
Terug thuis. Een mand met de oogst van zeven weken wacht op me. Zoveel kranten, tijdschriften, brieven, uittreksels, folders, publiciteitsblaadjes. Eerst besteed ik nog een dag aan familiebezoek en dan nog een dag om volledig uit te slapen in mijn eigen groot bed. Daarna zet ik me aan het werk. Gedurende veertig uren, met af en toe een onderbreking voor een hapje of een natje, ben ik intens bezig met mijn administratieve job. Daarna heb ik drie hopen papier, één voor de vuilbak, twéé voor archieven en klassementen, drié om zonder uitstel te beantwoorden of om enige actie te ondernemen. Ik voel me goed wanneer dit is afgehandeld.
Bijna twee weken later. Olive Green is nog altijd niet terug in home sweet home. Reeds tweemaal ging ik voor informatie in het station te Landen, gelegen op een boogscheut van mijn woning. De vrouwelijke NMBS-bediende noteerde mijn naam en telefoonnummer om me te verwittigen wanneer mijn geliefde tweewieler in de Pepijnstad zou zijn aangekomen. Ondertussen ben ik geboeid door een studie op internet over de Stelvio, een col die ik wel eens graag zou beklimmen, een uitdaging voor 1997. Mijn jongste dochter, een akela bij de scouts, wil immers dat ik maximaal informatie verzamel over het Martello dal ten Oosten van de Stelvio. Zij wil immers een dossier indienen bij het bestuur van haar scoutsvereniging om daar op scoutskamp de gaan met de verkenners. Dit zou niet lukken doch het werd een tocht door de Karpaten in Bulgarije, door twee leidsters en zes scouts met gespierde kuiten en korte broek. In de stadsbibliotheek zocht ik naar informatie over de Dolomieten en tijdens het snuffelen vond ik een oud exemplaar van " Het land waar de appelsienen bloeien" van Felix Timmermans. Ik lees dit boek in één trek uit. Zo verblijf ik in gedachten weer in het mooie Italië.
Maar dan word ik lastig. Ik wil weten of ik mijn fiets zal terug zien. Ik maak een copie van de verzekeringspolis die ik afsloot. Outsiders zullen dan wel hun ogen opentrekken om te zien voor hoeveel mijn Olive Green, een op maat gemaakte randonneursfiets van bij Vlerick in De Pinte wel waard is. Ik ga met stevige stap terug naar het station. Het heeft lang genoeg geduurd. Derde poging. Nog altijd geen goed nieuws. Er staat niets in de computer en dus is er niets. Ik schud een Bijbelse uitleg uit mijn mouw : ' In het begin was er niets, en toen schiep God hemel en aarde, maar in fucking USA werden de eerste computers pas vijftig jaar geleden geschapen. Toch mag niet worden gezegd dat tussen de bigbang en 1946 er niets was op deze planeet. Er zijn toch in dit station ook mensen die niet op de computer werken, met een schop, met een stootkar of met een fluitje, hebben zij soms mijn olijfkleurige fiets niet gezien ?' Dat is veel te zwaar voor de loketbediende. Ik kijk achter mij en zie meerdere treinreizigers die een kaartje willen kopen. Om deze mensen geen stress te bezorgen trek ik me terug, maar eerst geef ik nog een tweede maal mijn gegevens alsook mijn afschrift van de verzekering aan de loketbediende, toevoegend ... ' straks kom ik terug en dan moet ik absoluut de stationschef zien ! ' .
Een buurman die maar al te graag iets hoort over mijn voorbije avonturen op de fiets houdt me tegen. Na een babbel van twintig minuten stap ik mijn huis binnen. Zodra ik in de keuken kom, zegt mijn vrouw me al dat er goed nieuws kwam van uit het station. Dit is me niet duidelijk ! Nog maar pas stond ik aan het loket, zonder resultaat. Ik weet dat de gemakkelijke oplossingen zelfs horen bij de moeilijkste vraagstukken, maar dit is toch vreemd !
Terug in het station. Daar, bij de NMBS zo vaak verbeterd de voorbij jaren door de managers aan de top, schijnen toch zeker lokale communicatiestoringen te zijn tussen werkvolk, bedienden, en chefs. De onderstationschef wist waar mijn fiets was !
Ik meen zelfs disfunctionering, povere organisatie, verwarde administratie, en zonder aan kwaadsprekerij te doen vermoed ik zelfs een beetje dat misschien een pientere ladro di bicicleta de chinese manier aan het uittesten was van het langzaam laten wegglijden en het zachtjes buiten alle licht laten verdwijnen van op de trein gevonden voorwerpen. De waarheid bleek echter gewoon te zijn dat mijn zoeteke Olive Green in dat station op de lijn Brussel- Luik met aftakking naar Hasselt-Genk, reeds als een vieze kwade hond dertien volle dagen en nachten was opgesloten geworden in een donker kot met rommel, verfpotten en werktuigen.
Op documenten die te Zürich geplakt werden op mijn fiets en op dateringstempels is duidelijk te zien dat mijn fiets slechts weinige uren na mezelf op de eindbestemming in onze thuishaven Landen was toegekomen. Dit gebeurde met de laatste trein, in het midden van de nacht. De personen die 's nachts in dat station werken zien of spreken echter bijna nooit met zij die tijdens de dag hun werkuren moeten kloppen. Wie een vriend of een familielid heeft die spoorwegman of spoorwegvrouw is, kan over de onoplosbare problemen van de onregelmatige diensturen veel meer te weten komen.
Mijn blijheid om de teruggevonden en ongeschonden fiets overtreft natuurlijk mijn woede om het geklungel van de spoorwegmannen. Ik hou mij mond, spring op mijn fiets, en met glimlach op mijn gezicht en geluk in mijn hart, verlaat ik met vederlichte pedaalstoot het station van de Pepijnstad.
Arm schaapje, onschuldig wicht ! Opgesloten in een donkere cel, mijn geliefde, wat een schande !
Wij wenen enkele lauwe tranen van geluk, want we hebben mekaar teruggevonden. Aan ons de toekomst, en nog samen vele mooie fietstochten over berg en dal, in boerendorp en in grote stad .
De weg die ons naar Rome bracht, heeft ons geleerd dat verder dan onze horizon nog een zeer wijde wereld ligt. Alles zullen wij nooit ontdekken noch begrijpen, maar iets hebben wij toch al goed gezien, hier of daar, tussen de mensen of binnen de muren, of buiten waar de vogeltjes fluiten.
Terwijl iedere dag van ons leven verder tikt, moeten we zo vlug mogelijk nieuwe plannen maken omdat op ons nog meer wacht van dat geweldige geluk dat de vrije zwervende pelgrim beleeft op Gods wegen waar ook Lucifer soms staat te liften, vermomd als die duivelse nar kan zijn.
Wilfried Journée.
Ik ben geen sjeik en ik heb geen checks, maar dit lang verhaal, eentje tussen vele andere verhalen die ik al heb geschreven of nog zal schrijven, ad majorem Dei gloria of voor mezelf en mijn kleinkinderen, geeft me een rijk gevoel.
- Er werden tussen 25/10/2008 en 4/2/2010 niet minder dan 107 stukjes geschreven op deze blog over deze fietstocht naar Rome die plaatsvond in het jaar 1996. Een eerste versie van het totale verhaal werd eerder geschreven in 1997-1998 op 144 goed gevulde bladzijden maar deze bracht het nooit verder dan een tiental proefexemplaren, want het kwam nooit tot publicatie van een boek hetgeen toch de bedoeling was. Dank zij internet en Seniorennet kan iedereen thans genieten van deze verbeterde versie van de avonturen van de fietsende pelgrim. -
EINDE.