FICTIE.
De motoren blijven nog wat verder uitbollen op de betonnen wielerbaan. Hun vaart neemt af . Het kletterend lawaai vermindert. Riehl-am-Rhein op de zondagnamiddag die op Kerstmis volgt.
Julien werd reeds enkele minuten eerder afgevlagd en voor de veiligheid tijdens de eindsprint uit koers genomen. Hij rijdt nu voorzichtig over de planken het hellend vlak af dat hem naar de catacomben brengt, in de nogal koele kelder waar het rennerskwartier ligt. Zijn zware helm hangt vast aan de duim van de linkerhand waarmee hij zijn fiets stuurt, en met zijn rechterhand voelt hij aan de pijn in nieren en rug. Zijn verzuurde spieren bezorgen hem de stijve kuiten van een ouderling . Door zijn hoofd draait, draait, en draait het nog als ware hij op de paardenmolen van de Brusselse foor. Van op de volksplaatsen komt geroezemoes los, tussen de zitbanken waar wordt gepraat, gevloekt, gegokt, gedronken en gerookt. Maar dan wordt dit overtroffen door de bekende stem van de hoofdscheidsrechter die de uitslag officieel maakt. Er volgt hevig gefluit van een bende supporters die hoopten op de deklassering van de koprijder van de pas gereden koers. Zij zijn ontevreden. De eerste manche over 30 km van Het Gouden Wiel van Keulen, internationale wedstrijd achter zware motoren voor profs, is voorbij.
' Sechster Julian Rogers, vier Runden und achtzig meter zurück " .
Louis de soigneur, heeft alles genoteerd op zijn boekje, en komt vrolijk aangelopen, want de uitslag bevalt hem wel. De plaatselijk overroepen baanvedette Willi Schumacher is toch maar derde en de bekende Berlijner Heinrich Boll vierde, doch ook reeds met twee ronden achterstand. Het is vreselijk hoe meerdere zatte kerels te keer gaan in sectie C. Zullen wilde Germanen het kot hier afbreken ? Zij hebben geen sportieve noch andere manieren na wat bier en schnaps. Enkele kerels met een zwijnenkop pesten zelfs de buitenlandse renners met alle kleine middelen waarover zij beschikken. Zo gooiden zij stukken brood en worst, en zelfs het onderste van hun pint, naar de voorbijvliegende schrittmachers. Het Sportpaleis van Riehl gelijkt op een enorm pantzerschip, met op het dek muitende en tierende matrozen. Af en toe vliegen politiemannen tussen de menigte in, om de een of andere uitgelaten wielerfanaat wat met de knuppel te bewerken. De als pruttelende lava bewegende massa manspersonen, afstammelingen uit het toch zo gedisciplineerde Heilig Rooms Rijk der Duitse Natie, die het Rijnland bevolken, komen zich op een zondagnamiddag als deze hier ontlasten van de spanningen van hun werkweek, de familiale verplichtingen, de stijfheid van hun kerkgemeenschap, en van het oog van buurvrouwen dat hun fatsoen beoordeelt. Soms vliegt er in deze sporttempel van Riehl zelfs een hoed of een pet door de ruimte, ongewenst voorwerp dat even later op het magisch ovaal van de arena neertuimelt.
' In welke heksenketel ben ik hier toch terecht gekomen ? '
Dit is de klassieke gedachte die altijd opkomt bij een neofiet in dit vak op de Duitse wielerbanen sedert het begin van de twintigste eeuw. Julien had reeds een stuk van de wereld gezien, maar dit nog niet. Als zeventienjarige was hij naar Wisconsin vertrokken in dat Amerika waar een schone toekomst werd beloofd. Na hard werken op boerderijen was hij terug Oostwaarts naar zijn vertrekpunt gekeerd te New-York, waar hij door zijn kennis van de Franse taal veel meer verdiende als ober in een restaurant. Op een avond maakte hij daar kennis met een groepje wielrenners uit Frankrijk. Hij werd hun hevigste supporter en zo werd hij weldra insider midden int de wereld van de velodrooms, waar hij de kans zag om ook geld te verdienen door het uitvoeren van diverse jobs, die hem toelieten steeds tussen de Goden van 't velo'ke te blijven. Ondertussen trainde hij ook zelf op een reservefiets en reed hij na een tijdje mee bij de amateurs. Ook als gangmaker op een tandem toerde hij vele rondjes. Zo gingen vier jaren voorbij en bezat hij een spaarboekje met een mooi bedrag aan dollars. Dit kon vooral door het voorbeeldige en gezond leven, zonder vrouwen, zonder drank, zonder pokeren, dat hij als sportman bij dag en bij nacht vol kon houden, in de grote steden vol gangsters, hoeren, en gevaren, en meestal slapend naast de koersfietsen die hij moest bewaken. Toen zijn Franse vrienden geen contracten meer kregen in de States, besloot Julien van terug naar Europa te varen, en het daar te proberen in de wegkoersen. In de lente van 1910 voert hij dit plan uit en is hij ook een echte wegrenner, iemand die rijk en beroemd kan worden door te presteren in de Tour de France. Zonder ooit maar eens op te vallen eindigt hij op de veertigste plaats in de Tour de France Peugeot voor onafhankelijken. Maar aan de aankomst te Parijs had hij reeds ontdekt dat hij nooit een groot kampioen zou worden, want in het stof, op de kasseien, in de bergen, in de sprint, in de marathons, nergens was hij goed genoeg. Maar, wel was hij slim genoeg om zijn hart en zijn benen niet kapot te rijden. Toen de herfst in Parijs begon, was al zijn geld echter op en zocht hij terug werk in de horeca, in de vleeshallen en op de groentenmarkten, waar wielrenners graag gezien waren.
Gelukkig, toen hij vol twijfels begon te komen, ontmoette hij Jerry Thomas, een vroegere sprinter en racer achter de zware motoren, die als chauffeur van een blinkende Darracq bij een zeer rijke familie aan de kost kwam. Beide sportmannen hadden mekaar reeds eerder gezien tijdens wielermeetings te Newark en elders. Jerry liep rond met in zijn kop het plan van manager te worden van drie renners uit Australië, jongens die op dat moment reeds op de grote oceaanboot in aantocht waren.
"Als ik nu eens van jou een vierde Australiër maak, dan deel je weldra ook mee in de schone pot geld die we zullen verdienen ! ..."
Maar met je naam Joseph, Julien, Roger, Boly-Preuveneers, geraak je nergens. Julian Rogers from Melbourne in Victoria , zo zullen wij je weldra kennen in de shows op de wielerbanen. Dat klinkt heelwat beter !
Julian Rogers. That's the name to make it here, in Berlin, in Vienna, in New-York, Boston, Chicago, Atlantic City , and even in Tasmania .... !
Er waren tijdens de voorbije wielerseizoenen verschillende doden gevallen op de wielerbanen. Na aanpassing van materiaal en reglementen kwamen er in 1911 toch opnieuw vele stayerswedstrijden. Op de affiches stonden de namen van de doden en de invalides niet meer, maar nieuwe sterren werden gevraagd. Zo kon ene Julian Rogers ook weldra aan de slag . Er was schoon geld te verdienen in de wedstrijden achter de zware motoren, want snelheid, sensatie, internationale kampioenen, dat wilden de toeschouwers voor hun entreekaartje maar al te graag zien.

Alléén in zijn cabine blaast Julien de rook van de sigaretten uit zijn longen. Hij is ontgoocheld over zijn eerste stayerskoers. Deze katastrofe had hij voelen aankomen : zesde en laatste !
Zijn gangmaker Bichon was toch wel overdreven hoog geweest met de verwachtingen. Die brede zware man die hem uit de wind moest zetten zwijgt nu als een monumentsteen en is wat aan het regelen aan de gaskabels van zijn Brennabor motor. Stilte. Dat is voorwaar een teken dat ook hij niet gelukkig is met het resultaat. Daar komt nu ook Jerry, de manager van het stayersteam, en ook van Oppie Small en Clark Evans, de Madison rijders, en van de rappe Fred Bailey, de aristocraat van de zuivere snelheid. Jerry staat helemaal in het deurgat zodat hij een gedeelte van het licht van de gang niet laat binnenschijnen in de kleedkamer van zijn Australisch quattuor. Met zijn grote mond van yankee zegt hij het volgende :
' Manneke , toch, ... wat was er toch aan die benen van jou ... zij draaiden toch niet zoals gisteren en eergisteren tijdens de trainingen ! '
'Maar ik weet wat het is, verdomme ! Gij telefoneert teveel naar Truielingen !'
'Wel, ik ben tot daar gereden met mijn auto. Beenhouwer Barchy is overleden. Er wachten daar drie vrouwen op jou : een schoonmoeder, Lise met wie je in die boomgaard wat probeerde, en dochter Marie-Julienne die reeds haar eerste kommunie deed. Toen je zeventien was vluchtte je naar Wisconsin omdat jij toch zo bang was van het hakmes van Lise's opa. Je staat nu voor de keuze in de tweede manche, en ofwel kan je de kampioen van Victoria achter de zware motoren worden, ofwel kan je paté, bloedworst, en spek gaan maken en verkopen te Truielingen, op de grens tussen Limburg en Luik. Maar, manneke, weet toch dat de heren Budzinski en Knorr in de grote tribune zitten, met aan hun voeten een schone boekentas waarin tien contracten van duizend marken gereed liggen. Er staat nog geen naam op die papieren, maar voor zoveel moet een kleine zelfstandige uit een Haspengouws dorp zeker vijf jaren werken. '
Jerry haalt uit zijn binnenzak een foto van een blond meisje (later zou blijken dat dit een foto was van de dochter van Oppie was ..) en speldt deze op de rug van gangmaker Bichon. Er volgt stilte. Er wordt koffie met veel suiker gedronken. Julien steekt nog een boterham met siroop van Vrolingen tussen zijn kaken. De zweiter Lauf van het Steher-renne zal beginnen binnen vijftig minuten . De manager gaat zien wat Bailey uitricht in zijn herkansing. Hij verliest tegen een jonge Hollander die Piet heet, maar klopt de oude Belg Van den Borg. Daarna volgt een individuele over 100 ronden met twintig Duitse renners van categorie-B met als inzet de Beker van Keulen.
De baan wordt even schoongeveegd en daarna terug vrijgegeven aan de ronkende monsters, de motoren waarop de indrukwekkende pacemakers hun tuigen opwarmen terwijl de renners stil en nederig, maar toch wel in volle concentratie wachten, vastgehouden door hun begeleiders. Dan klinkt het startschot, en wie nu denkt dat de motoren zullen versnellen, heeft het mis voor, want zij vertragen en zachtjes maar toch nog steeds met goede vaart zuigen zij de zich op gang trekkende renners aan zich vast. De inspanning die deze kampioenen op dat ogenblik leveren is bijna onmenselijk door het enorme verzet dat zij duwen. Maar plots aan de overkant, een slag, een valpartij. Canepari en Boll zijn in mekaar gehaakt en liggen op de grond. De scheidsrechters vlaggen de koers af en de vier van onheil gespaarde kampers laten zich uitlopen met een zucht van opluchting. De leden van het orkestje moeten hun pint en hun liefje laten staan, lopen naar het podium, en spelen weldra stukken uit de operette Het Witte Paard om de leegte in het programma op te vullen. Na een neutralisatie van vijftien minuten wordt de tweede manche herbegonnen. Ook nu moet stayer Julian Rogers als zesde en laatste in de rij zich op gang trekken, doch hij start geweldig goed, want in een wip gaat hij reeds over Cyriel Samson en Heinrich Boll, tijdens de tiende, elfde, twaalfde ronden.
Bijzonder spijtig, maar de winnaar van de eerste manche Stan Okkermans wil versnellen, doch hoog in de bocht loopt er iets verkeerd met zijn persoonlijke motor. Met de reserve gangmaker toert hij nog wat rond, maar in de dertigste ronde stapt hij af terwijl hij zich erg kwaad maakt op zijn begeleiders. Ook met Alessandro Canepari die gevallen was, gebeurt er iets. Hij klaagt over een pijnlijke pols en geeft op. Dat betekent dat deze twee deelnemers geen punten scoren, vermits zij niet meerijden tot voorbij de helft van de race. Julian Rogers komt dus in tweede positie te liggen en Bichon houdt de gastoevoer goed in de hand zondat zijn renner nooit verder dan tien meter van de koppositie volgt. De twee andere stayers volgen op een halve ronde. De kenners vragen zich af of die twee zich sparen of niet beter kunnen. Op tien ronden van het einde draait Bichon alle gas open. Hij heeft gevoeld dat het goed verloopt met zijn troetelkind. Goed is wel zeker niet een woord dat uitdrukt wat Julian Rogers op dat ogenblik ervaart. Tijdens elke ronde sterft hij zonder zich te laten begraven. De snelheid gaat beangstigend naar omhoog. Zij raken mekaar bijna met de ellebogen. Zij toeren op een waanzinnige manier en naderen de limiet waar de dood hun jonge levens zou kunnen wegnemen . Willi Schumacher, de vice-wereldkampioen, krijgt het toch wel moeilijk tegen die nog onbekende kangoeroe uit Melbourne. Nog drie ronden . De maximale snelheid wordt nu behaald. Zesduizend toeschouwers staan recht en volgen ademloos de actie.
Julien kijkt naar de foto van het meisje, met drie spelden vastgemaakt onder aan het rugnummer van zijn schittmacher, die stoere Bichon die stevig recht blijft zitten in zijn beschermende rol. Julien meent dat hij de vader is van dat blonde meisje. Voor haar doet hij het, voor haar kan hij zijn hart nog tien slagen sneller laten gaan en de pijn, de verschrikkelijke pijn in de benen en in zijn rug, nog verder verdragen. Zij aan zij vlammen beide renners de laatste kilometer in. Nog zeshonderd meter. Daar gebeurt het. Schumacher lost de rol . Slechts vijf centimeters. Hij bijt terug. Maar plots moet hij toch van de rol af, van die rol weg. Hij wuift naar het publiek, naar zijn publiek, en hij wijst met zijn vinger naar Bichon en Rogers die een boogscheut voor hem wegdaveren, en zegevierend maar met aangehouden inspanning in de sprint weldra de eindstreep bereiken.
De officials van het Deutsche Radsport Verband maken hun sommetjes :
1. Schumacher 5 + 7 = 12
2. Rogers 1 + 10 = 11
3. Okkermans 10 + 0 = 10
4. Canepari 7 + 0 = 7
5. Samson 2 + 5 = 7
6. Boll 3 + 3 = 6
Het Australische team is zeer blij met de tweede plaats van hun stayer Julian Rogers. Winnen zeer ver van huis, ook al is het slechts één manche, is voor hen van onmetelijke betekenis.
Julian Roberts geniet van zijn ereronde. André Bichon , de oude rat in het vak, lacht ook zijn tanden bloot. De meeste Duitsers kloppen in de handen. Die ' neue aus Melbourne ist sehr gut' , maar zij weten ook wel dat het Willi Schumacher zal zijn die met 12 punten Het Gouden Wiel van Keulen heeft gewonnen. Terug in het rennerskwartier zijn er echter kwade tongen die aan Bichon de vraag stellen ' Heeft die kangoeroe een slok gekregen van je groen flesje met cactussap ? '
Ha hah ha, ... haah ... !
Jerry Thomas straalt . Hij zegt aan de Duitse persjongens : 'Yankees en Australiërs hebben altijd een lekkere wortel bij voor hun muilezels wanneer zij door de prairie naar Utah of door de bush naar Alice Springs trekken. Tijdens de pauze tussen de twee manches had ik aan Julian de gepaste Wurzel gegeven ! Zie das Bild op de rug van zijn Schrittmacher !
Op die zondagavond tekende de jonge Dauerfahrer Julian Rogers tien profcontracten om op te treden in races achter zware motoren op de wielerbanen van Dusseldorf, Hannover, Essen, Breslau, Leipzig, Chemnitz, Erfurt, Berlijn Olympia, Steglitz en Treptow.
Hij stapte binnen in de grote familie van de beroepsrenners, maar hij wist op die dag ook dat er voor hem familie was in een thuishaven te Truielingen waar hij weldra zich zou vestigen. Tot in 1950 zou hij er een beenhouwerij en een sportcafé runnen. Een felle valpartij en de Eerste Wereldoorlog hebben zijn loopbaan bij de stayers echter beperkt tot slechts drie volledige wielerseizoenen.