Charles Aznavour.


1924 - De vluchtelingen Misha en Knar, verdreven uit Armenië door de burgeroorlog in Rusland bekomen te Parijs hun visum niet voor de USA omdat er al te veel immigranten uit hun regio waren dat jaar. Hij is bariton zanger en zij is zwanger en artieste. Het koppel moet zich dus nog voorlopig te Parijs vestigen. Om geld te verdienen beginnen zij in de Rue Huchette een restaurantje waar vrij spoedig immigranten, muzikanten en artiesten komen eten, vooral Russen want vader Misha is de zoon van iemand die ooit nog gekookt had voor de tsaar. Een kind wordt daar op 22 mei geboren, een zoontje met als officiele naam Chahnour Varinag Aznavourian. Vader verdwijnt na enige jaren en moeder vestigt zich als naaister in het Quartier Latin, nabij een school voor artiesten. De kleine Charles gaat onregelmatig naar school, verdient zakgeld met de verkoop van kranten, en met zijn moeder geraakt hij reeds voor bijrollen in film en theater. Hij bezoekt ook de artiestenschool waar ontdekt wordt dat zijn stembanden gedeeltelijk verlamd zijn en hij zeker nooit zo goed zal kunnen zingen als zijn vader. Bovendien is hij een klein, mager en lelijk ventje zonder enig talent volgens de leraars. Charles probeert het dan maar als danser in nightclubs, en grijpt alle jobs die hem worden aangeboden om toch maar wat te verdienen. Vanaf 1944 doet hij een stap voorwaarts. Samen met Pierre Roche maakt hij liedjes die hijzelf zingt of in duet met deze compagnon. Charles gelooft nog steeds niet dat hij enige kans maakt om wat te worden in muziek en cabaret, maar toch mogen Roche & Aznavour op meer en meer plaatsen optreden, zodat zij stilaan in het milieu thuishoren, zij het dan wel als laag betaalde artiesten. Kritiek komt weldra in de kranten wegens de obscene taal in de slechte liedjes die zij brengen, en de censuur van het Ministerie van Cultuur plaatst de liedjes zelfs op de index. De schorre stem van Aznavour hoort niet thuis in een zangtheater van enig niveau, alzo andere tegenstanders. Maar ondertussen eindigden de optredens met Roche en is Aznavourtje een goede vriend geworden van dat kleine vrouwtje met de naam Edith Piaf en ook van Juliette Gréco, de opkomende ster van Saint Germain des Prés. Piaf wordt zijn beschermvrouwe. Hij schrijft liedjes voor haar, is tevens haar secretaris en privé-chauffeur. Samen werken zij heel hard en in 1948 vertrekken zij naar Amerika. In Frankrijk ongewenst, probeert Charles zijn composities te verkopen in de USA, maar dat lukt hem niet, terwijl Edith Piaf wegens ziekte niet meer kan optreden. Daarom begint hij rond de wereld te zwerven, af en toe voor weinig centen (pour un minable cachet ...) optredend in obscure clubs. Pas in 1956 duikt hij met enig succes op te Casablanca, hetgeen hem een jaar later brengt in de Olympia te Parijs waar het publiek razend enthousiast wordt door zijn timide stem en zijn charismatische houding op het podium. Na vele moeilijke jaren loopt alles zeer goed voor hem en schittert hij op een avond ook in de Carnegie Hall van New York waar een optreden slechts mogelijk is als men de absolute top heeft bereikt .
Talrijke filmregisseurs werken graag met hem samen en blijven hem vragen, want de fans van de zanger zien de filmster Aznavour graag op het witte doek. De kleine melancholische man van 1m60 zal trouwens spelen in niet minder dan 60 speelfilms. Naast acteur zal Charles Aznavour natuurlijk vooral een zanger zijn en een liedjesschrijver en dichter. Hij maakte 1000 liedjes voor zichzelf, voor anderen en met anderen. Hij zong 800 van deze liedjes in het Frans, Engels, Italiaans, Spaans, en Armeens. Hij veroverde de hele wereld door verkoop van 100 miljoen platen.
Charles Aznavour trouwde met Micheline (1946), Evelyne (1956), Ulla (1967) en heeft 2 + 1 + 5 = 8 kinderen. Deze man is werkelijk een onverwoestbaar artiest . Op bijna 87-jarige leeftijd treedt hij nog steeds op. Sedert 1960 is hij een wereldberoemd zanger en acteur. Voor de Armeniërs verspreid over de hele wereld is hij een levende heilige. Aznavour woont in Zwitserland.
In 1998 ging Time Magazine na onderzoek over tot de Verkiezing van Entertainer van de XXste Eeuw. Dit was de uitslag :
1. Charles Aznavour
2. Frank Sinatra
3. Bob Dylan
4. Elvis Presley .
2011 - Nog steeds het boegbeeld van het Franse chanson.

(1) - Mon ami Charles .
Op het einde van het jaar 1965 verscheen ik na afwezigheid wegens legerdienst terug in mijn dorp. Ik had weinig geld, nog geen auto, mijn kameraden waren verdwenen omdat zij waren getrouwd, op hun beurt legerdienst vervulden en dan meestal in Duitsland, of zich op zondagen verstopten op plaatsen die me toen onbekend waren. Alzo was ik noodgedwongen een nieuwe klant geworden van Rachel, de dochter van de melkboer, die op een hoek van de straat die wij vroeger namen om naar de jongensschool te gaan een dorpscafé had geopend. Rachel was niet van het soort jonge vrouwen die mannen kon lokken door haar sexy uiterlijk. Daarentegen was zij vriendelijk, eerlijk, en was haar nieuw café proper. De plaats had nog andere troeven, namelijk een nieuwe vogelpik spel dat pas later bekend zou worden als darts, een nieuwe geluidmakende flipper, en een juke-box Rock-ola eigendom van de melkboer. Aan de toonbank waren vele merken sigaretten, alsook mogelijkheid om Tuborg te drinken in de hoge fijne glazen, en in andere aangepaste glazen die nergens anders in het dorp reeds in gebruik waren Gueuze Bellevue met grenadine, tomatensap met selderpeper, en Schweppes Tonic met ijs en citroen. Vleesballen met ketchup, cervelas van de plaatselijke beenhouwer, en chips met zout of paprika waren er ook. Zeker niet mis voor een simpel adres uit een boerendorp uitgebaat door de dochter van een kleine zelfstandige. Dit café kende een zestal jaren groot succes. Toen verdween dochter Rachel in het huwelijkbootje met een kerel die niemand van ons ooit had gezien, een bediende van de Boerenbond die iedere avond en ook 's zaterdags nog overuren deed als notarisklerk. De café werd toen gesloten, terwijl hij toch zeker drie jaren lang een goudmijn was geweest.
Een van de pluspunten van het staminee Bij de Melkboer was in de sixties de kwaliteit en de diversiteit van de 45-toeren plaatjes die er op de glinsterende juke-box werden gedraaid. Commercieel inzicht had de dochter des huizes een magnum fles laten plaatsen op de toog naast de tapkranen. Daar kon iedereen de overschot van zijn zondagse pree induwen en achterlaten voor een goed doel, een doel dat beter was dan waarvoor de schaal van de pastoor diende. Iedere maand werd de inhoud van de grote glazen spaarpot eerst geteld en daarna verdubbeld door de jonge lokaalhoudster. De alzo bekomen som werd besteed aan de aankoop van de allernieuwste platen voor de jukebox van het café. Evenwel hadden de klanten die met hun vijffrank stukken zorgden voor muziek democratisch inspraak. In een schriftje werden de titels en de zangers genoteerd volgens de desiderata van de trouwe tooghangers. Er kwam evenwel kritiek omdat het altijd dezelfde personen waren die de nieuwe platen voorstelden, diegenen die de evoluties van de hitparades volgden en op de hoogte waren door de muziekprogramma's op radio en televisie. De tijd van toen werd volledig beheerst door het Beatlemania. Een lange lijst met plaatjes van de jongens uit Liverpool behoorde tot de keuzes. Verder werden tot ieders bijna-doofheid Pretty Woman van Roy Orbison, Strange Effect on you van Dave Berry, Satisfaction van de Rollingstones, Wooly Bully van Sam the Sham & the Pharaons, zeer dikwijls gedraaid en waren Elvis Presley en Paul Anka moeilijk te omzeilen, zoals uiteraard ook The Shadows, Nat King Cole, en Bill Haley. Net toen de keuze van die maand werd gemaakt viel ik Bij de Melkboer binnen. Omdat er een vrij ernstige discussie aan de gang was, werd mijn advies gretig gevraagd door Rachel. Had zij toen een oogje op mij of wilde zij mij definitief binnenlokken in haar café om haar verkoopcijfers van Tuborg te zien stijgen ? Ik vond dat er een naast al die Engelse en Amerikaanse hits ook plaats moest zijn voor het Nederlandstalige lied, de Duitse schlagers, la Chanson Française, Spaanse en Italiaanse liedjes. Maar zeker moest er ook een nieuw overzichtelijk klassement komen, want vele schone 45-toerenplaten waren in de bonte wanordelijke mengeling maar maar moeilijk terug te vinden, zeker voor zij die met een sigaret in de mondhoek en een pint in de hand de toetsen met letters en cijfers wilden intikken in het rumoerige café. De Waal Pierrot, record consument van Horse Ale in Houtain Village, stelde zich aan mijn zijde op en bekloeg zich over het gebrek aan musique et chansons francophones. Het was niet omdat de nieuw taalgrens ons dorp uit de Province de Liège had overgeheveld naar Brabant dat er geen Franse chansons op de jukebox mochten staan in een Maison du Peuple gelegen aan de hoek van de Piercostraat, waar de fabrieksbus van Cockerill-Ougrée het werkvolk kwam halen en brengen.
Rachel wilde nadenken en de volgende dag vertelde een leeftijdsgenoot me dat zij de beslissing had genomen van mijn gedacht te volgen. Vele platen zouden vervangen worden. Een tombola met als prijs de afgedankte platen zou zorgen voor meer geld in de spaarfles. Ik was aangesteld om een lijst van nieuwe Franse chansons op te stellen die door Rachel zouden worden aangekocht.
Vijfenveertig jaren gingen voorbij, maar ik ben niet vergeten wat op mijn lijstje kwam :
Gilbert Bécaud : Nathalie, Quand il est mort le poète, Et Maintenant.
Charles Aznavour : La Mamma, Que c'est triste Venise, Et Pourtant.
Henri Salvador : Zorro est arrivé.
Alain Barrière : Ma Vie.
Adamo: Vous permettez, Monsieur.
France Gall : Poupée de cire, poupee de son.
Hervé Villard : Capri, c'est fini.
Richard Anthony : J'entends siffler le train .
En inderdaad, toen ik volgende zondagnamiddag Bij de Melkboer binnen was gestapt, behoorden al deze nummers tot de selectiemogelijkheden op de Rock-ola. Ik kon van dat moment af niets anders meer doen dan heelwat van mijn geldstukken te laten verdwijnen in de gleuf van die muziekmachine.
Het was vooral tijdens volgend liedje dat in ons dorpscafé, de bijna zatte mannen, de rokers, de kaartspelers, de flipperaars, de toogfilosofen, de afgewezen verliefde jongelingen, de lustige weduwenaars of de gelukkig gescheiden mannen, en de anderen, even verstilden om te luisteren naar Charles de entertainer met zijn speciale stem.
Que C'est Triste Venise
Charles Aznavour
Que c'est triste Venise
Au temps des amours mortes
Que c'est triste Venise
Quand on ne s'aime plus
On cherche encore des mots
Mais l'ennui les emporte
On voudrait bien pleurer
Mais on ne le peut plus
Que c'est triste Venise
Lorsque les barcarolles
Ne viennent souligner
Que des silences creux
Et que le coeur se serre
En voyant les gondoles
Abriter le bonheur
Des couples amoureux
Que c'est triste Venise
Au temps des amours mortes
Que c'est triste Venise
Quand on ne s'aime plus

(2) - Mon ami Charles .
Samen met mijn echtgenote was ik met de Reizen Lauwers naar Praag getrokken, die prachtige stad toen nog gelegen achter het ijzeren gordijn. Met onze groep kwamen we op een avond terecht in een kelder waar werd gezongen, gedanst, gerookt, gebabbeld, en vooral gedronken. De halve liters pils werden door stevige dames rondgebracht. Pieter Breugel de Oudere zou er ongetwijfeld inspiratie gevonden hebben voor een mooie schilderij, door de vrolijkheid van de bezoekers die op die avond de Praagse bierkelder vulden. Ik had plaats genomen aan een tafeltje waarop onnoemelijk veel pinten Pils werden afgeladen, en ik had bovendien ook het genoegen van te zitten naast een mooie dame die onze gids was en die graag met mij Frans wilde praten om zich in deze taal te verbeteren. De andere Vlamingen van onze groep spraken immers liever Duits of Engels met onze begeleiders. Aan een andere tafel rechts van ons was gezeten een gezelschap van goed uitziende mensen, zwart van haar en bruin van vel, die een heel vreemde taal spraken. In het Russisch begon een van hen vragen te stellen aan mijn buurvrouw, de Praagse gids. Zo kwam ik te weten dat een paar Armeniërs ook wel graag Frans wilden spreken, ook al was hun schoolse kennis van die taal miniem omdat zij nog nooit Westerse mensen hadden ontmoet. Door het uitstekend bier van Tjechoslovakijë was ik die avond in grote forme, en ik stortte me dus hals over kop in een dialoog met een vriendelijke Armeniër. Over wat praten echter met zo iemand met een dikke zwarte snor uit de verre Kaukasus ? Opeens komt in mijn hoofd het idee dat ik me moet uiten als een grote fan van Charles Aznavour. Ik sta dus recht met een grote pint pils in mijn hand en ik roep uit volle borst : Vive l'Armenie ! Vive l'Armenie ! Je vais vous chanter une chanson de Charles Aznavourian, le célèbre Arménien que nous aimons tant en Belgique. En ik probeer het volgende te zingen, ook al zijn de woorden die ik gebruik soms wat anders dan die van Charles, en dan breng ik nog andere stukken van Aznavourian liedjes, terwijl ook de Armeniêrs brokken uit het repertoire van le Napoléon de la Chanson Aznavour beginnen te zingen in hun taal. Niet veel later willen die Arméniërs me op de danspiste zien om met hun vrouwen te dansen, een soort kuskusdans, een boerenpolka uit hun land of van waar ook in het Wolgagebied. Ik moet nog meer pinten drinken op kosten van mijn buren uit Armenië.
Een uurtje later zal ik echter op het podium worden gesleurd door de orkestleider om mee te doen aan een internationale match bierdrinken Italië-Rusland-Armenië-België. Helaas, ik ben dan al goed poepeloere zat, en tot boven gevuld en zo nat als een kozak. Ik kan helaas niet meer met grote snelle slokken bijkomend nog een pul van één liter leegdrinken om de eer van mijn vaderland te verdedigen. Ik word in schande vierde en laatste van die match voor harde pilsdrinkers.
Hier encore
J'avais vingt ans
Je caressais le temps
Et jouais de la vie
Comme on joue de l'amour
Et je vivais la nuit
Sans compter sur mes jours
Qui fuyaient dans le temps
Mes jours passent, mes nuits pleurent
Et pleure le temps
Ma raison sombre et se meurt
Quand meurt le temps
Ce temps mort que je regrette
Tant et tant
Car sans joie ma vie s'arrête
Et je t'attends
J'attends l'air que je respire
Et le printemps
J'attends mes éclats de rire
Et mes vingt ans
Mes mers calmes et mes tempêtes
En même temps
Car sans joie ma vie s'arrête
Et je t'attends
Je t'attends
Viens ne tarde pas
D'où que tu viennes, qui que tu sois
Viens le temps est court
Je t'attends
Mon rêve inconnu
Quel est ton nom, quel est ton but
Le mien c'est l'amour
(3) - Mon ami Charles.
De hele avond hadden wij lekker gegeten, gedronken, naar de televisie gekeken, op klokslag van middernacht mekaar gekust, een champagnefles ontkurkt en schuimend in de glazen geschonken, een paar pijlen vuurwerk afgeschoten in de tuin, en dan telefonisch onze verse nieuwjaarswensen overgemaakt aan geliefde familieleden. Het nieuwe jaar begon dan zoals gewoonlijk weer met de naakte danseressen uit de Lido te Parijs die onvermijdelijk in die jaren altijd weer, zoals de zwaluwen in de lente, op ons scherm kwamen.
Wij ontsnapten toen nog aan de jaarlijkse nieuwe moppen van Geert Hoste want toen de nineties aanbroken was het medialandschap nog niet zoals vandaag gevuld met zovele B.V.'s . Mijn vrouw en mijn twee dochters die nog bakvissen waren , en nog niet uitgingen op Nieuwjaarsnacht , gingen naar bed. Eindelijk was ik alleen in onze gezellige living, met open haard en malse lederen zetels, en eindelijk kreeg ik het doosje om te zappen in mijn hand, nadat ik mezelf nog een groot glas rode wijn had geschonken. Er was geen twijfel mogelijk. Nergens was het toen beter dan in mijn eigen huiskamer en ik was echt een gelukkig man toen de nieuwe muurkalender aantoonde dat de 1ste januari van 1990 was geworden, en we reeds realiseerden dat het jaar 2000 in aantocht kwam. Ik weet niet meer waar ik hem tegenkwam, op welke zender in Frankrijk, België, Nederland, Duitsland, die nacht een optreden van Charles Aznavour was te zien. Tijdens de heerlijke minuten die ik beleefde, met mijn buikje goed gevuld, met mijn glas dat ik met kleine slokjes ledigde, genoot ik intens van de chansons van de legendarische Franse troubadour. Hij zong toen in een zeer grote zaal, waarschijnlijk Sportpaleis Bercy te Parijs, voor duizenden fans. Hij was klein, eenvoudig en helemaal in het zwart gekleed en toch was hij zo geweldig groot. Plots na het einde van zijn zoveelste lied werd het stil en donker in de hele zaal. Even later volgde een lichtstraal die ergens begon te schijnen tussen het publiek op een enkele vrijgelaten vierkante meters, waar de unieke kleine Armeniër stond. Hij zong helemaal alléén ' a capella' terwijl zijn muzikanten rustten. Hij zong zijn lied ' Sur ma vie' . Tijdens de volgende vijf minuten besefte ik en de mensen in de zaal definitief en voor altijd dat Charles Aznavour tot de allergrootsten uit zijn vak behoorde, dat hij een reus van een artiest was, le plus grand des grands comédiens, poètes et fantaisistes. Allen in die zaal stonden recht en klapten minutenlang in hun handen.
' Le Tout Paris ' erkende zijn meesterschap en La Légion d'Honneur was verdiend door de kleine immigrant en bohémien van weleer, de liedjeszanger die ongewenste teksten schreef.
Voici les paroles ou lyrics de Sur ma vie interprétées par Charles Aznavour :
Sur ma vie je t'ai juré un jour
De t'aimer jusqu'au dernier jour de mes jours
Et le même mot
Devait très bientôt
Nous unir devant Dieu et les hommes
Sur ma vie je t'ai fait le serment
Que ce lien tiendrait jusqu'à la fin des temps
Ainsi nous vivions
Ivres de passion
Et mon coeur voulait t'offrir mon nom
Près des orgues qui chantaient
Face à Dieu qui priait
Heureux je t'attendais
Mais les orgues se sont tues
Et Dieu a disparu
Car tu n'es pas venue
Su ma vie j'ai juré que mon coeur
Ne battrait jamais pour aucun autre coeur
Et tout est perdu
Car il ne bat plus
Mais il pleure mon amour déçu
Sur ma vie je t'ai juré un jour
De t'aimer jusqu'au dernier jour de mes jours
Et même à présent
Je tiendrai serment
Malgré tout le mal que tu m'as fait
Sur ma vie
Chérie
Je t'attendrai
























