kubler, Gottfried Weilenmann, Heinz Muller, Lode Anthonis, Jos DeFeyter en Kwik Van Kerckhove.
Een kopgroep blijft voorop na een lange ontsnapping. Fiorenzo Magni , ' De Leeuw Van Vlaanderen', is de enige die 5'40" kan goedmaken tijdens een achtervolging van 50 km. Ook Bartali naderde sterk in de finale, maar hij kwam te laat. Ferdi Kubler, de Arend van Adliswill, overwint de verzamelde krachten van Magni, Minardi, en Bevilacqua.  Hij levert zijn grootste prestatie en wint de spurt met twee lengten waardoor hij voor eeuwig het hart van de sportlui verovert. Ferdi Kubler, de Sportman van de Eeuw  in Zwitserland, leeft in 2008 nog steeds, zoals ook Magni, Diederich, en Geminiani , mannen die de wielersport zeer groot maakten.
Uitslag: (gemiddelde snelheid 34,834 km)
1. Ferdi Kubler in 8u 28'28"
2. Fiorenzo Magni
3. Antonio Bevilacqua
4. Jos De Feyter
5. Gerrit Voorting
6. Heinz Schwarzer
7. Wout Wagtmans
8. Giuseppe Minardi
9. Gino Bartali   op  1'05"
10. Hans Dekkers op 1'35"
11. Bim Diederich  op 1'47"
12. Kwik Van Kerchhove op 5'00"
13. Germain De Rijcke op 6'17"
14. Louison Bobet
15. Gottfried Weilenmann
en het overblijvend peleton met Pasotti, Van Est, Van Steenbergen,Kemp,Schotte,Schaer,Kirchen, De Santi, Rossi.

123557-48ba697f899a409ca8729f86b76fd45d.jpg 123557-711db856c22f7a82cc76befe81e242e4.jpg

123557-2f904e5a5fe98d0c6900e167c1f8aeb6.jpg

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Papoum om 00:00 Reageer op dit bericht

Wereldbeker Tafeltennis.

Samenstelling van de reeksen:
A. 
Wang Hao (China),Chuan Chih Yun (Taiwan),Werner Schlager (Oostenrijk)Peter-Paul Pradeeban (Canada)
B
Ma Long (China), Joo Se Hyuk (Zuid-Korea), Michael Maze (Denemarken),Trent Carter (Australia)
C.
Timo Boll (Duitsland) , Gao Ning (Singapore), Kalinikos Kreanga (Griekenland),Segun Toriola (Nigeria)
D.
Ryu Seung Min (Zuid-Korea),Li Ching (Hong Kong), Dimitri Ovtcharov (Duitsland) Jean-Michel Saive (België).

In een eerste ronde speelt elke deelnemer drie wedstrijden.  Nadien volgt een klassement van iedere reeks. Daarna komt een tabel van acht met rechtstreekse uitschakeling.  De winnaar van deze 29 ste Wereldbeker zal dus zes matchen op een rij winnen, of uitzonderlijk toch vijf indien hij in eerste ronde gewild of ongewild een misstap doet. Twaalf van deze tafeltennissers staan op de huidige wereldranglijst hoger dan Jean-Michel Saive ( 35). De Deen Maze (23) mocht als invaller de Braziliaan Thiago Monteiro vervangen , want vorige zondag op de Ramadam Spelen van Abu Dabi geraakte deze geblesseerd. Dit verhoogde nog de totale waarde van het deelnemersveld .

Dit opmerkelijk sportief gebeuren in de Provincie Luik wordt ingericht
door SPRL PHILIPPE SAIVE MANAGEMENT in de Country Hall ETHIAS op Sart Tilman , 13; Allée du Bol d'Air -  4031 ANGLEUR.

122166-635cdf4278437081e1d781e22eb32612.jpg   122166-7f843e2e60ea2618d2d9a4b7dfc510ca.jpg  122166-8c86c2fcbb66714b72b5b15de7384ffb.jpg



122166-ffdabd17487b4c06656f2f54e89c1573.jpg 122166-76eec72ba5ba6d978b0f2d1b7141e7cc.jpg 122166-5c579b05bd70756749d968a5f3ec5498.jpg





Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Papoum om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Zij stierf vijf jaar geleden op 8 september.

Een merkwaardige vrouw.
Leni Riefenstahl

http://www.leni-riefenstahl.de

 

Helena Berta Amalie Riefenstahl ( ° 22/8/1901  / + 8/9/2003)) .

Over deze grote  dame werd  zeer veel geschreven.  Hier volgen maar enkele zinnetjes, sprokkelingen uit het grote internetbos . Maar zij was toch een vrouw van  beelden die films en  foto’s  heeft gemaakt die zoveel  meer zeggen dan duizend woorden. 

 

 

Ik ben de oudste zoon van Olympia.

 

Na het zien van de film van Leni Riefenstahl  in 1938 kreeg Theo Journée in zijn hoofd een idee dat wel zwaar zou wegen op zijn nazaten : hij wilde en zou een zwembad bouwen om de jeugd en ook de ouderen van zijn dorp Walshoutem  te leren zwemmen in fris, gezond en proper  water .

 

Meer hier over later op deze blog.   Dat zwembad zou Olympia heten en aan de ingang wapperde de vlag met de Olympische ringen en ook was op een groot bord  :

 

 

                O L Y M P I A   B A D

           schenkt  levensvreugde

       doch  eist  strenge  zedigheid

 

 

Zie  Olympia Diving Sequence :

 

http://www.encyclopedia.com/doc/1E1-RiefenstlL.html

 

of ook

http://nl.youtube.com/watch?v=KwmYFz01MxA

of

http://www.oculture.com/2008/08/leni_riefenstahls_olympia_diving_at_the_36_games.html

Leni Riefenstahl werd in de filmwereld bekend door haar vernieuwende vormen: de Olympische duikers werden gefilmd zonder vaste objecten (zoals de duikplank) in beeld.     De kijker, die indertijd nog niet gewoon was aan dergelijk cameragebruik, zag een compleet andere, vrije kijk op de wereld. Olympia is verder opvallend door de technische perfectie: geavanceerd camerawerk, verrassende suggestieve montage, gebruik van slow-motion en actieve onderwaterfotografie. De bijzondere combinatie van beeld en muziek valt op en in het tweede deel wordt de esthetiek van de sportende mens benadrukt, o.a. in de sequens van het schoonspringen voor heren.

De faam van de Duitse filmmaker Riefenstahl, maandag op 101-jarige leeftijd overleden, is onlosmakelijk verbonden aan de nazi-geschiedenis. Haar belangrijkste films - Triumph des Willens en Olympia - maakte Riefenstahl in opdracht van de nazi's. Ze was door Adolf Hitler zelf uitgenodigd de glorie van het nieuwe Duitsland te bezingen, en dat deed ze zonder enige terughoudendheid. Ze kon niet anders, zou Riefenstahl na de oorlog zeggen. Van excuses kon daarom, betoogde ze op haar honderdste verjaardag, geen sprake zijn. Ze was destijds jong, ambitieus, en ze kreeg de vrije hand. Wat wil een kunstenaar nog meer?

De geheime Hollandse liefde van Leni Riefenstahl .De beroemde en beruchte Duitse cineaste Leni Riefenstahl wordt 100 jaar en brengt op die gezegende leeftijd een documentaire uit die zich onderwater afspeelt. In de jaren dertig werd zij wereldberoemd door haar propagandafilms voor Nazi-Duitsland. Die films kenmerkten zich door baandoorbrekende camerastandpunten. Ze werd onlangs nog door de rechtbank berispt dat ze niet meer mocht zeggen dat ze niet wist dat zigeuners waren omgekomen in concentratiekampen. Wat onbekend is dat de beroemde Nederlandse schrijver A. den Doolaard Leni Riefenstahl op de Mont Blanc ontmoette. Wat speelde zich af tussen den Doolaard en Riefenstahl?  Leni Riefenstahl en A. den Doolaard op de Mont Blanc ? Uren van gedwongen niets doen in een berghut zijn goed voor de geest. A. den Doolaard,  is de aartsvader van de verslaggeving over adventure en outdoor. Maar het woord buitensport is eigenlijk toch beter. 

Danseres, actrice, bergbeklimster en filmregisseur – lange tijd wist Leni Riefenstahl (1902-2003) niet waarop ze haar nietsontziende ambitie moest richten.


Olympia bestaat uit twee delen: Fest der Völker en Fest der Schönheit. Samen is het een vier uur durende sportregistratie, zo kunstzinnig gefilmd en gemonteerd dat hij bij vlagen kijkt als een speelfilm. Die vier uur vallen nog mee in verhouding tot de hoeveelheid opgenomen materiaal. Leni Riefenstahl en dertig cameramannen volgden 134 Olympische sporten in Berlijn. Bovendien maakten ze niet alleen opnames tijdens de Spelen zelf, maar ook tijdens oefensessies. Zo wist Riefenstahl maar liefst 400 kilometer film te verzamelen. De montage kostte haar twee volle jaren. Maar toen Olympia in 1938 eindelijk uitkwam, was duidelijk dat deze film het wachten meer dan waard was geweest. Olympia won filmprijzen en geldt nog steeds als een van de beste films aller tijden. Maar ook als een van de meest omstreden. De film is een ‘Fest der Schönheit’, nog steeds een voorbeeld voor sportfilm en -televisie, maar hij is ook te zien als een verheerlijking van de ‘Körperkultur’, gemaakt door Hitlers favoriete filmmaakster. Riefenstahl heeft altijd volgehouden dat ze zich niet interesseerde voor de politiek , maar haar films pasten op zijn minst uitstekend in de propagandastrategie. Haar reputatie was na de oorlog dan ook geschaad. Dat neemt niet weg dat Olympia een belangrijke film is. Riefenstahl experimenteerde voor het eerst met nieuwe filmtechnieken. Zo liet ze gaten graven naast de atletiekbaan, net groot genoeg voor een cameraman om in te liggen, om de atleten van heel dicht bij van onder af te kunnen filmen. Ze hing een camera aan een grote luchtballon boven het stadion, om de mensenmassa van boven te kunnen filmen. Ze monteerde een camera op een soort katapult, die tegelijk met de sprinters wegschoot op een rails naast de baan. Ze filmde de schaduwen van de sporters in actie. En ze was de eerste die onder water filmde, bij het schoonspringen. In de montage nam ze de vrijheid van de kunstenaar. Ze mengde beelden van oefensessies met de echte Olympische wedstrijden, maakte ruim gebruik van vertraging, monteerde sportsequenties in omgekeerde volgorde als het zo uitkwam, en wist dit alles zodanig met muziek te combineren dat elke beweging een danspas werd. In 1993 keek Riefenstahl nog steeds uiterst tevreden terug op haar meesterwerk Olympia, en echt verzekerde zij :’ Hitler was er helemaal niet blij mee omdat zij die zwarte atleten  te goed in beeld had gebracht’.

Des splendides images qui retracent la carrière exceptionnelle d'une femme exceptionnelle et qui évoquent successivement sa vie de danseuse, d'actrice, de réalisatrice, de photographe et de plongeuse sous-marine. 

 

LENI  RIEFENSTAHL .

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Papoum om 15:54 Reageer op dit bericht

Mijn beginjaren in het wielertoerisme .

Mijn beginjaren als wielertoerist.

 

Jarenlang was ik een wielertoerist van de laagste categorie. Om mijn buurman  plezier te doen had ik een lidkaart genomen bij WTC Het Kleine Verzet.  Dit was een vereniging uit een klein dorp. Als we vandaag terugblikken op toen dan moeten we toegeven dat bij WTC  toch  veel wielertalent was. Zo was er Fred die tijdens een Tilff-Bastogne-Tilff een gebraden kip kon opeten en vijf  broodjes, tien bananen en vier bussen koffie. Zo was er Pol die toch vele voorname brevetten behaalde. Zo waren er  …  maar neen, ik ga die hele litanie sterrijders van toen hier niet opsommen ….  . Zij waren knap gekleed in gele truien met zwarte mouwen. Nooit heb ik trouwens een betere wielertrui gehad dan zo’n  oudmodische wollen trui met lange mouwen van die WTC .Er was dan de voorzitter die zelf nooit fietste maar die wel de koersfiets won die op een dag  werd afgeloot, vandaag is die man een V.I.P. op alle wielerkampioenschappen.Omdat ik toen zelf ook voorzitter was, niet van de wielertoeristenclub waarover ik het heb maar wel van de Toppers, de befaamde pingpongclub van toen, trad ik pas begin juni in actie op mijn tweewieler. Dan hadden die felle rijders van WTC Het Kleine Verzet  reeds vele ritten afgehandeld sedert het begin van de maand maart. De voorziene gemiddelde snelheid van  22,5 km per uur was voor hen veel te laag, terwijl dat voor mij toch een marteling betekende.In het puntenklassement van WTC  bengelde ik daarom ver achteraan. Voor iedere kilometer werd een punt gewonnen voor dat klassement .Al die kilometers moesten dan wel worden afgelegd tijdens de voorziene clubuitstap op zondag, ofwel  in proeven van de afdeling wielertoerisme van de  B.W.B. of  van een erkende buitenlandse bond. Drie soorten ritten waren er :  in groep onder leiding van wegkapiteins die scrupuleus de snelheid laag hielen en bepaalden waar en hoe lang mocht worden gestopt, individuele ritten met vrije start en vrije snelheid  waar stempels moesten worden verzameld op de controleposten , en  tenslotte de individuele permanente proeven. Deze laatste ritten genoten mijn voorkeur. Op voorhand moesten documenten worden gekocht aan de organisators, wielerclubs of wielerbonden, om deze permanente proeven op de voorgeschreven wijze maar ook op eigen tempo te kunnen voltooien. Als bankbediende moest ik vaak beroepshalve presteren buiten normale werktijd en dat stapelde overuren op die ik maar al te graag recupereerde tijdens weekdagen. Ik  mocht daarom vaak fietsen terwijl andere mannen werkten en zo werd de permanente proef een schoen naar mijn maat.

Bepaalde omstandigheden  dreven mij op een dag  tot ontslag in de tafeltennissport.  Toen bestelde ik een heel pak permanente proeven. Mijmerend over ‘de dingen des levens’ begon ik weldra vele kilometers af te malen, vele controlestempels te verzamelen, vele kaarten te verzenden. Ik was steeds administratief in orde voor mijn nieuwe hobby hetgeen voor mij gezien mijn beroep vlot en natuurlijk ging. In het clubklassement  had dat gevolgen. Na een eerste half seizoen als echte WTC-crack remonteerde ik velen om elfde te staan op de laatste dag van september, einde van deze competitie. Ik kreeg daarvoor veel felicitaties tijdens de laatste en feestelijke bijeenkomst van dat wielerseizoen omdat ik zoveel vorderingen had gemaakt, maar niemand van toen vermoedde dat ik nog veel meer in petto had.  Ik legde regelmatig de weg af naar mijn werk op de bank, waar ik een kleerkast had met een  kostuum, witte hemden, ‘marcellekens’, onderbroeken, handdoeken , washandjes, zeep, deodorant, kam, sokken en schoenen.  Zelfs op winterse dagen begon ik tientallen kilometers te oefenen, soms vroeg en soms laat. Weldra was er geen stukje weg meer in mijn streek waarover ik nog  niet had gefietst .  Maar ik was een felle pechvogel.  Steeds maar had ik platte banden of liever gezegd  platte tubes. Zelfs met een zeer dure  ‘increvable’ geraakte ik maar 80 km ver  en dan reed ik op een Limburgs fietspad in een stuk glas. Ik besloot daarom om over te schakelen andere wielen met Michelin en  binnenband. Dit maakte van mij een beter wielertoerist.Ik weet nog hoe de mensen mij bekeken toen ik vroeg op die ijskoude Nieuwjaarsdag van dat jaar reeds door de hoofdstraat van mijn woonplaats kwam gereden. Wat een zot  en  hij is ook gekleed  als een Siberische kozak !

Vaak vertrok ik immers in de ochtend fel gekleed in oude kledij .Ik reed tot als mijn vele zweet mijn lijf nat maakte. Dan stopte ik ergens aan een vuilbak om mijn overdadige kledij weg te gooien.  Enkele ogenblikken stond ik er nog in bloot bovenlijf om te verluchten en dan haalde ik uit mijn stuurtas verse droge kledij waarmee ik  mijn tocht voltooide. Op de eerste zondag van maart startte ik met de twintig rijders voor de eerste clubrit.  Ik reed vlot mee en  niemand vond het nog nodig om mij bergop wat in de rug te duwen of om mij tijdens de finale van de rit uit de wind te zetten. Allen deden grote ogen open  omwille van mijn metamorfose. Op die zondagmiddag was ik toch weer de laatste, maar dan wel om het clublokaal te verlaten na het drinken van vele pinten witbier. Maar tijdens de derde clubrit  haakten wij met drie in mekaar. Valpartij. Krom wiel, pijnlijke heup en elleboog. Twee weken zonder fiets en conditie terug op nul. Toen ik opnieuw begon, bezorgden velgen en spaken mij veel problemen. Met plaklint hechtte ik daarom steeds reserve spaken aan mijn fiets vast. Na wat oefening kon ik vlot een spaak in mijn wiel vervangen.
Op een dag aanvaarde ik een uitdaging. Ik kon met drie snelrijders mee naar Parijs-Roubaix voor wielertoeristen. Die mannen waren nieuwe leden . De topkampioenen van de club hadden tijdens voorgaande wielertoerjaren reeds de klassieker der kasseien op hun palmares staan, alsook hadden zij hiermee 255 punten veroverd voor het zo belangrijke clubklassement. Zij vonden het niet meer nodig om dit te herhalen. Hun roem was al voldoende groot. De ware reden was dat zij op dat ogenblik op een nieuwe Colnago reden  (waardoor ook hun geld op was) en zij hun schone fietsen niet durfden pijnigen op de vuile hellewegen richting Roubaix.

In het midden van de nacht stond ik tussen de ruim 5000 wielertoeristen die wilden starten  Na controle van onze kleine lichten mochten wij vertrekken.  In de zwarte duisternis verdwenen al vlug twee van ons met een sterk vorderend eerste koppeloton.  De derde tochtgenoot en ikzelf nestelden zich in een tragere groep. Wat een fantastische ervaring : met zovele pillichtjes wit en rood op weg naar Compiègne. Ik werd meegezogen door de anderen, maar in mij was er een grote onzekerheid : wanneer zou ik moeten lossen, want het was zo dat ik mezelf  toen maar bekwaam vond om 120 km te volgen terwijl Roubaix  nog veel verder lag. Aan de controlepost vonden we onze kameraden terug. Op ons wachten maakte hen zo zenuwachtig. Jaren later zou ik tussen pot en pint vernemen dat zij captagon pillen hadden geslikt, een pep gebruikt tijdens zesdaagsen op rollen.

Amper enkele minuutjes rust na 60 km in minder dan twee uren. Er was een verschrikkelijk kluwen om een stempel te krijgen. Even begint het te regenen en dan wat verder was alles weer droog.  Bij de eerste zonneschijn stop ik om te plassen  en mijn jasje uit te doen. Ik leg dit echter op een haag in plaats van het terug in mijn stuurtas te steken. Tijdens het doen van mijn behoefte zie ik dat de groep die ons volgde al direct daar is. Mijn plan was met deze naderende groep mijn kameraden terug in te halen.  Ik wip terug op mijn tweewieler. Drie km verder besef ik mijn nieuw regenjasje nog altijd op die haag ligt behalve dan indien iemand anders daar nog na mij is gestopt. Ik keer  terug. Vierduizend en zovelen  vlammen door naar het Noorden en  ik terug naar het Zuiden. Zoiets deed ook Abdel Kader Zaaf  in de Tour 1951. Mijn jasje wacht er nog , maar voor mij is de weg naar Roubaix langer geworden en ik heb twintig minuten achterstand . De uren gaan voorbij. Op de kasseistroken hoor ik de pechvogels vloeken. Ik stop en ga twee uren slapen ergens op een gazonnetje nadat ik al mijn eten heb binnengespeeld.Met groot mes rijd ik wel op ‘le haut du pavé’. Terwijl iedereen schijnt zwakker te worden, voel ik me redelijk goed. Op het uurwerk van een toren zie ik dat het bijna 19.00 u is , maar Roubaix  ligt voor mij. Eén na één rijden zwalpende late rijders de velodroom op.

Ik eindig met een sprint. Wat verder wacht mijn broer. ‘ Die fameuze kameraden van jou zijn al lang naar huis met de andere auto’ zegt hij mij  terwijl hij me een  doos A-melk  geeft.

 

Ik had een trapje hoger bereikt. Vanaf toen durfde ik dingen naar de titel van Kampioen van WTC Het Kleine Verzet.  Ik stippelde een krachtig gemengd programma uit met vele zwaartepunten in de maand september. Maanden op voorhand vroeg ik op mijn werk verlof  voor de hele ‘Indian Summer’ van toen. Het ongelooflijke gebeurde toen.  Een wielertoerist van de laagste categorie werd  dat jaar clubkampioen met amper 31 punten voorsprong op nummer twee en 105 op nummer drie. Een Walkowiak had weer de Tour gewonnen.Het  WTC-bestuur nam toen een beslissing die me teleurstelde. Terwijl voorheen de clubkampioen een beker van  40 cm hoog kreeg, de tweede een beker van 30 cm hoog, de derde een beker van  20 cm, zouden nu alle rijders met meer dan 1000 km op hun teller een identieke trofee ontvanger amper 10 cm hoog doch met een plaatje waarop hun totaal stond. Daarom heb ik vandaag nog zo’n ding waarop 1980  staat  en  5229 km . Maar het is zo klein en zo licht dat het zelfs nooit als papierhouder heeft kunnen dienen. Zo gleed ik een heel stuk in de richting die van mij vooral  een individuele wielertoerist zou maken.

 
106921-8a64196f2a89e6e1288c056162eaabe7.jpg

Ik maakte eindelijk vorderingen als wielertoerist.

 

Ondertussen las ik veel over de praktijk van het wielertoerisme.  Boeken en magazines uit Frankrijk.  Ik ontdekte zo dat er naast de grote wielerkampioenen van weleer er ook een merkwaardig man is geweest met naam  Paul Du Vivie,   alias Velocio , de apostel en profeet  van fiets en wielertoerisme die reeds in 1906  de bewering uitte die de volgde was :“Op een velo kan de gezonde mens , man of vrouw, tussen het uur van de opkomende zon en het uur dat de zon weer verdwijnt  een afstand volbrengen op de openbare wegen die DRIEHONDERD KILOMETERS bedraagt. Dit is echter slechts mogelijk zijn als drie voorwaarden worden vervuld : DRINKEN  alvorens dorst  vraagt om dit te doen, ETEN  alvorens honger dat rare gevoel geeft,  en RUSTEN alvorens delen van je lichaam dat eisen . “  Ik had dus mijn doel gevonden : op een dag in juni, en waarom niet op 4 juni (mijn verjaardag) of op  6 juni  ( De Langste Dag 1944)  zou ik proberen   tussen  05.00 u   en  22.00 u   300 km te scoren  . Erg fanatiek begon ik toen op het einde van iedere tocht die ik maakte nog 10 km  meer af te leggen dan tijdens de vorige keer. Het gebeurde vaak dat ik bijna terug thuis was, zag dat er  bijvoorbeeld 174 km op mijn tellertje stond, maar dat ik me dan nog  verplichtte om er nog  6 km meer te doen , en het was telkens zeer duidelijk dat de laatste loodjes de zwaarste zijn.

Wel, ik heb meerdere malen zo’n  300 km  op de wijze van Du Vivie gereden . Zo’n rit is te lang om hier te vertellen. Even wilde ik zelfs Parijs-Brest-Parijs rijden om het Brevet van Gouden Arend te verwerven.  Maar een Gouden Arend   ( het nec plus ultra van de wielertoeristen )  liet me zijn memoires lezen , en zo besefte ik dat zoiets toch te veel was.Ik fixeerde mij daarna op  LE CLUB DES CENT COLS . Ondanks mijn Goliath postuur klom ik toch over Izoard,  Mont-Ventoux, Tourmalet, Agnel,  en zelfs over de onverharde Parpaillon, zonder te spreken over vele andere hoog gelegen oorden waaronder ook  Col de la Croix de l’Homme Mort  en de Grand Ballon. Met 32 tandjes vooraan geraakte ik over alles en meestal zonder één voet op de grond te zetten, want dat mocht niet door eigen fierheid. Maar ergens op een winderige dag in Schotland toen ik  bijna boven was op de Pass of  Asnasheen  werd ik gewoon van mijn fiets geblazen door de stormwind van toen. Daar lag ik  dan tussen de schapenkeutels , in regen en wind, onder mijn fiets en met verkrampte natte benen , terwijl ik eigenlijk op 42 jarige leeftijd in keurig pak in een bankagentschap zou moeten persoonlijke leningen afsluiten. Toen heb ik het opgegeven. Gedurende zeven jaren werd fietsen terug bijzaak, een niemendalletje voor zomerse dagen.

 

Wanneer ik nu terugblik op die periode toen ik op mijn koersfiets soms snel en dan weer lang of ook hoog wilde rijden, dan drijft altijd weer de herinnering aan één bepaalde week boven.Ik weet dat gewone stervelingen  meestal zoiets niet meemaken, en dat men mij niet zal geloven als ik het vertel,  maar toch gebeurde het, toch had ik het voorrecht van dit te mogen beleven. Na zovele kilometers dus, ontdekte ik het  ‘ naar Sinte Jacob fietsen’, de Camino de Santiago en ik werd een fietsende pelgrim. Dat is een man van alle seizoenen die soms met de  krekels en de mieren slaapt onder Gods blote hemel, terwijl een andere keer hij dan weer bloot rondloopt op een luxe kamer van een hotel. Maar slapen kan hij overal na een gezonde portie fietsen en met zijn flinke kredietkaart.

 

Het gebeurde te Sainte Foy La Grande op een zaterdagochtend in het begin van juni.

 

De dame staat er weer en ik ook.  We gaan onze hotelrekening betalen.  Zij bekijkt me weer en denkt ‘ daar is die sukkelaar met zijn fiets en zijn korte strakke broek weer’ .  Ik  denk  ‘ daar is die bourgeoise in  Chanel-pakje  weer, waarom kijkt zij toch zo naar mijn koersbroek en mijn gespierde kuiten …  ’ . Omdat ik een goede fles wijn nam met menu3  blijkt dat mijn solorekening hoger is dan die van hun koppel. ‘ Mais oui, Madame, quand on fait du vélo on a bon appétit ….  . ‘

 

Een weinig later zoek ik op de grote ring laan  de goede richting op mijn wegkaart. Omdat ik al een dag met sterke tegenwind reed , ben ik blij van in de wielen mee te rijden van een groep fietsers die ongeveer in de richting van de Chemin de St-Jacques  vorderen. Zij verschenen daar plots uit het niets  en ik volgde hen maar.  Hé, wieltjeszuiger, waar trek jij naar toe  ….  ?      Santiago.

Dan ben je daar direct al iemand , zo diep in ‘ la France profonde’ .

Zij zijn uit Marmande.  Zij zijn met vijf man. Maar toch maar op vier tweewielers, want er is een tandem bij.Wat later verneem ik dat er op die tandem achteraan een blinde zit. Het is de in die streek legendarische mindervalide Nys die traint voor de komende Bordeaux/ Parijs.Deze blinde fietst  20.000 km per jaar op zijn tandem . Hij is fier me te kunnen zeggen dat zijn vader een Brusselaar was. De man ruikt de weg , kent elk hobbeltje van het wegdek, voelt de wind met zijn wangen , weet precies hoeveel zij nog moeten rijden. Plots begint hij me te zeggen dat het spijtig is dat ik op dat ogenblik niet op de samenkomst ben van abbé Massie in Créon d’Armagnac. Als pelgrim moet jij toch Notre Dame Du Cyclisme bezoeken. En we praten en fietsen maar achteraan, terwijl de drie anderen ons uit de wind zetten.Na deze korte maar aangename gemeenschappelijke route, scheiden onze wegen aan een splitsing. Ik  pedaleer verder naar St-Justin , waar ik een kamer vind in een oud hotel.Daarna ga ik op zoek naar  Notre-Dame du Cyclisme op de weg naar Cazaubon. Ik kom terecht bij een vriendelijke dame die Madame Rotenfuss heet. Ik  bezoek de kapel en het museum.  Er is daar een verzameling wielertruitjes.Alle kleuren zijn er inclusief de regenboog. Deze werden geschonken aan  priester Joseph Massie, algemeen bekend  als de Paus van de Wielersport  en  als  Le grand Pèlerin de St-Jacques. Er hangen daar truitjes  van Darrigade, Ocana, Simpson, Bobet, enz. …en vooral van vele wielerclubs. Maar er is geen enkele totaal zwarte trui zoals ik er een draag. Ik zeg dus aan Madame Rotenfuss dat ik mijn zwarte trui van zondaar en pelgrim wil schenken aan het museum.  Waar is Mr Pastoor, Mevrouw   ? Zij weet het niet. De man heeft zoveel vrienden,  zovele bezigheden, en ook nog zovele plaatsen waar hij plots voor een uur in slaap valt, waarna hij terug bruisend van energie en gedachten weer wakker schiet. Morgen namiddag is hij thuis, want er komen voor hem drie bekende cyclistes uit Parijs. Zet je daarbij  en zo gaat dat wel iets worden.  Ook de dag nadien is hij thuis, omdat de dokter hem verplicht heeft  van één dag per week te rusten.’s Zondags werkt hij hard, drie kerken  waarin hij mis doet, maar ook meestal drie sportmanifestaties waarop hij als reporter aanwezig is, en ’s avonds dan nog drie plaatsen waar hij een wijntje drinkt . Ik stop nog wat francs in haar offerblok en rijd  terug naar mijn hotelkamer.De volgende dag is een mijlpaal in mijn leven. 
Ik ben dan precies veertig jaar. Ik ontmoet de oude priester op die volgende dag op zijn pastorij  waar hij met een oude jachthond samen woont . God leeft in Frankrijk, maar zou zeker niet willen leven in de wanorde  die de woonst daar kenmerkt.   Maar zowel de wegen van de Almachtige  als de wegen van  Eerwaarde Heer Massie zijn ondoorgrondelijk. Wanneer  de Parijzenaars  binnen komen, precies volgens timing, en voor een duur van twee uren zoals voorzien op hun routeblad,  blijkt het dat de brief  die Massie van hen kreeg nog niet werd open gemaakt door gebrek aan tijd , maar vooral omdat deze brief gewoon lag tussen enkele exemplaren van l’Equipe uit de jaren zestig.  Massie krijgt dagelijks grote en kleine dingen toegestuurd voor zijn museum uit alle hoeken van Frankrijk en Spanje.Samen  bekijken we de brief die daar lag.  Massie brengt wat verbeteringen aan.  Geeft wat tips, zoals vertragen op de fiets, en ook vertragen in gedachten. Wijn drinken tijdens de doorrit  van la Rioja, en waarom niet hier of daar een klein gebed proberen .  Met  anderen overleggen , eten delen , de weg bespreken.Voor dat zij vertrekken willen de pelgrims nog iets speciaals zien , de persoonlijke fiets van Massie  en ook de unieke handgemaakte tweewieler van een overleden Afrika reiziger .

 

Terwijl de pastoor even weg moest, bleef ik alleen achter met zijn épagneul.  Ik snuffelde in zijn boekenkast en  zag dat er vele mooie boeken over de fiets en de wielersport waren . Bijna alle boeken waren met een leuk woordje van de schrijver gededicaceerd aan de oude bewoner van dat huis. Toen de eerwaarde terug kwam vroeg hij  ‘ Hoe heet jij eigenlijk  ?’ .  Ik toonde mijn identiteitskaart  om alzo te bewijzen dat het wel echt mijn verjaardag was.

 

Op die dag van toen  was ik veertig en  begon mijn leven van senior.

 

Papoum.



106928-32db66f2e1a15907fcb14c5f030448c4.jpg

Wijlen   Paul du Vivie  was de goeroe die mij inspireerde !
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Papoum om 00:00 Reageer op dit bericht

De Grote Prijs van de Molenbeek.

DE  LAATSTE  ZOMER VAN  STAN  OCKERS.

  

Zij heeft niet het elegante van de Seine van Parijs noch het modieuze van de Arno van Firenze, noch het romantische van vader Rijn. Op haar  kraken in het begin van de lente geen ijsschotsen zoals op de Ob en de Jenisseï ; noch drijven  boomstammen zoals op de Saint- Laurent ; noch varen  platte boten met vrouwen  die glimlachend groenten,  vis,  fruit en soms  zichzelf  verkopen,  zoals  op  de  Mekong . Haar vochten zijn niet zo koud als die van de Madison waarvan het ijswater van stroomopwaarts eens diende om mijn tanden te poetsen en dat van stroomafwaarts om mijn gevoeg te verwijderen terwijl ik op een prille ochtend naakt van de zon genoot. Op haar geen watervallen, flamingo’s, krokodillen  en  nijlpaarden, zoals  op de Zambezi , maar wel die dammen die wij bouwden, met kleigrond, kasseien, planken, graszoden, stokken,  en  die  fauna van kikkers, salamanders, bronzeugjes, stekelbaarzen, witvoorns en  vele vogeltjes. Want ook ontelbare beestjes hadden er in die omgeving  een speelterrein of een  thuis onder de bruggen en langs de oevers. De Molenbeek,  zo heet zij , onze Molenbeek, voor altijd in ons hart, in ons dorp, en in die grote tuin van onze jeugd,  precies daar begint zij haar lange tocht.

Ver in de onzekere nevelen van het verleden, wel  honderdduizend jaren terug,  kwam op een dag een geutje water gekropen uit de aardkorst, en het vloeide, vloeide, en was schoon om te zien.   Maar, …  waar  toch  naartoe  met al die nattigheid  ?

Toen maakte dit bronnetje een essentiële en definitieve keuze :’ ik vloei naar Vlaanderen en ik zal groeien tot in Antwerpen …’. Het beekje vertrok dus, uit een weide gelegen niet alleen op de scheidingslijn van de waterbekkens van Maas en Schelde, maar ook vlak naast die bizarre streep die vandaag  ‘taalgrens’ heet. Het stroomde naar de Kleine Gete,  naar de Demer, naar de Dijle,  zo verder, terwijl het  zich vermengt, de eigen identiteit volledig verliest  en  naamloos in de massa verdwijnt.  Daar in het verre Antwerpen gekomen, is het eigenlijk al lang ons water niet meer zo verdund als het onderweg geworden is. Ook al trokken wij zo vaak liefdevol aan  het kettinkje van de spoelbak, ook al betaalden onze ouders en wij trouw de jaarlijkse facturen,  en lieten wij papieren bootjes varen op haar stroom ,  en sprongen wij in de plassen met nog te nieuwe schoenen aan  ;  het vuile en het propere beekwater  van  vroeger is  allemaal  weggelopen. Toch laat hetzelfde bronnetje nog iedere nieuwe seconde , fris jong  water uit de aardkorst opborrelen.  Het is een  oud en blijvend verhaal van gisteren tot nu en het gaat  verder tot morgen,  voorzeker  verder  misschien  voor altijd , indien er een eeuwigheid is.

In ons dorp gebeurde het vaak dat een groep wielrenners stopte voor een tas koffie. Zij aten er hun boterhammen op,  keken wat naar de hupse cafédochter en  reden dan verder,  bouwend aan hun sportieve conditie . De schoolgaande jeugd  staarde steeds met bewonderende ogen naar al die mooie koersfietsen die dan tegen de voorkant van de dorpsherberg  rustten .  Niemand probeerde het ook maar  eens om de schone tubes  af te laten  van een van deze raspaarden, uit respect en  liefde voor de wielerkoers.  Wanneer  echter, bij  ‘ Jef en José ‘, de gendarmes uit de stad  halte hielden om er hun snor wat nat te maken  aan een pintje,  dan  werd menig kleine jongen aangepord  door  leidende figuren  om als  ‘bewijs van dapperheid’  de lucht  uit de  Dunlops  van die zware staatsfietsen te laten ontsnappen.  Dit was  toen trouwens een van de felle  proeven  die meetelde  om  volwaardig lid  te worden  van  ‘n  kwajongensgroep  met enige faam , zoals  ‘ de jonge mannen van de Molenbeek’  van wie niemand misdienaar had mogen worden wegens  gemis aan  goed gedrag en zeden.

Zonder televisie, computer- en telefoonspelletjes, zelfs zonder voetbalploeg  of scoutisme in het dorp, moest de plaatselijke jeugd toen  zelf  al haar  verbeeldingskracht gebruiken  om  zich  te amuseren en   er  was toen  eigenlijk  nog meer pret  dan vandaag,  in wat mocht  en vooral in het vele, dat toen nog  niet mocht.   De  ‘jonge mannen van de Molenbeek’  onderhielden  voortdurend hun imago  van grootste deugnieten.  Toch waren hun spelletjes niet echt verderfelijk en  was het pesten van  kleinere jongens en meisjes niet wat zij deden,  noch was ook  het onduidelijke  gedrag van de  koorknapen  het  hunne .  

Vaak speelden zij  ‘koers’, soms bijna echt op tweewielers van alle soort, en een andere keer al lopend met een krom fietsstuur in de hand en met een leuk petje op de kop. Maar, meestal werden knikkers, velgen, stokken, koorden, prentjes, speelkaarten, zandhopen, gebruikt. Het grootste wielerspel echter, bestond in het toevertrouwen van  lege flessen aan de stroming van de Molenbeek. Deze piepjonge waterloop was, na vereniging met het water van de afloop van de vijvers van de pastorie en  met het water  van  de bronnen van  ‘Villa des Fontaines,’ vanaf de samenkomst met deze twee zijtakken, reeds sterk genoeg van stroming . Het nog propere water liep tussen de twee voornaamste bruggen met flinke en regelmatige vaart. Het kon gebruikt worden voor vele doeleinden. Dus ook voor het spelen van een  imaginaire  wielerkoers,  genaamd  ‘De Grote Prijs van de Molenbeek’ .

Elke deelnemer duwde in zijn wijnfles een krantenknipsel met een stukje strip , een grijze foto  uit de krant of een prentje uit de plakboek,  waarop een  geliefde renner stond.  Nadat met bolle kaken hard in die fles werd geblazen –  dat  was  ‘goed en belangrijk’  om onze nog zo jonge levenskracht  toe te voegen -  werd met een kurk  afgesloten.  We  zouden favorieten en pechvogels tussen de twee bruggen in met allerbeste moed en spoed laten meevaren  op de Molenbeek.  Nadat er een onderling akkoord bestond over wie zou mogen spelen met de bekende naam van  een kampioen en wie dat het zou  moeten stellen  met een  kleinere wielergod, kwam de minuut van de start dichter bij .  In  deze Grote Koerse  reden alléén maar de Azen mee, zij die enkel slechts met hun fonkelende fiets aantreden  voor het grote werk  zoals de Tour de France, De Ronde van Vlaanderen,  of het   Wereldkampioenschap op de Weg.   Geen enkele manager of organisator van een echt Wielercriterium, zoals  De Acht van Chaam bijvoorbeeld, of  De Nacht van Londerzeel, zou ooit maar de blote gedachte aangedurfd  hebben  te peinzen aan  het vergaren van  zulk een   peperduur  deelnemersveld . Want aan de start van de  Grote Prijs van de Molenbeek  stonden zij allemaal :Fausto Coppi, Louison Bobet, Rafael Geminiani, Jean Robic, Pino Cerami , Briek Schotte, Rik Van Steenbergen, Stan Ockers, Fred De Bruyne, Rik VanLooy,  Willy Vannitsen,  Karel Van Dormael, Jean Brankart, Charly Gaul, Hugo Koblet,  Emilio Croci-Torti, Wim Van Est,  Oscar Medats   en   Tarzan Van Breenen. In mijn persoonlijke groene fles waar eens nog Beaujolais was in geweest,  stak Stan Ockers, die vanaf mijn achtste jaar, na enig intens speurwerk in de sportbladzijden van  Het Volk  en Het Nieuwsblad  mijn idool was geworden  ( …  en vandaag trouwens nog altijd is ! ) . 

 

Drie, twéé, één, … start !    Plof,plof,plof,plof,…..  alle slanke aquadynamische  flessen  werden tegelijk  met de druk van  wijsvingers van de brug geduwd  en kwamen met enig gekletter  in het beekwater terecht.  We schreeuwden met luide stem  om ons mannetje op te jagen  en te doen sprinten vanaf de eerste meters.  We volgden de loop van de beek door de drassige weide, doorheen een gat in de haag,  onder een prikkeldraad door.  Terwijl   wij allen zo opgewonden deden , keken de koeien van boer Debotze  naar ons  en  één  van die beesten  -  een grotere lompe witte koe bestond er toen niet -  begon precies te kakken toen onze schone Grote Prijs daar op de Molenbeek voorbij  kwam. Ik had het volste vertrouwen in mijn droomrenner.  Stan was een man die immers in zijn beginjaren tweemaal de Grote Schelde Prijs had gewonnen.  Nu dat hij zoveel ervaring méér had , kon hier echt niets mislopen  in deze Grote Molenbeek Prijs. Mijn fles dobberde vederlicht op de waterweg  en vorderde  zeer goed. Als een fles ergens tegen de kant  bleef hangen, moest  luidkeels tot tien  worden geteld  (zoals in een boksring)  en  nadien pas mocht  met een stok, met één klein tikje, wat hulp geboden worden  om in koers te blijven.  Vlak voor de tweede brug  was op hoogte van de waterstand een dun koordje strak gespannen.   en  als een fles daartegen  tikte  zou de wedstrijd  beslist zijn. Mijn sterke  Stan Ockers was goed bezig.  Enige minuten later beleefde ik dan ook één van de vele prachtige momenten uit mijn jeugd  aan de Molenbeek :  mijn fles tikte eerst aan.  Door de zenuwachtigheid van het moment kon ik amper de stopsel van de natte fles krijgen en inderdaad, er was geen twijfel mogelijk :  uit die fles kwam  een stukje strip van Marc Sleen met de kleine altijd lachende sinjoor  Stan Ockers.   Ten onrechte werd hij  ‘Stanneke’ genoemd trouwens, want mijn geliefde renner was immers de grootste ter wereld.

   

Twééenvijftig jaren sedert dat niet vergeten uur  van de Grote Prijs van de Molenbeek 1956 zijn ondertussen  voorbij .  Wat is er geworden van de  zestien  jongens en de twee meisjes die aan dat spel hadden meegespeeld ?  Was het  maar een kinderspel.  Toch niet   ?     Toch wel  ?

 

Maar één fles is toen aan de start blijven staan. Vertrek gemist ?

Het was de  lege fles van  Jean Robic, eens gevuld met rode miswijn die wij enkele dagen voordien hadden gepikt in de sacristie van de parochie . Misschien was hij , de geit van Bretagne, wielerkampioen van het  Westen , in finibus terrae ,… te lelijk om mee te  mogen doen . We waren maar met achttien, jonge mensen, en dus was het normaal dat er  één fles te veel was. Meer moet daar niet achter worden gezocht. Op een feestelijke dag is  het altijd  beter dat  er  een  fles teveel is  dan  twee  te weinig. Enkele sportflessen waren … woeps,  … onder de koord doorgedoken,  en dobberden verder.  Zouden zij  blijven steken zijn  aan de molen van Janshoven, van Rufferdinge, van Pitsaer, …  of verliep hun vaart  geduldig en  voorspoedig  verder,  door het Vlaamse land,  tot Antwerpen  en wie weet  …  nog veel verder ?  De andere flessen werden op een latere dag in een ander spel gebruikt. Zij werden getroffen  door  een keitje uit onze katapult, spatten uit elkaar en werden nooit gerecycleerd. De glasscherven liggen er nu nog altijd  diep onder het slijk van de Molenbeek, waarvan de bodem op een dag werd  bekleed met stevig beton.

 

De tijd is  zeker  voor ons  niet  blijven staan.

Willy , Freddy , de voetballers, en Frans, Rikske en Albert, die toen eigenlijk te oud waren om nog met ons mee te spelen, zijn  al overleden,  koud, dood.  Yvan zit al jaren in een rolstoel, met zijn verstand op nul.  Slimme Wim en  wijze Guy , zijn  als rijke dokter en tandarts nu te bekakt om nog eens, naar hun klein dorp van toen,  en naar gewone mensen te komen zien.  En wat gebeurde er met Tuur van wie niemand nog heeft gehoord, en wat is er gebeurd  met Eddy, de Brusselaar,  en met de Jacky, die rond zijn vijftigste nog  van vrouw veranderde, hij die op zijn dertiende al  beweerde  een groot expert  te zijn  in de omgang met meisjes   ?

Wie waren  toen  die twee andere jongens , die daar slechts toevallig op de fiets voorbij reden, vreemdelingen uit een ander dorp die op die dag toch ook mochten meespelen, maar die in de voor hen te moeilijke koers maar figuranten waren, niet in aanmerking  komend  voor  winst ? 

Laten wij zwijgen over de twee meisjes van toen.  Waarom  ?

De ene is nu lelijk, schoonmoeder en grootmoeder. De andere, die twee borstjes had, - wij mochten voelen - heeft vandaag , naar wat  werd gefluisterd, maar één borst meer.

Wat werd er van René  en van zijn broertje, … hoe noemde die kleine vlaskop van op ‘den Hoek’  ook weer   …. ? Wie weet waar ze allen zijn , waar de dood en het leven hen heeft gebracht  ? En ik, die de  Grote Prijs  won,  ik die zo fier en blij  was, ik …   wie of wat  ben ik nu  …  ?

 

Tientallen jaren jaren gingen voorbij.  De kampioenen die wij zo bewonderden zijn  bijna allen heen gegaan. Geminiani,VanLooy, Magni, Brankart, Kubler, Cerami, leven nog. De anderen niet meer.

Wat gebeurde er met  die   Emilio Croci-Torti ?     ( Renner, maar ook  kunstschilder ).

Wel, ik wil geloven dat die  later  eens een mooi  doek heeft geschilderd,  ….    

….      met een beek, scholieren op een zonnige vakantiedag,  twee meisjes met een strik in het haar, blote knietjes en een geruite voorschoot, en niet ver weg , een grote witte koe, die zich niets aantrok van het geweldige spel  dat  daar    ….       .

 

 Is die schilderij  ergens te koop ?

 

Op maandag  1 october  1956 , om 9uur 40, in het Sint Bartholomeus Ziekenhuis van Merksem overleed,  na een zware valpartij in het Antwerps Sportpaleis, de zeer  volksgeliefde  wielrenner,  Stan Ockers.  Op dezelfde dag stierven definitief  mijn kinderjaren.

 

Ik moest toen reeds Latijn ,  Gewijde Geschiedenis, Vaderlandse Geschiedenis,  Nederlandse Taal , Meetkunde, Vraagstukken, Vocabulaire, en nog andere vakken, met volle teugen slurpen,  en  soms een turnbroekje aantrekken om te gaan springen over een soort marteltuig  dat  ‘bok’ werd genoemd. Toch, als ik nu de balans maak, beweer ik met een glimlach, dat  ik het meest geleerd heb,  in mijn grote vakanties, tijdens avonturen aan de Molenbeek.

                           

                                                                 ( Wilfried Journée   15.02.2006.)

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Papoum om 03:48 Reageer op dit bericht

Rik Van Steenbergen de Grote.

RIK  I  VAN STEENBERGEN
     2_ball.gif Vandaag 3 september
werd weer de Memorial Van Steenbergen gereden een wielerkoers over 200 km met internationale deelneming.

De overwinning ging in 2008
naar GERT STEEGMANS. Hij won na een mooie spurt.

Iedereen kent Rik Van Steenbergen. De 'ouderen' zeker. Zij hebben immers veel herinneringen aan "Grote Rik" ...  Zij zullen nooit zijn exploten kunnen vergeten en denken nog dikwijls terug met weemoed, aan de tijd van toen, aan  zijn twee wereldtitels, behaald in Kopenhagen, zijn weergaloze prestatie in Waregem toen hij voor de ogen van Koning Boudewijn voor de derde keer wereldkampioen werd, zijn "kolossale" eindspurt op de Via Roma in Sanremo toen hij voor een Belgische zege zorgde in de Primavera, zijn heroïsche duels met de legendarische Fausto Coppi in de Waalse Pijl en Parijs-Roubaix , zijn ritzeges en leiderstruien in de Tour, de Giro en de Vuelta en... tal van andere grote en kleine rittenkoersen waarin hij startte, zijn formidabele beginjaren in de oorlog toen hij als adolescent twee keer wegkampioen werd en twee keer de Ronde van Vlaanderen won en bijna alle koersen waarin hij startte besloot met zijn onweerstaanbare eindspurt, zijn ontelbare overwinningen in vele criteriums en kermiskoersen, zijn onvergetelijke strijd om het meesterschap met Rik Van Looy, zijn pisteduels met Peter Post, zijn flitsende demarrages aan de zijde van Stan Ockers of Miel Severeyns in de tot de nok gevulde, rokerige 'sportpaleizen' , zijn imponerende zesdagenoverwinningen, zijn ontroerende afscheidsmeetings in de Sportpaleizen van Brussel en Antwerpen .

De ouderen blijven denken aan ... nog zoveel andere kleine en grote dingen die deze complete atleet, de klasrijkste wielrenner-ooit  voor hen ten beste gaf... . Jaren die niet meer terugkomen... want wielrenners zoals "Grote Rik" worden er niet meer geboren. Wie heeft er immers vóór hem, wie zal er na hem, gedurende meer dan ... 25 jaar, zomer én winter, successen opstapelen, zoals alleen hij kon, de énige échte Rik I ?                      De jongerenj kennen de legendarische kampioen... . Voor hen was de immer rijzige, alerte, goed geluimde 'grote Rik' het voorbeeld, het bewijs dat er vroeger zeer grote kampioenen bestonden die niet over alles zeurden. Rik, de levensgenieter, die gedurende ca. 25 jaar de wielersport beheerste, was een man van de wereld...die op zijn miljoenenfiets meermaals met veel vaart rond onze aardbol heeft getoerd in of zonder regenboogtrui. 



103106-5b2aaaf22b025589ff257188141e585e.jpg

103106-4cb91750d29c5e157f7d44b6d6ec1cb0.jpg

103106-d820f12336d0cde564f7c62777198258.jpg
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Papoum om 16:41 Reageer op dit bericht

QUAND IL EST MORT LE POETE.

Gilbert Becaud is een van de grote namen van het Franse chanson en zijn naam wordt genoemd met gelijken als Charles Aznavour en Yves Montand. Becaud is in 1927 geboren in Toulon en heet bij zijn geboorte Francois Gilbert Silly, dit is natuurlijk geen naam voor een artiest en als hij aan zijn zangcarrière begint neemt hij de naam van Gilbert Becaud aan. In 1955 breekt Becaud dan echt door met superhits als Le Jour où la pluie viendra, Les marchés de provence, la Corrida, L'Orange, Nathalie, L'Important c'est la rose en Et Maintenant. Niet alleen rijst zijn ster in zijn geboorteland Frankrijk, maar ook daarbuiten. Maar Becaud houdt het niet bij zingen alleen en schrijft ook songs voor anderen. Het handelsmerk van deze Franse zanger is toch zeker zijn kleding. Bij de meeste concerten ging hij gekleed in een blauw kostuum met een stippeltjesdas.Hij gaf in het Parijse L'Olympia maar liefst 33x een concert. In 1999 brengt Becaud een laatste album uit en dan komt ook de dood bij Becaud om een hoekje kijken als hij na een ziekbed in 2001 overlijdt aan de gevolgen van kanker. En daarmee verloor Frankrijk een van zijn grootste sterren, de man die ook bekend stond als "Monsieur 100.000 volts'' vanwege zijn enorme energie op het podium. Maar hij zal voor altijd blijven leven in de harten van zijn vele fans.

101296-52fd69d51b1e7cf4a578bdacfcc4704f.jpg

101296-946fb6f24912a4e3f9436286b610ed24.jpg

101296-30a48789fc382592c0804803b48c9ccb.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Papoum om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van Verder dan Rome loopt de weg.

↑ Terug naar de berichten