Rome 1996 - Langs de Maas in Frankrijk.
LANGS DE MAAS IN FRANKRIJK.
Met mijn fiets slapen was liefdevol geweest tijdens deze regenachtige nacht. Ik ben vroeg wakker. Le Lac Vert is prachtig, gezwollen door regenwater. De vissen zijn er gelukkig. Ik geef mijn fiets een flinke poetsbeurt met mijn onderlijfje van gisteren dat ik tot vod bevorderde. Ik toer nog even door de camping en ik zie vlees van mollige dames die pas wakker werden. Mijn lieve Olive en ikzelf kreunen en kraken bij het begin van deze dag. Met een beetje olie op de ketting, na het rechttrekken van de spatborden, het bijpompen van lucht in de banden en het aanspannen van de riempjes, verdwijnen de schurende geluidjes en is het weer een gelukkig man die door het landschap vordert.
Brieulle in de ochtend, het postkantoor wordt geopend en ik koop er wat zegels.Elders bij een oude kruidenierster vind ik mineraalwater en een quiche met spek.Ik informeer naar Michel Lesanne, voor een peace mobiel opdracht, maar die burgemeester is op vakantie. Toch rijd ik naar zijn villa waar ik een briefje voor hem achter laat, na kort gesprek in de tuin met zijn schoonouders.
Ontelbare dorpen, soms met welluidende namen, volgen nu op mijn route. Verdun nadert rond het middaguur. Ik zie een restaurant met reeds veel wagens op de parking. Ik fris me op alvorens naar binnen te gaan, om niet meer naar zweet te ruiken. Ik vraag een plaats, doch de juffrouw verklaart me dat alle tafels zijn gereserveerd en dat het niet gaat. Word ik geweigerd als kleurling door mijn bruine armen en benen van fietser, of als Jood door mijn felle neus en scherpe gelaatstrekken , of als Hollander door mijn zwaar bepakte fiets ?
De heren in hemd met das en creditkaarten eten er verder. Ik moet ophoepelen met mijn fiets, enigszins ontevreden, maar dan besef ik dat langdurig en duur tafelen in het midden van zo’n schone dag toch geen goede keuze zou geweest zijn. Nabij het Memorial van Douaimont stap ik echter toch binnen in een wegrestaurantje waar ik crudités, escalope de dinde, Badoit en vin rouge bestel.
Na deze rustpauze volg ik de pijlen van Memorial de la Paix. In de zwoele warmte is een klimmetje in volle stadsverkeer zeer moeilijk, en de wijn en het eten in mijn buik doen me hijgen en zweten. Op de trappen van het Museum van de Vrede is het lekker en ik ga er vredig zitten voor een korte siësta. Daarna loop ik het gebouw binnen. Een goed geklede deftige Madame zit er achter de balie. De entreeprijs is hoog. Studenten, militairen, groepen, gepensioneerden, jongeren, krijgen er een flinke korting. Doch niet ik. Want ik, de pelgrim, behoor niet toch enige bevoordeelde klasse. Langs de gebouwen van het bisschoppelijk paleis fiets ik tot op een balkon waar ik een mooi uitzicht heb over de befaamde stad Verdun en ik ook de ingangsdeur van de Jeugdherberg ontdek. Nadien probeer ik het klooster van de Karmelietessen te vinden. Dit zijn twee goedkope mogelijkheden om te overnachten in volle stad. Het is nog te vroeg om dit te regelen. Gekomen aan het Fort van Verdun wil ik wel bezichtigen, maar er is blijkbaar geen veilige plaats om mijn fiets met bagage op te bergen. Er lummelen daar trouwens rare kerels rond die ik niet vertrouw. Aan een geldautomaat van een grootbank test ik een van mijn kaarten waar een scheurtje in is. Het geld wordt me geleverd. Merci beaucoup .
Te Verdun werden hoofdstukken van de Europese geschiedenis geschreven. Tijdens het vreselijke oorlogsjaar 1916 woedde de Slag van Verdun en sneuvelden 360.000 Fransen en 335.000 Duitsers. Verdun was lange tijd een vrije stad bestuurd door kerkelijke machtshebbers. Pas in 1648 werd de stad deel van het koninkrijk Frankrijk. Uit die tijd van Louis XIV en van Vauban dateren de stevige muren die overal in de stad opduiken. Maar nog vroeger, in 843, was er Het Verdrag van Verdun. Toen werd het erfgoed van Karel De Grote, hier uiteraard Charlemagne, verdeeld in drie stukken en dit had eeuwenlang grote politieke gevolgen. Clovis heerste ook over de stad vanaf 502, en Verdun was een Oppidum in de tijd van de Romeinen en de Galliërs. Reeds in het begin van onze beschaving waren de oevers van de Maas door mensen bewoond.
Na een halve dag in deze stad moet ik verder rijden. Ik volg weer het Canal de l’Est . Er rijden veel wagens. Mijn bloedcirculatie is niet goed. Ik heb slapende gevoelloze tenen. Daarom stop ik, doe mijn schoenen uit , masseer wat mijn voeten, doe verse kousen aan, knoop mijn sportschoenen wat losser. Het euvel is weldra verdwenen en ik voel me terug beter.Vissers zitten rustig aan de waterkant. Zodra ik een brug zie, beslis ik van op de onverharde weg te rijden langs de kant waar zij zich ophouden, want op de drukke steenweg waarop ik vorder, was het onaangenaam gevaarlijk. Langs de idyllische kant van het kanaal, tussen het groen, hobbelt het wel erg en soms zijn er ook putten, stenen, takjes, vuil . Ik stop en verdwijn achter de struiken om mijn grote behoefte te doen. Ik deponeer evenwel alles netjes in een vuilbak en was me met mineraalwater uit mijn bidon. Tijdens deze bezigheid verlies ik mijn handschoen, maar nog erger was dat ik mijn portemonnee zie bloot liggen op mijn tas aan mijn rechterwiel. Deze was uit mijn stuurtas gegleden tijdens het nemen van toiletpapier. Ik vind de handschoen terug. Ik krijg het opeens warm . Ik dank de heiligen Christoffel, Antonius, Jacobus en ook mijn engelbewaarder dat mijn 300 Franse franken niet in het gras vielen. Zonder hen geraak ik echt nooit tot in Rome als ik me blijf als een verstrooide dommerik gedragen.Ik kom in het dorp Lacroix. In Rue du Port zouden daar Remy en Martine wonen die ik wil groeten. Doch ik vind geen straat met die naam. Op een pleintje staat een telefooncel. Enkele geldstukken laten mij toe een babbeltje te slaan met een andere Martine, mijn dochter tot wanneer de toon ons scheidt.
Te Lacroix verlaat ik de Maasvallei en sla af naar links. Het landschap begint duidelijk te veranderen. Ik ben in het Parc National de la Lorraine gekomen.Het jubelende geel van de zonnebloemen, de onmetelijke velden, de verre horizon, landbouw, bomen, klaprozen en grote rollen stro, want op het einde van de augustusmaand werden de granen reeds geoogst. Met verdienste wring ik nog vele kilometers uit mijn tweewieler. Na 80 km op deze dag kom ik aan een vijfsprong zonder wegwijzers. Stop. Heel landelijk. Ik snuif de zoete lucht van het mooie Lorreinen. In het Oosten daalt de zon. Een verdwaalde pelgrim moet zich steeds op de zon richten. Af en toe ligt ergens een eenzaam erf. Ik hoop nu van een gelegenheid tot overnachting te ontmoeten, een camping, een hotel.Daar staat eindelijk een bordje met een pijl en “ Gîte Rural ” .Ik twijfel niet en rijd kordaat naar de hoeve in de verte. Een kat en een langharige hond zijn getuigen van mijn aankomst. Een vrouw staat weldra voor me en ik ben welkom voor avondeten, overnachting en ontbijt.Er zijn daar zestig bedden verdeeld over vele zolders en er is geen nood aan wasgelegenheden.
Een half uur later en het is dan al 21u ’s avonds betreed ik de rustieke keuken waar de gastvrouw me verwacht om te eten. Het is er onvervalst, rommelig, gezellig. Twee mannen zitten reeds aan tafel. Zij zijn van den huize en ik ben de wildvreemde. Uit een grote kasserol krijgen we alle drie grote porties. We eten tomaten met olie en azijn, grof stokbrood, rode wijn, stoofpot met aardappelen, witte kool, diverse worsten, artisanale yoghurt en dan volgt nog een straffe druppel illegaal gestookt van mirabellen en suikerriet. De mannen zijn de broers Bertrand, en de vrouw komt uit de familie Oudinot.
Vijftien jaren eerder kwamen ook zij hier voorbij, niet per fiets zoals ik, maar tijdens een lange wandeltocht met zware schoenen en rugzak. Zij woonden toen aan de andere kant van het land. Zij zagen dat deze vervallen molen te koop was. Het was toen liefde op eerste zicht voor dit geheel van land, struiken, water, moeras, gebouwen, waterrad. Zij konden dit kopen en begonnen met de restauratie die nog steeds bezig is. De echtgenoot Bertrand-Oudinot, die zowat een dubbelganger van André Van Duin schijnt te zijn, geeft de indruk van onhandig en dom te zijn , maar hij is eigenaardig genoeg een man van vele stielen en die ook reeds in vele landen verbleef. Hij was nog nooit is België, maar wel al in Vietnam, Noorwegen, Ecuador, Canada. Als zelfstandige aannemer van kleine werken, loodgieterij, centrale verwarming, elektriciteit, werkt hij hard en veel. Maar plots dan valt hij stil, krijgt hij een eigenaardige drang in zich, moet hij stoppen, en dan vertrekt hij voor een maand met zijn rugzak. De andere man is zijn ongehuwde broer. Hij is een weinig mentaal gehandicapt. Hij is wel een goede knecht en helper, verzorger van dieren, maar kan helemaal niet met mensen omgaan. Het gesprek aan tafel telde vele hoofdstukken, en was boeiend.
Met een stevige handdruk nam ik afstand van deze broers. In zekere euforie door de gezellige avond en door de alcohol strompel ik naar mijn zolder. Grote mensen botsen daar met hun kop tegen een balk. Maar ik kon nog net te grote schade vermijden en zonder buil op mijn kop laat ik me op de witte lakens vallen. Ik zou al willen slapen, maar ik moet toch nog even mijn kledij van fietser uitwassen. Ik ledig ook op dit late uur een karton AA melk van één liter. Ik lig alleen op de zolder van Moulin de Varvinay, maar ik slaap niet, of dan maar een beetje want ik kruip meerdere malen terug uit het bed om te gaan plassen, en tik, … tik, …tik,… op de metalen bodem van de douche vallen één na een druppels uit mijn vochtige koersbroek die op een koordje hangt dat ik had gespannen .Ik laat te Varvinay het licht op de zolder branden. Voor de gasten van de ‘Gîte Rural’ ligt er een groot boek waarin zij wat mogen schrijven of tekenen indien zij dit wensen.
Is deze plaats echt of ben ik reeds aan het dromen ?
Het grote boek glijdt weldra toch uit mijn handen en ik ruil deze wereld voor de diepten van de nacht.
Mijn engelbewaarder leest wat ik heb geschreven :
‘ Sur les mille chemins qui mènent à Rome, je m’en allais sur ma bicyclette olive verte, lorsqu’à la veillée du quatrième jour, le hasard qui fait bien les choses, m’a fait découvrir au bord d’un ruisseau large Le Gîte du Moulin des Bertrand-Oudinot. Merci pour la bonne nuit et les nouvelles forces. Wilfried Journée - pèlerin à la coquille- Landen (Belgique) ‘ .











