Nadat ik wat heb gepraat met een Amerikaan van Iraanse afkomst die als scheikundige een job heeft in Duitsland vertrek ik met frisse stap langs de Viale Angelico naar San Pietro. Gekomen aan de ingang van de musea ontdek ik dat het op die dag gratis is, een mooi gebaar van de Kerk. Ik volg de mensen die zich naar binnen begeven. Op een pleintje koel ik eerst wat af, want ik had toch al 3 km gestapt door de drukke straten. Ik plaats mijn stadsplan even tussen de benen van een beeld en wat later laat ik het daar liggen omdat mijn aandacht wordt opgeëist door de boeiende omgeving. Drie uren verder, na ontelbare gangen, kamers, vensters, trappen, kunstwerken, zal ik het daar terug kunnen oprapen. Niemand nam mijn papieren mee. Wie durft er immers in het midden van Vaticaanstad andermans goed opnemen en zondigen tegen de geboden in gedachten of in daden.Ik volg de groene pijlen. Uit alle continenten en uit alle tijden zijn er in de musea van het Vaticaan aardse rijkdommen te bewonderen. Onbetaalbare kasten en tafels. Prachtige oude landkaarten. Vlaamse wandtapijten. Schilderijen. De pauselijke heersers verwierven in het verleden zoveel macht. Reeds vijftien eeuwen lang zitten zijn te Rome op hun troon. Op het einde van het tweede millenium bezitten zij onmetelijke rijkdommen terwijl méér dan de helft van de wereld arm is. Ondanks dat de Kerk sedert de Franse Revolutie zoveel moest afstaan van haar eigendommen en inkomsten, blijft in het Vaticaan zoveel opgestapeld. De vele soorten marmers steken er de ogen uit. Alles is er te schoon, te rijk, te massaal, te barok, te overdadig. Het is een santeboetiek van goud en zilver die op mij een heel negatieve indruk laat. De schamele pelgrim met de schelp die ik ben, die op weg naar Rome soms zelfs geen platte steen had waarop zijn hoofd kon rusten, begint te zwijmelen in deze kloosterpaleizen. Geld en offeranden verzamelden zij om Gods werk te doen, vaak bedelend voor de armen en voor de zieken, maar het is toch duidelijk dat veel van het vette slijk door de omstandigheden hier werd gestockeerd. Dit was twintig eeuwen lang met ups en met downs een sterk multinationaal bedrijf dat een goed product aan de mensheid heeft verkocht.De opvolgers van Petrus waren mannen met grote bekwaamheid. Zij hebben veel bereikt. Zij bezorgden werk in eredienst, klooster en onderwijs. Minder duidelijk is geweest hoeveel zakenlui, huurlingen, kunstenaars, parasieten, zij ook hebben onderhouden. Hebben zij al deze rijkdom gekregen of gestolen ? Hebben zij het gekregen van anderen die het eerder hadden gestolen ?
Gidsen, koptelefoons, in alle talen zijn er in deze musea. Na een uurtje slenteren, versnel ik mijn pas om vlugger de Sixtijnse Kapel te bereiken, het hoogtepunt van mijn voettocht doorheen deze grot van Alibaba, versie Paus van Rome. Michelangelo, één van de grootste kunstenaars die de mensheid voortbracht, leverde zijn topprestatie in de Sixtijnse Kapel. Gelegen op zijn rug, met de energie van een leeuw en met de inzet van een genie, schilderde hij het meest hemelse plafond ter wereld. '
De Schepping van de mens en zijn ondergang' heet het beroemste fresco. Toch kreeg de grote
Michelangelo geen 10/10 voor wat hij schilderde, omdat volgens de grote heren rond de Paus er toch wat teveel menselijk bloot werd getoond op dat schone plafond. De toeschouwer met zijn kleine ogen wordt overweldigd door de vinger Gods die het vingertopje van de mens Adam raakt en hem uit de onbewustheid doet ontwaken. Er is veel volk, teveel volk in de Sixtijnse Kapel.Vooral Amerikanen. Met gestrekte nek en uitpuilende ogen kijken zij allemaal naar dat plafond.Er is een lichte rumoer van bewondering. Ik vind vooral de engeltjes mooi. Als die vrouwtjes worden dan wil ik binnen twintig jaar ook naar de hemel gaan. Ik voel me redelijk benauwd in de lange en overbevolkte gangen. Men botst er regelmatig tegen mekaar en iedere beleefde Vaticaanbezoeker zegt dan vriendelijk ...mi scusi ...! Wat was ik gelukkiger eenzaam, op mijn fiets in de wijdse natuur, onder de hemels blauwe azuur van Toscane, onder de interplanetaire nachtelijke sterrenhemel van het zomerse Lorreinen !
Etentje in een refter voor toeristen. Voor 23.000 lires rinkelt de kassa. Daarna ga ik wat rusten op een stenen bank in de open lucht. Gedurende enkele minuten komt er naast mij een kleine maar absoluut mooie Aziatische vrouw zitten. Zij heeft blinkend zwart haar,spleetoogjes en is prachtig gekleed. Wanneer zij weer vertrekt vind ik dat ik genoeg heb gezien in deze musea. Langs hoge muren van de ministaat Vaticano vervolg ik mijn wandeling. Zwermen toeristen blijven opschuiven naar de grote ingangspoorten. De enorme koepel van de Basilica di San Pietro, in de vorm van een halve bol, schittert goudkleurig in de warme septemberlucht. Ik had de echte Duomo's van Firenze en van Pisa niet bezocht, maar ergens anders had ik met aandacht naar een maquette gekeken. Toen besefte ik wat Brunelleschi had gerealiseerd , na het begrijpen van wat meetkunde in de ruimte. Voor 6.000 lires mag ik met de lift naar omhoog. Daarna volgen nog vele enge trappen tussen en langs stevige dakconstructies. Tenslotte bereik ik de top van de koepel waar de aanhouders beloond worden met een uniek schouwspel. De uitkijk naar binnen gebeurt van op een korfbalkon. Het panorama naar buiten over de eeuwige stad Roma is natuurlijk schitterend. De stad daar beneden is geen gewone stad. Zij is gebouwd op de ruïnes van onze lange beschaving. Zij is vol met mensen en met monumenten. De Tiber. De zeven heuvels. De tienduizend straten. Het Roma van La Dolce Vita. Het Roma van Romulus tot Berlusconi . Rome is als een zee, tot aan de verre horizon, en tot in het diepe onbekende. Op dat ogenblik word ik omringd door taterende wijven en meisjes uit Polen of Tsjechië, vrouwen met veel schmink en geverfde haren, die zich ouderwets en goedkoop hebben gekleed. Zij zijn vergezeld met mannen die voortdurend met hun neus in een reisgids snuffelen. Zij poseren allemaal samen voor groepsfoto's die zij later aan de buren, familieleden, en collega's op het werk zullen laten zien.
Dan komt voor mij punt nummer drie : het bezoek aan het binnenste van San Pietro.
Ik voel me zo klein als een worm uit Borgworm bij het binnenstappen van deze reusachtige tempel. Ik ben maar stof en ik zal tot stof wederkeren, terwijl deze hoge en dikke muren voor de eeuwigheid werden gebouwd. Dit moet de woning zijn van de almachtige onzichtbare God of dan toch van zijn ambassadeur op de planeet Aarde. De pausenkerk moet de mens overbluffen. Om deze constructie op mekaar te stapelen waren enorme durf, majestatische afmetingen, onvoorstelbare financieringsmiddelen, geniale architecten en bouwmeesters, en een dosis waanzin nodig. Binnen volg ik in het zog van een Hollandse groep. Een geleerde gentleman is hun leider en hun gids. Hij gebruikt veel superlatieven en legt alles uit in een taal die ook ik helemaal versta. Hij citeert zovele verschillende pausen en kunstenaars.Voor mij wordt dat teveel. Ik wil een gedacht krijgen van de voornaamste dingen, maar het ' nec plus ultra ' van kerkgeschiedenis en kunststromingen is te zware kost voor mij. Daarom verlaat ik deze taalgenoten en wel met de wil van te gaan zoeken naar het graf van de apostel Petrus. Ik kom aan ' de Piéta' van Michelangelo, een uniek beeld dat me een tijdje boeit. Maar mijn hersens functioneren toch niet goed meer op dat moment. Ik kijk kalm en eerbiedig naar dat prachtige kunstwerk. Daarna daal ik af naar de crypte waar vele topmannen van de Kerk hun eeuwige rust vonden. Enige offerblokken nodigen me uit om lires boven te halen. Men moet eerlijk wezen. In zo een topkerk mag men geen geldstukjes doorheen de gleuven duwen. Dus dok ik af voor de Sint-Pieterpennig 1.000 lires en voor Johannes XXIII 5.000 lires. Deze laatste krijgt van mij wat meer omdat hij op een Legnano koersfiets had gereden, en uit Bergamo kwam zoals Gimondi en Arlequino. Zo heb ik geen papiergeld meer, tenzij ik op geheime plaatsen op mijn lijf mijn reserves bovenhaal, maar dan moet ik hemd,broek, of schoen uitdoen en dat mag niet openlijk in zo'n kerk.
O, ja, daar is dan toch een beeld en een graf van de belangrijke Heilige Petrus. Ik streel even met mijn hand de voet van het beeld. Een vrome pelgrim krijgt voor dit eeuwenoude ritueel ook vandaag nog aflaat en strafvermindering in het vagevuur. Maar vermits mijn geweten met zovele dagelijkse zonden werd bezoedeld begin ik plots te denken om ' hic et nunc' de situatie van mijn lei en mijn kerfstok bij Sinte Pieter toch wat te verbeteren. Ik haal daarom uit mijn Mephisto Shoe toch maar een groot biljet. Om daadwerkelijk het Roomse geloof te steunen , en omdat ik dat aan mijn moeder Alina had beloofd, volg ik de pijlen die me naar de sacristie brengen. Ik stap verder tot aan een dikke rode koord die me de weg verspert. Ik doe een paar stappen terug en lees op de muur dat het wel op deze plaats is dat ik mag betalen om heilige missen te bestellen. Ik ga terug achter de rode koord staan in de deuropening en kijk binnen in de octogonale ruimte, waar het riekt naar oude eik, was en wierook. Eerst dacht ik dat die grote sacristie - het is bijna een eetzaal- onbemand is en dat is zo. Want ergens achter een meubel zit een vrouw, een zeldzaam exemplaar van een Eva in de Vaticaanse mannenwereld. Maar is zij echt of is zij een wassen beeld van Mme Tussaud ? Zij beweegt niet. Stilte in de sacristie. Na verschillende minuten geen blik en geen gebaar in mijn richting. Als kleine zondaar die nooit misdienaar was is het me niet mogelijk te weten wat ik nu moet doen. Ik kan toch niet roepen , en in welke taal dan ..., hé, juffrouw, ...of mevrouw de koster ... hier sta ik, en ik ben een echte pelgrim die centen brengt ... . Ik hoest enkele keren , maar de kerkelijke ambtenaar ziet mij niet staan. Misschien heb ik nog niet begrepen dat zij tijdens lunchtijd niet mag gestoord worden. Dus toon ik haar mijn hielen. 100.000 lires. Wat is dat toch voor het Vaticaan. Niet meer dan nihil ! Verzadigd loop ik naar de buitendeur. San Pietro is zo groot dat het nog een echte mars is en een slalom tussen de gelovigen om de open lucht terug te bereiken. Dit was niet mijn smaak. Wie kan er eigenlijk bidden in de grootste christelijke kerk ter wereld ? Dit is een oceaan van luxe, kostbaarheden, rijkdom, en zelfs het altaar van de paus is te ... maar, wie ben ik om ... .
Nog een toertje slenteren rond het geweldige plein laat me toe te voelen aan de obelisk van Keizer Caligula. Die was nog zotter dan ik. Hij gaf zijn paard niet alleen een naam , maar hij benoemde het ook tot senator. Mijn Olive Green zou trouwens ook geen slechte figuur slaan in zulke functie. Ik probeer me in te beelden wat het moet zijn als op de stenen van dit plein 200.000 gelovigen staan te wachten op de pauselijke zegen ' Urbi et Orbi' . Wanneer het een Heilig Jaar is betekent dat ook dat er dan een volle aflaat wordt bekomen . Ik koop reeds voor de derde keer in twee dagen een pakje zichtkaarten van Roma. Zichtkaarten zijn mooier dan eigen foto's en vermits ik niemand anders dan mezelf op een kiekje kan brengen koop ik geen andere wegwerpcamera meer. Met de rest van mijn groot biljet laat ik een ijsventer me een grote ijskreem serveren.


